1.
|
Bijlage I wordt vervangen door:
“BIJLAGE I
ESSENTIËLE CRITERIA
-
A.
Essentiële criteria voor stationaire installaties
|
Essentiële criteria
|
In de EU-ETS
|
In de ETS van Zwitserland
|
1.
|
Verplicht karakter van de deelname aan de ETS
|
Deelname aan de ETS is verplicht voor de installaties die de hieronder genoemde activiteiten uitvoeren en de hieronder vermelde broeikasgassen uitstoten.
|
Deelname aan de ETS is verplicht voor de installaties die de hieronder genoemde activiteiten uitvoeren en de hieronder vermelde broeikasgassen uitstoten.
|
2.
|
De ETS omvat ten minste de activiteiten die zijn vermeld in:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, bijlage I,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
—
|
CO2-verordening, artikel 40, lid 1, en bijlage 6,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
3.
|
De ETS omvat ten minste de broeikasgassen die zijn vermeld in:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, bijlage II,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
—
|
CO2-verordening, artikel 1, lid 1,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
4.
|
Voor de ETS wordt een plafond vastgesteld dat ten minste even streng is als dat vastgesteld in:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, de artikelen 9 en 9 bis,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
De lineaire reductiefactor van 1,74 % per jaar zal vanaf 2021 stijgen tot 2,2 % per jaar en zal gelden voor alle sectoren, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/410, zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
—
|
CO2-wet, artikel 18, leden 1 en 2,
|
—
|
CO2-verordening, artikel 45, lid 1, en bijlage 8, punt 1,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
De lineaire reductiefactor bedraagt 2,2 % per jaar vanaf 2021.
|
|
5.
|
Marktstabiliteitsmechanisme
|
In 2015 heeft de EU de marktstabiliteitsreserve (Besluit (EU) 2015/1814) ingevoerd, waarvan de werking werd versterkt door Richtlijn (EU) 2018/410.
In de EU-wetgeving is bepaald dat de Commissie vanaf 2017 uiterlijk op 15 mei van elk jaar het totale aantal emissierechten in omloop bekendmaakt. Aan de hand van dit cijfer wordt bepaald of een deel van de emissierechten die bestemd zijn om te worden geveild, in de reserve moet worden opgenomen dan wel uit de reserve moet worden vrijgegeven.
|
—
|
CO2-wet, artikel 19, lid 5
|
—
|
CO2-verordening, artikel 48, lid 1bis en lid 5, en bijlage 8, punt 2,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
De Zwitserse wetgeving voorziet in een vermindering van het veilingvolume die afhankelijk is van het totale aantal emissierechten in omloop. Bovendien worden de emissierechten die niet aan een veiling zijn toegewezen, aan het einde van de handelsperiode geannuleerd.
|
|
6.
|
Het markttoezichtniveau van de ETS is ten minste even streng als die vastgesteld in:
|
—
|
Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (“MiFID II”),
|
—
|
Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (MiFIR),
|
—
|
Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (MAR),
|
—
|
Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik (richtlijn marktmisbruik) (CS-MAD),
|
—
|
Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (AMLD)
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
—
|
Federale wet betreffende de Zwitserse toezichthoudende autoriteit op het gebied van de financiële markten van 22 juni 2007,
|
—
|
Federale wet betreffende de infrastructuren van de financiële markten en het marktgedrag bij de handel in effecten en derivaten van 19 juni 2015,
|
—
|
Federale wet betreffende financiële instellingen van 15 juni 2018,
|
—
|
Federale wet betreffende de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme van 10 oktober 1997,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
De Zwitserse regelgeving inzake de financiële markt bevat geen definitie van de juridische status van emissierechten. Met name worden emissierechten niet aangemerkt als effecten in de wet betreffende de infrastructuren van de financiële markten en zijn zij dus niet verhandelbaar op gereglementeerde handelsplatformen. Omdat emissierechten niet als effecten kunnen worden aangemerkt, is de Zwitserse regelgeving betreffende effecten niet van toepassing op de handel in otc-emissierechten op secundaire markten.
Derivatencontracten worden aangemerkt als effecten overeenkomstig de wet betreffende de infrastructuren van de financiële markten. Dit omvat ook derivaten die emissierechten als onderliggend instrument hebben. Otc-derivaten op emissierechten tussen niet-financiële en financiële wederpartijen vallen onder de bepalingen van de wet betreffende de infrastructuren van de financiële markten.
|
|
7.
|
Samenwerking inzake markttoezicht
|
De partijen stellen passende samenwerkingsregelingen inzake markttoezicht vast. Deze samenwerkingsregelingen hebben betrekking op de uitwisseling van informatie en de handhaving van verplichtingen die voortvloeien uit hun respectieve regelingen voor markttoezicht. De partijen stellen het Gemengd Comité in kennis van dergelijke regelingen.
|
8.
|
De kwalitatieve beperkingen voor internationale kredieten zijn ten minste even streng als die vastgesteld in:
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Unierecht.
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Zwitserse recht.
|
9.
|
De kwantitatieve beperkingen voor internationale kredieten zijn minste even streng als die vastgesteld in:
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Unierecht.
