Artikelen bij COM(2012)787 - Criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG niet langer als afval wordt aangemerkt

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.


Artikel 1 - Onderwerp

In deze verordening worden criteria vastgesteld die bepalen wanneer koperschroot niet langer afval is.

Artikel 2 - Definities

In het kader van deze verordening zijn de definities van Richtlijn 2008/98/EG van toepassing.

Daarnaast zijn de volgende definities van toepassing:

1. koperschroot: metaalschroot dat voornamelijk bestaat uit koper en koperlegeringen;

2. houder: de natuurlijke of rechtspersoon die in het bezit is van koperschroot;

3. producent: de houder die voor de eerste keer koperschroot dat niet langer afval is, overdraagt aan een andere houder;

4. importeur: een binnen de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die koperschroot dat niet langer afval is, in het douanegebied van de Unie binnenbrengt;

5. gekwalificeerd personeel: personeel dat door ervaring of opleiding gekwalificeerd is om de eigenschappen van koperschroot te bewaken en te evalueren;

6. visuele controle: de controle van koperschroot die alle onderdelen van een zending omvat en waarbij gebruik wordt gemaakt van menselijke zintuigen of niet-gespecialiseerde apparatuur;

7. zending: een partij koperschroot die bestemd is voor levering van een producent aan een andere houder en die kan zijn ingesloten in hetzij één, hetzij meerdere vervoerseenheden, zoals containers.

Artikel 3 - Criteria voor koperschroot

Koperschroot geldt niet langer als afval wanneer bij overdracht door de producent aan een andere houder aan alle hierna volgende voorwaarden is voldaan:

(1) het door terugwinning verkregen koperschroot voldoet aan de criteria van bijlage I, afdeling 1;

(2) de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen voldoen aan de criteria van bijlage I, afdeling 2;

(3) de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen zijn verwerkt overeenkomstig de criteria van bijlage I, afdeling 3;

(4) de producent heeft voldaan aan de voorschriften van de artikelen 4 en 5.

Artikel 4 - Conformiteitsverklaring

1. De producent of de importeur geeft voor elke zending koperschroot een conformiteitsverklaring af overeenkomstig het in bijlage II opgenomen model.

2. De producent of importeur draagt de conformiteitsverklaring over aan de volgende houder van de zending koperschroot. De producent of importeur houdt een afschrift van de conformiteitsverklaring tot ten minste één jaar na de datum van afgifte in zijn bezit en stelt het op verzoek ter beschikking aan de bevoegde instanties.

3. De conformiteitsverklaring mag in elektronische vorm zijn opgesteld.

Artikel 5 - Beheersysteem

1. De producent past een beheersysteem toe waarmee kan worden aangetoond dat aan de criteria van artikel 3 is voldaan.

2. Het beheersysteem omvat een reeks gedocumenteerde procedures met betrekking tot elk van de volgende aspecten:

(a) bewaking van de kwaliteit van het door terugwinning verkregen koperschroot, zoals vastgelegd in bijlage I, afdeling 1 (inclusief bemonstering en analyse);

(b) doeltreffendheid van de stralingsbewaking zoals vastgelegd in bijlage I, punt 1.5;

(c) acceptatiecontrole van afvalstoffen die worden gebruikt als input voor de terugwinningsactiviteit overeenkomstig bijlage I, afdeling 2;

(d) bewaking van de in bijlage I, afdeling 3.3, beschreven verwerkingsprocessen en -technieken;

(e) feedback van klanten met betrekking tot het behalen van de vereiste kwaliteit van koperschroot;

(f) bijhouden van registers met de resultaten van de krachtens de punten a) tot en met d) verrichte bewaking;

(g) toetsing en verbetering van het beheersysteem;

(h) opleiding van personeel.

3. Het beheersysteem schrijft ook de in bijlage I voor elk criterium vastgestelde specifieke bewakingseisen voor.

4. In de gevallen waarin een vroegere houder een van de in bijlage I, punt 3.3, bedoelde verwerkingen verricht, zorgt de producent ervoor dat de leverancier een beheersysteem toepast dat voldoet aan de eisen van dit artikel.

5. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad die een accreditatie heeft verkregen overeenkomstig die verordening, of een milieuverificateur als gedefinieerd in artikel 2, punt 20, onder b), van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad die een accreditatie of vergunning heeft verkregen overeenkomstig die verordening, verifieert of het beheersysteem voldoet aan de eisen van dit artikel. Deze verificatie vindt om de drie jaar plaats.

Alleen verificateurs van wie de accreditatie of vergunning betrekking heeft op de hierna genoemde gebieden en NACE-codes, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad, worden geacht over voldoende specifieke ervaring te beschikken om de in deze verordening bedoelde verificatie te verrichten:

(a) * NACE-code 38 (inzameling, verwerking en verwijdering van afval; terugwinning); of

(b) * NACE-code 24 (vervaardiging van metalen in primaire vorm), in het bijzonder met inbegrip van subcode 24.44 (productie van koper).

6. De importeur verlangt van zijn leveranciers dat zij een beheersysteem toepassen dat voldoet aan de eisen van de leden 1, 2 en 3 en dat is gecontroleerd door een onafhankelijke externe verificateur.

Het beheersysteem van de leverancier wordt gecertificeerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die is geaccrediteerd door een van de hierna genoemde instanties:

(a) een accreditatie-instantie die voor deze activiteit met goed gevolg de collegiale toetsing door de overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 765/2008 erkende instantie heeft doorstaan;

(b) een milieuverificateur die een accreditatie of vergunning heeft verkregen van een accreditatie- of vergunningsinstantie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1221/2009 die tevens is onderworpen aan collegiale toetsing overeenkomstig artikel 31 van die verordening.

Verificateurs die activiteiten in derde landen wensen te ontplooien, dienen een specifieke accreditatie of vergunning te verkrijgen overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 765/2008 of Verordening (EG) nr. 1221/2009 in samenhang met Besluit 2011/832/EU van de Commissie.

7. De producent geeft de bevoegde instanties op hun verzoek toegang tot het beheersysteem.

Artikel 6 - Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing [zes maanden na de dag van de vaststelling].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.