Overwegingen bij COM(2025)80 - Proposal for a DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Directives (EU) 2022/2464 and (EU) 2024/1760 as regards the dates from which Member States are to apply certain corporate sustainability reporting and due diligence requirements - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2025)80 - Proposal for a DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Directives (EU) 2022/2464 and (EU) 2024/1760 ... |
---|---|
document | COM(2025)80 |
datum | 26 februari 2025 |
(2) De Commissie heeft de vaste wil om rapportagedruk terug te dringen en het concurrentievermogen te versterken. In dat verband is het noodzakelijk om in de Richtlijnen (EU) 2022/246420 en (EU) 2024/176021 van het Europees Parlement en de Raad gerichte wijzigingen door te voeren, zonder afbreuk te doen aan de beleidsdoelstellingen van de Europese Green Deal22 en het actieplan duurzame financiering23.
(3) Artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2464 specificeert de datums vanaf wanneer de lidstaten de in Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad24 bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage moeten toepassen, waarbij die datums verschillen afhankelijk van de grootte van de betrokken onderneming. Grote ondernemingen die organisaties van openbaar belang zijn en gemiddeld meer dan 500 werknemers hebben over het boekjaar, en organisaties van openbaar belang die moederondernemingen zijn van een grote groep met gemiddeld meer dan 500 werknemers, op zijn balansdatum, op geconsolideerde basis, over het boekjaar, moeten in 2025 rapporteren over boekjaren die op of na 1 januari 2024 aanvangen. De overige grote ondernemingen en de overige moederondernemingen van een grote groep moeten in 2026 rapporteren over boekjaren die op of na 1 januari 2025 aanvangen. Kleine en middelgrote ondernemingen (mkb-bedrijven), met uitzondering van micro-ondernemingen, kleine en niet-complexe instellingen en (her)verzekeringscaptives, moeten in 2027 rapporteren over boekjaren die op of na 1 januari 2026 aanvangen. Gelet op de lopende initiatieven van de Commissie om een aantal bestaande verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage te vereenvoudigen en de daarmee samenhangende regeldruk voor ondernemingen terug te dringen, om rechtszekerheid te verschaffen en om te voorkomen dat ondernemingen die momenteel moeten rapporteren voor boekjaren die op of na 1 januari 2025 en op of na 1 januari 2026 aanvangen, nodeloze en vermijdbare kosten moeten maken, moeten de verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage voor die ondernemingen in beide gevallen met twee jaar worden uitgesteld.
(4) Artikel 5, lid 2, derde alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2464 specificeert de datums vanaf wanneer de lidstaten de in Richtlijn 2004/109/EU van het Europees Parlement en de Raad25 bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage moeten toepassen, waarbij die datums verschillen afhankelijk van de grootte van de betrokken onderneming. Emittenten die grote ondernemingen zijn met gemiddeld meer dan 500 werknemers over het boekjaar en emittenten die moederondernemingen zijn van een grote groep met gemiddeld meer dan 500 werknemers, op zijn balansdatum, op geconsolideerde basis, over het boekjaar, moeten in 2025 rapporteren over boekjaren die op of na 1 januari 2024 aanvangen. De overige emittenten die grote ondernemingen zijn, en de overige emittenten die moederondernemingen van een grote groep zijn, moeten in 2026 rapporteren over boekjaren die op of na 1 januari 2025 aanvangen. Emittenten die kleine en middelgrote ondernemingen zijn, met uitzondering van micro-ondernemingen, kleine en niet-complexe instellingen en (her)verzekeringscaptives, moeten in 2027 rapporteren over boekjaren die op of na 1 januari 2026 aanvangen. Gelet op de lopende initiatieven van de Commissie om een aantal bestaande verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage te vereenvoudigen en de daarmee samenhangende regeldruk voor ondernemingen terug te dringen, om rechtszekerheid te verschaffen en om te voorkomen dat de emittenten die momenteel moeten rapporteren voor boekjaren die op of na 1 januari 2025 en op of na 1 januari 2026 aanvangen, nodeloze en vermijdbare kosten moeten maken, moeten de verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage voor die ondernemingen in beide gevallen met twee jaar worden uitgesteld.
(5) De datum tegen wanneer de lidstaten Richtlijn (EU) 2024/1760 moeten toepassen, moet met één jaar worden uitgesteld voor de eerste groep ondernemingen die onder die richtlijn vallen, om ondernemingen meer tijd te geven zich voor te bereiden op de vereisten van die richtlijn en hun de kans te geven rekening te houden met de richtsnoeren die de Commissie zal publiceren over de vraag hoe zij hun due-diligenceverplichtingen praktisch moeten nakomen.
(6) Voorts moet, in het licht van het parallelle wetgevingsvoorstel dat inzet op het vereenvoudigen van het duurzaamheidsraamwerk en het verminderen van de druk voor ondernemingen, de termijn voor de lidstaten om Richtlijn (EU) 2024/1760 om te zetten, met één jaar worden verlengd om rekening te houden met mogelijke vertragingen bij lopende omzettingsinspanningen als gevolg van eventuele wijzigingen van die richtlijn.
(7) Daar de doelstellingen van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.
(8) De Richtlijnen (EU) 2022/2464 en (EU) 2024/1760 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(9) Wegens de urgentie en om zo snel mogelijk rechtszekerheid te bieden, moet deze richtlijn in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan.