Verordening 1993/752 - Toepassingsbepalingen van Verordening 3911/92 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen - Hoofdinhoud
Inhoudsopgave
|
Verordening (EEG) nr. 752/93 van de Commissie van 30 maart 1993 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3911/92 van de Raad betreffende de uitvoer van cultuurgoederen
Publicatieblad Nr. L 077 van 31/03/1993 blz. 0024 - 0032
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 9 blz. 0021
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 9 blz. 0021
VERORDENING (EEG) Nr. 752/93 VAN DE COMMISSIE van 30 maart 1993 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3911/92 van de Raad betreffende de uitvoer van cultuurgoederen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3911/92 van de Raad van 9 december 1992 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (1), en met name op artikel 7,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor cultuurgoederen,
Overwegende dat toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3911/92 moeten worden vastgesteld, waarin met name de invoering in het vooruitzicht wordt gesteld van een regeling van uitvoervergunningen die van toepassing is op bepaalde categorieën van cultuurgoederen die in de bijlage van voornoemde verordening worden omschreven;
Overwegende dat, om de uniformiteit te waarborgen van het formulier waarop de in de genoemde verordening bedoelde uitvoervergunning wordt gesteld, voorschriften dienen te worden gegeven omtrent het opstellen, de afgifte en het gebruik van dit formulier, dat met het oog daarop het model van het formulier moet worden vastgesteld;
Overwegende dat de uitvoervergunning in een van de officiële talen van de Gemeenschap moet worden opgesteld,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
AFDELING I Formulier
Artikel 1
-
1.Het formulier waarop de uitvoervergunning voor cultuurgoederen wordt gesteld, moet overeenstemmen met het in de bijlage opgenomen model.
Deze uitvoervergunning wordt verleend en gebruikt overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3911/92, hierna "basisverordening" genoemd, en de onderhavige verordening.
-
2.Het gebruik van het formulier heeft geen enkele invloed op de verplichtingen ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer, noch op de verplichtingen ten aanzien van de documenten die daarop betrekking hebben.
Artikel 2
Het formulier van de uitvoervergunning wordt op verzoek door de in artikel 2, lid 2, van de basisverordening bedoelde bevoegde autoriteiten verstrekt.
Artikel 3
-
1.Het papier dat voor het formulier wordt gebruikt is wit, houtvrij, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is en weegt minstens 55 gram per vierkante meter.
-
2.Het formaat van de formulieren bedraagt 210 × 297 millimeter.
-
3.De formulieren worden gedrukt en ingevuld in een van de officiële talen van de Gemeenschap die wordt aangewezen door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van afgifte. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waarin het formulier wordt overgelegd, kunnen een vertaling ervan vragen in de taal of in een van de officiële talen van die Lid-Staat. De eventuele kosten van de vertaling zijn in dat geval voor rekening van de vergunninghouder.
-
4.Het is de taak van de Lid-Staten
-
-het formulier te drukken of te laten drukken; het formulier is voorzien van naam en adres van de drukker of van een kenteken aan de hand waarvan deze kan worden geïdentificeerd;
-
-alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat het formulier wordt vervalst. De gegevens van de hiertoe door de Lid-Staten gebezigde identificatiemiddelen worden aan de Commissie toegezonden ter fine van de mededeling aan de bevoegde autoriteiten van de overige Lid-Staten.
-
5.Het formulier wordt bij voorkeur door middel van een mechanisch of elektronisch procédé ingevuld, maar het kan evenwel op leesbare wijze met de hand worden ingevuld; in dat geval dient dat met inkt en in blokletters te geschieden. Het formulier mag ongeacht het gebruikte procédé geen doorhalingen, overschrijvingen of andere veranderingen bevatten.
AFDELING II Gebruik van het formulier
Artikel 4
-
1.Onverminderd lid 3 wordt voor iedere zending van cultuurgoederen een afzonderlijke uitvoervergunning verleend.
-
2.In de zin van lid 1 kan de zending bestaan hetzij uit een op zichzelf staand cultuurgoed hetzij uit meerdere cultuurgoederen.
-
3.Wanneer een zending bestaat uit verscheidene cultuurgoederen, bepalen de bevoegde autoriteiten of het nodig is voor die zending een of meer uitvoervergunningen te verlenen.
Artikel 5
Het formulier bestaat uit drie exemplaren:
-
-een exemplaar dat de aanvraag vormt, voorzien van een nummer 1,
-
-een exemplaar bestemd voor de houder, voorzien van een nummer 2,
-
-een exemplaar, bestemd om te worden teruggezonden naar de vergunningverlenende autoriteit, voorzien van een nummer 3.