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Zwitserse recht.
|
10.
|
Kosteloze toewijzing wordt berekend aan de hand van benchmarks en aanpassingsfactoren. Emissierechten die niet kosteloos worden toegewezen, worden geveild of geannuleerd. Daartoe voldoet de ETS ten minste aan:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, de artikelen 10, 10 bis, 10 ter en 10 quater,
|
—
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie van 12 maart 2021 tot vaststelling van herziene benchmarkwaarden voor de kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode van 2021 tot en met 2025 overeenkomstig artikel 10 bis, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, zoals van toepassing in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025,
|
—
|
Richtlijn (EU) 2018/410 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen en van Besluit (EU) 2015/1814,
|
—
|
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad,
|
—
|
Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/708 van de Commissie van 15 februari 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vaststelling van bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht een koolstofweglekrisico te lopen voor de periode 2021-2030,
|
—
|
elke transsectorale correctiefactor in de EU ETS in 2021-2025 of 2026-2030,
|
—
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 van de Commissie van 31 oktober 2019 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de verdere regelingen voor de aanpassingen van de kosteloze toewijzing van emissierechten als gevolg van veranderingen in het activiteitsniveau betreft,
zoals van kracht op 1 januari 2021.
|
|
—
|
CO2-wet, artikel 18, lid 3, en artikel 19,
|
—
|
CO2-verordening, artikel 45, leden 2 tot en met 6, en de artikelen 46, 46 bis, 46 ter en 48, en bijlage 9,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
In de periode van 2021 tot en met 2025 overschrijden de kosteloze toewijzingen het niveau van de kosteloze toewijzingen aan installaties in de EU-ETS niet.
|
|
11.
|
De ETS stelt sancties vast in dezelfde omstandigheden en van dezelfde orde van grootte zoals bepaald in:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 16,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
—
|
CO2-verordening, artikel 56,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
12.
|
De monitoring en rapportage in de ETS zijn ten minste even streng als bepaald in:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 14 en bijlage IV,
|
—
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie,
zoals van kracht op 1 januari 2021.
|
|
—
|
CO2-verordening, artikelen 50 tot en met 53, bijlage 16, punt 1, en bijlage 17, punt 1,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
13.
|
De verificatie en accreditatie in de ETS zijn ten minste even streng als bepaald in:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 15 en bijlage V,
|
—
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
—
|
CO2-verordening, artikelen 51 tot en met 54,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
-
B.
Essentiële criteria voor de luchtvaart
|
Essentiële criteria
|
Voor de EU
|
Voor Zwitserland:
|
1.
|
Verplicht karakter van de deelname aan de ETS
|
Deelname aan de ETS is verplicht voor luchtvaartactiviteiten volgens de onderstaande criteria.
|
Deelname aan de ETS is verplicht voor luchtvaartactiviteiten volgens de onderstaande criteria.
|
2.
|
Toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten en broeikasgassen en toewijzing van vluchten en de desbetreffende emissies volgens het beginsel van de vertrekkende vlucht zoals bedoeld in:
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/2392 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017 om te voorzien in een tijdelijke uitzondering van handhaving ten aanzien van vluchten van en naar landen waarmee geen overeenkomst krachtens artikel 25 van Richtlijn 2003/87/EG is gesloten,
|
—
|
Gedelegeerd Besluit (EU) 2020/1071 van de Commissie van 18 mei 2020 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het uitsluiten van inkomende vluchten vanuit Zwitserland van het EU-emissiehandelssysteem
|
—
|
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van het EU-register
zoals van kracht op 1 januari 2021.
Vanaf 1 januari 2020 worden vluchten vanaf een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van de EER naar luchtvaartterreinen gelegen op het grondgebied van Zwitserland bestreken door de EU-ETS, terwijl vluchten vanaf luchtvaartterreinen die gelegen zijn op het grondgebied van Zwitserland naar luchtvaartterreinen gelegen op het grondgebied van de EER overeenkomstig artikel 25 bis van Richtlijn 2003/87/EG van de EU-ETS worden uitgesloten.
|
|
1.
|
Toepassingsgebied
Vluchten die aankomen op of vertrekken vanaf een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van Zwitserland, behalve vluchten die vertrekken vanaf een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (“EER”)
Tijdelijke afwijkingen wat het toepassingsgebied van de ETS betreft, zoals afwijkingen in de zin van artikel 28 bis van Richtlijn 2003/87/EG, kunnen van toepassing zijn op de ETS van Zwitserland in overeenstemming met de afwijkingen in de EU-ETS. Voor luchtvaartactiviteiten worden alleen de CO2-emissies in aanmerking genomen.
|
2.
|
Beperkingen van het toepassingsgebied
Tot het in punt 1 bedoelde algemene toepassingsgebied behoren niet:
1.
|
vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd voor het vervoer op een officiële dienstreis van een regerend vorst en zijn directe familie, staatshoofden, regeringsleiders en ministers van de regering, wanneer dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan;
|
2.
|
militaire, douane- en politievluchten;
|
3.
|
vluchten in verband met opsporing en redding, vluchten in het kader van brandbestrijding, humanitaire vluchten en medische noodvluchten;
|
4.
