Toelichting bij COM(2008)576 - Wijziging van de Richtlijnen 77/91/EEG, 78/855/EEG en 82/891/EEG van de Raad en richtlijn 2005/56/EG wat verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen betreft

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Algemene context



In 2006 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een geactualiseerd vereenvoudigingsprogramma[1] voor het meten van administratieve kosten en het reduceren van administratieve lasten die de economische activiteiten van Europese ondernemingen onnodig hinderen. Het actieprogramma en de daarin neergelegde doelstelling om de administratieve lasten tegen het jaar 2012 met 25% te verminderen, werden in maart 2007 door de Europese Raad tijdens zijn voorjaarsbijeenkomst onderschreven[2].

In het verlengde daarvan heeft de Commissie in juli 2007 een mededeling aangenomen waarin zij haar voorstellen ontvouwde voor een vereenvoudiging van het vennootschapsrecht, de financiële verslaggeving en de controle van jaarrekeningen[3]. Daarenboven heeft de Commissie in maart 2007 en april 2008 twee volgens een versnelde procedure te behandelen voorstellen ingediend met de bedoeling door middel van geringe wijzigingen in het EU-acquis een snelle vermindering van administratieve lasten te bewerkstelligen. Het eerste voorstel is in november 2007 aangenomen[4]. Het tweede voorstel[5], dat betrekking heeft op een aantal aspecten die in de mededeling van juli 2007 aan de orde zijn gesteld, is nog steeds in behandeling bij het Europees Parlement en de Raad. Het voorliggende voorstel heeft betrekking op andere mogelijkheden tot vereenvoudiging die in de mededeling zijn vermeld, alsook op nieuwe voorstellen die in de loop van het raadplegingsproces zijn ontvangen.

1.2. Motivering en doel van het initiatief

Met dit initiatief wordt beoogd bij te dragen tot de versterking van het concurrentievermogen van EU-ondernemingen door waar mogelijk de uit de Europese vennootschapsrechtrichtlijnen voortvloeiende administratieve lasten te verlichten zonder dat zulks ernstige negatieve gevolgen heeft voor andere belanghebbenden.

Het initiatief is toegespitst op de derde richtlijn (Richtlijn 78/855/EEG van de Raad[6]) betreffende fusies van naamloze vennootschappen en de zesde richtlijn (Richtlijn 82/891/EEG van de Raad[7]) betreffende splitsingen van naamloze vennootschappen, welke binnenlandse fusies en splitsingen regelen. Daarnaast dient de richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies (Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen [8] ) op twee punten te worden afgestemd op de wijzigingen die in de regeling voor binnenlandse fusies zijn aangebracht. Voorts dienen vooral technische wijzigingen te worden aangebracht in de tweede richtlijn (Richtlijn 77/91/EEG van de Raad[9]) strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken.

De derde richtlijn en de zesde richtlijn bevatten momenteel een aantal gedetailleerde verslaggevingsverplichtingen die vennootschappen die aan een fusie/splitsing deelnemen, in acht moeten nemen en die aanzienlijke kosten voor deze vennootschappen met zich meebrengen. In sommige situaties kunnen genoemde richtlijnen in combinatie met de tweede richtlijn tot een verdere verhoging van de kosten leiden. Daarbij komt nog dat de middelen waarin de richtlijnen voorzien om aandeelhouders over de bijzonderheden van rechtshandelingen te informeren, 30 jaar geleden zijn vastgesteld en dus geen rekening houden met de thans bestaande technologische mogelijkheden. Dit resulteert in onnodige kosten en in een vermijdbare papieren rompslomp. Ten slotte hebben sommige wijzigingen op het gebied van de bescherming van schuldeisers die de afgelopen jaren in andere richtlijnen, en met name in de tweede richtlijn, zijn aangebracht, tot een aantal inconsistenties tussen de diverse richtlijnen geleid.

1.

