Artikelen bij COM(2025)75 - Visie voor landbouw en voedsel Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2025)75 - Visie voor landbouw en voedsel Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige ... |
---|---|
document | COM(2025)75 |
datum | 19 februari 2025 |
Inhoudsopgave
1. Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties 2
2. Visie en doelstellingen voor 2040: een agrovoedingssysteem dat aantrekkelijk, concurrerend, duurzaam en billijk is voor de huidige en toekomstige generaties 5
3. Samen de beleidsrespons ontwerpen voor een bloeiende agrovoedingssector 6
3.1. Een aantrekkelijke sector ontwikkelen die een redelijke levensstandaard waarborgt en nieuwe inkomenskansen benut 6
3.2. Een concurrerende en veerkrachtige sector in het licht van mondiale uitdagingen 12
3.3. Toekomstbestendig maken van de agrovoedingssector, die nauw verbonden is met de natuur 19
3.4. Voedsel naar waarde schatten en billijke levens- en arbeidsomstandigheden in levendige plattelandsgebieden bevorderen 22
4. Creëren van een gunstig klimaat: onderzoek, innovatie, kennis en vaardigheden centraal stellen in de Europese agrovoedingseconomie 27
5. Conclusie 30
1. Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties
Landbouw en voedsel vormen de kern van de Europese manier van leven. De manieren waarop we voedsel produceren en ervan genieten, zijn geworteld in rijke tradities en hebben de gemeenschappen, culturen en landschappen gevormd die Europa kenmerken.
Landbouw en voedsel – waaronder de visserij – zijn strategische sectoren voor de EU, die 450 miljoen Europeanen veilig en kwalitatief voedsel bieden en een sleutelrol spelen in de mondiale voedselzekerheid. In het Niinistö-verslag1 wordt voedsel een van de belangrijkste sectoren genoemd om essentiële diensten aan burgers te verlenen. De EU-steun via het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) staat centraal in het Europese beleid, en met reden. Aan de Europese voedselzekerheid, -veiligheid en -soevereiniteit mag niet getornd worden. Dat vinden de Europese burgers ook: 94 % van de deelnemers van de recentste Eurobarometer-enquête vindt het belangrijk om in de EU te allen tijde een stabiele voedselvoorziening te waarborgen2.
Voedsel is ook een deel van ons concurrentievermogen. Het agrovoedingssysteem, dat verankerd is in de eengemaakte markt van de EU en in zijn verscheidenheid aan ondernemingen, toepassingsgebieden, omvang en productiemethoden, genereerde in 2022 een meerwaarde van meer dan 900 miljard EUR en bood zo’n 30 miljoen mensen werk3. Dat komt neer op ongeveer 15 % van de totale werkgelegenheid in de EU. Als grootste exporteur van agrovoedingsmiddelen ter wereld heeft de EU haar handelsoverschot in de loop der jaren gestaag verhoogd tot 70 miljard EUR in 20234. Voor onder meer visserij- en aquacultuurproducten, oliehoudende zaden en eiwithoudende gewassen staan de zaken er anders voor: daar is de EU sterk afhankelijk van invoer.
Landbouw en voedsel zijn essentieel om levendige en economisch welvarende plattelands- en kustgemeenschappen in stand te houden. Het platteland is het thuis van 25 % van de EU-bevolking en beslaat 75 % van het grondgebied van de EU5. Het maakt dus een wezenlijk deel uit van de Europese identiteit. Levendige plattelands- en kustgebieden zijn cruciaal om ontvolking tegen te gaan en maken het mogelijk om het recht om te blijven uit te oefenen.
In de landbouw en visserij wordt met de natuur samengewerkt. Landbouwers en vissers zijn hoeders van de natuur, de basis van een veerkrachtig Europa en een essentieel onderdeel van de oplossing om de natuur, bodem, lucht, biodiversiteit, oceanen, het water en het klimaat te beschermen en veerkrachtig te houden. Landbouwers, vissers en levensmiddelenbedrijven zijn innovatoren en ondernemers. Innovatie biedt nieuwe bedrijfsmodellen en beloningen en maakt zo van de transitie een win-winsituatie voor zowel landbouwers, vissers als de natuur, en ondersteunt het concurrentievermogen.
Maar we mogen onze voedselsoevereiniteit nooit als vanzelfsprekend beschouwen. De agrovoedingssector heeft de schokken van de pandemie en de hoge productiekosten doorstaan en zijn ongelooflijke veerkracht getoond. De geopolitieke spanningen, de gevolgen van de recente crises en structurele trends, en de verwoestende impact van extreme weersomstandigheden en milieuaantasting bedreigen echter de levensvatbaarheid van deze belangrijke sector en de strategische autonomie van de EU.
Onze agrovoedingssector wordt geconfronteerd met grote structurele veranderingen, zoals aanzienlijke verschillen in de omvang van landbouwactiviteiten en vergrijzende landbouwers. Slechts ongeveer 12 % van de landbouwers in de EU is jonger dan 40 jaar6. Hoewel het inkomen per persoon in de landbouw de afgelopen decennia is gestegen, blijft het aanzienlijk lager dan het gemiddelde in de rest van de economie7. Dat heeft rechtstreekse gevolgen voor de bestaansmiddelen van de landbouwers en het belemmert hun vermogen om te investeren, plannen en innoveren. Dat blijft de belangrijkste reden waarom de landbouwers in de EU onlangs hun stem hebben laten horen.
Hoewel veel jongeren belangstelling tonen voor een loopbaan in de landbouw en sommige in bloeiende familiebedrijven werken, zijn er veel uitdagingen en obstakels. Verschillende factoren kunnen de landbouw voor de toekomstige generaties steeds onaantrekkelijker maken. Voorbeelden zijn zeer onzekere inkomensperspectieven in combinatie met complexe regelgevingseisen die kunnen leiden tot verstikkende administratieve lasten, lage winstgevendheid, hetgeen investeringen belemmert, crisisgevoelige productie, demografische veranderingen, een genderkloof, geen toegang tot basisdiensten in sommige plattelandsgebieden, en de zwaarte van het beroep. Het cumulatieve effect van de agrovoedingssector verhoogt vaak de druk op het milieu en het klimaat, terwijl landbouwers tegelijkertijd afhankelijk zijn van de natuur om de toekomstige productie te waarborgen. Ook de primaire producenten in de visserij en de aquacultuur hebben te maken met de meeste van deze uitdagingen, net als de agrovoedingssector in zijn geheel.
Het gebrek aan zekerheid en stabiliteit voor de toekomst van de Europese landbouwers heeft in de EU onlangs grootschalige protesten teweeggebracht. Tegen deze achtergrond is het essentieel dat de EU de cruciale rol van de landbouwers in ons leven en levensonderhoud erkent, het concurrentievermogen nieuw leven inblaast en het beroep aantrekkelijker maakt, zodat het kan gedijen en innoveren en onze samenleving er de vruchten van kan plukken – zowel vandaag en morgen als in 2040. Dat is des te belangrijker vanwege de toekomstige uitbreiding en de bijbehorende uitdagingen en kansen voor de landbouw en landbouwers in de huidige en toekomstige lidstaten.
In deze mededeling wordt een visie op het Europese agrovoedingssysteem voor 2040 en erna geschetst. Ze bevat ook een routekaart om het EU-optreden te sturen en er zo voor te zorgen dat al het beleid aansluit op deze visie en is aangepast aan de nieuwe realiteit. Op veel gebieden zullen het nationale en het EU-beleid beter op elkaar afgestemd moeten worden om de doelstellingen te verwezenlijken. Deze visie ondersteunt ook de uitvoering van het EU-kompas voor concurrentievermogen, het overkoepelende vlaggenschipinitiatief van de EU om haar concurrentievermogen te stimuleren8. Het verwachte oceaanpact zal ook het kader vormen om het uitgestrekte maritieme gebied en de lange kustlijn van de EU te benutten om de voedselzekerheid te vergroten, en tegelijkertijd de natuurlijke troef waarop de visserij vertrouwt, in stand te houden en het concurrentievermogen te vergroten door middel van innovatie. Daarnaast zal de Commissie een visie voor de visserij en de aquacultuur opstellen met een perspectief voor 2040 om het concurrentievermogen en de duurzaamheid op lange termijn te waarborgen, banen te scheppen en dringende problemen voor de visserijgemeenschap aan te pakken.
Deze mededeling bouwt voort op meerdere strategische bijdragen, waaronder met name de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU9 en de verslagen van Draghi10, Letta11 en Niinistö12. Ze is ook gebaseerd op de conclusies van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU13, de conclusies van het Belgische voorzitterschap van de Raad over de toekomst van de landbouw (2024) en de conclusies van de Raad van 2024 over de toekomst van het GLB. Ze bouwt ook voort op de adviezen en resoluties van het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.
De beleidsrespons is opgebouwd rond vier fundamentele prioritaire gebieden. In de mededeling wordt uiteengezet hoe deze beleidsinitiatieven inclusief en coöperatief vorm zullen krijgen. De verwezenlijking van deze prioritaire gebieden berust grotendeels op belangrijke flankerende elementen, namelijk vereenvoudiging van de regelgeving die gevolgen heeft voor landbouwers en de hele agrovoedingswaardeketen, en innovatie die oplossingen biedt voor een duurzame transitie.
Een nieuwe manier van werken: vertrouwen ontwikkelen en dialogen aangaan
De ervaring leert dat bepaalde onderwerpen over voedsel en landbouw zeer polariserend kunnen zijn en dat een maatschappelijke consensus eerder uit inclusieve benaderingen voortkomt. Daarom bestaat de kern van deze visie uit een nieuwe manier van werken: vertrouwen ontwikkelen en dialogen aangaan in het hele agrovoedingssysteem, in de EU en wereldwijd.
Met de strategische dialoog en de unaniem overeengekomen reeks aanbevelingen zijn de eerste stappen al gezet. Die dialoog moet echter ter plaatse worden verdiept, met duurzame en doeltreffendere gesprekken op lokaal en regionaal niveau met landbouwers, exploitanten in de voedselketen en het maatschappelijke middenveld in heel Europa. Hun zorgen en ideeën moeten worden gehoord. Terzelfder tijd moeten de bestaande mechanismen om de dialoog en de samenwerking met belanghebbenden op EU-niveau te bevorderen (zoals de huidige groepen voor de dialoog met het maatschappelijk middenveld), worden herzien om een betekenisvollere en doeltreffendere deelname aan het ontwerp van toekomstig beleid te waarborgen. De nieuwe Europese Raad voor landbouw en voedsel14 zal de Commissie helpen om inclusief beleid te ontwikkelen door strategisch advies te verstrekken en een nieuwe cultuur van dialoog tussen de verschillende actoren in de agrovoedingsketen te bevorderen. Daarnaast zal het GLB-netwerk van de EU uitwisselingen tussen alle belanghebbenden blijven faciliteren en zullen de jaarlijkse jongerenbeleidsdialogen ervoor zorgen dat jonge burgers, zoals landbouwers, betrokken worden bij beleidsdiscussies.
Tot slot zal de Commissie een permanente dialoog blijven voeren met alle andere EU-instellingen en -organen (met name het Europees Parlement, de Raad van de EU, het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité) en met belangrijke internationale organisaties en partners. Met het oog op een doeltreffend toezicht op de uitvoering van deze visie zal de Commissie regelmatig verslag uitbrengen aan alle EU-instellingen over de voortgang van de succesvolle uitvoering van de verschillende initiatieven.
2. Visie en doelstellingen voor 2040: een agrovoedingssysteem dat aantrekkelijk, concurrerend, duurzaam en billijk is voor de huidige en toekomstige generaties
De EU van 2040 moet een plek zijn waar landbouw en voedselproductie overal en in al hun diversiteit gedijen, waar landbouw aantrekkelijk is voor toekomstige generaties en de agrovoedingssector concurrerend, veerkrachtig, toekomstbestendig en billijk is.
