Toelichting bij COM(2025)88 - Actieplan voor basisvaardigheden

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2025)88 - Actieplan voor basisvaardigheden.
bron COM(2025)88
datum 05-03-2025
Actieplan voor basisvaardigheden

1. Waarom moeten we in actie komen?

Sterke basisvaardigheden zijn het fundament onder het concurrentievermogen en de sociale cohesie van Europa. Basisvaardigheden zijn essentieel voor andere competenties, bijvoorbeeld creativiteit en kritisch denken, en ook om verder te kunnen leren en je te kunnen laten bij- en omscholen als volwassene. Basisvaardigheden zijn onmisbaar voor innovatie, om nieuwe kennis op te doen en die bij te stellen in een veranderende omgeving. Leesvaardigheid, rekenvaardigheden en wetenschapsvaardigheden1, maar ook digitale en burgerschapsvaardigheden zijn nodig om mensen in staat te stellen zich te ontwikkelen als individu, de weg te vinden in het complexe dagelijkse leven en een snel veranderende arbeidsmarkt en ten volle deel te nemen in de samenleving, democratische processen en de economie. Op deze basisvaardigheden kunnen mensen voortbouwen om onafhankelijke, beter geïnformeerde en beter voorbereide, geëngageerde en actieve burgers te worden en zo bij te dragen tot de bescherming van onze democratie en fundamentele waarden, in een context van toenemende politieke polarisatie, verminderd vertrouwen in instellingen en steeds meer manipulatie van informatie. Een tekort aan deze vaardigheden is niet alleen een gemis voor het individu, maar ook voor onze Europese samenlevingen.

Te veel EU-landen worstelen al tientallen jaren met teruglopende basisvaardigheden onder leerlingen. Ongeveer een op de drie 15-jarigen heeft moeite met de theorie en toepassing van wiskunde in de praktijk en in de leeromgeving, en een op de vier slaagt er niet in om basale teksten te begrijpen of eenvoudige kennis van de wetenschapsvakken toe te passen2. De best presterende leerlingen in de EU doen het op het gebied van lezen en wetenschapsvakken slechter dan de toppresteerders in Canada, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de VS, en de EU scoort het op een na laagst in wiskunde, met alle gevolgen van dien voor de innovatiecapaciteit en het concurrentievermogen van de EU op de lange termijn. De problemen beginnen vroeg, met te veel leerlingen die het niet goed doen in het basisonderwijs en te weinig toppresteerders op het gebied van lezen, wiskunde of wetenschapsvakken3. Maar liefst 43 % van de leerlingen in het tweede jaar van het middelbaar onderwijs presteert ondermaats op het gebied van digitale basisvaardigheden4 en voor de meeste landen is een daling of een gebrek aan verbetering ten opzichte van voorgaande jaren te zien. Als we naar de wereldwijde verhoudingen kijken, loopt de EU ver achter op de best presterende Aziatische economieën. Bovendien was voor verschillende EU-landen een daling te zien tussen 2016 en 20225 op het gebied van burgerschapsvorming bij leerlingen in het tweede jaar van het middelbaar onderwijs.

Het gebrek aan basisvaardigheden in beroepsonderwijs en -opleiding en bij volwassenen is al even zorgwekkend. Op het gebied van wiskunde en lezen lopen studenten in beroepsonderwijs en -opleiding flink achter op leerlingen in het algemeen secundair onderwijs. Dit verergert het aanhoudende tekort aan gekwalificeerde afgestudeerden van beroepsonderwijs en -opleiding in bepaalde STEM-beroepen. In de EU heeft een op de vijf volwassenen in de werkende leeftijd moeite met lezen en schrijven, en binnen landen is het verschil in basisvaardigheden tussen de slechtst presterende en de best presterende volwassenen groter geworden6. Hoewel voor 90 % van alle banen ten minste digitale basisvaardigheden nodig zijn, heeft slechts 56 % van de volwassen bevolking in de EU dat niveau van digitale vaardigheden of hoger7 — ruim onder het streefpercentage van 80 % voor 20308.

De lidstaten moeten dringend in actie komen om de kloof op het gebied van basisvaardigheden aan te pakken. In 2024 heeft de Raad in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen aan 15 EU-lidstaten aangenomen om het niveau van basisvaardigheden te verbeteren. Dit actieplan komt in reactie op zowel de dalende prestaties op het gebied van basisvaardigheden onder leerlingen en lerende volwassenen als de oproepen om meer nadruk te leggen op basisvaardigheden in de rapporten van Draghi9 en Letta10, waarin wordt benadrukt dat de aandacht moet gaan naar alle onderwijsfasen en alle generaties, ook gezien de krimpende beroepsbevolking als gevolg van demografische trends.

