Bijlagen bij COM(2025)109 - Evaluatie van Verordening (EU) 2015/757 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer met betrekking tot de mogelijke opneming van schepen van minder dan 5 000 brutotonnage maar niet minder dan 400 brutotonnage

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

bijlage I bij Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad, over te nemen.

20 Verordening (EU) 2023/1805 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 234, 22.9.2023, blz. 48‑100).


21 In dit verslag duidt “reizen binnen de EU” op reizen tussen twee EU-havens, terwijl “reizen buiten de EU” betrekking heeft op reizen tussen een haven binnen de EU en een haven buiten de EU.

22 Dit resultaat wordt weergegeven als CO2-emissies (in plaats van de standaard maatstaf, die als CO2e wordt weergegeven) om een vergelijking mogelijk te maken met MRV-gegevens voor 2023, die alleen beschikbaar zijn als CO2-emissies.

23 Door CH4- en N2O-emissies buiten beschouwing te laten, worden vergelijkingen met MRV-gegevens voor 2023 gemakkelijker, aangezien deze twee broeikasgasemissies in dat jaar nog niet onder de MRV-verordening vielen.

24 Toepassingsgebied MRV in 2023, dus zonder kleinere vrachtschepen (400-4 999 bt) en offshorevaartuigen die vanaf 2025 worden opgenomen.

25 Toepassingsgebied MRV in 2023, dus zonder kleinere vrachtschepen (400-4 999 bt) en offshorevaartuigen die vanaf 2025 worden opgenomen.

26 De categorieën die zijn vrijgesteld van MRV, zijn vastgesteld in artikel 2, lid 2 van de MRV-verordening inzake maritiem vervoer. Dit zijn oorlogsschepen, hulpschepen van de marine, schepen die vis vangen of vis verwerken, houten schepen met een primitieve bouw, schepen die niet mechanisch worden aangedreven of overheidsschepen die voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt.

27 Artikel 9, lid 2, van de MRV-verordening inzake maritiem vervoer voorziet in een afwijking volgens welke een maatschappij wordt “vrijgesteld van de verplichting om met betrekking tot een bepaald schip per reis de informatie [...] te monitoren, indien: a) alle reizen die het schip tijdens de verslagperiode maakt, beginnen vanuit of eindigen in een haven onder de jurisdictie van een lidstaat, en b) het schip gedurende de verslagperiode volgens zijn schema meer dan 300 reizen aflegt”. Het hier overwogen scenario bestaat uit het schrappen van de voorwaarde in punt b) voor kleinere vaartuigen.

28 Deze aanname is gebaseerd op een studie naar de voordelen van de MRV-verordening inzake maritiem vervoer, waarvan wordt aangenomen dat de bevindingen van toepassing zullen zijn op kleinere vaartuigen (Europese Commissie, 2019).

29 De waarde voor scenario A.2 wordt berekend als de proportionele waarde tussen scenario’s A.1 en A.3, rekening houdend met de verstrekte gegevens.

30 De vaartuigcategorieën met het grootste aandeel vaartuigen die alleen reizen binnen de EU omvatten ropax- en passagiersschepen.

NL NL