Overwegingen bij COM(2023)228 - Wijziging van Richtlijn 2014/49/EU betreffende de omvang van depositobescherming, het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels, grensoverschrijdende samenwerking en transparantie

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) Overeenkomstig artikel 19, leden 5 en 6, van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad 36 heeft de Commissie de toepassing en het toepassingsgebied van die richtlijn beoordeeld en is zij tot de conclusie gekomen dat de doelstelling van bescherming van deposanten in de Unie door de oprichting van depositogarantiestelsels (DSG) grotendeels is bereikt. De Commissie is echter ook tot de conclusie gekomen dat de resterende hiaten in de bescherming van deposanten moeten worden aangepakt en dat de werking van depositogarantiestelsels moet worden verbeterd, en dat tegelijkertijd de regels voor andere interventies door depositogarantiestelsels anders dan uitbetalingsprocedures moeten worden geharmoniseerd.

(2) Het niet voldoen aan de verplichtingen om bijdragen aan depositogarantiestelsels te betalen of om informatie te verstrekken aan deposanten en depositogarantiestelsels zou de doelstelling van deposantenbescherming kunnen ondermijnen. Depositogarantiestelsels of, indien relevant, aangewezen autoriteiten kunnen financiële sancties opleggen voor laattijdige betaling van bijdragen. Het is belangrijk om de coördinatie tussen depositogarantiestelsels en aangewezen en bevoegde autoriteiten te verbeteren om handhavingsmaatregelen te nemen tegen een kredietinstelling die haar verplichtingen niet nakomt. Hoewel de toepassing van toezichts- en handhavingsmaatregelen door de bevoegde autoriteiten jegens kredietinstellingen is geregeld in de nationale wetgeving en Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad 37 , moet ervoor worden gezorgd dat de aangewezen autoriteiten de bevoegde autoriteiten tijdig in kennis stellen van elke inbreuk op de verplichtingen van kredietinstellingen op grond van de depositobeschermingsregels.

(3) Om verdere convergentie van de praktijken van depositogarantiestelsels te ondersteunen en depositogarantiestelsels te helpen bij het testen van hun veerkracht, moet de Europese Bankautoriteit (EBA) richtlijnen opstellen voor de uitvoering van stresstests op de systemen van depositogarantiestelsels.

(4) Op grond van artikel 5, lid 1, punt d), van Richtlijn 2014/49/EU zijn deposito’s van bepaalde financiële instellingen, waaronder beleggingsondernemingen, uitgesloten van dekking door het depositogarantiestelsel. Het geld dat deze financiële instellingen van hun cliënten ontvangen en dat zij namens hun cliënten bij een kredietinstelling deponeren in het kader van de uitoefening van de diensten die zij aanbieden, moet echter onder bepaalde voorwaarden worden beschermd.

(5) De groepen deposanten die momenteel worden beschermd door middel van terugbetaling door een depositogarantiestelsel is ingegeven door de wens om niet-professionele beleggers te beschermen, terwijl professionele beleggers geacht worden dergelijke bescherming niet nodig te hebben. Om die reden zijn overheden van dekking uitgesloten. De meeste overheden (waaronder in sommige lidstaten scholen en ziekenhuizen) kunnen echter niet als professionele investeerders worden beschouwd. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat deposito’s van alle niet-professionele beleggers, waaronder overheden, kunnen profiteren van de bescherming die een depositogarantiestelsel biedt.

(6) Deposito’s als gevolg van bepaalde gebeurtenissen, waaronder onroerendgoedtransacties met betrekking tot particuliere woningen of de uitbetaling van bepaalde verzekeringsuitkeringen, kunnen tijdelijk leiden tot grote deposito’s. Om die reden zijn de lidstaten op grond van artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2014/49/EU momenteel verplicht ervoor te zorgen dat deposito’s die het gevolg zijn van deze gebeurtenissen gedurende ten minste drie maanden en ten hoogste twaalf maanden na creditering van het bedrag of vanaf het tijdstip waarop die deposito’s wettelijk kunnen worden overgemaakt, boven de 100 000 EUR worden beschermd. Om de bescherming van deposanten in de Unie te harmoniseren en om de administratieve complexiteit en rechtsonzekerheid met betrekking tot de omvang van de bescherming van dergelijke deposito’s te verminderen, is het noodzakelijk om hun bescherming af te stemmen op ten minste 500 000 EUR voor een geharmoniseerde periode van zes maanden, in aanvulling op het dekkingsniveau van 100 000 EUR.

(7) Tijdens een onroerendgoedtransactie kunnen de gelden via verschillende rekeningen worden overgemaakt voordat de transactie daadwerkelijk wordt afgewikkeld. Om deposanten bij onroerendgoedtransacties op homogene wijze te beschermen, moet de bescherming van tijdelijke hoge saldi daarom zowel gelden voor de opbrengsten van een verkoop als voor de gelden die worden gedeponeerd voor de aankoop van een particuliere woning op korte termijn.

