Besluit 1974/214 - Regeling betreffende de internationale handel in textiel - Hoofdinhoud
Inhoudsopgave
|
74/214/EEG: Besluit van de Raad van 21 maart 1974 houdende sluiting van de Regeling betreffende de internationale handel in textiel
Publicatieblad Nr. L 118 van 30/04/1974 blz. 0001
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 11 Deel 6 blz. 0141
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 11 Deel 5 blz. 0099
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 11 Deel 5 blz. 0099
++++
BESLUIT VAN DE RAAD
van 21 maart 1974
houdende sluiting van de Regeling betreffende de internationale handel in textiel
( 74/214/EEG )
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,
Gezien de aanbeveling van de Commissie ,
Overwegende dat de Commissie , namens de Gemeenschap in het kader van een door de Raad van het GATT ingestelde Onderhandelingsgroep voor textiel aan de onderhandelingen heeft deelgenomen die hebben geleid tot het opstellen van de Regeling betreffende de internationale handel in textiel ;
Overwegende dat het gewenst is dat de Gemeenschap de Regeling sluit ,
BESLUIT :
Artikel 1
De Regeling betreffende de internationale handel in textiel waarvan de tekst in de bijlage is opgenomen , wordt namens de Europese Economische Gemeenschap gesloten .
Artikel 2
De Voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon aan te wijzen , die de Regeling , in overeenstemming met de artikel 13 daarvan , mag aanvaarden , en hem de bevoegdheden te verlenen die nodig zijn om de Gemeenschap te binden .
Gedaan te Brussel , 21 maart 1974 .
Voor de Raad
De Voorzitter
J . ERTL
( VERTALING (*) )
BIJLAGE
REGELING BETREFFENDE DE INTERNATIONALE HANDEL IN TEXTIEL
Preambule
Zich bewust van het grote belang van de produktie van en de handel in textielprodukten van wol , synthetische en kunstmatige vezels en katoen voor de economie van vele landen , en van het bijzondere belang ervan voor de economische en sociale ontwikkeling van de ontwikkelingslanden , en voor de uitbreiding en diversificatie van de inkomsten van die landen uit export , en zich tevens bewust van het bijzondere belang van de handel in katoentextielprodukten voor vele ontwikkelingslanden ;
Zich er verder van bewust , dat de situatie van de wereldhandel , in textielprodukten een onbevredigende tendens vertoont en dat deze situatie , indien hiervoor geen bevredigende oplossing wordt gevonden , de landen die , hetzij als importeur hetzij als exporteur dan wel in beide hoedanigheden , deelnemen aan de handel in textielprodukten , schade kan berokkenen , de vooruitzichten voor internationale samenwerking op handelsgebied nadelig kan beïnvloeden en een schadelijke uitwerking op de handelsbetrekkingen in het algemeen kan hebben ;
Vaststellend dat deze onbevredigende situatie wordt gekenmerkt door een toenemend aantal maatregelen , waaronder discriminerende maatregelen , die onverenigbaar zijn met de beginselen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel , en dat in enkele uitvoerende landen situaties zijn ontstaan , die , volgens deze landen , de interne markten daarvan ontwrichten of dreigen te ontwrichten ;
Verlangend tot een constructieve samenwerking te komen in een multilateraal kader ten einde deze situatie op zodanige wijze te verhelpen , dat , op een gezonde basis , de produktie van en de uitbreiding van de handel in textielprodukten erdoor worden bevorderd en dat , voor deze produkten , geleidelijk een vermindering van de handelsbelemmeringen en een liberalisatie van de wereldhandel tot stand worden gebracht ;
Erkennend dat , bij een dergelijke samenwerking , het onstabiele en zich voortdurend wijzigende karakter van de produktie van en de handel in textielprodukten niet uit het oog mag worden verloren en dat met de ernstige economische en sociale vraagstukken die zich op dit gebied , in invoerende èn uitvoerende landen , en in het bijzonder in de ontwikkelingslanden , voordoen , zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden ;
Voorts erkennend dat een dergelijke samenwerking zo dient te worden opgezet , dat de economische expansie erdoor wordt vergemakkelijkt en de ontwikkeling van ontwikkelingslanden die over de noodzakelijke hulpbronnen , zoals materieel en vakbekwaamheid , beschikken , erdoor wordt bevorderd door aan dergelijke landen , met inbegrip van die , welke textielprodukten gaan uitvoeren of wellicht binnenkort gaan uitvoeren , ruimere mogelijkheden te bieden om hun deviezeninkomsten te vergroten door de verkoop op de wereldmarkten van produkten die zij efficiënt kunnen produceren ;
Erkennende dat , in de toekomst , de harmonische ontwikkeling van de handel in textielprodukten , gezien vooral de behoeften van de ontwikkelingslanden , in hoge mate afhankelijk is van factoren die buiten het kader van deze Regeling vallen , en dat onder deze factoren die van de vooruitgang valt , die zowel leidt tot verlaging van douanetarieven als tot handhaving en verbetering van de stelsels van algemene preferenties , overeenkomstig de Verklaring van Tokio ;
Vastbesloten zoveel mogelijk rekening te houden met de beginselen en doelstellingen van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel ( hierna " Algemene Overeenkomst " te noemen ) en bij het nastreven van de doelstellingen van deze Regeling de beginselen en doelstellingen , overeengekomen in de te Tokio afgelegde Verklaring van Ministers , van 14 september 1973 , betreffende multilaterale handelsbesprekingen , op doeltreffende wijze ten uitvoer te leggen ;
ZIJN DE PARTIJEN BIJ DEZE REGELING HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN :
Artikel 1
1 . De eerstkomende jaren kan het wensenlijk zijn dat de deelnemende landen ( 1 ) speciale praktische maatregelen treffen voor internationale samenwerking inzake textielprodukten , ten einde de moeilijkheden die op dit gebied bestaan , uit de weg te ruimen .
2 . De voornaamste doelstellingen zijn , wat betreft de textielprodukten , de uitbreiding van de handel , de vermindering van de belemmeringen van deze handel en de geleidelijke liberalisatie van de wereldhandel , waarbij een geregelde en billijke ontwikkeling van de handel in deze produkten wordt gewaarborgd en een ontwrichtende invloed op de markten en in afzonderlijke produktietakken zowel in invoerende als in uitvoerende landen wordt voorkomen . In geval van landen met slechts een kleine markt , die een uitzonderlijk hoog invoerniveau en een daarmee overeenkomend laag nationaal produktieniveau hebben , dient er rekening mee te worden gehouden , dat schade aan de marginale textielproduktie van deze landen dient te worden vermeden .