Het plan is een kerninitiatief van de vaardigheidsunie en vormt een aanvulling op het strategisch plan voor STEM-onderwijs. In het voorstel worden voor de EU en de lidstaten concrete maatregelen voorgesteld voor de korte tot middellange termijn, om oplossingen te bieden om basisvaardigheden te verbeteren en excellentie te bevorderen, van voor- en vroegschoolse educatie tot schoolonderwijs en volwasseneneducatie.
2. De basisvaardigheden


Geletterdheid
Het vermogen om visueel, audiovisueel en digitaal materiaal in verschillende disciplines en contexten te begrijpen, te gebruiken, te evalueren, en mondeling en schriftelijk weer te geven.


Wiskunde
Het vermogen om wiskundig te kunnen redeneren en wiskunde te kunnen toepassen en interpreteren om problemen in reële situaties op te lossen en goed onderbouwde uitspraken te doen en beslissingen te nemen op basis van gegevens.


Wetenschapsvaardigheden
Het vermogen om als reflecterend individu met wetenschappelijke onderwerpen en ideeën om te gaan. Dit houdt onder andere in het wetenschappelijk kunnen verklaren van verschijnselen, het kunnen evalueren en formuleren van wetenschappelijke vraagstellingen en het kunnen interpreteren van gegevens en bewijsmateriaal.


Digitale vaardigheden
De vertrouwdheid met, de betrokkenheid bij en het kritische en verantwoorde gebruik van digitale technologieën voor het werk, om te leren en om deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Dit omvat informatievaardigheden, communicatievaardigheden, mediawijsheid, zelf digitale inhoud kunnen creëren, onlineveiligheid en digitaal welzijn.


Burgerschapsvaardigheden
Het vermogen om verantwoordelijk te handelen en ten volle deel te nemen aan het maatschappelijk leven, gefundeerd op een begrip van sociale, economische, juridische en politieke structuren. Dit omvat begrip en overweging van maatschappelijke en democratische concepten, instellingen en processen, waaronder democratie, mediawijsheid, crisisparaatheid en respect voor anderen en vrijheid van meningsuiting.


Bron: OESO: PISA-onderzoek en -evaluatiekader voor 2022, 2018 en 2015 (m.b.t. taalvaardigheden, wiskunde en wetenschappen); aanbeveling van de Raad van 2018 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (m.b.t. digitale en burgerschapsvaardigheden); IEA (2023), International Computer and Information Literacy Study (m.b.t. digitale vaardigheden); IEA (2022), International Civic and Citizenship Education Study (m.b.t. burgerschapsvaardigheden).

Een leven lang leren11 begint bij de basisvaardigheden. Bij het verbeteren van de basisvaardigheden gaat het zowel om het verbeteren van de topprestaties als om het waarborgen dat alle lerenden, met inbegrip van mensen met een handicap en uit kansarme milieus, de school met voldoende basisvaardigheden verlaten en dat volwassenen een passend vaardigheidsniveau bereiken.

Geletterdheid is essentieel voor alle kennisoverdracht. Hoewel vroege taalontwikkeling van groot belang is voor de toekomstige leesvaardigheid, beginnen steeds meer kinderen hun schoolloopbaan met een beperkte kennis van hun moedertaal of de onderwijstaal. Wat lezen betreft vindt er een verschuiving plaats van de traditionele lange teksten op papier naar kortere stukken in digitale vorm, zodat de aandachtsspanne van lezers steeds korter wordt. In onderwijssystemen moet de invloed van verschillende ontwikkelingen op het gebied van mediawijsheid worden meegenomen en tegelijkertijd het in aanraking komen met complexere teksten actief worden gestimuleerd om de geletterdheid te bevorderen.

Wiskundige vaardigheden zijn essentieel voor het dagelijks leven in een wereld vol technologie. Zij vormen de basis voor logisch en abstract denken. Deze vaardigheden, waaronder financiële geletterdheid, stellen mensen in staat om weloverwogen beslissingen te nemen op basis van gegevens, en helpen hen een doordachte houding ten aanzien van risico’s te ontwikkelen, en om dit gedurende hun hele leven voort te zetten, naast dat zij hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Bij tekortschietende vaardigheden op dit gebied kan de instroom in STEM-studies en -loopbanen achterblijven. De vooruitgang op het gebied van de technologie, onderzoek op onderwijsgebied en maatschappelijke behoeften hebben geleid tot meer nadruk op de probleemoplossende vaardigheden en kritische denkvaardigheden van lerenden, zodat zij worden gestimuleerd om wiskundige concepten te begrijpen en toe te passen in plaats van louter formules te reproduceren. Het toenemende gebruik van digitale hulpmiddelen in de wiskunde maakt dat wiskundige en digitale vaardigheden steeds nauwer met elkaar verbonden raken.

