Toelichting bij COM(2025)104 - Machtiging van Slowakije af te wijken van artikel 26, lid 1, punt a), en de artikelen 168 en 168 bis van de btw-richtlijn

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

Overeenkomstig artikel 395, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde1 (“de btw-richtlijn”) kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 5 november 2024, heeft Slowakije verzocht om te mogen afwijken van artikel 26, lid 1, punt a), en de artikelen 168 en 168 bis van de btw-richtlijn, teneinde het recht op aftrek van de voorbelasting te mogen beperken ter zake van de aankoop, leasing, intracommunautaire verwerving en invoer van motorvoertuigen van categorie M1, motorfietsen van categorie L1e en motorfietsen van categorie L3e2, alsook ter zake van de levering van daarmee verband houdende diensten, reserveonderdelen, accessoires en brandstof, wanneer deze voertuigen gelijktijdig voor bedrijfsdoeleinden en voor andere doeleinden worden gebruikt. Bij het verzoek heeft Slowakije een analyse gevoegd ter staving van het toepasselijke aftrekpercentage, dat is vastgesteld op 50 %.

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van de btw-richtlijn heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 29 november 2024 van het verzoek van Slowakije in kennis gesteld. Bij brief van 2 december 2024 heeft de Commissie Slowakije meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Overeenkomstig artikel 168 van de btw-richtlijn mag een belastingplichtige de btw op de goederen en diensten die hij voor zijn belaste handelingen aanschaft, in mindering brengen. Overeenkomstig artikel 168 bis, lid 1, van de btw-richtlijn is de btw over uitgaven in verband met onroerend goed dat deel uitmaakt van het vermogen van het bedrijf van een belastingplichtige en zowel voor bedrijfsdoeleinden als andere dan bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, slechts aftrekbaar naar evenredigheid van het gebruik ervan voor de bedrijfsactiviteiten van de belastingplichtige. Overeenkomstig artikel 168 bis, lid 2, van de btw-richtlijn kunnen de lidstaten deze regel ook toepassen op uitgaven in verband met andere door hen gespecificeerde goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen. Overeenkomstig artikel 26, lid 1, punt a), van die richtlijn wordt het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed voor privédoeleinden gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel wanneer voor dit goed recht op aftrek van de btw is ontstaan. Op deze manier kan initieel afgetrokken btw worden teruggenomen voor het gedeelte privégebruik.

Bij personenauto’s en motorfietsen is dit mechanisme moeilijk toe te passen, omdat het lastig is het privé- en het zakelijk gebruik op te splitsen. Het bijhouden en controleren van een rittenregistratie vormt zowel voor de bedrijven als voor de belastingdienst een extra last.

Overeenkomstig artikel 395 van de btw-richtlijn kunnen de lidstaten maatregelen toepassen die afwijken van de bepalingen van de btw-richtlijn, om de inning van de btw te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen, mits zij daartoe door de Raad gemachtigd zijn.

Slowakije heeft verzocht om het recht op aftrek ter zake van bepaalde personenauto’s en motorfietsen die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, en ter zake van de levering van bepaalde daarmee verband houdende goederen en diensten, te mogen beperken tot een vast percentage en in ruil daarvoor de bedrijven in kwestie te mogen vrijstellen van de verplichting om btw te voldoen over het privégebruik. De bijzondere maatregel zou belastingplichtigen ontheffen van de verplichting om het niet-zakelijke gebruik van die personenauto’s en motorfietsen gelijk te stellen met een dienst. Het voordeel hiervan is dat het systeem voor alle partijen wordt vereenvoudigd en tegelijkertijd wordt voorkomen dat btw wordt ontdoken of ontweken door een onjuiste administratie.

De voordelen van het gebruik van een vast percentage werden bevestigd in een elektronische vragenlijst van het Slowaakse ministerie van Financiën. Deze vragenlijst werd via brancheorganisaties aan bedrijven toegezonden om gegevens te verzamelen over het privé- en het zakelijke gebruik van voertuigen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen. Van de onderzochte steekproef van respondenten gaf 71 % de voorkeur aan een vast percentage voor de aftrek van btw op voertuigen voor gemengd gebruik en noemde 78 % de huidige btw-behandeling een administratieve last.

