Toelichting bij COM(2004)228 - Schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op bepaalde visserijproducten uit Ceuta en Melilla

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

Sinds 1995 heeft de Raad communautaire tariefcontingenten met nulrecht geopend voor bepaalde visserijproducten van oorsprong uit Ceuta, die op 31 december 2002 zijn verstreken. Deze contingenten vervingen de contingenten voor Ceuta en Melilla die waren geopend overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de Toetredingsakte betreffende de Canarische eilanden en Ceuta en Melilla, en die op 31 december 1992 zijn verstreken zonder te worden verlengd.

Hoewel de viscontingenten die bij Verordening (EG) nr. 656/2000 van de Raad zijn geopend voor levende pootvis en juvenielen van zeebaars en goudbrasem en voor verse of gekoelde zeebaars en goudbrasem voor de contingentjaren 2000 tot 2002, door geen enkele importeur zijn gebruikt, heeft het Koninkrijk Spanje verzocht de geldigheid van deze contingenten te verlengen en dat verzoek ondersteund met sociale en economische argumenten betreffende Ceuta, waaruit blijkt met welke problemen zijn economie te kampen heeft en met welke moeilijkheden de plaatselijke visserij wordt geconfronteerd.

Aangezien de Europese Gemeenschappen en het Koninkrijk Marokko, dat de grondgebieden van Ceuta en Melilla vanaf de landzijde omringt, zijn overeengekomen de invoerrechten van het gemeenschappelijk douanetarief (GDT) voor onbeperkte tijd te schorsen voor een breed gamma aan visserijproducten van oorsprong uit Marokko, is het passend dezelfde voorwaarden aan dezelfde producten toe te kennen wanneer die van oorsprong zijn hetzij uit Ceuta hetzij uit Melilla, teneinde verdere discriminatie te voorkomen en de concurrentiepositie van de visserij-industrie in deze gebieden te verbeteren.