3 . Bij de tenuitvoerlegging van deze Regeling is een van de voornaamste doelstellingen het begunstigen van de economische en sociale ontwikkeling van de ontwikkelingslanden en het verzekeren van een aanzienlijke stijging van hun inkomsten uit de uitvoer van textielprodukten alsmede het bieden van de gelegenheid aan deze landen een groter aandeel in de wereldhandel in deze produkten voor hun rekening te nemen .
4 . De krachtens deze Regeling getroffen maatregelen mogen de autonome industriële aanpassingsprocessen van deelnemende landen niet onderbreken of afremmen . Voorts dienen deze maatregelen op een wijze die niet met de nationale wetten en regelingen in strijd is , vergezeld te gaan van de toepassing van een passend economisch en sociaal beleid als vereist door de veranderingen in het patroon van de handel in textielprodukten en in het vergelijkbare voordeel van de deelnemende landen , door welk beleid de ondernemingen worden aangemoedigd geleidelijk over te schakelen op meer levensvatbare produktietakken of op andere sectoren van bedrijvigheid en waardoor voor textielprodukten uit de ontwikkelingslanden de toegang tot de markten verbeterd wordt .
5 . In uitzonderlijke omstandigheden kan het op het gebied van de handel in textielprodukten noodzakelijk worden vrijwaringsmaatregelen krachtens deze Regeling toe te passen , onder voorbehoud dat erkende voorwaarden en criteria in acht genomen worden en onder toezicht van een internationaal orgaan dat hiertoe zal worden ingesteld , alsmede in overeenstemming met de beginselen en doelstellingen van deze Regeling ; deze maatregelen dienen elk aanpassingsproces , vereist door de veranderingen in het patroon van de wereldhandel in textielprodukten te vergemakkelijken . De partijen bij deze Regeling verplichten zich deze maatregelen uitsluitend te treffen overeenkomstig deze Regeling , terwijl zij volledig rekening houden met de gevolgen die deze maatregelen voor andere partijen kunnen hebben .
6 . De bepalingen van deze Regeling wijzigen in geen enkel opzicht de rechten en verplichtingen die voor de deelnemende landen uit de Algemene Overeenkomst voortvloeien .
7 . De deelnemende landen erkennen , dat de maatregelen die in het kader van deze Regeling worden getroffen , daar zij bedoeld zijn om de bijzondere vraagstukken in verband met textielprodukten op te lossen , moeten worden beschouwd als uitzonderlijk en niet geschikt voor toepassing op andere gebieden .
Artikel 2
1 . Van alle bestaande unilaterale kwantitatieve beperkingen , alle bilaterale overeenkomsten en alle andere geldende kwantitatieve maatregelen met beperkende werking worden door het deelnemende land dat deze beperkende maatregel toepast , bij aanvaarding van of toetreding tot deze Regeling , gedetailleerd ter kennis gebracht van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten , dat de andere deelnemende landen ter informatie deze opgaven mededeelt . Maatregelen of overeenkomsten die niet door een deelnemend land binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de datum waarop dit land deze Regeling heeft aanvaard of daartoe is toegetreden , ter kennis zijn gebracht , worden beschouwd als in strijd met genoemde Regeling en zullen onverwijld worden beëindigd .
2 . Tenzij zij gerechtvaardigd zijn in de zin van het bepaalde in de Algemene Overeenkomst ( met inbegrip van de bijlagen en protocollen bij genoemde Overeenkomst ) , worden alle unilaterale kwantitatieve beperkingen en alle andere kwantitatieve maatregelen met beperkende werking die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 hierboven ter kennis zijn gebracht , binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze Regeling opgeheven , behoudens indien zij vallen onder een van de onderstaande procedures die ten doel hebben deze maatregelen en beperkingen in overeenstemming te brengen met het bepaalde in deze Regeling :
i ) opneming in een programma dat binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze Regeling moet worden aangenomen en ter kennis moet worden gebracht van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten , welk programma beoogt bestaande beperkingen in etappes op te heffen , binnen een periode van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze Regeling en waarin rekening wordt gehouden met elke bilaterale overeenkomst die is gesloten of waarover wordt onderhandeld overeenkomstig het bepaalde sub ii ) hieronder , met dien verstande dat in het eerste jaar een ernstige poging zal worden ondernomen om een belangrijke opheffing van de beperkingen en een belangrijke verhoging van de nog niet afgeschafte contingenten te bereiken ;
ii ) opneming , binnen een jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze Regeling , in bilaterale overeenkomsten waarover is of wordt onderhandeld , overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 ; indien een dergelijke bilaterale overeenkomst , om uitzonderlijke redenen , niet binnen een jaar is gesloten , kan deze periode na overleg tussen de betrokken deelnemende landen en met goedkeuring van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten , worden verlengd met ten hoogste een jaar ;
iii ) opneming in overeenkomsten waarover is onderhandeld of in maatregelen die zijn aangenomen , overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 .
3 . Tenzij zij in overeenstemming zijn met het bepaalde in de Algemene Overeenkomst ( met inbegrip van de bijlagen en protocollen bij genoemde Overeenkomst ) , worden alle bestaande bilaterale overeenkomsten die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel ter kennis zijn gebracht , binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze Regeling , hetzij opgeheven , hetzij in overeenstemming met het bepaalde in deze Regeling gerechtvaardigd dan wel gewijzigd ten einde met deze bepalingen overeen te stemmen .
4 . Voor de toepassing van de leden 2 en 3 bieden de deelnemende landen alle gelegenheid tot bilateraal overleg en onderhandelingen ten einde in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van deze Regeling tot wederzijds aanvaardbare oplossingen te komen en de zo volledig mogelijke opheffing van de bestaande beperkingen mogelijk te maken vanaf het eerste jaar van aanvaarding van deze Regeling . Zij brengen met name binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze Regeling verslag uit aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten over de stand van zaken van alle aldus overeenkomstig het bepaalde in dit artikel ondernomen acties of aangevangen onderhandelingen .
5 . Het Orgaan voor toezicht op textielprodukten onderzoekt deze verslagen binnen negentig dagen na ontvangst . Bij het onderzoek gaat het na of alle ondernomen acties in overeenstemming zijn met deze Regeling . Het kan passende aanbevelingen doen aan de rechtsstreeks betrokken deelnemende landen ten einde de tenuitvoerlegging van dit artikel te vergemakkelijken .
