Bijlagen bij SEC(2011)1559 - Executive summary of the impact assessment

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier SEC(2011)1559 - Executive summary of the impact assessment.
document SEC(2011)1559 NLEN
datum 19 december 2011
bijlage IV, niet altijd toelaat de beroepen te identificeren die automatische erkenning zouden moeten genieten. Dat schept juridische onzekerheid voor beroepsbeoefenaren.

Bij de effectbeoordeling worden de volgende opties in overweging genomen: 1). Geen actie; 2). Onmiddellijke vervanging van de ISIC-classificatie uit 1958 door een andere classificatie; 3). De ISIC-classificatie uit 1958 bijwerken aan de hand van de recentste ISIC-classificatie uit 2008; 4). De flexibiliteit vergroten om in de toekomst een modernisering van de classificatie mogelijk te maken.

Optie 4 zou de voorkeur moeten krijgen: ze laat toe de classificatie van activiteiten op een later tijdstip te herzien op basis van de resultaten van een studie naar de gevolgen voor de verschillende belanghebbenden.

4.4.Vestiging in een andere lidstaat

4.4.1.Kwalificatieniveaus

Indien er een verschil van twee of meer kwalificatieniveaus bestaat tussen de kwalificatie van de aanvrager en de in de lidstaat van ontvangst vereiste kwalificatie, is de aanvrager uitgesloten van de voordelen van de richtlijn, zoals de procedurele waarborgen. De relevantie van de in de richtlijn vastgelegde kwalificatieniveaus werd in twijfel getrokken, vooral wegens het gebrek aan coherentie met het Europees kwalificatiekader2.

Bij de effectbeoordeling worden de volgende opties in overweging genomen: 1). Geen actie op EU-vlak; 2). Vereenvoudiging van de classificatie van onderwijsniveaus; 3). Verwijdering van de classificatie uit de richtlijn.

Optie 2 krijgt de voorkeur omdat ze de huidige juridische onzekerheid rond de overeenkomstig het Verdrag onderzochte aanvragen zou beperken. De bestaande classificatie zou blijven bestaan als referentiepunt voor het vergelijken van kwalificaties.

4.4.2.Gedeeltelijke toegang

Economische activiteiten die met een bepaald beroep geassocieerd worden, kunnen sterk verschillen van lidstaat tot lidstaat. Een bekwaamheidsproef of een aanpassingsstage zal die verschillen wellicht niet altijd wegwerken. Bij wijze van alternatief om in de lidstaat van ontvangst een nieuwe opleiding te voltooien, heeft het Europees Hof van Justitie het principe van gedeeltelijke toegang tot een beroep3 ingevoerd.

Bij de effectbeoordeling worden de volgende opties in overweging genomen: 1). Geen actie; 2). Invoering van de mogelijkheid tot gedeeltelijke toegang tot alle beroepen in de richtlijn; 3). Invoering van de mogelijkheid tot gedeeltelijke toegang in de richtlijn, maar uitsluiting van beroepen met implicaties voor de volksgezondheid.

Optie 3 krijgt de voorkeur. Ze kan hinderpalen voor de mobiliteit verkleinen en tegelijk rekening houden met de bescherming van de consumenten en de veiligheid van de patiënten.

4.4.3.Mobiliteit van niet-regulerende naar regulerende lidstaten (vestiging)

Beroepsbeoefenaren uit niet-regulerende landen zijn momenteel verplicht om twee jaar beroepservaring in de laatste 10 jaar aan te tonen of te bewijzen dat ze een “gereglementeerde opleiding” voltooid hebben die op het specifieke beroep is toegesneden.

In de effectbeoordeling worden de volgende opties besproken: 1). Geen actie; 2). Uitbreiding van het concept van gereglementeerde opleiding; 3). Afvoering van alle specifieke vereisten.

Optie 3 krijgt de voorkeur omdat ze de administratieve vereisten voor beroepsbeoefenaren afkomstig uit niet-regulerende landen zou vereenvoudigen.

