Artikelen bij COM(2023)228 - Wijziging van Richtlijn 2014/49/EU betreffende de omvang van depositobescherming, het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels, grensoverschrijdende samenwerking en transparantie

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.



Artikel 1

Wijziging van Richtlijn 2014/49/EU

Richtlijn 2014/49/EU wordt als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt vervangen door:

“1. Deze richtlijn bevat regels en procedures betreffende de oprichting en de werking van depositogarantiestelsels, de dekking en terugbetaling van deposito’s, en het gebruik van middelen van depositogarantiestelsels voor maatregelen die erop gericht zijn de toegang van deposanten tot hun deposito’s te waarborgen.”;

(b)in lid 2 wordt punt d) vervangen door:

“d) kredietinstellingen en bijkantoren van kredietinstellingen die hun hoofdkantoor buiten de Unie hebben, die deelnemen aan de stelsels als bedoeld in de punten a), b) of c) van dit lid.”;

(2) in artikel 2 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

(a)in punt 3) wordt de aanhef vervangen door:

“3) “deposito”: een creditsaldo dat wordt gevormd door op een rekening staande gelden of dat tijdelijk uit normale banktransacties voortvloeit die kredietinstellingen in het kader van hun bedrijfsactiviteiten uitvoeren, en dat de kredietinstelling onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen, met inbegrip van een termijndeposito en een spaardeposito, maar met uitsluiting van een creditsaldo indien:”;

(b)in punt 13) wordt de aanhef vervangen door:

“13) “betalingsverplichting”: een onherroepelijke, volledig door zekerheden gedekte verplichting van een kredietinstelling om een depositogarantiestelsel een geldbedrag te betalen op verzoek van dat depositogarantiestelsel, en waarbij de zekerheden:”;

(c)de volgende punten 19 tot en met 23 worden toegevoegd:

“19) “afwikkelingsautoriteit”: een afwikkelingsautoriteit zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18, van Richtlijn 2014/59/EU;

20) “deposito’s van cliëntengelden”: gelden die rekeninghouders die financiële instellingen zijn zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 26), van Verordening (EU) nr. 575/2013 in het kader van hun bedrijfsactiviteiten bij een kredietinstelling deponeren voor rekening van hun cliënten;

21) “staatssteunregels van de Unie”: het kader dat is vastgesteld bij de artikelen 107, 108 en 109, VWEU, en de verordeningen en alle handelingen van de Unie, met inbegrip van richtsnoeren, mededelingen en bekendmakingen die uit hoofde van artikel 108, lid 4, of artikel 109, VWEU, zijn uitgevaardigd of vastgesteld;

22) “witwassen van geld”: het witwassen van geld zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final]*;

23) “terrorismefinanciering”: financiering van terrorisme zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final]. **”;

(d)lid 3 wordt vervangen door:

“3. Aandelen van “building societies” in Ierland worden als deposito’s behandeld, tenzij het gaat om aandelen met een vermogenskarakter, als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt b).”;

____________________________________________

* [Gelieve de volledige referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final].

**    [Gelieve de volledige referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final].

(3) artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 4 wordt vervangen door:

“4. De lidstaten zorgen ervoor dat indien een kredietinstelling niet voldoet aan de verplichtingen van deelneming aan een depositogarantiestelsel, dat depositogarantiestelsel de bevoegde autoriteit van die kredietinstelling daarvan onmiddellijk op de hoogte stelt. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit, in samenwerking met dat depositogarantiestelsel, gebruikmaakt van de toezichthoudende bevoegdheden van Richtlijn 2013/36/EU en onverwijld alle maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de betrokken kredietinstelling aan haar verplichtingen voldoet, onder meer door administratieve sancties en andere administratieve maatregelen op te leggen overeenkomstig de nationale wetgeving die is aangenomen in aanvulling op de uitvoering van de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, afdeling IV, van Richtlijn 2013/36/EU.”;

(b)het volgende lid 4 bis wordt toegevoegd:

“4 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat indien een kredietinstelling de in artikel 10 en artikel 11, lid 4, verzuimt de bedoelde bijdragen binnen de door het depositogarantiestelsel gestelde termijn te betalen, dat depositogarantiestelsel gedurende de periode van verzuim de wettelijke rente in rekening brengt over het verschuldigde bedrag.”;

(c)leden 5 en 6 worden vervangen door:

“5. De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel de aangewezen autoriteit daarvan in kennis stelt wanneer ondanks de in de leden 4 en 4 bis bedoelde maatregelen de kredietinstelling aan haar verplichtingen blijft verzaken. De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteit beoordeelt of de instelling nog steeds voldoet aan de voorwaarden om deel te nemen aan het depositogarantiestelsel en de bevoegde autoriteit in kennis stelt van de uitkomst van die beoordeling.

6. De lidstaten zorgen ervoor dat indien de bevoegde autoriteit besluit de vergunning in te trekken overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2013/36/EU, de kredietinstelling niet langer deelneemt aan het depositogarantiestelsel. De lidstaten zorgen ervoor dat deposito’s die zijn aangehouden op de datum waarop een kredietinstelling niet langer deelneemt aan het depositogarantiestelsel, onder dat depositogarantiestelsel blijven vallen.”;

(d)lid 8 wordt geschrapt;

(e)het volgende lid 13 wordt toegevoegd:

“13. Uiterlijk op... [PB – gelieve de datum in te voegen = 36 maanden na de inwerkingtreding] ontwikkelt de EBA richtsnoeren over het toepassingsgebied, de inhoud en de procedures van de in lid 10 bedoelde stresstests.”;

(4) artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) de aanhef wordt vervangen door:

“1. Van terugbetaling door een depositogarantiestelsel zijn uitgesloten:”

ii) punt c) wordt vervangen door:

“c) deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken wegens het witwassen van geld;”;

iii) punt e) wordt geschrapt;

iv) punt f) wordt vervangen door:

“f) deposito’s waarvan de houder zich nooit heeft gelegitimeerd krachtens artikel 16 van Verordening (EU) ... [gelieve de korte referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final], indien deze deposito’s niet meer beschikbaar zijn, behalve indien een houder om uitbetaling verzoekt en aantoont dat het gebrek aan identificatie niet te wijten is aan zijn of haar handelen;”;

v) punt j) wordt geschrapt.