Raadpleging van belanghebbenden en effectbeoordeling



Raadpleging van belanghebbende partijen



Het voorstel en de effectbeoordeling waarvan het vergezeld gaat, zijn het resultaat van een breed raadplegingsproces dat volgde op de goedkeuring van de mededeling van juli 2007.

Op 22 november 2007 heeft de Raad (Concurrentievermogen) conclusies goedgekeurd waarin het vereenvoudigingsinitiatief wordt verwelkomd[10]. In het Europees Parlement is op 21 mei 2007 een verslag aangenomen waarin brede steun wordt betuigd voor het initiatief ter vereenvoudiging van het Europese vennootschapsrecht en ter vermindering van de administratieve lasten[11]. Ten aanzien van mogelijke verdere wijzigingen in de derde richtlijn en de zesde richtlijn bevestigt het verslag dat een verregaandere actualisering noodzakelijk is. Er wordt echter tevens op gewezen dat op evenwichtige wijze rekening moet worden gehouden met de belangen van alle betrokkenen, zoals onder meer investeerders, eigenaren, schuldeisers en werknemers, en dat de harmonisatie op dat gebied niet van substantie mag worden ontdaan.

Daarnaast hebben regeringen van achttien lidstaten, de regering van een EER-land en 110 belanghebbenden gevolg gegeven aan het in de mededeling gedane verzoek om uiterlijk medio oktober 2007 hun opmerkingen over de geformuleerde voorstellen schriftelijk kenbaar te maken. De van regeringen en belanghebbenden ontvangen bijdragen waren afkomstig van in totaal 23 landen, waaronder 22 lidstaten. Een verslag over de tussen juli en december 2007 van de lidstaten en de belanghebbenden ontvangen reacties is beschikbaar op de website van het directoraat-generaal Interne markt en diensten (DG MARKT) op het volgende internetadres: ec.europa.eu/internal_market/company

In haar verslag van 10 juli 2008 verheugt de Groep van onafhankelijke belanghebbenden op hoog niveau inzake administratieve lasten zich over de inspanningen die de Commissie zich getroost om de verslaggevingsverplichtingen in de derde richtlijn en de zesde richtlijn te herzien en pleit zij voor ambitieuze wetgevingsvoorstellen die het voor beide genoemde richtlijnen onderkend potentieel tot vermindering van de administratieve lasten zoveel mogelijk realiseren en tegelijkertijd de belangen van zowel aandeelhouders als schuldeisers beschermen.

De belangrijkste bron van informatie voor de effectbeoordeling is de grootschalige meting van administratieve kosten. Deze meting is uitgevoerd door een consortium van contractanten, dat op 31 juli 2008 met zijn volledige eindverslag is gekomen. Dit verslag is gebaseerd op het EU-standaardkostenmodel. Wanneer de meting onvoldoende of geen representatieve cijfers opleverde, is gebruikgemaakt van vooral van de lidstaten afkomstige aanvullende inlichtingen om de gegevens te vervolledigen of te corrigeren.

Effectbeoordeling



Uit de effectbeoordeling blijkt dat er op de bovengenoemde terreinen veel kostenbesparingen voor vennootschappen kunnen worden gerealiseerd.

2.2.1. Verslaggevingsverplichtingen

Bij de derde richtlijn en de zesde richtlijn worden de volgende verslaggevingsverplichtingen opgelegd: 1) de voor het management geldende verplichting om een schriftelijk verslag op te stellen waarin de fusie/splitsing uit juridisch en economisch oogpunt wordt toegelicht en verantwoord; 2) een verslag van een onafhankelijke deskundige waarin met name de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen wordt onderzocht; en 3) de bekendmaking van tussentijdse cijfers indien de jaarrekening ouder is dan zes maanden op het tijdstip waarop het fusie- of splitsingsvoorstel wordt opgesteld. Deze bescheiden moeten worden overgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders die zich over de fusie of de splitsing moet uitspreken.