|
vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd volgens zichtvliegvoorschriften zoals bedoeld in bijlage 2 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944;
|
5.
|
vluchten die eindigen op het luchtvaartterrein vanwaar het luchtvaartuig is opgestegen en tijdens welke er geen geplande tussenlanding is gemaakt;
|
6.
|
lesvluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met als doel het behalen of behouden van een vliegbrevet, of van een bevoegdverklaring in het geval van cockpitpersoneel, wanneer dit wordt bevestigd door een overeenkomstige opmerking in het vluchtplan, met uitzondering van vluchten die dienen voor het vervoer van passagiers en/of lading en van veerdienst- en positioneringsvluchten;
|
7.
|
vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met als doel wetenschappelijk onderzoek;
|
8.
|
vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met als doel het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of van boord- of grondapparatuur;
|
9.
|
vluchten die worden uitgevoerd door luchtvaartuigen met een gecertificeerde maximumstartmassa van minder dan 5 700 kg;
|
10.
|
vluchten van commerciële vliegtuigexploitanten met een totale emissie van minder dan 10 000 ton per jaar op onder de ETS van Zwitserland vallende vluchten of per periode, gedurende drie opeenvolgende perioden van vier maanden, minder dan 243 vluchten binnen het toepassingsgebied van de ETS van Zwitserland, indien de exploitanten niet onder de EU-ETS vallen;
|
11.
|
vluchten van niet-commerciële vliegtuigexploitanten die onder de ETS van Zwitserland vallen, met een totale emissie van minder dan 1 000 ton per jaar overeenkomstig de desbetreffende afwijking toegepast in de EU-ETS, indien de exploitanten niet onder de EU-ETS vallen.
|
|
Deze beperkingen van het toepassingsgebied zijn vastgelegd in:
—
|
CO2-wet, artikel 16 bis
|
—
|
CO2-verordening, artikel 46 quinquies, artikel 55, lid 2, en bijlage 13,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
3.
|
Uitwisseling van relevante gegevens over de toepassing van de beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten
|
De twee partijen zullen samenwerken bij de toepassing van de beperkingen van het toepassingsgebied in de ETS van Zwitserland en de EU-ETS voor commerciële en niet-commerciële exploitanten overeenkomstig deze bijlage. Beide partijen zorgen met name voor de tijdige overdracht van alle relevante gegevens voor de correcte identificatie van de vluchten en vliegtuigexploitanten die onder de ETS van Zwitserland en de EU-ETS vallen.
|
4.
|
Plafond (totale hoeveelheid aan vliegtuigexploitanten toe te wijzen emissierechten)
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 3 quater,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
—
|
In artikel 3 quater van Richtlijn 2003/87/EG werden de emissierechten aanvankelijk als volgt toegewezen:
—
|
3 % wordt opzijgezet in een bijzondere reserve,
|
—
|
82 % wordt kosteloos toegewezen.
|
|
De toewijzingen werden gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 421/2014, waarbij de toewijzing van kosteloze emissierechten werd gereduceerd in verhouding tot de reductie van de verplichting tot inlevering (artikel 28 bis, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG). Bij Verordening (EU) 2017/2392, zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, is deze aanpak verlengd tot 2023 en wordt de lineaire reductiefactor van 2,2 % toegepast vanaf 1 januari 2021.
|
Het plafond moet even stringent zijn als dat in de EU-ETS, vooral wat het reductiepercentage tussen jaren en handelsperioden betreft. De emissierechten binnen het plafond worden als volgt toegewezen:
—
|
3 % wordt opzijgezet in een bijzondere reserve,
|
—
|
82 % wordt kosteloos toegewezen.
|
Deze toewijzing kan krachtens de artikelen 6 en 7 van deze overeenkomst worden herzien.
Tot 2020 moet de hoeveelheid emissierechten binnen het plafond bottom-up worden berekend op basis van de kosteloos toe te wijzen emissierechten volgens de bovenvermelde verdeling binnen het plafond. Tijdelijke afwijkingen met betrekking tot het toepassingsgebied van de ETS vereisen de overeenkomstige evenredige aanpassingen van de toe te wijzen hoeveelheden.
Vanaf 2021 moet de hoeveelheid emissierechten binnen het plafond worden bepaald aan de hand van het plafond in 2020, rekening houdend met een eventueel reductiepercentage in overeenstemming met de EU-ETS.
Dit is vastgelegd in:
—
|
CO2-verordening, artikel 46 sexies en bijlage 15,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
5.
|
Toewijzing van emissierechten voor de luchtvaart door veiling
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 3 quinquies en artikel 28 bis, lid 3,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
De te veilen Zwitserse emissierechten moeten door de Zwitserse bevoegde autoriteit worden geveild. Zwitserland heeft recht op de opbrengsten van de veiling van Zwitserse emissierechten.
Dit is vastgelegd in:
—
|
CO2-wet, artikel 19 bis, leden 2 en 4,
|
—
|
CO2-verordening, artikel 48, en bijlage 15,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
6.
|
Bijzondere reserve voor bepaalde vliegtuigexploitanten
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 3 septies,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
Emissierechten worden opzijgezet in een bijzondere reserve voor nieuwkomers en snelle groeiers. Tot 2020 heeft Zwitserland echter geen bijzondere reserve, aangezien 2018 het referentiejaar voor de inzameling van gegevens over Zwitserse luchtvaartactiviteiten is.
