Toelichting bij COM(2025)139 - Standpunt EU in de Internationale Graanraad met betrekking tot de vaststelling van nieuwe regels voor de schriftelijke procedure en voor de toegang van de leden tot het archief van de Internationale Graanraad - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2025)139 - Standpunt EU in de Internationale Graanraad met betrekking tot de vaststelling van nieuwe regels voor de schriftelijke ... |
---|---|
bron | COM(2025)139 |
datum | 02-04-2025 |
Dit voorstel betreft het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie in de Internationale Graanraad (IGR) moet worden ingenomen in verband met de beoogde wijziging van het reglement van orde bij het Graanhandelsverdrag 1995 (“het verdrag”) wat betreft de vaststelling van nieuwe regels voor de besluitvorming via een schriftelijke procedure en voor de toegang van de leden tot het archief van de IGR.
2. Achtergrond van het voorstel
2.1. Het Graanhandelsverdrag 1995
Het verdrag heeft tot doel de internationale samenwerking met betrekking tot alle aspecten van de handel in granen te bevorderen, de uitbreiding van de internationale handel in granen te stimuleren en een zo vrij mogelijk graanhandelsverkeer te bewerkstelligen. Bovendien moet het zoveel mogelijk bijdragen tot de stabiliteit van de internationale graanmarkten in het belang van alle leden, de voedselzekerheid in de wereld vergroten en een forum bieden voor de uitwisseling van informatie en voor de bespreking van de zorgpunten van de leden met betrekking tot de graanhandel.
Het verdrag is op 1 juli 1995 in werking getreden.
De Europese Unie is partij bij het verdrag1.
Het verdrag werd gesloten voor een periode van drie jaar, tot en met 30 juni 1998, en is daarna regelmatig verlengd door de IGR. Overeenkomstig artikel 33 van het verdrag wordt het verdrag telkens verlengd met maximaal twee jaar. Het werd voor het laatst verlengd bij besluit van de Internationale Graanraad van 14 juni 2023 en blijft van kracht tot en met 30 juni 2025.
Een verdere verlenging van het verdrag tot en met 30 juni 2027 is gepland voor 12 juni 2025.
Het reglement van orde bij het verdrag bevat gedetailleerde regels voor de uitvoering van het verdrag en de werking van de Internationale Graanraad.
2.2. De Internationale Graanraad
De IGR is een intergouvernementele organisatie die streeft naar verwezenlijking van de in artikel 1 van het verdrag vastgelegde doelen. Met name wil de IGR:
- de internationale samenwerking met betrekking tot alle aspecten van de handel in granen bevorderen;
- de uitbreiding, openheid en eerlijkheid van de internationale handel in de graansector bevorderen;
- bijdragen tot de stabiliteit van de internationale graanmarkt, de voedselzekerheid in de wereld vergroten en bijdragen tot de ontwikkeling van landen waarvan de economie afhankelijk is van de graanverkoop.
Deze doelen worden nagestreefd door middel van verbetering van de markttransparantie in de vorm van informatie-uitwisseling, analyse en onderling overleg over markt- en beleidsontwikkelingen.
De IGR bestaat uit dertig leden, waaronder veel van ’s werelds grootste graanproducenten en graanimporteurs. Naast de Europese Unie zijn onder meer Argentinië, Australië, Canada, India, Japan, Rusland, Oekraïne, het Verenigd Koninkrijk en de VS lid van de raad. China en Brazilië zijn echter geen lid.
De 30 leden van de IGR hebben in totaal 2 000 stemmen.
Voor begrotingsprocedures (zie artikel 11 van het verdrag), dat wil zeggen voor de vaststelling van de jaarlijkse financiële bijdragen van de leden, beschikt de Unie in 2024/20252 over 375 stemmen.
Voor de besluitvorming, dat wil zeggen bij stemmingen (zie artikel 12 van het verdrag), bezitten de 11 exporterende leden samen 1 000 stemmen (waarvan de Unie er 240 heeft) en de 19 importerende leden samen ook 1 000 stemmen. In dit verband moet worden benadrukt dat de IGR in principe op basis van consensus werkt en dat het zeer zelden tot een stemming komt.
Op de IGR-bijeenkomsten wordt de Europese Unie vertegenwoordigd door de Europese Commissie. De lidstaten mogen de IGR-bijeenkomsten, en met name de raadszittingen, bijwonen.
2.3. Beoogde handelingen van de Internationale Graanraad
2.3.1. Besluiten van de raad via een schriftelijke procedure
De afgelopen jaren zijn enkele besluiten van de IGR via een schriftelijke procedure genomen. Het reglement van orde bevatte echter geen duidelijke regels. Daarom heeft de EU tijdens de vergadering van het Administratief Comité van de IGR van 2 mei 2024 verzocht om de vaststelling van een procedure voor de goedkeuring van besluiten van de raad via een schriftelijke procedure.
Het secretariaat van de IGR heeft zijn eerste ontwerpvoorstel3 gepresenteerd tijdens de vergadering van het Administratief Comité van 11 december 2024. Dat comité kwam overeen het ontwerpvoorstel4 ter informatie te verspreiden tijdens de 61e zitting van de IGR, die gepland was voor 23 januari 2025.
