Verordening 2024/3005 - Transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) gebaseerde ratingactiviteiten

1.

Wettekst

NL

L-serie

Publicatieblad van de Europese Unie

2024/3005

12.12.2024

2.

VERORDENING (EU) 2024/3005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 27 november 2024

betreffende de transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) gebaseerde ratingactiviteiten, en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/2088 en (EU) 2023/2859

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comite (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

  • (1) 
    Op 25 september 2015 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een nieuw mondiaal kader voor duurzame ontwikkeling vastgesteld, de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (de “Agenda 2030”), waarvan de duurzameontwikkelingsdoelen de kern vormen. In de mededeling van de Commissie van 22 november 2016 getiteld “Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst — Europese duurzaamheidsmaatregelen” worden de duurzameontwikkelingsdoelen gekoppeld aan het beleidskader van de Unie, zodat die doelstellingen van meet af aan worden meegenomen bij alle acties en beleidsinitiatieven van de Unie, zowel binnen de Unie als mondiaal. In zijn conclusies van 22 en 23 juni 2017 heeft de Europese Raad bevestigd dat de Unie en de lidstaten vastbesloten zijn de Agenda 2030 uit te voeren op volledige, samenhangende, alomvattende, geintegreerde en doeltreffende wijze en in nauwe samenwerking met partners en andere stakeholders. Daarnaast hebben de door de VN gesteunde beginselen voor verantwoord beleggen op het moment van de vaststelling van deze verordening meer dan 5 300 ondertekenaars, die samen meer dan 120 biljoen EUR aan beheerde activa vertegenwoordigen. De Commissie heeft op 11 december 2019 haar mededeling getiteld “De Europese Green Deal” (de “Europese Green Deal”) gepubliceerd. Op 30 juni 2021 is de Europese klimaatwet vastgesteld als Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (3), waarin de doelstelling van de Europese Green Deal om de economie en de samenleving van de Unie tegen 2050 klimaatneutraal te maken, in het recht van de Unie is verankerd.
  • (2) 
    De transitie naar een duurzame economie is essentieel om het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de economie van de Unie en de levenskwaliteit van de burgers in de Unie op lange termijn te waarborgen en om de opwarming van de aarde ruim onder de drempel van 1,5 oC te houden. Duurzaamheid staat al lang centraal in het beleid van de Unie, en zowel het Verdrag betreffende de Europese Unie als het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) erkennen de sociale en ecologische dimensies ervan.
  • (3) 
    Om de duurzameontwikkelingsdoelen in de Unie te verwezenlijken, moeten kapitaalstromen worden gekanaliseerd naar duurzame beleggingen. Het is noodzakelijk het potentieel van de interne markt ten volle te benutten om die doeltellingen te verwezenlijken. In dat verband is het van cruciaal belang om belemmeringen voor een efficiente kapitaalstroom in de richting van duurzame beleggingen in de interne markt weg te nemen, om te voorkomen dat dergelijke belemmeringen ontstaan en om regels en normen vast te stellen om enerzijds duurzame financiering te stimuleren en anderzijds investeringen die een negatief effect kunnen hebben op de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelen te ontmoedigen.
  • (2) 
    Standpunt van het Europees Parlement van 24 april 2024 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van 19 november 2024.
  • (3) 
    Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).
  • (4) 
    De aanpak van de Unie van duurzame en inclusieve groei is verankerd in de twintig beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, zoals vastgelegd in de mededeling van de Commissie van 26 april 2017 getiteld “Establishing a European Pillar of Social Rights”, die tot doel hebben te zorgen voor een eerlijke transitie naar dergelijke groei en voor beleid dat niemand achterlaat. Voorts voorziet het sociale acquis van de Unie, met inbegrip van de strategieen voor een Unie van gelijkheid, in normen op het gebied van arbeidsrecht, gelijkheid, toegankelijkheid, gezondheid en veiligheid op het werk, en antidiscriminatie.
  • (5) 
    Financiele markten spelen een cruciale rol bij het kanaliseren van kapitaal naar de investeringen die nodig zijn om de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie te verwezenlijken. In haar mededeling van 8 maart 2018 publiceerde de Commissie haar actieplan “Duurzame groei financieren”, waarmee zij haar strategie voor duurzame financiering heeft gelanceerd. De doelstellingen van dat actieplan zijn het integreren van duurzaamheidsfactoren in het risicobeheer en het herorienteren van kapitaalstromen naar duurzame beleggingen met het oog op duurzame en inclusieve groei.
  • (6) 
    Als onderdeel van het actieplan “Duurzame groei financieren” heeft de Commissie in 2021 opdracht gegeven tot een studie getiteld “Study on sustainability-related ratings, data and research” om de ontwikkelingen op de markt voor duurzaamheidsgerelateerde producten en diensten in kaart te brengen, de belangrijkste marktdeelnemers te identificeren en mogelijke tekortkomingen aan het licht te brengen. Die studie resulteerde in een inventarisatie en classificatie van marktdeelnemers en duurzaamheidsgerelateerde producten en diensten die op de markt beschikbaar zijn en in een analyse van het gebruik en de waargenomen kwaliteit van duurzaamheidsgerelateerde producten en diensten door marktdeelnemers. In de studie werd gewezen op het bestaan van belangenconflicten en het gebrek aan transparantie en nauwkeurigheid van ecologische, sociale en governance-ratingmethoden (ESG) en op het gebrek aan duidelijkheid over de terminologie en de activiteiten van ESG-ratingaanbieders.
  • (7) 
    In het kader van de Europese Green Deal heeft de Commissie een geactualiseerde strategie voor duurzame financiering voorgesteld, die is vastgesteld in haar mededeling van 6 juli 2021 getiteld “Strategie voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie”.
  • (8) 
    Als follow-up heeft de Commissie in die strategie een openbare raadpleging over ESG-ratings aangekondigd als input voor een effectbeoordeling. Tijdens de openbare raadpleging die in 2022 plaatsvond, bevestigden belanghebbenden hun bezorgdheid over het gebrek aan transparantie met betrekking tot de doelstellingen van ESG-ratings en de methoden voor het bepalen van die ratings, alsook over het gebrek aan duidelijkheid over ESG-ratingactiviteiten. Aangezien vertrouwen centraal staat bij de werking van financiele markten, moet dit gebrek aan transparantie en betrouwbaarheid van ESG-ratings dringend aan de orde worden gesteld.
  • (9) 
    Op internationaal niveau heeft de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (“Iosco”) in november 2021 een verslag uitgebracht met een reeks aanbevelingen over aanbieders van ESG-ratings en dataproducten. De Commissie en de bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (European Securities and Markets Authority — ESMA) moeten de toepassing van die Iosco-aanbevelingen in overweging nemen bij de beoordeling van de naleving door een rechtsgebied van een derde land of ESG-ratingaanbieder van de vereisten van deze verordening met het oog op gelijkwaardigheid, bekrachtiging of erkenning.
  • (10) 
    ESG-ratings spelen een belangrijke rol op de mondiale kapitaalmarkten, aangezien beleggers, kredietnemers en uitgevende instellingen ESG-ratings steeds vaker gebruiken als deel van het proces om met kennis van zaken duurzame beleggings- en financieringsbeslissingen te nemen. Onder meer kredietinstellingen, beleggingsonder-nemingen, verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen gebruiken ESG-ratings vaak als referentie voor de duurzaamheidsprestaties of de duurzaamheidsrisico’s en -kansen in hun beleggingsactiviteiten. Bijgevolg hebben ESG-ratings een aanzienlijk effect op de werking van markten en op het vertrouwen van beleggers en consumenten. Om ervoor te zorgen dat de ESG-ratings die in de Unie worden gebruikt onafhankelijk, vergelijkbaar indien dat mogelijk is, neutraal, systematisch en van toereikende kwaliteit zijn, is het belangrijk dat ESG-ratingactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de beginselen van integriteit, transparantie, verantwoordelijkheid en goed bestuur, en bijdragen aan de agenda voor duurzame financiering van de Unie. Een betere vergelijkbaarheid en een grotere betrouwbaarheid van ESG-ratings zouden de efficientie van die snelgroeiende markt ten goede komen en zo de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal vergemakkelijken.
  • (11) 
    ESG-ratings faciliteren met name de goede werking van de EU-markt voor duurzame financiering door beleggers en financiele instellingen belangrijke informatie te bieden voor hun beleggingsstrategieen, risicobeheer en informatieverplichtingen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat ESG-ratings gebruikers van ESG-ratings materiele informatie verschaffen die nuttig is bij het nemen van beslissingen, en dat gebruikers van ESG-ratings een beter inzicht krijgen in de doelstellingen die met ESG-ratings worden nagestreefd en beter begrijpen welke specifieke kwesties en parameters die ratings meten.
  • (4) 
    Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese

toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/eG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

  • (12) 
    Het is noodzakelijk om de verschillende bedrijfsmodellen van de ESG-ratingmarkt te erkennen. Een eerste bedrijfsmodel is het door gebruikers van ESG-ratings betaalde model, waarbij de gebruikers voornamelijk beleggers zijn die ESG-ratings kopen teneinde beleggingsbeslissingen te nemen. Een tweede bedrijfsmodel is het door uitgevende instellingen betaalde model, waarbij ondernemingen ESG-ratings kopen teneinde risico’s en kansen in het kader van hun activiteiten te beoordelen. Om te zorgen voor grotere betrouwbaarheid van de in de Unie verstrekte ESG-ratings, moeten beoordeelde elementen, of in het geval van een financieel instrument of een financieel product, uitgevende instellingen van beoordeelde elementen de mogelijkheid hebben om de door een ESG-ratingaanbieder gebruikte gegevens te verifieren en eventuele feitelijke fouten in de gebruikte dataset aan het licht te brengen die mogelijk van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van toekomstige ratings. Daartoe moet een beoordeeld element of een uitgevende instelling van beoordeelde elementen op verzoek toegang kunnen krijgen tot de dataset die wordt gebruikt om de ESG-rating af te geven. De mogelijkheid om die dataset te verifieren moet louter een instrument voor feitencontrole zijn en beoordeelde elementen of uitgevende uitstellingen van een beoordeeld element mogen in geen geval de ratingmethoden of ratingresultaten op enigerlei wijze kunnen beinvloeden. Het vereiste voor een ESG-ratingaanbieder om het beoordeelde element of de uitgevende instelling van een beoordeeld element alvorens de ESG-rating af te geven daarvan in kennis te stellen, dient alleen van toepassing te zijn voor de eerste afgifte van de rating en niet op latere actualiseringen. Dat vereiste dient als middel om het beoordeelde element of de uitgevende instelling van een beoordeeld element ervan in kennis te stellen dat zij een rating zullen krijgen van de ESG-ratingaanbieder.
  • (13) 
    De lidstaten reguleren de activiteiten van ESG-ratingaanbieders of de voorwaarden voor de afgifte van ESG-ratings niet en houden er geen toezicht op. Gezien de bestaande verschillen, het gebrek aan transparantie en het ontbreken van gemeenschappelijke regels, is het waarschijnlijk dat de lidstaten uiteenlopende maatregelen en benaderingen zouden vaststellen die de afstemming op de duurzameontwikkelingsdoelen en de Europese Green Deal belemmeren. Die uiteenlopende maatregelen en benaderingen zouden een rechtstreeks negatief effect hebben op en belemmeringen opwerpen voor de goede werking van de interne markt en zouden nadelig zijn voor de ESG-ratingmarkt. ESG-ratingaanbieders die ESG-ratings afgeven voor gebruik door financiele instellingen en ondernemingen in de Unie, zouden in de verschillende lidstaten aan verschillende regels onderworpen zijn. Uiteenlopende normen en marktpraktijken zouden het moeilijk maken om duidelijkheid te krijgen over de totstandkoming van ESG-ratings en om ESG-ratings te vergelijken, wat leidt tot ongelijke marktvoorwaarden voor gebruikers van ESG-ratings. Dat zou extra belemmeringen opwerpen op de interne markt en zou het risico meebrengen dat beleggingsbeslissingen worden verstoord.
  • (14) 
    Deze verordening vormt een aanvulling op bestaande rechtshandelingen van de Unie op het gebied van duurzame financiering en heeft tot doel de informatiestromen te vergemakkelijken om beleggingsbeslissingen te vergemakkelijken.
  • (15) 
    Om het territoriale toepassingsgebied adequaat te definieren, moet deze verordening gebaseerd zijn op het begrip “actief zijn in de Unie”, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen, enerzijds, gevallen waarin ESG-ratingaanbieders binnen de Unie zijn gevestigd en, anderzijds, gevallen waarin ESG-ratingaanbieders buiten de Unie zijn gevestigd. In het eerste geval moeten in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders worden geacht in de Unie actief te zijn wanneer zij hun ESG-ratings op hun website of via andere middelen afgeven en publiceren, of wanneer zij hun ESG-ratings per abonnement of via andere contractuele relaties afgeven aan en verspreiden onder gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie, onder ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (5) vallen, onder ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) vallen, met name met betrekking tot uitgevende instellingen uit derde landen waarvan de effecten op gereglementeerde markten van de Unie zijn toegelaten, of onder instellingen, organen en instanties van de Unie of overheidsinstanties van de lidstaten. In het tweede geval mogen buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders alleen worden geacht in de Unie actief te zijn wanneer zij hun ESG-ratings per abonnement of via andere contractuele relaties afgeven aan en verspreiden onder dezelfde entiteiten als ESG-ratingaanbieders die in de Unie zijn gevestigd.
  • (16) 
    Deze verordening is bedoeld om de afgifte, verspreiding en, in voorkomend geval, publicatie van ESG-ratings te regelen, zonder dat het de bedoeling is het gebruik ervan te reguleren. Gezien het territoriale toepassingsgebied van deze verordening dat gekoppeld is aan het concept van “actief zijn in de Unie”, moeten gebruikers van ESG-ratings in contact treden met ESG-ratingaanbieders die overeenkomstig deze verordening over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn. Niettemin moet een gebruiker van ESG-ratings in de Unie er in een beperkt aantal gevallen voor kunnen kiezen contact op te nemen met een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder die niet over een vergunning beschikt of erkend is op grond van deze verordening. In dergelijke gevallen moet strikt aan specifieke voorwaarden worden voldaan om elk risico van ontwijking van de voorschriften van deze verordening te voorkomen.
  • (5) 
    Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiele overzichten, geconsolideerde financiele overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EeG van de Raad (Pb L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
  • (6) 
    Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).
  • (17) 
    Om de reeks producten waarop deze verordening van toepassing is adequaat te definieren, moet de definitie van ESG-rating beperkt worden tot beoordelingen of scores, of een combinatie daarvan, die zowel op een vastgestelde methode als op een welomschreven rangordesysteem zoals ratingcategorieen zijn gebaseerd. Zo moet bijvoorbeeld de toewijzing van een element aan een categorie of een schaal die positief of negatief is, op basis van een vastgestelde methode ten aanzien van ecologische factoren, sociale en mensenrechtenfactoren, of governancefactoren of ten aanzien van blootstelling aan risico’s, voor de toepassing van deze verordening worden beschouwd als een rangordesysteem.
  • (18) 
    Deze verordening mag niet van toepassing zijn op de publicatie of verspreiding van gegevens inzake ecologische, sociale en mensenrechten- en governancefactoren die niet leiden tot de ontwikkeling van een ESG-rating. Bovendien dient deze verordening niet van toepassing te zijn op producten of diensten die een element van een ESG-rating bevatten, met inbegrip van beleggingsonderzoek zoals vastgesteld in Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (7). Externe toetsingen van Europese groene obligaties, zoals bepaald in Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad (8), en externe toetsingen en beoordelingen door een tweede partij over obligaties die als ecologisch duurzaam op de markt worden gebracht, duurzaamheidsgerelateerde obligaties, en obligaties, leningen en andere soorten schuldinstrumenten die als duurzaam op de markt worden gebracht, moeten ook buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen voor zover dergelijke externe toetsingen en beoordelingen door een tweede partij geen ESG-ratings bevatten die zijn afgegeven door de externe toetsingsinstantie of de verstrekker van beoordelingen door een tweede partij. Externe toetsingen omvatten toetsingen van informatieverschaffing voor uitgifte, zoals factsheets voor Europese groene obligaties of kaders van obligaties die als duurzaam op de markt worden gebracht, alsook toetsingen na uitgifte, zoals toewijzingsverslagen voor Europese groene obligaties, impactverslagen voor Europese groene obligaties en verslagen over obligaties die als duurzaam op de markt worden gebracht. Bovendien moet deze verordening niet van toepassing zijn op ratings die uitsluitend zijn ontwikkeld voor accreditatie- of certificeringsprocessen, aangezien dergelijke ratings niet gericht zijn op investeringsanalyse, financiele analyse, investeringsbesluitvorming of financiele besluitvorming. Tot slot moet deze verordening niet van toepassing zijn op ESG-aanduidingsactiviteiten mits de aanduidingen die worden toegekend aan entiteiten, financiele instrumenten of producten die geen openbaarmaking van een ESG-rating inhouden.
  • (19) 
    Daarnaast moet deze verordening niet van toepassing zijn op ratings die door leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) worden afgegeven wanneer dergelijke ratings niet voor commerciele doeleinden worden gepubliceerd of verspreid. Die beperking van het toepassingsgebied moet ervoor zorgen dat deze verordening geen onbedoelde gevolgen heeft voor maatregelen van het ESCB die erop gericht zijn klimaatoverwegingen of andere ecologische, sociale en governanceoverwegingen mee te nemen in het onderpandkader voor het monetaire beleid van het ESCB wanneer het ESCB het hoofddoel, namelijk het handhaven van prijsstabiliteit nastreeft en, onverminderd die doelstelling, het ondersteunen van het algemene economische beleid in de Unie.
  • (20) 
    Wanneer een onderneming of financiele instelling informatie openbaar maakt over haar eigen effecten, risico’s en kansen met betrekking tot duurzaamheid, of die van haar waardeketen, mag die informatie niet worden beschouwd als een ESG-rating in het kader van deze verordening.
  • (21) 
    Deze verordening mag niet van toepassing zijn op niet-openbare ESG-ratings die worden afgegeven naar aanleiding van een afzonderlijke opdracht en alleen worden afgegeven aan de opdrachtgever, en niet bedoeld zijn voor openbaarmaking noch voor verspreiding per abonnement of anderszins. Deze verordening mag evenmin van toepassing zijn op ESG-ratings die zijn afgegeven door gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie en uitsluitend voor interne doeleinden of voor het verlenen van financiele diensten of producten binnen de groep worden gebruikt.
  • (22) 
    Om de werking van de interne markt en het niveau van de bescherming van beleggers verder te verbeteren, is het belangrijk te zorgen voor voldoende en consistente transparantie over ESG-ratings die zijn afgegeven door gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie en die zijn opgenomen in hun financiele producten of diensten, wanneer dergelijke ratings openbaar worden gemaakt en derhalve zichtbaar zijn voor derden. Beleggers moeten adequate informatie ontvangen over de methoden die aan de ESG-ratings ten grondslag liggen en die in de publicitaire mededelingen openbaar moet worden gemaakt. Daarom moet deze verordening ook een aanvulling vormen op de informatieverschaffingsverplichtingen met betrekking tot publicitaire mededelingen die zijn vastgesteld bij Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad (9). Dezelfde informatie moet ook worden geeist van elke andere gereglementeerde financiele onderneming in de Unie die een door die gereglementeerde financiele onderneming afgegeven ESG-rating openbaar maakt aan een derde partij als onderdeel van haar publicitaire mededelingen, met uitzondering wanneer het onder Verordening (EU) 2019/2088 valt. Beleggers moeten via een link naar de openbaarmakingen op de desbetreffende website van de gereglementeerde financiele onderneming in de Unie dezelfde informatie ontvangen als die welke van een ESG-ratingaanbieder wordt vereist op grond van punt 1 van bijlage III bij deze verordening, rekening houdend met de inhoud van informatie die al door financielemarktdeelnemers en financieel adviseurs is bekendgemaakt op grond van Verordening (EU)
  • (7) 
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiele instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
  • (9) 
    Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financieledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).

