Overwegingen bij COM(2025)107 - Schorsing van bepaalde delen van Verordening (EU) 2015/478 wat betreft de invoer van Oekraïense producten in de EU - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2025)107 - Schorsing van bepaalde delen van Verordening (EU) 2015/478 wat betreft de invoer van Oekraïense producten in de EU. |
---|---|
document | COM(2025)107 |
datum | 7 maart 2025 |
(2) De Associatieovereenkomst versterkt en verruimt de betrekkingen tussen de partijen op ambitieuze en innoverende wijze, om geleidelijke economische integratie te vergemakkelijken en tot stand te brengen, en om dit te doen met inachtneming van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de partijen in de Wereldhandelsorganisatie.
(3) Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 20154 voorziet in een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit de meeste derde landen, waaronder Oekraïne. Zij bevat ook bepalingen inzake toezicht en vrijwaringsmaatregelen.
(4) De niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde grootschalige Russische invasie van Oekraïne heeft sinds 24 februari 2022 ernstige negatieve gevolgen gehad voor het vermogen van Oekraïne om handel te drijven met de rest van de wereld. Dit was bijvoorbeeld het geval voor ijzer en staal, vanwege de bezetting of vernieling van installaties voor de productie van ijzer en staal. Dit was ook het geval voor andere delen van de Oekraïense economie.
(5) In deze omstandigheden en om de negatieve economische gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne te verzachten, is het passend om ten behoeve van Oekraïne de invoer van oorsprong uit Oekraïne in de Unie vrij te stellen van toezicht en vrijwaringsmaatregelen van de Unie. Daarvoor moeten verschillende bepalingen van Verordening (EU) 2015/478 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer worden geschorst wat de invoer uit Oekraïne betreft.
(6) De Commissie moet de toepassing van deze verordening ten aanzien van een specifiek product tijdelijk kunnen schorsen door middel van een uitvoeringshandeling. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad5. Die schorsing moet lang genoeg duren om de Commissie in staat te stellen een voorstel in te dienen en om het Parlement en de Raad in staat te stellen een verordening tot schorsing, wijziging of beëindiging van deze verordening vast te stellen.
(7) Deze verordening moet gedurende drie jaar van toepassing zijn en de toepassing ervan moet stilzwijgend met termijnen van drie jaar worden verlengd, tenzij en tot het Europees Parlement of de Raad zich drie maanden vóór de datum van het verstrijken tegen deze verlenging verzet.
(8) In het licht van het naderende verstrijken, op 5 juni 2025, van Verordening (EU) 2024/1392 van het Europees Parlement en de Raad6, die onder meer gevolgen heeft die gelijkwaardig zijn aan de gevolgen van deze verordening, moet deze verordening in werking treden op 6 juni 2025.