Artikelen bij COM(2023)227 - Wijziging van Richtlijn 2014/59/EU wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, de voorwaarden voor afwikkeling en de financiering van afwikkelingsmaatregelen - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2023)227 - Wijziging van Richtlijn 2014/59/EU wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, de voorwaarden voor afwikkeling en de ... |
---|---|
document | COM(2023)227 ![]() ![]() |
datum | 18 april 2023 |
Artikel 1
Wijziging van Richtlijn 2014/59/EU
Richtlijn 2014/59/EU wordt als volgt gewijzigd:
(1) artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
(a)het volgende punt 29 bis wordt ingevoegd:
“29 bis) “alternatieve maatregel vanuit de particuliere sector”: elke steun die niet aangemerkt is als buitengewone openbare financiële steun;’;
(b)punt 35 wordt vervangen door:
“35) “kritieke functies”: activiteiten, diensten of bedrijfsactiviteiten waarvan de onderbreking naar alle waarschijnlijkheid in een of meer lidstaten tot een verstoring van essentiële diensten aan de reële economie zal leiden of, wegens de omvang of het marktaandeel van een instelling of groep, haar verwevenheid met entiteiten binnen en buiten een groep, haar complexiteit of haar grensoverschrijdende activiteiten, de financiële stabiliteit op nationaal of regionaal niveau zal verstoren, vooral wat de vervangbaarheid ervan betreft;”;
(c)punt 71 wordt vervangen door:
“71) “bail-inbare passiva”: de passiva, met inbegrip van die welke aanleiding geven tot boekhoudkundige voorzieningen, en kapitaalinstrumenten die niet in aanmerking komen als tier 1-kernkapitaalinstrumenten, aanvullende tier 1-instrumenten of tier 2-instrumenten van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), en die niet van het toepassingsgebied van het instrument van bail-in zijn uitgesloten op grond van artikel 44, lid 2;”;
(d)de volgende punten 83 quinquies en 83 sexies worden ingevoegd:
“83 quinquies) “niet-EU mondiaal systeemrelevante instelling” of “niet-EU-MSI”: een niet-EU-MSI in de zin van artikel 4, lid 1, punt 134, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
(83 sexies) “MSI-entiteit”: een entiteit uit de financiële sector in de zin van artikel 4, lid 1, punt 136, van Verordening (EU) nr. 575/2013;”;
(e)het volgende punt 93 bis wordt ingevoegd:
“93 bis) “deposito”: ten behoeve van artikelen 108 en 109, deposito zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 3), van Richtlijn 2014/49/EU;”;
(2) In artikel 5 worden de leden 2, 3 en 4 vervangen door:
“2. De bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de instellingen hun herstelplannen ten minste een keer per jaar bijwerken of na een verandering in de juridische of organisatiestructuur van de instelling, haar bedrijfsactiviteiten of haar financiële positie, welke een wezenlijk effect op het herstelplan kan hebben of een materiële wijziging hierin noodzakelijk maakt. De bevoegde autoriteiten kunnen van de instellingen eisen dat deze hun herstelplannen vaker bijwerken.
In afwezigheid van veranderingen genoemd in het eerste lid in de 12 maanden volgend op de meest recente jaarlijkse update van het herstelplan kunnen de bevoegde autoriteiten uitzonderlijk afstand doen van de verplichting om het herstelplan te updaten tot de volgende periode van 12 maanden.
3. De herstelplannen gaan niet uit van toegang tot of ontvangst van een van de volgende zaken:
(a)buitengewone openbare financiële steun;
(b)noodliquiditeitssteun van een centrale bank;
(c)liquiditeitssteun van een centrale bank die is verleend onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd of rentevoet.
4. In de herstelplannen wordt, in voorkomend geval, geanalyseerd hoe en wanneer een instelling onder de in het plan vermelde omstandigheden een verzoek om het gebruik van centrale bankfaciliteiten die niet zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van het herstelplan uit hoofde van lid 3 mag indienen, en wordt aangegeven welke activa naar verwachting als zekerheid in aanmerking zouden komen.”;
(3) In artikel 6 wordt lid 5 vervangen door:
“5. Indien de bevoegde autoriteit oordeelt dat het herstelplan wezenlijke tekortkomingen vertoont of dat er wezenlijke belemmeringen zijn voor de tenuitvoerlegging ervan, stelt zij de instelling of de moederonderneming van de groep in kennis van haar beoordeling en eist zij dat de instelling binnen 3 maanden, met de toestemming van de autoriteiten verlengbaar met 1 maand, een herzien plan indient waaruit blijkt hoe de tekortkomingen of belemmeringen worden aangepakt.”;
(4) In artikel 8, lid 2, wordt de derde alinea vervangen door:
“Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), Verordening (EU) nr. 1093/2010 de bevoegde autoriteiten helpen bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”;
(5) In artikel 10 wordt het volgende lid 8 bis ingevoegd:
“8 bis. Afwikkelingsautoriteiten keuren geen afwikkelingsplannen goed wanneer een instelling wordt geliquideerd overeenkomstig het toepasselijke nationale recht uit hoofde van artikel 32 ter of wanneer artikel 37, lid 6, van toepassing is.”;
(6) Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
(a)aan lid 1 wordt de volgende derde alinea toegevoegd:
“De vaststelling van de maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van de in de eerste alinea, punt b), bedoelde dochterondernemingen die geen af te wikkelen entiteiten zijn, kan door de af te wikkelen entiteiten aan een vereenvoudigde aanpak worden onderworpen indien een dergelijke aanpak de afwikkelbaarheid van de groep niet negatief beïnvloedt, rekening houdend met de omvang van de dochteronderneming, haar risicoprofiel, het ontbreken van kritieke functies en de afwikkelingsstrategie van de groep.”;
(b)het volgende lid 5 bis wordt ingevoegd:
“5 bis. Afwikkelingsautoriteiten keuren geen afwikkelingsplannen goed wanneer een entiteit wordt geliquideerd overeenkomstig het toepasselijke nationale recht uit hoofde van artikel 32 ter of wanneer artikel 37, lid 6, van toepassing is.”;
(7) In artikel 13, lid 4, wordt de vierde alinea vervangen door:
“Op verzoek van een afwikkelingsautoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de afwikkelingsautoriteiten bijstaan bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”;
(8) Aan artikel 15 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:
“5. De EBA controleert de opstelling van een intern beleid voor en de uitvoering van de afwikkelbaarheidsbeoordelingen van instellingen of groepen die door de afwikkelingsautoriteiten voorzien waren in dit artikel en in artikel 16. De EBA brengt aan de Commissie verslag uit over de bestaande praktijken inzake afwikkelbaarheidsbeoordelingen en mogelijke verschillen tussen lidstaten tegen … [PB in te voegen datum = 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en controleert indien passend de uitvoering van aanbevelingen die in dat verslag staan.
Het in de eerste alinea bedoelde verslag omvat ten minste het volgende:
(a)een beoordeling van de methoden die door afwikkelingsautoriteiten zijn ontwikkeld om afwikkelbaarheidsbeoordelingen te maken, waarbij ook mogelijke verschillen tussen lidstaten worden bekeken;
(b)een beoordeling van de testcapaciteiten die afwikkelingsautoriteiten nodig hebben om een effectieve uitvoering van de afwikkelingsstrategie te waarborgen;
(c)het niveau van transparantie ten aanzien van relevante belanghebbenden van de methoden die door afwikkelingsautoriteiten zijn ontwikkeld om afwikkelbaarheidsbeoordelingen te maken en de uitkomst daarvan.”;
(9) Aan artikel 16 bis wordt het volgende lid 7 toegevoegd:
“7. Wanneer een entiteit niet op dezelfde basis aan het gecombineerde buffervereiste is onderworpen als de basis waarop zij aan de in de artikelen 45 quater en 45 quinquies bedoelde vereisten moet voldoen, passen de afwikkelingsautoriteiten de leden 1 tot en met 6 van dit artikel toe op basis van de raming van het gecombineerde buffervereiste dat is berekend overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118* van de Commissie. Artikel 128, vierde lid, van Richtlijn 2013/36/EU is van toepassing.
De afwikkelingsautoriteiten nemen het in de eerste alinea bedoelde geraamde gecombineerde buffervereiste op in het besluit tot vaststelling van de in de artikelen 45 quater en 45 quinquies van deze Richtlijn bedoelde vereisten. De entiteit maakt het geraamde gecombineerde buffervereiste samen met de in artikel 45 decies, lid 3 bedoelde informatie openbaar.