2019/2088. Andere gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie moeten dezelfde informatie openbaar maken, rekening houdend met de verschillende soorten financiele producten, de kenmerken ervan en de verschillen daartussen, alsook met de noodzaak om overlapping met informatie die al op grond van andere toepasselijke regelgevingsvereisten is gepubliceerd, te vermijden. In het algemeen moet overlapping van toepasselijke openbaarmakingsvereisten worden vermeden. Met hetzelfde doel moeten gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie die ESG-ratings afgeven en die ratings opnemen in de financiele producten of diensten die zij aan derden aanbieden, van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

  • (23) 
    Non-profitorganisaties die ESG-ratings voor niet-commerciele doeleinden afgeven en die ratings gratis publiceren, mogen niet worden geacht binnen het toepassingsgebied van deze verordening te vallen. Zij moeten echter trachten de transparantievereisten van deze verordening, indien van toepassing, te integreren. Wanneer organisaties zonder winstoogmerk zbeoordeelde elementen en uitgevende instellingen van beoordeelde elementen kosten aanrekenen om gegevens te rapporteren of een rating te krijgen via hun platform, of wanneer zij gebruikers van ESG-ratings kosten in rekening brengen om toegang te krijgen tot informatie over ESG-ratings, moeten zij onder de vereisten van deze verordening vallen.
  • (24) 
    Natuurlijke personen, met inbegrip van academici en journalisten, die ESG-ratings voor niet-commerciele doeleinden publiceren en verspreiden, mogen niet binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.
  • (25) 
    Om het ESG-profiel van ondernemingen te beoordelen, en in het kader van hun besluitvormingsprocessen op het gebied van duurzame belegging en financiering, vertrouwen onder meer kredietinstellingen, beleggingsonder-nemingen, verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen zowel op externe ESG-ratings als op externe ESG-dataproducten. Financiele instellingen moeten verantwoordelijkheid dragen in het geval van beschuldigingen van “greenwashing” met betrekking tot hun financiele producten, terwijl het enkel verspreiden van ESG-informatie over entiteiten of financiele producten op basis van een eigen of gevestigde methode, die onder meer datasets over emissies en gegevens over ESG-controverses omvat, moet echter niet onder deze verordening vallen. De Commissie moet deze verordening evalueren om na te gaan of het vastgestelde toepassingsgebied toereikend is om het vertrouwen van beleggers en consumenten in de duurzaamheidsprestaties van financiele producten en diensten te waarborgen. De Commissie moet overwegen, indien nodig, de reeks ESG-dataproducten en aanbieders van ESG-dataproducten die onder deze verordening vallen, uit te breiden.
  • (26) 
    Het is belangrijk regels vast te stellen die ervoor zorgen dat ESG-ratings die worden verstrekt door ESG-ratingaanbieders met een vergunning in de Unie van toereikende kwaliteit zijn, aan passende vereisten zijn onderworpen die het bestaan van verschillende bedrijfsmodellen erkennen, en de marktintegriteit te waarborgen. Die regels zouden van toepassing zijn op algemene ESG-ratings die gebaseerd zijn op ecologische, sociale en governancefactoren en op ratings die slechts een ecologische, sociale of governancefactor of subcomponent van een dergelijke factor beoordelen. Er worden afzonderlijke ecologische (E), sociale (S) en governance (G)-ratings verstrekt in plaats van een enkele ESG-rating waarin E-, S- en G-factoren zijn samengevoegd. Als ESG-ratingaanbieders besluiten om geaggregeerde ratings te verstrekken, moeten ze het percentage en het gewicht die aan elke E-, S- en G-categorie worden toegekend openbaar maken, en die informatie zodanig presenteren dat elke van die categorieen met de andere kan worden vergeleken.
  • (27) 
    Gezien het gebruik van ESG-ratings van buiten de Unie gevestigde aanbieders, en om de integriteit van de markt, de bescherming van beleggers en een goede handhaving van deze verordening te waarborgen, moeten vereisten worden ingevoerd op basis waarvan ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd hun diensten in de Unie mogen aanbieden. Daarom worden voor ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd drie mogelijke mechanismen voorgesteld: gelijkwaardigheid, bekrachtiging en erkenning. Als regel moeten het toezicht en de regulering in een derde land gelijkwaardig zijn aan het toezicht op en de regulering van ESG-ratings door de Unie. ESG-ratings die door een buiten de Unie gevestigde en als dusdanig in een derde land over een vergunning beschikkend of geregistreerd ESG-ratingaanbieder worden verstrekt, mogen daarom alleen in de Unie worden aangeboden indien de Commissie een positief besluit heeft genomen over de gelijkwaardigheid van het stelsel van het derde land. Ter voorkoming van negatieve effecten als gevolg van een mogelijke abrupte stopzetting van het aanbod in de Unie van ESG-ratings die door een ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd worden afgegeven, is het echter ook noodzakelijk om te voorzien in bepaalde andere regelingen, namelijk voor bekrachtiging en erkenning. Elke ESG-ratingaanbieder met een groepsstructuur moet gebruik kunnen maken van de bekrachtigingsregeling voor ESG-ratings die buiten de Unie zijn ontwikkeld. Een voorwaarde hiervoor is dat hij daartoe binnen de groepsstructuur een vergunninghoudende ESG-ratingaanbieder in de Unie vestigt. Die vergunninghoudende ESG-ratingaanbieder moet ervoor zorgen dat de afgifte en verspreiding van bekrachtigde ESG-ratings voldoen aan vereisten die minstens even streng zijn als de vereisten van deze verordening. Daarnaast moet de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder over de nodige deskundigheid beschikken om de afgifte en verspreiding van ESG-ratings die door de buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder worden afgegeven, effectief te monitoren en er moet een objectieve reden zijn waarom de bekrachtigde ratings worden afgegeven door een buiten de Unie gevestigde aanbieder. Het vereiste om de naleving van deze verordening aan te tonen, hoeft niet voor elke afzonderlijke bekrachtigde ESG-rating worden aangetoond, maar wel voor de algemene methoden en procedures die

door de ESG-ratingaanbieder worden toegepast. Wat betreft ESG-ratingaanbieders die zijn ingedeeld als kleine ondernemingen of kleine groepen volgens de criteria van Richtlijn 2013/34/EU (“kleine ESG-ratingaanbieders”), moeten zij gebruik kunnen maken van de erkenningsregeling. Indien een ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd in een derde land onder toezicht staat, moeten passende samenwerkingsregelingen worden getroffen om een efficiente informatie-uitwisseling met de betrokken bevoegde autoriteit van het derde land te waarborgen.

  • (28) 
    Het begrip “vestiging” strekt zich uit tot elke reele en daadwerkelijke activiteit die wordt uitgeoefend door middel van stabiele regelingen. Om te bepalen of een buiten de Unie gevestigde entiteit een vestiging in een lidstaat heeft, is het van belang rekening te houden met de mate van stabiliteit van die regelingen, de daadwerkelijke uitoefening van activiteiten in de Unie en de specifieke aard van de economische activiteiten en verleende diensten.
  • (29) 
    De Unie is een van de belangrijkste markten voor ESG-ratings. Het is ook een van de eerste jurisdicties die de transparantie en integriteit van ESG-ratings reguleert. De Commissie moet met internationale partners blijven samenwerken om convergentie van de regels voor ESG-ratingaanbieders te bevorderen.
  • (30) 
    Om een hoog niveau van beleggers- en consumentenvertrouwen in de interne markt te waarborgen, moeten ESG-ratingaanbieders die ESG-ratings in de Unie verstrekken, verplicht zijn een vergunning te krijgen. Daarom moeten geharmoniseerde voorwaarden voor een dergelijke vergunning en de procedure voor het verlenen of afwijzen, en het opschorten of intrekken van een dergelijke vergunning worden vastgesteld. ESG-ratingaanbieders met een vergunning moeten de ESMA onverwijld in kennis stellen van alle materiele wijzigingen in de voorwaarden voor hun initiele vergunningverlening. Materiele wijzigingen omvatten het openen of sluiten van een bijkantoor in de Unie. Om ESG-ratingaanbieders meer duidelijkheid te verschaffen, moet de ESMA specificeren wat een materiele wijziging inhoudt door daartoe richtsnoeren uit te vaardigen.
  • (31) 
    Om te zorgen voor een hoog niveau van informatie voor beleggers en andere gebruikers van ESG-ratings, moet informatie over ESG-ratings en ESG-ratingaanbieders beschikbaar worden gesteld op het Europees centraal toegangspunt (European single access point — ESAP) dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad (10).
  • (32) 
    Om de kwaliteit en betrouwbaarheid van ESG-ratings te waarborgen, moeten ESG-ratingaanbieders ratingmethoden gebruiken die rigoureus, systematisch, en onafhankelijk zijn en gemotiveerd kunnen worden en voortdurend en op transparante wijze van toepassing zijn. ESG-ratingaanbieders moeten worden aangemoedigd om beide aspecten van het beginsel van dubbele materialiteit aan te pakken. ESG-ratingaanbieders moeten hun ESG-ratingmethoden doorlopend en ten minste eenmaal per jaar evalueren, waarbij ze rekening houden met ontwikkelingen in de Unie en internationale ontwikkelingen die van invloed zijn op de factoren E, S of G. Het is echter belangrijk dat het aan de ESG-ratingaanbieders zelf wordt overgelaten hun eigen methoden te bepalen in overeenstemming met die beginselen.
  • (33) 
    ESG-ratingaanbieders moeten informatie openbaar maken over de methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames die zij bij hun ESG-ratingactiviteiten en in elk van hun ESG-ratingproducten gebruiken. In het licht van het gebruik van ESG-ratings door beleggers moet in de ratingproducten duidelijk worden vermeld op welke dimensie het beginsel van de dubbele materialiteit de rating betrekking heeft, namelijk of het gaat om zowel het materieel financieel risico voor het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element als het materiele effect van het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element op het milieu en de samenleving in het algemeen, of dat slechts een van beide is betroffen. ESG-ratingaanbieders moeten ook duidelijk vermelden of de rating betrekking heeft op andere dimensies. Om dezelfde reden moeten ESG-ratingaanbieders meer gedetailleerde informatie over de methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames verstrekken aan gebruikers van ESG-ratings. Die informatie moet gebruikers van ESG-ratings in staat stellen hun eigen “due-diligence”-onderzoek te verrichten bij de beoordeling of zij op deze ESG-ratings zullen vertrouwen. Bij de openbaarmaking van informatie over methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames mag echter geen gevoelige bedrijfsinformatie worden vrijgegeven of innovatie worden belemmerd. De ESG-ratingaanbieders moeten ook vermelden of zij E-, S- of G-factoren in aanmerking hebben genomen of een samenvoeging daarvan, welke rating aan elke betrokken factor werd toegekend, en welk gewicht aan elk van de factoren in de samenvoeging werd toegekend. ESG-ratingaanbieders moeten ook de beperkingen van de voor hen beschikbare informatie bekendmaken en de beperkingen van de gebruikte methode, zoals wanneer zij slechts een van de twee dimensies van het beginsel van dubbele materialiteit beoordelen of wanneer de ESG-rating in absolute of relatieve waarde wordt uitgedrukt. Zij moeten tevens informatie openbaar maken over mogelijke contacten met belanghebbenden van het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element.
  • Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees

centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiele diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie (PB L, 2023/2859, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj).

  • (34) 
    Om een toereikend kwaliteitsniveau van de ESG-ratings te waarborgen, is het aanbevolen dat in ESG-ratings voor elke factor rekening wordt gehouden met de doelstellingen van de Unie en de internationale normen. Als zodanig moeten ESG-ratingaanbieders informatie verstrekken over de vraag of bij de ESG-rating rekening wordt gehouden met onder meer de streefcijfers en doelstellingen van relevante internationale overeenkomsten, met inbegrip van de Klimaatovereenkomst van Parijs die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (de “Overeenkomst van Parijs”) en goedgekeurd door de Unie op 5 oktober 2016 (11) voor de E-factor, de naleving van de kernverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen voor de S-factor, en de afstemming op internationale normen inzake belastingontduiking en -ontwijking voor de G-factor.
  • (35) 
    Verordening (EU) 2019/2088, Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad (12) en Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad (13) vormen baanbrekende wetgevingsinitiatieven om de beschikbaarheid, kwaliteit en consistentie van ESG-vereisten in de hele waardeketen van financielemarktdeelnemers te verbeteren, wat bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van ESG-ratings.
  • (36) 
    Deze verordening moet methoden of inhoud van ESG-ratings onverlet laten. De diversiteit in de methoden van de ESG-ratingaanbieders zorgt ervoor dat aan de uiteenlopende eisen van de gebruikers van ESG-ratings kan worden voldaan, en bevordert de concurrentie op de markt.
  • (37) 
    Hoewel het een ESG-ratingaanbieder toegestaan moet zijn afstemming op de taxonomie van Verordening (EU) 2020/852 te gebruiken als een relevante factor of kernprestatie-indicator in zijn ratingmethode, mogen ESG-ratings binnen het toepassingsgebied van deze verordening niet worden beschouwd als ESG-aanduidingen die wijzen op dan wel zekerheid verschaffen over naleving van of afstemming op Verordening (EU) 2020/852 of andere normen.
  • (38) 
    ESG-ratingaanbieders moeten ervoor zorgen dat zij ESG-ratings verstrekken die onafhankelijk, neutraal, systematisch en van toereikende kwaliteit zijn. Het is belangrijk organisatorische vereisten in te voeren om potentiele belangenconflicten te voorkomen en te ondervangen. Om hun onafhankelijkheid te waarborgen, moeten ESG-ratingaanbieders situaties waarin sprake is van belangenconflicten vermijden en dergelijke conflicten adequaat beheren indien zij niet te vermijden zijn. ESG-ratingaanbieders moeten belangenconflicten tijdig openbaar maken. Ook moeten zij gegevens bijhouden over alle significante bedreigingen voor hun onafhankelijkheid en die van hun werknemers en andere personen die bij het ratingproces betrokken zijn, en over de genomen voorzorgsmaatregelen om die bedreigingen te ondervangen. Om mogelijke belangenconflicten te voorkomen, mag het ESG-ratingaanbie-ders bovendien niet worden toegestaan vanuit dezelfde entiteit een aantal andere activiteiten aan te bieden, waaronder adviesdiensten, diensten op het gebied van creditratings, benchmarks of beleggingen, auditdiensten, activiteiten van kredietinstellingen of verzekerings- en herverzekeringsdiensten. Tot slot moeten ESG-ratingaanbie-ders passende interne beleidslijnen en procedures vaststellen met betrekking tot werknemers en andere personen die bij het ratingproces betrokken zijn, teneinde belangenconflicten te voorkomen, op te sporen, te elimineren, te beheren en openbaar te maken en de kwaliteit, integriteit en degelijkheid van het ESG-rating- en toetsingsproces te allen tijde te waarborgen. Deze beleidslijnen en procedures moeten in het bijzonder internecontrolemechanismen en een toezichtfunctie omvatten.
  • (39) 
    Om het risico op belangenconflicten aan te pakken, moeten bepaalde activiteiten door afzonderlijke juridische entiteiten worden aangeboden. Sommige van deze activiteiten kunnen echter vanuit dezelfde juridische entiteit worden aangeboden indien de betrokken ESG-ratingaanbieder over voldoende maatregelen en procedures beschikt om ervoor te zorgen dat elke activiteit autonoom wordt uitgeoefend en om te voorkomen dat er potentiele belangenconflicten ontstaan bij de besluitvorming in het kader van zijn ESG-ratingactiviteiten. Een dergelijke afwijking mag niet mogelijk zijn voor creditratingactiviteiten en voor audit- en consultancyactiviteiten. Consultancyactiviteiten omvatten het ontwikkelen van duurzaamheidsstrategieen en strategieen om duurzaam-heidsrisico’s of -effecten te beheren. Wat de aanbiedingsactiviteit van benchmarks betreft, moet de ESMA beoordelen of de door de ESG-ratingaanbieder voorgestelde maatregelen passend of toereikend zijn met betrekking tot de potentiele risico’s van belangenconflicten. Een dergelijke beoordeling moet rekening houden met de vraag of de benchmarkbeheerder benchmarks aanbiedt die duurzaamheidsdoelstellingen nastreven en met name EU-klimaat-transitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad (14).
  • (11
    Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad van 5 oktober 2016 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 1).
  • Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13).
  • Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapporte-ring door ondernemingen (PB L 322 van 16.12.2022, blz. 15).
  • Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiele instrumenten en financiele overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1).
  • (40) 
    ESG-ratingaanbieders moeten ervoor zorgen dat hun personeelsleden en andere personen die bij het ratingproces zijn betrokken, niet deelnemen aan of anderszins invloed uitoefenen op de bepaling van een ESG-rating van een beoordeeld element indien er aanwijzingen zijn van zelftoetsing, eigenbelang, belangenbehartiging of vertrouwdheid als gevolg van financiele, persoonlijke, zakelijke, arbeids- of andere relaties tussen die personen en het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeeld element, op grond waarvan een objectieve, redelijke en geinformeerde derde, rekening houdend met de getroffen veiligheidsmaatregelen, zou concluderen dat de onafhankelijkheid van die personen in het gedrang komt. Indien gedurende de periode waarin werknemers van ESG-ratingaanbieders of andere bij het ratingproces betrokken personen deel uitmaken van de beoordelings-activiteiten, een beoordeeld element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element fuseert met een andere entiteit of deze overneemt, moeten die personen actuele of recente belangen of relaties identificeren en evalueren die, rekening houdend met de beschikbare veiligheidsmaatregelen, de onafhankelijkheid van die personen en hun vermogen om na de ingangsdatum van de fusie of overname betrokken te blijven bij de beoordelingsactiviteiten in het gedrang kunnen brengen.
  • (41) 
    Om meer duidelijkheid te scheppen en het vertrouwen in de activiteiten van ESG-ratingaanbieders te vergroten, moeten vereisten worden vastgesteld voor het doorlopend toezicht op ESG-ratingaanbieders in de Unie. In het licht van de belangrijke overeenkomsten tussen de activiteiten van ratingbureaus en die van ESG-ratingaanbieders, de daarmee verband houdende nauwe afstemming van de centrale aspecten van het regelgevingskader voor ESG-ratingaanbieders op het regelgevingskader voor ratingbureaus krachtens Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad (15), en om te zorgen voor een geharmoniseerde toepassing van deze verordening en een uniform toezicht, wordt het, gezien het op grond van Verordening (EG) nr. 1060/2009 genomen besluit om het toezicht aan de ESMA toe te vertrouwen, begrijpelijk geacht om het toezicht op ESG-ratingaanbieders aan de ESMA toe te vertrouwen. Het feit dat bij deze verordening het toezicht aan de ESMA wordt toevertrouwd, vormt geen precedent en mag niet worden geinterpreteerd als het vaststellen van een praktijk of beleid inzake de toewijzing van toezichtverantwoordelijkheden in de financieledienstensector.
  • (42) 
    Naast het gebruik ervan in de financieledienstensector, worden ESG-ratings ook gebruikt in het kader van de inkoop-en toeleveringsketen. Bijgevolg moet de ESMA rekening houden met het onderscheid tussen ESG-ratingaanbieders in financieledienstensectoren en die in niet-financieledienstensectoren wanneer zij toezicht houdt op ESG-ratingaanbie-ders.
  • (43) 
    De ESMA moet alle informatie kunnen opvragen die nodig is om haar toezichthoudende taken doeltreffend uit te voeren. Zij moet daarom dergelijke informatie kunnen opvragen bij ESG-ratingaanbieders, personen die bij ESG-ratingactiviteiten betrokken zijn, beoordeelde elementen en uitgevende uitstellingen van beoordeelde elementen, derden waaraan ESG-ratingaanbieders operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, personen die anderszins nauw en wezenlijk verbonden zijn met ESG-ratingaanbieders of ESG-ratingactiviteiten, en juridische vertegenwoordigers die in het kader van de erkenningsregeling zijn aangewezen.
  • (44) 
    De ESMA moet haar toezichthoudende taken kunnen uitvoeren en met name ESG-ratingaanbieders kunnen dwingen een einde te maken aan een inbreuk, volledige en juiste informatie te verstrekken of zich aan een onderzoek of een inspectie ter plaatse te onderwerpen. Om ervoor te zorgen dat de ESMA die toezichthoudende taken kan uitvoeren, moet zij boeten of dwangsommen kunnen opleggen.
  • (45) 
    Gezien haar rol van Unieautoriteit om ESG-ratingaanbieders een vergunning te verlenen en er toezicht op uit te oefenen, moet de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen opstellen en aan de Commissie voorleggen. De ESMA moet nader specificeren welke informatie nodig is voor de verlening van vergunningen aan ESG-ratingaanbieders. Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden overgedragen om die technische uitvoeringsnormen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het VWEU en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
  • (46) 
    Bij het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op van ESG-ratingaanbieders moet de ESMA toezichtvergoedingen kunnen aanrekenen aan onder toezicht staande entiteiten. Dergelijke vergoedingen moeten evenredig en passend zijn voor de omvang van de ESG-ratingaanbieders en de omvang van hun toezicht.
  • (47) 
    Teneinde verdere technische elementen van deze verordening te specificeren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de specificaties van de procedure voor het opleggen van geldboeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake de rechten van verdediging, bepalingen inzake termijnen, bepalingen inzake de inning van geldboeten of dwangsommen, en nadere regels inzake verjaringstermijnen voor het opleggen en handhaven van geldboeten of dwangsommen, evenals ten aanzien van het soort vergoedingen, de zaken waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn, het bedrag van de vergoedingen en de wijze waarop die vergoedingen moeten worden betaald. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (16). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, moeten het Europees
  • Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 1).
  • PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten ontvangen, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

  • (48) 
    Er moet een aantal maatregelen voorhanden zijn ter ondersteuning van kleine ESG-ratingaanbieders om hen in staat te stellen hun activiteiten voort te zetten of de markt te betreden na de toepassingsdatum van deze verordening. Tegen deze achtergrond moet een tijdelijke regeling worden ingevoerd om de markttoegang van kleine ESG-ratingaanbieders te vergemakkelijken en de ontwikkeling te ondersteunen van bestaande kleine ESG-ratin-gaanbieders die al voor de inwerkingtreding van deze verordening in de Unie actief zijn. In het kader van die tijdelijke regeling moeten kleine ESG-ratingaanbieders zich registreren bij de ESMA, zonder dat een vergunning voor het actief zijn in de Unie nodig is, en mogen zij alleen onderworpen zijn aan de bepalingen van deze verordening inzake organisatorische en transparantievereisten. De ESMA moet de bevoegdheid krijgen om informatie op te vragen, algemene onderzoeken en inspecties ter plaatse uit te voeren en administratieve maatregelen vast te stellen. De ESMA moet ervoor zorgen dat het risico op ontwijking van deze verordening wordt vermeden, met name door te voorkomen dat kleine ondernemingen binnen middelgrote of grote groepen overeenkomstig de criteria van Richtlijn 2013/34/EU profiteren van de tijdelijke regeling. Zodra deze tijdelijke regeling afloopt, moete kleine ESG-ratingaanbieders een vergunning voor het actief zijn in de Unie aanvragen en gebruikmaken van evenredige governancevereisten en toezichtvergoedingen die in verhouding staan tot de jaarlijkse netto-omzet van de betrokken ESG-ratingaanbieder.
  • (49) 
    Wanneer een element, uitgevende instelling van een element of een belegger een ESG-rating aanvraagt bij ten minste twee ESG-ratingaanbieders, kan zij overwegen om ten minste een ESG-ratingaanbieder met een marktaandeel voor ESG-ratingdiensten van niet meer dan 10 % in de Unie te benoemen.
  • (50) 
    Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het vaststellen van een consistente en doeltreffende regeling om de tekortkomingen en kwetsbaarheden van ESG-ratings aan te pakken, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de schaal en de effecten beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheids-beginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.
  • (51) 
    Deze verordening is van toepassing onverminderd de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU.
  • (52) 
    De Europese Centrale Bank heeft haar initiatiefadvies op 4 oktober 2023 uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Met deze verordening wordt een gemeenschappelijke regelaanpak ingevoerd om de integriteit, transparantie, vergelijkbaarheid indien dat mogelijk is, verantwoordelijkheid, betrouwbaarheid, goed bestuur en onafhankelijkheid van ESG-ratingactiviteiten te verbeteren en zo bij te dragen aan de transparantie en kwaliteit van ESG-ratings en de agenda voor duurzame financiering van de Unie. Zij heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt en tegelijkertijd een hoog niveau van consumenten- en beleggersbescherming te bereiken en “greenwashing” en andere soorten onjuiste informatie, met inbegrip van socialwashing, te voorkomen door transparantievereisten met betrekking tot ESG-ratings in te voeren alsook regels voor de organisatie en het gedrag van ESG-ratingaanbieders.