(8) Om ervoor te zorgen dat het door een depositogarantiestelsel terug te betalen bedrag tijdig wordt uitbetaald en om de administratieve en berekeningsregels te vereenvoudigen, moet de discretie om bij de berekening van het terug te betalen bedrag rekening te houden met opeisbare verplichtingen, worden afgeschaft.

(9) Het is noodzakelijk om de operationele capaciteiten van depositogarantiestelsels te optimaliseren en hun administratieve lasten te verminderen. Daarom moet worden vastgesteld dat wanneer het gaat om de identificatie van deposanten die recht hebben op deposito’s op rekeningen van begunstigden of om de beoordeling of deposanten in aanmerking komen voor tijdelijke waarborgen voor hoge saldi, het de verantwoordelijkheid van de deposanten en rekeninghouders blijft om op eigen kracht aan te tonen dat zij daar recht op hebben.

(10) Voor bepaalde deposito’s geldt mogelijk een langere terugbetalingstermijn omdat depositogarantiestelsels de aanvraag tot terugbetaling moeten verifiëren. Om de regels in de hele Unie te harmoniseren, moet de terugbetalingstermijn worden beperkt tot twintig werkdagen na ontvangst van de relevante documenten.

(11) De administratieve kosten in verband met de terugbetaling van kleine bedragen op slapende rekeningen kunnen opwegen tegen de voordelen voor de deposant. Daarom moet worden gespecificeerd dat depositogarantiestelsels niet verplicht moeten worden actieve stappen te ondernemen om de op dergelijke rekeningen aangehouden deposito’s terug te betalen onder bepaalde drempels die op nationaal niveau moeten worden vastgesteld. Het recht van deposanten om aanspraak te maken op een dergelijk bedrag moet echter worden gehandhaafd. Wanneer dezelfde deposant ook andere actieve rekeningen heeft, moeten depositogarantiestelsels dat bedrag bovendien meenemen in de berekening van het terug te betalen bedrag.

(12) Depositogarantiestelsels hebben verschillende methoden om deposanten terug te betalen, variërend van contante uitbetalingen tot elektronische overboekingen. Om er echter voor te zorgen dat het terugbetalingsproces van depositogarantiestelsels traceerbaar is en om in lijn te blijven met de doelstellingen van het kader van de Unie ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, moeten terugbetalingen aan deposanten via overmakingen standaard de uitbetalingsmethode zijn wanneer de terugbetaling een bedrag van 10 000 EUR overschrijdt.

(13) Financiële instellingen zijn uitgesloten van depositobescherming. Bepaalde financiële instellingen, waaronder instellingen voor elektronisch geld, betalingsinstellingen en beleggingsondernemingen, deponeren de van hun cliënten ontvangen gelden echter ook op bankrekeningen, vaak op tijdelijke basis, om te voldoen aan beschermingsverplichtingen in overeenstemming met sectorspecifieke wetgeving, waaronder Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad 38 , Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad 39 en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad 40 . Gezien de groeiende rol van deze financiële instellingen moeten depositogarantiestelsels dergelijke deposito’s beschermen mits deze cliënten geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.

(14) Cliënten van financiële instellingen weten niet altijd welke kredietinstelling de financiële instelling heeft gekozen om hun geld bij te deponeren. Depositogarantiestelsels mogen dergelijke deposito’s daarom niet samenvoegen met een deposito dat dezelfde cliënten mogelijk hebben bij dezelfde kredietinstelling waar de financiële instelling hun deposito’s heeft geplaatst. Kredietinstellingen weten mogelijk niet welke cliënten recht hebben op het bedrag dat op de rekeningen van de cliënten wordt aangehouden, of kunnen mogelijk de individuele gegevens van die cliënten niet controleren en registreren. Afhankelijk van het type en het bedrijfsmodel van de financiële instelling kunnen er omstandigheden zijn waaronder een rechtstreekse terugbetaling aan de cliënt de rekeninghouder in gevaar kan brengen. Daarom moet het depositogarantiestelsels worden toegestaan om bedragen terug te betalen op een rekening van een cliënt die door de rekeninghouder bij een andere kredietinstelling is geopend ten behoeve van elke cliënt, wanneer aan bepaalde criteria is voldaan. Om het risico van dubbele betaling in dergelijke situaties te vermijden, moeten eventuele vorderingen van cliënten met betrekking tot bedragen die de rekeninghouder namens hen houdt, worden verminderd met het bedrag dat door het depositogarantiestelsel rechtstreeks aan die cliënten wordt terugbetaald. De EBA moet daarom ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om de technische details te specificeren met betrekking tot de identificatie van cliënten met het oog op terugbetaling, de criteria voor terugbetaling aan de rekeninghouder ten behoeve van elke cliënt of rechtstreeks aan de cliënt, en de regels om meerdere vorderingen om uitbetaling aan dezelfde begunstigde te voorkomen.

(15) Bij het terugbetalen van deposanten kunnen depositogarantiestelsels in situaties terechtkomen die aanleiding geven tot bezorgdheid over het witwassen van geld. Het depositogarantiestelsel moet daarom de uitbetaling aan een deposant weigeren wanneer een financiële-inlichtingeneenheid een bank- of betaalrekening heeft geschorst overeenkomstig de toepasselijke antiwitwasregels.