(b)lid 2 wordt vervangen door:

“2. In afwijking van lid 1, punt i), kunnen de lidstaten besluiten dat deposito’s die worden aangehouden door persoonlijke pensioenregelingen of bedrijfspensioenregelingen van kleine of middelgrote ondernemingen in aanmerking komen tot het in artikel 6, lid 1, bepaalde dekkingsniveau.”;

(5) artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) de aanhef wordt vervangen door:

“In aanvulling op lid 1 zorgen de lidstaten ervoor dat de volgende deposito’s een bescherming van minimaal 500 000 EUR genieten gedurende een periode van zes maanden na creditering van het bedrag of vanaf het tijdstip waarop die deposito’s wettelijk kunnen worden overgedragen”;

ii) punt a) wordt vervangen door:

“a) deposito’s die het resultaat zijn van onroerendgoedtransacties met betrekking tot particuliere woningen en deposito’s bestemd voor dergelijke transacties, mits die transacties op korte termijn worden afgesloten door een natuurlijke persoon en mits die natuurlijke persoon documenten kan overleggen die een dergelijke transactie staven;”;

(b)het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 2 vastgestelde dekkingsniveau een aanvulling vormt op het in lid 1 vastgestelde dekkingsniveau.”

(6) artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 5 wordt geschrapt;

(b)lid 7 wordt vervangen door:

“7. De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel de rente vergoedt op deposito’s die is aangegroeid maar nog niet gecrediteerd of gedebiteerd op de datum van de in artikel 2, lid 1, punt 8, onder a), bedoelde vaststelling van een relevante administratieve autoriteit, of van de in artikel 2, lid 1, punt 8, onder b), bedoelde uitspraak door een rechterlijke instantie. Het in artikel 6, lid 1, vastgestelde dekkingsniveau of, in de in artikel 6, lid 2, bedoelde omstandigheden, het in dat lid vastgestelde dekkingsniveau, mag niet worden overschreden.”;

(7) het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 7 bis

Bewijslast naleving voorwaarden en recht op deposito’s

De lidstaten zorgen ervoor dat in de gevallen als bedoeld in artikel 6, lid 2, en artikel 7, lid 3, een deposant of, in voorkomend geval, een rekeninghouder, aantoont dat de betrokken deposito’s voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 2, of dat hij recht heeft op de deposito’s in de in artikel 7, lid 3, bedoelde omstandigheden.”;

(8) artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 3 wordt vervangen door:

“3. In afwijking van lid 1 staan de lidstaten depositogarantiestelsels toe een langere terugbetalingstermijn toe te passen voor de in artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 3, en artikel 8 ter bedoelde deposito’s, die niet meer dan twintig werkdagen bedraagt, te rekenen vanaf de datum waarop deze depositogarantiestelsels de volledige documentatie hebben ontvangen die zij een deposant hebben verzocht te verstrekken, om de vorderingen te onderzoeken en na te gaan of aan de voorwaarden voor terugbetaling is voldaan.”;

(b)lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt c) wordt vervangen door:

“c) er in afwijking van lid 9 in de afgelopen 24 maanden geen transactie heeft plaatsgevonden met betrekking tot het deposito (de rekening slaapt), tenzij een deposant ook deposito’s op een andere rekening heeft die niet slapend is;”;

ii) punt d) wordt geschrapt;

(c)lid 8 wordt geschrapt;

(d)lid 9 wordt vervangen door:

“9. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer er gedurende de laatste 24 maanden geen transactie heeft plaatsgevonden met betrekking tot het deposito, depositogarantiestelsels een drempel kunnen vaststellen voor de administratieve kosten die deze depositogarantiestelsels zouden moeten maken om een dergelijke terugbetaling uit te voeren. Depositogarantiestelsels zijn niet verplicht actief stappen te ondernemen om deposanten onder die drempel terug te betalen. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels deposanten onder die drempel terugbetalen wanneer die deposanten daarom verzoeken.”;

(9) de volgende artikelen 8 bis, 8 ter en 8 quater worden ingevoegd:


“Artikel 8 bis

Terugbetaling van deposito’s van meer dan 10 000 EUR

De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de terugbetaalbare bedragen meer dan 10 000 EUR bedragen, depositogarantiestelsels de deposanten terugbetalen via overmakingen, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 20, van Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad*.

“Artikel 8 ter

Dekking van deposito’s van cliëntengelden

1. De lidstaten zorgen ervoor dat deposito’s van cliëntengelden onder de depositogarantiestelsels vallen wanneer alle volgende punten van toepassing zijn:

(a)dergelijke deposito’s worden geplaatst namens en voor rekening van cliënten die in aanmerking komen voor bescherming overeenkomstig artikel 5, lid 1;

(b)dergelijke deposito’s worden geplaatst om gelden van cliënten te scheiden in overeenstemming met de beschermingsvereisten zoals vastgelegd in het Unierecht tot regeling van de activiteiten van de entiteiten als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt d);

(c)de cliënten legitimeren zich als bedoeld in punt a) of zijn identificeerbaar vóór de datum van een vaststelling van een relevante administratieve autoriteit als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder a), of een uitspraak van een rechterlijke instantie als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder b).

2. De lidstaten zorgen ervoor dat het in artikel 6, lid 1, bedoelde dekkingsniveau van toepassing is op elk van de cliënten die voldoen aan de voorwaarden van lid 1, punt c), van dit artikel. In afwijking van artikel 7, lid 1, houdt het depositogarantiestelsel bij het bepalen van het terugbetaalbare bedrag voor een individuele cliënt geen rekening met de totale gelden die door die cliënt bij dezelfde kredietinstelling in deposito zijn geplaatst.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels gedekte deposito’s ofwel aan de rekeninghouder ten behoeve van elke cliënt, ofwel rechtstreeks aan de cliënt terugbetalen.

4. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

(a)de technische details met betrekking tot de identificatie van cliënten met het oog op de terugbetaling overeenkomstig artikel 8;

(b)de criteria en de omstandigheden voor terugbetaling aan de rekeninghouder ten behoeve van elke cliënt of rechtstreeks aan de cliënt;

(c)de regels om meerdere vorderingen om uitbetaling aan dezelfde begunstigde te voorkomen.