Slowakije heeft de gegevens uit de enquête geanalyseerd samen met gegevens afkomstig van controles die erop gericht waren om de gegevens over de aankoop van motorvoertuigen en het recht op aftrek van voorbelasting voor die voertuigen te verifiëren, en met gegevens van bezoeken en audits ter plaatse. Op basis van die verschillende gegevens zijn de Slowaakse autoriteiten tot de conclusie gekomen dat een percentage van 50 % een nauwkeurige schatting is van de opsplitsing tussen privé- en zakelijk gebruik van de voertuigen in kwestie.

De auto’s en motorfietsen die onder deze maatregel vallen, zijn motorvoertuigen van categorie M1, motorfietsen van categorie L1e en motorfietsen van categorie L3e die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. De betrokken transacties zien op de aankoop, intracommunautaire verwerving en invoer van deze voertuigen, alsook de leasing ervan. De beperking van het recht op aftrek zal ook gelden voor de bovengenoemde transacties voor zover deze betrekking hebben op reserveonderdelen, accessoires, diensten en brandstof die voor deze voertuigen zijn bestemd. Uitgesloten van het toepassingsgebied van de derogatie worden daarentegen bepaalde soorten motorvoertuigen en motorfietsen die voor specifieke activiteiten worden gebruikt waarbij het niet-zakelijke gebruik als onbeduidend wordt geacht. Deze uitsluiting heeft betrekking op auto’s en motorfietsen die worden gekocht voor wederverkoop, verhuur of leasing of die worden gebruikt voor het vervoer van personen onder bezwarende titel, daaronder begrepen taxidiensten, het geven van rijlessen, het uitvoeren van tests of als vervanging van voertuigen die worden gerepareerd.

Gezien het positieve effect dat de bijzondere maatregel naar verwachting zal hebben op de administratieve lasten van zowel de belastingplichtigen als de belastingautoriteiten, wordt voorgesteld om machtiging te verlenen voor de derogatiemaatregel.

Deze machtiging moet voor een beperkte periode van toepassing zijn, namelijk tot en met 30 juni 2028, zodat een evaluatie kan worden verricht van de noodzaak en de doeltreffendheid van de derogatiemaatregel alsook van de opsplitsing tussen gebruik voor bedrijfsdoeleinden en gebruik voor andere dan bedrijfsdoeleinden, waarop de maatregel gebaseerd is. Een verzoek om verlenging moet uiterlijk 30 september 2027 aan de Commissie worden toegezonden en vergezeld gaan van een verslag waarin onder meer het toegepaste percentage is geëvalueerd.

Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied

Aan andere lidstaten zijn soortgelijke derogaties met betrekking tot het recht op aftrek verleend (Estland1, Italië2, Letland3, Hongarije4, Polen5, Roemenië6 en Kroatië7).

Krachtens artikel 176 van de btw-richtlijn zal de Raad bepalen voor welke uitgaven geen recht op aftrek van de btw bestaat. In afwachting daarvan mogen de lidstaten de uitsluitingen handhaven die op 1 januari 1979 van toepassing waren dan wel, in het geval van lidstaten die na die datum tot de Gemeenschap zijn toegetreden, op de datum van hun toetreding. Er bestaan derhalve verschillende standstillbepalingen die het recht op aftrek van de btw ter zake van personenauto’s beperken.

Er zijn in het verleden initiatieven genomen om regels vast te stellen voor de uitgavencategorieën die aan een beperking van het recht op aftrek kunnen worden onderworpen8; de onderhavige derogatie is evenwel een passende maatregel in afwachting van de harmonisatie van deze regels op EU-niveau.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 395 van de btw-richtlijn.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Gelet op de bepaling in de btw-richtlijn die de grondslag voor het voorstel vormt, is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing.