Artikel 3
1 . Tenzij zij gerechtvaardigd zijn in de zin van de Algemene Overeenkomst ( met inbegrip van de bijlagen en protocollen bij genoemde Overeenkomst ) , stellen de deelnemende landen geen nieuwe beperkingen op de handel in textielprodukten in en breiden zij de bestaande beperkingen niet uit , behalve indien dergelijke maatregelen gerechtvaardigd zijn in de zin van het bepaalde in deze Regeling .
2 . De deelnemende landen komen overeen dat van dit artikel slechts beperkt gebruik wordt gemaakt en dat de toepassing wordt beperkt tot nauwkeurig omschreven produkten en tot landen waarvan de uitvoering van dergelijke produkten marktontwrichting in de zin van bijlage A veroorzaakt , met volledige inachtneming van de overeengekomen beginselen en doelstellingen als vervat in deze regeling , en volledig rekening houdend met de belangen van zowel de invoerende als de uitvoerende landen . De deelnemende landen houden rekening met de invoer uit alle landen en streven ernaar een passende billijkheid te handhaven . Zonder het bepaalde in artikel 6 uit het oog te verliezen streven zij ernaar discriminerende maatregelen te vermijden , wanneer marktontwrichting veroorzaakt wordt door invoer uit meer deelnemende landen en toepassing van dit artikel onvermijdelijk is .
3 . Indien een deelnemend invoerend land van mening is dat zijn markt , volgens de definitie van marktontwrichting in bijlage A , wordt ontwricht door de invoer van een bepaald textielprodukt waarvoor nog geen beperkingen gelden , streeft het naar overleg met elk deelnemend uitvoerend land ten einde een dergelijke ontwrichting op te heffen . In zijn verzoek kan het invoerende land het precieze niveau van beperking vermelden dat , haar zijn mening , op de uitvoer van het produkt moet worden toegepast , welk niveau niet lager mag zijn dan het algemene niveau omschreven in bijlage B . Elk betrokken uitvoerend land voldoe * el aan het verzoek om overleg . Het verzoek van het invoerend land gaat vergezeld van een gedetailleerde uiteenzetting van de feiten en van een rechtvaardiging van de voorlegging ervan , met inbegrip van de laatste gegevens van de facetten van de marktontwrichting ; het land dat het verzoek doet , verstrekt deze gegevens tezelfder tijd aan de Voorzitter van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten .
4 . Indien beide Partijen tijdens het overleg overeenkomen dat de situatie handelsbeperkingen voor het betrokken textielprodukt noodzakelijk maakt , moet het niveau van de beperkingen zo worden vastgesteld , dat het niet lager is dan het in bijlage B omschreven niveau . Bijzonderheden aangaande de bereikte overeenstemming worden medegedeeld aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten , dat bepaalt of de overeenkomst gerechtvaardigd is in het licht van het bepaalde in deze Regeling .
5 . i ) Indien evenwel na een periode van zestig dagen te rekenen vanaf de datum waarop het verzoek door het deelnemend uitvoerend land of de deelnemende uitvoerende landen werd ontvangen , geen overeenstemming is bereikt over hetzij het verzoek om beperking van de uitvoer hetzij over welke andere oplossing , kan het deelnemende land dat het verzoek doet , voor een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop het verzoek door het deelnemende uitvoerende land of de deelnemende uitvoerende landen werd ontvangen , invoer van textiel en textielprodukten die de marktontwrichting ( in de zin van bijlage A ) veroorzaken , uithet deelnemende land of de deelnemende landen als bedoeld in lid 3 hierboven weigeren , en wel tot een niveau dat gelijk is aan of hoger dan het in bijlage B omschreven niveau . Dit niveau kan naar boven worden afgerond om onnodig nadeel voor de bij deze handel betrokken ondernemingen te voorkomen , voor zover zulks in overeenstemming is met de doelstellingen van dit artikel . Tezelfder tijd wordt deze kwestie onverwijld onder de aandacht van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten gebracht .
ii ) Elke Partij kan deze kwestie evenwel voor het verstrijken van de periode van zestig dagen voorleggen aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten .
iii ) In beide gevallen gaat het Orgaan voor toezicht op textielprodukten onverwijld over tot bestudering van deze kwestie en doet het binnen dertig dagen te rekenen vanaf de datum waarop de kwestie aan het Orgaan werd voorgelegd , passende aanbevelingen aan de rechtsreeks betrokken partijen . Deze aanbevelingen worden eveneens ter informatie voorgelegd aan het Textielcomité en de Raad van de Vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst . Na ontvangst van de aanbevelingen dienen de betrokken deelnemende landen de getroffen of overwogen maatregelen aan een hernieuwd onderzoek te onderwerpen ten einde na te gaan of er reden is deze maatregelen in te voeren , te handhaven , te wijzigen of te beëindigen .
6 . Onder zeer ongewone en kritieke omstandigheden wanneer de invoer van een of meer textielprodukten gedurende de periode van zestig dagen bedoeld in lid 5 hierboven een ernstige marktontwrichting zou veroorzaken die moeilijk te herstellen schade meebrengt , verzoekt het invoerende land het betrokken uitvoerende land om dringende redenen onverwijld op bilaterale basis samen te werken om bedoelde schade te voorkomen en deelt het tegelijkertijd alle details van de situatie onmiddellijk mede aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten . De betrokken landen kunnen elke wederzijds aanvaardbare interimregeling treffen die zij noodzakelijk achten om de situatie te verhelpen , onverminderd het overleg inzake de kwestie waartoe krachtens lid 3 van dit artikel kan worden overgegaan . Voor het geval een dergelijke interimregeling niet wordt bereikt , kunnen tijdelijke beperkende maatregelen worden toegepast op een niveau dat hoger is dan het in bijlage B omschreven niveau , ten einde met name onnodige moeilijkheden voor de bij deze handel betrokken ondernemingen te voorkomen . Tenzij er gelegenheid is voor snelle levering , waardoor het doel van dergelijke maatregelen wordt tenietgedaan , brengt het invoerende land ten minste een week van tevoren deze maatregelen ter kennis van de deelnemende uitvoerende landen en brengt het in lid 3 van dit artikel bedoelde overleg op gang of zet dit voort . Wanneer een maatregel krachtens dit lid wordt getroffen , kan elke Partij deze kwestie voorleggen aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten . Dit werkt op de wijze als bedoeld in het bovenstaande lid 5 . Zodra de aanbevelingen van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten zijn ontvangen , onderwerpt het invoerende land de getroffen maatregelen aan een hernieuwd onderzoek en brengt daarover verslag uit aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten .
