Besluit 2024/2824 - Standpunt EU tijdens de 233e zitting van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie over amendement 30 van bijlage 9 - Facilitering - bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart betreffende wijzigingen van hoofdstuk 1, hoofdstuk 3, punten C, D, G en H, en van hoofdstuk 8, punten H en I, van die bijlage

1.

Wettekst

NL

L-serie

Publicatieblad van de Europese Unie

2024/2824                                   8.11.2024

BESLUIT (EU) 2024/2824 VAN DE RAAD

van 24 oktober 2024

2.

betreffende het namens de Europese Unie tijdens de 233e zitting van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie in te nemen standpunt over amendement 30 van bijlage 9 — Facilitering — bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart betreffende wijzigingen van hoofdstuk 1, hoofdstuk 3, punten C, D, G en H, en van hoofdstuk 8, punten H en I, van die bijlage

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, punten a) en b), in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  • (1) 
    Het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (het “Verdrag van Chicago”), waarbij het internationale luchtvervoer wordt geregeld, is op 4 april 1947 in werking getreden. Bij dat verdrag is de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (International Civil Aviation Organization — ICAO) opgericht.
  • (2) 
    Alle lidstaten van de Unie zijn verdragsluitende partijen bij het Verdrag van Chicago en leden van de ICAO, terwijl de Unie de status van waarnemer heeft in bepaalde organen van de ICAO. In de periode 2022-2025 zijn zes lidstaten vertegenwoordigd in de ICAO-Raad.
  • (3) 
    Op grond van artikel 37, punt j), van het Verdrag van Chicago stelt de ICAO-Raad, voor zover nodig, internationale normen en aanbevolen praktijken en procedures met betrekking tot douane- en immigratiemaatregelen vast en wijzigt zij deze van tijd tot tijd. Op grond van artikel 54, punt l), van het Verdrag van Chicago kan de ICAO-Raad internationale normen en aanbevolen praktijken (standards and recommended practices — “SARP’s”) vaststellen, die worden vastgelegd in de bijlagen bij het Verdrag van Chicago.
  • (4) 
    Tijdens zijn 233e zitting moet de ICAO-Raad amendement 30 van bijlage 9 bij het Verdrag van Chicago (“amendement 30”) vaststellen.
  • (5) 
    Amendement 30, dat is opgenomen in ICAO-staatsbrief EC 6/3 — 24/67, heeft voornamelijk tot doel de duidelijkheid en bijgevolg de consistentie en efficientie van bijlage 9 bij het Verdrag van Chicago (“bijlage 9”) te verbeteren.
  • (6) 
    Amendement 30 bevat wijzigingen van hoofdstuk 1 (“Definities en algemene beginselen”), hoofdstuk 3 (“Inreis en vertrek van personen en hun bagage”), punten C (“Beveiliging van reisdocumenten”), D (“Reisdocumenten”), G (“Instap-/uitstapkaarten”) en H (“Inspectie van reisdocumenten”), en hoofdstuk 8 (“Faciliteringsbepalingen met betrekking tot specifieke thema’s”), punten H (“Mensenhandel”) en I (“Handel in wilde dieren en planten”), van bijlage 9.
  • (7) 
    Het is passend het namens de Unie in de ICAO-Raad in te nemen standpunt te bepalen, aangezien amendement 30 volkenrechtelijk bindend zal zijn overeenkomstig artikel 90, punt a), van het Verdrag van Chicago en relevant is voor het recht van de Unie, met name Verordeningen (EG) nr. 2252/2004 (1) en (EG) nr. 1683/95 van de Raad (2). Het toepassingsgebied van dit besluit dient beperkt te worden tot de inhoud van amendement 30, met dien verstande dat die inhoud binnen een gebied valt dat al in ruime mate door gemeenschappelijke EU-regels wordt bestreken. Dit besluit dient de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten op luchtvaartgebied onverlet te laten.
  • (1) 
    Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1).
  • (2) 
    Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad van 29 mei 1995 betreffende de invoering van een uniform visummodel (PB L 164 van 14.7.1995, blz. 1).
  • (8) 
    Op grond van artikel 38 van het Verdrag van Chicago stelt elke staat die oordeelt dat het onmogelijk is om in alle opzichten te voldoen aan een door het ICAO vastgestelde internationale norm of procedure, of om zijn eigen regels of praktijken volledig in overeenstemming te brengen met een internationale norm of procedure, of die het nodig acht om regels of praktijken vast te stellen die in enig specifiek opzicht verschillen van die welke bij een internationale norm zijn vastgesteld, de ICAO onmiddellijk in kennis van de verschillen tussen zijn eigen praktijk en die welke bij de internationale norm is vastgesteld.
