Toelichting bij COM(2025)141 - Eindevaluatie van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp 2014-2020 - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2025)141 - Eindevaluatie van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp 2014-2020. |
---|---|
bron | COM(2025)141 |
datum | 01-04-2025 |
1. INLEIDING 2
2. UITVOERING VAN HET EU-VRIJWILLIGERSINITIATIEF VOOR HUMANITAIRE HULP 3
3. BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN VAN DE EVALUATIE 4
3.1. Relevantie, samenhang, doeltreffendheid en efficiëntie — in hoeverre is het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp succesvol geweest? 5
Relevantie 5
Samenhang 5
Doeltreffendheid 6
Efficiëntie 7
3.2. Europese meerwaarde — hoe heeft het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp een verschil gemaakt en voor wie? 8
4. CONCLUSIES 9
1. INLEIDING
Het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp (het “initiatief”) was een EU-programma dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 375/20141 en dat overeenkomstig artikel 7 ervan vijf operationele doelstellingen had:
- het leveren van een bijdrage aan verhoging en verbetering van de capaciteit van de Unie om humanitaire hulp te verlenen;
- verbetering van de deskundigheid, kennis en vaardigheden van vrijwilligers die humanitaire hulp verlenen en van de voorwaarden en omstandigheden van hun aanstelling;
- capaciteitsopbouw voor de ontvangende organisaties en bevorderen van vrijwilligerswerk in derde landen;
- het overbrengen van de in de Europese consensus betreffende humanitaire hulp overeengekomen humanitaire waarden van de Unie;
- versterking van de samenhang en consistentie van het vrijwilligerswerk in de lidstaten om burgers van de Unie meer gelegenheid te bieden om deel te nemen aan humanitaire hulpacties en -operaties.
Overeenkomstig artikel 27, lid 4, punt d), van deze verordening heeft de Europese Commissie nu de eindevaluatie van het initiatief voor de periode 2014-2020 uitgevoerd. De eindevaluatie werd ondersteund door twee externe studies (uitgevoerd in 2021 en van juni 2023 tot en met december 2024) en raadplegingen.
Bij de evaluatie werden de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en meerwaarde van het initiatief beoordeeld.
Uit de evaluatie is gebleken dat het initiatief: i) inspeelt op de behoeften van de vrijwilligers die aan het initiatief deelnemen; en ii) afgestemd is op de doelstelling om de vaardigheden en kennis van vrijwilligers op het gebied van humanitaire hulp te verbeteren. Het initiatief: i) is ook tegemoetgekomen aan de noodzaak om de capaciteitsopbouw van ontvangende organisaties te ondersteunen; ii) heeft vrijwilligerswerk in niet-EU-landen bevorderd; en iii) heeft gezorgd voor Europese meerwaarde door bij te dragen aan gemeenschappelijke normen voor vrijwilligerswerk op het gebied van humanitaire hulp in alle EU-lidstaten. Het initiatief heeft optimaal gebruikgemaakt van de wereldwijde aanwezigheid van de EU om de inzet van vrijwilligers te verbeteren en heeft mensen een platform geboden om deel te nemen aan zinvolle humanitaire hulpactiviteiten in niet-EU-landen.
Het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie bevat nadere informatie over de bevindingen, raadplegingen en methodologie van de evaluatie.
2. UITVOERING VAN HET EU-VRIJWILLIGERSINITIATIEF VOOR HUMANITAIRE HULP
Bij de inwerkingtreding in 2009 voorzag artikel 214, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in de oprichting van het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening, dat tot doel had een “kader voor gemeenschappelijke bijdragen van Europese jongeren aan de humanitaire hulpacties van de Unie” op te zetten.
In 2014 is bij Verordening (EU) nr. 375/2014 het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp opgericht. De algemene doelstelling van het initiatief was bij te dragen tot het vergroten en verbeteren van de capaciteit van de EU om op behoeften gebaseerde humanitaire hulp te verlenen om: i) levens te redden; ii) menselijk lijden te voorkomen en te verlichten; iii) de menselijke waardigheid te bewaren; en iv) de capaciteit en weerbaarheid van kwetsbare of door rampen getroffen gemeenschappen in derde landen te vergroten (in het bijzonder door middel van paraatheid bij rampen en vermindering van het risico op rampen, en door versterking van de relatie tussen noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling).