Bij de ontwikkeling van die ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt de EBA rekening met alle volgende elementen:

(a)de specifieke kenmerken van het bedrijfsmodel van de verschillende soorten financiële instellingen als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt d);

(b)de specifieke vereisten van het toepasselijke Unierecht tot regeling van de activiteiten van de financiële instellingen als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt d), voor de behandeling van gelden van cliënten.

De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op ... [PB: gelieve de datum in te voegen = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Artikel 8 -  quater Opschorting van terugbetaling in geval van bezorgdheid over het witwassen van geld of terrorismefinanciering

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteit het depositogarantiestelsel binnen 24 uur na ontvangst van de informatie als bedoeld in artikel 48, lid 4, van [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final] in kennis stelt van de resultaten van de cliëntenonderzoeksmaatregelen als bedoeld in artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) ... [gelieve de korte referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final]. De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie die wordt uitgewisseld tussen de aangewezen autoriteit en het depositogarantiestelsel beperkt blijft tot de informatie die strikt noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken en verantwoordelijkheden van de depositogarantiestelsels uit hoofde van deze richtlijn en dat deze uitwisseling van informatie voldoet aan de vereisten van Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad**.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels de in artikel 8, lid 1, bedoelde terugbetaling opschorten wanneer een deposant of een persoon die recht heeft op bedragen die op zijn of haar rekening worden aangehouden, is beschuldigd van een strafbaar feit dat voortvloeit uit of verband houdt met het witwassen van geld of terrorismefinanciering, in afwachting van de uitspraak van de rechtbank.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels de in artikel 8, lid 1, bedoelde terugbetaling opschorten voor dezelfde periode als bepaald in artikel 20 van [gelieve de korte referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final] wanneer zij er door de financiële-inlichtingeneenheid als bedoeld in artikel 32 van Richtlijn (EU) ... [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van richtlijn ((EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final] van in kennis worden gesteld dat die eenheid heeft besloten een transactie op te schorten of toestemming weigeren om een dergelijke transactie uit te voeren, of om een bank- of betaalrekening te schorsen overeenkomstig artikel 20, lid 1 of lid 2, van Richtlijn (EU) ... [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final].

4. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels niet aansprakelijk worden gesteld voor maatregelen die worden genomen in overeenstemming met de instructies van de financiële-inlichtingeneenheid. Depositogarantiestelsels gebruiken alle informatie die zij van de financiële-inlichtingeneenheid ontvangen uitsluitend voor de doeleinden van deze richtlijn.

* Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 214).

**    Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20).”;

(10) in artikel 9 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2. Onverminderd rechten waarover zij krachtens de nationale wetgeving beschikken, hebben depositogarantiestelsels die in een nationaal kader uitkeringen uit hoofde van de garantie doen, het recht om in een procedure tot liquidatie of sanering gesubrogeerd te worden in de rechten van de deposanten, voor een bedrag gelijk aan het bedrag van de uitkering van depositogarantiestelsels aan de deposanten. Depositogarantiestelsels die een bijdrage leveren in het kader van de afwikkelingsinstrumenten als bedoeld in artikel 37, lid 3, punt a) of b), van Richtlijn 2014/59/EU, of in het kader van maatregelen die zijn genomen overeenkomstig artikel 11, lid 5, van deze richtlijn, hebben een vordering tegen de rest van de kredietinstelling voor elk verlies dat is geleden als gevolg van bijdragen aan de afwikkeling overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2014/59/EU of aan de overdracht op grond van artikel 11, lid 5, van deze richtlijn in verband met verliezen die deposanten anders zouden hebben gedragen. Die vordering moet in de rangorde dezelfde plaats bekleden als deposito’s uit hoofde van nationale wetgeving inzake normale insolventieprocedures.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat deposanten wier deposito’s niet binnen de in artikel 8, leden 1 en 3, vastgestelde termijnen door het depositogarantiestelsel zijn terugbetaald of erkend, binnen een periode van vijf jaar aanspraak kunnen maken op terugbetaling van hun deposito’s.”;

(11) artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) na de eerste alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:

“Voor de berekening van het in de eerste alinea bedoelde streefbedrag ligt de referentieperiode tussen 31 december vóór de datum waarop het streefbedrag moet worden bereikt en die datum.

Om te bepalen of het depositogarantiestelsel het streefbedrag heeft bereikt, houden de lidstaten uitsluitend rekening met beschikbare financiële middelen die rechtstreeks door de deelnemers aan het depositogarantiestelsel zijn bijgedragen of teruggevorderd van de deelnemers, na aftrek van administratieve vergoedingen en kosten. Deze beschikbare financiële middelen omvatten inkomsten uit beleggingen afkomstig van gelden die door de deelnemers aan het depositogarantiestelsel zijn bijgedragen, maar zijn exclusief terugbetalingen waar door in aanmerking komende deposanten tijdens uitbetalingsprocedures geen aanspraak op wordt gemaakt, en leningen tussen depositogarantiestelsels.”;

ii) de derde alinea wordt vervangen door:

“Wanneer, nadat het in de eerste alinea bedoelde streefbedrag voor het eerst is bereikt en de beschikbare financiële middelen, na een uitbetaling van de middelen van het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 8, lid 1, en artikel 11, leden 2, 3 en 5, zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag, stellen de depositogarantiestelsels de reguliere bijdrage vast op een niveau waarbij het streefbedrag binnen zes jaar kan worden bereikt.”;

(b)lid 3 wordt vervangen door:

“3. De beschikbare financiële middelen die door het depositogarantiestelsel in aanmerking worden genomen om het in lid 2 bedoelde streefbedrag te bereiken, kunnen betalingsverplichtingen omvatten. Het totale aandeel van deze betalingsverplichtingen mag niet groter zijn dan 30 % van het totaalbedrag van de beschikbare financiële middelen die overeenkomstig lid 2 worden bijeengebracht.