De bijzondere reserve is vastgelegd in:
—
|
CO2-wet, artikel 18, lid 3
|
—
|
CO2-verordening, artikel 46 sexies en bijlage 15,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
7.
|
Benchmark voor de kosteloze toewijzing van emissierechten aan vliegtuigexploitanten
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 3 sexies,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
De jaarlijkse benchmark bedraagt 0,000642186914222035 rechten per tonkilometer.
|
|
De benchmark mag niet hoger zijn dan die in de EU-ETS.
De jaarlijkse benchmark bedraagt 0,000642186914222035 rechten per tonkilometer.
Deze benchmark is vastgelegd in:
—
|
CO2-verordening, artikel 46 septies, lid 1, en bijlage 15,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
8.
|
Kosteloze toewijzing van emissierechten aan vliegtuigexploitanten
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 3 sexies,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Overeenkomstig artikel 25 bis van Richtlijn 2003/87/EG moet de verlening van emissierechten worden aangepast naar rata van de overeenkomstige rapportage- en inleveringsverplichtingen die voortvloeien uit het feit dat vluchten tussen de EER en Zwitserland momenteel onder de EU-ETS vallen.
|
|
Het kosteloos aan vliegtuigexploitanten toegewezen aantal emissierechten wordt berekend door hun gerapporteerde tonkilometergegevens voor het referentiejaar met de toepasselijke benchmark te vermenigvuldigen.
Deze kosteloze toewijzing is vastgelegd in:
—
|
CO2-wet, artikel 19 bis, leden 3 en 4,
|
—
|
CO2-verordening, artikel 46 septies, leden 1 en 3, en bijlage 15,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
9.
|
De kwalitatieve beperkingen voor internationale kredieten zijn ten minste even streng als die vastgesteld in:
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Unierecht.
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Zwitserse recht.
|
10.
|
Kwantitatieve beperkingen voor het gebruik van internationale kredieten
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Unierecht.
|
Vanaf 2021 zijn er geen rechten op het gebruik van internationale kredieten voorzien in het Zwitserse recht.
|
11.
|
Inzameling van tonkilometergegevens voor het referentiejaar
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 3 sexies,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
Behalve zoals hieronder aangegeven, moeten de nieuwe tonkilometergegevens op hetzelfde moment en op dezelfde wijze worden ingezameld als die voor de EU-ETS.
Tot nieuwe tonkilometergegevens zijn ingezameld, en overeenkomstig de verordening inzake de inzameling van tonkilometergegevens en het opstellen van monitoringplannen met betrekking tot de door luchtvaartuigen afgelegde afstanden, zoals die van kracht is op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, is 2018 het referentiejaar voor de inzameling van gegevens over Zwitserse luchtvaartactiviteiten.
Dit is vastgelegd in:
—
|
CO2-wet, artikel 19 bis, leden 3 en 4,
|
—
|
CO2-verordening, artikel 40 septies, lid 1, en bijlage 15,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
12.
|
Monitoring en rapportage
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 14 en bijlage IV,
|
—
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie,
|
—
|
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1603 van de Commissie van 18 juli 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie aangenomen maatregelen voor de monitoring, rapportage en verificatie van luchtvaartemissies ter uitvoering van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel,
zoals van kracht op 1 januari 2021.
|
|
De bepalingen inzake monitoring en rapportage moeten even strikt zijn als in de EU-ETS.
Dit is vastgelegd in:
—
|
CO2-verordening, artikelen 50 tot en met 52, en bijlagen 16 en 17,
|
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
13.
|
Verificatie en accreditatie
|
—
|
Richtlijn 2003/87/EG, artikel 15 en bijlage V,
|
—
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad,
zoals van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
|
|
De bepalingen inzake verificatie en accreditatie moeten even strikt zijn als in de EU-ETS.
Dit is vastgelegd in:
—
|
CO2-verordening, artikel 52, leden 4 en 5, en bijlage 18,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
14.
|
Beheer
|
De criteria van artikel 18 bis van Richtlijn 2003/87/EG zijn van toepassing. Daartoe en overeenkomstig artikel 25 bis van Richtlijn 2003/87/EG zal Zwitserland als een administrerende lidstaat worden beschouwd wat de toewijzing van het beheer van vliegtuigexploitanten aan Zwitserland en de EU-lidstaten (EER-landen) betreft.
Overeenkomstig artikel 25 bis van Richtlijn 2003/87/EG zullen de bevoegde autoriteiten van de EU/EER-lidstaten worden belast met alle taken die hun in verband met het beheer van vliegtuigexploitanten zijn toegewezen, met inbegrip van de taken in verband met de ETS van Zwitserland (bv. ontvangst van geverifieerde emissieverslagen over zowel Zwitserse als EU-luchtvaartactiviteiten, beheer van vliegtuigexploitanten en rekeningen, naleving en handhaving).