______________________________
* Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118 van de Commissie van 26 maart 2021 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de door afwikkelingsautoriteiten te gebruiken methode voor het ramen van het in artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad bedoelde vereiste en het gecombineerde buffervereiste voor af te wikkelen entiteiten op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep, ingeval de af te wikkelen groep niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van die richtlijn (PB L 241 van 8.7.2021, blz. 1).;”
(10) In artikel 17, lid 4, wordt de volgende derde alinea toegevoegd:
“Als de door de betrokken autoriteit voorgestelde maatregelen de belemmeringen voor de afwikkelbaarheid effectief wegnemen, zal de afwikkelingsautoriteit, na raadpleging van de bevoegde autoriteit, een beslissing nemen. Uit die beslissing zal blijken dat de voorgestelde maatregelen de belemmeringen voor de afwikkelbaarheid effectief verminderen of wegnemen en van de entiteit vereisen dat zij de voorgestelde maatregelen uitvoert.”;
(11) Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 4 wordt vervangen door:
“4. De afwikkelingsautoriteit op groepsniveau deelt elke maatregel die wordt voorgesteld door de EU-moederonderneming, mee aan de consoliderende toezichthouder, de EBA, de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen en de afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor. Na raadpleging van de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten in de rechtsgebieden waar significante bijkantoren gevestigd zijn, doet de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen alles wat in hun vermogen ligt om binnen het afwikkelingscollege tot een gezamenlijk besluit te komen met betrekking tot de vaststelling van de wezenlijke belemmeringen en, indien nodig, de beoordeling van de door de EU-moederonderneming voorgestelde maatregelen alsmede de door de autoriteiten geëiste maatregelen om de belemmeringen aan te pakken of weg te nemen, waarbij rekening gehouden wordt met de mogelijke gevolgen van de maatregelen in alle lidstaten waar de groep actief is.”;
(b)lid 9 wordt vervangen door:
“9. Bij het uitblijven van een gezamenlijk besluit over het nemen van maatregelen als bedoeld in artikel 17, lid 5, punt g), h) of k), kan de EBA, op verzoek van een afwikkelingsautoriteit overeenkomstig leden 6, 6 bis of 7 van dit artikel, de afwikkelingsautoriteiten overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 assistentie verlenen bij het bereiken van overeenstemming.”;
(12) De artikelen 27 en 28 worden vervangen door:
“Artikel 27
Vroegtijdige-interventiemaatregelen
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat bevoegde autoriteiten vroegtijdige-interventiemaatregelen kunnen toepassen indien een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
(a)de instelling of entiteit voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 102 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 38 van Richtlijn (EU) 2019/2034, of de bevoegde autoriteit heeft bepaald dat de door de instelling of entiteit toegepaste regelingen, strategieën, processen en mechanismen en de eigen fondsen en liquiditeit die door die instelling of entiteit worden aangehouden, geen gezond beheer en gezonde dekking van haar risico’s waarborgt, en geen van de volgende zaken is van toepassing:
i) de instelling of entiteit heeft niet de door de bevoegde autoriteit vereiste corrigerende maatregelen genomen, waaronder de maatregelen bedoeld in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2019/2034;
ii) de bevoegde autoriteit oordeelt dat andere corrigerende maatregelen dan vroegtijdige-interventiemaatregelen onvoldoende zijn om de problemen aan te pakken, onder meer vanwege een snelle en aanzienlijke verslechtering van de financiële situatie van de instelling of entiteit;
(b)de instelling of entiteit schendt in de twaalf maanden na de beoordeling van de bevoegde autoriteit de vereisten die zijn vastgelegd in titel II van Richtlijn 2014/65/EU, in de artikelen 3 tot en met 7, de artikelen 14 tot en met 17, of de artikelen 24, 25 en 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014, of in de artikelen 45 sexies of 45 septies van deze verordening, of zal deze waarschijnlijk schenden.
De bevoegde autoriteit kan bepalen dat aan de in de eerste alinea, punt a), ii), bedoelde voorwaarde is voldaan zonder eerder andere corrigerende maatregelen te hebben genomen, waaronder de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel lid 39, Richtlijn (EU) nr. 2019/2034.
1 bis. Voor de toepassing van lid 1 omvatten de vroegtijdige-interventiemaatregelen het volgende:
(a)het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een van de volgende handelingen verricht:
i) een of meer regelingen of maatregelen van het herstelplan uitvoeren;
ii) het herstelplan overeenkomstig artikel 5, lid 2, bijwerken wanneer de omstandigheden die tot de vroegtijdige interventie hebben geleid, verschillen van de aannamen in het oorspronkelijke herstelplan en binnen een specifieke termijn een of meer van de in het bijgewerkte herstelplan opgenomen regelingen of maatregelen uitvoeren;
(b)het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een vergadering van aandeelhouders van de entiteit bijeenroept, of, indien het leidinggevend orgaan niet aan dat vereiste voldoet, zelf rechtstreeks een aandeelhoudersvergadering bijeenroepen, en in beide gevallen de agenda vaststellen en verlangen dat bepaalde besluiten ter aanneming door de aandeelhouders worden voorgelegd;
(c)het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een plan opstelt, in voorkomend geval in overeenstemming met het herstelplan, voor onderhandelingen over de herstructurering van de schuld met sommige of al haar crediteuren;
(d)het vereiste om de juridische structuur van de instelling te wijzigen;
(e)het vereiste om het hoger management of het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), in zijn geheel of met betrekking tot individuele personen te ontslaan of te vervangen, overeenkomstig artikel 28;
(f)aanstelling van een of meer tijdelijk bewindvoerders in de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), overeenkomstig artikel 29.
2. De bevoegde autoriteiten kiezen de passende vroegtijdige-interventiemaatregelen op basis van wat evenredig is met de nagestreefde doelstellingen, gelet op de ernst van de inbreuk of waarschijnlijke inbreuk en de snelheid van de verslechtering van de financiële situatie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), naast andere relevante informatie.
3. Voor elk van de in lid 1 bis genoemde maatregelen stellen de bevoegde autoriteiten een termijn vast die passend is voor de voltooiing van die maatregel en die de bevoegde autoriteit in staat stelt de doeltreffendheid ervan te beoordelen.
4. De EBA vaardigt uiterlijk [PB in te voegen datum = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijziging van richtlijn] richtlijnen uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 om de consequente toepassing van de in lid 1 van dit artikel genoemde voorwaarden te stimuleren.
Artikel 28
Vervanging van het hoger management of het leidinggevend orgaan
Voor de toepassing van artikel 27, lid 1a, punt e), zorgen de lidstaten ervoor dat het nieuwe hoger management of leidinggevend orgaan, of worden individuele leden van die organen, benoemd overeenkomstig de wetgeving van de Unie en de nationale wetgeving en onderworpen aan de goedkeuring van de bevoegde autoriteit.”;
(13) Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
(a)de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:
“1. Voor de toepassing van artikel 27, lid 1a, punt f), zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten op basis van wat onder de omstandigheden evenredig is, een tijdelijke bewindvoerder aanstellen om een van de volgende zaken te doen:
(a)het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), tijdelijk vervangen;
(b)tijdelijk werken met het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), .
De bevoegde autoriteit specificeert haar keuze onder de punten a) of b) bij de benoeming van de tijdelijke bewindvoerder.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), specificeert de bevoegde autoriteit voorts op het tijdstip van de benoeming van de tijdelijke bewindvoerder de rol, taken en bevoegdheden van die tijdelijke bewindvoerder en eventuele vereisten voor het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit om de tijdelijke bewindvoerder te raadplegen of de goedkeuring van de tijdelijke bewindvoerder te verkrijgen alvorens bepaalde besluiten of maatregelen te nemen.
De lidstaten eisen van de bevoegde autoriteit dat zij de aanstelling van een tijdelijk bewindvoerder openbaar maakt, behalve indien de tijdelijke bewindvoerder niet de bevoegdheid heeft om de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instelling of entiteit te vertegenwoordigen.
De lidstaten zorgen er voorts voor dat een tijdelijke bewindvoerder voldoet aan de vereisten van artikel 91, leden 1, 2 en 8, van Richtlijn 2013/36/EU. De beoordeling door bevoegde autoriteiten of de tijdelijke bewindvoerder aan die vereisten voldoet, maakt integraal deel uit van het besluit tot benoeming van die tijdelijke bewindvoerder.
2. Welke bevoegdheden de tijdelijk bewindvoerder heeft, wordt bij zijn of haar aanstelling door de bevoegde autoriteit naargelang van de omstandigheden bepaald. Deze bevoegdheden kunnen sommige of alle bevoegdheden omvatten die het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), krachtens de statuten van de instelling of entiteit en het nationale recht heeft, met inbegrip van de bevoegdheid om sommige of alle bestuurlijke taken van het bestuur van de instelling of entiteit uit te oefenen. De bevoegdheden van de tijdelijk bewindvoerder met betrekking tot de instelling of entiteit moeten voldoen aan het toepasselijke vennootschapsrecht.
3. De bevoegde autoriteit bakent bij de aanstelling van de tijdelijk bewindvoerder diens rol en taken af. Die rollen en taken kunnen de volgende zaken omvatten:
(a)beoordelen van de financiële positie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d);
(b)beheren van het bedrijf of een deel van het bedrijf door de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), om haar financiële positie te behouden of te herstellen;
(c)maatregelen nemen om het gezonde en voorzichtige beheer van het bedrijf of de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te herstellen.
De bevoegde autoriteit specificeert beperkingen op de rol en taken van de tijdelijk bewindvoerder op het ogenblik van zijn of haar aanstelling.”;
(b)in lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:
“Hoe dan ook mag de tijdelijk bewindvoerder de bevoegdheid om de algemene aandeelhoudersvergadering van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), bijeen te roepen en de agenda van die vergadering vast te stellen, alleen uitoefenen na voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit.”;
(c)Lid 6 wordt vervangen door:
“6. Op verzoek van de bevoegde autoriteit stelt de tijdelijke bewindvoerder met door de bevoegde autoriteit vastgestelde tussenpozen en in elk geval aan het einde van zijn mandaat verslagen op over de financiële positie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), en over de handelingen die hij gedurende zijn mandaat heeft verricht.”;
(14) Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
(a)de titel wordt vervangen door:
“Coördinatie van vroegtijdige-interventiemaatregelen met betrekking tot groepen”;
(b)de leden 1 tot en met 4 worden vervangen door:
“1. Indien is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 met betrekking tot een EU-moederonderneming, brengt de consoliderende toezichthouder de EBA op de hoogte en raadpleegt hij de andere bevoegde autoriteiten binnen het college van toezichthouders alvorens een vroegtijdige-interventiemaatregel toe te passen.
2. Ten vervolge op de in lid 1 genoemde kennisgeving en raadpleging beslist de consoliderende toezichthouder of de vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 voor de betrokken EU-moederonderneming zullen worden toegepast, rekening houdend met het effect van deze maatregelen op de groepsentiteiten in andere lidstaten. De consoliderende toezichthouder stelt de EBA binnen het toezichtcollege alsook de andere bevoegde autoriteiten van het besluit in kennis.
3. Indien aan de voorwaarden voor het opleggen van vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 is voldaan met betrekking tot een dochteronderneming van een EU-moederonderneming, stelt de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor toezicht op individuele basis en die voornemens is in overeenstemming met deze artikelen een maatregel te nemen, de EBA in kennis en raadpleegt zij de consoliderende toezichthouder.
Na ontvangst van de kennisgeving kan de consoliderende toezichthouder beoordelen welke gevolgen het opleggen van vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 in de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), in kwestie voor de groep of groepsentiteiten in andere lidstaten zal hebben. De bevoegde autoriteit wordt door de consoliderende toezichthouder binnen drie dagen van deze beoordeling in kennis gesteld.
Na die kennisgeving en dat overleg beslist de bevoegde autoriteit of er een vroegtijdige-interventiemaatregel moet worden toegepast. Daarbij wordt naar behoren rekening gehouden met een eventuele beoordeling van de consoliderende toezichthouder. De bevoegde autoriteit stelt de EBA en andere bevoegde autoriteiten binnen het toezichtcollege van het besluit in kennis.