(16) Artikel 9 van Richtlijn 2014/49/EU bepaalt dat wanneer een depositogarantiestelsel betalingen verricht in het kader van een afwikkelingsprocedure, het depositogarantiestelsel een vordering heeft tegen de betrokken kredietinstelling voor een bedrag dat gelijk is aan de betalingen en die vordering in de rangorde dezelfde plaats moet bekleden als gedekte deposito’s. In deze bepaling wordt geen onderscheid gemaakt tussen de bijdrage van een depositogarantiestelsel wanneer een open-bank bail-in-instrument wordt gebruikt, en de bijdrage van een depositogarantiestelsel aan de financiering van een overdrachtsstrategie (verkoop van een bedrijf of instrument van de overbruggingsinstelling), gevolgd door liquidatie van de rest van de entiteit. Om duidelijkheid en rechtszekerheid te garanderen met betrekking tot het bestaan en het bedrag van een vordering van een depositogarantiestelsel in verschillende scenario’s, moet worden gespecificeerd dat wanneer het depositogarantiestelsel bijdraagt tot de ondersteuning van de verkoop van een bedrijfsinstrument of van de toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling, of alternatieve maatregelen, waarbij een reeks activa, rechten en passiva, waaronder deposito’s, van de kredietinstelling wordt overgedragen aan een ontvanger, dat depositogarantiestelsel bij de daaropvolgende liquidatieprocedure op grond van nationaal recht een vordering op de rest van de entiteit moet hebben. Om ervoor te zorgen dat de aandeelhouders en crediteuren van de kredietinstelling die achterblijft in de rest van de entiteit de verliezen van die kredietinstelling effectief opvangen en de mogelijkheid van terugbetalingen bij insolventie aan het depositogarantiestelsel verbeteren, moet de vordering van het depositogarantiestelsel in de rangorde dezelfde plaats bekleden als de vordering van de deposanten. Indien het open-bank bail-in-instrument wordt toegepast (d.w.z. wanneer de kredietinstelling haar activiteiten voortzet), draagt het depositogarantiestelsel bij tot het bedrag waarmee gedekte deposito’s zouden zijn afgeschreven of omgerekend om de verliezen in die kredietinstelling op te vangen, indien gedekte deposito’s binnen het toepassingsgebied van de bail-in waren opgenomen. Daarom mag de bijdrage van het depositogarantiestelsel niet resulteren in een vordering tegen de instelling in afwikkeling, aangezien dit het doel van de bijdrage van het depositogarantiestelsel teniet zou doen.

(17) Om te zorgen voor convergentie van de praktijken van depositogarantiestelsels en rechtszekerheid voor deposanten om aanspraak te maken op hun deposito’s, en om operationele hindernissen voor depositogarantiestelsels te vermijden, is het belangrijk om een voldoende lange termijn vast te stellen waarbinnen deposanten aanspraak kunnen maken op terugbetaling van hun deposito’s, in die gevallen waarin het depositogarantiestelsel deposanten niet binnen de in artikel 8 van Richtlijn 2014/49/EU vastgestelde termijnen heeft terugbetaald in het geval van een uitbetaling.

(18) De lidstaten zorgen er op grond van artikel 10, lid 2, van Richtlijn 2014/49/EU, voor dat de beschikbare financiële middelen van een depositogarantiestelsel uiterlijk op 3 juli 2024 ten minste een streefbedrag hebben bereikt dat gelijk is aan 0,8 % van het bedrag van de gedekte deposito’s van de deelnemers. Om objectief te beoordelen of depositogarantiestelsels aan dat vereiste voldoen, moet een duidelijke referentieperiode worden vastgesteld om het bedrag van de gedekte deposito’s en de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels te bepalen.

(19) Om de veerkracht van depositogarantiestelsels te waarborgen, moeten hun middelen afkomstig zijn van stabiele en onherroepelijke bijdragen. Bepaalde bronnen van financiering van depositogarantiestelsels, waaronder leningen en verwachte terugvorderingen, zijn te resultaatafhankelijk om als bijdragen te worden meegenomen bij het bereiken van het streefbedrag van het depositogarantiestelsel. Om de voorwaarden voor het bereiken van hun streefbedrag te harmoniseren en om ervoor te zorgen dat de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels worden gefinancierd door bijdragen van de sector, moeten middelen die in aanmerking wordt genomen voor het bereiken van het streefbedrag worden onderscheiden van middelen die worden beschouwd als aanvullende financieringsbronnen. Uitstromen van middelen van een depositogarantiestelsel, met inbegrip van te verwachten aflossingen van leningen, kunnen worden gepland en verwerkt in de reguliere bijdragen van deelnemers aan het depositogarantiestelsel, en mogen daarom niet leiden tot een daling van de beschikbare financiële middelen tot onder het streefbedrag. Om die reden moet worden gespecificeerd dat, nadat het streefbedrag voor het eerst is bereikt, alleen een tekort aan beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel als gevolg van een interventie van het depositogarantiestelsel (uitbetaling of preventieve, afwikkelings- of alternatieve maatregelen) een aanvullingsperiode van zes jaar kan doen ingaan. Om een consistente toepassing te waarborgen, moet de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen waarin de methode voor de berekening van het streefbedrag voor de depositogarantiestelsels wordt gespecificeerd.