Evenredigheid

Dit besluit betreft een machtiging die wordt verleend aan een lidstaat op diens eigen verzoek, en houdt geen enkele verplichting in.

Gezien de beperkte werkingssfeer van de derogatie staat de bijzondere maatregel in verhouding tot de beoogde doelen, namelijk de inning van de btw vereenvoudigen en bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking voorkomen. Aangezien bedrijven een te laag privégebruik kunnen opgeven en de belastingautoriteiten de administratie van de gereden kilometers maar moeilijk kunnen controleren, zou de beperking tot 50 % de inning van de btw vereenvoudigen en voorkomen dat belasting wordt ontdoken, onder andere door een onjuiste administratie.

Keuze van het instrument

Voorgesteld instrument: uitvoeringsbesluit van de Raad.

Overeenkomstig artikel 395 van de btw-richtlijn kan slechts van de normale btw-regels worden afgeweken indien de Raad een lidstaat daartoe op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen machtigt. Een uitvoeringsbesluit van de Raad is het aangewezen instrument, omdat het tot een individuele lidstaat kan worden gericht.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Raadplegingen van belanghebbenden

Er zijn geen belanghebbenden geraadpleegd. Dit voorstel is gebaseerd op een verzoek van Slowakije en heeft uitsluitend betrekking op deze lidstaat.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

Effectbeoordeling

Het voorstel strekt ertoe de belastinginning te vereenvoudigen door de verplichte administratie van het privégebruik van bepaalde personenauto’s af te schaffen, en tegelijkertijd ook ontduiking van de btw door onjuiste administratie te voorkomen. Het kan aldus een positief effect sorteren op de bedrijven en de belastingdienst.

De Slowaakse belastingautoriteiten hebben een analyse uitgevoerd van de gegevens die afkomstig zijn van controleactiviteiten tussen januari 2023 en mei 2024. Op basis van deze analyse kwamen zij tot de conclusie dat belastingplichtigen het vaste tarief waarin de Slowaakse wet op de inkomstenbelasting voorziet, toepasten op de btw die werd betaald over de aankoop van personenauto’s en motorfietsen en daarmee verband houdende uitgaven, in plaats van dat zij het werkelijke privé- en zakelijke gebruik van die voertuigen bepaalden. Hoewel dit wetsartikel uitsluitend betrekking had op het gebruik van dit vaste tarief voor de inkomstenbelasting, waren de belastingplichtigen van mening dat de toepassing ervan geschillen met de belastingautoriteiten kon voorkomen.

Daarnaast hebben de belastingautoriteiten tussen 2019 en 2024 bij 255 belastingplichtigen een controle uitgevoerd. Deze controles waren uitsluitend gericht op het gebruik van motorvoertuigen en in dit kader zijn 277 motorvoertuigen, waarvan 240 motorvoertuigen voor het vervoer van personen, gecontroleerd. Volgens de Slowaakse autoriteiten is uit deze controles gebleken dat de voorbelasting op die voertuigen in vele gevallen niet juist werd afgetrokken. De Slowaakse autoriteiten kwamen ook tot de conclusie dat het zakelijke gebruik iets meer dan 50 % van het totale gebruik bedroeg.

Tot slot hebben de Slowaakse autoriteiten aanvullende gegevens verzameld uit een vragenlijst die via brancheorganisaties aan bedrijven is toegezonden.

Op basis van de analyse van de verzamelde gegevens zijn de Slowaakse autoriteiten tot de conclusie gekomen dat een vast tarief van 50 % een nauwkeurige maatstaf is van de opsplitsing tussen privé- en zakelijk gebruik van de voertuigen in kwestie.

Grondrechten

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel zal geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengst in het stadium van het eindverbruik en geen negatieve gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Het voorstel is beperkt in de tijd en bevat een vervalbepaling (30 juni 2028).

Indien Slowakije een verlenging van de bijzondere maatregel noodzakelijk acht, moet het de Commissie uiterlijk 30 september 2027 een verslag voorleggen met daarin ook een evaluatie van het toegepaste percentage, samen met het verzoek om verlenging.