De Europese Commissie sluit met de Zwitserse bevoegde autoriteiten een bilaterale overeenkomst over de overdracht van de relevante documentatie en informatie.
De Europese Commissie draagt met name zorg voor de overdracht van het aantal kosteloze toewijzingen van EU-emissierechten aan door Zwitserland beheerde vliegtuigexploitanten.
In geval van een bilaterale overeenkomst over het beheer van vluchten met betrekking tot de EuroAirport Bazel-Mulhouse-Freiburg waarvoor geen wijziging van Richtlijn 2003/87/EC vereist is, zal de Europese Commissie de uitvoering van een dergelijke overeenkomst zo nodig vergemakkelijken, mits dat niet tot een dubbeltelling leidt.
|
Zwitserland is verantwoordelijk voor het beheer van vliegtuigexploitanten:
—
|
met een geldige, door Zwitserland afgegeven exploitatievergunning, of
|
—
|
met de grootste geraamde toegewezen luchtvaartemissies in Zwitserland in het kader van de gekoppelde ETS.
|
De Zwitserse bevoegde autoriteiten worden belast met alle taken die aan Zwitserland in verband met het beheer van vliegtuigexploitanten zijn toegewezen, met inbegrip van de taken in verband met de EU-ETS (bv. ontvangst van geverifieerde emissieverslagen over zowel Zwitserse als EU-luchtvaartactiviteiten, beheer van vliegtuigexploitanten en rekeningen, naleving en handhaving).
De Zwitserse bevoegde autoriteiten sluiten met de Europese Commissie een bilaterale overeenkomst over de overdracht van de relevante documentatie en informatie.
De Zwitserse bevoegde autoriteiten dragen met name het aantal kosteloze toewijzingen van Zwitserse emissierechten over aan door de lidstaten van de EU (of de EER) beheerde vliegtuigexploitanten.
Dit is vastgelegd in:
—
|
CO2-wet, artikel 39, lid 1 bis
|
—
|
CO2-verordening, artikel 46 quinquies, en bijlage 14,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
15.
|
Inlevering
|
Bij de beoordeling van de naleving door vliegtuigexploitanten op basis van de hoeveelheid ingeleverde emissierechten houden de bevoegde autoriteiten van de EU/EER-lidstaten in de eerste plaats rekening met emissies die onder de ETS van Zwitserland vallen, en maken zij gebruik van de resterende hoeveelheid ingeleverde emissierechten om rekening te houden met emissies die onder de EU-ETS vallen.
|
Bij de beoordeling van de naleving door vliegtuigexploitanten op basis van de hoeveelheid ingeleverde emissierechten houden de bevoegde Zwitserse autoriteiten in de eerste plaats rekening met emissies die onder de EU-ETS vallen, en maken zij gebruik van de resterende hoeveelheid ingeleverde emissierechten om rekening te houden met emissies die onder de ETS van Zwitserland vallen.
Dit is vastgelegd in:
—
|
CO2-verordening, artikel 55, lid 2 bis,
zoals van kracht op 1 januari 2022.
|
|
16.
|
Rechtshandhaving
|
De partijen zullen de bepalingen van hun respectieve ETS met betrekking tot vliegtuigexploitanten die hun verplichtingen in het kader van de respectieve ETS niet nakomen, handhaven — ongeacht of de exploitant door een bevoegde autoriteit van de EU (EER) of door een Zwitserse bevoegde autoriteit wordt beheerd — indien de handhaving door de autoriteit die de exploitant beheert, extra maatregelen vergt.
|
17.
|
Administratieve toewijzing van vliegtuigexploitanten
|
Krachtens artikel 25 bis van Richtlijn 2003/87/EG zal op de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 18 bis, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG gepubliceerde lijst van vliegtuigexploitanten de administrerende staat, met inbegrip van Zwitserland, voor elke vliegtuigexploitant worden aangegeven.
Vliegtuigexploitanten die voor het eerst na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan Zwitserland worden toegewezen, zullen na 30 april van het jaar van toewijzing en zodra de voorlopige registerkoppeling is gerealiseerd, door Zwitserland worden beheerd.
De twee partijen zullen bij de uitwisseling van relevante documentatie en informatie samenwerken.
De toewijzing van een vliegtuigexploitant zal niet van invloed zijn op het toepassingsgebied van de respectieve ETS voor die vliegtuigexploitant (d.w.z. een exploitant die onder de EU-ETS valt en door de bevoegde Zwitserse autoriteit wordt beheerd, zal onder de EU-ETS dezelfde verplichtingen hebben als onder de ETS van Zwitserland en omgekeerd).
|
18.
|
Uitvoeringsregels
|
Alle andere regels die nodig zijn voor de organisatie van de werkzaamheden en de samenwerking binnen de one-stop-shop voor luchtvaartrekeninghouders, moeten door het Gemengd Comité na de ondertekening van deze overeenkomst krachtens de artikelen 12, 13 en 22 van deze overeenkomst worden opgesteld en goedgekeurd. Die regels treden in werking op de datum waarop deze overeenkomst in werking treedt.
|
19.
|
Bijstand van Eurocontrol
|
Voor het luchtvaartgedeelte van deze overeenkomst neemt de Europese Commissie Zwitserland op in het mandaat dat aan Eurocontrol met betrekking tot de EU-ETS is gegeven.
|
-
C.