In Verordening (EU) nr. 375/2014 is bepaald dat de acties in het kader van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp worden uitgevoerd met inachtneming van de beginselen van humanitaire hulp (d.w.z. menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid) en van de Europese consensus betreffende humanitaire hulp2. Nog volgens de verordening moeten de acties van het initiatief erop gericht zijn: i) tegemoet te komen aan de behoeften van lokale gemeenschappen en de vereisten van de ontvangende organisaties; ii) de veiligheid en beveiliging van kandidaat-vrijwilligers te waarborgen; iii) transnationale partnerschappen te bevorderen; en iv) bij te dragen aan een effectievere humanitaire sector.
Het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp bracht vrijwilligers en organisaties uit verschillende landen samen en streefde naar het stimuleren en bevorderen van: i) samenwerking; ii) uitwisseling van kennis en goede praktijken; en iii) het opbouwen van partnerschappen tussen organisaties in de humanitaire sector.
Het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (Eacea) was verantwoordelijk voor de praktische uitvoering van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp (d.w.z. voor oproepen tot het indienen van voorstellen, het beheer van de contracten, begrotingskredieten enz.). Tot 2020 werd het programma beheerd door het directoraat-generaal Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp (DG ECHO) en voor de eerdere projecten die in 2021 en 2022 werden voortgezet, door het directoraat-generaal Onderwijs, Jongerenzaken, Sport en Cultuur (DG EAC). Het initiatief werd eind 2020 uitgefaseerd (maar de uitvoering van lopende projecten werd voortgezet tot 2022) en geïntegreerd in het Europees Solidariteitskorps.
3. BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN VAN DE EVALUATIE
Op basis van de richtsnoeren voor betere regelgeving3 van de Commissie bouwt de evaluatie voort op de gegevens van twee externe studies, de eerste uitgevoerd in 20214 en de tweede uitgevoerd in 2023-20245. De conclusie van de evaluatie luidde dat het initiatief voor de evaluatiecriteria een over het geheel genomen positieve beoordeling kreeg.
1. Relevantie, samenhang, doeltreffendheid en efficiëntie — in hoeverre is het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp succesvol geweest?
Relevantie
Belangrijkste bevindingen
- Het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp was afgestemd op de noodzaak om capaciteitsopbouw in ontvangende organisaties te bevorderen, aangezien het partnerorganisaties tijdig de nodige ondersteuning en expertise bood.
- Het was ook goed afgestemd op de noodzaak om het EU-vrijwilligerswerk op het gebied van humanitaire hulp te verbeteren door gebruik te maken van een alomvattende aanpak. De meeste bij de evaluatie betrokken organisaties waren het ermee eens of helemaal mee eens dat het initiatief tegemoet was gekomen aan de aanhoudende behoeften in de minder ontwikkelde landen.
- Het initiatief: i) kwam ook tegemoet aan de belangrijkste behoeften en zorgen van deelnemende vrijwilligers en ontvangende organisaties; ii) verbeterde de transversale vaardigheden van deze vrijwilligers en ontvangende organisaties; iii) zorgde voor een beter inzicht in de behoeften en uitdagingen van de minder ontwikkelde landen; en iv) ging in op de noodzaak om mensen voor te bereiden op een loopbaan in internationale ontwikkeling.
Samenhang
Belangrijkste bevindingen
- Het initiatief vormde een aanvulling op andere EU-programma’s (met inbegrip van het Europees Solidariteitskorps, het voormalige Europees vrijwilligerswerk en Erasmus+) vanwege het bredere geografische toepassingsgebied en de specifieke soorten activiteiten die het organiseerde.
- Hoewel de doelstellingen van het initiatief coherent waren en afgestemd op de humanitaire agenda van de EU, werden er weinig synergieën vastgesteld tussen de activiteiten van het initiatief en andere EU-activiteiten op het gebied van humanitaire hulp.
- Belanghebbenden waren van mening dat het initiatief in overeenstemming was met het nationale beleid in de gastlanden. Er werden informele verbanden tussen het initiatief en sommige vrijwilligersnetwerken binnen EU-lidstaten vastgesteld.
- Belanghebbenden waardeerden het initiatief vooral omdat het de lokale capaciteiten versterkte, met name door middel van opleiding.
Uit de meest recente evaluatiestudie bleek dat het initiatief een aanvulling vormde op andere EU-programma’s die vrijwilligersactiviteiten aanbieden, vanwege zijn bredere geografische toepassingsgebied en specifieke soorten activiteiten. Net als het Europees Solidariteitskorps had het initiatief betrekking op solidariteit, maar met de nadruk op humanitaire actie in niet-EU-landen.