4. Indien meerdere bevoegde autoriteiten voornemens zijn een vroegtijdige-interventiemaatregel in hoofde van artikel 27 toe te passen voor meerdere instellingen of entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), in dezelfde groep, gaan de consoliderende toezichthouder en de andere betrokken bevoegde autoriteiten na of het de voorkeur verdient voor alle betrokken entiteiten dezelfde tijdelijk bewindvoerder aan te stellen, dan wel de toepassing van de maatregelen van artikel 27 op meerdere instellingen te coördineren teneinde oplossingen te faciliteren waarmee de financiële positie van de betrokken instelling wordt hersteld. De beoordeling neemt de vorm aan van een gezamenlijk besluit van de consoliderende toezichthouder en de andere betrokken bevoegde autoriteiten. Het gezamenlijk besluit wordt binnen 5 dagen na de datum van de in lid 1 bedoelde kennisgeving genomen. Het gezamenlijk besluit wordt gemotiveerd en vastgelegd in een document dat door de consoliderende toezichthouder wordt verstrekt aan de EU-moederonderneming.
Op verzoek van de bevoegde autoriteiten kan de EBA overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 een bevoegde autoriteit assistentie verlenen bij het bereiken van overeenstemming.
Indien niet binnen 5 dagen een gezamenlijk besluit is genomen, kunnen de consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten van de dochterondernemingen individuele besluiten nemen over de aanstelling van een tijdelijk bewindvoerder voor de instellingen of entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), waarvoor zij verantwoordelijk zijn en over de toepassing van maatregelen van artikel 27.”;
(c)Lid 6 wordt vervangen door:
“6. De EBA kan op verzoek van een bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten die voornemens zijn een of meer van de maatregelen in artikel 27, lid 1 bis, van deze richtlijn met betrekking tot de punten 4, 10, 11 en 19 van deel A van de bijlage bij deze richtlijn, in artikel 27, lid 1 bis, punt c), van deze richtlijn of in artikel 27, lid 1 bis, punt d) van deze richtlijn toe te passen, helpen bij het bereiken van overeenstemming met artikel 19, lid 3 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;
(15) Het volgende artikel 30 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 30 bis
Voorbereiding van de afwikkeling
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten de afwikkelingsautoriteiten onverwijld in kennis stellen van al het volgende:
(a)alle in artikel 104, lid 1 van Richtlijn 2013/36/EU genoemde maatregelen waarvan zij eisen dat een in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), van deze Richtlijn genoemde instelling of entiteit ze neemt;
(b)wanneer uit de toezichtactiviteit blijkt dat met betrekking tot een in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), van deze Richtlijn genoemde instelling of entiteit aan de voorwaarden van artikel 27, lid 1, van deze verordening is voldaan, de beoordeling dat aan die voorwaarden is voldaan, ongeacht eventuele vroegtijdige-interventiemaatregelen;
(c)de toepassing van een van de in artikel 27 bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen.
De bevoegde autoriteiten houden, in samenwerking met de afwikkelingsautoriteiten, nauwlettend toezicht op de situatie van de instelling of entiteit en op hun naleving van de in de eerste alinea, punt a), bedoelde maatregelen die erop gericht zijn een verslechtering van de situatie van die instelling of entiteit aan te pakken en met de in de eerste alinea, punt c), bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen.
2. De bevoegde autoriteiten stellen de afwikkelingsautoriteiten zo snel mogelijk in kennis als zij van mening zijn dat er een wezenlijk risico is dat een of meer van de omstandigheden in artikel 32, lid 4 van toepassing zouden zijn in verband met een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d). Die kennisgeving bevat:
(a)de redenen van de melding;
(b)een overzicht van de maatregelen die het falen van de instelling of entiteit binnen een redelijk tijdsbestek zouden voorkomen, het verwachte effect daarvan op de instelling of entiteit wat betreft de in artikel 32, lid 4, bedoelde omstandigheden en het verwachte tijdschema voor de uitvoering van die maatregelen.
Na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving beoordelen de afwikkelingsautoriteiten, in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten, wat een redelijk tijdsbestek is voor de beoordeling van de in artikel 32, lid 1, punt b), bedoelde toestand, rekening houdend met de snelheid waarmee de omstandigheden van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), verslechteren, de noodzaak om de afwikkelingsstrategie effectief uit te voeren en andere relevante overwegingen. De afwikkelingsautoriteiten delen die beoordeling zo snel mogelijk mee aan de bevoegde autoriteiten.
Na de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving controleren de bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten, in nauwe samenwerking, de situatie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), de uitvoering van eventuele relevante maatregelen binnen hun verwachte termijn en alle andere relevante ontwikkelingen. Daartoe komen de afwikkelingsautoriteiten en bevoegde autoriteiten regelmatig bijeen, met een door de afwikkelingsautoriteiten vastgestelde frequentie, rekening houdend met de omstandigheden van het geval. De bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten verstrekken elkaar onverwijld alle relevante informatie.
3. De bevoegde autoriteiten verstrekken de afwikkelingsautoriteiten alle informatie die door de afwikkelingsautoriteiten wordt gevraagd en die nodig is voor de volgende zaken:
(a)actualiseren van het afwikkelingsplan en voorbereiden van de mogelijke afwikkeling van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d);
(b)uitvoeren van een de artikel 36 bedoelde waardering.
Indien de bevoegde autoriteiten nog niet over dergelijke informatie beschikken, werken de afwikkelingsautoriteiten en de bevoegde autoriteiten samen en coördineren zij hun werkzaamheden om die informatie te verkrijgen. Daartoe hebben de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid om van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te vragen dat zij deze informatie verstrekken, met inbegrip van inspecties ter plaatse, en om die informatie te verstrekken aan de afwikkelingsautoriteiten.
4. De bevoegdheden van de afwikkelingsautoriteiten omvatten de bevoegdheid om de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te verkopen aan potentiële kopers, of om regelingen te treffen voor een dergelijke verkoop, of om van de instelling of entiteit te vragen dat zij dit doen, voor de volgende doeleinden:
(a)voorbereidingen treffen voor de afwikkeling van die instelling of entiteit, afhankelijk van de in artikel 39, lid 2 genoemde voorwaarden en de vertrouwelijkheidsbepalingen in artikel 84;
(b)de beoordeling door de afwikkelingsautoriteit van de in artikel 32, lid 1, punt b) bedoelde voorwaarde mee te delen.
5. Voor de toepassing van lid 4 hebben de afwikkelingsautoriteiten de bevoegdheid om de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te vragen een digitaal platform in te voeren waarop de informatie die noodzakelijk is voor de verkoop van die instelling of entiteit, wordt gedeeld met potentiële kopers of met adviseurs en schatters die door de afwikkelingsautoriteit zijn ingeschakeld.
6. De vaststelling dat aan de in artikel 27, lid 1 is voldaan en de voorafgaande goedkeuring van vroegtijdige-interventiemaatregelen zullen geen noodzakelijke voorwaarden zijn voor afwikkelingsautoriteiten om voorbereidingen te treffen voor de afwikkeling van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), of om de in de leden 4 en 5 van dit artikel genoemde bevoegdheid uit te oefenen.
7. De afwikkelingsautoriteiten stellen de bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van elke maatregel die is genomen in hoofde van de leden 4 en 5.
8. De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten nauw samenwerken:
(a)wanneer zij overwegen de in lid 1, eerste alinea, punt a), van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen om een verslechtering van de situatie van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), aan te pakken, alsmede de in lid 1, eerste alinea, punt c), bedoelde maatregelen van dit artikel;
(b)wanneer zij overwegen een van de in de leden 4 en 5 bedoelde maatregelen te nemen;
(c)tijdens de uitvoering van de in punten a) en b) van deze alinea bedoelde maatregelen.
De bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten dragen er zorg voor dat die maatregelen en acties consistent, gecoördineerd en effectief zijn.”;
(16) in artikel 31, lid 2, worden de punten c) en d) vervangen door:
“c) overheidsmiddelen beschermen door het beroep op buitengewone openbare financiële steun tot een minimum te beperken, met name wanneer deze uit de begroting van een lidstaat komt;
d) deposanten beschermen en tegelijkertijd de verliezen voor depositogarantiestelsels tot een minimum beperken, en beleggers die onder Richtlijn 97/9/EG vallen, beschermen;”;
(17) Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:
(a)leden 1 en 2 worden vervangen door:
“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel nemen in verband met een instelling of entiteit als de afwikkelingsautoriteiten, na ontvangst van een mededeling in hoofde van lid 2 of op eigen initiatief volgens de procedure die is vastgelegd in lid 2, aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
(a)de instelling faalt of zal waarschijnlijk falen;
(b)gezien de timing, de noodzaak om de afwikkelingsstrategie effectief uit te voeren en andere relevante omstandigheden valt het redelijkerwijs niet te verwachten dat ten aanzien van de instelling genomen alternatieve maatregelen van de particuliere sector, met inbegrip van maatregelen door een institutioneel protectiestelsel, maatregelen van een toezichthouder, vroegtijdige-interventiemaatregelen of de afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva, als bedoeld in artikel 59, lid 2, het falen van de instelling binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen;
(c)een afwikkelingsmaatregel is het algemeen belang als bedoeld in lid 5.
2. De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteit, na raadpleging van de afwikkelingsautoriteit, een beoordeling maakt van de in lid 1, punt a) genoemde voorwaarde.
De lidstaten kunnen bepalen dat de beoordeling van de in lid 1, punt a) genoemde voorwaarde door de bevoegde autoriteit kan worden gemaakt, na raadpleging van de bevoegde autoriteit, indien de afwikkelingsautoriteiten krachtens het nationale recht beschikken over de nodige instrumenten om die beoordeling te maken, en in het bijzonder een passende toegang tot de relevante informatie. In een dergelijk geval dragen de lidstaten er zorg voor dat de bevoegde autoriteit de afwikkelingsautoriteit onverwijld alle relevante informatie bezorgt die deze laatste vraagt om haar beoordeling te maken, voor- of nadat zij door de afwikkelingsautoriteit op de hoogte is gebracht van haar voornemen om die beoordeling te maken.