De toekomst van deze strategische sector berust op het vermogen van de EU en haar lidstaten om de juiste voorwaarden te scheppen om ervoor te zorgen dat:
- de agrovoedingssector aantrekkelijk en stabiel is, met inkomens die de landbouwers welvarend maken en toekomstige generaties15 aantrekken die betaalbaar voedsel voor iedereen blijven produceren dat aan de behoeften van de consument voldoet. Gunstige voorwaarden moeten ertoe leiden dat de agrovoedingssector zijn ondernemerspotentieel kunnen benutten, gesteund door verschillende inkomstenbronnen en vaardigheden om gebruik te maken van de kansen die innovatie, technologie en de groene transitie bieden. De ecosysteemdiensten die gunstig zijn voor het milieu, het water, de bodem en de luchtkwaliteit, zoals in de groeiende biologische sector, moeten naar behoren worden beloond. Een billijk functionerende voedselketen moet waarborgen dat de lasten en kosten van de transitie eerlijk over de keten worden verdeeld;
- de agrovoedingssector concurrerend en veerkrachtig is in het licht van de toenemende wereldwijde concurrentie en schokken. Dat hangt af van het vermogen van de EU om haar handelsbetrekkingen te diversifiëren en zo nieuwe uitvoermogelijkheden voor de sector te creëren en kritieke afhankelijkheden te verminderen. Kader- en mondiale maatregelen moeten ervoor zorgen dat landbouwers wereldwijd op een gelijk speelveld kunnen concurreren, de administratieve rompslomp in eigen land verlichten en de sector veerkrachtiger maken, zodat hij niet alleen schokken kan opvangen en ervan kan herstellen, maar er zich ook aan kan aanpassen en kan transformeren. De EU blijft bijdragen aan de mondiale voedselzekerheid en blijft in de hele wereld partnerschappen ontwikkelen;
- de agrovoedingssector toekomstbestendig is en werkt binnen de grenzen van de planeet. De landbouw en de voedingssector moeten samen bijdragen aan de klimaatdoelstellingen van de EU, gezonde bodems, schoon water en schone lucht in stand houden en de biodiversiteit in Europa beschermen en herstellen. In de hele voedselketen dragen belanghebbenden er gezamenlijk toe bij om die resultaten te behalen en delen ze transitierisico’s. Alle segmenten van het agrovoedingssysteem zijn veel beter voorbereid om de gevolgen van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en verontreiniging het hoofd te bieden, natuurlijke hulpbronnen duurzaam en efficiënt te gebruiken en volgens de “één gezondheid”-benadering te werken;
- de agrovoedingssector voedsel op waarde schat en billijke arbeids- en levensomstandigheden en levendige en goed verbonden plattelands- en kustgebieden – ook de ultraperifere gebieden – bevordert. De plattelandsgebieden moeten het voor hun bewoners mogelijk maken het recht om op het platteland te blijven, uit te oefenen. Het verband tussen voedsel, grondgebied, seizoenen, culturen en tradities moet worden gekoesterd als integrerend onderdeel van de Europese manier van leven. De EU moet wereldleider blijven op het gebied van voedselinnovatie en -veiligheid, en dat voedsel betaalbaar houden voor de burgers. Geestelijke gezondheid mag geen taboe zijn, maar een deel van het systeem voor sociale ondersteuning van landbouwers en werknemers. De leef- en werkomstandigheden moeten meer vrouwen en jongeren aantrekken en de rechten van werknemers op landbouwbedrijven en in de hele voedselwaardeketen moeten worden beschermd.
Tot slot investeert het Europese agrovoedingssysteem in en benut het de transformatieve kracht die onderzoek, kennis, vaardigheden en innovatie bieden. Dat is essentieel om deze visie te verwezenlijken.
3. Samen de beleidsrespons ontwerpen voor een bloeiende agrovoedingssector
Deze visie kan alleen worden verwezenlijkt met een toekomstgerichte, samenhangende beleidsrespons rond de centrale vraag: hoe kunnen we een agrovoedingssysteem ontwikkelen dat economisch, sociaal en ecologisch duurzaam en dus aantrekkelijk, concurrerend, toekomstbestendig en billijk is voor de huidige en toekomstige generaties?
1. Een aantrekkelijke sector ontwikkelen die een redelijke levensstandaard waarborgt en nieuwe inkomenskansen benut
Meer dan zestig jaar geleden heeft de EU zich ertoe verbonden de landbouwgemeenschap een redelijke levensstandaard te bieden. Die toezegging staat in artikel 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en is nu nog net zo relevant als toen. Ondanks de geleverde inspanningen ligt het totale landbouwinkomen per werknemer gemiddeld nog steeds aanzienlijk lager dan de gemiddelde lonen in de hele economie (60 % van de gemiddelde lonen in 2023)16.
Landbouwers willen niet afhankelijk zijn van overheidssteun, maar vanwege de veranderlijke aard van dit beroep en de onevenwichtigheden op de markt is die steun wel vaak nodig. Bij de bepaling van de verschillende maatregelen om een redelijke levensstandaard te bereiken, moeten we alle inkomstenbronnen gebruiken: marktinkomsten, overheidssteun en gediversifieerde en nieuwe aanvullende inkomstenbronnen.
Een eerlijke en billijke voedselketen
Ten eerste moeten landbouwers betere inkomsten uit de markt halen, zodat ze de nodige investeringen kunnen doen om hun bedrijf toekomstbestendig en veerkrachtiger te maken. Een voorwaarde hiervoor is dat de huidige onevenwichtigheden in de voedselketen worden gecorrigeerd, want daar hebben een oneerlijke verdeling van inkomsten, risico’s en de last van kosten vaak onevenredig grote gevolgen voor de primaire producenten. Praktijken waarbij landbouwers systematisch gedwongen worden onder de kostprijs te verkopen, worden niet getolereerd.
De eerste stappen zijn al gezet om de situatie opnieuw in evenwicht te brengen en de regels tegen oneerlijke handelspraktijken gemakkelijker te handhaven met de voorstellen die de Commissie op 9 december 2024 heeft vastgesteld17. Daarmee wordt de positie van de producenten bij de onderhandeling over en de afsluiting van contracten verbeterd en worden landbouwers beter beschermd tegen oneerlijke handelspraktijken.
Bovendien hebben verschillende lidstaten nationale regels opgesteld om productie onder de kostprijs aan te pakken, maar dat kan leiden tot verschillende benaderingen op de eengemaakte markt. In het kader van de evaluatie van de huidige regels zullen oneerlijke handelspraktijken en de nationale regels verder worden onderzocht, zoals is aanbevolen in de strategische dialoog. Op basis daarvan zal de Commissie extra initiatieven voorstellen, met name de herziening van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken om werk te maken van het beginsel dat landbouwers niet mogen worden gedwongen hun producten systematisch onder de productiekosten te verkopen, alsook de herziening van de GMO-verordening in het kader van de GLB-voorstellen voor de periode na 2027.
Zoals is voorgesteld in de strategische dialoog, moet de positie van landbouwers in de waardeketen ook worden versterkt door hen aan te moedigen zich aan te sluiten bij coöperaties en/of verenigingen om de kosten te verlagen, de efficiëntie te verhogen en de prijzen op de markt te verbeteren. In dit verband steunt het GLB landbouwers al.
Bovendien is transparantie over de wijze waarop kosten en marges in de voedselketen worden gevormd en gedeeld, een belangrijk element om vertrouwen en billijkheid te stimuleren. De Commissie zal de transparantie in de hele voedselketen verder vergroten, onder meer via het nieuwe EU-waarnemingscentrum voor de agrovoedingsketen, dat indicatoren voor de prijsvorming in de voedselketen zal opstellen en publiceren als leidraad voor verdere maatregelen. Daarmee moet ook ondersteuning worden geboden aan het concurrentievermogen op lange termijn van kmo’s in de voedsel- en drankensector, die bijzonder zwaar zijn getroffen door de recente inflatie.
Billijkere en gerichtere overheidssteun
Om de voortzetting te waarborgen van de landbouw die in de hele EU toekomstige generaties landbouwers aantrekt, blijft de overheidssteun via het GLB essentieel om het inkomen van landbouwers te ondersteunen. Rechtstreekse betalingen in het kader van het GLB spelen nog steeds een cruciale rol om het landbouwinkomen op bedrijfsniveau te steunen en te stabiliseren en waren in 2020 gemiddeld goed voor 23 % van dat inkomen18.
Het toekomstige GLB, dat deel zal uitmaken van de toekomstige MFK-voorstellen, zal eenvoudiger en gerichter zijn, om een ambitieus en toekomstgericht EU-landbouwbeleid te ondersteunen. Er zal een duidelijker evenwicht zijn tussen op stimulansen gebaseerd beleid en regelgevingsbeleid met gevolgen voor landbouwers.
Voorts erkent de Commissie dat het imago van het GLB bij het grote publiek is beïnvloed door een gepercipieerd gebrek aan billijkheid bij de verdeling van betalingen in sommige gebieden.
Als algemeen beginsel zal de toekomstige GLB-steun daarom meer gericht worden op landbouwers die actief betrokken zijn bij de voedselproductie, op de economische vitaliteit van landbouwbedrijven en op het behoud van ons milieu. Bij de aanpak moet ook worden overwogen prioriteit te geven aan de productie van landbouwproducten die essentieel zijn voor de strategische autonomie en veerkracht van de EU.
Kleine en middelgrote landbouwers vormen het sociale weefsel van het platteland en beschermen de natuur en de bestaansmiddelen. Ze moeten kunnen werken zonder overmatige administratieve lasten. Gezien hun omvang zal de Commissie overwegen om het gebruik van vereenvoudigde instrumenten voor inkomenssteun aantrekkelijker te maken en het gebruik ervan uit te breiden met een gestroomlijnd systeem van voorwaarden en controles.
De steun moet ook gericht zijn op landbouwers die er het meest behoefte aan hebben, met bijzondere aandacht voor landbouwers in gebieden met natuurlijke beperkingen, jonge en nieuwe landbouwers en gemengde landbouwbedrijven.
Een intensievere toepassing van maatregelen zoals degressiviteit en plafonnering zal worden overwogen, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende structurele en sectorale omstandigheden in de lidstaten. Alle landbouwers moeten ook kunnen blijven gebruikmaken van instrumenten als betalingen voor ecosysteemdiensten, die zullen worden gestroomlijnd en vereenvoudigd, alsook van investeringssteun en instrumenten voor crisis- en risicobeheer.
Voortbouwend op de ervaring met de huidige strategische GLB-plannen moet de uitvoering van het GLB-beleid verder worden gestroomlijnd. De huidige complexiteit vraagt om een strategischere aanpak.
Het toekomstige GLB voor de periode na 2027 zal gebaseerd zijn op basisbeleidsdoelstellingen en gerichte beleidseisen. De lidstaten zullen meer verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht krijgen over de manier waarop ze aan die doelstellingen voldoen.
Landbouwers krijgen meer flexibiliteit en dus meer bewegingsvrijheid om landbouwpraktijken te ontwerpen die beter afgestemd zijn op hun bedrijf en situatie. Het huidige conditionaliteitssysteem zal worden vereenvoudigd. De landbouwers hebben positief gereageerd op de invoering van ecoregelingen, die hen belonen als ze ecosysteemdiensten leveren die verder gaan dan de verplichte eisen. De Commissie zal de focus van het toekomstige GLB verschuiven van voorwaarden naar stimulansen.
Profiteren van innovatie die beloont
Landbouwers zijn van nature innovatoren en ondernemers. Jonge landbouwers willen de drijvende kracht achter innovatie zijn. De klimaatneutrale en natuurpositieve economie biedt nieuwe mogelijkheden voor aanvullende inkomstenbronnen voor landbouwers en vissers.
Concrete voorbeelden zijn de groeiende biologische sector en agro-ecologische landbouwpraktijken, die aantrekkelijke opties zijn voor jongere landbouwers en waarbij economische mogelijkheden worden gecombineerd met milieuresultaten en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Voor anderen biedt innovatie nieuwe en boeiende kansen. Zo bieden de bio-economie en circulariteit een groot potentieel voor landbouw, bosbouw en het hele voedselsysteem, en om onze kritieke afhankelijkheden te verminderen. De nieuwe strategie voor de bio-economie moet eind 2025 worden gepresenteerd en de EU als wereldleider op de snel groeiende bio-economiemarkt positioneren. We moeten de commercialisering van biogebaseerde en circulaire oplossingen versnellen, baanbrekende biotechnologieën opschalen, opkomende marktkansen benutten en investeringstekorten wegwerken. Dat zal met name gunstig zijn voor de landbouwgemeenschap door de diversificatie van waardestromen, de valorisatie van landbouwresidu, de versterking van de rol van primaire producenten in de waardeketen en de creatie van nieuwe banen op het platteland. De Commissie zal samenwerken met internationale partners, vooral via de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), om duurzame manieren te vinden om het potentieel van de bio-economie vrij te maken voor landbouwers, niet alleen in Europa, maar ook wereldwijd.
Naast overheidssteun kunnen innovatieve financieringsinstrumenten – waaronder private en gemengde publiek-private financiering voor de natuur – landbouwers die natuurpositieve werkwijzen volgen of daarop overschakelen, belonen en hen samenbrengen met bedrijven en investeerders die daar een zakelijk belang in hebben.