(20) De beschikbare financiële middelen van een depositogarantiestelsel moeten onmiddellijk kunnen worden gebruikt in het geval van plotselinge uitbetalingen of andere interventies. Gezien de verschillende praktijken in de Unie is het passend vereisten vast te stellen voor de beleggingsstrategie van depositogarantiestelsels om eventuele negatieve gevolgen voor het vermogen van een depositogarantiestelsel om zijn taak te vervullen, te beperken. Wanneer een depositogarantiestelsel niet bevoegd is om de beleggingsstrategie vast te stellen, moet de autoriteit, of het orgaan of de entiteit in de lidstaat die verantwoordelijk is voor het bepalen van de beleggingsstrategie, bij het bepalen van die beleggingsstrategie ook de beginselen met betrekking tot diversificatie en beleggingen in activa met een laag risico respecteren. Om de volledige operationele onafhankelijkheid en flexibiliteit van het depositogarantiestelsel te behouden wat betreft toegang tot zijn middelen, moeten, wanneer middelen van een depositogarantiestelsel bij de schatkist worden gedeponeerd, deze middelen worden geoormerkt en op een afzonderlijke rekening worden geplaatst.

(21) De optie om de beschikbare financiële middelen van een depositogarantiestelsel bijeen te brengen door verplichte bijdragen die door de deelnemende instellingen worden betaald aan bestaande stelsels van verplichte bijdragen die door een lidstaat zijn ingesteld om de kosten in verband met het systeemrisico te dekken, is nooit gebruikt en moet daarom worden afgeschaft.

(22) Het is noodzakelijk om de deposantenbescherming te verbeteren, waarbij tegelijkertijd wordt vermeden dat de activa van een depositogarantiestelsel tegen afbraakprijzen worden verkocht en mogelijke negatieve procyclische effecten op de banksector als gevolg van de inning van buitengewone bijdragen worden beperkt. Depositogarantiestelsels moeten daarom gebruik kunnen maken van alternatieve financieringsregelingen die hen in staat stellen om op elk moment kortlopende financiering te verkrijgen uit andere bronnen dan bijdragen, onder meer voordat ze hun beschikbare financiële middelen die via buitengewone bijdragen zijn geïnd, gebruiken. Aangezien kredietinstellingen in de eerste plaats de kosten en verantwoordelijkheid voor de financiering van depositogarantiestelsels moeten dragen, mogen alternatieve financieringsregelingen uit overheidsmiddelen alleen als laatste redmiddel worden gebruikt.

(23) Om te zorgen voor voldoende gediversifieerde belegging van de middelen van depositogarantiestelsels en convergentie van hun praktijken, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om depositogarantiestelsels in dat verband sturing te bieden.

(24) Hoewel de primaire rol van depositogarantiestelsels de terugbetaling van gedekte deposanten is, kunnen interventies anders dan uitbetaling kosteneffectiever blijken voor depositogarantiestelsels en zorgen voor een ononderbroken toegang tot deposito’s door overdrachtsstrategieën te faciliteren. Depositogarantiestelsels kunnen verplicht zijn om bij te dragen aan de afwikkeling van kredietinstellingen. Daarnaast kunnen depositogarantiestelsels in sommige lidstaten preventieve maatregelen financieren om de levensvatbaarheid van kredietinstellingen op lange termijn te herstellen, of alternatieve maatregelen in geval van insolventie. Hoewel dergelijke preventieve en alternatieve maatregelen de bescherming van deposito’s aanzienlijk kunnen verbeteren, is het noodzakelijk om dergelijke maatregelen aan passende waarborgen te onderwerpen, onder meer in de vorm van een geharmoniseerde laagstekostentoets, om te zorgen voor een gelijk speelveld en de doeltreffendheid en kostenefficiëntie van dergelijke maatregelen. Dergelijke waarborgen zouden alleen van toepassing moeten zijn op interventies die worden gefinancierd met de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel die op grond van deze richtlijn zijn gereglementeerd.

(25) Maatregelen om het falen van een kredietinstelling te voorkomen door middel van voldoende vroegtijdige interventies kunnen een effectieve rol spelen in het continuüm van crisisbeheerinstrumenten om het vertrouwen en de financiële stabiliteit van deposanten te handhaven. Deze maatregelen kunnen verschillende vormen aannemen: kapitaalondersteunende maatregelen via eigenvermogensinstrumenten (waaronder tier 1-kernkapitaalinstrumenten) of andere kapitaalinstrumenten, garanties of leningen. Depositogarantiestelsels hebben op heterogene wijze toegang gehad tot deze maatregelen. Om het continuüm van crisisbeheerinstrumenten en de toepassing van preventieve maatregelen te waarborgen op een wijze die in overeenstemming is met het afwikkelingskader en de staatssteunregels, is het noodzakelijk het tijdschema en de voorwaarden voor de toepassing ervan te specificeren. Preventieve maatregelen zijn niet geschikt om geleden verliezen op te vangen wanneer de kredietinstelling al faalt of dreigt te falen, en moeten vroegtijdig worden genomen om verslechtering van de financiële situatie van de bank te voorkomen. De aangewezen autoriteiten moeten daarom nagaan of aan de voorwaarden voor een dergelijke interventie door het depositogarantiestelsel is voldaan. Tot slot mogen deze voorwaarden voor het gebruik van de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel geen afbreuk doen aan de beoordeling door de bevoegde autoriteit of een institutioneel protectiestelsel voldoet aan de criteria van artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad 41 .

