Toelichting bij COM(2025)134 - Mededeling aan het EP over het Raadsstandpunt inzake een verordening betreffende arbeidsmarktstatistieken van de EU over ondernemingen - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2025)134 - Mededeling aan het EP over het Raadsstandpunt inzake een verordening betreffende arbeidsmarktstatistieken van de EU over ... |
---|---|
bron | COM(2025)134 |
datum | 25-03-2025 |
overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
over het
standpunt van de Raad over de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende arbeidsmarktstatistieken van de Europese Unie over ondernemingen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 450/2003 en (EG) nr. 453/2008 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
1. ACHTERGROND
Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2023) 459 final – 2023/0288 COD): | 28 juli 2023 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: | n.v.t. |
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing: | 24 april 2024 |
Indiening gewijzigd voorstel: | 21 oktober 2024 |
Vaststelling van het standpunt van de Raad: | 24 maart 2025 |
2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE
Het voorstel heeft tot doel het bestaande rechtskader voor Europese arbeidsmarktstatistieken over ondernemingen te moderniseren. Het heeft als belangrijkste doelstellingen het regelgevingskader aan te passen om meer flexibiliteit mogelijk te maken en zo in nieuwe gegevensbehoeften te voorzien, de tijdigheid te verbeteren en de dekking van de statistieken uit te breiden tot de hele economie, het gebruik van innovatieve gegevensbronnen en ‑methoden te bevorderen en ervoor te zorgen dat alle lidstaten gegevens over de loonkloof tussen mannen en vrouwen verstrekken.
Deze doelstellingen zullen worden verwezenlijkt door de volgende kernelementen van het voorstel: i) de Commissie is bevoegd om door middel van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen de lijst van gedetailleerde onderwerpen en de kenmerken van de gegevensverstrekking te wijzigen en ad-hocgegevens vast te stellen; ii) de dekking van gegevensverzamelingen over de structuur van lonen en loonkosten wordt uitgebreid tot de sectie “Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale zekerheid” van de statistische classificatie van economische activiteiten (NACE), en over vacaturestatistieken, om de hele economie in alle landen te bestrijken (micro-ondernemingen zijn echter vrijgesteld van gegevensverzamelingen over de structuur van de loonkosten om de rapportagelast voor hen te beperken); iii) de tijdigheid wordt verbeterd voor de driemaandelijkse loonkostenindex en voor de vierjaarlijkse loonstructuurgegevens en vroegtijdige flashramingen van de loonkostenindex. De invoering van een verplichte gegevensverzameling over de loonkloof tussen mannen en vrouwen is ook een onderdeel van het voorstel.
3. OPMERKINGEN OVER HET STANDPUNT VAN DE RAAD
Het standpunt van de Raad in eerste lezing weerspiegelt ten volle het politieke akkoord dat op 12 december 2024 tussen het Europees Parlement en de Raad is bereikt. De Commissie aanvaardt het algemene akkoord. De voornaamste punten van het akkoord worden hieronder toegelicht.
De herziene Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek, en met name artikel 17 quater, schrijft voor dat in sectorale wetgeving de categorieën persoonsgegevens worden gedefinieerd die van particuliere gegevenshouders kunnen worden verkregen. Om de toegang tot persoonsgegevens voor arbeidsmarktstatistieken te vergemakkelijken, is een aanvullende bepaling opgenomen in artikel 3, “Bronnen en methoden”.
Er zijn op beginselen gebaseerde waarborgen toegevoegd met betrekking tot de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van artikel 4. Met deze waarborgen wordt benadrukt hoe belangrijk het is de lasten voor respondenten tot een minimum te beperken en door de EU gefinancierde haalbaarheids- of proefstudies te verrichten alvorens gedelegeerde of uitvoeringshandelingen voor te stellen. De periodiciteit, de referentieperioden en de indieningstermijnen van gedetailleerde onderwerpen die reeds in de bijlage zijn opgenomen, worden niet gewijzigd door middel van een gedelegeerde handeling. Bij gedelegeerde handelingen kunnen de bovengenoemde parameters alleen voor nieuwe gedetailleerde onderwerpen worden vastgesteld.
Met de overeenkomst worden de bepalingen van het voorstel van de Commissie inzake ad-hocgegevensvereisten vervangen door nieuwe regels inzake tijdelijke gegevensproductie. Er zijn beperkingen ingevoerd met betrekking tot de frequentie, het jaar van invoering en de duur van de gegevensverstrekking.
De duur van mogelijke afwijkingen van de verordening en de bijbehorende uitvoerings- en gedelegeerde handelingen was gekoppeld aan de periodiciteit van de gegevensverzameling. Er geldt een afwijking van vier jaar voor gegevens met een meerjaarlijkse periodiciteit, een afwijking van twee jaar voor gegevens met een jaarlijkse periodiciteit en een afwijking van één jaar voor gegevens met een driemaandelijkse periodiciteit. Indien gerechtvaardigd, kan de Commissie, ongeacht de periodiciteit, een verdere afwijking van één jaar toestaan.
Aangezien deze verordening later dan aanvankelijk gepland zal worden vastgesteld, is een aantal eerste referentieperioden gewijzigd van 2026 naar 2027.
De kwartaalindex van de totale loonkosten en de kwartaalindex van gewerkte uren worden op vrijwillige basis verstrekt.
Noch de amendementen van het Parlement, noch die van de Raad brengen een mogelijke extra last voor overheden of bedrijven met zich mee. De door de Raad voorgestelde waarborgen zijn uitdrukkelijk gericht op het vermijden van aanzienlijke extra kosten of lasten voor de lidstaten of respondenten.
De Commissie herinnert eraan dat de beschikbaarheid van financiering een strikt vereiste is uit hoofde van het Financieel Reglement en dat de overeenkomst niet vooruitloopt op het toekomstige voorstel van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader.
4. CONCLUSIE
De Commissie aanvaardt de resultaten van de interinstitutionele onderhandelingen en kan bijgevolg het standpunt van de Raad in eerste lezing aanvaarden.
NL NL