Richtlijn 2024/2994 - Wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties - Hoofdinhoud
NL
L-serie
Publicatieblad van de Europese Unie
2024/2994
4.12.2024
van 27 november 2024
tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
-
Om te zorgen voor samenhang met Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3) en om de goede werking van de interne markt te waarborgen, is het noodzakelijk in Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) een reeks uniforme regels vast te stellen voor de aanpak van tegenpartijrisico’s bij derivatentransacties die door instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) worden uitgevoerd, wanneer dergelijke transacties zijn gecleard door een centrale tegenpartij (CTP) die overeenkomstig die verordening een vergunning heeft gekregen of erkend is. Richtlijn 2009/65/EG legt alleen wettelijke begrenzingen op voor tegenpartijrisico’s bij otc-derivatentransacties (otc: “over-the-counter”), ongeacht of de derivaten centraal zijn gecleard. Aangezien regelingen voor centrale clearing het aan derivatencontracten inherente tegenpartijrisico beperken, moet bij de bepaling van de toepasselijke begrenzingen voor het tegenpartijrisico rekening worden gehouden met de vraag of een derivaat centraal is gecleard door een CTP die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 een vergunning heeft gekregen of erkend is, en een gelijk speelveld tussen ter beurze verhandelde derivaten en otc-derivaten worden gecreeerd. Voor regelgevings- en harmonisatiedoeleinden is het ook noodzakelijk de begrenzingen voor het tegenpartijrisico alleen op te heffen wanneer de tegenpartijen gebruikmaken van CTP’s die in een lidstaat over een vergunning beschikken of die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn erkend om clearingdiensten aan clearingleden en hun clienten te leveren.
-
Om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de kapitaalmarktenunie is het, voor een efficient gebruik van CTP’s, noodzakelijk om bepaalde belemmeringen voor het gebruik van centrale clearing in Richtlijn 2009/65/EG aan te pakken en verduidelijkingen in de Richtlijnen 2013/36/EU (5) en (EU) 2019/2034 (6) van het Europees Parlement en de Raad door te voeren. De buitensporige afhankelijkheid van het financiele stelsel van de Unie van systeemrelevante CTP’s uit derde landen (tier 2-CTP’s) kan aanleiding geven tot bezorgdheid over de financiele stabiliteit die op passende wijze moet worden aangepakt. Om financiele stabiliteit in de Unie te waarborgen en potentiele risico’s van besmetting in het financiele stelsel van de Unie adequaat te beperken, moeten daarom passende maatregelen worden ingevoerd om de identificatie, het beheer en de monitoring van concentratierisico’s die voortvloeien uit blootstellingen aan CTP’s te bevorderen. In dat verband moeten de Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 worden gewijzigd om instellingen en beleggingsondernemingen aan te
-
Standpunt van het Europees Parlement van 24 april 2024 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van 19 november 2024.
-
Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).
-
Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coordinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (herschikking) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).
-
Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
-
Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentieel toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64).
moedigen de nodige stappen te ondernemen om hun bedrijfsmodellen aan te passen om te zorgen voor consistentie met de nieuwe clearingvereisten die door de wijzigingen van Verordening (EU) nr. 648/2012 middels Verordening (EU) 2024/2987 van het Europees Parlement en de Raad (7) zijn ingevoerd, en om hun risicobeheerpraktijken in het algemeen te verbeteren, mede gelet op de aard, het type en de complexiteit van hun marktactiviteiten. Hoewel de bevoegde autoriteiten al over een alomvattend pakket toezichtsmaatregelen en bevoegdheden beschikken om tekortkomingen bij praktijken op het gebied van risicobeheer van instellingen en beleggingsondernemingen aan te pakken, waaronder het vereiste om aanvullende eigen vermogens te hebben voor risico’s die niet of niet adequaat door de bestaande kapitaalvereisten worden gedekt, moet dat pakket toezichtsmaatregelen en bevoegdheden worden uitgebreid met aanvullende, specifiekere instrumenten en bevoegdheden uit hoofde van pijler 2 in het kader van buitensporige concentratierisico’s die voortvloeien uit de blootstelling aan CTP’s.