Koolstoflandbeheer ontwikkelt zich al als een extra bron van inkomsten. De verordening koolstofverwijdering en koolstoflandbeheer19 heeft het eerste vrijwillige certificeringskader voor koolstofverwijdering, -landbeheer en -opslag in producten in de hele EU gecreëerd, en momenteel worden er certificeringsmethoden ontwikkeld om koolstofverwijdering, bodememissiereductie en biodiversiteitsvoordelen op betrouwbare wijze te monitoren, te rapporteren en te controleren. Waar mogelijk zullen deze methoden voortbouwen op bestaande regelingen die landbouwers al een aanvullend inkomen bieden. Zodra deze methoden volledig zijn ontwikkeld, moeten doeltreffende manieren worden gestimuleerd om het aanbod van en de vraag naar die vrijwillige credits op elkaar af te stemmen en zo hun extra inkomensmogelijkheden voor landbouwers te optimaliseren.
Later zal de Commissie dit aanvullen met ontwikkelingsmogelijkheden voor natuurcredits: eenheden van natuurpositieve maatregelen die een weergave zijn van gekwantificeerde en gecertificeerde kwalitatieve natuurpositieve resultaten. Uit een aantal bestaande regelingen van commerciële exploitanten en lopende proefprojecten, zowel binnen als buiten de EU, blijkt het belangrijke potentieel voor dergelijke projecten, waarop verdere werkzaamheden kunnen voortbouwen.
Er vormen zich ook belangrijke kansen op het gebied van de productie van hernieuwbare energie, een optie die de energiezekerheid vergroot, de broeikasgasemissies vermindert en land- en bosbouwers extra inkomens en innovatieperspectieven biedt. Landbouwers moeten niet alleen nog energieonafhankelijker worden met behulp van bijvoorbeeld zonnepanelen, windmolens en biogasproductie, maar ook hun energieproducten op de markt kunnen brengen, onder meer via energiegemeenschappen.
Voorbeelden:
Digitalisering (waaronder AI), onderzoek en innovatieve agrotechnologieën kunnen een revolutie in de landbouw teweegbrengen en de kosten op landbouwbedrijven verlagen en zo bijdragen tot betere inkomens.
- E-commerceplatforms, digitale-marketinginstrumenten en onlinemarktplaatsen kunnen landbouwers en andere actoren in het agrovoedingssysteem helpen meer klanten te bereiken en hun inkomstenstromen te diversifiëren.
- Precisielandbouw en oplossingen op basis van gegevens kunnen de winstgevendheid verhogen door de productiemiddelen te optimaliseren.
- De honderd levende laboratoria van de onderzoeks- en innovatiemissie “Bodemdeal voor Europa” van Horizon Europa zijn een ongekende hulpbron die landbouwers helpt hun bodems te verbeteren tegen de achtergrond van hoge prijzen voor meststoffen, waterschaarste en andere extreme verschijnselen zoals overstromingen.
Een ambitieuze investeringsagenda opstellen
Een veerkrachtig en duurzaam agrovoedingssysteem vereist aanzienlijke investeringen en dus doortastende maatregelen om de duurzaamheidstransitie te financieren en de risico’s ervan te verminderen. De landbouwsector wordt geconfronteerd met een aanzienlijk financieringstekort van naar schatting 62 miljard EUR (in 2022), veel groter dan in 201720. Landbouwers (vooral jonge) hebben moeite om leningen te krijgen van banken, financiële instellingen en particuliere investeerders. Dat is het gevolg van de relatief kleine omvang van landbouwbedrijven, een laag rendement op investeringen, zeer variabele winstgevendheid en risico’s, de onvoorspelbare productie vanwege het weer en klimaat en blootstelling aan veranderlijke (mondiale) grondstoffenmarkten.
Het GLB zal investeringen blijven financieren die erop gericht zijn om het concurrentievermogen, de duurzaamheid en de veerkracht van de landbouwsector te bevorderen. Dit omvat zowel de vaak relatief kleinschalige investeringen op bedrijfsniveau als de openbare en particuliere infrastructuur die nodig is om de sector te moderniseren. De bestaande instrumenten kunnen elkaar alleen versterken als ze slimmer worden gebruikt.
De Commissie zal nauw samenwerken met institutionele beleggers zoals de Europese Investeringsbank Groep en de bankensector om overheidsfinanciering en -investeringen efficiënt in te zetten en particulier kapitaal aan te trekken en de risico’s ervan te verminderen.
In dit verband zal de Commissie de mogelijkheden onderzoeken om risicoverzekeringen voor primaire producenten en publiek-private partnerschappen op te zetten om investeringen voor kmo’s in de landbouw- en levensmiddelensector aan te trekken en zo de transformatie van de voedselketen te versnellen.
Ondernemerschap stimuleren: een nieuwe strategie voor generatievernieuwing
De voedselsoevereiniteit in Europa in 2040 berust op de schouders van de jonge en nieuwe landbouwers van vandaag.
Om de landbouwsector aantrekkelijker te maken, moeten de grootste obstakels voor generatievernieuwing worden weggenomen, met name wat betreft de toegang tot grond, investeringen, vaardigheden enz. Het recht om te blijven kan worden toegepast op de vestiging van jonge landbouwers die op hun grondgebied willen blijven en aan landbouw willen doen.
Maar het GLB kan deze verantwoordelijkheid niet alleen dragen. Om een echte generatievernieuwing te stimuleren, is een maatschappijbrede aanpak nodig en een beleidsmix van verschillende gebieden en verantwoordelijkheden, waarvan veel onder nationale en regionale bevoegdheden vallen.
De Commissie zal het voortouw nemen bij het werk met betrekking tot de strategie voor generatievernieuwing die in 2025 zal worden gepresenteerd, in nauwe samenwerking met de lidstaten, het Europees Parlement en de belangrijkste belanghebbenden. Deze strategie zal aanbevelingen bevatten voor de beleidsrespons en de noodzakelijke maatregelen, op nationaal, regionaal en EU-niveau.
De beperkte beschikbaarheid van vruchtbare grond in een context van toenemende concurrentie om het gebruik van grond en de gevolgen van de klimaatverandering plaatsen de landbouwgemeenschap – en met name de nieuwkomers in de sector – in een moeilijke situatie. Het grondbeleid bestrijkt veel aspecten, voornamelijk binnen de nationale bevoegdheden. Bij dit werk moeten de voorwaarden voor landmobiliteit en -overdracht en de beginselen van mitigatie van ruimtebeslag in acht worden genomen, voortbouwend op de goede voorbeelden uit verschillende lidstaten in regelingen voor landmobiliteit. Transparantie bij ruimtelijke ordening en grondaankoop is net zo belangrijk. De lidstaten hebben het potentieel om in hun nationale instrumentarium sterke hefbomen te ontwikkelen die generatievernieuwing kunnen vergemakkelijken, onder meer door middel van pensioenregelingen en fiscale stimulansen.
Als antwoord op het verzoek van het Europees Parlement en conform de aanbeveling van de strategische dialoog zal de Europese Commissie werken aan de oprichting van een EU-waarnemingscentrum voor landbouwgrond21. We zullen de transparantie en samenwerking verbeteren op gebieden als grondtransacties, overdrachten van grondgebruiksrechten, prijstrends, marktgedrag, veranderingen in grondgebruik en verlies van natuurlijke en landbouwgrond. Het waarnemingscentrum zal de lidstaten ook helpen om weloverwogen beslissingen te nemen over de regulering van hun markten voor landbouwgrond. Grotere transparantie van de marktontwikkelingen en samenwerking in de hele EU zullen het gemakkelijker maken om legitieme belangen van het landbouwbeleid te verwezenlijken in overeenstemming met de vrijheden van de eengemaakte markt.
2. Een concurrerende en veerkrachtige sector in het licht van mondiale uitdagingen
De EU maakt deel uit van een verbonden wereld en is ’s werelds grootste exporteur en een van de grootste importeurs van agrovoedingsmiddelen. Hoe we landbouwproducten produceren, consumeren en verhandelen, heeft grote gevolgen voor onze betrekkingen met derde landen22.
Oorlogen en conflicten zijn de belangrijkste oorzaken van voedselonzekerheid. Andersom kan voedselonzekerheid ook leiden tot instabiliteit, en in de veranderende wereldorde wordt voedsel als wapen gebruikt. Onze handelspartners nemen hun toevlucht tot unilaterale maatregelen en nemen onze belangrijkste sectoren in het vizier, onze uitvoer wordt nog steeds geconfronteerd met obstakels en de mondiale toeleveringsketens lopen het risico verstoord te worden. Het streven van de EU naar hoge mondiale normen om universele doelstellingen te beschermen op het gebied van milieu, menselijke, dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid, wordt vaak beschouwd als een handelsbarrière. Ook maken de landbouwers in de EU zich steeds meer zorgen over oneerlijke mondiale concurrentie en een gebrek aan wederkerigheid.
Deze problemen zullen de EU er echter niet van weerhouden de banden met de vele bereidwillige partners te blijven aanhalen, onder meer via de Global Gateway-investeringsstrategie. De mondiale voedselzekerheid en de Europese voedselsoevereiniteit zullen een wezenlijk deel blijven uitmaken van de algemene agenda van de EU voor veiligheid, concurrentievermogen en duurzaamheid. Over de hele wereld lijden veel mensen honger, is er acute voedselonzekerheid en stijgen de voedselprijzen. De EU zal derde landen blijven steunen bij hun voedselsoevereiniteit, veerkracht en duurzaamheid door via humanitaire bijstand toegang tot veilig, kwalitatief en voedzaam voedsel te bieden aan iedereen, ook de meest kwetsbaren, met inachtneming van het internationaal humanitair recht.
De diversificatie van de toeleveringsketens en de bevordering van transformatieve veerkracht
In een wereld die wordt gekenmerkt door geopolitieke en geo-economische spanningen veranderen afhankelijkheden in kwetsbaarheden, zoals Draghi het heeft verwoord23. Vandaag de dag is de voedselsoevereiniteit van de EU sterk afhankelijk van ingevoerde productiemiddelen zoals meststoffen, diervoeders en energie, en dit meestal uit geografisch geconcentreerde regio’s. Het is daarom cruciaal om deze strategische afhankelijkheden en de risico’s voor de toeleveringsketens te verminderen en een transitie naar een schone koolstofarme economie die steeds meer hulpbronnenefficiënt is, te ondersteunen24.
Een van de belangrijkste afhankelijkheden van invoer van de EU is de eiwitvoorziening. De EU is sterk afhankelijk van kwalitatieve invoer uit een beperkt aantal landen van oorsprong, waardoor ons voedselsysteem kwetsbaar is voor schommelingen op de wereldmarkt en duurzaamheidsrisico’s25. We moeten nadenken over de manier waarop eiwitten in de EU worden geproduceerd en geconsumeerd. De Commissie zal daarom een uitgebreid plan ontwikkelen om die problemen aan te pakken, waarbij beleid, onderzoek en inspanningen ter plaatse worden geïntegreerd om een zelfvoorzienender en duurzamer EU-eiwitsysteem tot stand te brengen en de invoer te diversifiëren.
De EU is ook sterk afhankelijk van ingevoerde grond- en meststoffen, die essentieel zijn voor de voedselproductie en -zekerheid. Er is een toenemende concentratie gaande van de invoer uit enkele landen van oorsprong, met name voor ureum: vier landen leveren ongeveer 88 % van de EU-invoer26. Deze afhankelijkheden verminderen is een win-winsituatie: i) voor het concurrentievermogen van de schone industrie in Europa door de binnenlandse productie van meststoffen te ondersteunen; ii) voor de landbouwers, die op een betrouwbare aanvoer en stabiele prijzen kunnen rekenen; en iii) voor het milieu en klimaat door de steun voor het brede en doeltreffende gebruik van koolstofarme meststoffen en gerecyclede voedingsstoffen zoals teruggewonnen stikstof uit mest en digestaat na een passende behandeling.
Vooruitblikkend zal de toekomstige uitbreiding kansen bieden voor de veerkracht van de EU, met als doel de productie- en uitvoercapaciteit in de huidige en toekomstige lidstaten in stand te houden en te verbeteren. Zo worden de strategische autonomie en het belang van de EU in de mondiale handel in agrovoedingsmiddelen versterkt. Er zijn echter ook problemen die zorgvuldig in overweging moeten worden genomen, vooral wat de gevolgen voor de landbouwers in de EU betreft. De voorbereiding op en doeltreffende aanpak van de problemen voor de landbouwers in de EU zullen essentieel zijn om de kansen te benutten die de uitbreiding biedt, onder andere omdat dit de geleidelijke integratie van kandidaat-lidstaten in de eengemaakte markt zou kunnen vergemakkelijken, terwijl zij stappen zetten in de richting van volledig EU-lidmaatschap.