  • (9) 
    Het namens de Unie tijdens de 233e zitting van de ICAO-Raad of een daaropvolgende zitting in te nemen standpunt, met betrekking tot de vaststelling van de voorgestelde wijzigingen van hoofdstuk 1, hoofdstuk 3, punten C, D, G en H, en hoofdstuk 8, punten H en I, van bijlage 9, vervat in amendement 30 van die bijlage, opgenomen in ICAO-staatsbrief EC 6/3 — 24/67, houdt in dat die wijzigingen moeten worden gesteund. Dat standpunt moet tot uiting worden gebracht door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de ICAO-Raad, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.
  • (10) 
    Het namens de Unie in te nemen standpunt na de vaststelling door de ICAO-Raad van amendement 30, dat door de secretaris-generaal van de ICAO moet worden aangekondigd via een ICAO-staatsbrief, moet erin bestaan geen afkeuring kenbaar te maken en aan die wijziging te voldoen. Indien het Unierecht zou afwijken van de gewijzigde SARP’s na de beoogde toepassingsdatum van die SARP’s, moet de ICAO in kennis worden gesteld van elk verschil tussen het recht van de Unie en die specifieke SARP’s. Het namens de Unie in te nemen standpuntdat met betrekking tot dat verschil moet worden gebaseerd op een schriftelijk document dat de Commissie ter bespreking en goedkeuring aan de Raad voorlegt. Dat standpunt moet tot uiting worden gebracht door alle lidstaten van de Unie, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.
  • (11) 
    Dit besluit vormt geen ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad (3) Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit besluit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.
  • (12) 
    Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Aangezien dit besluit voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over dit besluit of het dit in zijn nationale wetgeving zal omzetten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    Het namens de Unie tijdens de 233e zitting van de ICAO-Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, of een daaropvolgende zitting, in te nemen standpunt, houdt in dat de voorgestelde wijzigingen van hoofdstuk 1, hoofdstuk 3, punten C, D, G en H, en hoofdstuk 8, punten H en I, van bijlage 9 bij het Verdrag van Chicago, vervat in amendement 30 van die bijlage, opgenomen in ICAO-staatsbrief EC 6/3 — 24/67 (“amendement 30”), worden gesteund.
  • 2. 
    Het namens de Unie in te nemen standpunt, mits de ICAO-Raad de voorgestelde wijzigingen, zoals bedoeld in lid 1, zonder ingrijpende wijzigingen vaststelt, is dat in antwoord op de respectieve ICAO-staatsbrief geen afkeuring moet worden geregistreerd, maar moet worden gemeld dat de vastgestelde wijzigingen zullen worden nageleefd.
  • 3. 
    Indien het Unierecht zou afwijken van de gewijzigde SARP’s na de beoogde toepassingsdatum van die SARP’s, is het namens de Unie in te nemen standpunt dat de ICAO in kennis moet worden gesteld van elk verschil tussen het recht van de Unie en die specifieke SARP’s, overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag van Chicago. In dat geval dient de Commissie te zijner tijd en ten minste twee maanden voor een door de ICAO vastgestelde termijn voor kennisgeving van verschillen, ter bespreking en goedkeuring bij de Raad een voorbereidend document in met de gedetailleerde verschillen die de lidstaten namens de Unie aan de ICAO moeten meedelen.

Artikel 2

Het in artikel 1, lid 1, genoemde standpunt wordt overeenkomstig de Verdragen tot uitdrukking gebracht door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de ICAO-Raad, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.

De in artikel 1, leden 2 en 3, bedoelde standpunten worden overeenkomstig de Verdragen tot uitdrukking gebracht door de lidstaten van de Unie, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.

  • (3) 
    Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen

    van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 24 oktober 2024.

Voor de Raad De voorzitter

BOKA J.

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2824/oj

3/3

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.