De beoordeling van de in lid 1, punt b) genoemde voorwaarde wordt gemaakt door de afwikkelingsautoriteit in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteit verstrekt de afwikkelingsautoriteit onverwijld alle relevante informatie waarom de afwikkelingsautoriteit vraagt om haar beoordeling te kunnen maken. De bevoegde autoriteit kan de afwikkelingsautoriteit ook meedelen dat zij van mening is dat aan de in de lid 1, punt b), vastgelegde voorwaarde is voldaan.”;
(b)lid 4 wordt als volgt gewijzigd:
i) in de eerste alinea wordt punt d) vervangen door:
“d) er is buitengewone openbare financiële steun nodig, tenzij deze steun wordt verleend in een van de in artikel 32 quater bedoelde vormen;
ii) de tweede tot vijfde alinea wordt geschrapt;
(c)Lid 5 wordt vervangen door:
“5. Voor de toepassing van lid 1, punt c), is een afwikkelingsmaatregel in het algemeen belang indien die afwikkelingsmaatregel noodzakelijk is om een of meer van de in artikel 31 genoemde afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken en daarmee evenredig is, en indien deze doelstellingen met een liquidatie van de instelling volgens een normale insolventieprocedure niet in dezelfde mate zouden worden bereikt.
De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteit, bij de uitvoering van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling, op basis van de informatie waarover zij op het moment van die beoordeling beschikt, alle buitengewone openbare financiële steun overweegt en vergelijkt waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze aan de instelling zal worden verleend, zowel in geval van afwikkeling als in geval van liquidatie overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.”;
(18) De artikelen 32 bis en 32 ter worden vervangen door:
“Artikel 32 bis
Afwikkelingsvoorwaarden ten aanzien van een centraal orgaan en kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan
De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel vaststellen met betrekking tot een centraal orgaan en alle blijvend aangesloten kredietinstellingen die deel uitmaken van dezelfde af te wikkelen groep, het centraal orgaan en alle blijvend aangesloten kredietinstellingen, of de af te wikkelen groep waartoe zij behoren, als geheel aan de in artikel 32, lid 1 bedoelde voorwaarden voldoen.
Artikel 32 ter
Procedures ten aanzien van instellingen en entiteiten die niet aan een afwikkelingsmaatregel onderworpen zijn
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat, wanneer een afwikkelingsautoriteit bepaalt dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan de in artikel 32, lid 1, punten a) en b) bedoelde voorwaarden, maar niet aan de voorwaarde in artikel 32, lid 1, punt c), de bevoegde nationale bestuursrechtelijke of gerechtelijke autoriteit de bevoegdheid heeft om onverwijld de procedure op te starten om de instelling of entiteit op ordelijke wijze te liquideren overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht.
2. De lidstaten dragen er zorg voor dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), die op ordelijke wijze wordt geliquideerd overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht binnen een redelijke termijn de markt verlaat of haar bankactiviteiten beëindigt.
3. De lidstaten dragen er zorg voor dat wanneer een afwikkelingsautoriteit vaststelt dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan de voorwaarden in artikel 32, lid 1, punten a) en b), maar niet aan de voorwaarden in artikel 32, lid 1, punt c), de vaststelling dat de instelling of entiteit falend is of waarschijnlijk zal falen krachtens artikel 32, lid 1, punt a) een voorwaarde is voor de intrekking van de toelating door de bevoegde autoriteit krachtens artikel 18 van Richtlijn 2013/36/EU.
4. De lidstaten dragen er zorg voor dat de intrekking van de toestemming van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een voldoende voorwaarde is voor een bevoegde nationale bestuursrechtelijke of gerechtelijke autoriteit om onverwijld de procedure op te kunnen starten om de instelling of entiteit op ordelijke wijze te liquideren overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht.’:
(19) het volgende artikel 32 quater wordt ingevoegd:
“Artikel 32 quater
Buitengewone openbare financiële steun
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat buitengewone openbare financiële steun buiten afwikkelingsmaatregelen om alleen bij uitzondering in een van de volgende gevallen aan een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), kan worden verleend mits de buitengewone openbare financiële steun voldoet aan de voorwaarden en vereisten die in de staatssteunregels van de Unie zijn vastgelegd:
(a)wanneer de buitengewone openbare financiële steun, teneinde een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat te verhelpen of de financiële stabiliteit te vrijwaren, één van de volgende vormen aanneemt:
i) een staatsgarantie ter dekking van liquiditeitsfaciliteiten die door centrale banken tegen de voor centrale banken geldende voorwaarden worden verschaft;
ii) een staatsgarantie met betrekking tot nieuwe verplichtingen;
iii) een verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten dan tier 1-kernkapitaalinstrumenten of van andere kapitaalinstrumenten, of een gebruik van maatregelen voor probleemactiva tegen prijzen, looptijd en andere voorwaarden die de betrokken instelling of entiteit geen onrechtmatig voordeel opleveren, waarbij geen van de omstandigheden als bedoeld in artikel 32, lid 4, punten a), b) of c), noch de omstandigheden als bedoeld in artikel 59, lid 3, zich voordoen op het tijdstip waarop de openbare steun wordt verleend;
(b)wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een interventie door een depositogarantiestelsel om de financiële soliditeit en de levensvatbaarheid op lange termijn van de kredietinstelling in stand te houden overeenkomstig de voorwaarden van de artikelen 11 bis en 11 ter van Richtlijn 2014/49/EU, mits geen van de in artikel 32, lid 4, bedoelde omstandigheden zich voordoet;
(c)wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een interventie door een depositogarantiestelsel in het kader van de liquidatie van een instelling overeenkomstig artikel 32 ter en overeenkomstig de voorwaarden van artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU;
(d)wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU die wordt verleend in het kader van de liquidatie van de instelling of entiteit overeenkomstig artikel 32 ter van deze Richtlijn, met uitzondering van de steun die wordt verleend door een depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU.
2. De in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen moeten aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:
(a)de maatregelen zijn beperkt tot solvente instellingen of entiteiten, zoals bevestigd door de bevoegde autoriteit;
(b)de maatregelen hebben een preventief en tijdelijk karakter en zijn gebaseerd op een vooraf door of de bevoegde autoriteit goedgekeurde exitstrategie, met inbegrip van een duidelijk gespecificeerde einddatum, verkoopdatum of terugbetalingsschema voor de verstrekte maatregelen;
(c)de maatregelen zijn evenredig om de gevolgen van de ernstige verstoring op te heffen of de financiële stabiliteit in stand te houden;
(d)de maatregelen worden niet gebruikt ter compensatie van verliezen die de instelling of entiteit heeft geleden of in de nabije toekomst waarschijnlijk zal lijden.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), wordt een instelling of entiteit geacht solvabel te zijn indien de bevoegde autoriteit heeft geconcludeerd dat er geen sprake is of kan zijn van een schending, in de twaalf volgende maanden, van een van de vereisten bedoeld in artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU, artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, artikel 40 van Richtlijn (EU) 2019/2034 of de relevante toepasselijke vereisten krachtens nationaal of Unierecht.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt d), kwantificeert de betrokken bevoegde autoriteit de verliezen die de instelling of entiteit heeft geleden of waarschijnlijk zal lijden. Die kwantificering is ten minste gebaseerd op de balans van de instelling of entiteit, mits de balans voldoet aan de toepasselijke boekhoudregels en -normen, zoals bevestigd door een onafhankelijke externe accountant en, indien beschikbaar, op door de Europese Centrale Bank, de EBA of de nationale autoriteiten verrichte beoordelingen van de kwaliteit van de activa of, in voorkomend geval, op door de bevoegde autoriteit verrichte inspecties ter plaatse.
De in lid 1, punt a), iii), bedoelde steunmaatregelen blijven beperkt tot maatregelen die door de bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om de solvabiliteit van de instelling of entiteit te handhaven door het aanpakken van haar kapitaaltekort dat is vastgesteld in het ongunstige scenario van nationale, Unie- of GTM-brede stresstests of gelijkwaardige exercities die door de Europese Centrale Bank, de EBA of nationale autoriteiten zijn uitgevoerd, indien van toepassing, en die door de bevoegde autoriteit zijn bevestigd.
In afwijking van lid 1, punt a), iii), is de verwerving van tier 1-kernkapitaalinstrumenten bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer het vastgestelde tekort van dien aard is dat de verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten of andere kapitaalinstrumenten de betrokken instelling of entiteit niet in staat zou stellen haar in het ongunstige scenario van de desbetreffende stresstest of soortgelijke exercitie vastgestelde kapitaaltekort aan te pakken. Het bedrag van de verworven tier 1-kernkapitaalinstrumenten mag niet hoger zijn dan 2 % van het totale risicobedrag van de betrokken instelling of entiteit, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
Ingeval een van de in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen niet wordt afgelost, terugbetaald of anderszins beëindigd overeenkomstig de voorwaarden van de bij de toekenning van een dergelijke maatregel vastgestelde exitstrategie, concludeert de bevoegde autoriteit dat met betrekking tot de instelling of entiteit die deze steunmaatregelen heeft ontvangen, is voldaan aan de in artikel 32, lid 1, punt a), vastgelegde voorwaarde en deelt zij die beoordeling mee aan de betrokken afwikkelingsautoriteit.”;
3. De EBA vaardigt uiterlijk [PB in te voegen datum = 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn], richtlijnen uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 over het soort tests, beoordelingen of oefeningen als bedoeld in lid 2, vierde alinea, die kunnen leiden tot de in lid 1, punt a), iii) bedoelde steunmaatregelen.”;
(20) In artikel 33 wordt lid 2 vervangen door:
“2. De lidstaten dragen er zorg voor dat afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel kunnen nemen ten aanzien van een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten c) of d), indien die entiteit voldoet aan de in artikel 32, lid 1, gestelde voorwaarden.