Artikel 2

Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze verordening is van toepassing op ESG-ratings die door ESG-ratingaanbieders die in de Unie actief zijn, worden afgegeven.

ESG-ratingaanbieders worden geacht actief te zijn in de Unie in de volgende gevallen:

  • a) 
    voor ESG-ratingaanbieders die in de Unie zijn gevestigd:
  • i) 
    wanneer zij hun ESG-ratings op hun website of via andere middelen afgeven en publiceren, of
  • ii) 
    wanneer zij hun ESG-ratings afgeven en verspreiden per abonnement of via andere contractuele relaties aan gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie, ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU vallen, ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2004/109/EG vallen of instellingen, organen en instanties van de Unie of overheidsinstanties van de lidstaten;
  • b) 
    voor ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd, wanneer zij hun ESG-ratings afgeven en verspreiden per abonnement of via andere contractuele relaties aan gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie, ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU vallen, ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2004/109/EG vallen of instellingen, organen en instanties van de Unie of overheidsinstanties van de lidstaten.
  • 2. 
    Deze verordening is niet van toepassing op:
  • a) 
    niet-openbare ESG-ratings die niet bedoeld zijn voor openbaarmaking of verspreiding;
  • b) 
    ESG-ratings die zijn afgegeven door gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie die uitsluitend voor interne doeleinden of voor het verlenen van financiele diensten of producten binnen de groep worden gebruikt;
  • c) 
    ESG-ratings die zijn afgegeven door gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie die:
  • i) 
    zijn opgenomen in een product of dienst, indien dergelijke producten of diensten reeds gereglementeerd zijn door het Unierecht, met inbegrip van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad (17), Verordening (EU) 2019/2088, Richtlijnen 2013/36/EU (18), 2014/65/EU, 2009/138/EG (19), 2009/65/EG (20), 2011/61/EU (21) en (EU) 2016/2341 (22) van het Europees Parlement en de Raad, en Verordeningen (EU) 2020/1503 (23), (EU) 2023/1114 (24) en (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad, en
  • ii) 
    worden bekendgemaakt aan een derde partij.

In de situaties die onder de eerste alinea van dit punt vallen, neemt een gereglementeerde financiele onderneming in de Unie, wanneer zij in het kader van haar publicitaire mededelingen een ESG-rating aan derden bekendmaakt, op haar website dezelfde informatie op als die welke is vereist op grond van punt 1 van bijlage III bij deze verordening en maakt zij in die publicitaire mededelingen een link naar die openbaarmakingen op die website bekend, behalve wanneer artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2088 op haar van toepassing is.

De bevoegde autoriteiten die overeenkomstig de in de eerste alinea van dit punt bedoelde sectorale wetgevings-handelingen zijn aangewezen, monitoren de naleving van de vereisten van de eerste alinea van dit puntdoor gereglementeerde financiele ondernemingen in de Unie, overeenkomstig de bij die sectorale wetgevingshandelingen verleende bevoegdheden;

  • Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coordinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).
  • Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
  • Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
  • Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coordinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).
  • Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).
  • Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).
  • Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfunding-dienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (PB L 347 van 20.10.2020, blz. 1).
  • Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PB L 150 van 9.6.2023, blz. 40).
  • d) 
    ESG-ratings afgegeven door buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders die geen vergunning hebben of erkend zijn op grond van titel II en die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  • i) 
    de ESG-rating wordt uitsluitend op eigen initiatief van de in de Unie gevestigde gebruiker van de ESG-rating verspreid zonder voorafgaand contact, aanvraag, promotie, reclame of enig ander initiatief van de ESG-ratingaanbieder of een derde namens de aanbieder; een ESG-rating die in de Unie wordt verspreid door een buiten de Unie gevestigde aanbieder wiens marktaandeel in de Unie voor zijn ESG-ratingactiviteiten aanzienlijk wordt of die een website heeft in ten minste een van de officiele talen van de Unie die niet gebruikelijk is in de internationale financiele wereld, wordt niet geacht uitsluitend op eigen initiatief van de gebruiker van de ESG-rating te zijn verspreid.

Het in de eerste alinea van dit punt bedoelde uitsluitend eigen initiatief van een gebruiker van de ESG-rating geeft een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder niet het recht om regelmatig ESG-ratings aan die gebruiker te verspreiden, noch om ESG-ratings onder andere gebruikers van ESG-ratings in de Unie te verspreiden;

  • ii) 
    er is geen vervanging voor de ratings die worden aangeboden door ESG-ratingaanbieders waaraan op grond van deze verordening vergunning is verleend;
  • e) 
    de publicatie of verspreiding van gegevens met betrekking tot ecologische, sociale en mensenrechten- of governancefactoren;

f)

creditratings die zijn afgegeven op grond van Verordening (EG) nr. 1060/2009, en ESG-gerelateerde scores of beoordelingen die worden opgesteld of gepubliceerd als onderdeel van de methoden voor ratings of als input of output van de kredietwaardigheidsbeoordeling;

  • g) 
    producten of diensten die een element van een ESG-rating bevatten, met inbegrip van beleggingsonderzoek als vastgelegd in Richtlijn 2014/65/EU;
  • h) 
    externe toetsingen van Europese groene obligaties zoals bepaald in Verordening (EU) 2023/2631;

i)

externe toetsingen of beoordelingen door een tweede partij over obligaties die als ecologisch duurzame obligatie op de markt worden gebracht, duurzaamheidsgerelateerde obligaties, en obligaties, leningen en andere soorten schuldinstrumenten die als duurzaam op de markt worden gebracht, voor zover dergelijke externe toetsingen en beoordelingen door een tweede partij geen ESG-ratings bevatten die zijn afgegeven door de externe toetsingsinstantie of de verstrekker van beoordelingen door een tweede partij;

  • j) 
    ESG-ratings die zijn afgegeven door instellingen, organen en instanties van de Unie of overheidsinstanties van de lidstaten wanneer zij niet voor commerciele doeleinden worden opgesteld of verspreid;

k)

ESG-ratings die zijn afgegeven door een vergunninghoudende ESG-ratingaanbieder wanneer zij door een derde worden gepubliceerd of verspreid;

  • l) 
    door leden van het Europees Stelsel van centrale banken afgegeven ESG-ratings, wanneer dergelijke ratings niet voor commerciele doeleinden worden opgesteld of verspreid;
  • m) 
    verplichte openbaarmakingen op grond van de artikelen 6, 8, 9, 10, 11 en 13 van Verordening (EU) 2019/2088;
  • n) 
    openbaarmakingen op grond van de artikelen 5, 6 en 8 van Verordening (EU) 2020/852;
  • o) 
    ESG-ratings die uitsluitend zijn ontwikkeld voor accreditatie- of certificeringsprocessen, die niet gericht zijn op investeringsanalyse, financiele analyse, investeringsbesluitvorming of financiele besluitvorming;
  • p) 
    aanduidingsactiviteiten op voorwaarde dat de aan de betrokken entiteiten, financiele instrumenten of financiele producten toegekende aanduidingen geen openbaarmaking van een ESG-rating inhouden;
  • q) 
    ESG-ratings gepubliceerd of verspreid door non-profitorganisaties voor niet-commerciele doeleinden.

In afwijking van de eerste alinea, punt q), vallen non-profitorganisaties die beoordeelde elementen of uitgevende instellingen van beoordeelde elementen kosten aanrekenen om gegevens te rapporteren of een rating te krijgen via hun platform, of wanneer zij gebruikers van ESG-ratings kosten in rekening brengen om toegang te krijgen tot informatie over ESG-ratings, onder de vereisten van deze verordening.

  • 3. 
    ESMA, de bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (25) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit — EBA) en de bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (26) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen — “Eiopa”) (gezamenlijk bekend als “Europese toezichthoudende autoriteiten” — ETA’s) ontwikkelen door middel van het Gemengd Comite ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de presentatie en inhoud van de informatie die op grond van lid 2, eerste alinea, punt c), tweede alinea, openbaar moet worden gemaakt, rekening houdend met de verschillende soorten financiele producten, hun kenmerken en de verschillen daartussen, en de noodzaak om overlapping van informatie die reeds overeenkomstig de toepasselijke regelgevingsvereisten is gepubliceerd, te vermijden.

De ESMA legt de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1) 
    “ESG-rating”: een beoordeling of een score, of een combinatie van beide, die gebaseerd is op zowel een vastgestelde methode als een welomschreven rangordesysteem van ratingcategorieen, en die betrekking heeft op het profiel of de kenmerken van een beoordeeld element ten aanzien van ecologische factoren, sociale en mensenrechtenfactoren, of governancefactoren of die betrekking heeft op de blootstelling van een beoordeeld element aan risico’s of op het effect van een beoordeeld element op ecologische factoren, sociale en mensenrechtenfactoren, of governancefactoren, ongeacht of die ESG-rating als “ESG-rating”, “ESG-beoordeling” of “ESG-score” wordt aangeduid;
  • 2) 
    “ESG-beoordeling”: een ESG-beoordeling op basis van een op regels gebaseerde methode en een welomschreven rangordesysteem van ratingcategorieen, waarbij een ratinganalist rechtstreeks betrokken is bij het ratingproces;
  • 3) 
    “ESG-score”: een ESG-maatstaf die met behulp van een op regels gebaseerde methode is afgeleid van gegevens en die uitsluitend is gebaseerd op een vooraf vastgesteld statistisch of algoritmisch systeem of model, zonder aanvullende substantiele analytische input van een ratinganalist;
  • 4) 
    “ESG-ratingaanbieder”: een rechtspersoon waarvan de diensten onder meer bestaan uit de afgifte en de publicatie of verspreiding van ESG-ratings op professionele basis;
  • 5) 
    “gereglementeerde financiele onderneming in de Unie”: een onderneming, ongeacht haar rechtsvorm, zijnde:
  • a) 
    een kredietinstelling zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (27);
  • b) 
    een beleggingsonderneming zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU;
  • Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
  • Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
  • Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiele vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
  • c) 
    een abi-beheerder zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt b), van Richtlijn 2011/61/EU, met inbegrip van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds zoals gedefinieerd in artikel 3, punt c), van Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad (28), een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds zoals gedefinieerd in artikel 3, punt c), van Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad (29) en een beheerder van de Eltif zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad (30);
  • d) 
    een beheermaatschappij zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG;
  • e) 
    een verzekeringsonderneming zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG;
  • f) 
    een herverzekeringsonderneming zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 4, van Richtlijn 2009/138/EG;
  • g) 
    een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 1, van Richtlijn (EU) 2016/2341;
  • h) 
    een pensioeninstelling die pensioenregelingen beheert die worden beschouwd als socialezekerheidsregelingen die vallen onder Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad (31), en elke juridische entiteit die is opgericht om dergelijke socialezekerheidsregelingen te beleggen;
  • i) 
    een alternatieve beleggingsinstelling zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt a), van Richtlijn 2011/61/EU, die onder toezicht staat uit hoofde van het toepasselijke nationale recht;
  • j) 
    een icbe zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2009/65/EG;
  • k) 
    een centrale tegenpartij zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (32);
  • l) 
    een centrale effectenbewaarinstelling zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad (33);
  • m) 
    een verzekerings- of herverzekerings-Special Purpose Vehicle waaraan overeenkomstig artikel 211 van Richtlijn 2009/138/EG vergunning is verleend;
  • n) 
    een special purpose entity voor securitisatiedoeleinden zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad (34);
  • o) 
    een verzekeringsholding zoals gedefinieerd in artikel 212, lid 1, punt f), van Richtlijn 2009/138/EG of een gemengde financiele holding zoals gedefinieerd in artikel 212, lid 1, punt h), van Richtlijn 2009/138/EG, die deel uitmaakt van een verzekeringsgroep die onderworpen is aan toezicht op het niveau van de groep op grond van artikel 213 van die richtlijn en die niet is vrijgesteld van groepstoezicht op grond van artikel 214, lid 2, van die richtlijn;
  • p) 
    een financiele holding zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 20), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
  • Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 1).
  • Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemers-chapsfondsen (pB L 115 van 25.4.2013, blz. 18).
  • Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleg-gingsinstellingen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 98).
  • Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coordinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1).
  • Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).
  • Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).
  • Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 35).
  • q) 
    een betalingsinstelling zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad (35);
  • r) 
    een instelling voor elektronisch geld zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad (36);
  • s) 
    een crowdfundingdienstverlener zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2020/1503;
  • t) 
    een aanbieder van cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 15), van Verordening (EU) 2023/1114, wanneer deze een of meer cryptoactivadiensten verricht als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening (EU) 2023/1114;
  • u) 
    een transactieregister zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) nr. 648/2012;
  • v) 
    een securitisatieregister zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 23, van Verordening (EU) 2017/2402;
  • w) 
    een beheerder van benchmarks zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 6), van Verordening (EU) 2016/1011;
  • x) 
    een ratingbureau als omschreven in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009;
  • 6) 
    “ratinganalist”: een persoon die analytische functies vervult met het oog op de afgifte van ESG-ratings;
  • 7) 
    “beoordeeld element”: een rechtspersoon, een financieel instrument, een financieel product, een overheidsinstantie of een publiekrechtelijke instelling die in de ESG-rating expliciet of impliciet een beoordeling heeft gekregen, ongeacht of om een dergelijke beoordeling is verzocht en ongeacht of de rechtspersoon, overheidsinstantie of publiekrechtelijke instelling informatie voor die ESG-rating heeft verstrekt;
  • 8) 
    “financieel instrument”: een van de instrumenten genoemd in deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;
  • 9) 
    “gebruiker van ESG-ratings”: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, overheidsinstantie, agentschap of andere publiekrechtelijke instelling, waaraan een ESG-rating wordt verspreid per abonnement of via andere contractuele relaties;
  • 10) 
    “bevoegde autoriteiten”: de autoriteiten die elke lidstaat overeenkomstig artikel 30 van deze verordening heeft aangewezen;
  • 11) 
    “bestuursorgaan”: het orgaan of de organen van een ESG-ratingaanbieder die overeenkomstig het nationale recht zijn aangesteld, die bevoegd zijn om de strategie, doelstellingen en algemene richting van de ESG-ratingaanbieder vast te stellen, die toezicht houden op de bestuurlijke besluitvorming bij de ESG-ratingaanbieder en deze monitoren, en waartoe de personen behoren die de bedrijfsactiviteiten van de ESG-ratingaanbieder daadwerkelijk leiden;
  • 12) 
    “hoger management”: de persoon of personen die de daadwerkelijke leiding heeft of hebben over de ESG-ratingaanbieder en het lid of de leden van het toezichthoudende of bestuursorgaan van de ESG-ratingaanbieder;
  • 13) 
    “groep ESG-ratingaanbieders”: een in de Unie gevestigde groep van ondernemingen die bestaat uit een moederon-derneming en haar dochterondernemingen in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2013/34/EU, en ondernemingen die door een betrekking met elkaar verbonden zijn, waarvan de activiteiten de afgifte van ESG-ratings omvat.

TITEL II

AFGIFTE VAN ESG-RATINGS IN DE UNIE

Artikel 4

Vereisten voor het actief zijn in de Unie

Elke rechtspersoon die als ESG-ratingaanbieder in de Unie actief wil zijn, is onderworpen aan:

  • a) 
    een door de ESMA verleende vergunning als bedoeld in artikel 6;
  • Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).
  • Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7).
  • b) 
    een gelijkwaardigheidsbesluit als bedoeld in artikel 10 en de vervulling van de in dat artikel bedoelde voorwaarden;
  • c) 
    een vergunning voor bekrachtiging als bedoeld in artikel 11;
  • d) 
    een erkenning als bedoeld in artikel 12.

Artikel 5

Tijdelijke regeling voor kleine ESG-ratingaanbieders

  • 1. 
    In afwijking van artikel 4 is een ESG-ratingaanbieder die als een kleine onderneming of als een kleine groep is ingedeeld in de zin van respectievelijk artikel 3, lid 2, eerste alinea, of artikel 3, lid 5, eerste alinea, van Richtlijn 2013/34/EU (“kleine ESG-ratingaanbieder”) en die in de Unie gevestigd is en actief wenst te zijn, alleen onderworpen aan artikel 15, leden 1, 5, en 7, de artikelen 23 en 24 en de artikelen 32 tot en met 37 van deze verordening, op voorwaarde dat hij:
  • a) 
    de ESMA in kennis stelt van zijn voornemen om in de Unie actief te zijn, en
  • b) 
    door de ESMA is geregistreerd voordat hij begint actief te zijn in de Unie.
  • 2. 
    Binnen negentig werkdagen na ontvangst van de in lid 1, punt a), bedoelde kennisgeving besluit de ESMA of de kennisgever als kleine ESG-ratingaanbieder wordt geregistreerd. De ESMA stelt de kennisgever binnen vijf werkdagen in kennis van haar besluit.
  • 3. 
    Wanneer een ESG-ratingaanbieder als bedoeld in lid 1 van dit artikel niet langer wordt ingedeeld als een kleine ESG-ratingaanbieder, of drie jaar na zijn registratie overeenkomstig lid 1, punt b), van dit artikel, naargelang wat zich het eerst voordoet, wordt de ESG-ratingaanbieder onderworpen aan alle bepalingen van deze verordening en vraagt hij binnen zes maanden een vergunning aan voor het actief zijn in de Unie op grond van hoofdstuk 1 van deze titel.
  • 4. 
    De in lid 1 van dit artikel bedoelde ESG-ratingaanbieders kunnen ervoor kiezen om deel te nemen aan deze verordening door bij de ESMA een vergunningsaanvraag in te dienen op grond van artikel 6. Wanneer ESG-ratingaanbieders hiervoor kiezen, wordt deze verordening in haar geheel op hen van toepassing.

HOOFDSTUK 1

Vergunning voor in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders voor het actief zijn in de Unie

Artikel 6

Aanvraag van een vergunning voor het actief zijn in de Unie

  • 1. 
    In de Unie gevestigde rechtspersonen die in de Unie actief wensen te zijn, vragen op grond van artikel 2, lid 1, punt a), een vergunning aan bij de ESMA.
  • 2. 
    Een in lid 1 bedoelde vergunningsaanvraag bevat alle in bijlage I van deze verordening vermelde informatie en wordt ingediend in een van de officiele talen van de Unie. Verordening nr. 1 van de Raad (37) is van overeenkomstige toepassing op alle andere communicatie tussen de ESMA en ESG-ratingaanbieders en hun personeel.
  • 3. 
    De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de in bijlage I vermelde informatie.

ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van regelgevende technische normen uiterlijk op 2 oktober 2025 bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vastgelegde procedure.

  • Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958,

    blz. 385).

  • 4. 
    Een vergunninghoudende ESG-ratingaanbieder voldoet te alien tijde aan de vereisten op grond waarvan de initiele vergunning is verleend.
  • 5. 
    ESG-ratingaanbieders stellen de ESMA onverwijld in kennis van alle materiele wijzigingen in de omstandigheden waaronder de initiele vergunning is verleend, met inbegrip van de opening of sluiting van een bijkantoor in de Unie.

Artikel 7

Behandeling door de ESMA van de aanvraag voor een vergunning voor het in de Unie actief zijn als een ESG-ratingaanbieder

  • 1. 
    Binnen 25 werkdagen na ontvangst van een in artikel 6, lid 2, bedoelde aanvraag beoordeelt de ESMA of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag onvolledig is, stelt de ESMA een termijn vast waarbinnen de aanvrager eventueel ontbrekende informatie moet verstrekken.
  • 2. 
    Zodra ESMA heeft beoordeeld dat een aanvraag volledig is, stelt zij de aanvrager daarvan in kennis.
  • 3. 
    Binnen negentig werkdagen na de in lid 2 van dit artikel bedoelde kennisgeving neemt de ESMA een volledig met redenen omkleed besluit, als bedoeld in artikel 8, lid 1, om een vergunning te verlenen of te weigeren voor het in de Unie actief zijn als ESG-ratingaanbieder.
  • 4. 
    De ESMA kan de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn verlengen tot 120 werkdagen, met name indien de aanvrager:
  • a) 
    voornemens is ESG-ratings als bedoeld in artikel 11 te bekrachtigen;
  • b) 
    voornemens is tot uitbesteding over te gaan, of
  • c) 
    ontheffing van naleving vraagt overeenkomstig artikel 22.
  • 5. 
    Het op grond van lid 3 door de ESMA vastgestelde besluit wordt van kracht op de vijfde werkdag nadat het is vastgesteld.
  • 6. 
    Indien de aanvrager uiterlijk bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn gevraagde ontbrekende informatie niet verstrekt, wijst de ESMA de aanvraag af.

Indien de ESMA binnen de in lid 3 of lid 4 bedoelde termijn geen besluit heeft genomen, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.

