Toelichting bij COM(2019)130 - Verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van het protocol tot uitvoering van de visserijovereenkomst met Kaapverdië (2019-2024)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Op basis van de desbetreffende onderhandelingsrichtsnoeren 1 heeft de Commissie met de regering van de Republiek Kaapverdië (hierna 'Cabo Verde' genoemd) onderhandelingen gevoerd met het oog op het sluiten van een nieuw protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië 2 . Na afloop van deze onderhandelingen is op 12 oktober 2018 een nieuw protocol geparafeerd. Het protocol bestrijkt een periode van vijf jaar vanaf de datum van voorlopige toepassing, d.w.z. vanaf de datum van de ondertekening ervan, zoals bepaald in artikel 15 van het protocol.

Het nieuwe protocol is er in de eerste plaats op gericht om de vaartuigen van de Unie vangstmogelijkheden in de wateren van Cabo Verde te bieden op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke adviezen en met inachtneming van de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas – ICCAT). Dit nieuwe protocol houdt rekening met de resultaten van een evaluatie van het meest recente protocol (2014-2018) en met een verkennende evaluatie waarin is nagegaan of het wenselijk is een nieuw protocol te sluiten. Beide evaluaties werden uitgevoerd door externe deskundigen. Voorts zal het protocol het voor de Europese Unie en de Republiek Cabo Verde mogelijk maken om nauwer samen te werken met het oog op de bevordering van een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de wateren van Cabo Verde, en zal het de inspanningen van Cabo Verde voor de ontwikkeling van zijn blauwe economie ondersteunen, dit alles in het belang van beide partijen.

Het protocol voorziet in vangstmogelijkheden in de volgende categorieën:

(a)28 vriesvaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen;

(b)27 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug;

(c)14 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel.

Er dient te worden bepaald hoe deze vangstmogelijkheden over de lidstaten moeten worden verdeeld.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De gekozen rechtsgrondslag is het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waar in artikel 43, lid 3, is bepaald dat de Raad op voorstel van de Commissie de verdeling van de vangstmogelijkheden vaststelt.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het beleidsterrein is een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie.


3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De belanghebbenden zijn geraadpleegd in het kader van de ex-postevaluatie en de ex-ante-evaluatie betreffende een mogelijk nieuw protocol tussen de Europese Unie en de Republiek Cabo Verde. Ook zijn in het kader van technische vergaderingen deskundigen uit de lidstaten en de sector geraadpleegd. Uit dit overleg is naar voren gekomen dat het voor de Europese Unie en de Republiek Cabo Verde gunstig zou zijn een nieuw protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij te sluiten.

Raadpleging van belanghebbenden

In het kader van de evaluatie is overlegd met de lidstaten, vertegenwoordigers van de sector, internationale middenveldorganisaties, alsook met de visserijautoriteiten en met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van Cabo Verde. Daarnaast heeft ook overleg plaatsgevonden in het kader van de adviesraad voor de volle zee.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Overeenkomstig artikel 31, lid 10, van de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft de Commissie voor de evaluatie vooraf en de evaluatie achteraf een beroep gedaan op een onafhankelijke consultant.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De ontwerpverordening heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplannen en regelingen voor monitoring, evaluatie en rapportage

De onderhavige procedure loopt parallel aan de procedure met betrekking tot het besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Unie, van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië, en aan de procedure met betrekking tot het besluit van de Raad betreffende de sluiting van dat protocol. De onderhavige verordening moet van toepassing worden zodra de visserijactiviteiten krachtens de overeenkomst zijn toegestaan, dat wil zeggen op de datum van voorlopige toepassing van het protocol.