Naar een billijkere mondiale concurrentie
De EU-aanpak van een billijker mondiaal gelijk speelveld zal bestaan uit twee actieterreinen die hand in hand moeten gaan.
a. Mondiale en bilaterale samenwerking
In de huidige geopolitieke context is het duidelijk dat het steeds moeilijker zal worden om een mondiale consensus over landbouw- en voedselnormen te bereiken.
De EU zal met haar partners en belangrijke internationale organisaties echter de Team Europa-benadering blijven hanteren voor een striktere uitvoering van internationaal overeengekomen verbintenissen en voor meer ambitie om mondiale duurzame voedselsystemen tot stand te brengen, in overeenstemming met Agenda 2030 en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen. Er zal prioriteit worden gegeven aan de verscherping van de mondiale normen in internationale normalisatie-instellingen op gebieden die cruciaal zijn om eerlijke concurrentie te waarborgen, met name voor gewasbeschermingsmiddelen en dierenwelzijn. In 2025 zal de Commissie haar actielijn voor de verdieping van de wederkerigheid aan de lidstaten voorleggen met het oog op de verdere uitwerking. Ten tweede zal de Unie met de FAO en de internationale partners samenwerken aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke aanpak voor een vergelijkbare en billijke wereldwijde beoordeling van duurzaamheidsaspecten van de voedselproductie, als aanvulling op het werk van de EU op het gebied van benchmarking van duurzaamheid.
De EU zal assertiever zijn om de uitvoer van EU-producten te bevorderen en strategisch te verdedigen, door ervoor te zorgen dat derde landen kunnen profiteren van de uitvoering van handelsfacilitatiemaatregelen (bv. voorafgaande opneming in lijsten), mits zij ook soortgelijke maatregelen toepassen op de EU. We zullen onze economische diplomatie in de agrovoedingssector en specifieke missies op hoog niveau versterken.
Op bilateraal niveau zullen we de bestaande bilaterale landbouwbeleidsdialogen verbeteren en nieuwe partnerschapsdialogen over het agrovoedingsbeleid opzetten met belangrijke bilaterale, regionale en continentale partners. In dit verband bieden strategische en uitgebreide partnerschappen met ons zuidelijk nabuurschap en het verwachte nieuwe pact voor het Middellandse Zeegebied belangrijke kansen. De EU zal ook ten volle bilaterale vrijhandelsonderhandelingen en -overeenkomsten inzetten en de belangen van de Europese landbouwers blijven beschermen. De EU zal de uitvoering en de handhaving van de hoofdstukken en bepalingen over handel en duurzame ontwikkeling en de hoofdstukken over duurzame voedselsystemen verbeteren, met meer gerichte en operationele landspecifieke prioriteiten en maatregelen, ook met betrekking tot specifieke sectoren, naargelang het geval. In onze partnerschapsdialogen zullen we bijzondere aandacht schenken aan de mogelijke gevolgen van de regelgeving van de EU voor lokale agrovoedingssystemen en zorgen voor samenhang tussen het interne en externe beleid van de EU op het gebied van landbouw, milieu, klimaat en gezondheid.
b. Het EU-kader voor een concurrerende agrovoedingssector
Tegelijkertijd zal de EU er binnen zijn grenzen voor zorgen dat ambitieuze EU-normen niet leiden tot economische, ecologische en sociale lekken, en dat de Europese agrovoedingssector geen concurrentienadeel ondervindt zonder overeenkomstige wederkerigheid. Daartoe zal de EU op samenhangende wijze een kmo- en concurrentievermogenstoets uitvoeren in haar beleid, zoals vermeld in het kompas voor concurrentievermogen. Zo wordt het effect van de EU-regels op de landbouwers in de EU, de kmo’s in de agrovoedingssector, de handel en het risico op lekken consequent beoordeeld., Daarnaast zal de EU de gevolgen voor EU-landbouwers en de mondiale duurzaamheid van vrijhandelsovereenkomsten waarover wordt onderhandeld, grondig onderzoeken.
Om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de bezorgdheid van de EU over dierenwelzijn en milieubescherming en om de morele waarden van de EU te handhaven en zo tegemoet te komen aan de maatschappelijke vraag, zal de Commissie, in overeenstemming met de internationale regels, ernaar streven om de productienormen die worden toegepast op ingevoerde producten, met name wat betreft pesticiden en dierenwelzijn, meer op één lijn te brengen.
In dat verband zal de Commissie het beginsel vaststellen dat de gevaarlijkste pesticiden die om gezondheids- en milieuredenen in de EU verboden zijn, niet via ingevoerde producten naar de EU mogen terugkeren. Om vooruitgang te boeken, zal de Commissie in 2025 de effectbeoordeling starten om de gevolgen voor de concurrentiepositie van de EU en de internationale implicaties te onderzoeken en, indien nodig, wijzigingen van het toepasselijke rechtskader voorstellen. Evenzo zal de Commissie de uitvoer beoordelen van gevaarlijke chemische stoffen, waaronder pesticiden, die in de EU verboden zijn27.
Een ander vaststaand onderdeel van het invoerbeleid van de EU is de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders en de dier- en plantgezondheid. De productnormen van de EU zijn de hoogste ter wereld en zorgen ervoor dat alle ingevoerde agrovoedingsproducten veilig zijn. De Commissie zal waarborgen dat de wetgeving voor voedselveiligheid naar behoren uitgevoerd en gehandhaafd wordt. Er zal een speciale taskforce worden opgericht die de expertise en krachten van de Commissie en de lidstaten bundelt. Dat zal de reactie van de EU betreffende de verbetering van de invoercontroles aanzienlijk vergroten, ook de controles ter plaatse.
Op het gebied van dierenwelzijn zal de Commissie ervoor zorgen dat in toekomstige wetgevingsvoorstellen dezelfde normen worden toegepast voor producten die in de EU worden geproduceerd als voor producten die uit derde landen worden ingevoerd, waarbij ook aandacht wordt besteed aan handhavingskwesties en zorgen die de EU-burgers naar voren brengen. De gerichte herziening van de wetgeving voor dierenwelzijn zal een gelegenheid vormen om dat te doen, met inachtneming van de WTO-regels en op basis van een effectbeoordeling.
Als onze handelspartners hun toevlucht nemen tot oneerlijke concurrentie en unilaterale maatregelen die onze agrovoedingssector of die van individuele lidstaten onrechtmatig in het vizier nemen om ons als unie te verdelen, zal de EU alle beschermingsinstrumenten inzetten die ze heeft. In 2025 zal de EU een ambitieus Eendrachtsvangnet voor de agrovoedingssector van de EU ontwikkelen. Als de EU of de lidstaten economische dwang ondervinden door niet-EU-landen, zal de EU de agrovoedingssector met alle beschikbare middelen beschermen, als het nodig is ook in het kader van de WTO of de autonome instrumenten van de EU, zoals het antidwanginstrument.
De Commissie zal ook samenwerken met de EIB om exportkredieten te verstrekken die de risico’s van de uitvoer voor de agrovoedingssector van de EU verminderen.
In dit verband zal de reserve van 1 miljard EUR die in het kader van de overeenkomst tussen de EU en Mercosur in het volgende MFK is aangekondigd, een belangrijke rol spelen.
Daarnaast zal de Commissie het concurrentievermogen en de veerkracht van gevoelige sectoren zoals de veehouderij verbeteren, een vereenvoudigingspakket presenteren dat het concurrentievermogen van de Europese landbouwers moet versterken en tegelijk moet blijven bijdragen tot maatschappelijke doelstellingen, een uitbreiding van de oorsprongsetikettering voorstellen conform de sectorspecifieke kenmerken en de regels van de eengemaakte markt, en haar afzetbevorderingsbeleid versterken.
Paraatheid en risicobestendigheid van de agrovoedingssector
“We moeten beter voorbereid zijn, niet alleen om in deze nieuwe realiteit te overleven, maar ook om er te kunnen gedijen”, aldus het Niinistö-verslag28. Deze nieuwe realiteit wordt gekenmerkt door aanzienlijke schokken, gaande van de pandemie, de Russische aanvalsoorlog en marktverstoringen tot dier- en plantenziekten en een volatiele geopolitieke situatie. Bovendien komen extreme weersomstandigheden, die voorheen relatief zeldzaam waren, steeds vaker voor en veranderen de neerslagpatronen.
Bij veel van deze crises zijn het de landbouwers die het eerst worden getroffen. Het toenemende aantal risico’s, dreigingen en onzekerheden vraagt om een ambitieuze Europese risico- en crisisbeheersingsaanpak waarbij het instrumentarium voor een beter beheer van risico’s en crises op EU-niveau wordt herzien en versterkt.
Ten eerste zullen de stimulansen voor landbouwers worden versterkt om hun kwetsbaarheid voor en blootstelling aan risico’s te verminderen door middel van aanpassing op bedrijfsniveau, evenals de stimulansen voor landbouwers om risico’s te delen (bijvoorbeeld via producentenorganisaties of coöperaties). Een klimaatbestendige EU-landbouw moet gebaseerd zijn op beleid dat is afgestemd op lokale, regionale en nationale behoeften, waarbij landbouwpraktijken en -interventies worden ondersteund die lokale landbouwproducties geschikt maken voor toekomstige klimaatomstandigheden.
Voortbouwend op de ervaring die is opgedaan met de initiatieven van de afgelopen jaren29, zijn aanvullende stappen nodig. Het verwachte Europees klimaataanpassingsplan en de geplande Europese strategie voor waterweerbaarheid zullen een belangrijke rol spelen, met name bij het ondersteunen van de lidstaten op het gebied van paraatheid en planning, en bij het aanpakken van de risico’s en gevolgen van klimaatverandering voor energie, vervoer en andere infrastructuur, water, voedsel en land in steden en plattelandsgebieden.
Het toekomstige GLB zal op meer gerichte wijze maatregelen en investeringen ondersteunen die de landbouwsector beter bestand maken tegen de veranderende omstandigheden. Er zullen ambitieuzere transformatieve veranderingen nodig zijn op plaatsen waar de huidige producties niet duurzaam zijn op langere termijn, bijvoorbeeld door middel van nieuwe lokale strategieën, onderzoek en innovatie, waaronder nieuwe genomische technieken om klimaatbestendige gewassen te produceren.
Ten tweede zijn ambitieuze maatregelen nodig op het gebied van risicoparaatheid, verzekering en risicovermindering. Op dit gebied zal samenwerking met de Europese Investeringsbank, met banken, verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen en met actoren in de waardeketen cruciaal zijn. Dat moet leiden tot een betere risicopooling en een betere beschikbaarheid en betaalbaarheid van landbouwverzekeringen voor landbouwers.
Ten derde moeten de Commissie en de lidstaten zorgen voor beleidscoherentie tussen risico- en crisisbeheersingsinstrumenten en voor meer flexibiliteit. Crisisbeheersingsinstrumenten moeten landbouwers aanmoedigen om risico’s proactief te beheren en de lidstaten om efficiënte en aangepaste risicobeheersstrategieën te ontwikkelen.
Bovendien moet de werking van de landbouwreserve zorgvuldig worden geëvalueerd om deze opnieuw toe te spitsen op specifieke omvangrijke crises, zoals ernstige marktverstoringen en problemen met de gezondheid van dieren en planten. Voorts moet de verlening van uitzonderlijke steun aan landbouwers beter worden gekoppeld aan passende risicobeheersmaatregelen en preventieve maatregelen.
In het verlengde van het Niinistö-verslag moet de EU haar paraatheid op het gebied van voedselzekerheid in de hele voedselketen opvoeren. De activiteiten van het Europees mechanisme voor paraatheid en respons bij voedselzekerheidscrises moeten worden voortgezet, ontwikkeld en gekoppeld aan de algemene crisisbeheersing van de EU in het kader van een overheidsbrede benadering. In overeenstemming met de verwachte strategie voor een paraatheidsunie moet worden gestreefd naar synergieën en meer coördinatie op het gebied van paraatheid. Daarnaast kunnen nieuwe specifieke instrumenten voor landbouw en voeding worden onderzocht in verband met voedselreserves, gezamenlijke aanbestedingen en meer transparantie in tijden van crisis. Net als bij andere essentiële sectoren, zoals gezondheid, moeten op nationaal en regionaal niveau holistische paraatheids- en responsplannen worden ontwikkeld die betrekking hebben op alle aspecten die relevant zijn voor de hele voedselvoorzieningsketen in het kader van een bredere EU-aanpak van paraatheid.