Wat het managementverslag en de tussentijdse cijfers betreft, wordt in de effectbeoordeling aanbevolen om dezelfde werkwijze te volgen als die welke in Richtlijn 2007/63/EG met betrekking tot het deskundigenverslag wordt gevolgd, namelijk te voorzien in de mogelijkheid dat deze bescheiden niet behoeven te worden opgesteld wanneer daarmee unaniem wordt ingestemd. Op deze wijze worden negatieve gevolgen voor de belangen van de aandeelhouders vermeden en tegelijkertijd kostenbesparingen voor de betrokken vennootschappen gerealiseerd.

Tevens wordt de afschaffing voorgesteld van de verplichting om tussentijdse cijfers bekend te maken wanneer de vennootschap uit hoofde van de Transparantierichtlijn[12] een halfjaarlijks financieel verslag heeft opgesteld.

De uit deze maatregelen voortvloeiende totale kostenbesparingen worden op ongeveer 7,12 miljoen EUR per jaar geraamd.

2.2.2. Maatregelen met betrekking tot vennootschappen die worden opgericht of hun kapitaal verhogen in de context van een fusie of splitsing

In gevallen waarin de rechtshandeling verband houdt met ofwel de oprichting van een nieuwe vennootschap, ofwel een kapitaalverhoging van de verkrijgende vennootschap, is er momenteel sprake van een dubbele verplichting tot opstelling van deskundigenverslagen als gevolg van de voorschriften van de zesde richtlijn enerzijds en de tweede richtlijn anderzijds. In geval van een fusie en een openbaar bod biedt de tweede richtlijn de lidstaten de mogelijkheid vennootschappen te ontslaan van de verplichting om het bij deze richtlijn vereiste verslag over inbrengen in natura op te stellen.

In de effectbeoordeling wordt aanbevolen deze aan de lidstaten geboden mogelijkheid ook tot splitsingen uit te breiden. De potentiële kostenbesparingen van deze voorgestelde maatregelen worden op 3,26 à 9,43 miljoen EUR per jaar geraamd, al naargelang het aantal lidstaten dat van de geboden mogelijkheid gebruikmaakt.

2.2.3. Maatregelen betreffende vereenvoudigde fusies en splitsingen van moeder- en dochterondernemingen

Momenteel beschikken de lidstaten over de mogelijkheid ontheffing van de verplichting tot het bijeenroepen van een algemene vergadering en van bepaalde verslaggevings- en informatieverplichtingen te verlenen wanneer het om een fusie of een splitsing van moederondernemingen en hun dochterondernemingen gaat. Er zijn echter slechts weinig lidstaten die volledig of bijna volledig van deze mogelijkheid gebruikmaken.

De conclusie van de effectbeoordeling luidt dat lidstaten ertoe dienen te worden verplicht hun vennootschappen de mogelijkheid van vereenvoudigde fusies/splitsingen te bieden. De potentiële kostenbesparingen van het bieden van een dergelijke mogelijkheid worden op circa 153,5 miljoen EUR per jaar geraamd.

2.2.4. Openbaarmakings- en documentatieverplichtingen

Krachtens de derde richtlijn, de zesde richtlijn en de richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies moeten vennootschappen het fusie- of splitsingsvoorstel bij het vennootschapsregister deponeren en dit voorstel in het staatsblad of op een centraal elektronisch platform bekendmaken. Bovendien bepalen de derde richtlijn en de zesde richtlijn dat aandeelhouders ten kantore van de vennootschap van bepaalde bescheiden kennis moeten kunnen nemen en tevens gratis afschriften daarvan moeten kunnen ontvangen. Thans kan dankzij de moderne informatietechnologie evenwel makkelijker en goedkoper toegang tot de te verstrekken informatie worden verleend. In recentere richtlijnen, zoals de richtlijn betreffende de rechten van aandeelhouders[13], is dan ook reeds van deze mogelijkheid gebruikgemaakt.

In de effectbeoordeling wordt daarom aanbevolen vennootschappen toe te staan van hun internetsite gebruik te maken om de te verstrekken informatie openbaar te maken. Een dergelijk scenario kan een kostenbesparing van naar schatting ruim 3,5 miljoen EUR per jaar opleveren.