-
(3)Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk ervoor te zorgen dat kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en hun bevoegde autoriteiten het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan tier 2-CTP’s die diensten van wezenlijk systemisch belang aanbieden, adequaat monitoren en beperken, en dat de begrenzingen worden afgeschaft voor het tegenpartijrisico bij derivatentransacties die centraal gecleard zijn door een CTP die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 een vergunning heeft gekregen of erkend is, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregel beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
-
(4)Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen in Richtlijn 2009/65/EG
Richtlijn 2009/65/EG wordt als volgt gewijzigd:
-
1)Aan artikel 2, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
“v) “centrale tegenpartij” of “CTP”: een CTP zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (*).
(*) Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).”.
-
2)Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)in lid 1, tweede alinea, wordt de aanhef vervangen door:
“De risicoblootstelling aan een tegenpartij van de icbe bij een derivatentransactie die niet centraal is gecleard via een CTP waaraan overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 648/2012 een vergunning is verleend of die overeenkomstig artikel 25 van die verordening is erkend, bedraagt niet meer dan:”;
-
b)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:
-
i)de eerste alinea wordt vervangen door:
-
Verordening (EU) 2024/2987 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Verordeningen
(EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 575/2013 en (EU) 2017/1131 voor wat betreft maatregelen ter beperking van buitensporige blootstellingen aan centrale tegenpartijen uit derde landen en ter verbetering van de efficientie van de clearingmarkten in de Unie (PB L, 2024/2987, 4.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2987/oj).
“De lidstaten kunnen de in lid 1, eerste alinea, gestelde begrenzing van 5 % verhogen tot ten hoogste 10 %. Wanneer zij hiertoe overgaan, bedraagt de totale waarde van de effecten en geldmarktinstrumenten die de icbe houdt in uitgevende instellingen waarin zij elk voor meer dan 5 % van de waarde van haar eigen activa belegt, evenwel niet meer dan 40 % van de waarde van de activa van de icbe. Die begrenzing is niet van toepassing op deposito’s of derivatentransacties met financiele instellingen die aan prudentieel toezicht onderworpen zijn.”;
-
ii)in de tweede alinea wordt punt c) vervangen door:
“c) blootstellingen uit derivatentransacties met betrekking tot die instelling, die niet centraal zijn gecleard via een CTP waaraan overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 648/2012 een vergunning is verleend of die overeenkomstig artikel 25 van die verordening is erkend.”.
Artikel 2
Wijzigingen in Richtlijn 2013/36/EU
Richtlijn 2013/36/EU wordt als volgt gewijzigd:
-
1)In artikel 74, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
“b) effectieve procedures voor het identificeren, het beheer, de bewaking en de rapportage van de risico’s waaraan zij blootstaan of kunnen worden blootgesteld op korte, middellange en lange termijn, met inbegrip van ecologische, sociale en governancerisico’s, alsook het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen, rekening houdend met de voorwaarden van artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1);
Artikel 3
Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2019/2034
Richtlijn (EU) 2019/2034 wordt als volgt gewijzigd:
-
1)Aan artikel 3, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd:
“34) “centrale tegenpartij” of “CTP”: een CTP zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2);
-
35)“gekwalificeerde centrale tegenpartij” of “gekwalificeerde CTP”: een gekwalificeerde centrale tegenpartij zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 88), van Verordening (EU) nr. 575/2013.
Artikel 4
Omzetting
-
1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 25 juni 2026 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.
Wanneer de lidstaten die maatregelen vaststellen, wordt in die maatregelen of bij de officiele bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
-
2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste maatregelen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 5
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. |
Artikel 6 Adressaten |
|
Gedaan te Straatsburg, 27 november 2024. |
||
Voor het Europees Parlement De voorzitter
|
Voor de Raad De voorzitter BOKA J. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/2994/oj
5/5
Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).”.