De EBA vaardigt richtsnoeren uit inzake betalingsverplichtingen waarin criteria worden vastgelegd voor de ontvankelijkheid van die verplichtingen.”;

(c)lid 4 wordt geschrapt;

(d)lid 7 wordt vervangen door:

“7. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels, aangewezen autoriteiten of bevoegde autoriteiten de beleggingsstrategie bepalen voor de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels en dat die beleggingsstrategie in overeenstemming is met het beginsel van diversificatie en beleggingen in activa met een laag risico.”;

(e)het volgende lid 7 bis wordt ingevoegd:

“7 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels hun beschikbare financiële middelen geheel of gedeeltelijk bij hun nationale centrale bank of nationale schatkist kunnen onderbrengen, mits deze beschikbare financiële middelen op een gescheiden rekening worden aangehouden en deze gemakkelijk beschikbaar zijn voor gebruik door het depositogarantiestelsel overeenkomstig de artikelen 11 en 12.”;

(f)lid 10 wordt geschrapt;

(g)de volgende leden 11, 12 en 13 worden toegevoegd:

“11. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels in het kader van de in artikel 11, leden 1, 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen gebruik kunnen maken van de middelen die afkomstig zijn van de alternatieve financieringsregelingen als bedoeld in artikel 10, lid 9, die niet met overheidsmiddelen worden gefinancierd, alvorens gebruik te maken van de beschikbare financiële middelen en voordat de buitengewone bijdragen als bedoeld in artikel 10, lid 8, worden geïnd. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels alternatieve financieringsregelingen die met overheidsmiddelen worden gefinancierd, uitsluitend als laatste redmiddel gebruiken.

12. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

(a)de methode voor de berekening van beschikbare financiële middelen die in aanmerking worden genomen voor het in lid 2 bedoelde streefbedrag, met inbegrip van de afbakening van de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels en de categorieën beschikbare financiële middelen die voortvloeien uit ingebrachte middelen;

(b)de details van het proces om het in lid 2 bedoelde streefbedrag te bereiken nadat een depositogarantiestelsel de beschikbare financiële middelen heeft gebruikt overeenkomstig artikel 11.

De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te voegen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

13. Uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te vullen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] ontwikkelt de EBA richtsnoeren om depositogarantiestelsels te helpen bij de diversificatie van hun beschikbare financiële middelen en het beleggen in activa met een laag risico, die van toepassing zijn op de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels.”;

(12) artikel 11 wordt vervangen door:

“Artikel 11

Gebruik van middelen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels de in artikel 10 bedoelde beschikbare financiële middelen in de eerste plaats gebruiken voor terugbetalingen aan deposanten overeenkomstig artikel 8, zonder afbreuk te doen aan het gebruik van aanvullende financiële middelen die door depositogarantiestelsels worden geïnd voor de vervulling van andere taken dan de bescherming van deposanten uit hoofde van deze richtlijn.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de depositogarantiestelsels de beschikbare financiële middelen gebruiken ter financiering van de afwikkeling van kredietinstellingen overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2014/59/EU. De lidstaten zorgen ervoor dat de afwikkelingsautoriteiten bepalen welk bedrag een depositogarantiestelsel moet bijdragen aan de financiering van de afwikkeling van kredietinstellingen, nadat deze afwikkelingsautoriteiten het depositogarantiestelsel hebben geraadpleegd over de resultaten van de in artikel 11 sexies van deze richtlijn bedoelde laagstekostentoets.

3. De lidstaten kunnen depositogarantiestelsels toestaan de beschikbare financiële middelen te gebruiken voor preventieve maatregelen als bedoeld in artikel 11 bis ten behoeve van een kredietinstelling wanneer al het volgende van toepassing is:

(a)geen van de omstandigheden zoals vermeld in artikel 32, lid 4, van Richtlijn 2014/59/EU zijn aanwezig,

(b)het depositogarantiestelsel heeft bevestigd dat de kosten van de maatregel niet hoger zijn dan de kosten van terugbetaling aan deposanten, zoals berekend overeenkomstig artikel 11 sexies;

(c)aan alle voorwaarden van de artikelen 11 bis en 11 ter is voldaan.

4. Indien de beschikbare financiële middelen worden gebruikt voor preventieve maatregelen als bedoeld in artikel 11 bis, verstrekken de deelnemende kredietinstellingen het depositogarantiestelsel onmiddellijk de middelen die voor dergelijke maatregelen worden gebruikt, indien nodig in de vorm van buitengewone bijdragen, indien:

(a)het nodig is de deposanten terug te betalen en de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag;

(b)de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel zijn teruggebracht tot minder dan 25 % van het streefbedrag.

5. Indien een kredietinstelling overeenkomstig artikel 32 ter van Richtlijn 2014/59/EU wordt geliquideerd om de markt te verlaten of haar bankactiviteiten te beëindigen, kunnen de lidstaten depositogarantiestelsels toestaan de beschikbare financiële middelen te gebruiken voor alternatieve maatregelen om de toegang van deposanten tot hun deposito’s te waarborgen, waaronder de overdracht van activa en passiva en de overdracht van depositoportefeuilles, mits het depositogarantiestelsel bevestigt dat de kosten van de maatregel niet hoger zijn dan de kosten van terugbetaling aan deposanten zoals berekend in overeenkomstig artikel 11 sexies van deze richtlijn en dat aan alle voorwaarden van artikel 11 quinquies van deze richtlijn is voldaan.”;

(13) de volgende artikelen 11 bis tot en met 11 sexies worden ingevoegd:


“Artikel 11 bis

Preventieve maatregelen

1. Indien de lidstaten het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels voor preventieve maatregelen als bedoeld in artikel 11, lid 3, toestaan, zorgen de lidstaten ervoor dat de depositogarantiestelsels de beschikbare financiële middelen gebruiken voor de in artikel 11, lid 3, bedoelde preventieve maatregelen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)het verzoek van een kredietinstelling om financiering van dergelijke preventieve maatregelen gaat vergezeld van een nota van maatregelen als bedoeld in artikel 11 ter;

(b)de kredietinstelling heeft de bevoegde autoriteit geraadpleegd over de maatregelen die zijn voorzien in de in artikel 11 ter bedoelde nota;