(26) Om ervoor te zorgen dat preventieve maatregelen hun doel bereiken, moeten kredietinstellingen worden verplicht een nota op te stellen waarin de maatregelen worden beschreven die zij toezeggen te zullen nemen. Het opstellen van een dergelijke nota mag voor de kredietinstelling niet te belastend en tijdrovend zijn, om ervoor te zorgen dat het depositogarantiestelsel vroeg genoeg kan ingrijpen. Daarom moet de nota van preventieve maatregelen de vorm aannemen van een voldoende beknopte toelichting. Deze nota moet alle elementen bevatten die tot doel hebben de uitstroom van middelen te voorkomen en de kapitaal- en liquiditeitspositie van de kredietinstelling te versterken, zodat de kredietinstelling op een toekomstgerichte basis kan voldoen aan alle relevante prudentiële en andere wettelijke vereisten. Deze nota moet daarom kapitaalverhogende maatregelen bevatten, waaronder regels inzake de uitgifte van rechten, de vrijwillige omzetting van achtergestelde schuldinstrumenten, passivabeheerexercities, kapitaalgenererende verkopen van activa, de securitisatie van portefeuilles, en winstbehoud, waaronder een verbod op dividenduitkering en een verbod op de verwerving van deelnemingen in ondernemingen. Om dezelfde reden moeten kredietinstellingen tijdens de uitvoering van de in de nota opgenomen maatregelen ook hun liquiditeitspositie versterken en zich onthouden van agressieve handelspraktijken en van de terugkoop van eigen aandelen of het terugbetalen van hybride kapitaalinstrumenten. Deze nota moet ook een exitstrategie bevatten voor alle ontvangen steunmaatregelen. De bevoegde autoriteiten zijn het best geplaatst om te worden geraadpleegd over de relevantie en geloofwaardigheid van de maatregelen die in de nota worden overwogen. Om ervoor te zorgen dat de aangewezen autoriteiten van het depositogarantiestelsel dat door de kredietinstelling wordt verzocht een preventieve maatregel te financieren, kunnen beoordelen of aan alle voorwaarden voor preventieve maatregelen is voldaan, moeten de bevoegde autoriteiten samenwerken met de aangewezen autoriteiten. Om te zorgen voor een consistente aanpak van de toepassing van preventieve maatregelen in de hele Unie, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om kredietinstellingen te helpen bij het opstellen van een dergelijke nota.

(27) Om ervoor te zorgen dat kredietinstellingen die steun ontvangen van depositogarantiestelsels in de vorm van preventieve maatregelen hun verplichtingen nakomen, moeten de bevoegde autoriteiten kredietinstellingen die hun verplichtingen niet zijn nagekomen, om een plan van corrigerende maatregelen vragen. Wanneer een bevoegde autoriteit van mening is dat de maatregelen in dit plan niet voldoende zijn om te zorgen voor levensvatbaarheid van de kredietinstelling op lange termijn, mag het depositogarantiestelsel de kredietinstelling geen verdere preventieve steun verlenen. Om te zorgen voor een consistente aanpak van de toepassing van preventieve maatregelen in de hele Unie, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om kredietinstellingen te helpen bij het opstellen van een dergelijk plan van corrigerende maatregelen.

(28) Om nadelige gevolgen voor de mededinging en voor de interne markt te voorkomen, moet worden bepaald dat in geval van alternatieve insolventiemaatregelen, de relevante organen die een kredietinstelling vertegenwoordigen in het kader van nationale insolventieprocedures (vereffenaar, curator, bewindvoerder of een ander orgaan) regelingen treffen om de activiteiten van de kredietinstelling of een deel ervan te verkopen in een open, transparant en niet-discriminerend proces, waarbij wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke verkoopprijs. De kredietinstelling of elke bemiddelaar die namens de kredietinstelling optreedt, moet regels toepassen die geschikt zijn voor de verkoop van activa, rechten en passiva die aan potentiële verkrijgers worden overgedragen. In ieder geval moet het gebruik van staatsmiddelen onderworpen blijven aan de relevante staatssteunregels van het Verdrag, indien van toepassing.