Essentiële criteria voor de registers
De ETS van elke partij moet een register en een transactielogboek omvatten die voldoen aan de hierna genoemde essentiële criteria inzake beveiligingsmechanismen en -procedures en inzake het openen en beheren van rekeningen.
Essentiële criteria inzake beveiligingsmechanismen en -procedures
De registers en transactielogboeken moeten de vertrouwelijkheid, de integriteit, de beschikbaarheid en de authenticiteit van de in het systeem opgeslagen gegevens beschermen. Daartoe moeten de volgende beveiligingsmechanismen door de partijen worden toegepast:
Essentiële criteria
|
Om toegang te krijgen tot rekeningen, is voor alle gebruikers met toegang tot de rekening een tweefactorenauthenticatiemechanisme vereist.
|
Om transacties te initiëren en goed te keuren is een transactieondertekeningsmechanisme nodig. De bevestigingscode moet buiten de band aan de gebruikers worden toegezonden.
|
De volgende handelingen moeten door één persoon worden geïnitieerd en door een andere persoon worden goedgekeurd (vierogenprincipe):
—
|
alle door een administrateur uitgevoerde handelingen, behalve wanneer een in de koppelingstechnische normen omschreven uitzondering gerechtvaardigd is,
|
—
|
alle overdrachten van eenheden, tenzij een alternatieve maatregel hetzelfde beveiligingsniveau biedt.
|
|
Er moet in een systeem van kennisgevingen worden voorzien om de gebruikers te waarschuwen wanneer handelingen worden verricht die met hun rekeningen en tegoedrekeningen te maken hebben.
|
Tussen het initiëren van een overdracht en de uitvoering ervan geldt voor alle gebruikers een minimumtermijn van 24 uur om informatie te ontvangen en elke vermoedelijk illegale overdracht tegen te houden, tenzij een systeem van vertrouwde rekeningen hetzelfde beveiligingsniveau biedt.
|
De Zwitserse administrateur en de centrale administrateur van de Unie moeten stappen ondernemen om de gebruikers te informeren over hun verantwoordelijkheden met betrekking tot de beveiliging van hun systemen (bv. pc, netwerk) en bij het behandelen van gegevens en het navigeren op internet.
|
Wat de naleving betreft, en met inachtneming van de respectieve wet- en regelgeving van de partijen, mogen emissies alleen worden gedekt door emissierechten die in dezelfde periode of eerder zijn verleend.
|
Essentiële criteria inzake het openen en beheren van rekeningen
Essentiële criteria
|
Openen van een exploitanttegoedrekening
De aanvraag om een exploitanttegoedrekening te openen, moet door de exploitant of de bevoegde autoriteit bij de nationale administrateur (voor Zwitserland bij het federaal bureau voor het milieu — Bundesamt für Umwelt, BAFU) worden ingediend. De aanvraag moet voldoende informatie ter identificatie van de ETS-installatie en een passende installatie-ID bevatten.
|
Openen van een vliegtuigexploitanttegoedrekening
Elke vliegtuigexploitant die onder de ETS van Zwitserland en/of de EU-ETS valt, moet één vliegtuigexploitanttegoedrekening hebben. Voor vliegtuigexploitanten die door de Zwitserse bevoegde autoriteit worden beheerd, moet die rekening in het Zwitserse register worden aangehouden. De aanvraag moet door de vliegtuigexploitant of door zijn gemachtigde vertegenwoordiger binnen 30 werkdagen na de goedkeuring van het monitoringplan van de vliegtuigexploitant of na de overheveling ervan van een EU-lidstaat naar de Zwitserse autoriteiten bij de nationale administrateur (BAFU voor Zwitserland) worden ingediend. De aanvraag moet de unieke code bevatten van de vliegtuigen die door de aanvrager worden geëxploiteerd en onder de ETS van Zwitserland en/of de EU-ETS vallen.
|
Openen van een persoonstegoedrekening/handelsrekening
De aanvraag om een persoonstegoedrekening/handelsrekening te openen, moet bij de nationale administrateur (BAFU voor Zwitserland) worden ingediend. De aanvraag moet voldoende informatie bevatten om de rekeninghouder/aanvrager te identificeren en ten minste:
—
|
voor een natuurlijke persoon: identiteitsbewijs en contactgegevens;
|
—
|
voor een rechtspersoon:
—
|
afschrift van het handelsregister of
|
—
|
een document ter staving van de registratie van de rechtspersoon en, in voorkomend geval, het instrument tot oprichting van de rechtspersoon
|
|
—
|
strafregister van de natuurlijke persoon of, in voorkomend geval voor een rechtspersoon, van de bestuurders.