Ondersteuning van de veerkracht van de landbouwmarkten
De geopolitieke gebeurtenissen die leiden tot handelsverstoringen, de wereldwijde concurrentie, de gevolgen van extreme weersomstandigheden en de veranderende consumptiepatronen zijn een bron van onzekerheid voor veel markten van basisproducten, gaande van wijn, granen en dierlijke producten tot olijfolie. De Commissie houdt nauwlettend toezicht op alle markten en treedt snel op wanneer de marktsituatie verslechtert.
De specifieke situatie in de wijnsector vereiste een dergelijke reactie en de Commissie zal de aanbevelingen van de Groep op hoog niveau inzake wijn30 in 2025 verder uitvoeren.
De veeteeltsector in de EU is bijzonder kwetsbaar voor verschillende schokken en wereldwijde concurrentie. Strenge EU-normen verplichten de veehouders in de EU wereldleiders te zijn, maar niet overal ter wereld worden dezelfde inspanningen verricht, waardoor zij op een ongelijk speelveld concurreren. Dergelijke normen brengen ook kosten met zich mee, die door de markt niet altijd worden beloond. Vee is en blijft een essentieel onderdeel van de landbouw, het concurrentievermogen en de cohesie van de EU. Duurzaam vee is cruciaal voor de economie van de EU, de levensvatbaarheid van plattelandsgebieden en het behoud van het milieu en de rurale landschappen. Het is een sector waarin innovatie goed gedijt en tastbare voordelen oplevert.
De veeteeltsector in de EU heeft een langetermijnvisie nodig die de diversiteit en duurzaamheid van de veeteelt in heel Europa respecteert. Om deze diversiteit te beschermen is een uniforme aanpak niet geschikt, maar zijn veeleer gerichte, territoriale oplossingen nodig voor het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de sector. Een krachtige impuls kan worden gegeven door gunstige voorwaarden te scheppen voor de ontwikkeling van een “uitmuntende veeteeltketen”. De Commissie zal een werkstroom voor vee opzetten om beleidstrajecten te ontwikkelen om: a) de uitdagingen van de sector, met inbegrip van de wereldwijde concurrentie, in kaart te brengen; b) passende instrumenten voor te stellen om de sector te begeleiden, evenals, indien gerechtvaardigd, reciprociteitsmaatregelen; c) te zoeken naar manieren om de klimaat- en milieuvoetafdruk van de sector aan te pakken, met inbegrip van manieren om de link tussen veeteelt en het behoud van graslanden (die waardevol zijn voor milieu en klimaat) te valoriseren door middel van extensievere veeteeltsystemen die gunstig zijn voor het behoud van de biodiversiteit en de landschappen; d) investeringen, technologische ontwikkeling en innovatie bevorderen, en e) de ontwikkeling van duurzame productiemodellen bevorderen.
Minder administratieve rompslomp met het oog op een concurrerende agrovoedingssector
Landbouwers moeten ondernemers en aanbieders zijn die geen last hebben van onnodige bureaucratie of regeldruk. Zoals in het Draghi-verslag wordt gesteld, belemmeren buitensporige vereisten en rapportageverplichtingen het concurrentievermogen van de economie en innovatie in de EU.
De Commissie zal een ongekende inspanning tot vereenvoudiging leveren31, ook in de landbouw. Het is niet de taak van de Unie om de praktijken die op landbouwbedrijven in acht moeten worden genomen, zo gedetailleerd uit te werken. Uit de talrijke verzoeken om afwijkingen van deze verplichtingen, die vaak gerechtvaardigd zijn op grond van nationale en regionale specifieke kenmerken, is gebleken dat uniforme benaderingen niet het meest geschikte instrument zijn voor een dergelijke gediversifieerde sector.
Daarnaast moeten de lasten beter verdeeld zijn tussen landbouwers en lidstaten als het gaat om de uitvoering van regelgeving en vereisten, in combinatie met een stresstest en een realitycheck van bestaande en nieuwe wetgeving. Ook overregulering moet worden vermeden en een cumulatieve effectbeoordeling is essentieel.
Nieuwe technologieën bieden positieve vooruitzichten op vereenvoudiging. Zo helpen aardobservatiesatellieten de controles ter plaatse te verminderen en zorgen ze voor een beperking van de rapportageverplichtingen door bruikbare realtimegegevens op het niveau van de landbouwbedrijven te verstrekken. De integratie van satelliettechnologie leidt tot een beter gebruik van hulpbronnen, lagere productiekosten en meer duurzaamheid. De voortzetting en de ontwikkeling van de ruimtevaartactiva van de EU, namelijk Copernicus en Galileo, zullen de vereenvoudiging en het concurrentievermogen dan ook verder bevorderen. Bovendien kunnen technologieën voor gegevensuitwisseling de administratieve rompslomp inperken door meer gestroomlijnde en geautomatiseerde verslagleggingsmogelijkheden te bieden.
De Commissie zal in het tweede kwartaal van 2025 een voorstel doen voor een alomvattend vereenvoudigingspakket voor het huidige wetgevingskader voor de landbouw, dat de volgende resultaten moet opleveren: i) vereenvoudiging op het niveau van de landbouwbedrijven en stroomlijning van vereisten, die meer rekening houden met verschillende situaties en landbouwpraktijken (zoals biologische landbouw); ii) stroomlijning van de steun voor kleinere en middelgrote landbouwbedrijven door meer gebruik te maken van vereenvoudigde betalingen; iii) versterking van het concurrentievermogen door betere en vereenvoudigde planning en toegang tot financiële instrumenten die in het kader van het huidige MFK beschikbaar zijn; iv) meer flexibiliteit voor de lidstaten bij het beheer van strategische plannen.
Daarnaast zal de Commissie in 2025 werken aan een horizontaal pakket maatregelen voor vereenvoudiging van de wetgeving, dat gericht is op zinvolle vereenvoudiging op andere beleidsterreinen dan het GLB die gevolgen hebben voor landbouwers, de levensmiddelen- en diervoederbedrijven en de betrokken overheidsdiensten. De nadruk zal liggen op elementen die landbouwers en levensmiddelen- en diervoederbedrijven helpen concurrerender en veerkrachtiger te worden, ook in het licht van geopolitieke schokken en wereldwijde concurrentie.
3. Toekomstbestendig maken van de agrovoedingssector, die nauw verbonden is met de natuur
Geen enkele sector is meer gebaseerd op en onlosmakelijk verbonden met de natuur en de ecosystemen als de voedselproductie. Om op lange termijn voedsel te produceren en veerkrachtig te zijn, zijn landbouwers afhankelijk van veerkrachtige ecosystemen, bodembehoud, bestrijding van plagen en ziekten, bestuiving van gewassen, waterkwaliteit en -beschikbaarheid, schone lucht en klimaatomstandigheden. De EU heeft zich tot doel gesteld om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn en de aantasting van het milieu te bestrijden en om te buigen. De agrovoedingssector moet een belangrijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van deze doelstelling en haalt er voordeel uit.
Tegelijkertijd moet bij de ecologische transitie zorgvuldig rekening worden gehouden met economische uitdagingen en uitdagingen in verband met de uitvoering, alsook met de noodzaak van een rechtvaardige transitie in sociaal opzicht. Tevens moeten de specifieke kenmerken van de landbouw in aanmerking worden genomen: de landbouw zal altijd een zekere impact hebben op de natuurlijke hulpbronnen, met beperkingen op het gebied van mitigatie in vergelijking met andere sectoren van de economie. De situatie verschilt ook sterk van regio tot regio en van gebied tot gebied. Dergelijke omstandigheden vragen om op maat gesneden en gerichte oplossingen, met inbegrip van op de natuur gebaseerde oplossingen.
Waar decarbonisatie en concurrentievermogen hand in hand gaan
Landbouwactiviteiten kunnen koolstof uit de atmosfeer verwijderen en opslaan in de bodem en in biomassa; in de meeste gevallen maken deze activiteiten de voedselproductie ook beter bestand tegen klimaatgerelateerde schade en dragen zij zo bij tot de voedselzekerheid. Aangezien alle sectoren moeten bijdragen aan de emissiereductie, is klimaatactie in de agrovoedingssector essentieel om de bredere doelstelling van een klimaatneutrale en -bestendige EU tegen 2050 te verwezenlijken.
De Commissie verwacht dat de landbouw de emissiereducties zal verwezenlijken in overeenstemming met de klimaatdoelstelling van de EU voor 2030. Op basis hiervan zal de Commissie, in overleg met de sector en de lidstaten, een traject uitstippelen voor de bijdrage van de landbouwsector aan de klimaatdoelstelling van de EU voor 2040, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de sector en met de nadruk op het concurrentievermogen ervan en op de noodzaak om de voedselzekerheid te waarborgen en de bio-economie te versterken. Deze aanpak zal zich vertalen in de herziening van de desbetreffende wetgeving betreffende broeikasgasemissies en -verwijdering door de landbouw en de sectoren landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw.
Met doeltreffend beleid dat goede praktijken beloont en benaderingen die zijn afgestemd op specifieke behoeften, is er ruimte om de emissies van de landbouw sneller terug te dringen en tegelijkertijd de koolstofverwijdering in de landsector, in de bodem en in bossen op te voeren. Wat de emissies van de veestapel betreft, zullen de aanbevelingen van de veewerkstroom als basis dienen voor de verdere ontwikkeling van een instrumentarium van op maat gesneden maatregelen om de sector en de regio’s te ondersteunen bij hun inspanningen om de emissies te verminderen. Ook de technologische vooruitgang, onder meer op het gebied van voedingsstrategieën, zal een bijdrage leveren. In verband hiermee zal in het toekomstige GLB worden beoordeeld hoe landbouwers het best kunnen worden ondersteund om de broeikasgasemissies van hun landbouw- en veeteeltactiviteiten verder terug te dringen.
De levensmiddelen- en drankenindustrie en de detailhandel spelen ook een cruciale rol bij de verwezenlijking van de klimaatdoelstelling voor 2040 en de bescherming van het milieu. Er moeten duidelijke beleidsmaatregelen en stimulansen worden ingevoerd om het innovatiepotentieel van het voedselsysteem en de bio-economie in het algemeen te benutten en om de EU-burgers te voorzien van gezond, betaalbaar en duurzaam voedsel.
Duurzaamheid stimuleren
Milieuduurzaamheid is voor landbouwers in steeds grotere mate een voorwaarde voor productie. De kansen die natuur- en klimaatbescherming biedt, kunnen een positieve agenda vormen voor de Europese landbouw. Werken met de natuur zorgt voor veerkracht voor de landbouw voor toekomstige generaties en de eerste stappen zijn gezet voor financiering uit de particuliere sector, die verder moet worden onderzocht als aanvullende bron van inkomsten boven op overheidssteun. Wat koolstofverwijdering, -landbeheer en -opslag betreft, zullen deze benaderingen in de EU meer geharmoniseerd worden dankzij het certificeringskader voor koolstofverwijdering en koolstoflandbeheer (CRCF). De toekomstige geharmoniseerde CRCF-methoden en verificatieregels zullen in dit verband meer duidelijkheid verschaffen.
De afgelopen jaren werden de Europese landbouwbedrijven echter geconfronteerd met een aanzienlijke toename van duurzaamheidsnormen, certificeringen en rapportagevereisten die werden vastgesteld door verschillende openbare en particuliere actoren, organisaties en instellingen. Deze verschillende methoden en rapportagevereisten hebben betrekking op een breed scala aan aspecten in verband met duurzaamheid en leiden tot een gefragmenteerd landschap, dat wordt gekenmerkt door inconsistenties tussen normen, onvergelijkbaarheid van initiatieven en misleidende signalen over de te volgen richting. Dit leidt voor landbouwers tot hoge transactiekosten en verwarring en brengt een risico op greenwashing met zich mee.
Om dit probleem aan te pakken, zal de Commissie, naast de vereenvoudiging en stroomlijning van de EU-voorschriften, ook een vrijwillig benchmarkingsysteem voor duurzaamheidsbeoordelingen op landbouwbedrijven ontwikkelen en geleidelijk invoeren, zodat vereenvoudiging en benchmarking hand in hand kunnen gaan. Soortgelijke benchmarkingbenaderingen kunnen samen met de hele agrovoedingssector worden ontwikkeld en kunnen worden uitgebreid tot die hele sector. Dat zal ook de consument ondersteunen bij zijn keuzes.