(29) Aangezien het hoofddoel van depositogarantiestelsels is om gedekte deposito’s te beschermen, mogen depositogarantiestelsels alleen interventies anders dan uitbetalingen financieren wanneer dergelijke interventies goedkoper zijn dan uitbetalingen. De ervaring met de toepassing van die regel (“laagstekostentoets”) heeft verschillende tekortkomingen aan het licht gebracht, aangezien het huidige kader niet gedetailleerd beschrijft hoe de kosten van die interventies en de kosten van de uitbetaling moeten worden bepaald. Om te zorgen voor een consistente toepassing van de laagstekostentoets in de hele Unie, is het noodzakelijk de berekening van die kosten te specificeren. Tegelijkertijd moeten buitensporig strenge voorwaarden worden vermeden die het gebruik van middelen van depositogarantiestelsels voor interventies anders dan uitbetaling in feite onmogelijk zouden maken. Bij de uitvoering van de laagstekostentoets moeten depositogarantiestelsels eerst verifiëren dat de kosten voor de financiering van de geselecteerde maatregel lager zijn dan de kosten voor de terugbetaling van gedekte deposito’s. Bij de methode voor de laagstekostentoets moet rekening worden gehouden met de tijdswaarde van geld.

(30) Liquidatie kan een langdurig proces zijn, waarvan de efficiëntie afhangt van de efficiëntie van de nationale rechterlijke instanties, insolventieregelingen, individuele bankkenmerken en de omstandigheden van het falen van een instelling. Voor interventies door het depositogarantiestelsel als onderdeel van alternatieve maatregelen moet de laagstekostentoets gebaseerd zijn op de waardering van de activa en passiva van de kredietinstelling, zoals vastgelegd in artikel 36, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, en de waardering zoals vastgelegd in artikel 36, lid 8, van die richtlijn. De precieze evaluatie van de terugvorderingen van liquidaties kan echter een uitdaging zijn in de context van de laagstekostentoets voor preventieve maatregelen, die vermoedelijk al lang vóór een voorzienbare liquidatie plaatsvinden. Daarom moet het nulscenario voor de laagstekostentoets voor preventieve maatregelen dienovereenkomstig worden aangepast, en in ieder geval moeten de verwachte terugvorderingen worden beperkt tot een redelijk bedrag op basis van terugvorderingen in eerdere uitbetalingsgebeurtenissen.

(31) De aangewezen autoriteiten moeten een raming maken van de kosten van de maatregel voor het depositogarantiestelsel, onder meer na de terugbetaling van een lening, een kapitaalinjectie of het gebruik van een garantie, na aftrek van verwachte inkomsten, operationele kosten en potentiële verliezen, ten opzichte van een nulscenario gebaseerd op een hypothetisch eindverlies aan het einde van de insolventieprocedure, waarbij rekening moet worden gehouden met terugvorderingen van het depositogarantiestelsel als onderdeel van de liquidatieprocedure van een bank. Om een eerlijk en vollediger beeld te geven van de werkelijke kosten van de terugbetaling aan deposanten, moet de raming van het verlies als gevolg van de terugbetaling van gedekte deposito’s ook de kosten omvatten die indirect verband houden met de terugbetaling aan deposanten. Dergelijke kosten moeten de kosten van de aanvulling van het depositogarantiestelsel omvatten en de kosten die het depositogarantiestelsel zou kunnen dragen als gevolg van het gebruik van alternatieve financiering. Om te zorgen voor een consistente toepassing van de laagstekostentoets moet de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen met betrekking tot de methode voor de berekening van de kosten van verschillende interventies door het depositogarantiestelsel. Om ervoor te zorgen dat de methode voor de laagstekostentoets consistent is met de wettelijke of contractuele taak van het depositogarantiestelsel wat preventieve maatregelen betreft, moet de EBA bij de ontwikkeling van deze ontwerpen van technische reguleringsnormen rekening houden met de relevantie van preventieve maatregelen in de methode voor de berekening van de uitbetaling in het nulscenario.

(32) Om de geharmoniseerde bescherming van deposanten te verbeteren en de respectieve verantwoordelijkheden in de hele Unie te specificeren, moet het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst zorgen voor de uitbetaling aan deposanten die gevestigd zijn in lidstaten waar de kredietinstellingen die deelnemen aan het depositogarantiestelsel deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen aannemen door depositodiensten aan te bieden op grensoverschrijdende basis zonder dat zij in de lidstaat van ontvangst gevestigd zijn. Om de uitbetalingstransacties en het verstrekken van informatie aan deposanten te vergemakkelijken, moet het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst kunnen fungeren als contactpunt voor deposanten bij kredietinstellingen die gebruikmaken van de vrijheid van dienstverrichting.

(33) De samenwerking tussen depositogarantiestelsels in de hele Unie is essentieel om te zorgen voor een snelle en kostenefficiënte terugbetaling aan deposanten wanneer kredietinstellingen bankdiensten verrichten via bijkantoren in andere lidstaten. Met het oog op de technologische vooruitgang die het gebruik van grensoverschrijdende overdrachten en identificatie op afstand bevordert, moet het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst rechtstreeks de terugbetalingen kunnen verrichten aan deposanten bij bijkantoren in een andere lidstaat, mits de administratieve lasten en kosten lager zijn dan wanneer de terugbetaling zou worden uitgevoerd door het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst. Die flexibiliteit moet een aanvulling vormen op het huidige samenwerkingsmechanisme, waarbij het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst de deposanten bij bijkantoren moet terugbetalen namens het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst. Om het vertrouwen van de deposanten in zowel de lidstaten van ontvangst als van herkomst te behouden, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om de depositogarantiestelsels bij te staan bij deze samenwerking, onder meer door een lijst van voorwaarden voor te stellen waaronder een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst kan besluiten om deposanten bij bijkantoren in de lidstaat van ontvangst terug te betalen.