4.5.Migratie op tijdelijke basis

De invoering van een specifiek stelsel voor vrije grensoverschrijdende dienstverrichting was de belangrijkste vernieuwing in de richtlijn betreffende beroepskwalificaties uit 2005. De bevoegde overheden maakten echter melding van beperkte ervaring. Dat kan verband houden met de wettelijke vereisten die beroepsbeoefenaren opgelegd worden en met het gebrek aan duidelijkheid van sommige bepalingen.

4.5.1.Vereisten voor beroepsbeoefenaren uit niet-regulerende lidstaten

De volgende opties worden voorgesteld: 1). Geen actie; 2). Verbreding van het concept van “gereglementeerde opleiding”; 3). Vrijstelling van beroepsbeoefenaren die consumenten begeleiden.

Optie 3 biedt flexibiliteit en een efficiëntere oplossing, ook al blijft die beperkt tot een geringer aantal beroepsbeoefenaren. Activiteiten die risico’s voor de volksgezondheid en de openbare veiligheid inhouden, zouden van optie 3 uitgesloten moeten worden.

4.5.2.Tijdelijke mobiliteit met voorafgaande controle van de kwalificaties

Diverse opties staan ter discussie: 1). Geen actie; 2). De lidstaten stellen een lijst samen van beroepen met implicaties voor de gezondheid en veiligheid; 3). De Commissie stelt een lijst samen van beroepen met implicaties voor de gezondheid en veiligheid.

Optie 2 zou de voorkeur moeten krijgen omdat ze zonder veel aanvullende kosten de bestaande bepalingen verduidelijkt.

4.5.3.Gebrek aan duidelijkheid over het toepassingsgebied van het stelsel

In de effectbeoordeling worden de volgende opties in overweging genomen: 1). Geen actie; 2). De bevoegde overheden een richtsnoer geven; 3). Specificatie van een maximumduur of ‑frequentie voor de “tijdelijke en incidentele dienstverrichting”.

Optie 2 krijgt de voorkeur omdat ze overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof een niet-bindende en flexibele oplossing biedt en tegelijk in de noodzakelijke begeleiding van de bevoegde overheden voorziet.

4.6.Toepassingsgebied van de richtlijn

De richtlijn is maar tot op zekere hoogte van toepassing op houders van kwalificaties uit derde landen en is niet van toepassing op gedeeltelijk gekwalificeerde beroepsbeoefenaren en notarissen.

4.6.1.Gedeeltelijk gekwalificeerde beroepsbeoefenaren

De volgende opties worden besproken: 1). Geen actie; 2). Uitbreiding van het toepassingsgebied van de Richtlijn; 3). Optie 2 en verduidelijking van de toestand in de lidstaat van herkomst.

Optie 3 biedt de efficiëntste oplossing omdat ze zowel de migratie van beroepsbeoefenaren naar de ontvangende lidstaat en lidstaat van oorsprong alsook hun terugkeer naar de lidstaat van oorsprong organiseert.

4.6.2.Kwalificaties van derde landen

Drie opties worden besproken: 1). Geen actie; 2). De vereiste beroepservaring van 3 jaar op 2 jaar brengen; 3). Uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot de erkenning van kwalificaties van derde landen (voor de eerste erkenning).

Optie 1 verdient de voorkeur omdat de twee andere opties niet door de lidstaten gesteund worden en op dit ogenblik te ambitieus blijken.

4.6.3.Notarissen

Bij de effectbeoordeling worden de volgende opties in overweging genomen: 1). Geen actie; 2). Uitsluiting van notarissen uit de richtlijn; 3). Uitbreiding van de richtlijn tot gevallen van vestiging; 4). Vastlegging van een beperkt toepassingsgebied voor de dienstverrichting; 5). Volledige toepassing van de richtlijn.

Optie 4 beantwoordt het best aan het specifieke karakter van het beroep.

4.7.Bescherming van patiënten

De volksgezondheid kwam uit de evaluatie van de richtlijn als een bijzondere kwestie naar voren.