Een voorbeeld van benchmarking: Kompas voor duurzaamheid op landbouwbedrijven
Het duurzaamheidskompas moet fungeren als een eenloketsysteem dat de verslaglegging stroomlijnt en de administratieve lasten voor landbouwers vermindert, zodat zij duurzaamheidsgegevens slechts eenmaal hoeven te monitoren en te registreren. Ten tweede zal het de landbouwers ondersteunen bij de geleidelijke invoering van duurzamere praktijken en bij het aantrekken van nieuwe financieringsbronnen. Met het kompas zullen landbouwers hun duurzaamheidsprestaties beter kunnen meten en benchmarken en zullen ze dankzij gemakkelijkere gegevensuitwisseling kunnen aantonen dat ze ecosysteemdiensten verlenen. Ten derde kunnen betere metingen en betere rapportage helpen om overheidsbeleid evenredig op te stellen. Dit vrijwillige systeem voor duurzaamheidsbeoordelingen op landbouwbedrijven zal worden ontwikkeld volgens een participatieve en “klantgestuurde” bottom-upbenadering.
Landbouw en natuur
Om ervoor te zorgen dat landbouw en natuur hand in hand gaan, moet bestaande wetgeving beter worden uitgevoerd, gestroomlijnd en gehandhaafd en moeten stimulansen en nieuwe marktgebaseerde instrumenten worden gebruikt om verandering te bevorderen.
Daarnaast hebben landbouwers een geavanceerder instrumentarium nodig om op natuurvriendelijke wijze aan landbouw te kunnen doen en de vastgestelde doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Dat instrumentarium vereist een evenwichtige mix van gerichtere overheidssteun uit het toekomstige GLB, investeringen in natuurvriendelijke oplossingen, meer economische stimulansen, advies op maat op basis van de vooruitgang in onderzoek en innovatie, en een flexibeler regelgeving.
Een voorbeeld hiervan is de ambitie van de EU om het gebruik van schadelijke pesticiden te verminderen. Dit is belangrijk voor zowel de veerkracht van de landbouw op lange termijn als voor de bescherming van de natuur en de gezondheid. De invoering van alternatieven in de vorm van biologische of innovatieve gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico houdt echter geen gelijke tred met het uit de handel nemen van werkzame stoffen op de EU-markt. Als deze trend zich voortzet, kan dit van invloed zijn op het vermogen van de EU om de voedselproductie te waarborgen. De Commissie zal daarom elk verder verbod op pesticiden zorgvuldig bekijken als er nog geen alternatieven beschikbaar zijn, tenzij het bestrijdingsmiddel in kwestie een bedreiging vormt voor de menselijke gezondheid of voor het milieu waarop de landbouw steunt voor zijn levensvatbaarheid.
Evenzo zal de Commissie in 2025, in het kader van het vereenvoudigingspakket in het vierde kwartaal, een voorstel indienen om de toegang van biopesticiden tot de EU-markt te versnellen. Het voorstel zal voorzien in een definitie van werkzame stoffen voor biologische bestrijding, de lidstaten de mogelijkheid bieden om voor gewasbeschermingsmiddelen die dergelijke werkzame stoffen voor biologische bestrijding bevatten, voorlopige toelating te verlenen terwijl de evaluatie ervan nog lopende is, en een versnelde procedure voor de goedkeuring en toelating ervan in het leven roepen.
Voorts moet de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid extra middelen krijgen om de risicobeoordelingsprocedures te versnellen, zodat zij een centrale rol kan blijven spelen bij het verstrekken van tijdig, transparant en onafhankelijk wetenschappelijk advies. Op die manier zullen innovatieve gewasbeschermingsmiddelen gemakkelijker toegang vinden tot de EU-markt en wordt tegelijkertijd een hoog beschermingsniveau voor de volksgezondheid en het milieu gewaarborgd.
Een gezonde bodem is de basis voor de landbouw, vandaag en morgen. Maar de Europese bodems staan onder druk van factoren als klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, verontreiniging en in sommige gevallen niet-duurzaam bodembeheer. Daarom zal de Commissie landbouwpraktijken stimuleren en ondersteunen die de bodemgezondheid herstellen, in stand houden of verbeteren. Voortdurende steun voor biologische landbouw blijft essentieel, terwijl andere geïntegreerde benaderingen verder kunnen worden aangemoedigd. In dit verband zal het opzetten van onafhankelijke en betrouwbare adviesdiensten cruciaal zijn om ervoor te zorgen dat landbouwers een beroep kunnen doen op de beste kennis die de bodem en de landbouw ten goede komt.
De landbouw is sterk afhankelijk van water en een stabiele, veilige watertoevoer is noodzakelijk om de gezondheid en het welzijn van gewassen, vee en alle levensvormen te waarborgen. Water is echter gevoelig voor een aantal problemen, waaronder landbouwgerelateerde wateronttrekking en verontreiniging. De EU wordt steeds meer getroffen door waterstress, doordat de waterschaarste nog erger wordt als gevolg van de klimaatverandering. Ongunstige weersomstandigheden die te wijten zijn aan de klimaatverandering, vormen een belangrijk risico voor de teelt van gewassen, met name in Zuid-Europa32. De Commissie zal binnenkort een strategie voor waterweerbaarheid presenteren waarin zij uiteenzet hoe zij zal inspelen op de dringende noodzaak om water efficiënter te gebruiken, waterverontreiniging terug te dringen en uitdagingen als gevolg van overmatige wateronttrekking aan te pakken.
Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan een beter nutriëntenbeheer op bedrijfsniveau en meer circulariteit van nutriënten. Daarbij moet voorrang worden gegeven aan het aanpakken van hotspots van nutriëntenverontreiniging en aan het bevorderen van een geïntegreerde territoriale benadering. Een belangrijk aspect hiervan is het beheer en de controle van nutriënten uit de veehouderij om negatieve externe effecten te beperken, extensivering in regio’s met een hoge veeconcentratie te ondersteunen en circulariteit te bevorderen, wat het gebruik van anorganische meststoffen kan helpen verminderen. De evaluatie van de nitratenrichtlijn eind 2025 zal verdere gegevens opleveren die als basis kunnen dienen voor de besprekingen.
4. Voedsel naar waarde schatten en billijke levens- en arbeidsomstandigheden in levendige plattelandsgebieden bevorderen
Voedsel brengt mensen in alle gebieden en regio’s met elkaar in contact. Het verbindt landbouwers met consumenten en stedelijke centra met plattelandsbewoners. Landbouwers, vissers en voedselproductie zijn de lijm die plattelands- en kustgemeenschappen hecht maakt en vormen de basis voor verdere economische activiteit. Dynamische plattelandsgebieden zorgen voor de productie van kwaliteitsvol voedsel, dat op zijn beurt hun economie ondersteunt. Voor de toekomst van de landbouw in Europa is het essentieel dat deze band tussen voedsel en grondgebied opnieuw wordt aangehaald en dat plattelandsgebieden nieuw leven wordt ingeblazen.
Billijke levens- en arbeidsomstandigheden in Europese plattelands- en kustgebieden
Demografische uitdagingen, in het bijzonder vergrijzing en ontvolking, in combinatie met beperkte generatievernieuwing, leiden in de meeste plattelandsgebieden en in veel kustgebieden in de hele Unie tot een krimpende bevolking in de werkende leeftijd.
Als gevolg van de geopolitieke spanningen zijn de plattelandsgebieden in de oostelijke grensregio’s van de EU, die het zwaarst door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne worden getroffen, bijzonder kwetsbaar en verkeren ze in zorgwekkende toestand. Ze hebben dus bijzondere steun nodig. Sociaal-economische achteruitgang en toenemende ontvolking zullen hier extra gevolgen hebben voor de veiligheid, terwijl deze regio’s, die voornamelijk plattelandsgebieden zijn, van strategisch belang zijn voor de veiligheid van de EU.
Om plattelandsgebieden vitaal te maken en nieuwe arbeidskrachten aan te trekken in de voedingssector, is niet alleen toegang tot land en kapitaal noodzakelijk, maar ook de beschikbaarheid van beter onderwijs, hoogwaardige banen en carrièremogelijkheden, betere mobiliteit, basisgezondheidsdiensten en connectiviteit. De voedsel- en voederproductie in de EU is ook afhankelijk van werknemers in de landbouw, die vaak uit andere EU-lidstaten of uit derde landen komen en al te vaak in precaire omstandigheden werken. Deze kwestie moet proactiever worden aangepakt en in aanmerking worden genomen in het overheidsbeleid. In dit verband spelen de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen een belangrijke rol, in overeenstemming met het nationale recht en de traditie.
Landbouw is een lonend maar ook veeleisend beroep, dat vaak gepaard gaat met een gebrek aan evenwicht tussen werk en privéleven, en met isolement en eenzaamheid, met alle gevolgen van dien voor de mentale gezondheid. Het zelfmoordpercentage bij landbouwers ligt in bepaalde lidstaten 20 % hoger dan het nationale gemiddelde33. De bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw in het kader van het GLB kunnen een belangrijke rol spelen bij het vergroten van het bewustzijn over mentale gezondheid en ongevallen op het werk door middel van specifiek advies aan landbouwers. Zo ondersteunt het Ierse Teagasc actief de geestelijke gezondheid van landbouwers en zorgt het met zijn talrijke activiteiten voor bewustmaking34.
Naast het GLB hebben een aantal andere beleidsterreinen, waaronder het cohesiebeleid, een aanzienlijke impact op plattelandsgebieden en dragen zij bij tot de sociale, economische en territoriale cohesie in Europa. De bijdrage van het cohesiebeleid aan de economische diversificatie en aan de terbeschikkingstelling van infrastructuur en bijbehorende diensten kan een grotere rol spelen om plattelandsgebieden te helpen een aantrekkelijke woonplek te blijven voor landbouwers, hun gezinnen en andere plattelandsbewoners, en om het toerisme te stimuleren. Met name agrotoerisme kan landbouwers een aanvullend inkomen bieden.
Synergieën en complementariteit moeten verder worden versterkt om te zorgen voor doeltreffende steun en tastbare effecten in plattelandsgebieden. Een nauwere coördinatie tussen financieringsinstrumenten en sectoraal beleid kan bijdragen tot de ontwikkeling van plattelandsgebieden door middel van geïntegreerde plannings- en uitvoeringsinspanningen.
In 2025 zal de Commissie een geactualiseerd EU-actieplan voor het platteland lanceren dat zal worden geconsolideerd met projecten, initiatieven en acties van tal van beleidsterreinen van de EU om in te spelen op de nieuwe Europese beleidsprioriteiten voor de periode na 2027. Het beginsel van plattelandstoetsing, met inbegrip van territoriale effectbeoordelingen, zal verder operationeel worden gemaakt en zal voldoende middelen op EU-niveau krijgen. Bovendien zal het plattelandspact35, dat in 2021 tot stand is gekomen om een kader te bieden voor samenwerking met belanghebbenden, verder worden versterkt als instrument voor dialoog en participatie van het maatschappelijk middenveld en plattelandsgemeenschappen — zowel bij het ondersteunen van de uitvoering als bij beleidsdiscussies. De Commissie zal ook verdere maatregelen nemen om de gerichte verspreiding van desinformatie in plattelandsgebieden te bestrijden.
Bovendien biedt de circulaire economie een aanzienlijk potentieel voor de economie van plattelandsgebieden, met name via de bio-economie. Volgens een raming van de Commissie in haar langetermijnvisie voor plattelandsgebieden36 zal de verdere ontwikkeling van de bio-economie leiden tot 400 000 nieuwe hooggekwalificeerde banen tegen 2035 en tot 700 000 van die banen tegen 2050, voornamelijk in plattelandsgebieden.
Instrumenten voor op participatie gebaseerde lokale ontwikkeling, zoals Leader/vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en andere vormen van samenwerking zoals slimme dorpen, die hun efficiëntie hebben bewezen, zullen verder worden versterkt. Het concept van functionele plattelandsgebieden zal verder worden ontwikkeld om de kloof op het gebied van beschikbaarheid en betaalbaarheid van diensten voor plattelandsbewoners te verkleinen, in overeenstemming met de toezegging van de Commissie om tegemoet te komen aan de behoefte aan een daadwerkelijk recht om te blijven voor alle Europese burgers. Dit geldt voor alle plattelandsgebieden, en in het bijzonder voor afgelegen gebieden en gebieden die geen onmiddellijke toegang hebben tot diensten die door steden worden aangeboden. In dit verband spelen kleine en middelgrote steden een belangrijke rol bij het verlenen van toegang tot diensten en infrastructuur.
Ultraperifere gebieden hebben specifieke kenmerken die specifieke en gerichte steun vereisen. De Commissie bevestigt het belang van de Posei-regeling voor steun aan landbouwers in de ultraperifere gebieden. De resultaten van de lopende evaluatie zullen in aanmerking worden genomen bij de reflectie over de vraag hoe ervoor kan worden gezorgd dat Posei de toekomst op lange termijn van de landbouwsector in de ultraperifere gebieden kan waarborgen en zo verder kan bijdragen tot de voedselzekerheid en -soevereiniteit, het concurrentievermogen en de veerkracht van deze gebieden.