Wetenschapsvaardigheden zijn essentieel voor kritisch denken en het probleemoplossend vermogen en zijn voor geavanceerdere STEM-opleidingen en -loopbanen onmisbaar. In een vroeg stadium wetenschappelijk denken en wetenschapsvaardigheden aanleren maakt in een later stadium slagen op deze gebieden gemakkelijker. Goede wetenschapsvaardigheden zijn ook van belang voor een succesvolle groene transitie. Bovendien is het in een tijd waarin steeds meer informatie wordt gemanipuleerd essentieel dat mensen sterke wetenschapsvaardigheden ontwikkelen en informatie kritisch kunnen beoordelen, feiten van fictie kunnen onderscheiden en gefundeerde conclusies kunnen trekken. Wetenschapsonderwijs moet de technologische ontwikkelingen weerspiegelen en de nadruk leggen op interdisciplinariteit, kritisch denken en probleemoplossing door middel van onderzoekend leren en uitdagingen uit de praktijk.

Een bredere opvatting van basisvaardigheden

Het breder formuleren van de basisvaardigheden is essentieel gezien de uitdagingen van onze veranderlijke samenlevingen en economieën. Gezien de groeiende invloed van technologie in het leven en op het werk is het essentieel dat digitale vaardigheden dezelfde prioriteit krijgen als andere vaardigheden. Ook moeten al op jonge leeftijd burgerschapsvaardigheden worden bijgebracht om de democratische waarden te versterken en hoog te houden.

Digitale vaardigheden zijn in de moderne samenleving en in het dagelijks leven van cruciaal belang. Zij spelen ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van meer geavanceerde STEM-vaardigheden, die cruciaal zijn voor het concurrentievermogen, terwijl mediawijsheid essentieel is voor actieve en goed geïnformeerde burgers. Er is een groeiende behoefte aan vaardigheden op gebieden als cyberbeveiliging, artificiële intelligentie, machinaal leren en big data. Daarnaast hebben werken en leren op afstand ertoe geleid dat mensen handig moeten zijn met digitale samenwerkingstools, onder andere voor doeltreffende en veilige onlinecommunicatie.

Burgerschapsvaardigheden en burgerschapsvorming zijn essentieel om actieve participatie in democratische samenlevingen te bevorderen, maar zijn niet overal in gelijke mate ontwikkeld. Door de snelle technologische vooruitgang, in combinatie met toenemende polarisatie en de verspreiding van desinformatie en misinformatie, is het op jonge leeftijd bijbrengen van burgerschapsvaardigheden belangrijker dan ooit. Vrouwelijke leerlingen doen het consequent beter op het gebied van burgerschapsvorming, en leerlingen met een hogere sociaal-economische status scoren aanzienlijk hoger. Pas als zij onafhankelijk kunnen denken, de democratische processen begrijpen, diversiteit respecteren en zich bewust zijn van duurzaamheid, kunnen mensen ten volle deelnemen aan het maatschappelijke en sociale leven en hun rechten en plichten goed uitoefenen.
3. Aandachtsgebieden voor een betere ontwikkeling van basisvaardigheden

Er zijn dringend inspanningen nodig om de alarmerende achteruitgang van de ontwikkeling van basisvaardigheden aan te pakken. De EU-doelstelling dat van de 15‑jarigen niet meer dan 15 % onderpresteert op het gebied van basisvaardigheden raakt steeds verder buiten bereik. Daarom is het van cruciaal belang de aandacht te richten op de kritieke factoren die de achteruitgang in de hand werken en krachtige beleidsinstrumenten in te zetten om voor zinvolle veranderingen en snelle verbetering te zorgen.

De sociaal-economische achtergrond blijft de sterkste voorspeller van de prestaties van leerlingen. Ondermaatse prestaties op het gebied van geletterdheid, wiskunde en wetenschapsvakken komen schrikbarend vaak voor onder kansarme leerlingen (bv. 48 % bij wiskunde) en de afstand tussen leerlingen van verschillende sociaal-economische achtergronden blijft groeien, ook op het gebied van digitale vaardigheden. Leerlingen met een migratieachtergrond of met een handicap zijn extra kwetsbaar. In veel EU-landen heeft de COVID-19-pandemie de ongelijkheden op onderwijsgebied verergerd en ernstige gevolgen gehad voor het welzijn van leerlingen, wat rechtstreeks van invloed is op hun motivatie en vermogen om te leren. Er zijn extra inspanningen nodig om de basisvaardigheden te versterken en de kansengelijkheid en het welzijn te bevorderen door zittenblijven zo veel mogelijk te voorkomen, leerlingen pas op latere leeftijd in niveaus op te splitsen en indeling naar bekwaamheid te beperken.

Acute tekorten aan leerkrachten en opleiders, met name in STEM-vakken, hebben een negatief effect op de leerresultaten. Het onderwijzend personeel vergrijst, omdat minder mensen voor het onderwijs kiezen. Het beroep is in de meeste EU-landen en in alle achtergestelde gebieden onaantrekkelijk. Er zijn verdere beleidsmaatregelen nodig om de lerarenopleidingen te verbeteren, het beroep aantrekkelijker te maken en ervoor te zorgen dat beginnende leerkrachten de steun krijgen die zij nodig hebben, onder meer om leerlingen die ondermaats presteren te ondersteunen.

