Artikelen bij COM(2025)155 - Mededeling aan het EP over het Raadsstandpunt inzake wijziging van Verordening (EU) 2016/1011 wat betreft het toepassingsgebied van de voorschriften voor benchmarks, het gebruik in de Unie van benchmarks aangeboden door een in derde land gevestigde beheerder, en bepaalde verslaggevingsverplichtingen - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2025)155 - Mededeling aan het EP over het Raadsstandpunt inzake wijziging van Verordening (EU) 2016/1011 wat betreft het ... |
---|---|
document | COM(2025)155 |
datum | 28 maart 2025 |
2023/0379 (COD)
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT
overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
over het
standpunt van de Raad betreffende de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1011 wat betreft het toepassingsgebied van de voorschriften voor benchmarks, het gebruik in de Unie van benchmarks aangeboden door een in derde land gevestigde beheerder, en bepaalde verslaggevingsverplichtingen
1. Achtergrond
Indiening voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2023) 660 final – 2023/0379 COD): | 17 oktober 2023 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: | 14 februari 2024 |
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing: | 22 april 2024 |
Indiening gewijzigd voorstel: | n.v.t. |
Vaststelling van het standpunt van de Raad: | 24 maart 2025 |
2. Doel van het voorstel van de Commissie
Het voorstel van de Commissie streeft twee doelstellingen na: i) verminderen van de regelgevings- en administratieve druk op bedrijven en beleggers in de EU door het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2016/1011 toe te spitsen op de benchmarks met de grootste economische impact; en ii) ervoor zorgen dat benchmarkgebruikers in de EU toegang blijven houden tot de ruimst mogelijke reeks benchmarks, met inbegrip van benchmarks uit derde landen.
3. Opmerkingen over het standpunt van de Raad
Het standpunt van de Raad in eerste lezing weerspiegelt ten volle het politieke akkoord dat op 12 december 2024 tussen het Europees Parlement en de Raad is bereikt. De Commissie steunt dit akkoord, waarvan de belangrijkste punten hierna worden beschreven.
- Significante benchmarks: De twee wetgevers zijn overeengekomen ten aanzien van significante benchmarks bepaalde wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het voorstel van de Commissie. Naast de drempel van 50 miljard EUR zijn kwalitatieve criteria ingevoerd voor het identificeren van significante benchmarks. Bij de berekening van de drempel van 50 miljard EUR wordt nu ook rekening gehouden met de verschillende looptijden of vervaldata, valuta en varianten voor de berekening van het rendement. Deze toevoegingen zijn bedoeld om de significantie van een benchmark uitgebreider te beoordelen door rekening te houden met de uiteenlopende toepassingen ervan en de mogelijke gevolgen van de stopzetting of de onbetrouwbaarheid ervan. Het ontwerpakkoord voorziet ook in een machtiging van de Commissie om een gedelegeerde handeling vast te stellen om de methode voor de berekening van de drempel van 50 miljard EUR te bepalen en om duidelijke criteria vast te stellen voor de beoordeling van het gebruik van benchmarks. Daarnaast moet de Commissie binnen drie jaar de toereikendheid van deze drempel evalueren en aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengen over haar bevindingen.
- Gebruik van benchmarks: Het standpunt van de Raad in eerste lezing voert een specifiek mechanisme in dat het mogelijk maakt een benchmark te blijven gebruiken na de bekendmaking van een openbare kennisgeving die normaal gesproken het gebruik van die benchmark zou verbieden. De Europese Autoriteit voor effecten en markten (“ESMA”) of de bevoegde autoriteit kan het gebruik van zo’n benchmark toestaan voor 6 tot 24 maanden na de bekendmaking van de openbare kennisgeving. Deze wijziging is bedoeld om ernstige marktverstoringen te voorkomen door te zorgen voor een geleidelijke overgang. De beoordeling door de ESMA of de bevoegde autoriteit wat betreft een mogelijke verlenging, is gebaseerd op specifieke criteria die in de wijzigingsverordening zijn opgenomen en ervoor moeten zorgen dat verlengingen gerechtvaardigd zijn en beperkt blijven tot gevallen waarin dat echt noodzakelijk is.
- Grondstoffenbenchmarks: De twee wetgevers zijn overeengekomen wijzigingen aan te brengen in de regelgeving ten aanzien van grondstoffenbenchmarks om de specifieke kenmerken ervan beter tot uiting te brengen en voor evenredige regeldruk te zorgen. Grondstoffenbenchmarks op basis van bijdragen van niet onder toezicht staande entiteiten zullen onder de regels van Verordening (EU) 2016/1011 vallen zodra de totale gemiddelde notionele waarde van financiële instrumenten die naar de benchmark verwijzen, over een periode van twaalf maanden meer dan 200 miljoen EUR bedraagt. Voor grondstoffenbenchmarks op basis van gereguleerde gegevens of onder toezicht staande contribuanten blijft echter de drempel van 50 miljard EUR gelden op grond van de algemene voorschriften voor financiële benchmarks.