Om meer vrouwen in de landbouw aan te trekken en de uitwisseling van ervaringen mogelijk te maken, zal de Commissie een platform voor vrouwen in de landbouw oprichten, dat de betrokkenheid van vrouwen zal vergroten en gelijke kansen voor vrouwen in de landbouwsector zal bevorderen dankzij de acties van de leden van het platform. Het platform zal ook dienen als forum voor discussies en voor de uitwisseling van goede praktijken.
Voedsel naar waarde schatten: herstel van de essentiële band tussen landbouw, grondgebied en voedsel en aanwenden van de kracht van innovatie
De afgelopen decennia is de relatie van de consument met levensmiddelen geëvolueerd. We eten meer verwerkt voedsel, eetgewoonten veranderen en toeleveringsketens zijn langer en complexer geworden. Tegelijkertijd blijft de betaalbaarheid van voedsel een belangrijk punt van zorg, met name voor huishoudens met een laag inkomen. De band tussen landbouw, voedsel en grondgebied is verslapt, maar de veranderende maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van voedsel bieden kansen voor de sector. Daarom is het van groot belang om terug te keren naar de “wortels” en de band tussen voedsel, grondgebied, seizoenen, cultuur en lokale tradities te herstellen.
Consumenten spelen een belangrijke rol in die transitie. Landbouwers en vissers staan onder druk om hun milieuprestaties te verbeteren, terwijl de markten de geboekte vooruitgang niet belonen en verdere duurzaamheidspraktijken niet stimuleren.
Om bewuste keuzes te kunnen maken, moeten consumenten toegang hebben tot betrouwbare informatie. De Commissie zal het EU-recht inzake consumentenbescherming blijven handhaven om oneerlijke handelspraktijken te voorkomen. Het wegwerken van misleidende milieuclaims en onbetrouwbare duurzaamheidslabels is een noodzakelijke voorwaarde om consumenten te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om duurzame keuzes te maken.
Voedsel is een cruciaal onderdeel van elke discussie over de toekomst van de landbouw en de voedselproductie in Europa. Maar het is ook een gevoelig onderwerp, zoals de ervaring leert, waar sociale en culturele tradities in het spel zijn. In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke gebieden het optreden van de Unie toegevoegde waarde kan bieden zonder afbreuk te doen aan de nationale en regionale bevoegdheden op het gebied van gezondheidsbeleid en aan de keuzevrijheid.
Lokale overheden bevinden zich vaak in een goede positie om het voortouw te nemen bij het vormgeven van gunstige voedselomgevingen door middel van door de gemeenschap geleide initiatieven, zoals voedselraden die de dialoog bevorderen over de manier waarop de betaalbaarheid en beschikbaarheid van gezond, kwalitatief voedsel kan worden verbeterd. De Commissie zal dergelijke initiatieven op nationaal en regionaal/lokaal niveau bevorderen en de verdere uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten faciliteren. Een aspect waarbij de Unie kan helpen, is deze dialoog en interactie naar het EU-niveau te brengen.
Daarom zal de Commissie elk jaar een voedseldialoog houden met de actoren van het voedselsysteem, waaronder consumenten, primaire producenten, de industrie, detailhandelaren, overheidsinstanties en het maatschappelijk middenveld. Deze dialoog zal het forum zijn om dringende kwesties aan te pakken, zoals de wijziging van de samenstelling van levensmiddelen, de verzameling van gegevens over de voedselinname of de betaalbaarheid van voedsel, om er maar een paar te noemen. Ter ondersteuning van deze dialoog zal de Commissie een studie laten uitvoeren naar het effect van de consumptie van ultrabewerkte levensmiddelen.
In dit verband moet de voedseldialoog ook de uitwisseling van beste praktijken bevorderen en toezien op de manier waarop voedselarmoede in de lidstaten wordt aangepakt door middel van nationale en EU-instrumenten, waaronder sociaal beleid, schoolregelingen en voedselbonnen voor de meest kwetsbare huishoudens.
Daarnaast zal de Commissie een wetgevingsvoorstel indienen om de rol van overheidsopdrachten te versterken. Bij overheidsopdrachten moet een “best value”-benadering worden gevolgd om kwaliteits- en duurzaamheidsinspanningen van Europese landbouwers, de levensmiddelenindustrie en -diensten te belonen, en moeten kleine en middelgrote ondernemingen de kans krijgen om deel te nemen. Dit kan de juiste stimulansen bieden voor de consumptie van lokale seizoensproducten en levensmiddelen die volgens hoge milieu- en sociale normen zijn geproduceerd, met inbegrip van biologische producten en levensmiddelen die afkomstig zijn uit kortere toeleveringsketens. In verband hiermee blijft de ontwikkeling van korte voedselvoorzieningsketens van strategisch belang om te zorgen voor eerlijkere prijzen voor landbouwers en vissers en een betere toegang tot verse seizoensproducten voor consumenten.
Voorts zal de Commissie een gerichte herziening voorstellen van een geslaagde EU-schoolregeling om de onderwijsdimensie ervan te versterken, aangepast aan de lokale en regionale behoeften en tradities. Het afzetbevorderingsbeleid van de EU zal een strategisch beleidsinstrument blijven om bekendheid te geven aan landbouw-, visserij- en aquacultuurproducten en kwaliteitsregelingen, waaronder het EU-label voor biologische landbouw. In deze context zal de Commissie blijven werken aan de verdere bevordering van het gebruik van geografische aanduidingen, die een krachtig instrument zijn voor Europese producenten om hun voedingsmiddelen en dranken op te waarderen, het culinaire erfgoed in alle lidstaten te bewaren en groei en banen te creëren in de plattelandsgebieden waar zij gevestigd zijn.
De bijdrage van de levensmiddelenindustrie is essentieel om bedrijfsmodellen te ontwikkelen die elk onderdeel van de waardeketen versterken en bovendien rekening houden met het welzijn van landbouwers, vissers, werknemers in de sector en consumenten. In dit verband is een alomvattende aanpak nodig om investeringen in concurrentievermogen, innovatie, veerkracht en duurzaamheid in de verwerking, distributie en verkoop van levensmiddelen aan te moedigen om de huidige lacunes en moeilijkheden aan te pakken. De Commissie zal ook zeer actief steun blijven verlenen aan de toepassing en de resultaten van de uitvoering van de EU-gedragscode voor verantwoorde bedrijfsvoering en marketingpraktijken in de voedingssector en evalueren of verdere actie nodig is als de resultaten van de gedragscode niet aan de verwachtingen voldoen. Bedrijfsondersteunende organisaties moeten worden gemobiliseerd om kleine en middelgrote ondernemingen in de voedselverwerking beter te ondersteunen en virtuele innovatiehubs te creëren.
In dit verband kan het netwerken van kleine en middelgrote ondernemingen worden gefaciliteerd door het Europees platform voor clustersamenwerking en door het toekomstige platform voor het transitietraject voor de agrovoedingssector. Dit platform zal ook de algemene uitvoering van de gedragscode en het transitietraject voor het industriële ecosysteem van de agrovoedingssector vergemakkelijken.
Aangezien gevarieerde en evenwichtige voeding een positief effect kan hebben op het welzijn en de gezondheid van de mens, is het belangrijk om samen met de lidstaten vooruitgang te boeken bij de monitoring van de effecten van bepaalde reclame- en marketingpraktijken voor levensmiddelen. Met name de gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van de meest kwetsbare groepen consumenten, zoals kinderen, moeten worden onderzocht.
Er zijn innovatieve technologieën ontstaan, onder meer op het gebied van voedseltechnologie, biotechnologie en biofabricage. Het is van het grootste belang dat Europa zijn innovatievoorsprong op het gebied van die nieuwe technologieën kan handhaven, zodat de sector concurrerend blijft en de EU wereldleider blijft op het gebied van voedselinnovatie. Tegelijkertijd wordt bepaalde voedselinnovatie soms gezien als een bedreiging voor de tradities en cultuur in Europa. Daarom is er behoefte aan een intensievere dialoog over dit onderwerp en betere kennis, om ervoor te zorgen dat deze innovaties op inclusieve wijze kunnen worden beoordeeld, waarbij ook rekening wordt gehouden met sociale, ethische, economische, ecologische en culturele aspecten van voedselinnovatie.
Tot slot wordt het consumentengedrag ook mede bepaald door nieuwe maatschappelijke verwachtingen met betrekking tot voedsel, met name wat betreft dierenwelzijn en de oorsprong van producten. Als dit goed wordt ondersteund, kan dit nieuwe kansen bieden voor landbouwers. Daartoe zal de Commissie nauw overleg plegen met de landbouwers, de voedselketen en het maatschappelijk middenveld en op basis daarvan voorstellen indienen voor de herziening van de bestaande wetgeving inzake dierenwelzijn, onder meer met betrekking tot haar belofte om kooien geleidelijk af te schaffen. Deze herziening zal gebaseerd zijn op de meest recente wetenschappelijke gegevens en rekening houden met de sociaal-economische gevolgen voor landbouwers en de agrovoedingsketen, waarbij steun wordt geboden en wordt voorzien in passende, soortspecifieke overgangsperioden en -trajecten. In verband hiermee zal de Commissie gerichte etikettering met betrekking tot dierenwelzijn overwegen om tegemoet te komen aan de maatschappelijke verwachtingen.
Tegelijkertijd is de voortzetting van de inspanningen om voedselverlies en -verspilling terug te dringen een belangrijke prioriteit voor de komende jaren. Het verminderen van voedselverlies en -verspilling en de nuttige toepassing van voedselafval zal niet alleen ten goede komen aan burgers, landbouwers en alle andere actoren in de voedselvoorzieningsketen in de EU, maar zal ook de duurzaamheid van het voedselsysteem van de EU vergroten, aangezien het zal bijdragen tot een efficiënter gebruik van hulpbronnen en voedselzekerheid.
4. Creëren van een gunstig klimaat: onderzoek, innovatie, kennis en vaardigheden centraal stellen in de Europese agrovoedingseconomie
Digitalisering als drijvende kracht achter de transitie
De digitale transitie snelt voort met een ongekende snelheid en kan bijdragen tot een snelle verbetering van de economische prestaties, veerkracht en duurzaamheid van landbouwbedrijven. Geavanceerde digitale technologieën, waaronder artificiële intelligentie, in combinatie met gegevens van het internet der dingen en andere bronnen, kunnen activiteiten aanzienlijk verbeteren, innovatie stimuleren en de manier waarop we voedsel produceren ingrijpend veranderen, waarbij rekening wordt gehouden met het milieu, het klimaat en de mensen. De invoering van digitale instrumenten loopt echter achter in de landbouw en andere delen van het voedselsysteem. De vermeende hoge kosten, het gebrek aan digitale vaardigheden en vertrouwen, het ontbreken van oplossingen op maat en connectiviteitsproblemen behoren tot de belangrijkste redenen waarom landbouwers niet ten volle profiteren van de digitaliseringsgolf.
De prioriteit zal zijn om connectiviteit te waarborgen in plattelandsgebieden, met name in afgelegen gebieden, en tegelijkertijd gebruik te maken van de mogelijkheden die alternatieve connectiviteitsoplossingen en edgecomputing bieden. Investeren in een gunstig klimaat, zoals een leven lang leren op het gebied van digitale vaardigheden en advies, is eveneens cruciaal, net als het aanmoedigen van het testen en invoeren, ook collectief (bv. via coöperaties). Digitale systemen moeten verder worden geïntegreerd en geharmoniseerd voor het verzamelen van gegevens door zowel landbouwers en andere actoren in het voedselsysteem als door de systemen van de lidstaten. De Commissie zal het beginsel van “eenmaal verzamelen, meerdere keren gebruiken” hanteren, zodat de rapportagelast voor landbouwers afneemt, rekening houdend met bestaande en nieuwe initiatieven op EU-niveau, zoals de gemeenschappelijke Europese dataruimte voor landbouw.
Om deze uitdagingen waar te maken, zal de Commissie een digitale EU-strategie voor de landbouw lanceren om de transitie mogelijk te maken naar een toekomstgerichte landbouw- en voedingssector die klaar is voor het digitale tijdperk, waarbij mogelijke valkuilen worden ontweken37.
Kennis, onderzoek en innovatie als katalysatoren van verandering
Nieuwe kennis en innovatie moeten landbouwers en andere actoren in het voedselsysteem sneller en op grotere schaal bereiken, met concrete toepasbaarheid van innovatieve oplossingen op landbouwbedrijven en ter plaatse. Maar we beginnen niet van nul af aan. De Horizon Europa-missie met betrekking tot de bodem ondersteunt landbouwers bij hun overgang naar duurzame bodempraktijken door middel van een combinatie van onderzoek en innovatie enerzijds en tests en experimenten ter plaatse anderzijds, om tegen 2050 gezonde bodems te krijgen in de EU.
