Bijlagen bij COM(2006)752-3 - Sluiting van het Protocol tussen de EU, de EG, Zwitserland en Liechtenstein betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de EU, de EG en Zwitserland inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

bijlagen A en B bij de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis genoemde bepalingen van het Schengenacquis worden, voorzover zij van toepassing zijn op de lidstaten van de Europese Unie, door Liechtenstein uitgevoerd en toegepast onder de in die bijlagen vermelde voorwaarden.

2. Daarnaast worden de in de bijlage bij dit protocol genoemde bepalingen van de besluiten van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap die bepalingen van het Schengenacquis hebben vervangen of ontwikkeld door Liechtenstein uitgevoerd en toegepast.

3. De besluiten en maatregelen die de Europese Unie en de Europese Gemeenschap aannemen tot wijziging of ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis, en waarop de in de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis, juncto dit protocol, vastgestelde procedures zijn toegepast, worden onverminderd het bepaalde in artikel 5 ook aanvaard, uitgevoerd en toegepast door Liechtenstein.

Artikel 3

De rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 3, leden 1, 2, 3 en 4, de artikelen 4, 5, 6, 8, 9, 10, artikel 11, leden 2, 3 en 4, en in artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis, zijn van toepassing op Liechtenstein.

Artikel 4

Het voorzitterschap van het bij artikel 3 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ingestelde gemengd comité wordt op het niveau van de deskundigen uitgeoefend door de vertegenwoordiger van de Europese Unie. Op het niveau van de hoge ambtenaren en ministers wordt het voorzitterschap afwisselend voor een periode van zes maanden uitgeoefend door de vertegenwoordiger van de Europese Unie en door de vertegenwoordiger van de regering van Liechtenstein of Zwitserland.

Artikel 5

1. De aanneming van nieuwe besluiten of maatregelen betreffende de in artikel 2 bedoelde aangelegenheden wordt voorbehouden aan de bevoegde instellingen van de Europese Unie. Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2, treden die besluiten of maatregelen gelijktijdig in werking voor de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de betrokken lidstaten alsmede voor Liechtenstein, tenzij in de betrokken besluiten of maatregelen uitdrukkelijk anders is bepaald. In dit verband wordt naar behoren rekening gehouden met de termijn die Liechtenstein in het gemengd comité heeft verklaard nodig te hebben om in staat te zijn aan zijn grondwettelijke verplichtingen te voldoen.

2. a) De Raad van de Europese Unie (hierna “de Raad” genoemd) stelt Liechtenstein onverwijld in kennis van de aanneming van de in lid 1 bedoelde besluiten of maatregelen waarop de in dit protocol bedoelde procedures zijn toegepast. Liechtenstein beslist of het de inhoud ervan aanvaardt en of het die in zijn interne rechtsorde omzet. Deze beslissing worden binnen dertig dagen na de aanneming van de betrokken besluiten of maatregelen ter kennis gebracht van de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna "de Commissie" genoemd).

b) Indien de inhoud van dergelijke besluiten of maatregelen voor Liechtenstein pas bindend kan worden nadat aan zijn grondwettelijke verplichtingen is voldaan, deelt Liechtenstein de Raad en de Commissie zulks bij zijn kennisgeving mee. Liechtenstein deelt de Raad en de Commissie onverwijld schriftelijk mee wanneer aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan. Wanneer geen referendum is vereist, vindt de kennisgeving plaats uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn. Indien een referendum is vereist, beschikt Liechtenstein voor het verrichten van de kennisgeving over een termijn van achttien maanden vanaf de kennisgeving door de Raad. Vanaf de datum waarop het besluit of de maatregel voor Liechtenstein in werking moet treden, tot de mededeling dat aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan, past Liechtenstein, voorzover mogelijk, het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig toe.