Dat ouders zich de afgelopen jaren steeds minder betrokken tonen bij het onderwijs, brengt het succes van leerlingen in gevaar, met name bij kansarme groepen. Uit het PISA-onderzoek blijkt dat voor een positieve houding ten opzichte van school bij de leerlingen steun van de thuisomgeving cruciaal is. Onderwijssystemen waarin de betrokkenheid van ouders gelijk blijft of toeneemt, waarbij ouders bijvoorbeeld de voortgang van hun kind op eigen initiatief met een leraar hebben besproken, presteren beter, met name op het gebied van in wiskunde.

Digitale afleiding vormt een steeds grotere bedreiging voor de academische prestaties. De alomtegenwoordige invloed van sociale media is met name zorgwekkend: ongeveer 30 % van de leerlingen in OESO-landen is tijdens de wiskundeles vaak afgeleid door digitale apparatuur, wat aanzienlijke gevolgen heeft voor zowel de academische prestaties als het welzijn. Hoewel een doeltreffende integratie van technologie door middel van een gematigd gebruik van digitale hulpmiddelen voor leerdoeleinden de prestaties van een leerling kan verbeteren, kan overmatig gebruik schadelijke gevolgen hebben en moet digitale afleiding tot een minimum worden beperkt.

In de overvolle curricula komt de aandacht voor de ontwikkeling van basisvaardigheden vaak in de verdrukking. In veel systemen zijn de curricula regelmatig uitgebreid om tegemoet te komen aan nieuwe maatschappelijke behoeften, met verwaarlozing van de basisvaardigheden tot gevolg. Om de onderwijsresultaten te verbeteren, is het daarom van het grootste belang dat er een beter evenwicht wordt gevonden tussen de breedte van de curricula en de aandacht voor basisvaardigheden.

Genderverschillen in leerresultaten. In alle EU-landen presteren meisjes beter dan jongens op het gebied van lezen en leveren zij vaker topprestaties op dit gebied. Jongens zijn echter meestal de beste presteerders op het gebied van wiskunde. Maatschappelijke verwachtingen en genderstereotypen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, wat leidt tot genderverschillen in carrièreverwachtingen en van invloed is op attitudes, motivatie en academische prestaties bij de verschillende vakken. Daarnaast kunnen lesstijlen en klasomgevingen jongens en meisjes op een verschillende manier beïnvloeden en moet hiermee in de pedagogische aanpak rekening worden gehouden.

De toegang tot hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en opvang verschilt aanzienlijk van land tot land. Dit heeft ingrijpende individuele en maatschappelijke gevolgen, met name voor kansarme kinderen. Personeelstekorten, een tekort aan mogelijkheden voor beroepsontwikkeling en slechte arbeidsomstandigheden zijn nog steeds een groot probleem, met name in achtergestelde gebieden. Een kwart van de Europese onderwijsstelsels heeft nog geen nationaal onderwijsprogramma voor pedagogisch werk met jonge kinderen. Vroege ervaringen zijn van cruciaal belang, met name voor het opbouwen van sociaal-emotionele vaardigheden, die essentieel zijn voor de veerkracht, het welzijn, de motivatie, de leerresultaten en het vermogen om een leven lang te blijven leren. Er worden echter steeds vaker sociaal-emotionele problemen onder kinderen gesignaleerd, en aandachtsproblemen en gebrekkige impulsbeheersing vormen steeds vaker een belemmering voor de schoolrijpheid.

In beroepsonderwijs en -opleiding hebben tekorten aan middelen en tekortschietende curricula negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van basisvaardigheden. Ondermaats presterende leerlingen kiezen vaak voor of komen vaak terecht in programma’s voor beroepsonderwijs en -opleiding met curricula waarin beroepsvaardigheden voorrang krijgen boven basisvaardigheden. Scholen voor beroepsonderwijs en -opleiding hebben vaak minder middelen, waaronder financiering, gekwalificeerde leerkrachten en technologische middelen, tot hun beschikking, en houden zich doorgaans niet met achterstanden op het gebied van basisvaardigheden bezig.

Om vooruitgang te boeken op het gebied van basisvaardigheden voor volwassenen moeten de “moeilijkst te bereiken” groepen, die serieus risico op uitsluiting lopen, worden bereikt. Veel van deze volwassenen hebben slechte ervaringen met schoolonderwijs, waardoor zij last hebben van het “littekeneffect”, of hebben op meerdere gebieden een achterstand. De beperkte deelname aan leeractiviteiten onder laaggekwalificeerde, kansarme en werkloze volwassenen onderstreept de noodzaak van goed doordachte beleidsmaatregelen om degenen die het grootste risico lopen van de arbeidsmarkt te worden uitgesloten, te ondersteunen. Succesvolle beleidsmaatregelen volgen vaak een holistische aanpak waarbij multidisciplinaire diensten worden samengebracht om mensen te ondersteunen, onder meer op het gebied van huisvesting, gezondheidszorg, diensten voor arbeidsvoorziening en ondersteuning van ouders of mantelzorgers12.
4. Onderliggende oorzaken aanpakken