(34) Kredietinstellingen kunnen hun deelneming aan een depositogarantiestelsel wijzigen omdat zij hun hoofdkantoor naar een andere lidstaat verplaatsen of hun dochteronderneming omzetten in een bijkantoor, of omgekeerd. Artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2014/49/EU vereist dat de bijdragen van die kredietinstelling die in de twaalf maanden voorafgaand aan de overdracht zijn betaald, naar het andere depositogarantiestelsel worden overgedragen in verhouding tot het bedrag van de overgedragen gedekte deposito’s. Om ervoor te zorgen dat de overdracht van bijdragen aan het ontvangende depositogarantiestelsel niet afhankelijk is van uiteenlopende nationale regels inzake facturering of de feitelijke datum van betaling van bijdragen, moet het depositogarantiestelsel van herkomst het over te dragen bedrag berekenen op basis van verschuldigde bijdragen in plaats van de betaalde bijdragen.

(35) Het is noodzakelijk om te zorgen voor een gelijke bescherming van deposanten in de hele Unie, die niet volledig kan worden gegarandeerd door een stelsel voor gelijkwaardigheidsbeoordeling van deposantenbescherming in derde landen. Om die reden moeten bijkantoren in de Unie van een kredietinstelling met het hoofdkantoor in een derde land zich aansluiten bij een depositogarantiestelsel in de lidstaat waar zij hun depositoactiviteiten uitvoeren. Dat vereiste zou ook zorgen voor consistentie met de Richtlijnen 2013/36/EU en 2014/59/EU, die gericht zijn op de invoering van een robuuster prudentieel en afwikkelingskader voor groepen uit derde landen die bankdiensten verlenen in de Unie. Omgekeerd moet worden voorkomen dat depositogarantiestelsels worden blootgesteld aan de economische en financiële risico’s van derde landen. Deposito’s in bijkantoren die door kredietinstellingen van de Unie in derde landen zijn gevestigd, moeten daarom niet worden beschermd.

(36) Gestandaardiseerde en regelmatige openbaarmaking van informatie vergroot het bewustzijn van deposanten over depositobescherming. Om de openbaarmakingsvereisten af te stemmen op de technologische ontwikkelingen, moet in deze vereisten rekening worden gehouden met de nieuwe digitale communicatiekanalen die kredietinstellingen gebruiken voor de communicatie met hun deposanten. Deposanten moeten duidelijke en homogene informatie verkrijgen waarin hun depositobescherming wordt toegelicht en tegelijkertijd moeten de daarmee samenhangende administratieve lasten voor kredietinstellingen of depositogarantiestelsels worden beperkt. De EBA moet de opdracht krijgen om ontwerpen van technische uitvoeringsnormen te ontwikkelen om enerzijds de inhoud en het formaat te specificeren van het informatieblad voor deposanten dat jaarlijks aan deposanten moet worden verstrekt, en anderzijds de modelinformatie die depositogarantiestelsels of kredietinstellingen in specifieke situaties aan deposanten moeten verstrekken, waaronder fusies van kredietinstellingen, de vaststelling dat deposito’s niet beschikbaar zijn of de terugbetaling van deposito’s van cliëntengelden.

(37) De fusie van een kredietinstelling of de omzetting van een dochteronderneming in een bijkantoor of omgekeerd kan gevolgen hebben voor de belangrijkste kenmerken van deposantenbescherming. Om negatieve gevolgen te vermijden voor deposanten die deposito’s hebben bij beide fuserende banken en wier aanspraak op depositodekking zou afnemen als gevolg van wijzigingen in de deelneming aan het depositogarantiestelsel, moeten alle deposanten op de hoogte worden gesteld van dergelijke wijzigingen en moeten zij het recht hebben hun geld boetevrij op te nemen tot een bedrag dat gelijk staat aan de verloren dekking van deposito’s.

(38) Om de financiële stabiliteit te behouden, besmetting te voorkomen en, indien van toepassing, deposanten in staat te stellen hun rechten uit te oefenen om aanspraak te maken op deposito’s, moeten de betrokken autoriteiten, depositogarantiestelsels en kredietinstellingen de deposanten informeren over het feit dat deposito’s niet meer beschikbaar zijn.