Indien Liechtenstein het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig niet kan toepassen en dit problemen oplevert voor de werking van de Schengensamenwerking, wordt de situatie door het gemengd comité onderzocht. De Europese Unie en de Europese Gemeenschap kunnen ten aanzien van Liechtenstein evenredige en noodzakelijke maatregelen nemen om de goede werking van de Schengensamenwerking te waarborgen.

3. De aanvaarding door Liechtenstein van de in lid 2 bedoelde besluiten en maatregelen schept rechten en verplichtingen tussen enerzijds Liechtenstein en anderzijds de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten, voorzover zij door die besluiten en maatregelen zijn gebonden, alsook Zwitserland.

4. Indien:

a) Liechtenstein kennis geeft van zijn beslissing om de inhoud van een besluit of maatregel in de zin van lid 2 waarop de in dit protocol bedoelde procedures zijn toegepast, niet te aanvaarden, of

b) Liechtenstein geen kennisgeving doet binnen de in lid 2, onder a), bedoelde termijn van dertig dagen, of

c) Liechtenstein geen kennisgeving doet uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn of, in het geval van een referendum, binnen de in lid 2, onder b), vastgestelde termijn van achttien maanden, dan wel niet voorziet in de in datzelfde punt bedoelde voorlopige toepassing vanaf de datum waarop het betrokken besluit of de betrokken maatregel in werking moet treden,

wordt dit protocol geacht te zijn beëindigd, tenzij het gemengd comité, na zorgvuldig onderzoek van de middelen om het protocol voort te zetten, binnen negentig dagen anders besluit. De beëindiging van dit protocol wordt van kracht drie maanden na het verstrijken van de termijn van negentig dagen.

5. a) Indien bepalingen van een nieuw besluit of een nieuwe maatregel tot gevolg hebben dat de lidstaten niet langer gemachtigd zijn de uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp in strafzaken of de erkenning van een bevel tot huiszoeking en/of inbeslagneming van bewijsmiddelen vanuit een andere lidstaat aan de voorwaarden van artikel 51 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst te onderwerpen, kan Liechtenstein de Raad en de Commissie binnen de in lid 2, onder a), bedoelde termijn van dertig dagen meedelen dat het de inhoud van deze bepalingen niet aanvaardt en dat het deze niet zal omzetten in zijn interne rechtsorde, voorzover deze bepalingen van toepassing zijn op verzoeken of bevelen tot huiszoeking en inbeslagneming die betrekking hebben op onderzoeken of vervolgingen van delicten op het gebied van de directe belastingen, die indien zij in Liechtenstein zijn gepleegd naar Liechtensteins recht niet strafbaar zouden zijn met een vrijheidsstraf. In dit geval wordt dit protocol niet geacht te zijn beëindigd, in tegenstelling tot het bepaalde in lid 4.

b) Op verzoek van een van zijn leden komt het gemengd comité uiterlijk twee maanden na dit verzoek bijeen en bespreekt het, rekening houdend met de ontwikkelingen op internationaal niveau, de situatie die is ontstaan als gevolg van de kennisgeving overeenkomstig het bepaalde onder a).

Zodra het gemengd comité unaniem een akkoord heeft bereikt over de volledige aanvaarding en omzetting door Liechtenstein van de relevante bepalingen van het nieuwe besluit of de nieuwe maatregel, zijn lid 2, onder b), en de leden 3 en 4 van toepassing. De informatie waarnaar in lid 2, onder b), eerste zin, wordt verwezen, wordt binnen dertig dagen na het in het gemengd comité bereikte akkoord verstrekt.

Artikel 624

Bij de nakoming van zijn verplichting met betrekking tot [verwijzing naar de rechtsinstrumenten betreffende het opzetten van het Schengeninformatiesysteem en het Visuminformatiesysteem], kan Liechtenstein de technische infrastructuur van Zwitserland gebruiken om toegang te krijgen tot het Schengeninformatiesysteem en het Visuminformatiesysteem.