Daartoe wordt een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten c) en d), als falend of waarschijnlijk falend beschouwd in een van de volgende omstandigheden:
(a)de entiteit voldoet aan een of meer van de voorwaarden van artikel 32, lid 4, punten b), c) of d);
(b)de entiteit maakt wezenlijk inbreuk, of er zijn objectieve elementen waaruit blijkt dat de entiteit in de nabije toekomst wezenlijk inbreuk zal maken op de toepasselijke voorschriften van Verordening (EU) nr. 575/2013 of in Richtlijn 2013/36/EU.”;
(21) Artikel 33 bis wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 8 wordt de eerste alinea vervangen door:
De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten de in artikel 1, lid 1, punt b), c) of d), bedoelde instelling of entiteit en de in artikel 83, lid 2, punten a) tot en met h), bedoelde autoriteiten onverwijld ervan op de hoogte brengen wanneer zij de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegdheid uitoefenen nadat op grond van artikel 32, lid 1, punt a), is vastgesteld dat de instelling faalt of waarschijnlijk zal falen, en voordat het afwikkelingsbesluit wordt genomen.
(b)Aan lid 9 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:
“In afwijking van de eerste alinea dragen de lidstaten dragen er zorg voor dat indien dergelijke bevoegdheden worden uitgeoefend met betrekking tot in aanmerking komende deposito's en die deposito's niet als onbeschikbaar worden beschouwd voor de toepassing van Richtlijn 2014/49/EU, deposanten toegang hebben tot een passend dagelijks bedrag uit die deposito’s.”;
(22) Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt vervangen door:
“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een speciale bestuurder kunnen aanstellen om het bestuursorgaan te vervangen van de instelling in afwikkeling of de overbruggingsinstelling of ermee samen te werken. De afwikkelingsautoriteiten maken de aanstelling van een bijzonder bestuurder openbaar. Afwikkelingsautoriteiten waarborgen dat de bijzonder bestuurder de vereiste kwalificaties, vaardigheden en kennis heeft om zijn of haar functies uit te oefenen.
Artikel 91 van Richtlijn 2013/36/EU geldt niet voor de aanstelling van bijzondere bestuurders.”;
(b)in lid 2 wordt de eerste zin vervangen door:
“De bijzonder bestuurder heeft alle bevoegdheden van de aandeelhouders en het leidinggevend orgaan van de instelling.”;
(c)Lid 5 wordt vervangen door:
“5. De lidstaten eisen dat een bijzonder bestuurder met regelmatige tussenpozen die door de afwikkelingsautoriteit worden vastgesteld en aan het begin en einde van zijn mandaat verslagen ten behoeve van de aanstellende afwikkelingsautoriteit opstelt over de economische en financiële positie van de instelling in afwikkeling of de overbruggingsinstelling. instelling en over de handelingen die hij bij de uitoefening van zijn taken heeft verricht.”;
(23) Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:
“1. Alvorens te bepalen of aan de afwikkelingsvoorwaarden of de voorwaarden voor afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 59 is voldaan, dragen de afwikkelingsautoriteiten er zorg voor dat een eerlijke, prudente en realistische waardering van de activa en passiva van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1 punten b), c) of d), wordt uitgevoerd door een persoon die onafhankelijk is van enige overheidsinstantie, daaronder begrepen de afwikkelingsautoriteit en de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1 punten b), c) of d).”;
(b)het volgende lid 7 bis wordt ingevoegd:
“7a. Wanneer zulks noodzakelijk is om de in lid 4, punten c) en d), bedoelde beslissingen te onderbouwen, vult de schatter de in lid 6, punt c), bedoelde informatie aan met een raming van de waarde van de activa en passiva buiten de balanstelling, met inbegrip van de voorwaardelijke verplichtingen en activa.”;
(24) Aan artikel 37 wordt het volgende lid 11 toegevoegd:
“11. De EBA controleert de maatregelen en voorbereiding van afwikkelingsautoriteiten om een effectieve uitvoering van de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden in geval van afwikkeling te verzekeren. De EBA brengt uiterlijk … [PB in te voegen datum = 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] verslag uit aan de Commissie over de stand van zaken van bestaande praktijken en mogelijke verschillen tussen lidstaten en controleert indien nodig de uitvoering van elke in dat verslag vermelde aanbeveling.
Het in de eerste alinea bedoelde verslag omvat ten minste het volgende:
(a)de regelingen die zijn getroffen om het instrument van bail-in uit te voeren en het niveau van betrokkenheid bij de infrastructuur op de financiële markten en autoriteiten in derde landen indien dat relevant is;
(b)de regelingen die zijn getroffen om het gebruik van andere afwikkelingsinstrumenten te operationaliseren;
(c)het niveau van transparantie ten aanzien van relevante belanghebbenden wat betreft de in punten a) en b) genoemde regelingen.”;
(25) Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:
“Teneinde uitvoering te geven aan het instrument van de overbruggingsinstelling en gelet op de noodzaak kritieke functies in de overbruggingsinstelling te handhaven of een van de afwikkelingsdoelstellingen na te streven, dragen de lidstaten er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten bevoegd zijn om aan een overbruggingsinstelling het volgende over te dragen:”;
(b)in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:
“De toepassing van het instrument van bail-in ter verwezenlijking van het in artikel 43, lid 2, punt b), bedoelde doel doet geen afbreuk aan het vermogen van de afwikkelingsautoriteit om zeggenschap uit te oefenen over de overbruggingsinstelling. Waar de toepassing van het instrument van bail-in het mogelijk maakt dat het kapitaal van de overbruggingsinstelling volledig wordt verstrekt via de omzetting van bail-inbare passiva naar aandelen of andere soorten kapitaalinstrumenten, kan afstand gedaan worden van het vereiste dat de overbruggingsinstelling volledig of deels eigendom is van een of meer overheden.”;
(26) in artikel 42, lid 5, wordt punt b) vervangen door:
“b) die overdracht noodzakelijk is om het goede functioneren van de instelling in afwikkeling, de overbruggingsinstelling of het vehikel voor activabeheer zelf te verzekeren; of”’;
(27) Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt vervangen door:
“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat het instrument van bail-in kan worden toegepast op alle passiva, met inbegrip van degene die aanleiding geven tot een boekhoudkundige voorziening, van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), die niet op grond van lid 2 of 3 van dit artikel van het toepassingsgebied van dat instrument zijn uitgesloten.”;
(b)Lid 5 wordt vervangen door:
“5. De financieringsregeling voor de afwikkeling mag een in lid 4 bedoelde bijdrage enkel leveren indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
(a)een bijdrage tot verliesabsorptie en herkapitalisatie ten belope van een bedrag van niet minder dan 8 % van de totale passiva inclusief eigen vermogen van de instelling in afwikkeling, gemeten overeenkomstig de in artikel 36 bedoelde waardering, is geleverd door de aandeelhouders en de houders van andere instrumenten van eigendom, de houders van relevante kapitaalinstrumenten en andere bail-inbare passiva door middel van vermindering, afschrijving of omzetting overeenkomstig artikel 48, lid 1, en artikel 60, lid 1, en door het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 109, indien van toepassing;
(b)de bijdrage van de financieringsregeling voor de afwikkeling niet hoger is dan 5 % van de totale passiva, met inbegrip van het eigen vermogen, van de instelling in afwikkeling, gemeten overeenkomstig de waardering waarin in artikel 36 is voorzien.”;
(c)Lid 7 wordt vervangen door:
“7. De financieringsregeling voor de afwikkeling kan een bijdrage leveren uit middelen die zijn bijeengebracht via in artikel 100, lid 6 en artikel 103 bedoelde vooraf te betalen bijdragen en die nog niet zijn gebruikt, mits aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
(a)de financieringsregeling voor de afwikkeling heeft een bijdrage geleverd overeenkomstig lid 4 en de in lid 5, punt b), bedoelde limiet van 5 % is bereikt;
(b)alle passiva met een lagere rangorde dan deposito’s en die niet zijn uitgesloten van bail-in overeenkomstig de artikelen 44, lid 2 en 44, lid 3, zijn volledig afgeschreven of omgezet.
In buitengewone omstandigheden kan de afwikkelingsautoriteit, als alternatief afkomstig van in aanvulling op de eerste alinea bedoelde bijdrage van de financieringsregeling voor de afwikkeling, indien aan de voorwaarden van de eerste alinea is voldaan, verdere financiering uit alternatieve financieringsbronnen trachten te verkrijgen.”;
(28) Aan artikel 44 bis wordt het volgende lid 8 toegevoegd:
“8. Uiterlijk … [PB in te voegen datum = 24 maanden jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijziging van richtlijn] brengt de EBA aan de Commissie verslag uit over de toepassing van dit artikel. In dat verslag worden de maatregelen die door de lidstaten zijn aangenomen om dit artikel na te leven, vergeleken, wordt hun doeltreffendheid bij de bescherming van niet-professionele beleggers geanalyseerd en wordt hun impact op grensoverschrijdende verrichtingen beoordeeld.
Op grond van dat verslag kan de Commissie een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze richtlijn indienen.”;
(29) In artikel 45 wordt lid 1 vervangen door:
“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instellingen en entiteiten te allen tijde voldoen aan de vereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva indien vereist en zoals bepaald door de afwikkelingsautoriteit overeenkomstig dit artikel en de artikelen 45 bis tot en met 45 decies.”;
(30) Artikel 12 ter wordt als volgt gewijzigd:
(a)in de leden 4, 5 en 7 wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;
(b)lid 8 wordt als volgt gewijzigd:
i) in de eerste alinea wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;
ii) in de tweede alinea, punt c), wordt het woord “MSI” vervangen door de woorden “MSI-entiteit”;
iii) in de vierde alinea wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;
(c)het volgende lid 10 wordt toegevoegd:
“10. De afwikkelingsautoriteiten kunnen af te wikkelen entiteiten toestaan aan de in de leden 4, 5 en 7 bedoelde vereisten te voldoen met gebruikmaking van eigen vermogen of passiva als bedoeld in de leden 1 en 3 wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
(a)voor entiteiten die MSI-entiteiten zijn of af te wikkelen entiteiten waarop artikel 45 quater, lid 5 of 6, van toepassing is, heeft de afwikkelingsautoriteit het in lid 4 van dit artikel bedoelde vereiste niet overeenkomstig de eerste alinea van dat lid verlaagd;
(b)de in lid 1 van dit artikel bedoelde passiva die niet voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 72 ter, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013, voldoen aan de voorwaarden van artikel 72 ter, lid 4, punten b) tot en met e), van die verordening.”;
(31) Artikel 45 quater wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 3, achtste alinea, worden de woorden “kritieke economische functies” vervangen door de woorden “kritieke functies”;
(b)lid 4 wordt vervangen door:
“4. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de door afwikkelingsautoriteiten te gebruiken methode voor het ramen van het in artikel 104 bis bedoelde vereiste van Richtlijn 2013/36/EU en het gecombineerde buffervereiste voor:
(a)af te wikkelen entiteiten op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep, ingeval de af te wikkelen groep niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU;
(b)entiteiten die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, indien de entiteit niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU op dezelfde basis als het vereiste als bedoeld in artikel 45 septies van deze Richtlijn.
