Bijlagen bij COM(2018)263 - Gedelegeerde handelingen van de Commissie onder Richtlijn 2013/55/EU tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG inzake de erkenning van beroepskwalificaties en de IMI-verordening

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

bijlage V;

b)de actualisering van de krachtens de richtlijn vastgestelde minimumopleidingseisen voor zes beroepen;

c)de vaststelling van gemeenschappelijke opleidingskaders of gemeenschappelijke opleidingsproeven.


Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad (artikel 57 quater, lid 4, van Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU).

Overeenkomstig artikel 57 quater, lid 5, van Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU, treedt een gedelegeerde handeling alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.


3. UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEIDSDELEGATIE

3.1 Reeds vastgestelde gedelegeerde handelingen

De Commissie heeft in de referentieperiode de volgende aan haar gedelegeerde bevoegdheden uitgeoefend:

Op grond van artikel 21 bis, lid 4, van Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU, zijn twee gedelegeerde besluiten van de Commissie vastgesteld tot wijziging van bijlage V bij Richtlijn 2005/36/EG met betrekking tot opleidingstitels (zie punt 2, onder a), hierboven).

Het eerste gedelegeerde besluit tot wijziging van bijlage V om rekening te houden met door de lidstaten aan de Commissie meegedeelde wijzigingen van nationale diploma’s in de sectorale beroepen werd vastgesteld op 13 januari 2016 4 , en het tweede gedelegeerde besluit op 1 december 2017 5 .


3.2 Raadpleging voorafgaand aan de vaststelling

In overeenstemming met de toezeggingen die zij heeft gedaan in het kader van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven 6 , heeft de Commissie tijdens de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen de door de lidstaten aangewezen deskundigen en relevante belanghebbenden geraadpleegd via regelmatige speciale vergaderingen van deskundigen en schriftelijke raadplegingen.

De groep van deskundigen die bij de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen werd betrokken, is de bij het Besluit van de Commissie van 19 maart 2007 7 opgerichte Groep van coördinatoren voor de erkenning van beroepskwalificaties. De opmerkingen die tijdens deze raadplegingen werden gemaakt, zijn bij het opstellen van het uiteindelijke ontwerp van de gedelegeerde handelingen in aanmerking genomen.

De voor deze raadplegingen relevante documenten werden tegelijkertijd aan het Europees Parlement en aan de Raad toegezonden, en beide instellingen zijn in de gelegenheid gesteld deskundigen te sturen om de vergaderingen van de deskundigengroep bij te wonen.

3.3 Geen bezwaar tegen gedelegeerde handelingen

Overeenkomstig artikel 57 quater, lid 5, van Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU, kan het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling, een termijn die op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden kan worden verlengd. Als het Europees Parlement of de Raad binnen die termijn tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maakt, treedt die niet in werking.

Noch het Europees Parlement, noch de Raad heeft tegen een van de in punt 3.1 hierboven genoemde gedelegeerde handelingen bezwaar gemaakt en de gedelegeerde handelingen zijn derhalve bekendgemaakt en in werking getreden bij het verstrijken van de bezwaartermijn.

3.4 Mogelijke toekomstige gedelegeerde handelingen

Op grond van artikel 21 bis, lid 4, zullen regelmatig verdere gedelegeerde handelingen moeten worden vastgesteld om bijlage V bij Richtlijn 2005/36/EG te wijzigen met betrekking tot opleidingstitels. De diensten van de Commissie zijn momenteel bezig het derde gedelegeerde besluit op te stellen.

Daarnaast werken de diensten van de Commissie aan een mogelijke gedelegeerde verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke opleidingsproef voor skileraren uit hoofde van artikel 49 ter van de richtlijn.

4. CONCLUSIE

De Commissie is van mening dat zij de aan haar toegekende gedelegeerde bevoegdheden heeft uitgeoefend binnen de beperkingen en onder de voorwaarden van artikel 57 quater van Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU. De Commissie acht verlenging van de bevoegdheidstoekenningen noodzakelijk, omdat in de toekomst nog andere gedelegeerde handelingen nodig zullen zijn, tot wijziging van onder meer bijlage V bij Richtlijn 2005/36/EG met betrekking tot opleidingstitels. Met dit verslag voldoet de Commissie aan de verslagleggingsverplichting uit hoofde van artikel 57 quater, lid 2, van Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU. De Commissie verzoekt het Europees Parlement en de Raad nota te nemen van dit verslag.

(1)

PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22.

(2)

Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen — "Samen werk maken van een nieuwe groei", COM(2011) 206 definitief.

(3)

PB L 354 van 28.12.2013, blz. 132.

(4)

PB L 134 van 24.5.2016, blz. 135.

(5)

PB L 317 van 1.12.2017, blz. 119.

(6)

PB L 123 van 12.5.2016.

(7)

PB L 79 van 20.3.2007, blz. 38.