Artikel 7

Voor de administratieve kosten van de toepassing van dit protocol draagt Liechtenstein jaarlijks aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een bedrag bij van 0,071% van 8 100 000 EUR, met dien verstande dat dit bedrag jaarlijks wordt aangepast overeenkomstig het inflatiepercentage voor de Europese Unie.

Artikel 8

1. Dit protocol laat de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en alle andere tussen de Europese Gemeenschap en Liechtenstein gesloten overeenkomsten onverlet.

2. Dit protocol laat de overeenkomsten tussen enerzijds Liechtenstein en anderzijds een of meer lidstaten onverlet, voorzover deze overeenkomsten met dit protocol verenigbaar zijn. Indien deze overeenkomsten niet verenigbaar zijn met dit protocol, dan prevaleert het protocol.

3. Dit protocol laat alle eventuele toekomstige overeenkomsten tussen Liechtenstein en de Europese Gemeenschap of tussen enerzijds de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en anderzijds Liechtenstein of de eventuele overeenkomsten op grond van de artikelen 24 en 38 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, onverlet.

4. Dit protocol laat de overeenkomsten tussen Liechtenstein en Zwitserland onverlet, voorzover deze overeenkomsten met dit protocol verenigbaar zijn. Indien deze overeenkomsten niet verenigbaar zijn met dit protocol, dan prevaleert het protocol.

Artikel 9

1. Dit protocol treedt in werking een maand na de dag waarop de secretaris‑generaal van de Raad, die optreedt als depositaris, heeft vastgesteld dat alle formaliteiten zijn vervuld waarmee door of namens de overeenkomstsluitende partijen kenbaar wordt gemaakt dat zij ermee instemmen door dit protocol gebonden te zijn.

2. De artikelen 1 en 4 en artikel 5, lid 2, onder a), eerste zin, van dit protocol en de rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 3, leden 1, 2, 3 en 4, en in de artikelen 4, 5 en 6 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis zijn vanaf de ondertekening van dit protocol voorlopig van toepassing op Liechtenstein.

3. Wat de na de ondertekening, doch vóór de inwerkingtreding van dit protocol aangenomen besluiten of maatregelen betreft, gaat de in artikel 5, lid 2, onder a), laatste zin, bedoelde termijn van dertig dagen in op de dag van inwerkingtreding van dit protocol.

Artikel 10

1. De in artikel 2 bedoelde bepalingen worden door Liechtenstein ten uitvoer gelegd op een datum die de Raad vaststelt met eenparigheid van stemmen van de leden die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten die alle in artikel 2 bedoelde bepalingen toepassen, na overleg in het gemengd comité, en nadat hij zich ervan heeft vergewist dat Liechtenstein aan de voorwaarden voor de uitvoering van de relevante bepalingen voldoet.

De leden van de Raad die de regeringen van Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot‑Brittannië en Noord‑Ierland vertegenwoordigen, nemen aan de aanneming van dit besluit deel voorzover het betrekking heeft op de bepalingen van het Schengenacquis en de daarop gebaseerde of daarmee samenhangende besluiten waaraan deze lidstaten deelnemen.

De leden van de Raad die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten waarvoor overeenkomstig hun Toetredingsverdrag slechts een deel van de in artikel 2 bedoelde bepalingen van toepassing is, nemen aan de aanneming van dit besluit deel voorzover het betrekking heeft op de bepalingen van het Schengenacquis die reeds van toepassing zijn in deze lidstaten.

2. De toepassing van de in lid 1 bedoelde bepalingen schept rechten en verplichtingen tussen enerzijds Zwitserland en Liechtenstein en anderzijds tussen Liechtenstein en, naar gelang van het geval, de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten, voorzover zij door die bepalingen zijn gebonden.

3. Dit protocol wordt slechts toegepast indien ook de door Liechtenstein te sluiten overeenkomsten in de zin van artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ten uitvoer worden gelegd.