Hoewel de doelstellingen van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp coherent waren en afgestemd op de humanitaire agenda van de EU, werden bij de evaluatie weinig synergieën vastgesteld tussen de activiteiten van het initiatief en andere EU-activiteiten op het gebied van humanitaire hulp. Een grote uitdaging, zoals opgemerkt in de vorige evaluatiestudie, is dat veiligheidsproblemen verhinderden dat vrijwilligers werden ingezet in regio’s waar humanitaire hulp van de EU werd verleend tijdens rampen. De samenhang van het initiatief met andere humanitaire acties van de EU werd beperkt door: i) het feit dat vrijwilligers niet in conflictgebieden konden worden ingezet6; ii) interne bezorgdheid over de inzet van jonge vrijwilligers in noodsituaties7; en iii) langdurige procedures bij het aanwerven en inzetten van vrijwilligers. Zoals uit de eerste evaluatiestudie bleek, beschikten de plaatselijke kantoren van DG ECHO of andere EU-delegaties niet over voldoende informatie over de activiteiten van het initiatief en was er tussen hen weinig interactie8. Het feit dat het initiatief zeer klein was in vergelijking met de totale humanitaire hulp van de EU (141 miljoen EUR werd toegewezen aan het initiatief voor 2014-2020 in het kader van Verordening (EU) nr. 375/2014, vergeleken met de begroting voor humanitaire hulp van de Europese Commissie van 13,5 miljard EUR voor dezelfde periode9) beperkt echter ook de mogelijke vaststelling van bredere synergieën.
Doeltreffendheid
Belangrijkste bevindingen
- Het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp stond voor aanzienlijke uitdagingen bij het bereiken van het beoogde aantal inzetactiviteiten. Hoewel sommige van deze uitdagingen later werden aangepakt, werd het initiatief zwaar getroffen door de reisbeperkingen tijdens de COVID-19-pandemie. Het aantal vrijwilligers dat naar het buitenland reisde om aan activiteiten in het kader van het initiatief deel te nemen, is tussen 2019 en 2020 met 90 % gedaald.
- Individuele deelnemers aan het initiatief profiteerden van verbeterde vaardigheden en professionele ontwikkeling, met name op gebieden waar veel vraag naar is, zoals opleidingen inzake projectbeheer en veiligheid voorafgaand aan hun inzet. Deze vrijwilligers konden ook verschillende transversale vaardigheden oefenen en ontwikkelen in het kader van ontwikkeling.
- Het initiatief heeft organisaties geholpen hun capaciteit op het gebied van vermindering van het risico op rampen en veerkracht te versterken door hun zichtbaarheid, geloofwaardigheid en operationele en communicatiecapaciteit te vergroten. Organisaties die aan het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp wilden deelnemen en vrijwilligers wilden uitzenden of ontvangen, moesten worden gecertificeerd als uitzendende of ontvangende organisatie. In 2015 is een open oproep gepubliceerd, waardoor organisaties tot en met 30 september 2020 aanvragen konden indienen. Eind 2020 waren 74 uitzendende en 296 ontvangende organisaties gecertificeerd.
- Het initiatief kwam ten goede aan de ondersteunde gemeenschappen, met name de gemeenschappen die kwetsbaar waren voor natuurrampen en grote migrantenstromen. Het initiatief verleende uiterst belangrijke steun voor het versterken van de veerkracht en de capaciteit om rampen te beheersen in gebieden die vaker door rampen worden getroffen.
- Het initiatief heeft tijdens de COVID-19-pandemie meer gebruikgemaakt van innovatieve benaderingen, zoals online vrijwilligerswerk, om te zorgen voor voortdurende betrokkenheid en ondersteuning van de gemeenschap.
Efficiëntie
Belangrijkste bevindingen
De uitvoering van de begroting en het programmabeheer waren efficiënt gezien de context waarin het programma werd uitgevoerd, waarbij verbeteringen nodig waren bij het meten van outputs en resultaten.
- De financiering was toereikend aangezien het bestede budget slechts ongeveer 76 % van alle beschikbare middelen bedroeg. Dit was grotendeels te wijten aan de vertragingen bij de start van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp en de vertragingen tegen het einde van de COVID-19-uitbraak.
- Wat de uitvoering betreft, waren de werkelijke uitgaven voor het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp in overeenstemming met het aandeel van de begrotingstoewijzing zoals gespecificeerd in Verordening (EU) nr. 375/2014. Het initiatief slaagde er echter niet in om zowel de uitgavendoelstellingen als het streefcijfer voor het aantal deelnemende vrijwilligers te halen. Eind 2022 was er financiering beschikbaar voor 1 192 inzetactiviteiten, wat neerkomt op 29 % van de oorspronkelijke doelstelling van 4 175. Er bestaat dus twijfel of de beschikbare financiering realistisch zou zijn geweest om alle doelstellingen van het initiatief te verwezenlijken. Dit wijst erop dat het initiatief 76 % van zijn begroting heeft toegewezen aan de verwezenlijking van 29 % van zijn doelstellingen. Als dit zou worden geëxtrapoleerd en 100 % van het streefcijfer voor het aantal ingezette vrijwilligers zou worden gehaald, zou waarschijnlijk een veel hogere begroting nodig zijn geweest.