Artikel 8

Besluit tot verlening of weigering van de vergunning voor het actief zijn in de Unie en kennisgeving van dat besluit

  • 1. 
    De ESMA stelt een volledig gemotiveerd besluit vast waarbij een aanvrager een vergunning wordt verleend voor het in de Unie actief zijn als ESG-ratingaanbieder indien zij uit haar behandeling van de in artikel 7 bedoelde aanvraag concludeert dat de aanvrager voldoet aan de in deze verordening vastgestelde vereisten voor het afgeven van ESG-ratings.

Indien de ESMA na onderzoek van de aanvraag tot de conclusie komt dat de aanvrager niet voldoet aan de in deze verordening vastgestelde vereisten voor het verstrekken van ESG-ratings, stelt zij een volledig gemotiveerd besluit vast tot weigering van die vergunning.

  • 2. 
    De ESMA stelt de aanvrager binnen vijf werkdagen in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit.
  • 3. 
    De ESMA stelt de Commissie, de EBA en Eiopa in kennis van elk op grond van lid 1 genomen besluit.
  • 4. 
    De vergunning geldt voor het gehele grondgebied van de Unie.

Artikel 9

Schorsing of intrekking van de vergunning

  • 1. 
    De ESMA stelt een besluit vast tot schorsing of intrekking van de in artikel 8, lid 1, bedoelde vergunning van een ESG-ratingaanbieder, indien de ESG-ratingaanbieder:
  • a) 
    uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de vergunning of geen ESG-ratings afgegeven in de voorafgaande twaalf maanden;
  • b) 
    zijn vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;
  • c) 
    niet langer aan de voorwaarden voldoet waaronder hij een vergunning heeft gekregen, of
  • d) 
    deze verordening ernstig of herhaaldelijk heeft geschonden.
  • 2. 
    De ESMA stelt ESG-ratingaanbieder onverwijld in kennis van elk op grond van lid 1 genomen besluit. Het besluit tot intrekking of schorsing van de vergunning wordt onmiddellijk in de hele Unie van kracht.
  • 3. 
    De ESMA stelt tevens de bevoegde autoriteiten, de Commissie, de EBA en Eiopa in kennis van elk op grond van lid 1 genomen besluit.

HOOFDSTUK 2

Gelijkwaardigheid, bekrachtiging en erkenning van buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders die in de Unie actief zijn

Artikel 10

Gelijkwaardigheidsbesluit

  • 1. 
    Een ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd en die op grond van artikel 2, lid 1, punt b), in de Unie actief wenst te zijn, kan dit alleen doen als hij is opgenomen in het in artikel 14 bedoelde register en op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
  • a) 
    de ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd, heeft een vergunning of is geregistreerd als ESG-ratingaanbieder in het betrokken derde land en is onderworpen aan toezicht in dat derde land;
  • b) 
    de buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder heeft de ESMA ervan in kennis gesteld dat hij in de Unie actief wenst te zijn en heeft bij de ESMA het bewijs van zijn vergunning of registratie als een ESG-ratingaanbieder, de documenten die vereist zijn voor dergelijke vergunning of registratie in het derde land ingediend, alsook de naam van de bevoegde autoriteit van het derde land die verantwoordelijk is voor het toezicht op de ESMA, en heeft van de ESMA bevestiging ontvangen over de volledigheid van de verstrekte informatie;
  • c) 
    de Commissie heeft op grond van lid 2 een gelijkwaardigheidsbesluit vastgesteld;
  • d) 
    de in lid 4 bedoelde samenwerkingsregelingen zijn operationeel.
  • 2. 
    De Commissie kan door middel van een uitvoeringshandeling een gelijkwaardigheidsbesluit vaststellen waarin wordt bepaald dat het rechtskader en de toezichtpraktijk van een derde land waarborgen dat:
  • a) 
    ESG-ratingaanbieders die in dat derde land over een vergunning beschikken of er geregistreerd zijn, voldoen aan bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten van deze verordening;
  • b) 
    de naleving van de in punt a) bedoelde bindende vereisten in dat derde land doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving is onderworpen.

Een dergelijke uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48 bedoelde onderzoeksprocedure.

  • 3. 
    De Commissie kan in overeenstemming met artikel 47 een gedelegeerde handeling vaststellen tot nadere invulling van de in lid 2, eerste alinea, van dit artikel bedoelde voorwaarden. De Commissie kan de toepassing van het in lid 2 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandeling afhankelijk stellen van:
  • a) 
    de effectieve en permanente naleving door het betrokken derde land van alle in de uitvoeringshandeling gestelde voorwaarden die ertoe strekken gelijkwaardige toezicht- en regelgevingsnormen te waarborgen;
  • b) 
    het vermogen van de ESMA om de in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde monitoringtaken effectief uit te oefenen.
  • 4. 
    De ESMA sluit samenwerkingsregelingen met de bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechtskader en de toezichtpraktijk in overeenstemming met lid 2 als gelijkwaardig zijn erkend. In die vergunningen worden ten minste de volgende elementen gespecificeerd:
  • a) 
    het mechanisme voor de uitwisseling op regelmatige en ad-hocbasis van informatie tussen de ESMA en de betrokken bevoegde autoriteiten van de derde landen, met inbegrip van toegang tot alle door de ESMA gevraagde relevante informatie over de ESG-ratingaanbieder die in dat derde land over een vergunning beschikt of er geregistreerd is;
  • b) 
    het mechanisme voor snelle kennisgeving aan de ESMA indien een bevoegde autoriteit van een derde land van oordeel is dat de ESG-ratingaanbieder die in dat derde land over een vergunning beschikt of er geregistreerd is en onderworpen is aan toezicht door de bevoegde autoriteit van dat derde land, de voorwaarden voor zijn vergunning of registratie, of andere nationaalrechtelijke bepalingen in dat derde land, schendt;
  • c) 
    de procedures betreffende de coordinatie van toezichtactiviteiten, met inbegrip van inspecties ter plaatse;
  • d) 
    het mechanisme voor snelle kennisgeving aan de ESMA wanneer een bevoegde autoriteit van een derde land regelgevings- of toezichtmaatregelen neemt met betrekking tot de ESG-ratingaanbieder die in dat derde land over een vergunning beschikt of er geregistreerd is, met inbegrip van wijzigingen die van invloed zouden kunnen zijn op de voortdurende naleving door de ESG-ratingaanbieder van de toepasselijke wet- en regelgeving;
  • e) 
    het mechanisme voor snelle kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van het derde land wanneer de ESMA overeenkomstig artikel 35 een openbare kennisgeving doet uitgaan aan de ESG-ratingaanbieder die in dat derde land over een vergunning beschikt of er geregistreerd is.

Voor de toepassing van de eerste alinea van dit lid schrapt de ESMA, wanneer zij ervan in kennis wordt gesteld dat een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder niet langer voldoet aan de voorwaarden voor een vergunning of registratie in zijn land van vergunning of registratie, deze aanbieder uit het in artikel 14 bedoelde register.

  • 5. 
    Voor de toepassing van lid 1, punt b), beoordeelt de ESMA binnen twintig werkdagen na ontvangst van de informatie of deze volledig is. Indien de ESMA van mening is dat de informatie onvolledig is, stelt de ESMA een termijn vast waarbinnen de ESG-ratingaanbieder ontbrekende informatie moet verstrekken. Zodra zij van oordeel is dat de indiening volledig is, stelt de ESMA de ESG-ratingaanbieder uiterlijk zestig werkdagen na de datum van de eerste kennisgeving in kennis van het resultaat van het proces.

Artikel 11

Bekrachtiging van ESG-ratings afgegeven door buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders

  • 1. 
    Een in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder waaraan overeenkomstig artikel 8 een vergunning is verleend, kan ESG-ratings die zijn afgegeven door een ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd en die tot dezelfde groep behoort, bekrachtigen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
  • a) 
    de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder heeft bij de ESMA een vergunning voor een dergelijke bekrachtiging aangevraagd;
  • b) 
    de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder voldoet aan de volgende indicatoren voor een minimum aan inhoud:
  • i) 
    hij beschikt over eigen bedrijfsruimten of bedrijfsruimten voor uitsluitend gebruik in een lidstaat;
  • ii) 
    hij heeft ten minste een eigen actieve bankrekening in de Unie, en
  • iii) 
    hij beschikt over een passende aanwezigheid in de Unie op het gebied van analyse en besluitvorming, gezien de aard, omvang of complexiteit van zijn activiteiten in de Unie;
  • c) 
    de bekrachtiging van de ESG-rating doet geen afbreuk aan de kwaliteit van de beoordeling van het beoordeelde element, of de uitgevende instelling van een beoordeeld element, of de regeling voor controles of bezoeken ter plaatse, indien daarin wordt voorzien in de door de buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder gebruikte ratingmethode;
  • d) 
    de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder heeft geverifieerd en kan de ESMA doorlopend aantonen dat de afgifte en verspreiding van de te bekrachtigen ESG-ratings voldoen aan vereisten die minstens even streng zijn als de vereisten van deze verordening; het is de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder toegestaan aan te tonen dat hij aan die vereisten voldoet zonder dat hij moet verwijzen naar het specifieke proces dat voor elke afzonderlijke rating is gevolgd;
  • e) 
    de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder beschikt over de nodige deskundigheid om de door de buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder verstrekte ESG-ratings effectief te monitoren en alle daaraan verbonden risico’s te beheren;
  • f) 
    er is een objectieve reden waarom de ESG-ratings moeten worden bekrachtigd voor het gebruik ervan in de Unie, waaronder factoren kunnen vallen zoals de specifieke kenmerken van de ESG-ratings, de noodzaak van nabijheid van de productie van de ESG-ratings bij de uitgevende instelling of de specifieke economische realiteit, een bepaalde bedrijfstak, expertisecentra voor subcomponenten van ecologische factoren, sociale en mensenrechtenfactoren, of governancefac-toren, de beschikbaarheid van specifieke vaardigheden die vereist zijn voor de productie van de ESG-ratings, de materiele beschikbaarheid van inputgegevens en de ontwikkeling van ESG-ratings door de samenwerking van mondiale teams;
  • g) 
    de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder verstrekt de ESMA op haar verzoek alle informatie die nodig is om de ESMA in staat te stellen permanent toezicht te houden op de naleving van deze verordening door de ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd, indien relevant voor de bekrachtigde rating;
  • h) 
    indien een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder aan toezicht is onderworpen, bestaat er een passende samenwerkingsregeling tussen de ESMA en de bevoegde autoriteit van het derde land waar de ESG-ratingaanbieder is gevestigd, die een efficiente uitwisseling van informatie waarborgt.
  • 2. 
    Een in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder die een vergunning aanvraagt voor een bekrachtiging als bedoeld in lid 1, punt a), verstrekt de ESMA alle informatie die nodig is om de ESMA ervan te overtuigen dat op het tijdstip van de aanvraag aan de in dat lid vermelde voorwaarden is voldaan.
  • 3. 
    Binnen 45 werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag voor een vergunning voor een bekrachtiging als bedoeld in lid 1, punt a), maar uiterlijk 85 werkdagen na ontvangst van de oorspronkelijke aanvraag, onderzoekt de ESMA de aanvraag en besluit zij de bekrachtiging toe te staan of te weigeren. De ESMA stelt de aanvrager binnen vijf werkdagen in kennis van dat besluit.
  • 4. 
    Een bekrachtigde ESG-rating wordt beschouwd als een ESG-rating die door de bekrachtigende ESG-ratingaanbieder is afgegeven. De bekrachtigende ESG-aanbieder gebruikt de bekrachtiging niet om de vereisten van deze verordening te omzeilen of zich eraan te onttrekken.
  • 5. 
    Een bekrachtigende ESG-aanbieder blijft volledig verantwoordelijk voor de bekrachtigde ESG-ratings en voor het voldoen aan de vereisten van deze verordening.
  • 6. 
    Als de ESMA gegronde redenen heeft om aan te nemen dat niet langer aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan, heeft zij de bevoegdheid om van de bekrachtigende ESG-ratingaanbieder te eisen dat hij de bekrachtiging intrekt, onverminderd het opleggen van toepasselijke toezichtmaatregelen, geldboeten en dwangsommen overeenkomstig de artikelen 35, 36 en 37.

Artikel 12

Erkenning van buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders

  • 1. 
    Totdat de Commissie een gelijkwaardigheidsbesluit als bedoeld in artikel 10 heeft vastgesteld of, indien er al een gelijkwaardigheidsbesluit is vastgesteld, indien het gelijkwaardigheidsbesluit wordt ingetrokken, mag een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder met een jaarlijkse netto-omzet van al zijn activiteiten onder het in artikel 3, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2013/34/EU vastgestelde maximumbedrag, gedurende de laatste drie opeenvolgende jaren in de Unie actief zijn, mits de ESMA die ESG-ratingaanbieder overeenkomstig dit artikel heeft erkend. Een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder die tot een groep zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11), van Richtlijn 2013/34/EU behoort, waarvan de geconsolideerde jaarlijkse netto-omzet van alle activiteiten van de groep lager is dan het in artikel 3, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2013/34/EU vastgestelde maximumbedrag voor elk van de laatste drie opeenvolgende jaren, mag in de Unie actief zijn op voorwaarde dat de ESMA die ESG-ratingaanbieder heeft erkend in overeenstemming met dit artikel.. Daartoe kan de ESMA rekening houden met hetzij een beoordeling door een onafhankelijke externe controleur, hetzij een certificering door de bevoegde autoriteit van het derde land waar de ESG-ratingaanbieder is gevestigd.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd en die wensen te worden erkend als bedoeld in lid 1, voldoen aan de in deze verordening vastgestelde vereisten en dienen een aanvraag tot erkenning in bij de ESMA.
  • 3. 
    Een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder die wenst te worden erkend als bedoeld in lid 1, beschikt over een juridische vertegenwoordiger. Die juridische vertegenwoordiger is een in de Unie gevestigde rechtspersoon die uitdrukkelijk door de ESG-ratingaanbieder is aangewezen om namens hem op te treden. De juridische vertegenwoordiger toont aan de ESMA aan dat de ESG-ratingaanbieder doorlopend aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in deze verordening voldoet en legt in dat verband verantwoording af aan de ESMA. De juridische vertegenwoordiger verstrekt de ESMA op verzoek alle informatie die nodig is om de ESMA ervan te overtuigen dat de ESG-ratingaanbieder aan de in deze verordening vastgestelde vereisten voldoet.
  • 4. 
    Een ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd, verstrekt de ESMA bij het indienen van een aanvraag voor erkenning als bedoeld in lid 2 het volgende:
  • a) 
    alle in bijlage I opgesomde informatie;
  • b) 
    alle informatie die nodig is om aan te tonen dat aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel is voldaan;
  • c) 
    alle informatie die nodig is om de ESMA ervan te overtuigen dat de ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd de nodige regelingen heeft getroffen om aan de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde vereisten te voldoen;
  • d) 
    de lijst van zijn huidige of toekomstige ESG-ratings die bestemd zijn voor verspreiding in de Unie;
  • e) 
    indien van toepassing, de naam en contactgegevens van de bevoegde autoriteit van het derde land die verantwoordelijk is voor het toezicht op de ESG-ratingaanbieder.

Binnen negentig werkdagen na ontvangst van de in lid 2 bedoelde erkenningsaanvraag besluit de ESMA over het al dan niet toekennen van de erkenning. De ESMA stelt de aanvrager binnen vijf werkdagen in kennis van haar besluit.

  • 5. 
    De ESMA erkent de ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
  • a) 
    de ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd, heeft voldaan aan de leden 2, 3 en 4;
  • b) 
    indien de ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd onderworpen is aan toezicht, tracht de ESMA een passende samenwerkingsregeling te treffen met de betrokken bevoegde autoriteit van het derde land waar de ESG-ratingaanbieder is gevestigd, teneinde een efficiente uitwisseling van informatie te waarborgen.
  • 6. 
    De ESMA neemt een besluit tot afwijzing van de aanvraag indien de ESMA wordt verhinderd in het doeltreffend uitvoeren van haar toezichthoudende taken uit hoofde van deze verordening door de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van het derde land waar de ESG-ratingaanbieder is gevestigd, of, indien van toepassing, door beperkingen van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden van de bevoegde autoriteit van dat derde land.
  • 7. 
    De ESMA legt geldboeten op, overeenkomstig artikel 36, of schort de in lid 1 van dit artikel bedoelde erkenning op of, indien passend, trekt deze in, op een manier die strookt met artikel 9, indien zij op basis van gedocumenteerd bewijs gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de ESG-ratingaanbieder:
  • a) 
    handelt of heeft gehandeld op een wijze die de belangen van de gebruikers van ESG-ratings of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt;
  • b) 
    deze verordening ernstig heeft geschonden;
  • c) 
    valse verklaringen heeft afgelegd of andere onregelmatige middelen heeft gebruikt om de erkenning te verkrijgen.
  • 8. 
    Indien de ESG-ratingaanbieder die op grond van dit artikel door de ESMA is erkend, niet langer voldoet aan de voorwaarden van lid 1, stelt hij de ESMA daarvan onverwijld in kennis.

De ESG-ratingaanbieder stelt de ESMA er binnen drie maanden na de datum waarop hij niet langer aan de in lid 1 vastgestelde voorwaarden voldoet, van in kennis dat hij wenst zijn diensten in de Unie te blijven aanbieden en vraagt binnen twaalf maanden na die datum een vergunning aan. Bij het ontbreken van een dergelijke kennisgeving stopt de ESG-ratingaanbieder actief te zijn in de Unie.

  • 9. 
    De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om de vorm en inhoud van de in lid 2 bedoelde erkenningsaanvraag en, met name, de presentatie van de in lid 4 vereiste informatie vast te stellen.

De ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 2 oktober 2025 bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vastgelegde procedure.

Artikel 13

Samenwerkingsregelingen

  • 1. 
    Elke samenwerkingsregeling als bedoeld in artikel 10, lid 4, artikel 11, lid 1, punt h), en artikel 12, lid 5, punt b), is onderworpen aan waarborgen inzake het beroepsgeheim die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van artikel 46. De uitwisseling van informatie in het kader van dergelijke samenwerkingsregelingen is bedoeld voor de uitvoering van de taken van de ESMA of de bevoegde autoriteiten van derde landen.
  • 2. 
    Wat doorgiften van persoonsgegevens naar een derde land betreft, past de ESMA Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (38) toe.

HOOFDSTUK 3

Register en toegankelijkheid van informatie

Artikel 14

Register van ESG-ratingaanbieders en toegankelijkheid van informatie over het Europees centraal toegangspunt

  • 1. 
    De ESMA zorgt voor het opzetten en bijhouden van een register dat de volgende informatie bevat:
  • a) 
    de identiteit van de ESG-ratingaanbieders waaraan op grond van artikel 8 vergunning is verleend of die in het kader van de tijdelijke regeling voor kleine ESG-ratingaanbieders op grond van artikel 5, lid 1, zijn geregistreerd;
  • b) 
    de identiteit van de ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 10 en de bevoegde autoriteiten van derde landen die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op die ESG-ratingaanbieders;
  • c) 
    de identiteit van de bekrachtigende ESG-ratingaanbieders en de bekrachtigde ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie zijn gevestigd als bedoeld in artikel 11 en, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van het derde land die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de bekrachtigde ESG-ratingaanbieders;
  • d) 
    de identiteit van de ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd en die overeenkomstig artikel 12 zijn erkend, de in de Unie gevestigd juridische vertegenwoordigers van die ESG-ratingaanbieders en, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van derde landen die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op die ESG-ratingaanbieders.
  • 2. 
    Het in lid 1 bedoelde register is openbaar toegankelijk op de website van de ESMA en wordt zo nodig onverwijld geactualiseerd.
  • 3. 
    Met ingang van 1 januari 2028 dient de ESG-ratingaanbieder, wanneer deze in artikel 19, lid 1, en artikel 23, lid 1, van deze verordening bedoelde informatie openbaar maakt, die informatie tegelijkertijd in bij de in lid 6 van dit artikel bedoelde verzamelende instantie met het oog op het toegankelijk maken van deze informatie op het bij Verordening (EU) 2023/2859 ingestelde Europees centraal toegangspunt (European Single Access Point — ESAP).
  • 4. 
    Die informatie voldoet aan de volgende vereisten:
  • a) 
    de informatie wordt opgesteld in een voor data-extractie geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2023/2859 of, wanneer zulks door het Unierecht wordt vereist, in een machinaal leesbaar formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4), van Verordening (EU) 2023/2859;
  • b) 
    de informatie gaat vergezeld van de volgende metadata:
  • i) 
    een volledige handelsnaam en, indien van toepassing, de voor marketingdoeleinden gebruikte naam en de afkorting van de naam van de ESG-ratingaanbieder waarop die informatie betrekking heeft;
  • ii) 
    indien beschikbaar, de identificatiecode voor juridische entiteiten van de ESG-aanbieder, zoals gespecifieerd op grond van artikel 7, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2023/2859;
  • Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van

natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

  • iii) 
    het soort informatie, zoals ingedeeld op grond van artikel 7, lid 4, van Verordening (EU) 2023/2859;
  • iv) 
    de grootte van de ESG-ratingaanbieder zoals gespecificeerd op grond van artikel 7, lid 4, punt d), van (EU) 2023/2859;
  • v) 
    een aanduiding of de informatie persoonsgegevens bevat.
  • 5. 
    Voor de toepassing van lid 4, punt b), ii), verkrijgt de ESG-ratingaanbieder een identificatiecode voor juridische entiteiten.
  • 6. 
    Voor het op ESAP toegankelijk maken van de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie is de ESMA de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2023/2859.
  • 7. 
    Met ingang van 1 januari 2028 wordt de in lid 1 en in artikel 11, lid 3, artikel 35, lid 6, en artikel 38, lid 1, van deze verordening bedoelde informatie toegankelijk gemaakt op het ESAP. Daartoe is de ESMA de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2023/2859.