7 . Indien de deelnemende landen de in dit artikel bedoelde maatregelen treffen , trachten zij bij de invoering daarvan te voorkomen dat schade wordt berokkend aan de produktie en de verkoop van de uitvoerende landen , met name van de ontwikkelingslanden , en vermijden zij alle maatregelen in een zodanige vorm , dat daaruit extra non-tarifaire belemmeringen voor de handel in textielprodukten kunnen voortvloeien . Door snel overleg stellen zij passende maatregelen vast , in het bijzonder voor goederen die reeds zijn verzonden of op het punt staan verzonden te worden . Indien geen overeenstemming wordt bereikt , kan de zaak worden voorgelegd aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten , dat passende aanbevelingen doet .
8 . Maatregelen , getroffen op grond van dit artikel , zijn voor een beperkte periode van niet langer dan een jaar van toepassing , behoudens de mogelijkheid van vernieuwing of verlenging ervan voor aanvullende perioden van een jaar , op voorwaarde dat daarover tussen de rechtstreeks betrokken deelnemende landen overeenstemming is bereikt . In dergelijke gevallen is het bepaalde in bijlage B van toepassing . Voorstellen voor vernieuwing of verlenging , wijziging of afschaffing van dergelijke maatregelen , of enig geschil daarover , worden voorgelegd aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten , dat passende aanbevelingen doet . Bilaterale overeenkomsten inzake beperking , die op grond van dit artikel worden gesloten , kunnen echter , overeenkomstig het bepaalde in bijlage B , een langere geldigheidsduur dan een jaar hebben .
9 . De deelnemende landen onderwerpen de maatregelen , die zij op grond van dit artikel hebben getroffen , voortdurend aan een hernieuwd onderzoek en bieden elk deelnemend land dat door die maatregelen wordt getroffen , voldoende gelegenheid tot overleg , ten einde deze maatregelen zo spoedig mogelijk af te schaffen . Zij brengen van tijd tot tijd , en in elk geval eenmaal per jaar , aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten verslag uit over de vooruitgang die bij de afschaffing van dergelijke maatregelen is geboekt .
Artikel 4
1 . De deelnemende landen blijven zich er bij het voeren van hun handelspolitiek inzake textiel geheel van bewust , dat zij zich , door de aanvaarding van deze Regeling , of door daartoe toe te treden , hebben verplicht bij het zoeken naar oplossingen voor de moeilijkheden die zich op dit gebied voordoen , een multilaterale benadering aan te houden .
2 . De deelnemende landen kunnen echter overeenkomstig de fundamentele doelstellingen en beginselen van deze Regeling bilaterale overeenkomsten op wederzijds aanvaardbare voorwaarden sluiten , ten einde enerzijds de werkelijke gevaren voor ontwrichting der markt ( in de zin van bijlage A ) in de invoerende landen en ontwrichting in de textielhandel van de uitvoerende landen te voorkomen en anderzijds de uitbreiding en de ordelijke ontwikkeling van de handel in textiel en een billijke behandeling van de deelnemende landen te verzekeren .
3 . De bilaterale overeenkomsten die overeenkomstig dit artikel worden toegepast , moeten over het algemeen , ook voor wat de basisniveaus en de groeipercentages betreft , liberaler zijn als de maatregelen als bedoeld in artikel 3 van deze Regeling . Deze bilaterale overeenkomsten worden zodanig opgezet en beheerd , dat de gehele uitvoer van de daarin bepaalde hoeveelheden wordt vergemakkelijkt en bevatten voldoende bepalingen om de handel waarop zij betrekking hebben , met een grote soepelheid te doen plaatsvinden , op een wijze die verenigbaar is met de noodzaak van een ordelijke uitbreiding van deze handel en met de toestand op de binnenlandse markt van het betrokken invoerende land . Deze bepalingen moeten betrekking hebben op de vraagstukken van de basisniveaus , de groei , de erkenning van de toenemende mogelijkheden om natuurlijke , kunstmatige en synthetische vezels onderling te vervangen , het vervroegde gebruik van de quota , overschrijvingen , overschrijvingen van de ene groep van produkten naar de andere , en op alle verdere regelingen die voor de Partijen bij deze bilaterale overeenkomsten wederzijds bevredigend zijn .
4 . De deelnemende landen doen aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten alle bijzonderheden betreffende de op grond van dit artikel gesloten overeenkomsten toekomen en wel binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomsten . Indien dergelijke overeenkomsten worden gewijzigd of beëindigd , wordt het Orgaan voor toezicht op textielprodukten daarvan dadelijk in kennis gesteld . Het Orgaan voor toezicht op textielprodukten kan aan de betrokken Partijen de aanbevelingen doen die het passend acht .
Artikel 5
De invoerbeperkingen voor textielprodukten die overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3 en 4 zijn ingesteld , worden op soepele en billijke wijze toegepast , terwijl vermeerdering van het aantal categoriën wordt vermeden . De deelnemende landen stellen in onderling overleg bepalingen vast met het oog op het beheer van de contingenten en de niveaus voor de beperking , een passende regeling voor de verdeling van de contingenten onder de exporteurs daaronder begrepen , ten einde de volledige benutting van die contingenten te vergemakkelijken . Het deelnemende invoerende land moet volledig rekening houden met factoren zoals de vastgestelde tariefindeling en de kwantitatieve eenheden , die op normale handelspraktijken in invoer - en uitvoertransacties zijn gebaseerd , zowel wat de samenstelling naar vezels als wat de mededinging met betrekking tot een zelfde sector van zijn binnenlandse markt betreft .
Artikel 6
1 . Gezien de verplichting van de deelnemende landen om speciale aandacht aan de behoeften van de ontwikkelingslanden te schenken , wordt het voor de invoerende landen die op grond van deze Regeling beperkingen toepassen , welke de handel van de ontwikkelingslanden beïnvloeden , passend en verenigbaar met de eisen van billijkheid geacht , indien zij aan de ontwikkelingslanden gunstigere voorwaarden ten aanzien van dergelijke beperkingen toekennen , factoren zoals basisniveaus en groeipercentages daaronder begrepen , dan aan andere landen . Voor ontwikkelingslanden waarvan de uitvoer reeds aan beperkingen is onderworpen , moeten , indien de beperkingen op grond van deze Regeling worden gehandhaafd , grotere contingenten en hogere groeipercentages worden vastgesteld . Men dient echter in gedachten te houden , dat geen onnodig nadeel aan de belangen van de gevestigde leveranciers mag worden toegebracht of ernstige verstoring in de bestaande handelsstromen mag ontstaan .