(c)het toepassen van preventieve maatregelen door het depositogarantiestelsel is gekoppeld aan voorwaarden die aan de ondersteunde kredietinstelling worden opgelegd en die in elk geval een sterkere risicobewaking van de kredietinstelling en uitgebreidere controlerechten van het depositogarantiestelsel omvatten;

(d)het toepassen van preventieve maatregelen door het depositogarantiestelsel is afhankelijk van de verplichtingen van de kredietinstelling om de toegang tot gedekte deposito’s te waarborgen;

(e)de deelnemende kredietinstellingen zijn in staat de buitengewone bijdragen overeenkomstig artikel 11, lid 4, te betalen;

(f)de kredietinstelling voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn en heeft alle eerdere preventieve maatregelen volledig terugbetaald.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels over monitoringsystemen en besluitvormingsprocedures beschikken die geschikt zijn voor de selectie en uitvoering van preventieve maatregelen en voor het monitoren van gerelateerde risico’s.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels alleen preventieve maatregelen kunnen nemen als de aangewezen autoriteit heeft bevestigd dat aan alle voorwaarden van lid 1 is voldaan. De aangewezen autoriteit stelt de bevoegde autoriteit en de afwikkelingsautoriteit daarvan in kennis.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel dat zijn beschikbare financiële middelen gebruikt voor kapitaalondersteunende maatregelen, zijn bezit van aandelen of andere kapitaalinstrumenten in de ondersteunde kredietinstelling overdraagt aan de particuliere sector zodra de commerciële en financiële omstandigheden dit toelaten.

Artikel 11 -  ter Nota van preventieve maatregelen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen die overeenkomstig artikel 11, lid 3, een depositogarantiestelsel vragen om preventieve maatregelen te financieren, aan de bevoegde autoriteit ter raadpleging een nota voorleggen met maatregelen die deze kredietinstellingen toezeggen te nemen om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de toezichtsvereisten die op de betrokken kredietinstelling van toepassing zijn en die zijn vastgelegd in Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013, of dat de nalevingssituatie wordt hersteld.

2. De in lid 1 bedoelde nota bevat maatregelen om het risico van verslechtering van de financiële soliditeit te beperken en de kapitaal- en liquiditeitspositie van de kredietinstelling te versterken.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat in geval van een kapitaalsteunmaatregel in de in lid 1 bedoelde nota alle kapitaalverhogende maatregelen worden vermeld die kunnen worden uitgevoerd, waaronder waarborgen om de uitstroom van middelen te voorkomen, een toekomstgerichte beoordeling van de kapitaaltoereikendheid en een latere bepaling van het kapitaaltekort dat het depositogarantiestelsel moet dekken.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat in geval van een liquiditeitssteunmaatregel de in lid 1 bedoelde nota voorziet in een duidelijk omschreven terugbetalingsschema door de kredietinstelling voor alle gelden die in het kader van de preventieve maatregelen zijn ontvangen.

5. Waar relevant zorgen de lidstaten ervoor dat de maatregelen die zijn opgenomen in de in lid 1 bedoelde nota in overeenstemming zijn met het kapitaalconservatieplan als bedoeld in artikel 142 van Richtlijn 2013/36/EU.

6. Wanneer het staatssteunkader van de Unie van toepassing is, zorgen de lidstaten ervoor dat de maatregelen die zijn opgenomen in de in lid 1 bedoelde nota in overeenstemming zijn met het herstructureringsplan dat de kredietinstelling op grond van dat kader bij de Commissie moet indienen.


 Artikel 11 quater

Saneringsplan

1. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de kredietinstelling niet voldoet aan de verplichtingen die zijn uiteengezet in de in artikel 11 ter, lid 1, bedoelde nota, of het in het kader van de preventieve maatregelen bijgedragen bedrag niet op de vervaldag terugbetaalt, het depositogarantiestelsel de bevoegde autoriteit daarvan onverwijld in kennis stelt.

2. In de in lid 1 bedoelde situatie zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteit de kredietinstelling verzoekt een saneringsplan in te dienen waarin wordt beschreven welke stappen de kredietinstelling zal nemen om ervoor te zorgen dat aan de toezichtvereisten wordt voldaan, of dat de verplichtingen weer worden nageleefd, met als doel om haar levensvatbaarheid op lange termijn te waarborgen en om het verschuldigde bedrag terug te betalen dat door het depositogarantiestelsel aan de preventieve maatregel is bijgedragen, alsmede het bijbehorende tijdschema.

3. Indien de bevoegde autoriteit er niet van overtuigd is dat het saneringsplan geloofwaardig of haalbaar is, zal het depositogarantiestelsel die kredietinstelling geen verdere preventieve maatregelen meer aanbieden.

4. Uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te voegen = 42 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] vaardigt de EBA richtsnoeren uit die elementen bevatten van de nota die de in artikel 11 ter, lid 1, bedoelde preventieve maatregelen en het in lid 1 van dit artikel bedoelde saneringsplan vergezelt.

Artikel 11 -  quinquies Transparantie van het verkoopproces in het geval van alternatieve maatregelen

1. Wanneer de lidstaten het gebruik van middelen van een depositogarantiestelsel toestaan voor de alternatieve maatregelen als bedoeld in artikel 11, lid 5, zorgen zij ervoor dat wanneer een depositogarantiestelsel dergelijke maatregelen financiert, de kredietinstellingen de activa, rechten en passiva die kredietinstellingen voornemens zijn over te dragen, verkopen of regelingen treffen om deze te verkopen. Onverminderd het staatssteunkader van de Unie moet deze verkoop voldoen aan alle volgende voorwaarden:

(a)de verkoop is open en transparant en geeft geen verkeerde voorstelling van de activa, rechten en passiva die worden overgedragen;

(b)bij de verkoop worden geen potentiële verkrijgers bevoordeeld, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen potentiële verkrijgers en worden er geen voordelen geboden aan een potentiële verkrijger;

(c)de verkoop is vrij van belangenconflicten;

(d)bij de verkoop wordt rekening gehouden met de noodzaak om een snelle oplossing toe te passen, rekening houdend met de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, vastgestelde termijn voor de vaststelling als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder a);

(e)de verkoop is erop gericht te streven naar een zo hoog mogelijke verkoopprijs voor de betrokken activa, rechten en passiva.

