Toelichting bij COM(2016)779 - Standpunt EU in de OESO-werkgroep van de deelnemers aan de regeling inzake door de overheid gesteunde exportkredieten met betrekking tot referentiemarktwaarden

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel



De OESO-regeling inzake door de overheid gesteunde exportkredieten ("de regeling") is een gentlemen’s agreement tussen Australië, Canada, de Europese Unie, Japan, Korea, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zwitserland en de Verenigde Staten. Brazilië is, hoewel geen OESO-lid, deelnemer aan de tot de regeling behorende Sectorovereenkomst inzake exportkredieten voor burgerluchtvaartuigen.

Het hoofddoel van de regeling is een kader te creëren voor het ordelijke gebruik van door de overheid gesteunde exportkredieten. In de praktijk betekent dit dat wordt gezorgd voor een gelijk speelveld, zodat de mededinging wordt gebaseerd op de prijs en de kwaliteit van de uitgevoerde goederen in plaats van de financiële voorwaarden. Bovendien wordt gestreefd naar het uitbannen van subsidies en marktverstoringen met betrekking tot door de overheid gesteunde exportkredieten.

De regeling is in 1978 tot stand gekomen, waarbij werd voortgebouwd op de 'consensus' inzake exportkredieten die een aantal OESO-landen reeds in 1976 hadden bereikt. Daarvoor veroorzaakte het ontbreken van regels concurrentie tussen regeringen die de meest aantrekkelijke financiële voorwaarden probeerden aan te bieden ter ondersteuning van hun exporteurs die met elkaar concurreerden om handelscontracten in de wacht te slepen, wat leidde tot financiële subsidies en potentiële handelsverstoringen. De regeling stelt beperkingen aan de voorwaarden van door de overheid gesteunde exportkredieten en het verlenen van gebonden hulp. De regeling wordt regelmatig geactualiseerd, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met beleidsontwikkelingen en de evolutie van de mondiale financiële markten.

De richtsnoeren inzake referentiemarktwaarden bieden een leidraad bij de vaststelling van premies voor transacties waarbij kredietnemers in landen van categorie 0, OESO- en eurozonelanden met een hoog inkomen zijn betrokken. De huidige richtsnoeren voor de referentiemarktwaarden in de regeling werden ingevoerd als onderdeel van het Malzkuhn-Drysdale-pakket dat in september 2011 in werking trad. Hoewel de huidige richtsnoeren een kader bieden om niet onder de tarieven van de particuliere markt te bieden, is er nog altijd veel ruimte voor interpretatie, waardoor de praktijken van de deelnemers aan de regeling nog steeds aanzienlijk verschillen. In het voorstel dat het OESO-secretariaat ter tafel heeft gebracht - het 'herziene voorstel van de voorzitter voor regels inzake referentiemarktwaarden' - worden duidelijkere richtsnoeren voorgesteld, wat moet leiden tot een gelijker speelveld binnen de OESO.

• Samenhang met huidige bepalingen op dit beleidsgebied

Indien het voorstel wordt goedgekeurd, zal het de huidige richtsnoeren voor referentiemarktwaarden in de regeling vervangen zonder te raken aan de huidige structuur van de regeling.

Het besluit tot goedkeuring wordt genomen door de werkgroep van de deelnemers aan de regeling inzake door de overheid gesteunde exportkredieten. Het standpunt van de Europese Unie wordt verwoord door de Commissie.

De OESO-deelnemers aan de regeling zullen waarschijnlijk tijdens hun jaarlijkse vergadering in november 2016 of via een bij de vergadering aansluitende schriftelijke procedure het herziene voorstel van de voorzitter voor regels inzake referentiemarktwaarden goedkeuren en de nodige wijzigingen van de OESO-regeling vaststellen, zodat de nieuwe regels tegen 1 februari 2017 ten uitvoer kunnen worden gelegd. Nu de onderhandelingen met succes zijn afgerond en het herziene voorstel van de voorzitter voor regels inzake referentiemarktwaarden voor besluit ter tafel ligt, is het belangrijk dat de Europese Unie haar goedkeuring van het huidige voorstel inzake referentiemarktwaarden en de daartoe vereiste wijzigingen van de OESO-regeling kan formaliseren.