2 . Gezien de noodzaak van een speciale behandeling voor de uitvoer van textielprodukten uit de ontwikkelingslanden wordt het criterium van de vroegere cijfers niet toegepast bij de vaststellingen van de contingenten voor de uitvoer van deze landen van produkten van die sectoren van textielprodukten waarvoor deze landen nieuwkomers op de betrokken markten zijn , en wordt een hoger groeipercentage voor een dergelijke uitvoer toegestaan , waarbij in gedachten moet worden gehouden dat deze speciale behandeling geen al te groot nadeel aan de belangen van de gevestigde leveranciers mag toebrengen of ernstige verstoring in de bestaande handelsstromen teweeg mag brengen .
3 . In beginsel moeten beperkingen van de invoer uit deelnemende landen waarvan de totale uitvoer van textielprodukten gering is in vergelijking met de totale uitvoer van andere landen , worden vermeden , indien de uitvoer van dergelijke landen slechts een klein percentage van de totale invoer van het betrokken invoerende land van textiel dat onder deze Regeling valt , vertegenwoordigt .
4 . Wanneer op grond van deze Regeling beperkingen op de handel in katoentextiel worden toegepast , wordt bij het bepalen van de grootte van de contingenten en van de hoogte van de groeifactor speciaal met het belang van deze handel voor de betrokken ontwikkelingslanden rekening gehouden .
5 . Voor zover mogelijk passen de deelnemende landen geen beperkingen toe op de handel in textielprodukten van oorsprong uit andere deelnemende landen , die worden ingevoerd onder een stelsel van tijdelijke invoer met het oog op wederuitvoer na bewerking , op voorwaarde dat een bevredigend stelsel van toezicht en van certificaten bestaat .
6 . De wederinvoer in een deelnemend land van textielprodukten welke dat land naar een ander deelnemend land voor bewerking en latere wederinvoer heeft uitgevoerd , kan , in het licht van de bijzondere aard van deze handel en onverminderd het bepaalde in artikel 3 , in aanmerking komen voor een speciale en gedifferentieerde behandeling .
Artikel 7
De deelnemende landen treffen maatregelen om de doeltreffende werking van deze Regeling door uitwisseling van gegevens en , op verzoek , van invoer - en uitvoerstatistieken , alsmede door andere praktische middelen te verzekeren .
Artikel 8
1 . De deelnemende landen komen overeen ontduiking van deze Regeling door herverzending , wijziging van de bestemming of maatregelen van niet deelnemende landen te voorkomen . Zij stemmen met name met de in dit artikel neergelegde bepalingen in .
2 . De deelnemende landen komen overeen samen te werken met het oog op passende administratieve maatregelen om dergelijke ontduikingen van de bepalingen van deze Regeling te voorkomen . Indien een deelnemend land van mening is dat de Regeling wordt ontdoken en dat geen enkele passende administratieve maatregel wordt toegepast om ontduiking te voorkomen , dient dat land overleg met het uitvoerende land van oorsprong en met de andere landen die bij deze ontduiking betrokken zijn te plegen ten einde onmiddellijk een wederzijds bevredigende oplossing te zoeken . Indien geen oplossing wordt gevonden , wordt de aangelegenheid aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten voorgelegd .
3 . De deelnemende landen komen overeen dat , indien gebruik wordt gemaakt van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde maatregelen , elk betrokken deelnemend invoerend land stappen onderneemt om te verzekeren dat aan de uitvoer van het deelnemend land , waartegen deze maatregelen worden genomen , geen grotere beperkingen worden opgelegd dan aan de uitvoer van soortgelijke goederen uit een willekeurig niet aan de Regeling deelnemend land , die een ontwrichting van de markt veroorzaakt of dreigt te veroorzaken . Het betrokken deelnemend invoerende land dan wel de betrokken deelnemende invoerende landen schenken welwillende aandacht aan elke bewering van deelnemende uitvoerende landen dat dit beginsel niet wordt nagekomen of de werking van deze Regeling teniet wordt gedaan door handel met landen die niet aan deze Regeling deelnemen . Indien deze handel de werking van deze Regeling teniet doet , nemen de deelnemende landen met hun wetgeving verenigbare maatregelen om dit te voorkomen .
4 . De betrokken deelnemende landen melden aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten alle bijzonderheden aangaande de krachtens dit artikel genomen maatregelen of regelingen of aangaande een eventueel gebrek aan overeenstemming en het Orgaan voor toezicht op textielprodukten brengt , desgevraagd , daarover naar gelang van de zaak verslag uit of doet aanbevelingen .
Artikel 9
1 . In verband met de in deze Regeling vervatte vrijwaringsclausules onthouden de deelnemende landen zich zoveel mogelijk van het nemen van aanvullende handelsmaatregelen die de doelstellingen van deze Regeling teniet kunnen doen .
2 . Indien een deelnemend land meent dat zijn belangen ernstig worden geschaad door een dergelijke maatregel van een ander deelnemend land , kan dit land aan het land dat deze maatregel toepast , verzoeken overleg te plegen , ten einde de situatie te verhelpen .
3 . Indien dit overleg niet binnen een periode van zestig dagen leidt tot een wederzijds bevredigende oplossing , kan het verzoekende deelnemende land de zaak voorleggen aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten dat onmiddellijk tot bestudering van de zaak overgaat ; het betrokken deelnemende land heeft evenwel het recht de zaak reeds voor beëindiging van de periode van zestig dagen aan het Orgaan voor te leggen , indien het meent dat het daartoe geldige redenen heeft . Het Orgaan voor toezicht op textielprodukten doet aan de deelnemende landen de aanbevelingen die het nodig oordeelt .
Artikel 10
1 . Binnen het kader van de Algemene Overeenkomst wordt een Textielcomité ingesteld , dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Partijen bij deze Regeling . Dit Comité vervult de taken die het bij deze Regeling worden toegekend .
2 . Het Comité komt op gezette tijden , en ten minste eenmaal per jaar , bijeen om zich van zijn taken te kwijten en die zaken in behandeling te nemen , die hem speciaal door het Orgaan voor toezicht op textielprodukten worden voorgelegd . Het verricht de studies waartoe de deelnemende landen besloten hebben . Het maakt analyses van de situatie van de produktie van en van de handel in textielprodukten in de wereld , alsmede van de maatregelen die een aanpassing vergemakkelijken , en geeft zijn standpunt weer met betrekking tot middelen ter bevordering van de expansie en liberalisatie van de handel in textielprodukten . Het verzamelt de statistische en andere gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn taken , en is gemachtigd de deelnemende landen te verzoeken dergelijke inlichtingen te verstrekken .