- Bovendien was de reden om de begrotingstoewijzing te koppelen aan verwachte activiteiten en resultaten onduidelijk. Er was bijvoorbeeld geen expliciet verband tussen de toegewezen begroting en het aantal, de duur, de resultaten en de effecten van de inzet van de vrijwilligers, en dit kan tot inefficiëntie hebben geleid. Een directere koppeling tussen deze aspecten zou mogelijk hebben bijgedragen tot een kosteneffectiever initiatief.
- Vertragingen bij de start van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp en bij de uitvoering ervan tijdens COVID-19 hebben bijgedragen tot een lage uitvoeringsgraad van slechts 29 % van de oorspronkelijke doelstelling.
- Wat prestatiebeheer betreft, waren de werkelijke kosten per betrokken organisatie 10 % lager dan oorspronkelijk in de begroting was voorzien, wat wijst op een zekere mate van kosteneffectiviteit.
2. Europese meerwaarde — hoe heeft het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp een verschil gemaakt en voor wie?
Belangrijkste bevindingen
- Het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp was afgestemd op de noodzaak om capaciteitsopbouw in ontvangende organisaties te bevorderen, aangezien het partnerorganisaties tijdig de nodige ondersteuning en expertise bood.
- Het initiatief was ook goed afgestemd op de behoefte aan verbetering van het EU-vrijwilligerswerk op het gebied van humanitaire hulp door gebruik te maken van een alomvattende aanpak. De meeste organisaties waren het ermee eens of helemaal mee eens dat het initiatief tegemoet kwam aan aanhoudende behoeften in minder ontwikkelde landen.
- Het kwam tegemoet aan de belangrijkste behoeften en zorgen van deelnemende vrijwilligers en ontvangende organisaties, verbeterde hun transversale vaardigheden en zorgde voor een beter inzicht in de behoeften en uitdagingen van de minder ontwikkelde landen. Het kwam ook tegemoet aan de behoefte om mensen voor te bereiden op een loopbaan in internationale ontwikkeling.
In de eerste evaluatiestudie van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp uit 2021 werd het initiatief als relevant voor zowel organisaties als individuen beoordeeld. Niettemin werd in de evaluatiestudie van 2021 een aantal gebieden vastgesteld die voor verbetering vatbaar waren, met name voor derden en wat betreft de humanitaire beginselen van de EU die niet alleen bij de rechtstreekse begunstigden, maar op breder vlak moeten worden bevorderd. In de meest recente evaluatiestudie werd ook geoordeeld dat het initiatief afgestemd was op de behoeften van lokale overheden op het gebied van rampenbeheer en op binnenlandse initiatieven. Uit enquêtes kwam naar voren dat de belangrijkste doelstellingen van het initiatief over het algemeen afgestemd waren op de maatschappelijke behoeften, hoewel deelnemers zich afvroegen of de projecten de veerkracht van de gemeenschap daadwerkelijk hebben versterkt of het bewustzijn van de humanitaire beginselen van de EU hebben vergroot.
4. CONCLUSIES
Na de start van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp bleef de deelname beneden de verwachtingen. In de periode 2014-2020 had het initiatief tot doel de opleiding van 4 400 vrijwilligers en de inzet van 4 000 vrijwilligers te ondersteunen. Het was daarnaast gericht op het verlenen van technische bijstand en capaciteitsopbouw voor deelnemende organisaties en het uitvoeren van communicatie- en ondersteuningsactiviteiten. Tegen eind 2022 had het initiatief echter slechts 1 192 inzetactiviteiten gefinancierd (goed voor 29 % van het oorspronkelijke streefcijfer) en waren slechts 788 inzetactiviteiten voltooid.
Het initiatief voerde een streng certificeringsmechanisme in waarbij uitzendende en ontvangende organisaties moesten aantonen dat zij over de noodzakelijke procedures en beleidsmaatregelen beschikten om te voldoen aan de hoge normen voor vrijwilligersactiviteiten, wat leidde tot ambitieuze doelstellingen voor gecertificeerde organisaties en vrijwilligers die werden opgeleid en ingezet, hoewel dit mechanisme tijdens de proeffase niet bestond. Zelfs als deze doelstellingen niet volledig werden gehaald, vormde het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp de eerste stap van de EU om vrijwilligerswerk op het gebied van humanitaire hulp te ondersteunen.