2.2.5. Bescherming van schuldeisers

Recente wijzigingen in de tweede richtlijn[14] hebben onder andere tot meer duidelijkheid over de in deze richtlijn vervatte voorschriften ter bescherming van schuldeisers geleid, in die zin dat indien schuldeisers waarborgen willen verkrijgen, zij op geloofwaardige wijze moeten kunnen aantonen dat een met het kapitaal van de vennootschap verband houdende rechtshandeling hun vorderingen in het gedrang brengt. Ter wille van de samenhang wordt in de effectbeoordeling aanbevolen dat de voorschriften van de derde richtlijn en de zesde richtlijn in dezelfde zin worden aangepast.

Deze optie zal naar verwachting geen wezenlijke gevolgen hebben voor de kosten van vennootschappen.

2.

Juridische elementen van het voorstel



Rechtsgrondslag



De rechtsgrondslag van het voorstel is artikel 44, lid 2, onder g), van het Verdrag.

Subsidiariteit en evenredigheid



Om de aan de orde gestelde problemen op te lossen is een optreden op EU-niveau vereist, aangezien de in het voorstel behandelde verslaggevings- en documentatieverplichtingen uit EU-wetgeving voortvloeien. Op sommige gebieden die door het voorstel worden bestreken, beschikken de lidstaten reeds over de mogelijkheid de op vennootschappen wegende verplichtingen te verlichten. Zoals evenwel blijkt uit de effectbeoordeling waarvan dit voorstel vergezeld gaat en uit een verslag over een in opdracht van de Commissie uitgevoerde grootschalige meting van de administratieve kosten, heeft een groot aantal lidstaten tot dusver nog geen gebruikgemaakt van deze mogelijkheden, ondanks het enorme potentieel voor kostenbesparingen dat zij te bieden hebben. Om ervoor te zorgen dat alle vennootschappen van deze lastenverlichtingen kunnen profiteren, is actie op EU-niveau geboden.

De voorgestelde wijzigingen gaan niet verder dan hetgeen noodzakelijk is om de onnodige administratieve lasten op de betrokken gebieden af te schaffen en zijn evenredig met deze doelstelling.

3.

Vereenvoudiging



Het voorstel is opgenomen in het lopend programma van vereenvoudigingsmaatregelen die in 2008 door de Commissie moeten worden goedgekeurd[15]. De voorgestelde vereenvoudiging zal aanzienlijke voordelen opleveren. De verslaggevingsverplichtingen worden verlicht door lidstaten en vennootschappen meer flexibiliteit te bieden bij het uitmaken of in elk specifiek geval wel echt een verslag moet worden opgesteld. Bepalingen die tot dubbele rapportage leiden, worden geschrapt, waardoor vennootschappen geen onnodige kosten meer behoeven te maken. De openbaarmakings- en informatieverplichtingen worden aan de technologische ontwikkelingen aangepast, hetgeen ook gunstige gevolgen zal hebben voor het milieu. De in de derde richtlijn en de zesde richtlijn vervatte voorschriften ter bescherming van schuldeisers worden in overeenstemming gebracht met recente wijzigingen in de rest van het acquis op het gebied van het vennootschapsrecht. De totale potentiële kostenbesparingen van deze maatregelen worden op niet minder dan 172 miljoen EUR per jaar geraamd.

4.

Nadere uitleg van het voorstel


PER ARTIKEL

1. Artikel 1: wijziging van de derde richtlijn

1.1. Bij punt 1 wordt de lijst van vennootschappen waarop de derde richtlijn en – via een verwijzing in artikel 1, lid 1, ervan – ook de zesde richtlijn van toepassing is, aangepast om met een wijziging in het nationale vennootschapsrecht van Finland rekening te houden.