|
|
Rekeningvertegenwoordigers/gemachtigde vertegenwoordigers
Elke rekening moet ten minste één gemachtigde vertegenwoordiger/rekeningvertegenwoordiger hebben die door de aspirant-rekeninghouder is aangewezen. De gemachtigde vertegenwoordiger/rekeningvertegenwoordiger moet namens de rekeninghouder transacties en andere procedures initiëren. Bij de aanwijzing van de gemachtigde vertegenwoordiger/rekeningvertegenwoordiger moet de volgende informatie over de betrokkene worden verstrekt:
—
|
naam en contactgegevens,
|
|
Controleren van documenten
Een kopie van een document dat als bewijs voor het openen van een handelsregeking/persoonlijke rekening of voor de aanwijzing van een gemachtigde vertegenwoordiger of rekeningvertegenwoordiger wordt ingediend, moet voor eensluidend worden gewaarmerkt. Voor documenten die zijn afgegeven buiten de lidstaat die om een kopie verzoekt, moet de kopie worden gelegaliseerd, tenzij in het nationale recht anders is bepaald. De kopieën mogen hoogstens drie maanden vóór de datum van de aanvraag zijn gewaarmerkt of gelegaliseerd.
|
Weigering om een rekening te openen of bij te werken of om een rekeningvertegenwoordiger/gemachtigde vertegenwoordiger aan te wijzen
Een nationale administrateur (BAFU voor Zwitserland) kan weigeren een rekening te openen of bij te werken of een rekeningvertegenwoordiger/gemachtigde vertegenwoordiger aan te wijzen, op voorwaarde dat de weigering redelijk en verdedigbaar is. De weigering moet met ten minste een van de volgende argumenten worden gerechtvaardigd:
—
|
de verstrekte informatie en documenten zijn onvolledig, verouderd of anderszins onnauwkeurig of onjuist;
|
—
|
tegen de aspirant-vertegenwoordiger loopt een onderzoek of de aspirant-vertegenwoordiger is in de voorbije vijf jaar veroordeeld wegens fraude met emissierechten of Kyoto-eenheden, witwassen van geld, financiering van terrorisme of andere ernstige strafbare feiten waarvoor de rekening als instrument kan dienen;
|
—
|
een in de nationale of wetgeving van de Unie genoemde reden.
|
|
Geregelde toetsing van de rekeninginformatie
De rekeninghouders moeten elke wijziging van de rekening- of gebruikersgegevens binnen tien werkdagen aan de nationale administrateur (BAFU voor Zwitserland) rapporteren en daarbij de gevraagde informatie verstrekken aan de nationale administrateur die de bijwerking van de informatie tijdig moet goedkeuren.
|
Ten minste om de drie jaar gaat de nationale administrateur na of de informatie in verband met een rekening nog steeds volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw is en verzoekt hij de rekeninghouder in voorkomend geval eventuele wijzigingen mee te delen. Voor exploitantrekeningen/exploitanttegoedrekeningen, vliegtuigexploitantrekeningen/vliegtuigexploitanttegoedrekeningen en verificateurs vindt de controle ten minste om de vijf jaar plaats.
|
Opschorting van de toegang tot een rekening
Wanneer een bepaling op grond van artikel 3 van deze overeenkomst niet wordt nageleefd of wanneer er nog een onderzoek naar een mogelijke niet-naleving van die bepaling loopt, kan de toegang tot rekeningen worden opgeschort.
|
Vertrouwelijkheid en openbaarmaking van informatie
Informatie — met inbegrip van de tegoeden van alle rekeningen, alle verrichte transacties, de unieke eenheidsidentificatiecode van de emissierechten en de unieke numerieke waarde van het eenheidsreeksnummer van de Kyoto-eenheden die worden aangehouden of bij een transactie zijn betrokken — die in het EUTL of het SSTL, het EU-register, het Zwitserse register of elk ander Kyoto-register is opgeslagen, moet als vertrouwelijk worden beschouwd.
|
Deze vertrouwelijke informatie mag aan de betrokken openbare entiteiten, op hun verzoek, worden verstrekt indien een dergelijk verzoek een legitiem doel nastreeft en gerechtvaardigd, noodzakelijk en evenredig is (met het oog op onderzoek, opsporing, vervolging, belastingadministratie, handhaving, audits en financieel toezicht ter voorkoming en bestrijding van fraude, witwassen van geld, financiering van terrorisme, andere ernstige strafbare feiten, marktmisbruik of andere schendingen van het Unierecht of het nationale recht van een EER-lidstaat of van Zwitserland, om de goede werking van de EU-ETS en de ETS van Zwitserland te waarborgen).
|
-
D.
Essentiële criteria voor veilingplatforms en veilingactiviteiten
Entiteiten die veilingen van emissierechten in de ETS van de partijen houden, moeten voldoen aan de volgende essentiële criteria en de veilingen dienovereenkomstig houden.
|
Essentiële criteria
|
1.
|
De entiteit die de veiling houdt, moet worden geselecteerd via een procedure die borg staat voor transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling, non-discriminatie en concurrentie tussen verschillende mogelijke veilingplatforms op basis van de EU-wetgeving of de nationale wetgeving inzake overheidsopdrachten.
|
2.
