Overwegingen bij COM(2025)100 - Niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
dossier COM(2025)100 - Niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed.
document COM(2025)100
datum 11 maart 2025
 
(1) Statistieken over ontwikkelingen op de vastgoedmarkten zijn van essentieel belang voor de economische en monetaire beleidsvorming, voor de monitoring van systeemrisico’s en voor het sturen van macroprudentiële beleidsvorming.

(2) Het Europees Comité voor systeemrisico’s (European Systemic Risk Board – ESRB) heeft in zijn aanbeveling van 31 oktober 2016(2) lacunes vastgesteld in gegevens met betrekking tot financiële en niet-financiële statistieken over de markten voor niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed. De lacunes in de gegevens bemoeilijken de verrichting van de taak van het ESRB.

(3) Terwijl de Europese Centrale Bank en het Europees Stelsel van centrale banken financiële statistieken over de onroerend-goedmarkten ontwikkelen, vallen niet-financiële statistieken onder de verantwoordelijkheid van de Commissie (Eurostat) en het Europees statistisch systeem.

(4) Uit macroprudentieel oogpunt heeft niet-zakelijk onroerend goed betrekking op onroerend goed dat bestemd is of gebruikt wordt voor bewoning, hetzij bestaand of in aanbouw, en dat wordt verworven door of eigendom is van een natuurlijke persoon. De Commissie (Eurostat) publiceert reeds statistieken over niet-zakelijk onroerend goed. Geharmoniseerde indexcijfers van de huizenprijzen worden geproduceerd en gepubliceerd overeenkomstig Verordening (EU) 2016/792 en de resultaten van de woningtellingen worden om de tien jaar verspreid overeenkomstig Verordening (EG) nr. 763/20083. Daarnaast zijn kortetermijnbedrijfsstatistieken over onroerend goed beschikbaar overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2152.

(5) In zijn aanbeveling van 21 maart 20194 tot wijziging van zijn aanbeveling van 31 oktober 2016 heeft het ESRB specifiek opgeroepen tot Uniewetgeving tot vaststelling van een gemeenschappelijk minimumkader voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van een databank met indicatoren betreffende de fysieke markt voor zakelijk onroerend goed. Een dergelijke ontwikkeling is nodig om de lacunes in de niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed te verhelpen.

(6) In dezelfde aanbeveling van 2019 heeft het ESRB het fysiek zakelijk onroerend goed gedefinieerd als elk inkomen genererend onroerend goed, hetzij bestaand, hetzij in ontwikkeling, met inbegrip van huurwoningen, of onroerend goed dat door de eigenaren van het onroerend goed wordt gebruikt voor de uitoefening van hun bedrijf, doel of activiteit, hetzij bestaand of in aanbouw; dat niet als niet-zakelijk onroerend goed wordt geclassificeerd, en ook sociale huisvesting omvat. De definities in deze verordening zijn afgestemd op de definities die het ESRB in 2019 heeft aanbevolen.

(7) De Commissie (Eurostat) en de nationale bureaus voor de statistiek hebben, in nauwe samenwerking met het ESRB, de haalbaarheid beoordeeld van indicatoren voor de fysieke zakelijke onroerende goederen, namelijk de prijsindex, de huurindex, de huuropbrengstindex, de vacaturepercentages en de aanvang van bouwprojecten, zoals aanbevolen door het ESRB. Daarbij werd de haalbaarheid bevestigd van het opstellen van de prijsindex, huurindex, de aanvang en de voltooiing van de bouwprojecten. Aangezien de gegevensbronnen voor huuropbrengstindexen en vacaturepercentages beperkt beschikbaar en van onvoldoende kwaliteit zijn, kunnen de indicatoren daarvoor niet in deze verordening worden opgenomen en moeten zij verder worden ontwikkeld. Tegelijkertijd is een aanvullende belangrijke indicator toegevoegd voor de waarde van transacties met zakelijk onroerend goed.

(8) De nationale bureaus voor de statistiek, andere nationale statistische diensten en de Commissie (Eurostat) moeten tijdig toegang hebben tot gegevensbronnen die nodig zijn om de statistieken uit hoofde van deze verordening op te stellen. De gegevensbronnen voor niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed kunnen uit enquêtes, administratieve gegevens, transactiegegevens of andere bronnen bestaan, met inbegrip van een combinatie daarvan.

(9) Om de efficiëntie van de statistische productieprocessen van het Europees statistisch systeem (ESS) te verbeteren en de statistische lasten voor de respondenten te verminderen, wordt in Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Europese statistiek5 een reeks gegevensbronnen genoemd die voor statistische doeleinden moeten worden gebruikt. Meer in het bijzonder moeten de nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale statistische diensten het recht hebben om die gegevens en de relevante metagegevens tijdig en met voldoende frequentie en granulariteit kosteloos in te zien, te gebruiken en te integreren met het oog op de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken over niet-financieel zakelijk onroerend goed, overeenkomstig artikel 17 bis van Verordening (EG) nr. 223/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/30186.