Deze informatie wordt:

  • a) 
    opgesteld in een voor data-extractie geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2023/2859;
  • b) 
    vergezeld van de volgende metadata:
  • i) 
    alle namen van de ESG-ratingaanbieders waarop de informatie betrekking heeft;
  • ii) 
    indien beschikbaar, de identificatiecode voor juridische entiteiten van de ESG-ratingaanbieder zoals gespecificeerd op grond van artikel 7, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2023/2859;
  • iii) 
    het soort informatie zoals ingedeeld op grond van artikel 7, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2023/2859;
  • iv) 
    een aanduiding of de informatie persoonsgegevens bevat.
  • 8. 
    Om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig lid 3 ingediende informatie efficient worden verzameld en beheerd, ontwikkelt de ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot vaststelling van:
  • a) 
    alle andere metadata waarvan de informatie vergezeld moet gaan;
  • b) 
    de structurering van data in de informatie;
  • c) 
    voor welke informatie een machinaal leesbaar formaat vereist is en welk machinaal leesbaar formaat moet worden gebruikt.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c) gaat de ESMA de voor- en nadelen van verschillende machinaal leesbare formaten na en voert zij in samenwerking met de ESG-ratingaanbieders de nodige praktijktests uit, in overleg met de relevante belanghebbenden.

De ESMA legt de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 9. 
    Waar nodig stelt de ESMA richtsnoeren voor entiteiten vast om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig lid 8, eerste alinea, punt a), ingediende metadata correct zijn.

TITEL III

INTEGRITEIT EN BETROUWBAARHEID VAN ESG-RATINGACTIVITEITEN

HOOFDSTUK 1

Organisatorische vereisten, procedures en documenten met betrekking tot governance

Artikel 15

Algemene beginselen

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders waarborgen de onafhankelijkheid van hun ratingactiviteiten, ook van alle politieke en economische invloeden of beperkingen.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders beschikken over regels en procedures die waarborgen dat hun ESG-ratings worden afgegeven, gepubliceerd en verspreid overeenkomstig deze verordening.
  • 3. 
    ESG-ratingaanbieders maken gebruik van systemen, middelen en procedures die adequaat en doeltreffend zijn om hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening na te komen.
  • 4. 
    ESG-ratingaanbieders nemen en implementeren schriftelijke beleidslijnen die ervoor zorgen dat hun ESG-ratings gebaseerd zijn op een grondige analyse van alle informatie waarover zij beschikken die relevant is voor hun analyse overeenkomstig hun ratingmethoden.
  • 5. 
    ESG-ratingaanbieders stellen interne beleidslijnen en procedures op het gebied van due diligence vast die ervoor zorgen dat hun zakelijke belangen geen afbreuk doen aan de onafhankelijkheid of nauwkeurigheid van hun ESG-ratingactiviteiten, en implementeren deze.
  • 6. 
    ESG-ratingaanbieders stellen deugdelijke administratieve en boekhoudkundige procedures, internecontrolemechanis-men en effectieve controle- en beveiligingsvoorzieningen voor informatieverwerkende systemen vast, en implementeren deze.
  • 7. 
    ESG-ratingaanbieders gebruiken voor de ESG-ratings die zij afgeven ratingmethoden die rigoureus, systematisch en onafhankelijk zijn en kunnen worden gemotiveerd, en passen die ratingmethoden voortdurend en op transparante wijze toe.
  • 8. 
    ESG-ratingaanbieders toetsen de in lid 7 bedoelde ratingmethoden doorlopend en ten minste eenmaal per jaar.
  • 9. 
    ESG-ratingaanbieders monitoren en evalueren ten minste eenmaal per jaar of de in lid 3 bedoelde systemen, middelen en procedures adequaat en doeltreffend zijn en nemen passende maatregelen om eventuele tekortkomingen te verhelpen.
  • 10. 
    ESG-ratingaanbieders stellen een permanente, onafhankelijke en doeltreffende toezichtfunctie in en handhaven deze om te zorgen voor toezicht op alle aspecten van de afgifte van hun ESG-ratings.

De toezichtfunctie beschikt over de nodige middelen en deskundigheid en heeft toegang tot alle informatie die nodig is om haar taken uit te voeren. Ze heeft rechtstreeks toegang tot het bestuursorgaan van de ESG-ratingaanbieder.

ESG-ratingaanbieders ontwikkelen en handhaven robuuste procedures met betrekking tot hun toezichtfunctie.

  • 11. 
    ESG-ratingaanbieders nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de informatie die zij bij de afgifte van ESG-ratings gebruiken van voldoende kwaliteit is en uit betrouwbare bronnen afkomstig is. ESG-ratingaanbieders verklaren duidelijk dat hun ESG-ratings hun eigen mening zijn.
  • 12. 
    ESG-ratingaanbieders stellen het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element tijdens zijn werkuren en ten minste twee volledige werkdagen voor de eerste afgifte van de ESG-rating in kennis, teneinde het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element in de gelegenheid te stellen de ESG-ratingaanbieders in kennis te stellen van feitelijke fouten. Daartoe stellen ESG-ratingaanbieders, op verzoek van het beoordeelde element of van de uitgevende instelling van het beoordeelde element, kosteloos en op niet-commerciele basis de in punt 1, b) en c), en punt 2, b), ii), van bijlage III bedoelde informatie, samen met de datum van de laatste actualisering van de gegevens alsmede, in voorkomend geval, alle andere daarmee verband houdende verzamelde, geschatte of berekende gegevens die betrekking hebben op het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element, beschikbaar.
  • 13. 
    ESG-ratingaanbieders zijn niet verplicht informatie openbaar te maken over hun intellectueel kapitaal, intellectuele eigendom, kennis of de resultaten van innovatie die zouden kunnen worden aangemerkt als bedrijfsgeheim zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad (39).
  • 14. 
    ESG-ratingaanbieders brengen alleen wijzigingen in hun ESG-ratings aan in overeenstemming met hun op grond van artikel 23 gepubliceerde ratingmethoden.

Artikel 16

Scheiding van bedrijfsactiviteiten en andere activiteiten

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders verrichten geen van de volgende activiteiten:
  • a) 
    consultancyactiviteiten voor beleggers of ondernemingen;
  • b) 
    de uitgifte en verspreiding van creditratings zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 1060/2009;
  • c) 
    het aanbieden van benchmarks zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 5), van Verordening (EU) 2016/1011;
  • d) 
    beleggingsdiensten en -activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU;
  • e) 
    wettelijke controles van financiele overzichten en assuranceopdrachten inzake duurzaamheidsrapportage in de zin van Richtlijn 2013/34/EU;
  • f) 
    activiteiten van kredietinstellingen in de zin van Verordening (EU) nr. 575/2013 en verzekerings- of herverzekerings-activiteiten in de zin van Richtlijn 2009/138/EG.
  • 2. 
    In afwijking van lid 1 mag een ESG-ratingaanbieder de in lid 1, punten d) en f), bedoelde activiteiten aanbieden, mits hij, naast de in de artikelen 25 en 26 bedoelde maatregelen, specifieke maatregelen neemt om:
  • a) 
    ervoor te zorgen dat elke activiteit autonoom wordt uitgeoefend;
  • b) 
    te voorkomen dat er potentiele risico’s op belangenconflicten ontstaan bij de besluitvorming in het kader van hun ESG-ratingactiviteiten;
  • c) 
    ervoor te zorgen dat zijn werknemers die rechtstreeks betrokken zijn bij de beoordelingsprocedure van een beoordeeld element geen van de in lid 1, punt d) of punt f), bedoelde activiteiten verrichten.

Bij de uitvoering van dergelijke maatregelen houden ESG-ratingaanbieders ook rekening met de activiteiten van de groep waartoe zij behoren, indien van toepassing.

  • 3. 
    In afwijking van lid 1, punt c), kunnen ESG-ratingaanbieders bij de ESMA een verzoek indienen om benchmarks te mogen aanbieden, mits ze specifieke maatregelen nemen, waaronder de in lid 2 bedoelde maatregelen. De ESMA beoordeelt of de door de ESG-ratingaanbieder voorgestelde maatregelen passend en toereikend zijn met betrekking tot de potentiele risico’s van belangenconflicten. Indien de ESMA van oordeel is dat de maatregelen niet passend of ontoereikend zijn met betrekking tot de potentiele risico’s van belangenconflicten, is lid 1, punt c), van toepassing.

Elke belangrijke wijziging in de door de ESG-ratingaanbieder genomen maatregelen of in de uitvoering ervan wordt door de ESG-ratingaanbieder gemeld aan de ESMA voordat die wijziging wordt uitgevoerd. De ESMA besluit of de maatregelen passend en toereikend blijven met betrekking tot de potentiele risico’s van belangenconflicten. Indien de ESMA van oordeel is dat de maatregelen niet langer passend of toereikend zijn in verband met de potentiele risico’s van belangenconflicten, dan is lid 1, punt c), van toepassing.

De ESMA neemt een in de eerste en tweede alinea van dit lid bedoeld besluit binnen dertig werkdagen na ontvangst van volledige informatie over de door de ESG-ratingaanbieder voorgestelde maatregelen of enige substantiele wijzigingen in die maatregelen, of binnen de in artikel 7 vastgestelde termijnen indien de beoordeling van de ESMA deel uitmaakt van haar evaluatie van de vergunningsaanvraag van de ESG-ratingaanbieder.

  • Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar

gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).

  • 4. 
    ESG-ratingaanbieders zorgen ervoor dat hun werknemers die rechtstreeks betrokken zijn bij het beoordelingsproces van een beoordeeld element geen van de in lid 1, punten a), b) en e), bedoelde activiteiten verrichten.
  • 5. 
    De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de details van de op grond van de leden 2, 3 en 4 te nemen maatregelen en waarborgen.

De ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 2 oktober 2025 bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 6. 
    ESG-ratingaanbieders zorgen ervoor dat het verlenen van andere dan de in lid 1 bedoelde diensten geen risico’s op belangenconflicten binnen hun ESG-ratingactiviteiten creeert. Wanneer er risico’s op belangenconflicten bestaan, bieden ESG-ratingaanbieders dergelijke andere diensten niet aan.

Artikel 17

Ratinganalisten, werknemers en andere personen die betrokken zijn bij de afgifte van ESG-ratings

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders zorgen ervoor dat ratinganalisten, werknemers en alle andere natuurlijke personen die onder hun zeggenschap staan of wier diensten tot hun beschikking staan, bijvoorbeeld via een contractuele regeling, en die rechtstreeks betrokken zijn bij de afgifte van ESG-ratings, met inbegrip van ratinganalisten die rechtstreeks betrokken zijn bij het ratingproces en personen die betrokken zijn bij de afgifte van ESG-scores, een passende opleiding hebben genoten en over de kennis en ervaring beschikken die nodig is om de toegewezen taken en plichten te vervullen, waaronder, in voorkomend geval, voldoende inzicht in potentiele materiele financiele risico’s voor het beoordeelde element en het potentiele materiele effect van het beoordeelde element op het milieu en op de samenleving in het algemeen.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders zorgen ervoor dat het de in lid 1 bedoelde personen niet is toegestaan om met een beoordeeld element of uitgevende instelling van een beoordeeld element, of met een persoon die direct of indirect met het beoordeelde element of de uitgevende instelling van een beoordeeld element verbonden is door een zeggenschapsband onderhandelingen aan te gaan of daaraan deel te nemen betreffende vergoedingen of betalingen.
  • 3. 
    Met uitzondering van rechten van deelnemingen in instellingen voor gediversifieerde collectieve belegging, met inbegrip van beheerde fondsen, en van beleggingen in het kader van discretionair vermogensbeheer:

kopen of verkopen de in lid 1 bedoelde personen die rechtstreeks betrokken zijn bij het bepalen van een afzonderlijke rating van een beoordeeld element, geen financiele instrumenten die zijn uitgegeven, worden gegarandeerd of anderszins worden ondersteund door een entiteit die wordt beoordeeld binnen hun gebied van analytische verantwoordelijkheid of door een entiteit binnen de groep van die entiteit noch verrichten zij transacties in dergelijke financiele instrumenten;

  • b) 
    kopen of verkopen personen met een hogere leidinggevende functie bij een ESG-ratingaanbieder geen financiele instrumenten die zijn uitgegeven, worden gegarandeerd of anderszins worden ondersteund door een entiteit beoordeeld door een ESG-ratingaanbieder, of door een entiteit binnen de groep van die entiteit, noch verrichten zij transacties in dergelijke financiele instrumenten.
  • 4. 
    De in lid 1 bedoelde personen zijn niet rechtstreeks betrokken bij en oefenen niet anderszins invloed uit op de bepaling van een ESG-rating van het relevante beoordeelde element indien deze personen:
  • a) 
    andere financiele instrumenten van het beoordeelde element bezitten dan rechten van deelneming in instellingen voor gediversifieerde collectieve belegging, met inbegrip van beheerde fondsen, en beleggingen in het kader van discretionair vermogensbeheer;
  • b) 
    financiele instrumenten bezitten van een aan een beoordeeld element gelieerde entiteit waarvan de eigendom de oorzaak van een belangenconflict zou kunnen vormen of over het algemeen als dusdanig zou kunnen worden beschouwd, met uitzondering van rechten van deelneming in instellingen voor gediversifieerde collectieve belegging, met inbegrip van beheerde fondsen, en beleggingen in het kader van discretionair vermogensbeheer;
  • c) 
    gedurende het laatste jaar een arbeidsverhouding, zakelijke relatie of andere relatie met de door de ESG-ratingaanbieder beoordeelde entiteit of een andere entiteit binnen de groep van die entiteit hebben gehad die de oorzaak van een belangenconflict zou kunnen vormen of over het algemeen als dusdanig zou kunnen worden beschouwd.
  • 5. 
    ESG-ratingaanbieders zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde personen, en personen met een hogere leidinggevende functie bij de ESG-ratingaanbieder:
  • a) 
    alle redelijke maatregelen nemen om eigendommen en gegevens in het bezit van de ESG-ratingaanbieder tegen fraude, diefstal en misbruik te beschermen, rekening houdend met de aard, schaal en complexiteit van het bedrijf van de ESG-ratingaanbieder en de aard en het gamma van zijn ESG-ratingactiviteiten;
  • b) 
    vertrouwelijke informatie die aan de ESG-ratingaanbieder is toevertrouwd niet delen met personen die niet rechtstreeks betrokken zijn bij het verrichten van ESG-ratingactiviteiten, met inbegrip van ratinganalisten en werknemers van een persoon die direct of indirect met de ESG-ratingaanbieder verbonden is door een zeggenschapsband, en andere natuurlijke personen wier diensten ter beschikking worden of zijn gesteld van of onder zeggenschap staan van een persoon die direct of indirect met de ESG-ratingaanbieder verbonden is door een zeggenschapsband;
  • c) 
    vertrouwelijke informatie niet gebruiken of delen voor enig ander doel dan het verrichten van ESG-ratingactiviteiten, met inbegrip van de handel in financiele instrumenten, en
  • d) 
    geen geld, geschenken of gunsten vragen of aanvaarden van eenieder met wie de ESG-ratingaanbieder zakendoet.
  • 6. 
    Wanneer de in lid 1 bedoelde personen van mening zijn dat een andere in dat lid bedoelde persoon zich schuldig heeft gemaakt aan gedrag dat zij illegaal achten, melden zij dat onmiddellijk aan de toezichtfunctie. De ESG-ratingaanbieder zorgt ervoor dat een dergelijke melding geen negatieve gevolgen heeft voor de melder.
  • 7. 
    Wanneer een ratinganalist zijn of haar dienstverband bij de ESG-ratingaanbieder beeindigt en binnen het jaar na die beeindiging gaat werken voor een beoordeeld element of de uitgevende instelling van een beoordeeld element bij de bepaling van de afzonderlijke rating waarvan hij of zij rechtstreeks betrokken was, beoordeelt de ESG-ratingaanbieder het relevante werk van de ratinganalist gedurende een jaar voorafgaand aan zijn of haar vertrek om na te gaan of er geen sprake is van een belangenconflict.
  • 8. 
    De in lid 1 bedoelde personen, en personen met hogere managementpositie bij de ESG-ratingaanbieder, mogen geen hogere managementpositie aanvaarden bij een beoordeeld element of een uitgevende instelling van een beoordeeld element bij de bepaling van de afzonderlijke rating waarvan zij betrokken waren, en dit gedurende negen maanden na de datum van dergelijke rating.

Artikel 18

Vereisten inzake het bewaren van gegevens

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders registreren hun ESG-ratingactiviteiten. De geregistreerde gegevens bevatten de in de bijlagen I en II vermelde informatie.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders bewaren de in lid 1 bedoelde informatie gedurende ten minste vijf jaar en in een zodanige vorm dat het mogelijk is de bepaling van een ESG-rating te reproduceren en volledig te begrijpen.

Artikel 19

Klachtenbehandelingsmechanisme

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders beschikken over procedures voor het ontvangen, onderzoeken en bewaren van gegevens over door gebruikers van ESG-ratings, door beoordeelde elementen en door uitgevende instellingen van beoordeelde elementen ingediende klachten en publiceren deze op hun website. ESG-ratingaanbieders verstrekken op hun website ook duidelijk informatie over hun klachtenbehandelingsmechanisme en contactgegevens.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde procedures zorgen ervoor dat:
  • a) 
    de ESG-ratingaanbieder het beleid inzake klachtenbehandeling openbaar maakt;
  • b) 
    klachten tijdig en eerlijk worden onderzocht en het resultaat van het onderzoek binnen een redelijke termijn aan de

er wordt meegedeeld, tenzij een dergelijke mededeling in strijd zou zijn met doelstellingen van openbare orde of met Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad (40), en

  • Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening

marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).

  • c) 
    het onderzoek wordt gevoerd onafhankelijk van personeel dat bij betrokken is geweest bij de bepaling van een individuele rating waarover de klacht wordt ingediend, betrokken is geweest.
  • 3. 
    Klachten kunnen worden ingediend met betrekking tot het volgende:
  • a) 
    de gegevensbronnen die voor een individuele ESG-rating worden gebruikt, feitelijke fouten en onjuistheden zijn gebruikt;
  • b) 
    de wijze waarop de ratingmethode met betrekking tot een individuele ESG-rating is toegepast;
  • c) 
    de vraag of een individuele ESG-rating representatief is voor het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element.

Artikel 20

Gemotiveerde bezwaren

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders beschikken over procedures voor het ontvangen van gemotiveerde bezwaren van belang-hebbenden die hun naam en positie vermelden.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders, met uitzondering van kleine ESG-ratingaanbieders in de zin van artikel 5, lid 1, van deze verordening, streven ernaar binnen dertig werkdagen na ontvangst daarvan op de gemotiveerde bezwaren te reageren.

Artikel 21

Uitbesteding

  • 1. 
    Uitbesteding van belangrijke operationele functies wordt niet op zodanige wijze uitgevoerd dat de kwaliteit van de door een ESG-ratingaanbieder vastgestelde interne controle wezenlijk wordt aangetast en aan het vermogen van de ESMA om toezicht te houden op de nakoming door de ESG-ratingaanbieder van zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders die functies, diensten of activiteiten uitbesteden die relevant zijn voor de afgifte van een ESG-rating, blijven volledig verantwoordelijk voor het nakomen van al hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening en voor de openbaarmaking van de in bijlage II bedoelde informatie.

Artikel 22

Vrijstellingen van governancevereisten

  • 1. 
    Een ESG-ratingaanbieder kan bij de ESMA een verzoek indienen om te worden vrijgesteld van de naleving van de in artikel 15, leden 6, 8 en 10, bepaalde vereisten.
  • 2. 
    Bij de beoordeling van een in lid 1 van dit artikel bedoeld verzoek gaat de ESMA na of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  • a) 
    de ESG-ratingaanbieder is een kleine ESG-ratingaanbieder in de zin van artikel 5, lid 1;
  • b) 
    de ESG-ratingaanbieder heeft maatregelen en procedures geimplementeerd, met name interne controlemechanismen, interne rapportageregelingen en interne maatregelen om ervoor te zorgen dat ratinganalisten en personen die ESG-ratings goedkeuren onafhankelijk zijn en dat deze verordening effectief wordt nageleefd;
  • c) 
    de ESG-ratingaanbieder heeft aangetoond dat zijn omvang niet zodanig wordt bepaald dat de vereisten van deze verordening worden omzeild;
  • d) 
    de ESG-ratingaanbieder heeft duidelijk genoeg aangetoond dat de vereisten van artikel 15, leden 6, 8 en 10, niet in verhouding staan tot de aard, schaal of complexiteit van het bedrijf van die ESG-ratingaanbieder of gezien de aard of het bereik van de afgifte van ESG-ratings.

Op basis van die overwegingen kan de ESMA de ESG-ratingaanbieder vrijstellen van alle vereisten van artikel 15, leden 6, 8 en 10, of, in naar behoren gemotiveerde gevallen en op basis van de elementen die de ESG-ratingaanbieder volgens de eerste alinea, punt d), van dit lid, heeft verstrekt, van slechts enkele van die vereisten.

HOOFDSTUK 2

Transparantievereisten

Artikel 23

Openbaarmaking van de methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames die bij ESG-ratingactiviteiten worden gebruikt

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders maken op hun website op zijn minst de methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames openbaar die zij bij hun ESG-ratingactiviteiten gebruiken, met inbegrip van de in de punt d) van bijlage I en de in punt 1 van bijlage III bedoelde informatie. Die openbaarmaking gebeurt op duidelijke en transparante wijze en wordt in een afzonderlijk gedeelte van de website van de ESG-ratingaanbieder vermeld.

De ESG-ratingaanbieder maakt de in punt 1 van bijlage III bedoelde informatie uiterlijk openbaar wanneer hij begint met de afgifte van ESG-ratings.