|
De entiteit die de veiling houdt, moet daartoe gemachtigd zijn en moet bij de uitvoering van haar activiteiten de nodige waarborgen bieden. Er moet onder meer worden gewaarborgd dat de potentiële negatieve gevolgen van eventuele belangenconflicten worden vastgesteld en beheerd, risico’s waaraan de markt is blootgesteld, worden opgespoord en beheerst, er transparante en niet-discretionaire regels en procedures voor een billijke en ordelijke veiling zijn en voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de goede werking te bevorderen.
|
3.
|
Aan de toegang tot de veilingen moeten minimumeisen inzake adequate klantenonderzoekscontroles worden verbonden om ervoor te zorgen dat deelnemers de werking van de veilingen niet ondermijnen.
|
4.
|
Het veilingproces moet voorspelbaar zijn, met name met betrekking tot het tijdstip en de opeenvolging van de verkopen en de geraamde volumes die moeten worden aangeboden. De belangrijkste elementen van de veilingmethode, met inbegrip van het schema, de data en de geraamde volumes van de verkopen, moeten minstens één maand vóór het begin van de veilingen worden bekendgemaakt op de website van de entiteit die met de veiling is belast. Elke belangrijke aanpassing moet eveneens zo vroeg mogelijk van tevoren worden aangekondigd.
|
5.
|
De veiling van emissierechten moet worden verricht met als doel elk effect op de ETS van elke partij zo veel mogelijk te beperken. De met de veiling belaste entiteit moet erop toezien dat de veilingtoewijzingsprijzen niet significant afwijken van de desbetreffende prijs voor emissierechten op de secundaire markt tijdens de veilingperiode, een situatie die op een tekortkoming van de veilingen zou wijzen. De methode voor het bepalen van de afwijking als bedoeld in de vorige zin moet worden aangemeld bij de bevoegde autoriteiten die de markttoezichtfuncties uitoefenen.
|
6.
|
Alle niet-vertrouwelijke informatie in verband met de veilingen, met inbegrip van alle wetgeving, richtsnoeren en formulieren, moet op een open en transparante wijze worden gepubliceerd. De resultaten van elke veiling en alle relevante niet-vertrouwelijke informatie moeten zo snel mogelijk worden bekendgemaakt. Verslagen over de resultaten van de veilingen moeten ten minste eenmaal per jaar worden gepubliceerd.
|
7.
|
Voor het veilen van emissierechten moeten adequate regels en procedures gelden om het risico van concurrentieverstoring, marktmisbruik, witwassen van geld en financiering van terrorisme bij veilingen te beperken. Die regels en procedures mogen — voor zover mogelijk — niet minder streng zijn dan die voor financiële markten in het respectieve rechtskader van de partijen. De met de veiling belaste entiteit moet met name voor maatregelen, procedures en processen zorgen om de integriteit van de veilingen te waarborgen. Zij moet ook het gedrag van de marktdeelnemers volgen en de bevoegde overheden van concurrentieverstoring, marktmisbruik, witwassen van geld of financiering van terrorisme in kennis stellen.
|
8.
|
Op de entiteit die de veilingen houdt en op de veiling van emissierechten moet passend toezicht worden uitgeoefend door bevoegde autoriteiten. De aangewezen bevoegde autoriteiten moeten over de nodige wettelijke bevoegdheden en technische middelen beschikken om toezicht uit te oefenen op:
—
|
de organisatie en het gedrag van exploitanten van veilingplatforms,
|
—
|
de organisatie en het gedrag van professionele tussenpersonen die namens cliënten optreden,
|
—
|
het gedrag en de transacties van marktdeelnemers, om handel met voorkennis en marktmanipulatie te voorkomen,
|
—
|
de transacties van marktdeelnemers, om witwassen van geld en financiering van terrorisme te voorkomen.
|
Voor zover mogelijk mag het toezicht niet minder streng zijn dan dat voor toezicht op financiële markten in het respectieve rechtskader van de partijen.
|
Voor de veiling van zijn emissierechten moet Zwitserland gebruik trachten te maken van een particuliere entiteit, overeenkomstig de regels voor openbare aanbestedingen.
Totdat die entiteit is aangesteld en indien het in één jaar te veilen aantal emissierechten lager is dan een bepaalde drempel, mag Zwitserland blijven gebruikmaken van de huidige regelingen voor veilingen, namelijk de veilingen die door BAFU worden gehouden, onder de volgende voorwaarden:
1.
|
de drempel moet worden vastgesteld op 1 000 000 emissierechten, met inbegrip van de voor luchtvaartactiviteiten te veilen emissierechten;
|
2.
|
de essentiële criteria 1 tot en met 8 zijn van toepassing, met uitzondering van de criteria 1 en 2, terwijl de laatste zin van criterium 5, alsmede de criteria 7 en 8 alleen voor BAFU gelden, in de mate van het mogelijke.
|
Het essentiële criterium 3 is van toepassing, samen met de volgende bepaling: de toelating tot bieden op veilingen van Zwitserse emissierechten in het kader van de regelingen voor veilingen die van kracht waren op het tijdstip dat deze overeenkomst is ondertekend, moet worden gewaarborgd voor alle entiteiten in de EER die toelating hebben tot bieden op veilingen in de Unie.
Zwitserland kan entiteiten die in de EER zijn gevestigd, opdragen de veiling te houden.
”.
|