4. Bovendien wordt dit protocol slechts toegepast indien ook het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend, ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 11

1. Dit protocol kan worden opgezegd door Liechtenstein of Zwitserland dan wel bij besluit van de Raad met eenparigheid van stemmen van zijn leden. De depositaris wordt in kennis gesteld van de opzegging, die zes maanden na de kennisgeving van kracht wordt.

2. Ingeval Zwitserland dit protocol of de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis opzegt of ingeval de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ten aanzien van Zwitserland wordt beëindigd, blijven de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis en dit protocol van toepassing op de betrekkingen tussen enerzijds de Europese Unie en de Europese Gemeenschap en anderzijds Liechtenstein. In een dergelijk geval, besluit de Raad na raadpleging van Liechtenstein tot de nodige maatregelen. Die maatregelen zijn evenwel slechts bindend voor Liechtenstein indien deze door hem worden aanvaard.

3. Dit protocol wordt geacht te zijn beëindigd indien Liechtenstein een van de door Liechtenstein gesloten overeenkomsten in de zin van artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis of het in artikel 10, lid 4, bedoelde protocol opzegt.

Artikel 12

Dit protocol is opgesteld in drie exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben geplaatst.

Gedaan te […], […]

Bijlage bij het Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

Liechtenstein zal vanaf de door de Raad overeenkomstig artikel 10 vastgestelde datum de volgende besluiten toepassen:

- Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1);

- Verordening (EG) nr. 2133/2004 van de Raad van 13 december 2004 waarbij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de verplichting wordt ingevoerd om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen, en waarbij de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het Gemeenschappelijk Handboek daartoe worden gewijzigd (PB L 369 van 16.12.2004, blz. 5);

- Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1); Beschikking van de Commissie van 28 februari 2005 tot vaststelling van de technische specificaties in verband met de normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (C(2005) 409 definitief);
- Besluit 2005/211/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 68 van 15.3.2005, blz. 44);

- Besluit 2005/719/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 271 van 15.10.2005, blz. 54);

- Besluit 2005/727/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 273 van 19.10.2005, blz. 25);

- Besluit 2006/228/JBZ van de Raad van 9 maart 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 81 van 18.3.2006, blz. 45);

- Besluit 2006/229/JBZ van de Raad van 9 maart 2006 tot vaststelling van de datum van toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 81 van 18.3.2006, blz. 46);

- Beschikking 2005/267/EG van de Raad van 16 maart 2005 betreffende de totstandbrenging van een beveiligd op internet gebaseerd informatie‑ en coördinatienetwerk voor de migratiebeheersdiensten van de lidstaten (PB L 83 van 1.4.2005, blz. 48);

- Verordening (EG) nr. 851/2005 van de Raad van 2 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme (PB L 141 van 4.6.2005, blz. 3);

- Besluit 2005/451/JBZ van de Raad van 13 juni 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van enige bepalingen van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 158 van 21.6.2005, blz. 26);

- Verordening (EG) nr. 1160/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, voor wat betreft de toegang tot het Schengeninformatiesysteem voor de diensten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 191 van 22.7.2005, blz. 18);

- Aanbeveling 2005/761/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 tot vergemakkelijking van de afgifte van eenvormige visa voor een verblijf van korte duur aan onderzoekers die onderdaan zijn van een derde land en die zich met het oog op wetenschappelijk onderzoek verplaatsen in de Gemeenschap (PB L 289 van 3.11.2005, blz. 23);

- Besluit 2005/728/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 273 van 19.10.2005, blz. 26);

- Verordening (EG) nr. 2046/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende maatregelen ter vereenvoudiging van de procedures voor de aanvraag en afgifte van visa voor de leden van de olympische familie die deelnemen aan de Olympische en/of Paralympische Winterspelen van 2006 in Turijn (PB L 334 van 20.12.2005, blz. 1);

- Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1);

- Beschikking 2006/440/EG van de Raad van 1 juni 2006 houdende wijziging van bijlage 12 bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies en van bijlage 14 a bij het Gemeenschappelijk Handboek met betrekking tot de legesrechten ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van visumaanvragen (PB L 175 van 29.6.2006, blz. 77);