Artikel 11 -  sexies Laagstekostentoets

1. Wanneer de lidstaten overwegen om middelen van een depositogarantiestelsel te gebruiken voor de in artikel 11, leden 2, 3 of 5, bedoelde maatregelen, zorgen de lidstaten ervoor dat het depositogarantiestelsel een vergelijking maakt van het volgende:

(a)de geraamde kosten voor het depositogarantiestelsel om de in artikel 11, leden 2, 3 of 5, bedoelde maatregelen te financieren;

(b)de overeenkomstig artikel 8, lid 1, geraamde kosten van terugbetaling aan de deposanten.

2. Voor de in lid 1 bedoelde vergelijking geldt dat:

(a)voor de raming van de kosten als bedoeld in lid 1, punt a), het depositogarantiestelsel rekening houdt met de verwachte inkomsten, operationele kosten en mogelijke verliezen in verband met de maatregel;

(b)voor de in artikel 11, leden 2 en 5, bedoelde maatregelen baseert het depositogarantiestelsel zijn raming van de kosten van terugbetaling aan de deposanten, als bedoeld in lid 1, punt b), op de waardering van de activa en passiva van de kredietinstelling als bedoeld in artikel 36, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU en op de in artikel 36, lid 8, van die richtlijn bedoelde raming;

(c)voor de in artikel 11, leden 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen houdt het depositogarantiestelsel bij de raming van de kosten voor terugbetaling aan de deposanten, als bedoeld in lid 1, punt b), rekening met de verwachte terugvorderingen, de kosten voor de aanvulling van het depositogarantiestelsel die moeten worden gedragen door kredietinstellingen die deelnemen aan het depositogarantiestelsel, en de mogelijke bijkomende financieringskosten voor het depositogarantiestelsel;

(d)voor de in artikel 11, lid 3, bedoelde maatregelen vermenigvuldigt het depositogarantiestelsel bij de raming van de kosten van het terugbetalen van deposanten de geraamde verhouding van terugvorderingen berekend volgens de in lid 5, punt b), bedoelde methode met 85 %.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat het bedrag dat wordt gebruikt voor de financiering van de afwikkeling van kredietinstellingen, als bedoeld in artikel 11, lid 2, voor de preventieve maatregelen, als bedoeld in artikel 11, lid 3, of voor de alternatieve maatregelen, als bedoeld in artikel 11, lid 5, het bedrag aan gedekte deposito’s bij de kredietinstelling niet overschrijdt.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten het depositogarantiestelsel alle informatie verstrekken die nodig is voor de in lid 1 bedoelde vergelijking. De lidstaten zorgen ervoor dat de afwikkelingsautoriteit het depositogarantiestelsel de geraamde kosten verstrekt van de bijdrage van het depositogarantiestelsel aan de afwikkeling van een kredietinstelling, als bedoeld in artikel 11, lid 2.

5. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

(a)de methode voor de berekening van de geraamde kosten als bedoeld in lid 1, punt a), waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken maatregel;

(b)de methode voor de berekening van de geraamde kosten van terugbetaling aan de deposanten als bedoeld in lid 1, punt b), met inbegrip van de geraamde verhouding van terugvorderingen als bedoeld in lid 2, punt c);

(c)de wijze waarop, in de onder de punten a), b) en c), bedoelde methoden, waar relevant, rekening moet worden gehouden met de waardeverandering van geld als gevolg van in de loop van de tijd mogelijke opgebouwde inkomsten.

Voor de berekening van de geraamde kosten van terugbetaling aan de deposanten als bedoeld in lid 1, punt b), houdt de onder punt b) bedoelde methode in het geval van preventieve maatregelen rekening met het belang van preventieve maatregelen voor de wettelijke of contractuele taak van het depositogarantiestelsel, met inbegrip van een institutioneel protectiestelsel als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt c).

De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te voegen = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;

(14) artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt vervangen door:

“1. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels dekking bieden aan deposanten bij bijkantoren in andere lidstaten van deelnemende kredietinstellingen en aan deposanten gevestigd in lidstaten waar deelnemende kredietinstellingen gebruikmaken van de vrijheid van dienstverrichting als bedoeld in titel V, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2013/36/EU.”;

(b)aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“In afwijking van de eerste alinea zorgen de lidstaten ervoor dat een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst kan besluiten om deposanten bij bijkantoren rechtstreeks terug te betalen wanneer al het volgende van toepassing is:

i) de administratieve lasten en kosten van een dergelijke terugbetaling zijn lager dan de terugbetaling door een depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst;

ii) het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst zorgt ervoor dat de deposanten er niet slechter aan toe zijn dan wanneer de terugbetaling zou hebben plaatsgevonden overeenkomstig de eerste alinea.”;

(c)de volgende leden 2 bis en 2 ter worden ingevoegd:

“2 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat een depositogarantiestelsel van een lidstaat van ontvangst, mits er een overeenkomst is met een depositogarantiestelsel van een lidstaat van herkomst, kan fungeren als contactpunt voor deposanten bij kredietinstellingen die gebruikmaken van de vrijheid van dienstverrichting als bedoeld in titel V, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2013/36/EU, en een vergoeding krijgt voor de gemaakte kosten.