Er moet snel worden ingegrepen om de 18 miljoen onderpresterende leerlingen en de 47,7 miljoen laaggekwalificeerde volwassenen (25-64 jaar) in de EU te ondersteunen. Tot dusver hebben beleidsrichtsnoeren, samenwerkingsmogelijkheden, financiering en technische ondersteuning de lidstaten steeds ondersteund bij het verbeteren van de kwaliteit van en de kansengelijkheid in onderwijs- en opleidingsstelsels en het bevorderen van basisvaardigheden. De aanbeveling van de Raad tot invoering van bijscholingstrajecten13 heeft enige verbeteringen opgeleverd, maar er zijn verdere inspanningen nodig om het probleem doeltreffender aan te pakken. De aanbeveling van de Raad over trajecten naar succes op school14 bood een beleidskader voor verdere actie. Daarin wordt aandacht besteed aan schoolbrede benaderingen, gerichte ondersteuning, ondersteunende leeromgevingen en welzijn op school. Er is echter meer nodig, met name op deze drie belangrijke gebieden:

i. beter onderwijs en betere leerresultaten in basisvaardigheden;

ii. ondersteuning voor leerkrachten;

iii. zorgen voor een ondersteunende omgeving.

4.1. Kernactie: een proefproject met de steunregeling voor basisvaardigheden

De steunregeling voor basisvaardigheden zal gericht zijn op het verbeteren van tekortschietende basisvaardigheden bij kinderen. De Commissie zal met de lidstaten samenwerken om samen het juiste traject te bepalen zodat elk kind als de leerplicht afloopt een passend niveau van basisvaardigheden kan verwerven. In het kader van de steunregeling wordt voorgesteld een aantal doeltreffende maatregelen te treffen gericht op vroegtijdige interventie en individuele, op maat gesneden ondersteuning, vanaf de schooltijd tot initieel beroepsonderwijs en initiële beroepsopleiding.

In het proefproject met de steunregeling voor basisvaardigheden zal de nadruk liggen op beproefde maatregelen en worden deze afgestemd op de landspecifieke situatie en behoeften. Die maatregelen kunnen het volgende omvatten:

- Mechanismen voor vroegtijdige opsporing en regelmatige monitoring op nationaal, lokaal en schoolniveau, met inbegrip van een individuele beoordeling van de basisvaardigheden en een passend aanbod aan remedial teaching, met name op belangrijke momenten in de onderwijscarrière van een leerling, zoals de overgang naar programma’s voor beroepsonderwijs en -opleiding.

- Ontwikkeling van plannen voor de verbetering van basisvaardigheden op schoolniveau, waaronder extra leertijd en persoonlijke ondersteuning, met begeleidings- en mentorprogramma’s.

- Basisgeletterdheid en onderwijs in digitale vaardigheden integreren in de initiële lerarenopleiding voor alle vakken.

- Mogelijkheden voor professionele ontwikkeling voor leerkrachten in het school- en beroepsonderwijs, met bijzondere aandacht voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften en/of een handicap; het creëren van gespecialiseerde functies, zoals schoolbemiddelaars en contactpersonen voor verbinding tussen school en thuis, om de samenwerking tussen scholen, lerenden, ouders en de gemeenschap te versterken.

- Programma’s ter ondersteuning van ouders bij het stimuleren van leergedrag en het aanmoedigen van hun kinderen bij het leren, die in samenwerking met andere sectoren, bijvoorbeeld gezondheid, migratie en kinderbescherming, kunnen worden ontwikkeld.

- Partnerschappen en samenwerking tussen regionale en lokale overheden, onderwijsorganisaties, professionals, bedrijven en andere belanghebbenden om te zorgen dat de uiteenlopende toepassingen van basisvaardigheden doorlopend aan bod komen in situaties uit de praktijk.

Actie van de Commissie om samen met de lidstaten een proefproject met de steunregeling voor basisvaardigheden uit te voeren

- Proefproject met een steunregeling voor basisvaardigheden in 2026.
- In 2025 ter voorbereiding van de steunregeling richtsnoeren voor beleidsmakers opstellen.

De Commissie verzoekt de lidstaten:

- Te verklaren dat zij belangstelling hebben om met de Commissie samen te werken aan het proefproject met de steunregeling voor basisvaardigheden met de daarvoor beschikbare EU-financiering

- Nationale doelstellingen voor slechte prestaties en topprestaties vast te stellen, met bijzondere aandacht voor kansarme leerlingen.