- Benchmarks voor contante wisselkoersen: Het standpunt van de Raad in eerste lezing introduceert een aantal wijzigingen met betrekking tot de vrijstelling voor benchmarks voor contante wisselkoersen. De twee wetgevers zijn overeengekomen deze vrijstelling, die in het voorstel van de Commissie was geschrapt, te behouden om ervoor te zorgen dat benchmarkgebruikers in de EU toegang hebben tot hedginginstrumenten waarop deviezencontroles van toepassing zijn. De Commissie is nu bevoegd om bepaalde valutabenchmarks als vrijgesteld aan te wijzen door middel van uitvoeringshandelingen, waardoor de nodige flexibiliteit wordt gewaarborgd aangezien deviezencontroles in de loop van de tijd evolueren.
- Vrijwillige opt-inregeling: De twee wetgevers zijn overeengekomen beheerders die van het toepassingsgebied van de verordening zijn uitgesloten, onder bepaalde voorwaarden toe te staan vrijwillig te kiezen voor de toepassing van de voorschriften (“opt-in”). Een bevoegde autoriteit kan een benchmark als significant aanmerken, mits: i) de beheerder een schriftelijk verzoek indient waarin duidelijk wordt vermeld wat de redenen hiervoor zijn; en ii) de benchmark in de EU binnen een combinatie van benchmarks wordt gebruikt als referentie voor financiële instrumenten, financiële overeenkomsten of beleggingsfondsen met een totale gemiddelde waarde van ten minste 20 miljard EUR. Dit zorgt ervoor dat beheerders die hun gereglementeerde status willen behouden en benchmarks willen aanbieden binnen een onder toezicht staand kader, dit kunnen doen op voorwaarde dat zij aan de criteria van de opt-in voldoen.
- Benchmarks voor ecologische, sociale en governanceclaims (ESG-claims): De twee wetgevers zijn overeengekomen een vereiste te introduceren dat beheerders van EU-klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks over een registratie, vergunning, erkenning of bekrachtiging moeten beschikken, zodat regelgevend toezicht wordt gewaarborgd en misleidende ESG-claims worden voorkomen. Het ontwerpakkoord omvat ook een vereiste dat beheerders die voor ten minste één van hun benchmarks onderworpen zijn aan toezicht op grond van Verordening (EU) 2016/1011, ESG-informatie moeten openbaar maken voor al hun benchmarks die ESG-doelstellingen nastreven. De twee wetgevers hebben ook een vereiste opgenomen dat de Commissie uiterlijk 30 juni 2029 moet beoordelen of de huidige ESG-openbaarmakingsvereisten passend zijn en of deze in overeenstemming zijn met andere duurzaamheidsgerelateerde regelgeving. Deze toekomstgerichte aanpak zorgt ervoor dat ESG-informatie relevant en doeltreffend blijft.
- Toezicht op benchmarkbeheerders uit derde landen in de EU: De twee wetgevers zijn overeengekomen om de toezichthoudende bevoegdheden van de ESMA uit te breiden tot benchmarkbeheerders uit derde landen die in de EU actief zijn. Benchmarkbeheerders uit derde landen die via de erkenningsregeling toegang krijgen tot de EU-markt, staan al onder toezicht van de ESMA. Door zowel de erkennings- als de bekrachtigingsregeling onder het toezicht van de ESMA te plaatsen, wordt gezorgd voor een gelijk speelveld voor alle benchmarks uit derde landen die in de EU worden gebruikt. Daarnaast wordt de ESMA aangewezen als enige toezichthouder op die beheerders, waardoor de grensoverschrijdende samenwerking wordt verbeterd en de regelgeving efficiënter en eenvoudiger wordt. Nieuwe taken die de ESMA krijgt toegewezen voor het toezicht op bekrachtigende entiteiten, zou niet leiden tot een behoefte aan meer medewerkers en financiële middelen voor de ESMA (d.w.z. deze nieuwe taken zouden moeten worden gecompenseerd door een vermindering van de bestaande taken en door vergoedingen verschuldigd door entiteiten die nu onder toezicht komen te staan).
4. Conclusie
De Commissie staat achter de resultaten van de interinstitutionele onderhandelingen en kan bijgevolg het standpunt van de Raad in eerste lezing aanvaarden.
NL NL