De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk … [PB in te voegen datum = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijziging van richtlijn] bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.”;
(c)in lid 7, achtste alinea, worden de woorden “kritieke economische functies” vervangen door de woorden “kritieke functies”;
(32) het volgende artikel 45 quater bis wordt ingevoegd:
“artikel 45 quater bis
Vaststelling van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva voor overdrachtsstrategieën die tot terugtrekking uit de markt leiden
1. Bij de toepassing van artikel 45 quater op een af te wikkelen entiteit waarvan de voorkeursafwikkelingsstrategie hoofdzakelijk voorziet in het gebruik van het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling en het verlaten van de markt, stelt de afwikkelingsautoriteit het in artikel 45 quater, lid 3, bedoelde herkapitalisatiebedrag op evenredige wijze vast op basis van de volgende criteria, al naargelang het geval:
(a)de omvang, het bedrijfsmodel, het financieringsmodel en het risicoprofiel van de af te wikkelen entiteit, en de diepte van de markt waarop de af te wikkelen entiteit actief is;
(b)de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva die moeten worden overgedragen aan een ontvanger zoals aangegeven in het afwikkelingsplan, rekening houdend met:
i) de kernactiviteiten en kritieke functies van de af te wikkelen entiteit;
ii) de van bail-in uitgesloten passiva overeenkomstig artikel 44, lid 2;
iii) de in de artikelen 73 tot en met 80 bedoelde vrijwaringsmaatregelen;
(c)de verwachte waarde en verhandelbaarheid van de in punt b) bedoelde aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva van de afwikkelingsentiteit, rekening houdend met:
i) alle door de afwikkelingsautoriteit vastgestelde materiële belemmeringen voor de afwikkelbaarheid die rechtstreeks verband houden met de toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling;
ii) de verliezen die voortvloeien uit de activa, rechten of passiva die in de resterende instelling zijn achtergebleven;
(d)of de voorkeursafwikkelingsstrategie voorziet in de overdracht van door de af te wikkelen entiteit uitgegeven aandelen of andere eigendomsinstrumenten, dan wel van alle of een deel van de activa, rechten en passiva van de af te wikkelen entiteit;
(e)of de voorkeursafwikkelingsstrategie voorziet in de toepassing van het instrument van afsplitsing van activa.
2. Indien het afwikkelingsplan bepaalt dat de entiteit volgens een normale insolventieprocedure of een andere gelijkwaardige nationale procedure zal worden geliquideerd en voorziet in het gebruik van het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU, houdt de afwikkelingsautoriteit bij het uitvoeren van de in artikel 45 quater, lid 2 bis, tweede alinea, van deze Richtlijn bedoelde beoordeling ook rekening met lid 1 van dit artikel.
3. De toepassing van lid 1 mag niet leiden tot een bedrag dat hoger is dan het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 45 quater, lid 3.”;
(33) in artikel 45 quinquies, lid 1, wordt het inleidend gedeelte vervangen door:
“Het in artikel 45, lid 1, bedoelde vereiste voor een af te wikkelen entiteit die een MSI-entiteit is, bestaat uit het volgende:”;
(34) Artikel 45 sexies, lid 1, derde alinea, wordt vervangen door:
“In afwijking van de eerste en tweede alinea van dit lid voldoen EU-moederondernemingen die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, maar die dochterondernemingen van entiteiten van derde landen zijn, op geconsolideerde basis aan de in de artikelen 45 quater en 45 quinquies neergelegde vereisten.”;
(35) Artikel 45 terdecies wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 1 wordt punt a) vervangen door:
“a) hoe het overeenkomstig artikel 45 sexies of artikel 45 septies vastgestelde vereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva op nationaal niveau ten uitvoer is gelegd, met inbegrip van artikel 45 quater bis, en met name of er tussen de lidstaten verschillen in de voor vergelijkbare entiteiten vastgestelde niveaus zijn;”
(b)in lid 3, tweede alinea, wordt de volgende zin ingevoegd:
“De in lid 2 genoemde verplichtingen zal ophouden van toepassing te zijn nadat het tweede verslag is ingediend.”;
(36) in artikel 45 quaterdecies wordt lid 4 vervangen door:
“4. De vereisten, bedoeld in artikel 45 ter, leden 4 en 7, alsmede in artikel 45 quater, ;leden 5 en 6, naargelang het geval, gelden niet binnen de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop de af te wikkelen entiteit of de groep waartoe de af te wikkelen entiteit behoort, als MSI of niet-EU-MSI is aangemerkt, of de datum vanaf welke de af te wikkelen entiteit zich in de in artikel 45 quater, lid 5 of 6, bedoelde situatie bevindt.”;
(37) In artikel 46, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:
“De in lid 1 van dit artikel bedoelde beoordeling stelt het bedrag vast waarmee de bail-inbare passiva moeten worden afgeschreven of omgezet:
(a)om de tier 1-kernkapitaalratio van de instelling in afwikkeling te herstellen of voorkomend de ratio van de overbruggingsinstelling vast te rekening houdend met een eventuele kapitaalinbreng door de financieringsregeling voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 101 1, punt d van deze richtlijn;
(b)om voldoende marktvertrouwen in de instelling in afwikkeling of de overbruggingsinstelling te handhaven, rekening houdend met voorwaardelijke verplichtingen, en de instelling in afwikkeling in staat te stellen gedurende ten minste één jaar aan de vergunningsvoorwaarden te blijven voldoen en de werkzaamheden te blijven uitoefenen waarvoor haar overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU of Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend,”;
(38) in artikel 47, lid 1, wordt punt b) i), vervangen door:
“i) relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva die door de instelling zijn uitgegeven op grond van de in artikel 59, lid 2, bedoelde bevoegdheid; of”’;
(39) Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwikkelingsautoriteit de termijn van 1 maand voor de indiening van het bedrijfssaneringsplan met nog een maand verlengen.”;
(b)in lid 5 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“De afwikkelingsautoriteit kan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), vragen dat zij bijkomende elementen opneemt in het bedrijfssaneringsplan.”;
(40) In artikel 53 wordt lid 3 vervangen door:
“3. Indien een afwikkelingsautoriteit de hoofdsom of het uitstaande verschuldigde bedrag met betrekking tot een verplichting, met inbegrip van een verplichting die aanleiding geeft tot een boekhoudkundige voorziening, met gebruikmaking van de in artikel 63, lid 1, punt f), bedoelde bevoegdheid tot nul verlaagt, dan worden die verplichting en eventuele verplichtingen of vorderingen die daaruit voortvloeien en die niet vorderbaar waren op het moment waarop de bevoegdheid werd uitgeoefend, als voldaan beschouwd voor alle doeleinden en kunnen zij niet worden ingebracht in het kader van eventuele latere procedures met betrekking tot de instelling in afwikkeling of een eventuele opvolgende entiteit bij een latere liquidatie.”;
(41) Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 1 wordt punt b) vervangen door:
“b) de aansprakelijkheid is geen deposito als bedoeld in artikel 108, lid 1, punten a) of b)’;
(b)in lid 2 worden de vijfde en zesde alinea vervangen door:
“Indien de afwikkelingsautoriteit, wanneer zij overeenkomstig de artikelen 15 en 16 de afwikkelbaarheid van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), beoordeelt, of op ongeacht welk ander tijdstip vaststelt dat binnen een categorie verplichtingen die in aanmerking komende passiva omvat, het bedrag aan passiva zonder het in lid 1 van dit artikel bedoelde contractueel beding, samen met de passiva die zijn uitgesloten van de toepassing van het instrument van bail-in overeenkomstig artikel 44, lid 2, of die waarschijnlijk zullen worden uitgesloten overeenkomstig artikel 44, lid 3, meer bedraagt dan 10 % van die categorie, beoordeelt zij onmiddellijk welke gevolgen dit bijzondere feit heeft voor de afwikkelbaarheid van die instelling of entiteit, onder meer de gevolgen voor de afwikkelbaarheid die voortvloeien uit het risico op inbreuken op de in artikel 73 geregelde waarborgen voor schuldeisers bij de uitoefening van afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden op in aanmerking komende passiva.