2 ter. In de gevallen als bedoeld in de leden 2 en 2 bis zorgen de lidstaten ervoor dat het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst en het depositogarantiestelsel van de betrokken lidstaat van ontvangst overeenstemming hebben bereikt over de uitbetalingsvoorwaarden, waaronder over de vergoeding van eventuele kosten, het contactpunt voor deposanten, het tijdschema en de betalingsmethode.”;

(d)lid 3 wordt vervangen door:

“3. De lidstaten zorgen ervoor dat indien een kredietinstelling niet langer deelneemt aan een depositogarantiestelsel en toetreedt tot een depositogarantiestelsel van een andere lidstaat, of indien sommige activiteiten van de kredietinstelling worden overgedragen aan een depositogarantiestelsel van een andere lidstaat, het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst aan het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst de bijdragen overdraagt die verschuldigd zijn gedurende de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de wijziging van de deelneming aan een depositogarantiestelsel, met uitzondering van de buitengewone bijdragen als bedoeld in artikel 10, lid 8.”;

(e)het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

“3 bis. Voor de toepassing van lid 3 zorgen de lidstaten ervoor dat het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst het in dat lid bedoelde bedrag binnen een maand na de wijziging van deelneming aan een depositogarantiestelsel overdraagt.”;

(f)het volgende lid 9 wordt toegevoegd:

“9. De EBA vaardigt richtlijnen uit over hoe de EBA de respectieve rollen ziet van de depositogarantiestelsels van de lidstaten van herkomst en van ontvangst, als bedoeld in lid 2, eerste alinea, die een lijst bevatten van omstandigheden en voorwaarden waaronder een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst moet kunnen besluiten om deposanten bij bijkantoren in een andere lidstaat terug te betalen, zoals bepaald in lid 2, derde alinea.”;

(15) Artikel 15 wordt vervangen door:

“Artikel 15

Bijkantoren van in derde landen gevestigde kredietinstellingen

De lidstaten verplichten bijkantoren van kredietinstellingen met hun hoofdkantoor buiten de Unie toe te treden tot een depositogarantiestelsel op hun grondgebied voordat zij dergelijke bijkantoren toestaan in aanmerking komende deposito’s in die lidstaten aan te nemen.”;

(16) het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 15 bis

Kredietinstellingen uit lidstaat met bijkantoren in derde landen

De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels geen dekking bieden aan deposanten bij bijkantoren die door deelnemende kredietinstellingen in derde landen zijn opgericht, behalve wanneer deze depositogarantiestelsels, onder voorbehoud van goedkeuring door de aangewezen autoriteit, overeenkomstige bijdragen van de betrokken kredietinstellingen innen.”;

(17) artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt vervangen door:

“1. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen de huidige en toekomstige deposanten de informatie verstrekken die deze deposanten nodig hebben om vast te stellen aan welke depositogarantiestelsels de kredietinstelling en haar bijkantoren binnen de Unie deelnemen. Kredietinstellingen verstrekken deze informatie in de vorm van een informatieblad dat is opgesteld in een formaat dat extraheerbaar is in de zin van artikel 2, punt 3, van Verordening (EU) XX/XXX van het Europees Parlement en de Raad [ESAP-verordening] ***.

_______________________________________________

***    Verordening (EU) XX/XXX van het Europees Parlement en de Raad van [dd mm jjjj] tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat centraal toegang biedt tot publiek beschikbare relevante informatie over financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid.”;

(b)het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

“1 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1 bedoelde informatieblad alle volgende informatie bevat:

i) basisinformatie over de bescherming van deposito’s;

ii) contactgegevens van de kredietinstelling als eerste contactpunt voor informatie over de inhoud van het informatieblad;

iii) het dekkingsniveau voor deposito’s als bedoeld in artikel 6, leden 1 en 2, in EUR of, indien relevant, in een andere valuta;

iv) toepasselijke uitsluitingen van bescherming door een depositogarantiestelsel;

v) de beschermingslimiet voor gezamenlijke rekeningen;

vi) de termijn voor terugbetaling indien een kredietinstelling niet langer aan haar verplichtingen voldoet;

vii) de munteenheid van terugbetaling;

viii) identificatie van het depositogarantiestelsel dat verantwoordelijk is voor de bescherming van een deposito, met inbegrip van een verwijzing naar zijn website.”;

(c)lid 2 wordt vervangen door:

“2. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen het in lid 1 bedoelde informatieblad verstrekken voordat zij een deposito-overeenkomst sluiten en vervolgens jaarlijks. De deposanten bevestigen de ontvangst van dat informatieblad.”;

(d)in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:

“De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen op de rekeningafschriften van hun deposanten bevestigen dat de deposito’s in aanmerking komende deposito’s zijn, met inbegrip van een verwijzing naar het informatieblad als bedoeld in lid 1.”;

(e)lid 4 wordt vervangen door:

“4. Lidstaten zorgen ervoor dat de kredietinstellingen in lid 1 bedoelde informatie ter beschikking stellen in hetzij de taal die door de deposant en de kredietinstelling werd overeengekomen toen de bankrekening werd geopend, hetzij de officiële taal of talen van de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd.”;

(f)leden 6 en 7 worden vervangen door:

“6. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen in geval van een fusie van kredietinstellingen, de omzetting van dochterondernemingen van een kredietinstelling in bijkantoren of soortgelijke operaties, hun deposanten hiervan ten minste één maand voordat de rechtsgevolgen ervan ingaan, in kennis stellen, tenzij de bevoegde autoriteit om redenen van zakelijke geheimhouding of financiële stabiliteit een kortere termijn toestaat. In die kennisgeving wordt toegelicht welke gevolgen de transactie heeft voor de bescherming van deposanten.

De lidstaten zorgen ervoor dat, indien als gevolg van operaties als bedoeld in de eerste alinea, deposanten met deposito’s bij die kredietinstellingen worden getroffen door de verlaagde depositobescherming, de betrokken kredietinstellingen deze deposanten ervan in kennis stellen dat zij binnen drie maanden na de kennisgeving als bedoeld in de eerst alinea hun in aanmerking komende deposito’s, met inbegrip van alle opgebouwde rente en uitkeringen, tot een bedrag dat gelijk staat aan de verloren dekking van deposito’s boetevrij kunnen opnemen of overboeken naar een andere kredietinstelling.

7. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen die niet langer deelnemen aan een depositogarantiestelsel hun deposanten hiervan ten minste één maand vóór een dergelijke cessie op de hoogte brengen.”;

(g)het volgende lid 7 bis wordt ingevoegd:

“7 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteiten, de depositogarantiestelsels en de kredietinstellingen de deposanten informeren, met inbegrip van een publicatie op hun website, over een vaststelling van een relevante administratieve autoriteit als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder b).’;

(h)lid 8 wordt vervangen door:

“8. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een deposant gebruik maakt van internetbankieren, kredietinstellingen de informatie die zij op grond van deze richtlijn aan hun deposanten moeten verstrekken, langs elektronische weg verstrekken, tenzij een deposant verzoekt om die informatie op papier te ontvangen.”;

(i)het volgende lid 9 wordt toegevoegd:

“9. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

a) de inhoud en het formaat van het informatieblad, als bedoeld in lid 1 bis;

b) de procedure die moet worden gevolgd voor het verstrekken van, en de inhoud van, de informatie die aan deposanten moet worden verstrekt in de mededelingen van aangewezen autoriteiten, depositogarantiestelsels of kredietinstellingen, in de situaties als bedoeld in de artikelen 8 ter en 8 quater en in de leden 6, 7 en 7 bis van dit artikel.