4.2 Beter onderwijs en betere leerresultaten in basisvaardigheden

Zorgen voor beter onderwijs in basisvaardigheden zal de slaagkansen, de onderwijsresultaten en het welzijn van lerenden ten goede komen. Slecht presterende scholen moeten leren van scholen en praktijken die wel betere basisvaardigheden en onderwijsresultaten hebben gerealiseerd. Er zijn innovatieve benaderingen waarbij steeds vaker gebruik wordt gemaakt van AI, met name bij het ontwerpen van gepersonaliseerde leer- en evaluatietrajecten. Dit kan zowel de onderpresteerders als de beste presteerders ten goede komen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van sterke vaardigheden op het gebied van geletterdheid, omdat die nauw verbonden zijn met andere basisvaardigheden en essentieel zijn voor alle kennisoverdracht. Het is cruciaal dat alle lerenden worden geholpen bij het ontwikkelen van vaardigheden op het gebied van geletterdheid, ook lerenden met een kansarme of migratieachtergrond en lerenden met een handicap.

Volwassenen motiveren om te leren is lastig als zij weerstand vertonen en beperkte gelegenheden daartoe hebben. Dit geldt met name voor het verbeteren van basisvaardigheden na slechte ervaringen met het initieel onderwijs. De elkaar snel opeenvolgende veranderingen op de arbeidsmarkt en het feit dat mensen na het formeel onderwijs nog zo’n vier decennia aan het werk zullen zijn, maken het echter dringend noodzakelijk manieren te vinden om deze groepen te bereiken. Zoals met de vaardigheidsunie al is beoogd, is de uitrol van individuele leerrekeningen (ILA) voor de bij- en omscholing van volwassenen, ook voor laaggeschoolden, van essentieel belang. Individuele leerrekeningen zouden een universeel recht moeten worden voor alle volwassenen, ongeacht hun arbeidssituatie15.

1.

Actie van de Commissie ter bevordering van onderwijs en betere leerresultaten in basisvaardigheden


- Proefproject met de eerste Europese schoolallianties via het Erasmus+-programma in 2026. Dit zal de strategische Europese samenwerking in het schoolonderwijs stimuleren en als proeftuin dienen voor innovatieve onderwijsmethoden, curricula en competentiekaders, met name op het gebied van basisvaardigheden. De allianties zullen deelnemende scholen helpen om lerende organisaties te worden op het gebied van doeltreffend onderwijs in basisvaardigheden, onder meer in samenwerking met lokale overheden.

- Richtsnoeren ontwikkelen voor de ontwikkeling van curricula voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang die de verwerving van basisvaardigheden in een vroeg stadium ondersteunen en de vroegtijdige opsporing van en interventies op ontwikkelingsvertragingen vergemakkelijken.

- Richtsnoeren en beste praktijken om de beoordeling van digitale vaardigheden in het onderwijs te bevorderen ontwikkelen in 2026 om de normen voor de beoordeling van digitale vaardigheden in scholen in de hele EU te kunnen vergelijken.

- Proefprojecten voor innovatieve benaderingen voor gepersonaliseerde leertrajecten voor de ontwikkeling van basisvaardigheden met gebruik van AI-systemen, voortbouwend op Erasmus+-beleidsexperimenten in 2026, om de best presterende en onderpresterende lerenden te ondersteunen.

- Het digitalecompetentiekader (DigComp) in 2025 actualiseren, rekening houdend met nieuwe technologieën zoals AI voor algemene doeleinden, om lerenden te ondersteunen bij de ontwikkeling van elementaire en geavanceerde digitale vaardigheden.

- Richtsnoeren ontwikkelen voor de verbetering van basisvaardigheden in beroepsonderwijs en -opleiding door: i) geletterdheid, rekenvaardigheid, digitale vaardigheden en burgerschapsvaardigheden in de curricula voor beroepsonderwijs en -opleiding te integreren; ii) gebruik te maken van doeltreffende onderwijsmethoden zoals probleemgestuurd en scenariogebaseerd leren; ii) passende beoordelings- en kwaliteitsborgingsmaatregelen in te voeren.

- Een toolkit voor basisvaardigheden in leer-werktrajecten, met inbegrip van digitale basisvaardigheden, samenstellen in 2026, om scholen voor beroepsonderwijs en -opleiding en werkgevers praktische begeleiding te bieden bij het integreren van basisvaardigheden in hun leer-werktrajecten.

4.3. Leerkrachten ondersteunen

Leerkrachten en schoolleiders op alle niveaus spelen voor de verbetering van basisvaardigheden een essentiële rol. Het niveau van basisvaardigheden verhogen gaat niet zonder het aantrekkelijker maken van het onderwijs als vak en het aanpakken van acute tekorten. Gezien het essentiële belang van de vroege ontwikkeling voor latere leervaardigheden en de slagingskansen op school, moeten leerkrachten in voor- en vroegschoolse educatie en opvang worden opgeleid om de mondelinge communicatie en sociaal-emotioneel leren van kinderen te ondersteunen om zo de basis te leggen voor de latere basisvaardigheden. Het is essentieel dat leerkrachten op alle niveaus een initiële lerarenopleiding op wetenschappelijke basis kunnen volgen en zich voortdurend kunnen blijven ontwikkelen in hun vak, middels opleidingen waarbij basisvaardigheden voldoende aan bod komen. Investeren in coaching en mentorprogramma’s voor leerkrachten, met name bij hun intrede in het beroep, kan hun onderwijspraktijk helpen verbeteren. Daarnaast moeten schoolleiders verdere inspanningen leveren om geletterdheid en digitaal onderwijs in alle vakken te integreren.