Indien de afwikkelingsautoriteit op basis van de in de vijfde alinea van de in dit lid bedoelde beoordeling concludeert dat de passiva die niet de in de lid 1 van dit artikel bedoelde contractuele bepaling bevatten, een substantiële belemmering voor de afwikkelbaarheid vormen, past zij de in artikel 17 bepaalde bevoegdheden zodanig toe dat de belemmering voor de afwikkelbaarheid wordt weggenomen.”;
(42) Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 3 wordt punt e) vervangen door:
“e) buitengewone openbare financiële steun wordt vereist door de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instelling of entiteit tenzij die steun wordt verleend in een van de in artikel 18 bis, lid 32c, bedoelde vormen.”;
(b)in lid 4 wordt punt b) vervangen door:
“b) gezien het tijdsbestek, de noodzaak om de bevoegdheden tot afschrijving en omzetting of de afwikkelingsstrategie voor de af te wikkelen groep effectief uit te voeren en andere ter zake doende omstandigheden, valt redelijkerwijze niet te verwachten dat een andere maatregel, inclusief alternatieve maatregelen van de particuliere sector, maatregelen van een toezichthouder of vroegtijdige-interventiemaatregelen, dan de afschrijving of omzetting van de kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in lid 1 bis, het falen van de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instelling of entiteit binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen.”;
(43) Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
i) punt m) wordt vervangen door:
“m) de bevoegdheid om de bevoegde autoriteit opdracht te geven de verwerver van een gekwalificeerde deelneming tijdig en in afwijking van de in artikel 22 van Richtlijn 2013/36/EU en in artikel 12 van Richtlijn 2014/65/EU vastgestelde termijnen te beoordelen;”;
ii) het volgende punt n) wordt ingevoegd:
“n) de bevoegdheid om verzoeken te doen krachtens artikel 17, lid 5 van Verordening (EU) nr. 596/2014 namens de instelling in afwikkeling;”;
(b)in lid 2 wordt punt a) vervangen door:
“a) behoudens artikel 3, lid 6, en artikel 85, lid 1, vereisten om de goedkeuring of toestemming van een publieke of privépersoon, met inbegrip van aandeelhouders of schuldeisers van de instelling in afwikkeling en de bevoegde autoriteiten voor de toepassing van de artikelen 22 tot en met 27 van Richtlijn 2013/36/EU, te verkrijgen;”;
(44) Artikel 71 bis, lid 3, wordt vervangen door:
“3. Lid 1 is van toepassing op elk financieel contract dat voldoet aan het volgende:
(a)het contract creëert een nieuwe verplichting, of verandert een bestaande verplichting wezenlijk na de inwerkingtreding van de bepalingen die op nationaal niveau zijn vastgesteld tot omzetting van dit artikel;’
(b)het contract voorziet in de uitoefening van een of meer beëindigingsrechten of rechten tot tenuitvoerlegging van zekerheidsrechten waarop de artikelen 33 bis, 68, 69, 70 of 71 van toepassing zouden zijn indien het financiële contract onder de wetgeving van een lidstaat zou vallen.”;
(45) In artikel 74, lid 3, wordt het volgende punt d) ingevoegd:
“d) bij het bepalen van de verliezen die het depositogarantiestelsel zou hebben geleden indien de instelling volgens een normale insolventieprocedure zou zijn geliquideerd, worden de criteria en methodologie toegepast als bedoeld in artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU en in elke gedelegeerde handeling die overeenkomstig dat artikel is vastgesteld.”;
(46) In artikel 88 wordt het volgende lid 6 bis ingevoegd:
“6bis. Om de taken als bedoeld in de artikelen 10, lid 1, 15, lid 1 en 17, lid 1, te vergemakkelijken en alle relevante informatie uit te wisselen, stelt de afwikkelingsautoriteit van een instelling met belangrijke bijkantoren in andere lidstaten een afwikkelingscollege samen en zit zij dit voor.
De afwikkelingsautoriteit van de in de eerste alinea genoemde instelling beslist welke autoriteiten deelnemen aan een vergadering of activiteit van het afwikkelingscollege, rekening houdend met de relevantie van de voor die autoriteiten te plannen of coördineren activiteit, met name de potentiële impact op de stabiliteit van het financiële systeem in de betrokken lidstaten de in de eerste alinea genoemde taken.
De afwikkelingsautoriteit van de in de eerste alinea genoemde instelling houdt alle leden van het afwikkelingscollege college volledig en vooraf op de hoogte over het beleggen van vergaderingen, de voornaamste agendapunten en de in overweging te nemen activiteiten. De afwikkelingsautoriteit van de in de eerste alinea genoemde instelling houdt ook alle leden van het college tijdig en volledig op de hoogte over de acties of maatregelen die in die bijeenkomsten ondernomen of uitgevoerd worden.”;
(47) Artikel 91 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt vervangen door:
“1. Indien een afwikkelingsautoriteit besluit dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), die een dochteronderneming in een groep is, voldoet aan de in de artikelen 32 of 33 gestelde voorwaarden, stelt de autoriteit de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, indien deze verschillend is, de consoliderende toezichthouder en de leden van het afwikkelingscollege voor de groep in kwestie onverwijld in kennis van de volgende informatie:
(a)de beslissing dat de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 32, lid 1, punten a) en b), of in artikel 33, lid 1 of 2 indien van toepassing, of aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 33, lid 4;
(b)het resultaat van de beoordeling van de voorwaarde als bedoeld in artikel 32, lid 1, punt c);
(c)de afwikkelingsmaatregelen of insolventiemaatregelen die de afwikkelingsautoriteit passend acht voor die instelling of entiteit.
De in de eerste alinea genoemde informatie kan worden opgenomen in de kennisgevingen die krachtens artikel 81, lid 3 ) zijn meegedeeld aan de in de eerste alinea van dit lid genoemde adressaten.”;
(b)in lid 7 wordt de tweede alinea vervangen door:
“Op verzoek van een afwikkelingsautoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de afwikkelingsautoriteiten bijstaan bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”;
(48) In artikel 92, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:
“Op verzoek van een afwikkelingsautoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de afwikkelingsautoriteiten bijstaan bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”;
(49) In artikel 97 wordt lid 4 vervangen door:
“4. Afwikkelingsautoriteiten sluiten indien passend niet-bindende samenwerkingsregelingen met de in lid 2 genoemde bevoegde autoriteiten in derde landen. Die regelingen stemmen overeen met de EBA-kaderovereenkomst.
De bevoegde autoriteiten sluiten indien passend niet-bindende samenwerkingsregelingen met de in lid 2 genoemde bevoegde autoriteiten in derde landen. Die regelingen stemmen overeen met de EBA-kaderovereenkomst en waarborgen dat de informatie die aan de autoriteiten in derde landen openbaar worden gemaakt, onderworpen is aan een garantie dat vereisten inzake het beroepsgeheim worden nagekomen die ten minste gelijkwaardig zijn met de vereisten als bedoeld in artikel 53, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU.”
(50) in artikel 98 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
(a)de inleidende zin wordt vervangen door:
“De lidstaten dragen er zorg voor dat afwikkelingsautoriteiten en bevoegde ministeries alleen vertrouwelijke informatie, met inbegrip van herstelplannen, met betrokken autoriteiten van derde landen uitwisselen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:”;
(b)de volgende tweede en derde alinea worden toegevoegd:
“De lidstaten dragen er zorg voor dat bevoegde autoriteiten alleen vertrouwelijke informatie met betrokken autoriteiten van derde landen uitwisselen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
(a)in verband met herstel- en afwikkelingsgerelateerde informatie, de in de eerste alinea genoemde voorwaarden;
(b)in verband met andere informatie die beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten, de voorwaarden als bedoeld in artikel 55 van Richtlijn 2013/36/EU.
Voor de toepassing van de tweede alinea omvat herstel- en afwikkelingsgerelateerde informatie alle informatie die rechtstreeks verband houdt met de taken van bevoegde autoriteiten in hoofde van deze richtlijn, met name herstelplanning en herstelplannen, vroegtijdige-interventiemaatregelen en uitwisselingen met afwikkelingsautoriteiten betreffende afwikkelingsplanning, afwikkelingsplannen en afwikkelingsmaatregelen.”;
(51) In artikel 101 wordt lid 2 vervangen door:
“2. Indien de afwikkelingsautoriteit bepaalt dat het gebruik van een financieringsregeling voor de afwikkeling voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde doeleinden er waarschijnlijk zal toe leiden dat een deel van de verliezen van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt b), c) of d), ondergebracht wordt in de financieringsregeling voor de afwikkeling, gelden de beginselen betreffende het gebruik van de bij artikel 44 vastgestelde financieringsregeling voor de afwikkeling.”;
(52) In artikel 102, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:
“Indien de beschikbare financiële middelen na de in lid 1 van dit artikel bedoelde initiële termijn dalen tot onder het in dat lid vermelde streefbedrag, worden opnieuw overeenkomstig artikel 103 normale bijdragen geïnd totdat het streefbedrag is bereikt. Afwikkelingsautoriteiten kunnen de inning van de overeenkomstig artikel 103 geïnde regelmatige bijdragen gedurende één of meer jaren uitstellen indien het te innen bedrag een bedrag bereikt dat in verhouding staat tot de kosten van het inningsproces, mits dit uitstel geen wezenlijke gevolgen heeft voor het vermogen van de afwikkelingsautoriteit om de financieringsregelingen voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 101 te gebruiken. Deze bijdragen worden vastgesteld op een niveau waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat het streefbedrag binnen zes jaar kan worden bereikt nadat het streefbedrag voor het eerst is bereikt en indien de beschikbare financiële middelen vervolgens zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag.”;
(53) Artikel 103 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 3 wordt vervangen door:
“3. De in aanmerking te nemen beschikbare financiële middelen om het in artikel 102 vermelde streefbedrag te bereiken, kunnen ook niet-herroepbare betalingstoezeggingen omvatten die volledig zijn gedekt door zekerheden of activa met een laag risico die niet met rechten van derden zijn bezwaard, waarover vrij kan worden beschikt en waarvan uitsluitend gebruik kan worden gemaakt door de afwikkelingsautoriteiten voor de in artikel 101, lid 1, genoemde doeleinden. Het aandeel van onherroepelijke betalingstoezeggingen is niet hoger dan 50 % van het totaalbedrag dat overeenkomstig dit artikel wordt geïnd. Binnen dat maximum bepaalt de afwikkelingsautoriteit jaarlijks het aandeel van de onherroepelijke betalingstoezeggingen in het totale bedrag van de overeenkomstig dit artikel te heffen bijdragen.”;
(b)het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:
“3 bis. De afwikkelingsautoriteit vraagt de overeenkomstig lid 3 van dit artikel gedane onherroepelijke betalingstoezeggingen op wanneer het gebruik van de financieringsregelingen voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 101 noodzakelijk is.