  • 2. 
    Er worden afzonderlijke E-, S- en G-ratings verstrekt in plaats van een enkele ESG-rating waarin E, S en G-factoren zijn samengevoegd. ESG-ratingaanbieders verstrekken de in dit artikel en in artikel 24 bedoelde informatie voor elke factor afzonderlijk.
  • 3. 
    In afwijking van lid 2 van dit artikel mogen ESG-ratingaanbieders een ESG-rating geven waarin E-, S- en G-factoren worden geaggregeerd, indien zij, onverminderd verdere openbaarmakingsverplichtingen uit hoofde van deze verordening, de in punt 1, h), van bijlage III bedoelde informatie verstrekken.
  • 4. 
    De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om de elementen die overeenkomstig lid 1, eerste alinea, openbaar moeten worden gemaakt, nader te specificeren. Die elementen omvatten geen andere aanvullende openbaarmakingsvereisten dan die welke zijn vermeld in punt 1 van bijlage III.

De ESMA dient de in de eerste alinea van dit lid bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 2 oktober 2025 bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vastgelegde procedure.

  • 5. 
    De ESMA kan ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen om de gegevensnormen, vormen en modellen te specificeren die de ESG-ratingaanbieders moeten gebruiken om de in lid 1 bedoelde informatie te presenteren.

De ESMA dient de in de eerste alinea van dit lid bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vastgelegde procedure.

Artikel 24

Informatieverschaffing aan gebruikers van ESG-ratings, beoordeelde elementen en uitgevende instellingen van beoordeelde elementen

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders verschaffen ten minste de in punt 2 van bijlage III bedoelde informatie voortdurend aan de gebruikers van ESG-ratings, beoordeelde elementen en uitgevende instellingen van beoordeelde elementen.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders zorgen ervoor dat wanneer ze een gebruiker van ESG-ratings toestemming geven om de ESG-rating openbaar te maken, de link naar de informatie in punt 1 van bijlage III aan de ESG-rating wordt gehecht.
  • 3. 
    De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om de elementen die overeenkomstig lid 1 openbaar moeten worden gemaakt, nader te specificeren. Die elementen omvatten geen aanvullende openbaarmakings-vereisten dan die welke zijn vermeld in punt 2 van bijlage III.

De ESMA dient die in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 2 oktober 2025 bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vastgelegde procedure.

  • 4. 
    De ESMA kan ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen om de gegevensnormen, vormen en modellen te specificeren die de ESG-ratingaanbieders moeten gebruiken om de in lid 1 bedoelde informatie te presenteren.

De ESMA dient de in de eerste alinea van dit lid bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vastgelegde procedure.

HOOFDSTUK 3

Onafhankelijkheid en belangenconflicten

Artikel 25

Onafhankelijkheid en vermijding van belangenconflicten

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders beschikken over robuuste governanceregelingen, met inbegrip van een duidelijke organisatie-structuur met welomschreven, transparante en consistente taken en verantwoordelijkheden voor alle personen die bij de afgifte van een ESG-rating betrokken zijn.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een afgegeven ESG-rating niet wordt beinvloed door een bestaand of mogelijk belangenconflict, of door een zakelijke of andere relatie, hetzij van de ESG-ratingaanbieders zelf, hetzij van hun aandeelhouders, managers, ratinganalisten, werknemers of andere natuurlijke personen wier diensten ter beschikking of onder zeggenschap staan van de ESG-ratingaanbieders, of een persoon die direct of indirect met hen verbonden is door een zeggenschapsband, of een aanbieder van een derde partij aan wie functies, diensten of activiteiten zijn uitbesteed.
  • 3. 
    Wanneer er een risico bestaat op een belangenconflict binnen een ESG-ratingaanbieder als gevolg van de eigendomsstructuur, zeggenschapsbelangen of activiteiten van die ESG-ratingaanbieder, van een entiteit die eigenaar is van of zeggenschap heeft over de ESG-ratingaanbieder, van een entiteit die eigendom is van of onder zeggenschap staat van de ESG-ratingaanbieder, of van een gelieerde onderneming van de ESG-ratingaanbieder of een aanbieder van een derde partij, neemt de ESMA gepaste maatregelen. De ESMA kan eisen dat de ESG-ratingaanbieder maatregelen neemt om dat risico te beperken.

Indien een belangenconflict als bedoeld in de eerste alinea niet adequaat wordt beheerd met de in de eerste alinea bedoelde risicobeperkende maatregelen, eist de ESMA van de ESG-ratingaanbieder dat hij een einde maakt aan dat belangenconflict. Indien nodig kan de EMSA van de ESG-ratingaanbieder eisen dat hij de activiteiten of relaties die het belangenconflict veroorzaken staakt of stopt met het afgeven van ESG-ratings.

  • 4. 
    Het is aandeelhouders of leden van een ESG-ratingaanbieder die invloed van betekenis uitoefenen in de zin van artikel 2, punt 13), tweede zin, van Richtlijn 2013/34/EU, op die ESG-ratingaanbieder, of op een onderneming die zeggenschap heeft over of overheersende invloed kan uitoefenen op die ESG-ratingaanbieder, verboden om:
  • a) 
    invloed van betekenis uit te oefenen op een andere ESG-ratingaanbieder;
  • b) 
    het recht of de bevoegdheid te hebben om leden van het bestuurs- of toezichthoudend orgaan van een andere ESG-ratingaanbieder te benoemen of te ontslaan;
  • c) 
    lid te zijn van het bestuurs- of toezichthoudend orgaan van een andere ESG-ratingaanbieder.

De eerste alinea van dit lid is niet van toepassing op beleggingen in andere ESG-ratingaanbieders die tot dezelfde groep ESG-ratingaanbieders behoren of op beleggingen in ESG-ratingaanbieders die micro- of kleine ondernemingen zijn volgens de criteria van artikel 3, lid 1, respectievelijk artikel 3, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2013/34/EU.

  • 5. 
    ESG-ratingaanbieders stellen de ESMA in kennis van alle bestaande of potentiele belangenconflicten, met inbegrip van belangenconflicten die voortvloeien uit de eigendom van of zeggenschap over de ESG-ratingaanbieders.
  • 6. 
    ESG-ratingaanbieders stellen beleidslijnen, procedures en effectieve organisatorische regelingen vast voor de identificatie, de openbaarmaking, de preventie, het beheer en de beperking van belangenconflicten, en implementeren deze. ESG-ratingaanbieders evalueren en actualiseren deze beleidslijnen, procedures en regelingen regelmatig. Deze beleidslijnen, procedures en regelingen voorkomen, beheren en beperken specifiek belangenconflicten als gevolg van de eigendom van of zeggenschap over de ESG-ratingaanbieder of als gevolg van andere belangen in de groep van de ESG-ratingaanbieder, of belangenconflicten die worden veroorzaakt door andere personen die invloed uitoefenen op of zeggenschap hebben over de ESG-ratingaanbieder wat betreft het bepalen van de ESG-rating.
  • 7. 
    ESG-ratingaanbieders evalueren hun activiteiten ten minste jaarlijks om potentiele belangenconflicten op te sporen.

Artikel 26

Beheer van potentiele belangenconflicten van werknemers

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders zorgen ervoor dat hun werknemers en alle andere natuurlijke personen wier diensten tot hun beschikking of onder hun zeggenschap staan en die rechtstreeks betrokken zijn bij de afgifte van een ESG-rating:
  • a) 
    over de vaardigheden beschikken die nodig zijn om hun taken en plichten uit te voeren en onder effectief beheer en toezicht staan;
  • b) 
    niet onderhevig zijn aan ongepaste beinvloeding of belangenconflicten;
  • c) 
    geen beloning ontvangen en dat hun prestatie niet zodanig beoordeeld wordt dat er een belangenconflict ontstaat of er anderszins afbreuk wordt gedaan aan de integriteit van het proces voor de bepaling van ESG-ratings;
  • d) 
    geen belangen of zakelijke connecties hebben die de activiteiten van de ESG-ratingaanbieder compromitteren;
  • e) 
    niet mogen bijdragen tot de bepaling van een ESG-rating door zich op persoonlijke titel of namens marktdeelnemers in te laten met biedingen, aanbiedingen en transacties, tenzij een dergelijke bijdrage uitdrukkelijk vereist is als onderdeel van de ESG-ratingmethode en onderworpen is aan specifieke regels die daarin zijn vastgelegd, en
  • f) 
    onderworpen zijn aan effectieve procedures voor het beheer van de uitwisseling van informatie met andere werknemers die betrokken zijn bij activiteiten die een risico op belangenconflicten zou kunnen creeren of met derden indien die informatie de ESG-rating zou kunnen beinvloeden.
  • 2. 
    ESG-ratingaanbieders stellen specifieke internecontroleprocedures vast om de integriteit en betrouwbaarheid van de werknemer of persoon die de ESG-rating bepaalt te waarborgen, met inbegrip van interne goedkeuring door het management voor de verspreiding van de ESG-rating.

Artikel 27

Eerlijke, redelijke, transparante en niet-discriminerende behandeling van gebruikers van ESG-ratings

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de aan clienten aangerekende vergoedingen eerlijk, redelijk, transparant en niet-discriminerend zijn.
  • 2. 
    Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel kan de ESMA van ESG-ratingaanbieders eisen dat zij haar gedocumenteerd bewijsmateriaal verstrekken over hun prijsbeleid, met inbegrip van de vergoedingsstructuur en de criteria voor prijsstelling. De ESMA kan overeenkomstig artikel 35 toezichtmaatregelen nemen en zij kan besluiten overeenkomstig artikel 36 geldboeten op te leggen indien zij van oordeel is dat vergoedingen die door ESG-ratingaanbieders worden aangerekend, redelijk, transparant en niet-discriminerend zijn.

HOOFDSTUK 4

Toezicht door de ESMA

Afdeling 1

Algemene beginselen

Artikel 28

Geen bemoeienis met de inhoud van ESG-ratings of methoden

Bij de uitvoering van hun taken uit hoofde van deze verordening bemoeien de ESMA, de Commissie of een overheidsinstantie van een lidstaat zich niet met de inhoud van ESG-ratings of -methoden.

Artikel 29

De ESMA

  • 1. 
    Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 stelt de ESMA richtsnoeren op voor de samenwerking tussen de ESMA en de bevoegde autoriteiten voor de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de procedures en gedetailleerde voorwaarden voor de delegatie van taken, en actualiseert zij deze richtsnoeren.
  • 2. 
    Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 gaat de ESMA, in samenwerking met de EBA en Eiopa, over tot de uitgifte en actualisering van richtsnoeren over de toepassing van het in artikel 11 van deze verordening bedoelde bekrachtigingsmechanisme uiterlijk op 2 oktober 2025.
  • 3. 
    De ESMA publiceert een jaarverslag over de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de toezichtmaat-regelen en geldboeten en dwangsommen die de ESMA uit hoofde van deze verordening heeft genomen respectievelijk opgelegd. Dat verslag bevat met name informatie over de ontwikkeling van de ESG-ratingmarkt in de Unie en een beoordeling van de toepassing van de in de artikelen 10, 11 en 12 bedoelde regelingen van derde landen.

De ESMA dient het in de eerste alinea bedoelde jaarverslag in bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

  • 4. 
    De ESMA publiceert jaarlijks op haar website een lijst van ESG-ratingaanbieders die zijn opgenomen in het in artikel 14, lid 1, bedoelde register, met vermelding van hun totale marktaandeel in de Unie. Hierin wordt de balans opgemaakt van de marktstructuur, met inbegrip van concentratieniveaus en de diversiteit van ESG-ratingaanbieders.
  • 5. 
    Voor de toepassing van lid 4 wordt onder het marktaandeel verstaan de jaarlijkse, met ESG-ratingactiviteiten gegenereerde omzet op het niveau van de groep in de Unie.
  • 6. 
    De ESMA werkt bij de uitvoering van haar taken samen met de EBA en Eiopa en raadpleegt de EBA en Eiopa alvorens richtsnoeren uit te vaardigen en te actualiseren en ontwerpen van technische reguleringsnormen in te dienen uit hoofde van deze verordening.

Artikel 30

Bevoegde autoriteiten

  • 1. 
    Uiterlijk op 2 april 2026 wijst elke lidstaat een bevoegde autoriteit aan voor de toepassing van deze verordening.
  • 2. 
    De bevoegde autoriteiten beschikken over voldoende personeel wat betreft capaciteit en deskundigheid om hun taken uit hoofde van deze verordening te kunnen uitvoeren.

Artikel 31

Uitoefening van de in de artikelen 32, 33 en 34 bedoelde bevoegdheden

De bevoegdheden die bij de artikelen 32, 33 en 34 aan de ESMA of aan een door de ESMA gemachtigde functionaris of aan een andere door de ESMA gemachtigde persoon worden verleend, worden niet gebruikt om te eisen dat aan het wettelijk verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten worden bekendgemaakt.

Artikel 32

Verzoeken om informatie

  • 1. 
    De ESMA kan op eenvoudig verzoek of bij besluit eisen dat ESG-ratingaanbieders, personen die betrokken zijn bij ESG-ratingactiviteiten, beoordeelde elementen en uitgevende instellingen van beoordeelde elementen, derden waaraan ESG-ratingaanbieders operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, en personen die anderszins nauw en wezenlijk verbonden zijn met of banden hebben met ESG-ratingaanbieders of ESG-ratingactiviteiten, alle informatie verstrekken die de ESMA nodig heeft om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren.
  • 2. 
    Bij het toezenden van een eenvoudig verzoek om informatie uit hoofde van lid 1 van dit artikel:
  • a) 
    verwijst de ESMA naar dit artikel als rechtsgrondslag voor het verzoek;
  • b) 
    vermeldt de ESMA het doel van het verzoek;
  • c) 
    specificeert de ESMA welke informatie vereist is;
  • d) 
    stelt de ESMA een redelijke termijn vast waarbinnen de informatie moet worden verstrekt en het formaat waarin de gevraagde informatie moet worden verstrekt;
  • e) 
    deelt de ESMA de persoon aan wie de informatie wordt gevraagd mee dat er geen verplichting bestaat om de informatie te verstrekken, maar dat een antwoord op het verzoek om informatie niet onjuist of misleidend mag zijn;
  • f) 
    vermeldt de ESMA de in artikel 36 bepaalde geldboeten indien de verstrekte informatie onjuist of misleidend is.
  • 3. 
    Als de ESMA bij besluit uit hoofde van lid 1 van dit artikel eist dat informatie wordt verstrekt:
  • a) 
    verwijst de ESMA naar dit artikel als rechtsgrondslag voor het verzoek;
  • b) 
    vermeldt de ESMA het doel van het verzoek;
  • c) 
    specificeert de ESMA welke informatie vereist is;
  • d) 
    stelt de ESMA een redelijke termijn vast waarbinnen de informatie moet worden verstrekt en het formaat waarin de gevraagde informatie moet worden verstrekt;
  • e) 
    vermeldt zij de in artikel 37 bepaalde dwangsommen indien de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn wordt ingediend of onvolledig is;
  • f) 
    vermeldt de ESMA de in artikel 36 bepaalde geldboeten indien de verstrekte informatie onjuist of misleidend is;
  • g) 
    vermeldt de ESMA dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt bij de bezwaarcommissie van de ESMA overeenkomstig artikel 60 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, en dat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie tegen het besluit beroep kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
  • 4. 
    De in lid 1 bedoelde personen of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, de krachtens de wet of hun statuten tot vertegenwoordiging bevoegde personen verstrekken de gevraagde informatie. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun clienten de informatie verstrekken. Die clienten blijven volledig verantwoordelijk indien de door hun advocaten verstrekte informatie onvolledig, onjuist of misleidend is.
  • 5. 
    De ESMA zendt onverwijld een kopie van het eenvoudig verzoek of van haar besluit aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de in lid 1 bedoelde door het verzoek om informatie betroffen personen woonachtig of gevestigd zijn.

Artikel 33

Algemene onderzoeken

  • 1. 
    Om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, kan de ESMA alle nodige onderzoeken naar de in artikel 32, lid 1, bedoelde personen verrichten. Hiertoe zijn de door de ESMA gemachtigde functionarissen en andere door de ESMA gemachtigde personen bevoegd om:
  • a) 
    alle voor de uitvoering van hun taken relevante bescheiden, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken, ongeacht de aard van de informatiedrager;
  • b) 
    voor echt gewaarmerkte kopieen of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke bescheiden, gegevens, procedures en ander materiaal;
  • c) 
    alle in artikel 32, lid 1, bedoelde personen of hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten die verband houden met het onderwerp en het doel van het onderzoek, en om de antwoorden op te tekenen;
  • d) 
    alle andere natuurlijke en rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, teneinde informatie te verzamelen die verband houdt met het onderwerp van een onderzoek;
  • e) 
    overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.
  • 2. 
    De door de ESMA ten behoeve van de in lid 1 bedoelde onderzoeken gemachtigde functionarissen van de ESMA en andere personen oefenen hun bevoegdheden uit na de overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het onderwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. In deze machtiging worden tevens de dwangsommen vermeld waarin artikel 37, lid 1, voorziet indien de vereiste bescheiden, gegevens, procedures of enig ander materiaal of de door de in artikel 32, lid 1, bedoelde personen verstrekte informatie aan niet of onvolledig worden verstrekt, alsmede de in artikel 36 bepaalde geldboeten indien de door de in artikel 32, lid 1, bedoelde personen verstrekte informatie onjuist of misleidend is.
  • 3. 
    De in artikel 32, lid 1, van deze verordening bedoelde personen onderwerpen zich aan onderzoeken die op grond van een besluit van de ESMA worden ingesteld. Het besluit vermeldt het onderwerp en het doel van het onderzoek, de in artikel 37 van deze verordening bepaalde dwangsommen, de uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie van de Europese Unie tegen het besluit in beroep te gaan.
  • 4. 
    Tijdig voor het onderzoek stelt de ESMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onderzoek dient plaats te vinden in kennis van het onderzoek en van de identiteit van de personen die door de ESMA ten behoeve van het onderzoek zijn gemachtigd. Op verzoek van de ESMA staan functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit deze gemachtigde personen bij in de uitvoering van hun taken. Functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit mogen op verzoek eveneens bij het onderzoek aanwezig zijn.
  • 5. 
    Indien volgens de nationale voorschriften voor een verzoek om de in lid 1, punt e), bedoelde overzichten van telefoon-of dataverkeer de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan ook uit voorzorg worden aangevraagd.
  • 6. 
    Indien om een toestemming als bedoeld in lid 5 wordt verzocht, toetst de nationale rechterlijke instantie het besluit van de ESMA op zijn authenticiteit en gaat zij na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn noch buitensporig in verhouding tot het onderwerp van de onderzoeken. Bij haar toetsing van de evenredigheid van de dwangmaatregelen mag de nationale rechterlijke instantie de ESMA om nadere toelichting verzoeken, in het bijzonder met betrekking tot de redenen die de ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie toetst echter niet de noodzaak van het onderzoek en eist evenmin dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van de ESMA. Het besluit van de ESMA kan uitsluitend door het Hof van Justitie van de Europese Unie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de in Verordening (EU) nr. 1095/2010 uiteengezette procedure.

Artikel 34

Inspecties ter plaatse

  • 1. 
    Om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, kan de ESMA alle nodige inspecties ter plaatse uitvoeren in de bedrijfsruimten van de in artikel 32, lid 1, bedoelde rechtspersonen. Indien dit voor het behoorlijk en efficient verrichten van de inspectie nodig is, kan de ESMA de inspectie ter plaatse onaangekondigd verrichten.
  • 2. 
    De functionarissen en andere personen die door de ESMA gemachtigd zijn een inspectie ter plaatse uit te voeren, kunnen alle bedrijfsruimten en terreinen van de rechtspersonen die het onderwerp zijn van een door de ESMA vastgesteld onderzoeksbesluit betreden en hebben de in artikel 33, lid 1, vastgestelde bevoegdheden. Zij zijn tevens bevoegd om bedrijfsruimten en boeken of bescheiden te verzegelen voor de duur van en voor zover nodig voor de inspectie.
  • 3. 
    De functionarissen en andere personen die door de ESMA gemachtigd zijn een inspectie ter plaatse uit te voeren, oefenen hun bevoegdheden uit onder overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het onderwerp en het doel van de inspectie zijn gespecificeerd. In die machtiging worden ook de in artikel 37 bepaalde dwangsommen vermeld indien de betrokken personen zich niet aan de inspectie onderwerpen. De ESMA stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden verricht, geruime tijd voor de inspectie hiervan in kennis.
  • 4. 
    De in artikel 32, lid 1, van deze verordening bedoelde personen onderwerpen zich aan bij besluit van de ESMA gelaste inspecties ter plaatse. Het besluit vermeldt het onderwerp en het doel van de inspectie, de datum waarop de inspectie zal aanvangen, de in artikel 37 van deze verordening bepaalde dwangsommen, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie van de Europese Unie tegen het besluit in beroep te gaan. De ESMA neemt een dergelijk besluit na raadpleging van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd.
  • 5. 
    De functionarissen en andere personen die door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden verricht, zijn gemachtigd of aangewezen, verlenen op verzoek van de ESMA actief bijstand aan de door de ESMA gemachtigde functionarissen en andere personen. Daartoe beschikken zij over de in lid 2 vastgestelde bevoegdheden. Functionarissen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat mogen op verzoek eveneens bij de inspecties ter plaatse aanwezig zijn.
  • 6. 
    De ESMA mag ook van de bevoegde autoriteiten vereisen namens haar specifieke onderzoekstaken en inspecties ter plaatse uit te voeren zoals bepaald in dit artikel en in artikel 33, lid 1. Daartoe beschikken de bevoegde autoriteiten over dezelfde bevoegdheden als de ESMA, zoals bepaald in dit artikel en in artikel 33, lid 1.
  • 7. 
    Indien de door de ESMA gemachtigde functionarissen en andere personen vaststellen dat een persoon zich tegen een krachtens dit artikel gelaste inspectie verzet, verleent de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat hun de nodige bijstand, zo nodig door een beroep te doen op de politie of een gelijkwaardige wetshandhavingsautoriteit, om hen in staat te stellen hun inspectie ter plaatse te verrichten.
  • 8. 
    Indien volgens de nationale voorschriften de toestemming van een rechterlijke instantie vereist is voor de in lid 1 bepaalde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bepaalde bijstand, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan ook uit voorzorg worden aangevraagd.
  • 9. 
    Indien wordt verzocht om toestemming als bedoeld in lid 8, toetst de nationale rechterlijke instantie het besluit van de ESMA op haar authenticiteit en gaat zij na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn noch buitensporig in verhouding tot het onderwerp van de inspectie. Bij haar toetsing van de evenredigheid van de dwangmaatregelen mag de nationale rechterlijke instantie de ESMA om nadere toelichting verzoeken, in het bijzonder met betrekking tot de redenen die de ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie toetst echter niet de noodzaak van de inspectie en eist evenmin dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van de ESMA. Het besluit van de ESMA kan uitsluitend door het Hof van Justitie van de Europese Unie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de in Verordening (EU) nr. 1095/2010 uiteengezette procedure.