3 . Ieder verschil van mening tussen de deelnemende landen met betrekking tot de interpretatie of toepassing van deze Regeling kan aan het Comité voor advies worden voorgelegd .
4 . Het Comité gaat eenmaal per jaar over tot een globaal onderzoek van de werking van deze Regeling en brengt hierover verslag uit aan de Raad van de Vertegen woordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst . Ter vergemakkelijking van dit onderzoek stelt het Orgaan voor toezicht op textielprodukten ten behoeve van het Comité een verslag op , waarvan het tevens een afschrift aan de Raad zendt . Het onderzoek in het derde jaar wordt een uitgebreid onderzoek van deze Regeling , in het licht van de werking ervan in de voorafgaande jaren .
5 . Het Comité komt uiterlijk een jaar voor het verstrijken van deze Regeling bijeen ten einde te overwegen of de Regeling moet worden verlengd , gewijzigd of opgeheven .
Artikel 11
1 . Het Textielcomité stelt een Orgaan voor toezicht op textielprodukten in om toezicht te houden op de uitvoering van deze Regeling . Dit Orgaan bestaat uit een voorzitter en acht leden die door de Partijen bij deze Regeling worden aangewezen overeenkomstig nadere regels , op te stellen door het Textielcomité ten einde de doelmatige werking ervan te verzekeren . Om een evenwichtige samenstelling van dit Orgaan met ruime vertegenwoordiging van de Partijen bij deze Regeling te behouden wordt een passend toerbeurtsysteem van de leden ingesteld .
2 . Het orgaan voor toezicht op textielprodukten wordt als een permanent orgaan beschouwd en komt zo vaak bijeen als nodig is voor het vervullen van de taken die hem bij deze Regeling worden opgelegd . Het gaat uit van de inlichtingen die hem door de deelnemende landen worden verstrekt , aangevuld met de noodzakelijke nadere bijzonderheden en toelichtingen die het van deze landen of van andere bronnen kan besluiten in te winnen . Het kan voorts voor technisch hulp een beroep doen op de diensten van het secretariaat van de Algemene Overeenkomst en tevens de deskundigen horen , die door een of meer van zijn leden worden voorgesteld .
3 . Het Orgaan voor toezicht op textielprodukten treft de maatregelen waartoe het krachtens de artikelen van deze Regeling in het bijzonder opdracht heeft gekregen .
4 . Indien geen in gemeenschappelijk overleg in het kader van bilaterale onderhandelingen of raadplegingen , als bedoeld in deze Regeling , tussen deelnemende landen aanvaardbare oplossing kan worden bereikt , doet het Orgaan voor toezicht op textielprodukten op verzoek van een der Partijen , na diepgaande en onmiddellijke bestudering van de zaak , aanbevelingen aan de betrokken Partijen .
5 . Het Orgaan voor toezicht op textielprodukten onderzoekt op verzoek van elk deelnemend land onmiddellijk alle bijzondere maatregelen of voorschriften die dit land schadelijk acht voor zijn belangen , ingeval overleg tussen dit land en de rechtstreeks daarbij betrokken deelnemende landen niet tot een bevredigende oplossing heeft geleid . Het doet de aanbevelingen die het noodzakelijk acht , aan de betrokken deelnemende landen .
6 . Alvorens de aanbevelingen inzake een aan hem voorgelegd bijzonder vraagstuk op te stellen , nodigt het Orgaan voor toezicht op textielprodukten de deelnemende landen bij deze Regeling die rechtstreeks bij deze aangelegenheid betrokken kunnen zijn , tot medewerking uit .
7 . Wanneer op het Orgaan voor toezicht op textielprodukten een beroep wordt gedaan voor aanbevelingen of conclusies , stelt het deze , tenzij bij deze Regeling anders is bepaald , zo mogelijk op binnen dertig dagen . Dergelijke aanbevelingen of conclusies worden aan het Textielcomité ter informatie van zijn leden medegedeeld .
8 . De deelnemende landen streven ernaar de aanbevelingen van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten volledig te aanvaarden . Telkens wanneer zij echter menen geen gevolg te kunnen geven aan deze aanbevelingen brengen zij de redenen daarvoor onmiddellijk ter kennis van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten en delen mede in hoeverre zij eventueel gevolg kunnen geven aan de aanbevelingen .
9 . Indien na opstelling van de aanbevelingen door het Orgaan voor toezicht op textielprodukten zich moeilijkheden tussen de Partijen blijven voordoen , kunnen deze worden voorgelegd aan het Textielcomité of aan de Raad van de Vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende partijen bij de Algemene Overeenkomst , volgens de normale procedures van de Algemene Overeenkomst .
10 . Met alle aanbevelingen en opmerkingen van het Orgaan voor toezicht op textielprodukten wordt rekening gehouden indien de aangelegenheden waarop deze aanbevelingen en opmerkingen betrekking hebben , nadien , met name volgens de procedures van artikel XXIII van de Algemene Overeenkomst aan de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst worden voorgelegd .
11 . Het Orgaan voor toezicht op textielprodukten onderwerpt binnen vijftien maanden na de inwerkingtreding van deze Regeling en vervolgens ten minste eenmaal per jaar alle beperkingen inzake textielprodukten die door de deelnemende landen bij de aanvang van deze Regeling werden toegepast , aan een onderzoek en legt haar bevindingen aan het Textielcomité voor .
12 . Het Orgaan voor toezicht op textielprodukten onderzoekt jaarlijks de beperkingen die zijn ingevoerd of de bilaterale overeenkomsten betreffende de handel in textielprodukten die door de deelnemende landen sedert de inwerkingtreding van deze Regeling zijn aangegaan en overeenkomstig het bepaalde in deze Regeling te zijner kennis dienen te worden gebracht ; het brengt jaarlijks aan het Textielcomité verslag uit van zijn bevindingen .
Artikel 12
1 . In het kader van deze Regeling heeft de uitdrukking " textiel " slechts betrekking op kamlonten , garens , weefsels , confectie-artikelen , kleding en andere textielprodukten ( produkten die hun hoofdkenmerken ontlenen aan de textielbestanddelen ervan ) van katoen , wol , synthetische of kunstmatige vezels , of mengsels daarvan , waarin enkele of al deze vezels in combinatie ofwel het hoofdbestanddeel van de vezels of 50 % of meer van het gewicht ( of 17 % of meer van het wolgewicht ) van het produkt vormen .