Indien een entiteit ophoudt onder het toepassingsgebied van artikel 1 te vallen en niet langer verplicht is bijdragen te betalen overeenkomstig lid 1 van dit artikel, vraagt de afwikkelingsautoriteit de onherroepelijke betalingsverplichtingen die krachtens lid 3 zijn gedaan en nog steeds verschuldigd zijn, op. Indien de aan de onherroepelijke betalingstoezegging verbonden bijdrage op eerste verzoek naar behoren wordt betaald, annuleert de afwikkelingsautoriteit de verplichting en geeft hij de zekerheid terug. Indien de bijdrage bij de eerste afroep niet naar behoren wordt betaald, legt de afwikkelingsautoriteit beslag op de zekerheid en annuleert hij de toezegging.”;
(54) In artikel 104, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:
“Buitengewone achteraf te betalen bijdragen bedragen niet meer dan drie keer 12,5 % van het in artikel 102 vermelde streefbedrag.”;
(55) Artikel 108 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt vervangen door:
“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat in hun nationale wetgeving inzake normale insolventieprocedures de volgende onderdelen dezelfde rangorde hebben die hoger is dan de rangorde van vorderingen van gewone concurrente schuldeisers:
(a)deposito’s;
(b)deposito’s gedaan via dochterondernemingen gelegen buiten de Unie van instellingen die gevestigd zijn in de Unie;
(c)depositogarantiestelsels die middels subrogatie in de rechten en verplichtingen van de gedekte deposanten getreden zijn, bij insolventie.”;
(b)de volgende leden 8 en 9 worden ingevoegd:
“8. Indien de in artikel 37, lid 3, punt a) of b), bedoelde afwikkelingsinstrumenten worden gebruikt om slechts een deel van de activa, rechten of passiva van de instelling in afwikkeling over te dragen, heeft de financieringsregeling voor de afwikkeling een vordering op de resterende instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voor alle kosten en verliezen die door de financieringsregeling voor de afwikkeling zijn gedragen als gevolg van eventuele bijdragen aan de afwikkeling overeenkomstig artikel 101, lid 1 in verband met verliezen die crediteuren anders zouden hebben gedragen.
9. De lidstaten dragen er zorg voor dat de vorderingen van de financieringsregeling voor de afwikkeling als bedoeld in lid 8 van dit artikel en in artikel 37, lid 7, in hun nationale wetgeving inzake normale insolventieprocedures een voorkeursrangorde hebben die hoger is dan de rangorde die is voorzien voor de vorderingen van deposito’s en van depositogarantiestelsels in hoofde van lid 1 van dit artikel.”;
(56) Artikel 109 wordt als volgt gewijzigd:
(a)leden 1 en 2 worden vervangen door:
“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat, wanneer de afwikkelingsautoriteiten afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot een kredietinstelling nemen, en mits die maatregelen garanderen dat deposanten toegang blijven hebben tot hun deposito’s, om te voorkomen dat deposanten verliezen dragen, het depositogarantiestelsel waarbij die kredietinstelling is aangesloten, de volgende bedragen bijdraagt:
(a)indien het instrument van bail-in wordt toegepast, onafhankelijk of in combinatie met het instrument van afsplitsing van activa, het bedrag waarmee gedekte deposito’s zouden zijn afgeschreven of omgezet om de verliezen te absorberen en de instelling in afwikkeling te herkapitaliseren in hoofde van artikel 46, lid 1, deposito’s had gedekt die waren opgenomen in de reikwijdte van bail-in;
(b)indien het instrument van verkoop van onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling worden toegepast, onafhankelijk of in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten:
i) het bedrag dat noodzakelijk is om het verschil te dekken tussen de waarde van de gedekte deposito’s en van de passiva met dezelfde of een hogere voorkeursrangorde dan deposito’s en de waarde van de activa van de instelling in afwikkeling die moeten worden overgedragen aan een ontvanger; alsmede
ii) indien van toepassing, een bedrag dat noodzakelijk is om de kapitaalneutraliteit van de ontvanger na de overdracht te waarborgen.
In de gevallen genoemd in de eerste alinea, punt b), waarbij de overdracht naar de ontvanger deposito’s omvat die geen gedekte deposito’s of andere bail-inbare passiva zijn en de afwikkelingsautoriteit beoordeelt dat omstandigheden als bedoeld in artikel 44, lid 3, van toepassing zijn op die deposito’s of passiva, draagt het depositogarantiestelsel het volgende bij:
(a)het bedrag dat noodzakelijk is om het verschil te dekken tussen de waarde van de deposito’s, met inbegrip van deposito’s die niet gedekt zijn, en van de passiva met dezelfde of een hogere voorkeursrangorde dan deposito’s en de waarde van de activa van de instelling in afwikkeling die moeten worden overgedragen aan een ontvanger; alsmede
(b)indien van toepassing, een bedrag dat noodzakelijk is om de kapitaalneutraliteit van de overdracht voor de ontvanger te waarborgen.
De lidstaten dragen er zorg voor dat, zodra het depositogarantiestelsel een bijdrage heeft gedaan in de gevallen als bedoeld in de tweede alinea, de instelling in afwikkeling zich onthoudt van het verwerven van belangen in andere ondernemingen alsmede uitkeringen in verband met tier 1-kapitaal of betalingen op aanvullende tier 1-instrumenten, of van andere activiteiten die kunnen leiden tot een uitstroom van fondsen.
In alle gevallen mogen de kosten van de bijdrage van het depositogarantiestelsel niet groter zijn dan de kosten van de terugbetaling van deposanten zoals berekend door het depositogarantiestelsel in hoofde van artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU.
Indien bij een waardering uit hoofde van artikel 74 wordt vastgesteld dat de kosten van de bijdrage van het depositogarantiestelsel aan de afwikkeling groter was dan de verliezen die het zou hebben geleden, indien de instelling zou zijn afgewikkeld op grond van een normale insolventieprocedure, heeft het depositogarantiestelsel recht op de betaling van het verschil met de financieringsregeling voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 75.
2. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteit het bedrag van de bijdrage van het depositogarantiestelsel bepaalt in overeenstemming met lid 1 na raadpleging van het depositogarantiestelsel over de geraamde kosten van terugbetaling aan deposanten overeenkomstig artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU en met inachtneming van de voorwaarden als bedoeld in artikel 36 van deze Richtlijn.
De afwikkelingsautoriteit deelt haar in de eerste alinea genoemde beslissing mee aan het depositogarantiestelsel waarbij de instelling is aangesloten. Het depositogarantiestelsel voert dat besluit onverwijld uit.”;
(b)de volgende leden 2 bis en 2 ter worden ingevoegd:
“2a. Indien de fondsen van het depositogarantiestelsel worden gebruikt overeenkomstig lid 1, eerste alinea, punt a), om bij te dragen tot de herkapitalisatie van de instelling in afwikkeling, dragen de lidstaten er zorg voor dat het depositogarantiestelsel zijn deelnemingen van aandelen of andere kapitaalinstrumenten in de instelling in afwikkeling zo snel als de commerciële en financiële omstandigheden het toelaten, overdraagt aan de particuliere sector.
De lidstaten dragen er zorg voor dat het depositogarantiestelsel de aandelen en andere in de eerste alinea genoemde kapitaalinstrumenten openlijk en op transparante wijze verkoopt en dat de verkoop ze niet verkeerd voorstelt of geen aanleiding geeft tot discriminatie tussen potentiële kopers. Een dergelijke verkoop vindt plaats onder commerciële voorwaarden.
2 ter. De bijdrage van het depositogarantiestelsel krachtens lid 1, tweede alinea, telt mee voor de drempels die zijn vastgelegd in artikel 44, lid 5, punt a), en in artikel 44, lid 8, punt a).
Indien het gebruik van het depositogarantiestelsel krachtens lid 1, tweede alinea, samen met de bijdrage tot verliesabsorptie en herkapitalisatie die wordt gedaan door de aandeelhouders en de houders van andere instrumenten van eigendom, de houders van relevante kapitaalinstrumenten en andere bail-inbare passiva, het gebruik van de financieringsregeling voor de afwikkeling mogelijk maakt, is de bijdrage van het depositogarantiestelsel beperkt tot het bedrag dat noodzakelijk is om de drempels te halen die zijn vastgelegd in artikel 44, lid 5, punt a), en in artikel 44, lid 8, punt a). Na de bijdrage van het depositogarantiestelsel wordt de financieringsregeling voor de afwikkeling gebruikt overeenkomstig de beginselen die van toepassing zijn op het gebruik van de financieringsregeling voor de afwikkeling als bedoeld in de artikelen 44 en 101.
De eerste en tweede alinea zullen evenwel niet van toepassing zijn op instellingen die zijn geïdentificeerd als entiteiten in liquidatie in het groepsafwikkelingsplan of in het afwikkelingsplan.”;
(c)lid 3 wordt geschrapt;
(d)in lid 5 worden de tweede en de derde alinea geschrapt;
(57) In artikel 111, lid 1, wordt het volgende punt e) toegevoegd:
“e) niet voldoen aan het minimumvereiste voor eigen fondsen en in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 45 sexies of 45 septies.”;
(58) Artikel 128 wordt als volgt gewijzigd:
(a)de titel wordt vervangen door:
“Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen instellingen en autoriteiten”;
(b)het volgende lid wordt toegevoegd:
“De afwikkelingsautoriteiten, de bevoegde autoriteiten, de EBA, de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, de ECB en andere leden van het Europees Stelsel van centrale banken verstrekken de Commissie, op haar verzoek en binnen het gespecificeerde tijdsbestek, alle informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taken inzake beleidsontwikkeling, met inbegrip van de uitvoering van effectbeoordelingen, de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen en de deelname aan het wetgevingsproces. De Commissie en de personeelsleden van de Commissie moeten de vereisten van het beroepsgeheim naleven die zijn vastgelegd in artikel 88 van Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad* met inachtneming van de ontvangen informatie.”;
______________________________
* Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).
(59) het volgende artikel 128 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 128 bis
Crisisbeheerssimulaties
1. De EBA coördineert regelmatige Uniebrede oefeningen om de toepassing van deze richtlijn, Verordening (EU) nr. 806/2014 en Richtlijn 2014/49/EU te testen in grensoverschrijdende situaties op de volgende aspecten:
(a)samenwerking van de bevoegde autoriteiten tijdens herstelplanning;
(b)samenwerking tussen afwikkelingsautoriteiten en bevoegde autoriteiten vóór de faling en tijdens de afwikkeling van financiële instellingen, ook bij de uitvoering van afwikkelingsregelingen die zijn aangenomen in hoofde van artikel 18 van Verordening (EU) nr. 806/2014.
2. De EBA produceert een verslag waarin de voornaamste bevindingen en conclusies van de oefeningen worden uiteengezet. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.“.
Artikel 2
Omzetting
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk …[PB: gelieve de datum 18 maanden na de inwerkingtreding van deze wijziging van richtlijn in te vullen] worden vastgesteld en bekendgemaakt. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.
Zij passen die bepalingen toe met ingang van …[PB: gelieve de datum 1 dag na de omzettingsdatum van deze wijziging van richtlijn in te vullen].
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.