Afdeling 2

Toezichtmaatregelen en sancties

Artikel 35

Toezichtmaatregelen van de ESMA

  • 1. 
    Indien de ESMA tot de bevinding komt dat een ESG-ratingaanbieder zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet is nagekomen, neemt zij een of meer van de volgende toezichtmaatregelen:
  • a) 
    de vergunning of erkenning van de ESG-ratingaanbieder opschorten of intrekken;
  • b) 
    de ESG-ratingaanbieder tijdelijk verbieden ESG-ratings te publiceren of te verspreiden totdat de inbreuk is beeindigd;
  • c) 
    de ESG-ratingaanbieder verplichten een einde te maken aan de inbreuk;
  • d) 
    geldboeten opleggen op grond van artikel 36;
  • e) 
    openbare aankondigingen doen.
  • 2. 
    De ESMA kan ook een of meer van de in dit artikel, lid 1, punten b) tot en met e), bedoelde toezichtmaatregelen nemen ten aanzien van elke ESG-ratingaanbieder die op grond van artikel 2, lid 1, in de Unie actief is:
  • a) 
    zonder te voldoen aan artikel 4, of wanneer de ESMA de in dat artikel bedoelde vergunning of erkenning van de ESG-ratingaanbieder heeft opgeschort of ingetrokken;
  • b) 
    zonder te voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een uitsluiting als bedoeld in artikel 2, lid 2.
  • 3. 
    De ESMA kan ook de in lid 1, punt e), bedoelde toezichtmaatregel nemen indien een ESG-ratingactiviteit van een ESG-ratingaanbieder die in de Unie actief is een ernstige bedreiging vormt voor de marktintegriteit of de beleggersbescherming in de Unie.

Om na te gaan of een persoon op grond van artikel 2, lid 1, in de Unie actief is, kan de ESMA gebruikmaken van de haar bij de artikelen 32, 33 en 34 verleende bevoegdheden ten aanzien van de betrokken persoon of derden die de betrokken persoon in staat stellen de ESG-ratingactiviteit uit te oefenen.

  • 4. 
    De in lid 1 bedoelde toezichtmaatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.
  • 5. 
    Bij het nemen van een in lid 1 bedoelde toezichtmaatregel houdt de ESMA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk, waarbij zij de volgende criteria in aanmerking neemt:
  • a) 
    de duur en frequentie van de inbreuk;
  • b) 
    de vraag of een financieel misdrijf werd gepleegd of gefaciliteerd, dan wel anderszins aan de inbreuk is toe te schrijven;
  • c) 
    de vraag of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gepleegd;
  • d) 
    de mate van verantwoordelijkheid van de persoon die voor de inbreuk verantwoordelijk is;
  • e) 
    de financiele draagkracht van de ESG-ratingaanbieder, zoals blijkt uit zijn totale nettojaaromzet;
  • f) 
    de gevolgen van de inbreuk voor de belangen van beleggers en andere gebruikers van ESG-ratings;
  • g) 
    het belang van de door de ESG-ratingaanbieder behaalde winsten en vermeden verliezen of de uit de inbreuk voortvloeiende verliezen voor derden, voor zover deze winsten en verliezen kunnen worden bepaald;
  • h) 
    de mate waarin de ESG-ratingaanbieder met de ESMA samenwerkt, onverminderd de noodzaak om te zorgen voor de terugbetaling van de door die ESG-ratingaanbieder als gevolg van de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen;
  • i) 
    eerdere inbreuken door de ESG-ratingaanbieder;
  • j) 
    maatregelen die de ESG-ratingaanbieder na de inbreuk heeft genomen om herhaling ervan te voorkomen.

Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea wordt een inbreuk geacht opzettelijk te zijn gepleegd indien de ESMA objectieve elementen aantreft waaruit blijkt dat een persoon doelbewust handelde om de inbreuk te plegen.

  • 6. 
    De ESMA stelt de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon onverwijld in kennis van elk op grond van lid 1 genomen besluit tot het nemen van een toezichtmaatregel. De ESMA publiceert een dergelijk besluit op haar website binnen tien werkdagen na de datum waarop zij zijn vastgesteld.

De in de eerste alinea bedoelde publicatie bevat elk van de volgende elementen:

  • a) 
    een verklaring waarin het recht van de ESG-ratingaanbieder om tegen het besluit bezwaar te maken, wordt bevestigd;
  • b) 
    indien van toepassing, een verklaring dat bezwaar is gemaakt en dat dit bezwaar geen schorsende werking heeft;
  • c) 
    een verklaring waarin wordt gesteld dat de ESMA de toepassing van het bestreden besluit kan opschorten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
  • 7. 
    De ESMA kan de ESG-ratingaanbieder die de inbreuk heeft gepleegd er ook toe verplichten de gebruikers van zijn ESG-ratings in kennis te stellen van elke toezichtmaatregel die de ESMA op grond van lid 1 heeft genomen.

Artikel 36

Geldboeten

  • 1. 
    Indien de ESMA tot de bevinding komt dat een ESG-ratingaanbieder of, in voorkomend geval, zijn juridische vertegenwoordiger opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk heeft gemaakt op deze verordening, stelt zij een besluit vast waarbij een geldboete wordt opgelegd. Het maximumbedrag van de geldboete is 10 % van de totale nettojaaromzet van de ESG-ratingaanbieder, berekend op basis van de recentste beschikbare jaarrekening die door het bestuursorgaan van de ESG-ratingaanbieder is goedgekeurd.
  • 2. 
    Indien de in lid 1 van dit artikel bedoelde ESG-ratingaanbieder een moederonderneming is of een dochteronder-neming van een moederonderneming die overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de relevante totale nettojaaromzet ofwel de totale nettojaaromzet, ofwel het in overeenstemming met het toepasselijke Unierecht inzake financiele verslaggeving daarmee corresponderende soort inkomsten volgens de recentste beschikbare geconsolideerde jaarrekening die door het bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming is goedgekeurd.
  • 3. 
    Bij het vaststellen van de hoogte van een geldboete op grond van lid 1 van dit artikel houdt de ESMA rekening met de in artikel 35, lid 5, bepaalde criteria.
  • 4. 
    Indien de in lid 1 bedoelde ESG-ratingaanbieder direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk, is het bedrag van de geldboete ten minste gelijk aan dat voordeel, niettegenstaande lid 3.
  • 5. 
    Indien een handeling of nalatigheid van een ESG-ratingaanbieder meer dan een inbreuk op deze verordening vormt, is alleen de hoogste overeenkomstig lid 2 met betrekking tot een van die inbreuken berekende geldboete van toepassing.

Artikel 37

Dwangsommen

  • 1. 
    De ESMA legt bij besluit dwangsommen op om:
  • a) 
    een ESG-ratingaanbieder te dwingen een inbreuk te beeindigen overeenkomstig een ingevolge artikel 35, lid 1, punt c), genomen besluit;
  • b) 
    de in artikel 32, lid 1, bedoelde personen te dwingen:
  • i) 
    volledige informatie te verstrekken waarom bij een ingevolge artikel 32, lid 3, genomen besluit is verzocht;
  • ii) 
    zich aan een onderzoek te onderwerpen en met name volledige bescheiden, gegevens, procedures of enig ander vereist materiaal over te leggen en andere informatie aan te vullen en te corrigeren die is verstrekt in het kader van een onderzoek dat is ingesteld bij een ingevolge artikel 33, lid 3, genomen besluit;
  • iii) 
    zich te onderwerpen aan een inspectie ter plaatse waartoe opdracht is gegeven bij een ingevolge artikel 34, lid 4, genomen besluit.
  • 2. 
    Een dwangsom is doeltreffend en evenredig. De ESMA legt een dagelijkse dwangsom op totdat de betrokken ESG-ratingaanbieder of persoon het in lid 1 bedoelde relevante besluit naleeft.
  • 3. 
    Niettegenstaande lid 2 bedraagt de dwangsom 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorgaande boekjaar of, in het geval van natuurlijke personen, 2 % van het gemiddelde daginkomen in het voorgaande kalenderjaar. De dwangsom wordt berekend vanaf de datum die in het besluit tot oplegging van de dwangsom is bepaald.
  • 4. 
    Een dwangsom wordt opgelegd voor een periode van maximaal zes maanden na kennisgeving van het in lid 1 bedoelde besluit van de ESMA. Na afloop van de periode waarvoor de dwangsom is opgelegd, heroverweegt de ESMA de maatregel.

Artikel 38

Openbaarmaking, aard, handhaving en toewijzing van geldboeten en dwangsommen

  • 1. 
    De ESMA maakt alle geldboeten en dwangsommen die zij op grond van de artikelen 36 en 37 van deze verordening heeft opgelegd openbaar, tenzij die openbaarmaking financiele markten van de Unie ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou berokkenen aan de betrokken partijen. De openbaarmaking behelst geen persoonsgegevens in de zin van Verordening (EU) 2018/1725.
  • 2. 
    Op grond van de artikelen 36 en 37 opgelegde geldboeten en dwangsommen hebben een administratief karakter.
  • 3. 
    Op grond van de artikelen 36 en 37 opgelegde geldboeten en dwangsommen zijn vatbaar voor tenuitvoerlegging.

De afdwinging van geldboeten en dwangsommen wordt beheerst door de procedureregels die van kracht zijn in de lidstaat of het derde land waar de geldboeten en dwangsommen ten uitvoer worden gelegd.

  • 4. 
    Geldboeten en dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Unie.

Afdeling 3

Procedures en beroep

Artikel 39

Procedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van geldboeten

  • 1. 
    Indien de ESMA tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor een mogelijke inbreuk op deze verordening, wijst zij binnen de ESMA een onafhankelijke onderzoeksfunctionaris aan om de zaak te onderzoeken. Die onderzoeksfunctionaris is niet direct of indirect betrokken of betrokken geweest bij het toezicht op de ESG-ratings waarop de inbreuk betrekking heeft en verricht zijn of haar taken onafhankelijk van de raad van toezichthouders van de ESMA.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde onderzoeksfunctionaris onderzoekt de vermeende inbreuken, houdt rekening met eventuele opmerkingen van de aan het onderzoek onderworpen personen en dient bij de raad van toezichthouders van de ESMA een volledig dossier met zijn of haar bevindingen in.
  • 3. 
    De onderzoeksfunctionaris is bevoegd om informatie op te vragen overeenkomstig artikel 32 en om onderzoeken en inspecties ter plaatse te verrichten overeenkomstig de artikelen 33 en 34.
  • 4. 
    Bij het uitvoeren van zijn of haar taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die de ESMA bij haar toezichtactiviteiten heeft verzameld.
  • 5. 
    De rechten van verdediging van de aan het onderzoek onderworpen personen worden tijdens onderzoeken uit hoofde van deze verordening ten volle geeerbiedigd.
  • 6. 
    Na zijn of haar bevindingen bij de raad van toezichthouders van de ESMA te hebben ingediend, stelt de onderzoeksfunctionaris de aan het onderzoek onderworpen personen in kennis.
  • 7. 
    Op basis van het dossier met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris en op verzoek van de betrokken personen na hen overeenkomstig artikel 40 te hebben gehoord, beoordeelt de raad van toezichthouders van de ESMA of een of meer aan het onderzoek onderworpen personen de betrokken inbreuken hebben gepleegd en neemt de raad, indien hij tot de conclusie komt dat dergelijke inbreuken zijn gepleegd, een toezichtmaatregel als bedoeld in artikel 35 en legt hij overeenkomstig artikel 36 een geldboete op.
  • 8. 
    De onderzoeksfunctionaris neemt niet deel aan de beraadslagingen van de raad van toezichthouders van de ESMA en mengt zich op generlei wijze in het besluitvormingsproces van de raad van toezichthouders van de ESMA.
  • 9. 
    De Commissie stelt overeenkomstig artikel 47 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door nadere procedureregels vast te stellen voor de uitoefening van de bevoegdheid van de ESMA om geldboeten of dwangsommen op te leggen, met inbegrip van bepalingen inzake de rechten van verdediging, bepalingen inzake termijnen en de inning van geldboeten of dwangsommen, en door nadere regels vast te stellen betreffende de verjaringstermijnen voor het opleggen en handhaven van geldboeten en dwangsommen.
  • 10. 
    Indien de ESMA bij de uitvoering van haar taken uit hoofde van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van strafbare feiten, verwijst zij de zaak voor strafrechtelijke vervolging naar de betrokken nationale autoriteiten. De ESMA ziet af van het opleggen van geldboeten of dwangsommen indien een eerdere vrijspraak of veroordeling in een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens eenzelfde feit of in wezen gelijkaardige feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 40

Horen van aan een onderzoek onderworpen personen

  • 1. 
    Voordat ESMA een besluit tot oplegging van een toezichtmaatregel, een geldboete of een dwangsom neemt op grond van artikel 35, 36 of 37, stelt zij de aan de onderzoeken onderworpen personen in de gelegenheid te worden gehoord met betrekking tot haar bevindingen. De ESMA baseert haar besluiten uitsluitend op bevindingen waarover de aan de onderzoeken onderworpen personen opmerkingen hebben kunnen maken.

De eerste alinea is niet van toepassing indien dringende maatregelen op grond van artikel 35 nodig zijn om aanzienlijke en dreigende schade aan het financiele stelsel te voorkomen. In een dergelijk geval kan de ESMA een voorlopig besluit nemen en biedt zij de betrokken personen zo spoedig mogelijk na het nemen van haar besluit de gelegenheid te worden gehoord.

  • 2. 
    De rechten van verdediging van de aan de onderzoeken onderworpen personen worden tijdens het onderzoek ten volle geeerbiedigd. Zij hebben recht op inzage in het dossier van de ESMA, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht van inzage in het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of interne voorbereidende documenten van de ESMA.

Artikel 41

Toetsing door het Hof van Justitie van de Europese Unie

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen besluiten van ESMA die een e of dwangsom opleggen. Het kan het bedrag van de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Afdeling 4

Vergoedingen en delegatie

Artikel 42

Toezichtvergoedingen

  • 1. 
    De ESMA brengt ESG-ratingaanbieders evenredige vergoedingen in rekening in overeenstemming met de op grond van lid 2 vastgestelde gedelegeerde handelingen. Deze vergoedingen dekken volledig de noodzakelijke uitgaven van de ESMA in verband met het toezicht op ESG-ratingaanbieders en de terugbetaling van alle kosten die de bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van taken uit hoofde van deze verordening zouden kunnen maken, met name als gevolg van de delegatie van taken overeenkomstig artikel 43.
  • 2. 
    Het bedrag van een individuele vergoeding staat in verhouding tot de nettojaaromzet van de betrokken ESG-ratingaanbieder.

Uiterlijk op 2 januari 2026 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 47 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door nadere bepaling van het soort vergoedingen, de zaken waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn, het bedrag en de respectievelijke rechtvaardiging van de vergoedingen, de wijze waarop deze moeten worden betaald en, in voorkomend geval, de wijze waarop de ESMA de bevoegde autoriteiten moet vergoeden voor alle kosten die zij eventueel maken bij het uitvoeren van taken op grond van deze verordening, met name als gevolg van de delegatie van taken als bedoeld in artikel 43. In die gedelegeerde handelingen worden vergoedingen vastgesteld die evenredig en passend zijn voor de omvang van ESG-ratingaanbieders en de mate van hun toezicht, met name wanneer zij als kleine ESG-ratingaanbieders zijn ingedeeld.

HOOFDSTUK 5

Samenwerking tussen de ESMA en de bevoegde autoriteiten

Artikel 43

Delegatie van taken door de ESMA aan de bevoegde autoriteiten

  • 1. 
    Indien dit nodig is voor de deugdelijke uitoefening van een toezichttaak, kan de ESMA de volgende toezichthoudende taken aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat delegeren overeenkomstig de richtsnoeren die de ESMA op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 heeft uitgegeven:
  • a) 
    de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 32 van deze verordening om informatie te verzoeken;
  • b) 
    de bevoegdheid om overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van deze verordening onderzoeken en inspecties ter plaatse te verrichten.
  • 2. 
    Voordat de ESMA overeenkomstig lid 1 een taak delegeert, raadpleegt zij de betrokken bevoegde autoriteit over:
  • a) 
    de reikwijdte van de te delegeren taak;
  • b) 
    het tijdschema voor het uitvoeren van de taak, en
  • c) 
    de overdracht van de nodige informatie door en aan de ESMA.
  • 3. 
    De ESMA vergoedt de betrokken bevoegde autoriteit de kosten die zij maakt bij het uitvoeren van gedelegeerde taken. De te vergoeden kosten bestaan uit alle vaste en variabele kosten die verband houden met het uitvoeren van gedelegeerde taken of het verlenen door de bevoegde autoriteit van bijstand aan de ESMA.
  • 4. 
    De ESMA evalueert elke overeenkomstig lid 1 verleende delegatie op gezette tijden. De ESMA kan een delegatie te allen tijde intrekken.
  • 5. 
    Het delegeren van taken laat de verantwoordelijkheid van de ESMA onverlet en beperkt de ESMA niet in haar mogelijkheden om de gedelegeerde activiteit uit te voeren en er toezicht op uit te oefenen. De ESMA delegeert geen toezichthoudende verantwoordelijkheden, met inbegrip van vergunningsbesluiten, definitieve beoordelingen en vervolg-besluiten met betrekking tot inbreuken.

Artikel 44

Uitwisseling van informatie

De ESMA en de bevoegde autoriteiten verstrekken elkaar onverwijld de informatie die nodig is voor de uitvoering van hun taken uit hoofde van deze verordening of hun respectieve toezichthoudende verantwoordelijkheden en mandaten.

Artikel 45

Kennisgevingen en opschortingsverzoeken door de bevoegde autoriteiten

  • 1. 
    Een bevoegde autoriteit van een lidstaat die vaststelt dat op het grondgebied van haar eigen lidstaat of van een andere lidstaat door een ESG-ratingaanbieder handelingen worden of zijn verricht die inbreuk maken op deze verordening, stelt de ESMA daarvan in kennis. Wanneer een bevoegde autoriteit dit voor onderzoeksdoeleinden passend acht, kan die bevoegde autoriteit de ESMA voorstellen dat zij nagaat of het nodig is gebruik te maken van de bevoegdheden uit hoofde van artikel 32 met betrekking tot de ESG-ratingaanbieder die bij die handelingen betrokken is.
  • 2. 
    De ESMA neemt passende maatregelen. De ESMA informeert de kennisgevende bevoegde autoriteit over het resultaat en, voor zover mogelijk, over belangrijke tussentijdse ontwikkelingen.
  • 3. 
    Een kennisgevende bevoegde autoriteit van een lidstaat die van oordeel is dat een ESG-ratingaanbieder die in het in artikel 14 bedoelde register is opgenomen en wiens ESG-ratings op het grondgebied van die lidstaat worden gebruikt, op zodanige wijze inbreuk heeft gemaakt op deze verordening dat wezenlijk afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de beleggers of de stabiliteit van het financiele stelsel in die lidstaat, kan de ESMA verzoeken de afgifte van ESG-ratings door de betrokken ESG-ratingaanbieder op te schorten. De kennisgevende bevoegde autoriteit verstrekt de ESMA een omstandige motivering van haar verzoek.
  • 4. 
    Indien de ESMA van mening is dat het in lid 3 bedoelde verzoek niet gerechtvaardigd is, stelt zij de kennisgevende bevoegde autoriteit daarvan schriftelijk in kennis met opgave van de redenen daarvoor. Als de ESMA van oordeel is dat het verzoek gerechtvaardigd is, neemt zij passende maatregelen om het probleem op te lossen en stelt zij de bevoegde autoriteit hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 46

Beroepsgeheim

  • 1. 
    Het beroepsgeheim geldt voor de ESMA, de bevoegde autoriteiten en alle personen die werken of hebben gewerkt voor de ESMA, voor de bevoegde autoriteiten of voor een andere persoon aan wie de ESMA taken heeft gedelegeerd, met inbegrip van de door de ESMA aangestelde auditors en deskundigen. In informatie die onder het beroepsgeheim valt, wordt aan geen enkele andere persoon of autoriteit inzage verleend, tenzij krachtens Unie- of nationaal recht.
  • 2. 
    Alle informatie die uit hoofde van deze verordening tussen de ESMA, de bevoegde autoriteiten, de EBA, Eiopa en het bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad (41) opgerichte Europees Comite voor systeemrisico’s wordt uitgewisseld en die betrekking heeft op zakelijke of operationele voorwaarden en andere economische of persoonlijke zaken, wordt als vertrouwelijk beschouwd, tenzij:
  • a) 
    de ESMA of de bevoegde autoriteit of een andere betrokken autoriteit of instantie op het moment waarop de informatie wordt verstrekt, verklaart dat deze informatie openbaar kan worden gemaakt;
  • b) 
    de openbaarmaking van dergelijke informatie in het kader van een gerechtelijke procedure noodzakelijk is;
  • c) 
    de openbaar gemaakte informatie wordt gebruikt in een samenvatting of in een geaggregeerde vorm waarin individuele financielemarktdeelnemers niet kunnen worden ge'identificeerd.
  • Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel

toezicht van de Europese Unie op het financiele stelsel en tot oprichting van een Europees Comite voor systeemrisico’s (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1).