(10) De nationale bureaus voor de statistiek en de Commissie (Eurostat) moeten ook recht hebben op toegang tot en gebruik van nieuwe gegevensbronnen, met inbegrip van gegevens in particulier bezit, voor statistische doeleinden, overeenkomstig artikel 17 ter van Verordening (EG) nr. 223/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/3018. Op verzoek moet een particuliere gegevenshouder gegevens en de relevante metagegevens kosteloos beschikbaar stellen aan de nationale bureaus voor de statistiek of de Commissie (Eurostat) indien de gevraagde gegevens strikt noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken over niet-financieel zakelijk onroerend goed en niet op andere wijze kunnen worden verkregen, of indien het hergebruik ervan zal leiden tot een aanzienlijke vermindering van de responslast voor gegevenshouders en andere bedrijven.

(11) Met behoud van het beginsel van het verstrekken van statistieken over de gehele markt voor zakelijk onroerend goed, moeten de gegevensvereisten zoveel mogelijk worden vereenvoudigd om de lasten voor relatief kleine lidstaten te verlichten, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel. Aanvullende vereisten mogen niet leiden tot onevenredige administratieve lasten voor respondenten en nationale bureaus voor de statistiek.

(12) Inventarissen van bronnen en methoden en kwaliteitsverslagen zijn van essentieel belang voor het beoordelen, verbeteren en bekendmaken van de kwaliteit van de Europese statistieken. Daartoe heeft het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité) zijn goedkeuring gehecht aan de geïntegreerde metagegevensstructuur (SIMS)7 als ESS-norm voor metagegevens en kwaliteitsrapportage, die bijdraagt tot de naleving van de statistische kwaliteitseisen van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009 door middel van gemeenschappelijke normen en geharmoniseerde methoden. Artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009 moet daarom van toepassing zijn op niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed.

(13) Voorts worden de lidstaten in Aanbeveling (EU) 2023/397 van de Commissie van 17 februari 2023 betreffende referentiemetagegevens en kwaliteitsverslagen voor het Europees statistisch systeem8 verzocht ervoor te zorgen dat hun respectieve nationale bureaus voor de statistiek de statistische begrippen toepassen die zijn opgenomen in de meest recente door het ESS-comité goedgekeurde versie van het SIMS, bij het opstellen van referentiemetagegevens en kwaliteitsverslagen op de verschillende statistische gebieden, en bij de uitwisseling van referentiemetagegevens en kwaliteitsverslagen in het ESS. Daarom moet Aanbeveling (EU) 2023/397 van de Commissie, voor zover relevant, ook in acht worden genomen met betrekking tot niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed.

(14) Wanneer er behoefte is aan nieuwe gegevensvereisten of verbeteringen van gegevensreeksen die onder deze verordening vallen, moeten proefstudies worden gestart. De lidstaten moeten deze proefstudies op vrijwillige basis kunnen verrichten, waarbij de representativiteit van het land op EU-niveau moet worden gewaarborgd.

(15) Internationale normen, zoals het initiatief voor het SDMX-formaat (Statistical Data and Metadata exchange), en statistische en technische normen van het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité) moeten ook – voor zover dit relevant is – voor niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed worden gebruikt.

(16) Om rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van variabelen in bijlage I. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven9. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(17) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening ten aanzien van de bijzonderheden van de variabelen alsook het formaat, de beveiligings- en vertrouwelijkheidsmaatregelen en de procedure voor de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens, de praktische regelingen voor de indiening, de inhoud van en de termijnen voor de toezending van de verslagen over de kwaliteit en de metagegevens, de normen voor de toezending van gegevens en metagegevens, en afwijkingen van de vereisten van deze verordening of van de op grond daarvan vastgestelde uitvoeringshandelingen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Deze uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad10.

(18) Wanneer voor de toepassing van deze verordening of van op grond daarvan vastgestelde uitvoeringshandelingen ingrijpende aanpassingen van een nationaal statistisch systeem van een lidstaat noodzakelijk zijn, moet de Commissie in naar behoren gemotiveerde gevallen afwijkingen aan de betrokken lidstaat kunnen toestaan. Dergelijke afwijkingen moeten tijdelijk zijn en voor een maximumduur van drie jaar worden toegestaan. De Commissie moet de betrokken lidstaten steunen in hun inspanningen om de vereiste aanpassingen van hun statistische systemen aan te brengen, teneinde de afwijkingen zo snel mogelijk te beëindigen.

(19) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor niet-financiële statistieken over zakelijk onroerend goed, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en daarom, op grond van redenen met betrekking tot de harmonisatie en vergelijkbaarheid, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te bereiken.

(20) Om ervoor te zorgen dat alle indicatoren voor zakelijk onroerend goed consistent blijven, moet de indicator van het thema “onroerend goed” als bedoeld in de bijlagen I en II bij Verordening (EU) 2019/2152 in deze verordening worden opgenomen. Verordening (EU) 2019/2152 moet daarom worden gewijzigd.

(21) Het Comité voor het Europees statistisch systeem is geraadpleegd.