2 . Kunstmatige en synthetische stapelvezels , kabel , afval , eenvoudige mono - en multi-vezels vallen niet onder lid 1 . Indien zich echter voor deze produkten een situatie van marktontwrichting ( in de zin van bijlage A ) zou voordoen , is het bepaalde in artikel 3 ( en de overige bepalingen van deze Regeling die daarmede rechtstreeks in verband staan ) en in artikel 2 , lid 1 , van deze Regeling van toepassing .
3 . Deze Regeling is niet van toepassing op uitvoer uit ontwikkelingslanden van in huisindustrie op handweefgetouw vervaardigde weefsels of in huisindustrie vervaardigde produkten van deze op handweefgetouw vervaardigde weefsels of op met de hand vervaardigde traditioneel folkloristische textielprodukten , op voorwaarde dat deze produkten overeenkomstig de tussen het betrokken invoerende en uitvoerende deelnemende land vastgestelde regels als zodanig behoorlijk zijn gecertificeerd .
4 . Vraagstukken over de interpretatie van het bepaalde in dit artikel dienen in bilateraal overleg tussen de betrokken Partijen te worden opgelost en eventuele moeilijkheden kunnen aan het Orgaan voor toezicht op textielprodukten worden voorgelegd .
Artikel 13
1 . Deze Regeling wordt bij de Directeur-Generaal van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst neergelegd . De Regeling staat open ter aanvaarding , door ondertekening of anderszins , voor regeringen die Overeenkomstsluitende Partij zijn bij de Algemene Overeenkomst of die voorlopig zijn toegetreden tot de Algemene Overeenkomst , alsmede voor de Europese Economische Gemeenschap .
2 . Elke regering die niet Overeenkomstsluitende Partij is bij de Algemene Overeenkomst of niet voorlopig is toegetreden tot de Algemene Overeenkomst kan tot deze Regeling toetreden op tussen deze regering en de deelnemende landen overeen te komen voorwaarden . Deze voorwaarden dienen een bepaling te bevatten dat de regering die geen Overeenkomstsluitende Partij is bij de Algemene Overeenkomst zich door toetreding tot deze Regeling verbindt geen nieuwe invoerbeperkingen op textielprodukten in te voeren of bestaande invoerbeperkingen uit te breiden , voor zover een dergelijke handeling niet verenigbaar zou zijn met haar verplichtingen indien deze regering wel Overeenkomstsluitende Partij was bij de Algemene Overeenkomst .
Artikel 14
1 . Deze Regeling treedt in werking op 1 januari 1974 .
2 . Niettegenstaande het bepaalde in lid 1 van dit artikel is de datum van inwerkingtreding , voor de toepassing van het bepaalde in artikel 2 , leden 2 , 3 en 4 , 1 april 1974 .
3 . Op een verzoek van één of meer Partijen die deze Regeling hebben aanvaard of daartoe zijn toegetreden , vindt in de week voorafgaande aan 1 april 1974 een vergadering plaats . De Partijen die op het tijdstip van deze vergadering deze Regeling hebben aanvaard of daartoe zijn toegetreden , kunnen besluiten tot elke wijziging van de in lid 2 van dit artikel bedoelde datum , die noodzakelijk mocht blijken en verenigbaar is met het bepaalde in artikel 16 .
Artikel 15
Elk deelnemend land kan deze Regeling opzeggen met ingang van een termijn van zestig dagen te rekenen van de dag waarop de Directeur-Generaal van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst van de opzegging schriftelijk in kennis is gesteld .
Artikel 16
De geldigheidsduur van deze Regeling is vier jaar .
Artikel 17
De bijlagen maken een integrerend deel uit van deze Regeling .
Gedaan te Genève op twintig december negentienhonderd drie en zeventig in een enkel exemplaar , in de Engelse , Franse en Spaanse taal , zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek .
(*) Alleen de Engelse , Franse en Spaanse tekst van deze Regeling is authentiek .
( 1 ) Overal in deze Regeling worden de uitdrukkingen " deelnemend land " , " deelnemend uitvoerend land " en " deelnemend invoerend land " geacht de Europese Economische Gemeenschap te omvatten .
BIJLAGE A
I . De vaststelling van een situatie " ontwrichting van de markt " in de zin van deze Regeling wordt gebaseerd op het bestaan van ernstige schade of een werkelijke dreiging van ernstige schade voor de nationale producenten . Deze schade moet uitdrukkelijk veroorzaakt zijn door de in punt II genoemde factoren en niet door factoren als technische wijzigingen of veranderingen in de voorkeur van verbruikers , welke ertoe leiden dat wordt overgeschakeld op soortgelijke produkten en/of op rechtstreeks concurrerende produkten die door dezelfde industrie worden vervaardigd , of gelijkaardige factoren . Het bestaan van schade wordt vastgesteld op grond van een onderzoek naar de betrokken factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de situatie van de betrokken industrie , zoals omzet , marktaandeel , winst , peil van de uitvoer , werkgelegenheid , omvang van de ontwrichting veroorzakende invoer en van andere invoer , produktie , benutte capaciteit , produktiviteit en investeringen . Geen van deze factoren afzonderlijk noch verschillende factoren vormen noodzakerlijkerwijs een doorslaggevend criterium .
II . De factoren welke tot ontwrichting van de markt leiden waarop punt I betrekking heeft en welke zich in het algemeen in combinatie voordoen , zijn de volgende :
( i ) een krachtige en belangrijke toeneming of dreigende toeneming van de invoer van bepaalde produkten van bepaalde herkomst . De dreigende stijging moet zijn vast te stellen en tot het bestaan ervan mag niet worden geconcludeerd op grond van beweringen , gissingen of louter mogelijkheden die b.v . verband houden met het bestaan van een produktiecapaciteit in de exporterende landen ;
( ii ) deze produkten worden aangeboden tegen prijzen die aanmerkelijk lager liggen dan op de markt van het invoerende land voor soortgelijke produkten van vergelijkbare kwaliteit gelden . Deze prijzen moeten worden vergeleken zowel met de prijzen van het nationaal produkt in een vergelijkbaar stadium van commercialisatie als met de prijzen welke normaal voor dergelijke produkten worden toegepast , wanneer zij in het kader van normale handelstransacties en onder omstandigheden van volledige concurrentie door andere uitvoerende landen in het invoerende land zijn verkocht .
III . Bij het onderzoek naar gevallen van " ontwrichting van de markt " wordt rekening gehouden met de belangen van het uitvoerende land , waarbij vooral in aanmerking worden genomen zijn ontwikkelingsstadium , het belang van de textielsector voor zijn economie , de situatie van de werkgelegenheid , zijn algemene handelsbalans met betrekking tot textiel , zijn handelsbalans in het verkeer met het betrokken invoerende land en zijn algemene betalingsbalans .