De nieuwe versie van de regeling zal door een gedelegeerde handeling worden opgenomen in de EU-wetgeving. De OESO-regeling met de bijbehorende bijlagen en de wijzigingen daarvan heeft uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1233/2011 van het Europees Parlement en de Raad rechtsgevolgen in de Unie. Artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1233/2011 bepaalt als volgt: "De Commissie stelt overeenkomstig artikel 3 gedelegeerde handelingen vast om bijlage II te wijzigen naar aanleiding van wijzigingen in de richtsnoeren die de deelnemers aan de regeling overeenkomen".

• Samenhang met andere beleidsgebieden van de Unie

Niet van toepassing.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag



De OESO-regeling is een gentlemen's agreement tussen de EU en de acht andere deelnemers (Australië, Canada, Japan, Korea, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, de Verenigde Staten en Zwitserland). De regeling met de bijbehorende bijlagen en de opeenvolgende wijzigingen daarvan is in de EU-wetgeving opgenomen uit hoofde van de artikelen 1 en 2 van Verordening (EU) nr. 1233/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de toepassing van bepaalde richtsnoeren op het gebied van door de overheid gesteunde exportkredieten en tot intrekking van de Beschikkingen 2001/76/EG en 2001/77/EG van de Raad. De regeling met de bijbehorende bijlagen en de wijzigingen daarvan heeft dus rechtsgevolgen in de zin van artikel 218, lid 9, VWEU (zie het arrest van het Hof van 7 oktober 2014 in zaak C-399/12, Bondsrepubliek Duitsland tegen Raad van de Europese Unie (OIV), punt 63). Volgens hoofdstuk I heeft de regeling voornamelijk tot doel een kader te creëren voor het ordelijke gebruik van door de overheid gesteunde exportkredieten en aldus op mondiaal niveau gelijke voorwaarden en eerlijke concurrentie tussen exporteurs te ontwikkelen, dus om het internationale handelsverkeer, met name het exportbeleid, te bevorderen en te reguleren in de zin van artikel 207 VWEU. Daarom is er een op artikel 207 en artikel 218, lid 9, VWEU gebaseerd besluit van de Raad nodig om het namens de Europese Unie door de OESO-deelnemers aan de regeling inzake door de overheid gesteunde exportkredieten in te nemen standpunt te bepalen.

• Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)

De OESO-regeling is een onderdeel van het handelsbeleid van de lidstaten, wat valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. 

Evenredigheid



Niet van toepassing.

Keuze van het instrument



Niet van toepassing.

3. RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

• Ex-postevaluatie/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving

Er is geen effectbeoordeling uitgevoerd met betrekking tot het huidige voorstel, aangezien de voorgestelde wijzigingen het constante EU-beleid inzake exportkredieten voortzetten, dat na elke jaarlijkse wijziging van de regeling bij gedelegeerde handeling in EU-wetgeving wordt omgezet. De inhoud van het voorstel kreeg tijdens de vergadering van 31.5.2016 de steun van de Groep exportkredieten van de Raad.

Raadpleging van belanghebbenden



Niet van toepassing.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid



Niet van toepassing.

Effectbeoordeling



Niet van toepassing.

• Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

• Grondrechten

Niet van toepassing.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft uitsluitend gevolgen voor de administratieve uitgaven.

5. OVERIGE ELEMENTEN

• Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing.

• Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

• Gedetailleerde uitleg van de specifieke bepalingen van het voorstel - samenvatting van de voorgestelde wijzigingen van de OESO-regeling en aanbevolen standpunt van de Europese Unie

Voorstel

Het voorstel is gehecht aan het besluit van de Raad.

Aanbevolen standpunt 

Steun voor het voorstel.