-
2)Aan artikel 76, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“De lidstaten zorgen ervoor dat het leidinggevend orgaan specifieke plannen en kwantificeerbare streefdoelen ontwikkelt in overeenstemming met in artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde vereisten om het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen die diensten van wezenlijk systemisch belang voor de Unie of een of meer van haar lidstaten aanbieden, te monitoren en aan te pakken.”.
-
3)Aan artikel 81 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“De bevoegde autoriteiten beoordelen en monitoren de ontwikkelingen in de praktijken van instellingen met betrekking tot het beheer van hun concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen, met inbegrip van de overeenkomstig artikel 76, lid 2, vijfde alinea, van deze richtlijn opgestelde plannen, alsook de vooruitgang die is geboekt bij de aanpassing van hun bedrijfsmodellen aan de vereisten die in artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vastgelegd.”.
-
4)Aan artikel 100 wordt het volgende lid toegevoegd:
“5. De EBA stelt, in overleg met de ESMA, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, richtsnoeren op om een consistente methodiek te bepalen bij de integratie van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen in de stresstests voor toezichtdoeleinden.
De EBA stelt de in de eerste alinea van dit lid bedoelde richtsnoeren uiterlijk op 25 juni 2026 op.”.
-
5)Aan artikel 104, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
“o) te vereisen dat instellingen blootstellingen aan die centrale tegenpartij verminderen of blootstellingen op hun clearingrekeningen aanpassen overeenkomstig artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012, indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat sprake is van een buitensporig concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen taan die centrale tegenpartij.”.
Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).”.
-
2)In artikel 26, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
“b) doeltreffende processen voor de detectie, het beheer, de monitoring en de rapportage van de risico’s waaraan beleggingsondernemingen blootstaan of kunnen worden blootgesteld, of de risico’s die zij voor anderen inhouden of kunnen inhouden, met inbegrip van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen, rekening houdend met de voorwaarden van artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012;”.
-
3)In artikel 29 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
-
a)het volgende punt wordt toegevoegd:
“e) wezenlijke oorzaken en effecten van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen, en elke wezenlijke invloed op het eigen vermogen.”;
-
b)de volgende alinea wordt ingevoegd na de vijfde alinea:
“Voor de toepassing van de eerste alinea, punt e), dragen de lidstaten er zorg voor dat het leidinggevend orgaan specifieke plannen en kwantificeerbare streefdoelen opstelt in overeenstemming met de in artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde vereisten teneinde het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen die diensten van wezenlijk systemisch belang voor de Unie of een of meer van haar lidstaten aanbieden, te monitoren en aan te pakken.”.
-
4)Aan artikel 36, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), beoordelen en monitoren de bevoegde autoriteiten de ontwikkelingen in de praktijken van beleggingsondernemingen met betrekking tot het beheer van hun concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen, met inbegrip van de overeenkomstig artikel 29, lid 1, van deze richtlijn opgestelde plannen, alsook de vooruitgang die is geboekt bij de aanpassing van hun bedrijfsmodellen aan de vereisten die in artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vastgelegd.”.
-
5)In artikel 39 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:
-
a)de aanhef wordt vervangen door:
“Voor de toepassing van artikel 29, artikel 36, artikel 37, lid 3, en artikel 38 van onderhavige richtlijn en voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 2019/2033 beschikken de bevoegde autoriteiten ten minste over de volgende bevoegdheden:”;
-
b)het volgende punt wordt toegevoegd:
“n) te vereisen dat beleggingsondernemingen blootstellingen aan een centrale tegenpartij verminderen of blootstellingen op hun clearingrekeningen aanpassen overeenkomstig artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012, indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat er sprake is van een buitensporig concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan die centrale tegenpartij.”.
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.