Artikel 6
-
1.De aanvrager vult de vakken 1, 3 tot en met 19.A, 21 alsmede, in voorkomend geval, 23 van de aanvraag evenals van alle exemplaren in. De Lid-Staten kunnen evenwel bepalen dat alleen de aanvraag moet worden ingevuld.
-
2.Bij de aanvraag wordt gevoegd:
-
-documentatiemateriaal dat alle relevante gegevens betreffende de cultuurgoederen bevat alsmede betreffende de juridische situatie waarin zij zich bevinden op het moment van de aanvraag, in voorkomend geval door middel van bewijsstukken (facturen, expertises, enz.);
-
-een foto of, naar gelang van het geval en ten genoegen van de bevoegde autoriteiten, meerdere foto's, naar behoren voor echt gewaarmerkt, in zwart/wit of in kleur, van de betrokken cultuurgoederen (minimumafmeting 8 × 12 cm).
Dit vereiste kan naar gelang van het geval en ten genoegen van de bevoegde autoriteiten worden vervangen door een gedetailleerde lijst van de cultuurgoederen.
-
3.De bevoegde autoriteiten kunnen, met het oog op de verlening van de uitvoervergunning, eisen dat de uit te voeren cultuurgoederen daadwerkelijk worden aangeboden.
-
4.De uit de toepassing van de leden 2 en 3 voortvloeiende kosten zijn ten laste van de aanvrager van de uitvoervergunning.
-
5.Het naar behoren ingevulde formulier wordt met het oog op de verlening van de uitvoervergunning overgelegd aan de bevoegde autoriteiten die ingevolge artikel 2, lid 2, van de basisverordening door de Lid-Staten zijn aangewezen. Wanneer deze autoriteiten de uitvoer toestaan, behouden zij exemplaar nr. 1 van het formulier en geven zij de andere exemplaren terug aan de aanvrager, die houder van de vergunning wordt, of aan diens gemachtigde vertegenwoordiger.
Artikel 7
De exemplaren van de uitvoervergunning die tot staving van de aangifte ten uitvoer worden overgelegd, zijn:
-
-het exemplaar bestemd voor de houder,
-
-het exemplaar dat naar de vergunningverlenende autoriteit moet worden teruggestuurd.
Artikel 8
-
1.Het douanekantoor dat bevoegd is voor de aanvaarding van de uitvoeraangifte vergewist zich ervan dat de in de uitvoeraangifte voorkomende vermeldingen overeenkomen met die in de uitvoervergunning en dat naar deze wordt verwezen in vak 44 van de uitvoeraangifte. Dit kantoor neemt de gepaste identificatiemaatregelen.
Deze kunnen bestaan uit het aanbrengen van een verzegeling of van een stempelafdruk van het douanekantoor. Het naar de vergunningverlenende autoriteit terug te zenden exemplaar wordt bij exemplaar nr. 3 van het enig document gevoegd.
-
2.Nadat vak 19.B is ingevuld geeft het douanekantoor dat bevoegd is voor de aanvaarding van de uitvoeraangifte aan de aangever of diens gemachtigde vertegenwoordiger het voor de vergunninghouder bestemde exemplaar terug.
-
3.Het aan de vergunningverlenende autoriteit terug te zenden exemplaar van de vergunning vergezelt de zending tot aan het douanekantoor van uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap. Dit kantoor vult in voorkomend geval vak 5 van dat exemplaar in, brengt zijn stempelafdruk aan in vak 22 en overhandigt het aan de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger om aan de vergunningverlenende autoriteit te worden teruggezonden.
Artikel 9
-
1.De geldigheidsduur van een uitvoervergunning kan niet meer bedragen dan twaalf maanden, te rekenen vanaf het tijdstip van afgifte.
-
2.In geval van een aanvraag voor tijdelijke uitvoer kunnen de bevoegde autoriteiten een termijn vaststellen voor de wederinvoer van de cultuurgoederen in de Lid-Staat die de vergunning heeft verleend.
-
3.Wanneer een uitvoervergunning verlopen is of niet wordt gebruikt, worden de exemplaren die in het bezit van de vergunninghouder zijn onmiddellijk door deze aan de vergunningverlenende autoriteit teruggestuurd.
Artikel 10
Titel IX van Verordening (EEG) nr. 1214/92 van de Commissie (2) en artikel 22, lid 6, van aanhangsel I van de op 20 mei 1987 tussen de Gemeenschap en de EVA-landen gesloten Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (3) zijn van toepassing wanneer de in de onderhavige verordening bedoelde goederen binnen de Gemeenschap, over het grondgebied van een EVA-land, worden vervoerd.