(39) Om de transparantie voor deposanten te vergroten en de financiële robuustheid en het vertrouwen tussen depositogarantiestelsels bij de uitvoering van hun taak te bevorderen, moeten de huidige verslagleggingsvereisten worden verbeterd. Voortbouwend op de huidige vereisten die depositogarantiestelsels in staat stellen alle nodige informatie op te vragen bij deelnemende instellingen om zich voor te bereiden op een uitbetaling, moeten depositogarantiestelsels ook de informatie kunnen opvragen die nodig is om zich voor te bereiden op een uitbetaling in het kader van grensoverschrijdende samenwerking. Op verzoek van een depositogarantiestelsel moeten de deelnemende instellingen worden verplicht algemene informatie te verstrekken over alle belangrijke grensoverschrijdende activiteiten in andere lidstaten. Om de EBA voldoende informatie te verstrekken over de ontwikkeling van de beschikbare financiële middelen van de depositogarantiestelsels en over het gebruik van deze middelen, moeten de lidstaten er eveneens voor zorgen dat depositogarantiestelsels de EBA jaarlijks informeren over het bedrag aan gedekte deposito’s en beschikbare financiële middelen, en de EBA op de hoogte brengen van de omstandigheden die hebben geleid tot het gebruik van middelen van het depositogarantiestelsel voor uitbetalingen of andere maatregelen. Om de versterkte rol weer te geven van depositogarantiestelsels bij crisisbeheer,die tot doel heeft het gebruik van middelen van depositogarantiestelsels bij afwikkeling te vergemakkelijken, moeten depositogarantiestelsels ten slotte het recht hebben om de samenvatting van de afwikkelingsplannen van kredietinstellingen te ontvangen, zodat zij in het algemeen beter voorbereid zijn om de middelen beschikbaar te stellen.

(40) Technische normen voor financiële diensten moeten een consistente harmonisatie en een afdoende deposantenbescherming in de hele Unie vergemakkelijken. Als orgaan met hooggespecialiseerde expertise zou het efficiënt en passend zijn om de EBA te belasten met de ontwikkeling van ontwerpen van technische regulerings- en uitvoeringsnormen die geen beleidskeuzen inhouden, voor vaststelling door de Commissie.

(41) De Commissie dient, indien vastgesteld in deze richtlijn, de door de EBA ontwikkelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 VWEU, in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad 42 , waarmee het volgende wordt gespecificeerd: a) de technische details met betrekking tot de identificatie van cliënten van financiële instellingen voor de uitbetaling van deposito’s van cliëntengelden, de criteria voor terugbetaling aan de rekeninghouder ten behoeve van elke cliënt of rechtstreeks aan de cliënt, en de regels ter voorkoming van meerdere uitbetalingen aan dezelfde begunstigde; b) de methode voor de laagstekostentoets; en c) de methode voor de berekening van de beschikbare financiële middelen die in aanmerking komen voor het streefbedrag.

(42) De Commissie dient, waar voorzien in deze richtlijn, de door de EBA ontwikkelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 291 VWEU, in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, waarmee het volgende wordt gespecificeerd: a) de inhoud en het formaat van het informatieblad voor deposanten, het model voor informatie dat depositogarantiestelsels of kredietinstellingen aan deposanten moeten verstrekken; b) de procedures die moeten worden gevolgd bij het verstrekken van informatie door kredietinstellingen aan hun depositogarantiestelsel, en door depositogarantiestelsels en aangewezen autoriteiten aan de EBA, en de modellen voor het verstrekken van die informatie.

(43) Richtlijn 2014/49/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(44) Om bijkantoren van kredietinstellingen met het hoofdkantoor buiten de Unie die niet deelnemen aan een in de Unie gevestigd depositogarantiestelsel toe te staan zich bij een depositogarantiestelsel van de Unie aan te sluiten, moeten deze bijkantoren voldoende tijd krijgen om de nodige stappen te ondernemen om aan dat vereiste te voldoen.

(45) Richtlijn 2014/49/EU stelt lidstaten in staat institutionele protectiestelsels (IPS) als depositogarantiestelsels te erkennen indien zij voldoen aan de criteria van artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, alsook aan Richtlijn 2014/49/EU. Om rekening te houden met het specifieke bedrijfsmodel van deze institutionele protectiestelsels, in het bijzonder met de relevantie van preventieve maatregelen die de kern van hun taak zijn, is het passend om de lidstaten de mogelijkheid te bieden om institutionele protectiestelsels toe te staan zich binnen een periode van zes jaar aan te passen aan de nieuwe waarborgen voor de toepassing van preventieve maatregelen. Deze mogelijk langere nalevingsperiode houdt rekening met het tijdschema voor de opbouw van een gescheiden fonds voor andere IPS-doeleinden dan depositoverzekeringen, zoals overeengekomen tussen de Europese Centrale Bank, de nationale bevoegde autoriteit en de relevante institutionele protectiestelsels.

(46) Om depositogarantiestelsels en aangewezen autoriteiten in staat te stellen de nodige operationele capaciteit op te bouwen om de nieuwe regels inzake het gebruik van preventieve maatregelen toe te passen, is het passend te voorzien in een uitgestelde toepassing van die nieuwe regels.

(47) Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het waarborgen van een uniforme bescherming van deposanten in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt vanwege de risico’s die uiteenlopende nationale benaderingen met zich mee kunnen brengen voor de integriteit van de interne markt, maar door wijziging van regels die al op het niveau van de Unie zijn vastgesteld, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in datzelfde artikel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.