Om de uitdagingen van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp aan te pakken, is binnen het Europees Solidariteitskorps in het kader van het meerjarig financieel kader 2021-2027 een nieuw onderdeel voor humanitaire hulp gecreëerd. Dit had tot doel de samenhang en synergie met de andere vrijwilligersacties van het korps te vergroten, voortbouwend op de resultaten van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp. Door het Europees Solidariteitskorps uit te breiden tot humanitaire hulp in niet-EU-landen heeft het programma zijn rol als unieke toegangspoort voor jongeren om deel te nemen aan vrijwilligers- en andere solidariteitsactiviteiten versterkt. Dankzij deze uitbreiding is de zichtbaarheid en de impact van het programma zowel binnen als buiten de EU vergroot.
Uit het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp is een aantal lessen geleerd, neem bijvoorbeeld de preselectie van kandidaat-vrijwilligers door projecten vóór de verplichte gecentraliseerde opleiding. Op uitvoeringsniveau hebben deze geleid tot een veel betere toegankelijkheid voor geïnteresseerde jongeren en organisaties, met inbegrip van betere maatregelen om kansarme jongeren bij vrijwilligerswerk te betrekken. De kwaliteits- en ondersteuningsmechanismen van het programma zijn ook versterkt, met aanvullende opleidings- en ondersteuningsopties voor deelnemers vóór, tijdens en na hun inzet.
De lessen die zijn geleerd uit het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp 2014-2020 zijn van groot belang geweest voor het opzetten van het nieuwe onderdeel voor humanitaire hulp van het Europees Solidariteitskorps 2021-2027, en met name op de volgende gebieden:
- Dankzij de verplichting voor geïnteresseerde jongeren om zich te registreren en hun belangstelling kenbaar te maken op de Europese Jongerensite, is er een bredere pool van kandidaat-vrijwilligers beschikbaar voor projecten.
- Bij projecten die in het kader van dit nieuwe onderdeel worden gefinancierd, worden vrijwilligers rechtstreeks uit een pool van opgeleide kandidaat-vrijwilligers geselecteerd, in tegenstelling tot het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp waarbij vrijwilligers door de projecten werden voorgeselecteerd voordat zij de verplichte gecentraliseerde basisopleiding hadden gevolgd. Dit zorgt voor meer transparantie en verkort de tijdspanne tussen de selectie en de inzet aanzienlijk, met als doel het aantal uitvallers te verminderen en een snellere inzet mogelijk te maken.
- Ook de maatregelen om kansarme jongeren te betrekken bij vrijwilligerswerk zijn verbeterd. De inclusieve ambitie van Erasmus+ en het Europees Solidariteitskorps is namelijk verankerd in hun rechtsgrondslagen door middel van een specifiek hoofdstuk over inclusie, dat wordt geschraagd door de inclusie- en diversiteitsstrategie voor 2020-2027 en door het specifieke kader voor inclusiemaatregelen dat in oktober 2021 is vastgesteld.
- De actie profiteert ook van de horizontale ondersteuningsopties van het Europees Solidariteitskorps, met name de leercyclus, die onder meer een algemene onlineopleiding en online taalondersteuning omvat, die voor deelnemers via de EU Academy beschikbaar zijn, zowel vóór, tijdens en na hun inzet.
1PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1. Deze verordening is niet meer van kracht, aangezien deze is ingetrokken bij Verordening (EU) 2021/888 tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps”.
2https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:42008X0130(01): Gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Europese Commissie.
3 https://ec.europa.eu/info/law/law-making-process/planning-and-proposing-law/better-regulation-why-and-how/better-regulation-guidelines-and-toolbox_en.
4 ADE (2021). Ex-post evaluation of the EU Aid Volunteers Initiative, 2014-2020. Beschikbaar op: https://op.europa.eu/nl/publication-detail/-/publication/1d172a85-0b96-11ec-adb1-01aa75ed71a1/language-nl.
5Tussentijdse evaluatie van het Europees Solidariteitskorps 2021-2027, eindevaluatie van het Europees Solidariteitskorps 2018-2020 en eindevaluatie van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp 2014-2020. Beschikbaar op https://data.europa.eu/doi/10.2766/5736339.
6Artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) nr. 375/2014 betreffende het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp.
7 ADE (2021). Ex-post evaluation of the EU Aid Volunteers Initiative, 2014-2020.
8 Ibidem.
9 DG ECHO, jaarlijkse activiteitenverslagen 2014-2020.
NL NL