Het (zo nodig herziene) voorstel (“de beoogde handeling”) zal op de agenda van de 62e zitting van de IGR worden geplaatst met het oog op de goedkeuring van een besluit op 12 juni 2025.
Volgens het voorstel, dat is gebaseerd op artikel 14 (Besluiten) van het verdrag, zullen regel 19 (zittingen van de raad: stemming) en regel 20 (Administratief Comité) van het reglement van orde worden gewijzigd.
In regel 19 zal een nieuw punt c) (“Besluiten via een schriftelijke procedure”) worden ingevoegd en aan regel 20 zal een nieuw punt d) (“Besluit via een schriftelijke procedure”) worden toegevoegd.
De beoogde handeling, waarmee gevolg wordt gegeven aan een verzoek van de EU, zal duidelijke regels vaststellen in verband met de voorwaarden voor besluitvorming via een schriftelijke procedure in de IGR.
2.3.2. Toegang van de leden tot het archief van de IGR
Krachtens artikel 20 (Voorrechten en immuniteiten) van het verdrag blijven “[d]e status, voorrechten en immuniteiten van de Raad binnen het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk [...] geregeld bij de Overeenkomst inzake het Hoofdkantoor tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Internationale Tarweraad”. Krachtens artikel 6 van de Overeenkomst inzake het Hoofdkantoor is het archief van de organisatie (IGR) onschendbaar.
Na ongeoorloofde toegang tot de ledenwebsite van de IGR in 2024 en erkennende dat in bepaalde gevallen uitzonderingen op de onschendbaarheid van het archief van de IGR moeten worden overwogen, heeft het secretariaat van de IGR voorgesteld een nieuwe regel 26 in het reglement van orde op te nemen.
Een eerste ontwerpvoorstel5 werd ter informatie gepresenteerd tijdens de 61e zitting van de IGR van 23 januari 2025.
Het (zo nodig herziene) voorstel (“de beoogde handeling”) zal op de agenda van de 62e zitting van de IGR worden geplaatst met het oog op de goedkeuring van een besluit op 12 juni 2025.
Volgens het voorstel, dat gebaseerd is op artikel 20 van het verdrag, zal een nieuwe regel 26 over de toegang van de leden tot het archief van de IGR aan het reglement van orde worden toegevoegd.
De nieuwe regel 26 zal de voorwaarden en de procedure voor de toegang tot het archief van de IGR verduidelijken. Met name moeten alle verzoeken om toegang tot het archief van de IGR schriftelijk worden ingediend en moet de aanvrager duidelijk worden geïdentificeerd.
3. Namens de Unie in te nemen standpunt
De voorgestelde nieuwe regels voor de schriftelijke procedure, waarom is verzocht door de EU, zullen duidelijkheid scheppen over de voorwaarden voor besluitvorming via een schriftelijke procedure in de IGR.
Het voorstel voor een nieuwe regel inzake toegang tot het archief van de IGR is afkomstig van het secretariaat van de IGR. Deze nieuwe regel zal duidelijkheid scheppen over de voorwaarden voor de toegang tot het archief van de IGR.
De Europese Unie is altijd een actief IGR-lid geweest en de voorgestelde nieuwe regels zullen naar verwachting meer duidelijkheid over de werking van de organisatie verschaffen en de transparantie van de IGR verder verbeteren.
Met het onderhavige voorstel wordt de Raad verzocht de Commissie te machtigen om namens de Europese Unie in de IGR voor de voorgestelde wijzigingen van het reglement van orde te stemmen. De formele besluiten over de voorstellen staan gepland voor de 62e zitting van de IGR op 12 juni 2025.
4. Rechtsgrondslag
4.1. Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1. Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”6.
4.1.2. Toepassing op het onderhavige geval
De beoogde handelingen van de IGR strekken tot wijziging van het reglement van orde door de vaststelling van nieuwe regels voor de besluitvorming via een schriftelijke procedure en voor de toegang van de leden tot het archief van de IGR.
Het reglement van orde bevat nadere voorschriften voor het beheer van het verdrag, dat een internationale overeenkomst is die bindend is voor de Unie. De beoogde handelingen hebben derhalve rechtsgevolgen.
De beoogde handelingen strekken niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het verdrag.
Derhalve is de procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2. Materiële rechtsgrondslag
Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
Toepassing op het onderhavige geval
De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de handel in landbouwproducten.
De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU (gemeenschappelijke handelspolitiek).
4.3. Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
5. Naleving van het “standaard digitaal”-beginsel
Volgens de uitgevoerde digitale beoordeling heeft het huidige voorstel geen digitale dimensies, aangezien het geen digitale relevantie heeft.
Het voorstel stelt het standpunt van de EU vast met betrekking tot de wijziging van het reglement van orde bij het verdrag. Met de wijzigingen zullen nieuwe regels worden vastgelegd voor de besluitvorming in de IGR via een schriftelijke procedure en voor de toegang van de leden tot het archief van de IGR.
Digitale middelen of digitale gegevensuitwisseling vallen niet onder het toepassingsgebied van het voorstel.
6. Bekendmaking van de beoogde handeling
Aangezien de IGR-handelingen het reglement van orde bij het verdrag wijzigen, zullen ze worden bekendgemaakt op de officiële website van de IGR.