Besluit 2024/3106 - Standpunt EU in de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie tijdens haar 109e vergadering wat betreft de vaststelling van wijzigingen van de Internationale Veiligheidscode voor schepen die gassen of andere brandstoffen met een laag vlampunt gebruiken (IGF-code) - Hoofdinhoud
Inhoudsopgave
NL
L-serie
Publicatieblad van de Europese Unie
2024/3106 10.12.2024
van 26 november 2024
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie tijdens haar 109e vergadering wat betreft de vaststelling van wijzigingen van de Internationale Veiligheidscode voor schepen die gassen of andere brandstoffen met een laag vlampunt gebruiken (IGF-code)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
(2)
(4)
(5)
(6)
Het optreden van de Unie in de zeevervoerssector moet gericht zijn op de verbetering van de maritieme veiligheid en op de bescherming van het mariene milieu en de gezondheid van de mens.
De Maritieme Veiligheidscommissie (MSC) van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) zal tijdens haar 109e vergadering van 2 tot en met 6 december 2024 (“MSC 109”) naar verwachting wijzigingen vaststellen van de Internationale Veiligheidscode voor schepen die gassen of andere brandstoffen met een laag vlampunt gebruiken (IGF-code).
Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens MSC 109, aangezien de beoogde wijzigingen van de IGF-code een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het Unierecht, en met name Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad (1).
De wijzigingen van de IGF-code hebben betrekking op diverse kwesties, waaronder bronzuigpompen, afvoer van de veiligheidsklep, brandstofvoorbereidingsruimten, structurele brandbeveiliging en gevaarlijke zones. De Unie moet die wijzigingen steunen omdat ze de veiligheid zullen verbeteren van schepen, met inbegrip van passagiersschepen, die aardgas als brandstof gebruiken. Die wijzigingen bieden een gelijkwaardig beschermingsniveau voor het leidingsysteem en de tankinlaat vanaf de afvoerleidingen van de veiligheidsklep tijdens normaal bedrijf en in noodgevallen. Bovendien worden in die wijzigingen ook het bestaan van kleine putten in brandstoftanks voor vloeibaar aardgas (LNG), erkend.
De Unie is noch lid van de IMO, noch overeenkomstsluitende partij bij de IGF-code. De Raad moet de lidstaten derhalve machtigen tijdens MSC 109 het standpunt van de Unie te vertolken.
Het toepassingsgebied van dit besluit moet beperkt blijven tot de inhoud van de voorgestelde wijzigingen, voor zover die gevolgen voor gemeenschappelijke regels van de Unie kunnen hebben en onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Dit besluit mag geen afbreuk doen aan de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) tijdens haar 109e vergadering houdt in dat wordt ingestemd met de vaststelling van de wijzigingen van de Internationale Veiligheidscode voor schepen die gassen of andere brandstoffen met een laag vlampunt gebruiken (IGF-code), zoals uiteengezet in bijlage 2 bij IMO-document MSC 109/3 (de “wijzigingen”).
Artikel 2
-
1.Het in artikel 1 vervatte standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen, betreft de wijzigingen voor zover de wijzigingen onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen en gevolgen kunnen hebben voor de gemeenschappelijke regels van de Unie. Dat standpunt wordt vertolkt door de lidstaten, die alle lid zijn van de IMO en gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.
-
2.Kleine wijzigingen van het in artikel 1 vastgestelde standpunt kunnen worden overeengekomen zonder nader besluit van de Raad.
-
Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor
passagiersschepen (PB L 163 van 25.6.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/45/oj).
Artikel 3
De lidstaten worden gemachtigd ermee in te stemmen dat ze in het belang van de Unie gebonden zijn door de wijzigingen, voor zover de wijzigingen onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 26 november 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
HANKO B.
2/2
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3106/oj
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.