BIJLAGE B
1 . a ) Het niveau beneden hetwelk invoer of uitvoer van textielprodukten ingevolge de bepalingen van artikel 3 niet mag worden beperkt , is het niveau van de daadwerkelijke invoer of de daadwerkelijke uitvoer van de betrokken produkten in de periode van twaalf maanden eindigende twee maanden , of , indien geen gegevens beschikbaar zijn , drie maanden voor de maand waarin het verzoek om overleg is gedaan , of , voor zover van toepassing , de datum van invoering van een nationale procedure betreffende de ontwrichting van de textielmarkt , als door de nationale wetgeving eventueel vereist , ofwel twee maanden , of indien geen gegevens beschikbaar zijn , drie maanden voor de maand waarin het verzoek om overleg wordt gedaan als gevolg van deze nationale procedure , indien deze periode later valt dan eerstgenoemde .
b ) Indien voor het jaarlijks niveau van de uitvoer of de invoer tussen de betrokken deelnemende landen ingevolge artikel 2 , 3 of 4 beperkingen gelden die betrekking hebben op de periode van twaalf maanden bedoeld onder ( a ) , zal het niveau beneden hetwelk de invoer van textielprodukten die de ontwrichting van de markt veroorzaakt , ingevolge artikel 3 niet mag worden beperkt , het ingevolge de beperking vastgestelde niveau zijn in plaats van het niveau van de werkelijke invoer of de werkelijke uitvoer van de onder a ) bedoelde periode van twaalf maanden .
Indien de onder a ) bedoelde periode van twaalf maanden gedeeltelijk samenvalt met de duur van de beperking , zal het niveau zijn :
( i ) het ingevolge de beperking vastgestelde niveau of het niveau van de werkelijke invoer of van de werkelijke uitvoer , indien laatstgenoemde hoger is , behalve wanneer het quantum wordt overschreden , voor de maanden waarin de onder de beperking vallende periode en de onder a ) bedoelde periode van twaalf maanden elkaar overlappen , en
( ii ) het niveau van de werkelijke invoer of de werkelijke uitvoer voor de maanden waarin geen overlapping plaatsvindt .
c ) Indien de onder a ) bedoelde periode wegens ongewone omstandigheden voor een bepaald uitvoerend land bijzonder ongunstig is , dienen de vroegere cijfers van de invoer uit dit land over een periode van verschillende jaren in aanmerking te worden genomen .
d ) Indien de invoer of de uitvoer van textielprodukten waarvoor een beperking geldt , gedurende de onder a ) bedoelde periode van twaalf maanden nihil of te verwaarlozen was , wordt een redelijk invoerniveau in overleg tussen de betrokken deelnemende landen vastgesteld met inachtneming van toekomstige mogelijkheden van het uitvoerende land .
2 . Indien de beperkende maatregelen voor een nieuwe periode van twaalf maanden van kracht blijven , mag het peil voor die periode niet lager zijn dan het voor de voorafgaande periode van twaalf maanden vastgestelde niveau , vermeerderd met niet minder dan 6 % voor de onder de beperking vallende produkten . In uitzonderlijke gevallen , waarbij er duidelijke redenen zijn te overwegen dat de situatie van marktontwrichting zich opnieuw zal voordoen , indien bovengenoemde groeipercentage wordt toegepast , mag een lager positief groeipercentage worden vastgesteld na overleg met het betrokken uitvoerende land of de betrokken uitvoerende landen . In uitzonderlijke gevallen , waarbij de deelnemende invoerende landen kleine markten hebben , mag een uitzonderlijk hoog invoerniveau en een overeenkomstig laag binnenlands produktieniveau en waarbij de toepassing van bovenbedoeld groeipercentage de wezenlijke minimumproduktie van deze landen schade zou berokkenen , mag een lager positief groeipercentage worden vastgesteld na overleg met het betrokken uitvoerende land of de betrokken uitvoerende landen .
3 . Indien de beperkende maatregelen voor verdere perioden van kracht blijven , mag het niveau voor elke volgende periode niet lager zijn dan het voor de voorafgaande periode van twaalf maanden vastgesteld niveau , vermeerderd met 6 % , tenzij er een nieuw element is waaruit blijkt dat overeenkomstig bijlage A de toepassing van bovenbedoeld groeipercentage de marktontwrichting zou verergeren . Onder deze omstandigheden mag na overleg met het betrokken uitvoerende land en onder verwijzing naar het Orgaan voor toezicht op textielprodukten , in overeenstemming met de procedures van artikel 3 , een lager positief groeipercentage worden toegepast .
4 . Indien enige beperkende maatregel of beperking ingevolge artikel 3 of artikel 4 wordt ingevoerd voor een produkt of voor produkten waarvoor een beperkende maatregel of een beperking in overeenstemming met de bepalingen van artikel 2 is opgeheven , mag een dergelijke beperkende maatregel of beperking niet weder ingevoerd worden zonder dat de handelsbeperkingen die met de opgeheven beperkende maatregel of de beperking , zijn beoogd volledig in aanmerking worden genomen .
5 . Indien een beperking voor meer dan een produkt geldt , komen de deelnemende landen overeen op voorwaarde dat de aan beperking onderworpen uitvoer in totaal het gezamenlijke niveau van alle produkten waarop genoemde beperking betrekking heeft , in totaal niet overschrijdt ( op basis van een gemeenschappelijke eenheid door de betrokkene deelnemende landen vast te stellen ) , dat het voor enig produkt overeengekomen niveau met 7 % mag worden overschreden , behoudens in bij uitzondering en zelden in te roepen omstandigheden , waarbij een lager percentage gerechtvaardigd zou zijn , in welk geval dat lager percentage niet minder mag bedragen dan 5 % . Indien beperkingen voor meer dan een jaar worden ingevoerd , bedraagt de mate waarin het totaal beperkend niveau voor enig produkt of groep van produkten na overleg tussen de betrokken Partijen en een van beide jaren of in één van de daarop volgende twee jaren door vervroegd gebruik en/of overboeking mag worden overschreden , 10 % waarvan het vervroegd gebruik niet meer mag bedragen dan 5 % .
6 . Indien de beperkende niveaus de groeipercentages bedoeld in de leden 1 tot en met 3 worden toegepast , dienden de bepalingen van artikel 6 volledig in aanmerking te worden genomen .
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.