TITEL IV

GEDELEGEERDE EN UITVOERINGSHANDELINGEN

Artikel 47

Uitoefening en intrekking van de delegatie en bezwaar tegen gedelegeerde handelingen

  • 1. 
    De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
  • 2. 
    De bevoegdheid om de in artikel 10, lid 3, artikel 39, lid 9, en artikel 42, lid 2, gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor een termijn van vijf jaar met ingang van 1 januari 2025 aan de Commissie toegekend. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van die termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
  • 3. 
    De in artikel 10, lid 3, artikel 39, lid 9, en artikel 42, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beeindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
  • 4. 
    Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de deskundigen die door elke lidstaat zijn aangewezen in overeenstemming met de beginselen die in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven zijn neergelegd.
  • 5. 
    Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
  • 6. 
    Een op grond van artikel 10, lid 3, artikel 39, lid 9, en artikel 42, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft aangetekend, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.
  • 7. 
    Indien noch het Europees Parlement, noch de Raad bij het verstrijken van de in lid 6 bedoelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, wordt deze bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin vermelde datum. Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie heeft meegedeeld voornemens te zijn geen bezwaar aan te tekenen, kan de gedelegeerde handeling voor het verstrijken van die termijn worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in werking treden.
  • 8. 
    Indien het Europees Parlement of de Raad binnen de in lid 1 bedoelde termijn bezwaar aantekent tegen de gedelegeerde handeling, treedt deze niet in werking. Overeenkomstig artikel 296 VWEU geeft de instelling die bezwaar maakt tegen de gedelegeerde handeling aan waarom zij dit doet.

Artikel 48

Comiteprocedure

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie (42) ingestelde Europees Comite voor het effectenbedrijf. Dat comite is een comite in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (43).
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
  • Besluit 2001/528/EG van de Commissie van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comite voor het effectenbedrijf (PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45).
  • Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Artikel 49

Wijzigingen van Verordening (EU) 2019/2088

Aan artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2088 wordt het volgende lid toegevoegd:

“3. Indien een financielemarktdeelnemer of een financieel adviseur in het kader van zijn publicitaire mededelingen een ESG-rating zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1), van Verordening (EU) 2024/3005 van het Europees Parlement en de Raad (1), aan derden afgeeft en bekendmaakt, neemt hij op zijn website dezelfde informatie op als die welke vereist is op grond van punt 1 van bijlage III bij die verordening en maakt hij in die publicitaire mededelingen een link naar die openbaarmakingen op die website bekend.

De ETA’s ontwikkelen via het Gemengd Comite ontwerpen van technische reguleringsnormen om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde informatie te specificeren, rekening houdend met de informatie die op grond van artikel 10 van deze verordening reeds bekendgemaakt is.

De ETA’s dienen die ontwerpen van technische reguleringsnormen in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in de tweede alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 52

Evaluatie

  • 1. 
    De Commissie evalueert de toepassing van deze verordening uiterlijk op 2 januari 2029.
  • 2. 
    De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de belangrijkste bevindingen van de evaluatie. Bij de uitvoering van de evaluatie houdt de Commissie rekening met de marktontwikkelingen en het relevante bewijsmateriaal waarover zij beschikt. In dit verslag wordt met name het volgende beoordeeld:
  • a) 
    het effect van deze verordening op de transitie naar een duurzame economie, op de kloof van extra investeringen die nodig zijn om de klimaatdoelstellingen van de Unie als vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 te halen, en op het ombuigen van particuliere kapitaalstromen richting duurzame investeringen;
  • b) 
    het effect van deze verordening op de marktstructuur, met inbegrip van de ontwikkeling van het aantal en de diversiteit van ESG-ratingaanbieders;
  • c) 
    de vraag of het toepassingsgebied van deze verordening geschikt is om de doelstellingen ervan overeenkomstig artikel 1 te verwezenlijken, met inbegrip van de vraag of aanbieders van gegevensproducten over ecologische factoren, sociale en mensenrechtenfactoren en governancefactoren in het toepassingsgebied van deze verordening moeten worden opgenomen;
  • d) 
    de adequaatheid van de vereisten voor buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders om actief te zijn in de Unie;
  • e) 
    de werking van de markt voor ESG-ratingaanbieders in de Unie, met inbegrip van mogelijke belangenconflicten, en het toezicht daarop door de ESMA;
  • f) 
    de vraag of deze verordening, waaronder het in artikel 28 bedoelde beginsel van geen bemoeienis, hebben bijgedragen aan het verbeteren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van ESG-ratings en het verminderen van het gebruik van misleidende ESG-ratings.
  • 3. 
    Indien de Commissie dit passend acht, gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van deze verordening.

Artikel 53

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 2 juli 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 27 november 2024.

Voor het Europees Parlement                                        Voor de Raad

De voorzitter                                                   De voorzitter

  • R. 
    METSOLA                                     BOKA J.

BIJLAGE I

IN DE VERGUNNINGSAANVRAAG TE VERSTREKKEN INFORMATIE

Een vergunningsaanvraag bevat alle volgende gegevens:

  • a) 
    de volledige naam van de aanvrager, het adres van zijn statutaire zetel in de Unie, de website van de aanvrager en, indien beschikbaar, de identificatiecode voor juridische entiteiten van de aanvrager;
  • b) 
    de naam en contactgegevens van een contactpersoon bij de aanvrager;
  • c) 
    de juridische status van de aanvrager;
  • d) 
    de eigendomsstructuur van de aanvrager;
  • e) 
    de identiteit van de entiteiten binnen de eigendomsstructuur van de aanvrager die ESG-ratings zullen verstrekken of een van de in artikel 16, lid 1, genoemde activiteiten;
  • f) 
    de identiteit van de leden van het hoger management van de aanvrager en hun kwalificatie-, ervarings- en opleidingsniveau;
  • g) 
    het aantal ratinganalisten, werknemers en andere personen die voor de aanvrager werken en rechtstreeks betrokken zijn bij de ESG-ratingactiviteiten, het niveau van hun ervaring en opleiding;
  • h) 
    de verwachte marktdekking van ESG-ratings;
  • i) 
    een beschrijving van de door de aanvrager toegepaste procedures en methoden voor het afgeven en beoordelen van ESG-ratings, of de aanvrager verwacht gebruik te maken van informatie die uit hoofde van Verordening (EU) 2019/2088 en Richtlijn 2013/34/EU openbaar is gemaakt, en of de aanvrager verwacht methoden te zullen gebruiken die gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs en die rekening houden met de streefdoelen en doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs of andere relevante internationale overeenkomsten;
  • j) 
    de beleidslijnen of procedures die de aanvrager toepast om belangenconflicten zoals bedoeld in artikel 15 van deze verordening op te sporen, te beheren en openbaar te maken;
  • k) 
    indien van toepassing, documenten en informatie met betrekking tot bestaande of geplande uitbestedingsovereen-komsten voor activiteiten die onder deze verordening vallen;
  • l) 
    indien van toepassing, informatie over andere activiteiten, met inbegrip van de verwachte goedkeuring, die de aanvrager uitvoert of voornemens is uit te voeren;
  • m) 
    indien van toepassing, informatie over de door de aanvrager uitgevoerde specifieke maatregelen als bedoeld in artikel 16, leden 2 en 3, van deze verordening;
  • n) 
    indien van toepassing, informatie over eerdere ESG-ratingactiviteiten.

BIJLAGE II

ORGANISATORISCHE VEREISTEN

  • 1. 
    Informatie over het bewaren van gegevens

ESG-ratingaanbieders houden alle volgende gegevens bij:

  • a) 
    voor elke ESG-rating, indien van toepassing:
  • i) 
    de identiteit van de ratinganalisten die aan de bepaling van de ESG-rating hebben meegewerkt, de identiteit van de personen die de ESG-rating hebben goedgekeurd, informatie over de vraag of de ESG-rating al dan niet is aangevraagd, en de datum waarop de ESG-ratingactie is ondernomen;
  • ii) 
    de identiteit van de personen die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van de op regels gebaseerde methode en de identiteit van de personen die de ratingmethode hebben goedgekeurd;
  • b) 
    de boekhoudkundige bescheiden met betrekking tot vergoedingen die zijn ontvangen van een beoordeeld element of de uitgevende instelling van een beoordeeld element, gelieerde derden of andere gebruikers van ESG-ratings;
  • c) 
    de boekhoudkundige bescheiden voor elke gebruiker van ESG-ratings;
  • d) 
    de documentatie met betrekking tot de vastgestelde procedures en ratingmethoden die de ESG-ratingaanbieder gebruikt om ESG-ratings te bepalen;
  • e) 
    de interne documenten en externe communicatie en dossiers, met inbegrip van niet-openbare informatie en werkdocumenten, die als basis voor een genomen ESG-ratingbesluit hebben gediend;
  • f) 
    gegevens over de procedures en maatregelen die de ESG-ratingaanbieder heeft uitgevoerd om aan deze verordening te voldoen;
  • g) 
    de methode die wordt gebruikt voor de bepaling van een ESG-rating;
  • h) 
    wijzigingen of afwijkingen van standaardprocedures en methoden;
  • i) 
    alle documenten met betrekking tot klachten, met inbegrip van die welke door een klager zijn ingediend.
  • 2. 
    Uitbesteding

Wanneer ESG-ratingaanbieders in verband met de afgifte van een ESG-rating taken of relevante diensten of activiteiten uitbesteden aan een dienstverlener, zorgt de ESG-ratingaanbieder ervoor dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a) 
    de dienstverlener beschikt over de bekwaamheid, capaciteit en wettelijk benodigde toestemming om de uitbestede taken, diensten of activiteiten op betrouwbare en professionele wijze uit te voeren;
  • b) 
    de ESG-ratingaanbieder neemt passende maatregelen mocht blijken dat de dienstverlener de uitbestede taken niet doeltreffend en niet in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving zou uitvoeren;
  • c) 
    de ESG-ratingaanbieder behoudt de benodigde deskundigheid om op doeltreffende wijze toezicht te houden op de uitbestede taken en om de daaraan verbonden risico’s te beheren;
  • d) 
    de dienstverlener stelt de ESG-ratingprovider in kennis van elke ontwikkeling die een wezenlijke invloed zou kunnen hebben op zijn vermogen om de uitbestede taken effectief en in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving uit te voeren;
  • e) 
    de ESG-ratingaanbieder kan de uitbestedingsovereenkomsten zo nodig beeindigen;
  • f) 
    de ESG-ratingaanbieder neemt redelijke stappen, waaronder noodplannen, om onnodige operationele risico’s in verband met de deelname van de dienstverlener aan het proces voor de bepaling van ESG-ratings te vermijden.

BIJLAGE III

OPENBAARMAKINGSVEREISTEN

  • 1. 
    Minimale informatieverstrekking aan het publiek

In overeenstemming met artikel 23 van deze verordening maken ESG-ratingaanbieders ten minste op hun website en via het Europees centraal toegangspunt (European single access point — ESAP) de volgende informatie openbaar:

  • a) 
    een overzicht van de gebruikte ratingmethoden en wijzigingen daarvan, met inbegrip van de vraag of de analyse betrekking heeft op het verleden of op de toekomst en de gedekte periode;
  • b) 
    de gebruikte bedrijfstakkenclassificatie;
  • c) 
    een overzicht van gegevensbronnen, met inbegrip van de vraag of gegevens afkomstig zijn van duur-zaamheidsverklaringen zoals vereist uit hoofde van Richtlijn 2013/34/EU of van informatie die openbaar gemaakt is uit hoofde van Verordening (EU) 2019/2088, en of de bronnen openbaar of niet-openbaar zijn, en een overzicht van gegevensprocessen, een schatting van inputgegevens indien niet beschikbaar, en de frequentie van gegevensupdates;
  • d) 
    de eigendomsstructuur van de ESG-ratingaanbieder;
  • e) 
    informatie over de vraag of en hoe de ratingmethoden op wetenschappelijk bewijs zijn gebaseerd;
  • f) 
    informatie over het duidelijk omschreven doel van de ESG-ratings waarbij wordt aangegeven of de rating risico’s, effecten of beide beoordeelt volgens het beginsel van dubbele materialiteit, of andere dimensies, en in het geval van dubbele materialiteit het aandeel van de risico- en impactmaterialiteit;
  • g) 
    de reikwijdte van de ESG-rating, namelijk of de ESG-rating betrekking heeft op een individuele E-, S- of G-factor, dan wel of het gaat om een geaggregeerde rating (waarbij de E-, S- en G-factor zijn samengevoegd), dan wel of de rating betrekking heeft op specifieke kwesties zoals transitierisico’s;
  • h) 
    in het geval van een geaggregeerde ESG-rating, de weging van de drie overkoepelende categorieen E-, S- en G-factoren (bijv. 33 % voor de E-factor, 33 % voor de S-factor, 33 % voor de G-factor) en de toelichting bij de wegingsmethode, met inbegrip van het gewicht per individuele E-, S- en G-categorie;
  • i) 
    binnen de E-, S- of G-factoren, een specificatie van de onderwerpen waarop de ESG-rating betrekking heeft en of deze overeenkomen met de onderwerpen uit de duurzaamheidsrapporteringsstandaarden die op grond van artikel 29 ter van Richtlijn 2013/34/EU zijn ontwikkeld;
  • j) 
    informatie over de vraag of de rating in absolute of relatieve waarden is uitgedrukt;
  • k) 
    indien van toepassing, een verwijzing naar het gebruik van artificiele intelligentie bij het verzamelen van gegevens of het bepalen van ratings, met inbegrip van informatie over de huidige beperkingen en risico’s van het gebruik van artificiele intelligentie;
  • l) 
    algemene informatie over criteria die worden gebruikt om vergoedingen die worden aangerekend aan klanten vast te stellen, met vermelding van de verschillende elementen die in aanmerking worden genomen, en algemene informatie over het bedrijfs-/betaalmodel;
  • m) 
    eventuele beperkingen in gegevensbronnen en methoden die bij de bepaling van ESG-ratings worden gebruikt;
  • n) 
    de voornaamste risico’s van belangenconflicten en de maatregelen die zijn genomen om deze te beperken;
  • o) 
    indien een ESG-rating van een beoordeeld element betrekking heeft op de E-factor, informatie over de vraag of in die rating rekening wordt gehouden met de streefdoelen en doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs of andere relevante internationale overeenkomsten;
  • p) 
    indien een ESG-rating van een beoordeeld element betrekking heeft op de S- en G-factoren, informatie over de vraag of in die rating rekening wordt gehouden met relevante internationale overeenkomsten;
  • q) 
    elke beperking van de informatie die beschikbaar is voor ESG-ratingaanbieders.
  • 2. 
    Aanvullende informatieverschaffing aan gebruikers van ESG-ratings en beoordeelde elementen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU vallen

Overeenkomstig artikel 24 en in aanvulling op de minimale openbaarmaking als bedoeld in punt 1 van deze bijlage, stellen ESG-ratingaanbieders de volgende informatie ter beschikking van gebruikers van ESG-ratings, beoordeelde elementen en uitgevende instellingen van een beoordeeld element, indien van toepassing, die het voorwerp zijn van een dergelijke rating:

  • a) 
    een meer gedetailleerd overzicht van de gebruikte ratingmethoden en wijzigingen daarvan, met inbegrip van:
  • i) 
    indien van toepassing, wetenschappelijk bewijs en aannames waarop de ratings zijn gebaseerd;
  • ii) 
    de relevante kernprestatie-indicatoren per E-, S- en G-factor en wegingsmethode;
  • iii) 
    in het geval van een geaggregeerde ESG-rating, het resultaat van de beoordeling voor elke categorie E-, S- en G-factoren, zodanig gepresenteerd dat de vergelijkbaarheid van de E-, S- en G-categorie wordt gewaarborgd;
  • iv) 
    eventuele tekortkomingen van de methoden en de maatregelen die zijn genomen om die tekortkomingen aan te pakken;
  • v) 
    het beleid voor de herziening van methoden;
  • vi) 
    wanneer een ESG-rating is geupgraded of gedowngraded als gevolg van eventuele materiele wijzigingen van ratingmethoden en -modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames of gegevensbronnen (inclusief schattingen), de redenen voor die wijzigingen en de gevolgen ervan voor de rating in kwestie;
  • vii) 
    de datum van de laatste herziening van de methoden;
  • viii) 
    indien de ESG-rating betrekking heeft op de E-factor, de vraag of en de mate waarin de ESG-rating samenhangt met het percentage van de afstemming op de taxonomie uit hoofde van Verordening (EU) 2020/852 of is afgestemd op andere internationale overeenkomsten, samen met een verklaring voor eventuele significante afwijkingen daarvan;
  • b) 
    een meer gedetailleerd overzicht van gegevensprocessen, met inbegrip van:
  • i) 
    een meer gedetailleerde uitleg over de gebruikte gegevensbronnen, inclusief of deze openbaar of niet-openbaar zijn, al dan niet onderworpen aan assuranceopdracht, en of deze zijn afgeleid van de duurzaamheidsrapporte-ringsstandaarden die zijn ontwikkeld op grond van de artikelen 19 bis en 29 ter van Richtlijn 2013/34/EU betreffende duurzame economische activiteiten en de openbaarmaking van informatie overeenkomstig Verordening (EU) 2020/852 en Verordening (EU) 2019/2088, met inbegrip van de vraag of en hoe informatie over de uit dergelijke standaarden voor duurzaamheidsrapportage afgeleide transitieplannen van ondernemingen wordt gebruikt;
  • ii) 
    indien van toepassing, het gebruik van ramingen en sectorgemiddelden en uitleg over de onderliggende methode;
  • iii) 
    het beleid voor het actualiseren van gegevens en het herzien van oudere gegevens, en de datum waarop de gegevens voor het laatst zijn geactualiseerd;
  • iv) 
    controles van de gegevenskwaliteit, de frequentie ervan en het herstelproces indien zich problemen voordoen;
  • v) 
    indien van toepassing, eventuele maatregelen die zijn genomen om beperkingen in gegevensbronnen aan te pakken;
  • c) 
    indien van toepassing, informatie over contacten met beoordeelde elementen en uitgevende instellingen van beoordeelde elementen, met inbegrip van de vraag of en met welke frequentie de ESG-ratingaanbieder controles of bezoeken ter plaatse heeft uitgevoerd;
  • d) 
    indien een ESG-ratingaanbieder een ongevraagde rating uitgeeft, een opvallende daartoe strekkende verklaring in de ESG-rating, met inbegrip van informatie over de vraag of het beoordeelde element of een gelieerde derde partij ervan in kennis is gesteld dat ze beoordeeld zou worden, of ze al dan niet heeft deelgenomen aan het ratingproces en of de ESG-ratingaanbieder toegang heeft gekregen tot het beheer en relevante interne documenten van het beoordeelde element of een gelieerde derde partij;
  • e) 
    indien van toepassing, uitleg over de artificiele-intelligentiemethode die bij de gegevensverzameling of het ratingproces is gebruikt;
  • f) 
    in het geval van belangrijke nieuwe informatie met betrekking tot een beoordeeld element die het resultaat van een ESG-rating kan bei'nvloeden, leggen ESG-ratingaanbieders uit hoe zij met die informatie rekening hebben gehouden en of zij de betrokken ESG-rating hebben gewijzigd.

Indien van toepassing is de in punt 2 van deze bijlage bedoelde informatie specifiek voor elke verspreide ESG-rating.

48/48

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3005/oj

1

Verordening (EU) 2024/3005 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) gebaseerde ratingactiviteiten en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/2088 en (EU) 2023/2859 (PB L, 2024/3005, 12.12.2024, ELI: http://data. europa.eu/eli/reg/2024/3005/oj).”.

Artikel 50

Wijziging van Verordening (EU) 2023/2859

Aan deel A van de bijlage bij Verordening (EU) 2023/2859 wordt de volgende vermelding toegevoegd:

“20. Verordening (EU) 2024/3005 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) gebaseerde ratingactiviteiten en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/2088 en (EU) 2023/2859 (PB L, 2024/3005, 12.12.2024, ELI: http://data. europa.eu/eli/reg/2024/3005/oj).”.

TITEL V

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 51

Overgangsbepalingen

  • 1. 
    ESG-ratingaanbieders die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening actief waren in de Unie, stellen de ESMA uiterlijk op 2 augustus 2026 in kennis als zij wensen actief te blijven zijn in de Unie en vragen een vergunning of erkenning aan in overeenstemming met titel II. In dat geval vragen zij binnen vier maanden vanaf 2 juli 2026 een vergunning of erkenning aan. Indien binnen die vier maanden geen aanvraag bij de ESMA is ingediend, staken zij hun activiteiten.
  • 2. 
    Na de ESMA op grond van lid 1 in kennis te hebben gesteld, wordt de ESG-ratingaanbieder tijdelijk vermeld in het in artikel 14 bedoelde register en wordt het hem, totdat zijn aanvraag is goedgekeurd of geweigerd, toegestaan om actief te blijven zijn in de Unie en kan hij ESG-ratings bekrachtigen die zijn afgegeven door een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder die krachtens artikel 11 tot dezelfde groep behoort.
  • 3. 
    In afwijking van lid 1 van dit artikel stellen ESG-ratingaanbieders die als kleine ESG-ratingaanbieder in de zin van artikel 5, lid 1, zijn ingedeeld en die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening in de Unie actief waren, de ESMA overeenkomstig artikel 5 daarvan uiterlijk op 2 november 2026 in kennis indien zij wensen actief te blijven zijn in de Unie. Indien een dergelijke kennisgeving niet op die datum na de inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, staken zij hun activiteiten.

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.