4.7.1.Garanties voor het statuut van beroepsbeoefenaren

Sommige belanghebbenden en zelfs enkele regeringen stelden voor om permanente bijscholing verplicht te maken in het kader van de richtlijn voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. De bevoegde overheden maken zich ook zorgen over artsen en verpleegkundigen die jarenlang niet meer in de praktijk gestaan hebben en misschien als gevolg van tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties hun beroep niet mogen uitoefenen.

De volgende opties worden aangegeven: 1). Geen actie; 2). Toevoeging van nieuwe vereisten aan de pernmanente bijscholing en recente beroepservaring; 3). Toevoeging van nieuwe vereisten in verband met recente beroepservaring; 4). Invoering van een waarschuwingsmechanisme in combinatie met een verhoogde transparantie tussen de lidstaten aangaande de permanente bijscholing.

Optie 4 geniet de voorkeur omdat ze effectief het risico verkleint dat gezondheidswerkers van de ene lidstaat naar de andere trekken, terwijl ze hun beroep niet meer mogen uitoefenen.

4.7.2.Garanties in verband met taalvaardigheden

De talenkennis van beroepsbeoefenaren ligt gevoelig bij de patiënten. De richtlijn legt de beroepsbeoefenaren een verplichting op, maar schrijft geen bijzondere middelen voor waarmee de lidstaten deze verplichting moeten afdwingen. In dat opzicht werd enige bezorgdheid geuit met betrekking tot beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.

In de effectbeoordeling worden de volgende opties geanalyseerd: 1). Geen actie; 2). Invoering van een stelselmatige toetsing van de talenkennis van beroepsbeoefenaren in het gezondheidswezen en de harmonisering ervan op EU-niveau; 3). Verduidelijking van de regels inzake de wijze waarop de toetsing van de talenkennis van beroepsbeoefenaren op individuele basis moet gebeuren.

Optie 3 krijgt de voorkeur omdat ze een evenwicht waarborgt tussen enerzijds de noodzaak om de veiligheid van patiënten te garanderen en anderzijds de vereiste efficiëntie van de erkenningsprocedures.

4.8.Gebrek aan transparantie en rechtvaardiging van kwalificatievereisten in gereglementeerde beroepen

Binnen de EU zijn 800 beroepsgroepen gereglementeerd. De voor gereglementeerde beroepen voorbehouden taken en het soort vereiste kwalificatie kan van lidstaat tot lidstaat sterk verschillen.

In het licht van het huidige debat over het aantal gereglementeerde beroepen (en op het verzoek van het Europees Parlement om het aantal te verlagen) lijkt het in de eerste plaats noodzakelijk om een grotere transparantie en rechtvaardiging van de gereglementeerde beroepen te garanderen.

Bij de effectbeoordeling worden de volgende opties onderzocht: 1). Geen actie op EU-niveau; 2). Verzekering van een grotere transparantie in verband met de reglementering van de beroepen; 3). Optie 2 en organisatie van een wederzijdse evaluatie; 4). Optie 2 en invoering van een specifiek regime voor beroepen die in slechts een enkele lidstaat gereglementeerd zijn.

Optie 3 verdient de voorkeur omdat ze de transparantie effectief verhoogt en de lidstaten aanmoedigt om hun nationale regelgeving te evalueren en te vergelijken.
5.totale impact van het pakket

Beleidsopties worden zodanig gecombineerd dat ze de interne samenhang van het initiatief garanderen. Er wordt altijd rekening gehouden met de gevolgen voor de belanghebbenden alsook met de administratieve belasting en de nalevingskosten die voortvloeien uit de beleidsopties die de voorkeur genieten.
6.Bewaking en evaluatie

Er zijn specifieke indicatoren in het leven geroepen om de voortgang bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn te monitoren. Tevens zijn verslagleggingsverplichtingen voorzien om de werking van de verschillende erkenningssystemen te evalueren.

1Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22)

2Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren, PB 2008/C 111/01.

3Zaak C-330/03 van 19 januari 2006, Jurisprudentie van het Hof van Justitie 2006 pagina I-801.