- Besluit 2006/628/EG van de Raad van 24 juli 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van artikel 1, punten 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 256 van 20.9.2006, blz. 15);

- Besluit 2006/631/JBZ van de Raad van 24 juli 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 256 van 20.9.2006, blz. 18);

- Beschikking 2006/648/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot vaststelling van de technische specificaties betreffende de normen voor biometrische kenmerken in verband met de ontwikkeling van het visuminformatiesysteem (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 3699) (PB L 267 van 27.9.2006, blz. 41);

- Beschikking 2006/684/EG van de Raad van 5 oktober 2006 houdende wijziging van bijlage 2, overzicht A, van de Gemeenschappelijke Visuminstructies betreffende de visumplicht voor houders van Indonesische diplomatieke en dienstpaspoorten (PB L 280 van 12.10.2006, blz. 29).

Gemeenschappelijke verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen:

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie

De overeenkomstsluitende partijen nemen er kennis van dat er nadere regelingen zullen worden afgesproken betreffende de participatie van Zwitserland en Liechtenstein in het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, met als voorbeeld de regelingen die met Noorwegen en IJsland zijn overeengekomen.

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende artikel 23, lid 7, van de Overeenkomst van 29 mei 2000 betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie

De overeenkomstsluitende partijen komen overeen dat Liechtenstein, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 23, lid 1, onder c), van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, naar gelang van het geval, kan eisen dat ‑ tenzij de betrokken lidstaat de toestemming van de betrokkene heeft verkregen ‑ persoonsgegevens alleen na voorafgaande toestemming van Liechtenstein voor de in artikel 23, lid 1, onder a) en b), van deze overeenkomst bedoelde doeleinden mogen worden gebruikt in het kader van procedures waarvoor Liechtenstein de verstrekking of het gebruik van persoonsgegevens had kunnen weigeren of beperken uit hoofde van deze overeenkomst of de in artikel 1 daarvan bedoelde instrumenten.

Indien Liechtenstein in een bepaald geval weigert in te stemmen met het verzoek van een lidstaat overeenkomstig bovengenoemde bepalingen moet het zijn weigering schriftelijk met redenen omkleden.

Andere verklaringen:

Verklaring van de Europese Gemeenschap en Liechtenstein betreffende de externe betrekkingen

De Europese Gemeenschap en Liechtenstein komen overeen dat de Europese Gemeenschap zich ertoe verbindt derde staten of internationale organisaties waarmee zij overeenkomsten sluit op een met de Schengensamenwerking verband houdend gebied, ertoe aan te zetten soortgelijke overeenkomsten te sluiten met het Vorstendom Liechtenstein, onverminderd de bevoegdheid van het Vorstendom Liechtenstein om dergelijke overeenkomsten te sluiten.

Verklaring van Liechtenstein betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Liechtenstein verklaart dat fiscale delicten die door de Liechtensteinse autoriteiten worden onderzocht geen aanleiding kunnen geven tot het instellen van een beroep bij een ook in strafzaken bevoegde rechter.

Verklaring van Liechtenstein betreffende artikel 5, lid 2, onder b, over de termijn voor aanvaarding van nieuwe ontwikkelingen van het Schengenacquis

De maximumtermijn van 18 maanden in artikel 5, lid 2, onder b, heeft betrekking op de goedkeuring en de uitvoering van het besluit of de maatregel. Hij omvat de volgende fasen:

- de voorbereidende fase,

- de parlementaire procedure,

- de referendumtermijn van 30 dagen,

- in voorkomend geval het referendum (organisatie en stemming),

- bekrachtiging door de regerende vorst.

De regering van Liechtenstein stelt de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van de beëindiging van elk van deze fasen.

De regering van Liechtenstein verbindt zich ertoe alle haar ter beschikking staande middelen aan te wenden om ervoor te zorgen dat de bovenvermelde fasen zo snel mogelijk verlopen.