2.

Acties van de Commissie om leerkrachten te ondersteunen


- Een EU-agenda voor leerkrachten en opleiders opstellen in 2026. De nadruk zal liggen op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en de opleidings- en carrièrevooruitzichten van leerkrachten, waaronder die voor- en vroegschoolse educatie en opvang. Doel is de vicieuze cirkel van de lage aantrekkelijkheid en korte duur van loopbanen te doorbreken, die met name heeft geleid tot een tekort aan STEM-leerkrachten en een verslechtering van de basisvaardigheden.

- Een nieuwe praktijkgemeenschap van Erasmus+ Teacher Academies — de Europese partnerschappen tussen instellingen voor lerarenopleidingen en aanbieders van opleidingen — oprichten op het Europees platform voor schoolonderwijs in 2025. De actie zal de samenwerking tussen de 43 Erasmus+ Teacher Academies bevorderen om relevante en toepasselijke kennis in kaart te brengen en te verspreiden en innovatieve praktijken uit te wisselen om te zorgen voor hoogwaardige lerarenopleidingen, onder meer op het gebied van basisvaardigheden.

- Uiterlijk in 2026 een proefproject met een mentorsysteem voor leerkrachten voor alle vakken aan het begin van hun loopbaan uitvoeren waarmee de ontwikkeling van basisvaardigheden in hun onderwijspraktijk moet worden geïntegreerd.

- Via Erasmus+ jobshadowing voor beleidsmakers op het gebied van onderwijs stimuleren in 2026, om te zorgen voor meer leermobiliteit, waaronder in uitwisseling met landen met hoge scores op de internationale beoordelingsonderzoeken.

- Uitbreiding van de onlinegemeenschappen voor leerkrachten in de EU (Europees platform voor schoolonderwijs, waaronder eTwinning) in 2025, met momenteel 400 000 deelnemers, om te zorgen voor betere bijscholingsmogelijkheden, empirisch onderbouwde instrumenten, materiaal en middelen voor het doeltreffend onderwijzen en beoordelen van basisvaardigheden. Via het initiatief Better Internet for Kids hoogwaardig materiaal aan leerkrachten, opvoeders, ouders en kinderen verstrekken, onder meer op het gebied van cyberbeveiliging.

- Stimulering van hoogwaardig leermateriaal over digitale vaardigheden door leerkrachten die deelnemen aan de activiteiten van de EU-programmeerweek, waarbij wordt gestreefd naar 100 000 activiteiten per jaar.


4.4. Zorgen voor een ondersteunende omgeving

Ouders, gezinnen en de bredere gemeenschap, met inbegrip van werkgevers, spelen een cruciale rol bij de ontwikkeling van de basisvaardigheden van kinderen, jongeren en volwassenen. Ouders en gezinnen zijn de eerste opvoeders en onderwijzers van kinderen, die taal, cijfers en sociale normen introduceren door middel van dagelijkse interacties, de cognitieve en emotionele ontwikkeling en het leergedrag van kinderen vormgeven. Met de betrokkenheid van de bredere gemeenschap (met inbegrip van jongerenorganisaties, bibliotheken, musea, culturele en sportorganisaties, naschoolse clubs en bedrijven) wordt het leerproces uitgebreid zodat kinderen proefondervindelijk kunnen leren, in de praktijk kunnen uitproberen, rolmodellen kunnen observeren en toegang tot hulpbronnen krijgen. In het licht van het aangetoonde verband tussen de sociaal-economische achtergrond en de onderwijsresultaten is deze betrokkenheid van meerdere belanghebbenden niet te onderschatten. Het bevorderen van nauwe samenwerking tussen belanghebbenden ter bevordering van de inclusie is een prioriteit in het actieplan voor integratie en inclusie, het strategisch EU-kader voor de Roma en de strategie inzake de rechten van personen met een handicap.

Er zijn meer initiatieven nodig om volwassenen te stimuleren om deel te nemen aan leeractiviteiten, met name in vertrouwde en betrouwbare omgevingen (zoals bibliotheken en gemeenschaps-, culturele, sport-, gezondheids- en sociale centra). Ook de werkplek en openbare diensten voor arbeidsvoorziening, met inbegrip van loopbaanbegeleiding op maat, kunnen een belangrijke rol spelen. De juiste openbare infrastructuur — locaties, uitrusting en geschikt personeel — is van essentieel belang om lokale initiatieven mogelijk te maken die via verschillende partnerschappen meer leermogelijkheden kunnen creëren rond de behoeften van laaggeschoolde volwassenen.