1.2. Punt 2 biedt vennootschappen een alternatief voor de openbaarmakingsregeling van de eerste richtlijn: in plaats van dat het fusievoorstel bij het register wordt gedeponeerd, kan het openbaar worden gemaakt op de website van de vennootschap of op een andere website (met name wanneer de vennootschap van de website van bijvoorbeeld een bedrijfsvereniging kan gebruikmaken). Om aandeelhouders en andere belanghebbenden in staat te stellen het betrokken stuk te vinden, moeten op het centrale elektronische platform dat uit hoofde van het Commissievoorstel voor een richtlijn van 17 april 2008[16] krachtens artikel 3, lid 4, van de eerste richtlijn verplicht zou worden gesteld, echter een verwijzing en een link worden gepubliceerd. Gezien het feit dat sommige bepalingen (zoals bijvoorbeeld artikel 13 van de derde richtlijn en artikel 12 van de zesde richtlijn met betrekking tot de bescherming van schuldeisers) naar de datum van openbaarmaking verwijzen, moet deze datum ook op het centrale elektronische platform worden bekendgemaakt.

1.3. Bij punt 3 wordt artikel 8, onder b), aangepast aan de in artikel 11, lid 4, voorgestelde wijziging, op grond waarvan de vennootschap ook van haar internetsite kan gebruikmaken voor de openbaarmaking van andere bescheiden die tot dusver nog niet bij het register moeten worden neergelegd maar aan de aandeelhouders beschikbaar moeten worden gesteld.

1.4. Bij punt 4 wordt in artikel 9 onder meer een nieuw lid 2 ingevoegd. Deze bepaling is de tegenhanger van artikel 7, lid 3, van de zesde richtlijn en verplicht het management ertoe de algemene vergadering in te lichten over wijzigingen die hebben plaatsgevonden tussen de datum van opstelling van het fusievoorstel en de datum van de algemene vergadering. Het management zou zowel van de in artikel 9, lid 1, neergelegde verslaggevingsverplichting als van de informatieverplichting moeten kunnen worden ontslagen wanneer de aandeelhouders van alle betrokken vennootschappen hiermee hebben ingestemd.

1.5. De bedoeling van de in punt 5 voorgestelde wijzigingen in artikel 11 is ervoor te zorgen dat:

- een vennootschap geen tussentijdse cijfers behoeft op te stellen:

- indien zij overeenkomstig de Transparantierichtlijn verplicht is halfjaarlijkse financiële verslagen op te stellen en dit ook effectief heeft gedaan;

- indien alle aandeelhouders overeenkomen dat zij geen tussentijdse cijfers nodig hebben;

- afschriften van de in artikel 11, lid 1, bedoelde bescheiden ook per elektronische post kunnen worden toegezonden indien de aandeelhouder er in algemene zin mee heeft ingestemd dit communicatiemiddel te gebruiken, bijvoorbeeld door de vennootschap zijn e-mailadres te verstrekken. Hoewel de tekst in haar huidige vorm niet uitsluit dat een afschrift een elektronische vorm aanneemt, is thans niet duidelijk onder welke voorwaarden de vennootschap van elektronische communicatiemiddelen kan gebruikmaken. Momenteel kan de aandeelhouder er immers altijd op staan een afschrift op papier te ontvangen. Dit zou niet langer het geval zijn indien de bepaling in de voorgestelde zin wordt gewijzigd;

- een vennootschap de bescheiden op haar website kan plaatsen in plaats van deze in haar statutaire zetel beschikbaar te moeten stellen. Het bieden van een dergelijke mogelijkheid vereenvoudigt de door de vennootschap te volgen procedure en maakt de documenten makkelijker toegankelijk voor niet-ingezeten aandeelhouders, alsook voor schuldeisers indien de vennootschap open toegang biedt tot haar website. Wanneer de documenten van de site kunnen worden gedownload, behoeft aandeelhouders evenmin het recht te worden verleend om een individueel afschrift te ontvangen, aangezien het verzendingsproces (zelfs langs elektronische weg) onnodige kosten voor de vennootschap met zich meebrengt.