De innovatie vordert en moet worden omarmd. Zo zullen het testen van regelgevingsinitiatieven, nieuwe technologieën of bedrijfsmodellen in testomgevingen (bv. voor digitale instrumenten in de landbouw) voordat deze worden uitgerold, en innovatiegericht aanbesteden helpen belemmeringen weg te nemen voor verdere innovatie die door landbouwers kan worden gebruikt.
Om resultaten te behalen die zijn afgestemd op de behoeften van landbouwers, moet de cocreatie van kennis en innovatie op lokale experimenteerlocaties op landbouwbedrijven met landbouwers, wetenschappers, innovatoren en bedrijven, bijvoorbeeld in levende laboratoria, worden opgeschaald.
De ontwikkeling van een nieuwe strategische EU-benadering van onderzoek en innovatie ter verbetering van het concurrentievermogen van de landbouw, de bosbouw en plattelandsgebieden zal van het grootste belang zijn om investeringen efficiënt te richten, toekomstige prioriteiten af te stemmen op wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe kansen te benutten.
De verdere versterking van bestaande publiek-publieke en publiek-private partnerschappen op het gebied van onderzoek en innovatie en het overwegen van nieuwe partnerschappen zullen daarbij een belangrijke rol spelen om middelen, talenten en onderzoeksinfrastructuren te bundelen. In dit verband is nauwere samenwerking met het Permanent Comité voor onderzoek in de landbouw cruciaal. Op het wereldtoneel zullen de versterking van internationale partnerschappen en samenwerking met internationale organisaties zoals de FAO, de WOAH, de CGIAR en de OESO bijdragen tot innovatieve oplossingen voor de mondiale uitdagingen en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
Innovatie op het gebied van plantenveredeling, waaronder het gebruik van biotechnologische instrumenten zoals nieuwe genomische technieken (NGT’s), is cruciaal om de ontwikkeling van klimaatbestendige, hulpbronnenbesparende, voedzame en hoogproductieve rassen te versnellen en zo bij te dragen tot de voedselzekerheid en voedselsoevereiniteit van de EU. NGT’s kunnen ook micro-organismen opleveren met een positief effect op de landbouwproductie, bijvoorbeeld omdat minder anorganische meststoffen nodig zijn.
Om de vruchten van deze innovaties te plukken, is een ondersteunend EU-regelgevingskader nodig. Dit zorgt ook voor een gelijk speelveld met een toenemend aantal derde landen waar de wetgeving momenteel wordt aangepast of reeds is aangepast. Daarom is het van bijzonder belang de wetgevingsprocedure voor het NGT-voorstel van de Commissie af te ronden en de wetgeving snel uit te voeren. De Commissie is vastbesloten nauw samen te werken met de Raad en het Europees Parlement om in de nabije toekomst tot een toekomstgericht compromis te komen.
Versterking van kennis- en innovatiesystemen in de landbouw en ondersteuning van advies
Nieuwe kennis en innovatie die voortvloeien uit de O&I-programma’s van de EU moeten breed toegankelijk zijn en in de praktijk worden gebruikt. De lidstaten moeten aanzienlijke inspanningen leveren om de kennis- en innovatiesystemen voor de landbouw (AKIS) te versterken en de middelen af te stemmen op de bredere behoeften van de sector, met name om landbouwers beter te ondersteunen bij hun overgang naar duurzaamheid. Daartoe zal het GLB krachtige steun blijven verlenen voor de uitvoering van AKIS-strategieën met het Europees Innovatiepartnerschap voor de landbouw als hoeksteen. Het zal ook verdere acties bevorderen om de rol van onafhankelijke en bekwame adviseurs te versterken en aantrekkelijke opleidingsmogelijkheden te ontwikkelen die beantwoorden aan de behoeften van landbouwers gedurende hun hele beroepsleven en die zijn afgestemd op de veranderende vraag naar vaardigheden van de nieuwe generatie landbouwers en op hun carrièremogelijkheden.
Om een nieuwe generatie getalenteerde landbouwondernemers aan te trekken en een concurrerend, duurzaam en veerkrachtig landbouw- en voedselsysteem op te bouwen, is het uiterst belangrijk om tekorten aan vaardigheden en mismatches tussen vraag en aanbod van vaardigheden in de landbouwsector aan te pakken door te anticiperen en te investeren in opleiding en advies van hoge kwaliteit. De aangekondigde vaardigheidsunie zal een nieuwe impuls geven voor een meer strategische aanpak van een leven lang leren voor iedereen en de ontwikkeling van vaardigheden in de landbouw en voor een optimale benutting van de beschikbare instrumenten om de landbouw te herpositioneren als een aantrekkelijke en lonende beroepskeuze.
5. Conclusie
Deze mededeling presenteert de reflectie van de Commissie op de toekomst van landbouw en voeding in Europa. De Europese agrovoedingssector heeft veel sterke punten en is een leider op het gebied van gezondheid, veiligheid, kwaliteit, duurzaamheid en innovatie in de voedselproductie. Op deze sterke punten moeten we voortbouwen. In de huidige geopolitieke context moet de Unie echter krachtiger reageren op de problemen waarmee landbouwers, vissers, andere plattelandsactoren en de agrovoedingssector worden geconfronteerd, en zich voorbereiden op de toekomst met een assertievere beleidsrespons ten gunste van onze strategische autonomie en voedselsoevereiniteit, en tegelijkertijd haar doelstellingen van natuurbescherming en decarbonisatie nastreven. Deze beleidsrespons is opgebouwd rond een gemeenschappelijke visie die het kader zal vormen voor het werk van de Commissie gedurende deze hele mandaatsperiode op alle beleidsterreinen die van invloed zijn op landbouw en voedsel.
Het is onmogelijk om deze visie uitsluitend op EU-niveau te verwezenlijken. Nieuwe generaties landbouwers, agrovoedingsbedrijven, geïnformeerde consumenten en plattelandsgemeenschappen moeten het stokje van de huidige generatie overnemen als ondernemers, hoeders van het platteland en aanjagers van verandering. Ook is een versterkte dialoog nodig op alle bestuursniveaus, met EU-instellingen, nationale, regionale en lokale autoriteiten en met onze internationale partners.
Daarom wil deze mededeling deze dialoog op gang brengen als aanvulling op de reflectie van de Commissie over de te volgen koers rond de vier prioritaire gebieden en de facilitatoren ervan. Veel van de betrokken onderwerpen liggen gevoelig en zijn kwesties waarover vaak geen consensus bestaat in de samenleving, met name aspecten die verband houden met voedsel, vee en de toekomst van het GLB. Daarom worden verdere werkzaamheden gestart om deze belangrijke kwesties uit te werken en oplossingen te vinden in nauwe samenwerking met betrokken belanghebbenden en beleidsmakers. De ervaring leert dat uniforme oplossingen niet kunnen worden toegepast op een dergelijke diverse sector en de strategische dialoog heeft eerder aangedrongen op een territoriale en op maat gesneden respons.
De Commissie verzoekt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s, de sociale partners en alle belanghebbenden actief bij te dragen aan de ontwikkeling en uitvoering van de initiatieven in deze mededeling.
1 Niinistö, S., Safer together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness, 2024.
2 Europese Commissie, Eurobarometer-enquête 2025: Europeans, Agriculture and the CAP, januari 2025.
3 Eurostat, Key figures on the European food chain – 2024 edition, 2024. De werkgelegenheidscijfers voor de landbouw dateren van 2020.
4 DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling, Monitoring EU agri-food trade. Developments in 2023, maart 2024.
5 Eurostat, Urban-rural Europe – Introduction – Statistics Explained, geraadpleegd in februari 2025.
6 Eurostat, Farmers and the agricultural labour force - statistics - Statistics Explained, geraadpleegd in februari 2025.
7 DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling, EU Farm Economics Overview, geraadpleegd in februari 2025.
8 Europese Commissie, Het EU-kompas voor concurrentievermogen, 2025 (COM(2025) 30 final).
9 Strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU. Een gedeeld vooruitzicht op landbouw en voedsel in Europa, 2024.
10 Draghi, M., The future of European competitiveness, september 2024.
11 Letta, E., Much more than a market. Speed, Security, Solidarity. Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens, 2023.
12 Niinistö, S., Safer together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness, 2024.
13 De strategische agenda 2024-2029 van de Europese Raad, de Verklaring van Versailles van 2022, de Verklaring van Granada van 2023 en de Verklaring van Boedapest van 2024.
14 Een adviesgroep op hoog niveau met dertig aangesloten organisaties die drie categorieën belanghebbenden vertegenwoordigen: de landbouwgemeenschap, andere actoren in de voedselvoorzieningsketen, en het maatschappelijk middenveld, onder meer op gebieden als milieu en klimaat, dierenwelzijn en consumentenkwesties.
15Krzysztofowicz, M., Rudkin, J., Winthagen, V. en Bock, A., Farmers of the future, EUR 30464 EN, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, 2020, ISBN 978-92-76-26331-9, doi:10.2760/5237, JRC122308.
16 Europese Commissie, Agri-food Data Portal: Jobs and Growth in Rural Areas. Farmers’ income compared to wage in the rest of the economy, geraadpleegd in februari 2025.
17 De recentelijk voorgestelde wijzigingen van de verordening gemeenschappelijke marktordening (GMO) moeten de positie van de producenten bij de onderhandeling over en de afsluiting van contracten voor de levering van landbouwproducten verbeteren, de samenwerking tussen landbouwers bevorderen en prijstransmissie verbeteren. Evenzo moeten de voorgestelde nieuwe regels over landsgrensoverschrijdende handhaving in het kader van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken ons helpen om landbouwers beter te beschermen tegen die praktijken.
18 Europese Commissie, Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Samenvatting van de strategische GLB-plannen voor 2023-2027: gezamenlijke inspanning en collectieve ambitie, 2023.
19 Verordening (EU) 2024/3012.
20 Europese Commissie en EIB, Financing gap in the EU agricultural and agri-food sectors, fi-compass, 2023.
21 PP 08 25 01 — EU-waarnemingscentrum voor agrarische grond, controle over en toegang tot landbouwgrond; Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 27 november 2024 over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2025, P10_TA(2024)0050.
22 In 2023 bedroeg de waarde van de EU-uitvoer van agrovoedingsmiddelen 230 miljard EUR (9 % van de totale uitvoer) en die van de EU-invoer 160 miljard EUR (6 % van de totale invoer), wat een handelsoverschot van 70 miljard EUR genereerde. Bron: DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling, Monitoring EU agri-food trade. Developments in 2023, maart 2024.
23 Draghi, M., The future of European competitiveness. Part A: A competitiveness strategy for Europe, september 2024, blz. 15.
24 Spain’s National Office of Foresight and Strategy, Resilient EU2030. A future-oriented approach to reinforce the EU’s Open Strategic Autonomy and Global Leadership, 2023.
25 DG Landbouw en plattelandsontwikkeling, Protein supply and demand, september 2024.
26 38 % uit Egypte, 33 % uit Rusland en Belarus en 19 % uit Algerije. Bron: DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling, https://agriculture.ec.europa.eu/data-and-analysis/markets/overviews/market-observatories/fertilisers_en, geraadpleegd in februari 2025.
27 Europese Commissie, Strategie voor duurzame chemische stoffen. Op weg naar een gifvrij milieu, 2020 (COM(2020) 667 final).
28 Niinistö, S., Safer together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness, 2024, blz. 4.
29 De EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering, de mededeling over het beheer van klimaatrisico’s en het GLB.
30 Groep op hoog niveau inzake wijnbeleid, Policy Recommendations for the Future of the EU Wine Sector, december 2024.
31 Europese Commissie, Het EU-kompas voor concurrentievermogen (COM(2025) 30 final).
32 Europees Milieuagentschap, Europese klimaatrisicobeoordeling, 2024.
33 Europese Commissie (2023), Mededeling betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid (COM(2023) 298 final).
34 Teagasc & Mental Health Ireland, Sowing Seeds of Support: Positive Mental Health Guidance for the Farming Community, 2024.
35 Rural Pact Platform homepage | Rural Pact Community Platform .
36 Europese Commissie (2021), Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU — Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040 (COM(2021) 345 final).
37 Barabanova, Y. and Krzysztofowicz, M., Digital Transition: Long-term Implications for EU Farmers and Rural Communities, Publications Office of the European Union, Luxembourg, 2023, doi:10.2760/286916, JRC134571.
NL NL