3.

Acties van de Commissie om voor ondersteunende omgevingen te zorgen


- Vrijwilligers in het kader van het Europees Solidariteitskorps aantrekken voor mentor- en begeleidingsactiviteiten voor onderpresterende kinderen en volwassenen in 2026 in het kader van “Vrijwilligersteams in gebieden met een hoge prioriteit”. Het programma zal een diverse groep vrijwilligers bijeenbrengen om kinderen te helpen en te inspireren in hun academische en sociale ontwikkeling, en tegelijkertijd de solidariteit tussen de generaties te bevorderen door de ervaringen van zowel de vrijwilligers als de kinderen die zij begeleiden te verrijken.

- Een EU-coalitie voor geletterdheid opzetten in 2026, met medewerking van overheden, bedrijven en bibliotheken, om een gemeenschap op het gebied van geletterdheid tot stand te brengen, bewustwording van de omvang van het probleem op dit gebied te vergroten en jongeren, en met name jongens, te stimuleren om voor hun plezier te lezen.

- Peer-learningactiviteiten voor de lidstaten organiseren op het gebied van innovatieve werkgroepruimten om de basisvaardigheden van volwassenen te helpen verbeteren.
5. Hoe we dit tot stand brengen

Het actieplan toont de vastberadenheid en de ambitie van de EU om hoogwaardig onderwijs voor iedereen te ondersteunen. Het actieplan heeft tot doel de lidstaten te ondersteunen bij het versnellen van hervormingen en het zorgen voor vooruitgang op het gebied van de basisvaardigheden van jongeren en volwassenen en een belangrijke sprong voorwaarts mogelijk te maken, waarmee wordt voortgebouwd op de aanbeveling van de Raad tot invoering van bijscholingstrajecten16, de aanbeveling van de Raad tot instelling van een Europese kindergarantie17 en de aanbeveling van de Raad over trajecten naar succes op school18.

De coördinatie tussen de lidstaten zal verder worden versterkt, onder meer door extra aandacht aan basisvaardigheden te besteden in de follow-up van het Europees Semester betreffende hervormingen op het gebied van onderwijs en vaardigheden, door op EU-niveau strategische doelstellingen op het gebied van basisvaardigheden vast te stellen en te monitoren en via het toekomstige Europese Waarnemingscentrum voor informatie over vaardigheden.

De uitvoering van het actieplan zal in de governance-structuren van de vaardigheidsunie worden geïntegreerd. In voorkomend geval zal er rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de raad voor het digitale decennium, op het gebied van digitale basisvaardigheden, en van andere relevante organen. Het valt onder het huidige meerjarig financieel kader, met financiering uit de fondsen van het cohesiebeleid, de herstel- en veerkrachtfaciliteit, Erasmus+, het instrument voor technische ondersteuning (TSI), InvestEU en Horizon Europa. Met toekomstige EU-financiering zullen investeringen in onderwijs en vaardigheden op EU-niveau blijven worden ondersteund. Door het benutten van beste praktijken, proefprojecten en opgedane ervaring op EU-niveau zal, samen met een betere coördinatie met Europese beleidsprioriteiten, de toegevoegde waarde van investeringen in sectoren die van cruciaal belang zijn voor het Europese concurrentievermogen worden gemaximaliseerd.

De Commissie verzoekt het Europees Parlement, de Raad en de sociale partners het actieplan voor basisvaardigheden goed te keuren en actief steun te verlenen en bij te dragen aan de uitvoering van de bijbehorende initiatieven.

1 Zoals gemeten in het kader van het PISA-programma (Programme for International Student Assessment) van de OESO.

2 OESO (2023), PISA 2022 Results (Volume I), The State of Learning and Equity in Education, PISA, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/53f23881-en.

3 IEA (2023), Trends in International Mathematics and Science Study; IEA (2021), Progress in International Reading Literacy Study.

4 IEA (2023), International Computer and Information Literacy Study.

5 IEA (2022), International Civic and Citizenship Education Study.

6 OESO (2024), “Do Adults Have the Skills They Need to Thrive in a Changing World?, Survey of Adult Skills 2023”, OECD Skills Studies, OECD Publishing, Parijs, https://doi.org/10.1787/b263dc5d-en.

7 Eurostat 2023.

8 Beleidsprogramma voor het digitale decennium.

9 Het rapport-Draghi (2024): “A competitiveness strategy for Europe”.

10 Het rapport-Letta (2024): “Much more than a market – Speed, Security, Solidarity Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens”.

11 2018/C 189/01

12 COM(2023) 439 final

13 2016/C 484/01

14 2022/C 469/01

15 2022/C 243/03

16 2016/C 484/01

17 2021/L 223/14

18 2022/C 469/01

NL NL