1.6. In punt 6 wordt voorgesteld de in de derde richtlijn vervatte regeling ter bescherming van schuldeisers gelijk te trekken met de regeling die bij Richtlijn 2006/68/EG in de tweede richtlijn is geïntroduceerd.

1.7. Punt 7 is het gevolg van het voorstel (artikel 4, punten 2 en 3) om alle bepalingen over ontheffingen van de verslaggevingsverplichting uit hoofde van de tweede richtlijn in die richtlijn zelf te centraliseren.

1.8. Met de punten 8 tot en met 12 wordt beoogd de thans in de artikelen 24 tot en met 29 van de derde richtlijn aan de lidstaten geboden mogelijkheden om vereenvoudigde fusies toe te staan, voortaan verplicht te stellen voor de lidstaten. Punt 11 heeft bovendien ten doel de huidige formulering van artikel 27 te vereenvoudigen.

2. Artikel 2: wijziging van de zesde richtlijn

De meeste wijzigingen die in dit artikel worden voorgesteld, stemmen mutatis mutandis overeen met die welke voor de derde richtlijn worden voorgesteld. Voor de toelichting van deze wijzigingen kan derhalve worden volstaan met te verwijzen naar punt 1 hierboven. Alleen ten aanzien van de aan de aandeelhouders geboden mogelijkheid om ontheffing van de verslaggevingsverplichtingen te verlenen, verschilt de techniek die bij de in de punten 3 en 5 gedane voorstellen (met betrekking tot artikel 9, lid 1, onder c)) wordt toegepast, enigszins van die welke in het geval van de derde richtlijn wordt gehanteerd, omdat in de zesde richtlijn de ontheffingsmogelijkheden in artikel 10 zijn gecentraliseerd.

Daarnaast wordt in punt 8 voorgesteld artikel 20, onder c), te schrappen, omdat in de in artikel 20 beschreven situatie alle aandeelhouders bij de opstelling van het splitsingsvoorstel betrokken zijn. Het is daarom niet nodig aandeelhouders het minderheidsrecht toe te kennen om een algemene vergadering bijeen te roepen, zoals thans het geval is.

3. Artikel 3: wijziging van de richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies

Artikel 3, punt 1, stemt mutatis mutandis overeen met de in de derde richtlijn en de zesde richtlijn voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de openbaarmaking van het fusievoorstel.

Met de in punt 2 voorgestelde toevoeging aan artikel 15, lid 2, wordt beoogd rekening te houden met het feit dat lidstaten als gevolg van de in de artikelen 1 en 2 voorgestelde wijzigingen in de toekomst niet langer in alle gevallen in staat zullen zijn de in deze bepaling bedoelde verslagen te verlangen.

4. Artikel 4: wijziging van de tweede richtlijn

4.1. Punt 1 bevat dezelfde wijziging als die welke voor de derde richtlijn is voorgesteld.

4.2. De punten 2 en 3 hebben ten doel de aan de lidstaten geboden mogelijkheid om ontheffing te verlenen van de verplichting een deskundigenverslag over inbrengen in natura op te stellen, in de tweede richtlijn te centraliseren. Tegelijkertijd wordt ook eenzelfde ontheffingsmogelijkheid voor splitsingen voorgesteld, teneinde deze voorschriften gelijk te trekken met die welke voor fusies gelden. Hoewel in de richtlijnen betreffende fusies en splitsingen niet is bepaald dat de krachtens deze richtlijnen op te stellen deskundigenverslagen beschikbaar moeten worden gesteld aan schuldeisers (voor het in artikel 10 van de tweede richtlijn bedoelde verslag is dat wel het geval), hebben schuldeisers in de praktijk toegang tot deze verslagen, met name wanneer deze op internet zijn geplaatst.

Ingeval aandeelhouders gebruikmaken van de mogelijkheid om af te zien van het deskundigenverslag dat krachtens de derde richtlijn, de zesde richtlijn of de richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies moet worden opgesteld, moet de verplichting om een verslag over de inbreng in natura op te stellen echter blijven gelden om te waarborgen dat schuldeisers voldoende bescherming genieten.