Toelichting bij COM(2025)156 - Standpunt EU in de EPO-Raad en in het Comité van hoge ambtenaren die zijn opgericht bij de Economische partnerschapsovereenkomst met Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde voor de EPO-Raad, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars, en het reglement van orde van het Comité van hoge ambtenaren

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in twee organen van de economische partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de EU en Kenia — de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren — in verband met de beoogde vaststelling van: het reglement van orde voor deze twee organen, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars.

Hoewel het voorstel voor de uitvoering van de ingevoerde procedures afhankelijk is van digitale middelen, bevat het geen specifieke bindende vereisten die het gebruik ervan verplicht stellen. De voorgestelde procedures zijn volledig gebaseerd op de reeds bestaande technische en digitale systemen en het voorstel brengt geen substantiële wijzigingen met betrekking tot deze systemen met zich mee. Het beginsel “standaard digitaal” wordt in de mate van het mogelijke in overweging genomen, namelijk door digitale middelen in het licht van dit voorstel als geldig te erkennen.

2. Achtergrond van het voorstel

2.1. De economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Kenia

De Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG), anderzijds (“de overeenkomst”) heeft tot doel bilateraal uitvoering te geven aan de EPO tussen de EU en de OAG, die nooit in werking is getreden, aangezien niet alle OAG-lidstaten deze hebben ondertekend en geratificeerd. De EPO tussen de EU en Kenia voorziet in asymmetrische liberalisering van de handel in goederen en in bepalingen inzake duurzame ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking. De overeenkomst is op 1 juli 2024 in werking getreden.

2.2. De EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren

Artikel 104 van de overeenkomst voorziet in de oprichting van een EPO-Raad (het hoogste orgaan), en artikel 104, lid 3, bepaalt dat de Raad onder meer tot taak heeft “zijn reglement van orde vast [te stellen]”. Overeenkomstig artikel 105, lid 3, en artikel 120 van de overeenkomst stelt de EPO-Raad het reglement van orde voor de beslechting van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars vast.

Het Comité van hoge ambtenaren is opgericht bij artikel 106 van de overeenkomst om de Raad bij te staan bij de vervulling van zijn taken en in artikel 107, lid 3, is bepaald dat het Comité onder meer tot taak heeft “zijn reglement van orde vast [te stellen]”.

2.3. De beoogde handelingen van de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren

In het tweede kwartaal van 2025, tijdens de eerste vergaderingen van de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren, zullen deze organen de volgende besluiten nemen:

1. besluit van de EPO-Raad tot vaststelling van zijn reglement van orde,

2. besluit van de EPO-Raad tot vaststelling van het reglement van orde voor de beslechting van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars, en

3. besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot vaststelling van zijn reglement van orde.

3. Namens de Unie in te nemen standpunt

Dit voorstel voor een besluit van de Raad stelt het standpunt vast dat namens de Unie moet worden ingenomen in de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren die zijn opgericht bij de EPO tussen de EU en Kenia, met betrekking tot de vaststelling van: het reglement van orde voor de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars.

De partijen bij de overeenkomst hebben die reglementen van orde en de bovengenoemde ontwerpbesluiten van de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren besproken en zijn overeengekomen dat deze, onder voorbehoud van de besluitvormingsprocedures van de EU, tijdens de eerste vergaderingen van de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren moeten worden vastgesteld.

De inhoud van het bijgevoegde reglement van orde en het bijgevoegde reglement van orde voor de beslechting van geschillen lijkt sterk op die van het reglement van orde van andere economische partnerschapsovereenkomsten of andere handelsovereenkomsten.

Het reglement van orde van de bovengenoemde twee EPO-organen en het reglement van orde voor de beslechting van geschillen zijn van essentieel belang voor de voltooiing van het institutionele kader van de overeenkomst en dus voor het waarborgen van de vlotte uitvoering ervan.

4. Rechtsgrondslag

4.1. Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1. Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt1. Ten slotte omvat het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” ook handelingen van organisatorische aard die van invloed zijn op de wijze waarop besluiten binnen het lichaam worden genomen, bijvoorbeeld wanneer een lichaam met beslissingsbevoegdheid zijn reglement van orde vaststelt of wijzigt.

4.1.2. Toepassing op het onderhavige geval

De EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren zijn lichamen die zijn opgericht krachtens een overeenkomst, te weten de EPO tussen de EU en Kenia.

De respectieve handelingen die de twee comités moeten vaststellen, hebben rechtsgevolgen omdat het gaat om handelingen van organisatorische aard die van invloed zijn op de wijze waarop beslissingen binnen de relevante lichamen worden genomen. De beoogde handelingen zullen overeenkomstig de artikelen 104, 105, 107, 108, 120 en 125 van de overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde handelingen strekken niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2. Materiële rechtsgrondslag

4.2.1. Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

4.2.2. Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de gemeenschappelijke handelspolitiek.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU.

4.3. Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.