De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;

(18) het volgende artikel 16 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 16 bis

Uitwisseling van informatie tussen kredietinstellingen en depositogarantiestelsels, en verslaglegging door autoriteiten

1. De lidstaten zorgen ervoor dat aan depositogarantiestelsels te allen tijde en op verzoek van aan hen gelieerde kredietinstellingen alle informatie wordt verstrekt die nodig is om zich voor te bereiden op een terugbetaling aan deposanten, overeenkomstig het identificatievereiste van artikel 5, lid 4, met inbegrip van de informatie voor de toepassing van artikel 8, lid 5, en de artikelen 8 ter en 8 quater.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen, op verzoek van een depositogarantiestelsel, aan het depositogarantiestelsel waaraan zij deelnemen informatie verstrekken over:

(a)deposanten bij filialen van deze kredietinstellingen;

(b)deposanten die ontvangers zijn van diensten die worden verleend door deelnemende instellingen op basis van de vrijheid van dienstverrichting.

De in de punten a) en b) bedoelde informatie geeft aan in welke lidstaten die bijkantoren of deposanten gevestigd zijn.

3. De lidstaten stellen de EBA jaarlijks op 31 maart in kennis van het bedrag van de gedekte deposito’s in hun lidstaat, zoals berekend per 31 december van het voorgaande jaar. Uiterlijk op dezelfde datum brengen depositogarantiestelsels ook verslag uit aan de EBA over het bedrag van hun beschikbare financiële middelen, met inbegrip van het aandeel van geleende middelen, betalingsverplichtingen en het tijdschema voor het bereiken van het streefbedrag in geval van gebruik van DGS-middelen.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteiten de EBA zonder onnodige vertraging in kennis stellen van al het volgende:

(a)de vaststelling van niet-beschikbare deposito’s op grond van omstandigheden als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8;

(b)of een van de in artikel 11, leden 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen is toegepast en het bedrag van de gebruikte middelen overeenkomstig artikel 8, lid 1, en artikel 11, leden 2, 3 en 5, en, indien van toepassing en zodra beschikbaar, het teruggevorderde bedrag, de daaruit voortvloeiende kosten voor het depositogarantiestelsel en de duur van het terugvorderingsproces;

(c)de beschikbaarheid en het gebruik van alternatieve financieringsregelingen als bedoeld in artikel 10, lid 3;

(d)eventuele depositogarantiestelsels die niet langer actief zijn of de oprichting van een nieuw depositogarantiestelsel, onder meer als gevolg van een fusie of het feit dat een depositogarantiestelsel grensoverschrijdend is gaan opereren.

De in de eerste alinea bedoelde melding bevat een samenvatting van het volgende:

(a)de beginsituatie van de kredietinstelling;

(b)de maatregelen waarvoor de middelen van het depositogarantiestelsel zijn gebruikt;

(c)het verwachte bedrag aan beschikbare financiële middelen dat is gebruikt.

5. De EBA publiceert de overeenkomstig de leden 2 en 3 ontvangen informatie en de in lid 4 bedoelde samenvatting zonder onnodige vertraging.

6. De lidstaten zorgen ervoor dat de afwikkelingsautoriteiten van de kredietinstellingen die zijn aangesloten bij een depositogarantiestelsel aan dat depositogarantiestelsel op verzoek een samenvatting verstrekken van de belangrijkste elementen van de afwikkelingsplannen als bedoeld in artikel 10, lid 7, punt a), van Richtlijn 2014/59/EU, mits dergelijke informatie noodzakelijk is voor het depositogarantiestelsel en de aangewezen autoriteiten om de in artikel 11, leden 2, 3 en 5, en in artikel 11 sexies bedoelde verplichtingen uit te voeren.

7. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om de procedures te specificeren die moeten worden gevolgd bij het verstrekken van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde informatie, de modellen voor het verstrekken van die informatie en om de inhoud van die informatie nader te specificeren, rekening houdend met de soorten deposanten.

De EBA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk … [PB: gelieve datum in te voegen = 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;


(19) Bijlage I wordt geschrapt.

Artikel 2

Overgangsbepalingen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat bijkantoren van kredietinstellingen die hun hoofdkantoor buiten de Unie hebben en in aanmerking komende deposito’s in een lidstaat aannemen op ... [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van inwerkingtreding], en dat bijkantoren die op die datum niet deelnemen aan een depositogarantiestelsel uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 3 maanden na de inwerkingtreding], toetreden tot een depositogarantiestelsel dat op hun grondgebied actief is. Artikel 1, lid 15, is niet van toepassing op deze bijkantoren tot [PB: gelieve de datum in te voegen = 3 maanden na de inwerkingtreding].

2. In afwijking van artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2014/49/EU, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, en de artikelen 11 bis, 11 ter, 11 quater en 11 sexies met betrekking tot preventieve maatregelen, kunnen de lidstaten tot [PB: gelieve de datum in te voegen = 72 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] toestaan dat institutionele protectiestelsels als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt c), voldoen aan de nationale bepalingen ter uitvoering van artikel 11, lid 3 van Richtlijn 2014/49/EU zoals van toepassing op [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

Artikel 3

Omzetting

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te vullen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] worden vastgesteld en bekendgemaakt. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Zij passen die bepalingen toe vanaf ... [PB: gelieve de datum in te vullen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn]. Zij passen echter de bepalingen toe die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, lid 3, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, en aan de artikelen 11 bis, 11 ter, 11 quater en 11 sexies met betrekking tot preventieve maatregelen vanaf ... [PB: gelieve de datum in te vullen = 48 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.


Artikel 5

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.