Verklaring van Liechtenstein inzake de toepassing van het Europese Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken en het Europees Verdrag betreffende uitlevering

Liechtenstein verbindt zich ertoe geen gebruik te maken van de bij de bekrachtiging van het Europese Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 en het Europese Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959 gemaakte voorbehouden en verklaringen die met deze overeenkomst onverenigbaar zijn.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013

De Europese Gemeenschap stelt momenteel een Buitengrenzenfonds voor de periode 2007‑2013 in, waarvoor nadere regelingen zullen worden afgesproken met derde landen die zijn betrokken bij het Schengenacquis.

Verklaring van de Europese Commissie betreffende de beschikbaarstelling van voorstellen

Wanneer de Commissie aan de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement voorstellen toezendt die met deze overeenkomst verband houden, doet zij een afschrift ervan toekomen aan Liechtenstein.

Deelneming aan de comités die de Europese Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden

Op 1 juni 2006 machtigde de Raad de Commissie om met de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein onderhandelingen te voeren over de sluiting van een Overeenkomst inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de werkzaamheden van de comités die de Europese Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Tot de sluiting van een dergelijke overeenkomst, is de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Raad van de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat over de comités die de Europese Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden van toepassing op Liechtenstein, met dien verstande dat wat betreft Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, de deelneming van Liechtenstein wordt geregeld overeenkomstig artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER GEZAMENLIJKE VERGADERINGEN

De delegaties van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie,

De delegatie van de Europese Commissie,

De delegaties van de regeringen van de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen,

De delegatie van de regering van de Zwitserse Bondsstaat,

De delegatie van de regering van het Vorstendom Liechtenstein,

stellen vast dat Liechtenstein toetreedt tot het gemengd comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en dit via een protocol bij deze overeenkomst,

hebben besloten de vergaderingen van de gemengde comités die zijn ingesteld bij de Overeenkomst inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de Overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, ongeacht het niveau van de vergadering, gezamenlijk te organiseren,

stellen vast dat voor het gezamenlijk beleggen van deze vergaderingen een praktische regeling met betrekking tot het voorzitterschap van deze vergaderingen vereist is wanneer dat voorzitterschap door de deelnemende staten moet worden uitgeoefend krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, of de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

nemen kennis van de wens van de betrokken staten om, indien zulks nodig is, de uitoefening van hun voorzitterschap af te staan en het tussen hen te laten rouleren in alfabetische volgorde op naam, vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en vanaf de inwerkingtreding van het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein.

Gedaan te […], […]

1Op dezelfde dag ondertekenden de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat een Overeenkomst inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (hierna de “Dublin/Eurodac‑overeenkomst met Zwitserland” genoemd).

2Alsook het ontwerp‑protocol betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Dublin/Eurodac‑overeenkomst met Zwitserland en het ontwerp‑protocol betreffende de deelneming van Denemarken aan de Dublin/Eurodac‑overeenkomst met Zwitserland en Liechtenstein.

3Zie artikel 5, lid 5, onder a), van het protocol.

4PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31

5PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

6PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

7PB L 176 van 10.7.1999, blz. 17.

8PB C […] van […], blz. […].

9PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

10PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

11PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

12PB L 176 van 10.7.1999, blz. 17.

13PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

14PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

15PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

16PB L 176 van 10.7.1999, blz. 17.

17PB C […] van […], blz. […].

18PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

19PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

20PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

21PB L 176 van 10.7.1999, blz. 17.

22PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

23PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43, en PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

24Indien de rechtsinstrumenten SIS en VIS niet zijn vastgesteld vóór de ondertekening van het protocol, zou dit artikel als volgt luiden: bij de nakoming van zijn verplichting met betrekking tot de rechtsinstrumenten betreffende het opzetten van het Schengeninformatiesysteem II en het Visuminformatiesysteem, kan Liechtenstein de technische infrastructuur van Zwitserland gebruiken om toegang te krijgen tot deze systemen.

NL NL