Artikel 11
Deze verordening treedt in werking op 1 april 1993.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 30 maart 1993.
Voor de Commissie
Christiane SCRIVENER
Lid van de Commissie
-
(1)PB nr. L 395 van 31. 12. 1992, blz. 1.
-
(2)PB nr. L 132 van 16. 5. 1992, blz. 1.
-
(3)PB nr. L 226 van 13. 8. 1987, blz. 2; gewijzigd bij Besluit nr. 1/91 van de Gemengde Commissie EEG/EVA "Gemeenschappelijk douanevervoer" van 19 september 1991 (PB nr. L 402 van 31. 12. 1992, blz. 1).
BIJLAGE
EUROPESE GEMEENSCHAP - CULTUURGOEDEREN 1
1 1. AANVRAGER (naam en adres) 2. UITVOERVERGUNNING
Nr. Geldig tot en met
Definitieve Tijdelijke
Termijn voor de wederinvoer
-
3.VERTEGENWOORDIGER VAN DE AANVRAGER
(naam en adres) 4. INSTANTIE VAN AFGIFTE (naam en adres)
5.A. LAND VAN BESTEMMING OF VERBLIJF
5.B. GEADRESSEERDE 6. LID-STAAT VAN HERKOMST
-
7.OMSCHRIJVING OVEREENKOMSTIG DE BIJLAGE BIJ VERORDENING (EEG) Nr. 3911/92 CATEGORIE VAN HET (DE) CULTUURGOED(EREN)
-
8.OMSCHRIJVING VAN HET (DE) CULTUURGOED(EREN) 9. CODENUMMER VAN DE GOEDEREN
-
10.MASSA
Wanneer dit vak onvoldoende ruimte biedt, gelieve een of meerdere extra bladen in drievoud bij te voegen, waarin, in voorkomend geval, de gegevens van de vakken 8 tot en met 18 voorkomen. Zie de noot in vak 23. 11. GESCHATTE WAARDE
Identificatiecriteria
-
12.AFMETINGEN 13.
TITEL OF THEMA 14. DATERING 15. OVERIGE KENMERKEN
-
16.AUTEUR, TIJDPERK OF ATELIER 17. MATERIAAL OF PROCÉDÉ
-
18.TER IDENTIFICATIE BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN/BIJZONDERHEDEN
Foto Lijst Verzegeling Bibliografie Catalogus
-
19.A. AANVRAAG
Ondergetekende verzoekt om de afgifte van een uitvoervergunning voor het bovenomschreven cultuurgoed en verklaart naar eer en geweten dat de in deze aanvraag en in de tot staving bijgevoegde documenten vermelde gegevens juist zijn 20. Handtekening en stempelafdruk van de instantie van afgifte
Plaats en datum: Handtekening: Plaats en datum:
AANVRAAG
-
21.FOTO VAN HET CULTUURGOED
minstens 8 cm × 12 cm
-
22.DOUANEKANTOOR VAN UITGANG
Stempelafdruk
-
23.Dit formulier wordt vergezeld van . . . extra bladen.
Noot:
Bij het invullen van vak 8 en van de eventuele overeenkomende extra bladen, dienen de bevoegde autoriteiten de niet gebruikte ruimte naar behoren onbruikbaar te maken.
2
2 1. HOUDER (naam en adres) 2. UITVOERVERGUNNING
Nr. Geldig tot en met
Definitieve Tijdelijke
Termijn voor de wederinvoer
-
3.VERTEGENWOORDIGER VAN DE HOUDER
(naam en adres) 4. INSTANTIE VAN AFGIFTE (naam en adres)
5.A. LAND VAN BESTEMMING OF VERBLIJF
5.B. GEADRESSEERDE 6. LID-STAAT VAN HERKOMST
-
7.OMSCHRIJVING OVEREENKOMSTIG DE BIJLAGE BIJ VERORDENING (EEG) Nr. 3911/92 CATEGORIE VAN HET (DE) CULTUURGOED(EREN)
-
8.OMSCHRIJVING VAN HET (DE) CULTUURGOED(EREN) 9. CODENUMMER VAN DE GOEDEREN
-
10.MASSA
Wanneer dit vak onvoldoende ruimte biedt, gelieve een of meerdere extra bladen in drievoud bij te voegen, waarin, in voorkomend geval, de gegevens van de vakken 8 tot en met 18 voorkomen. Zie de noot in vak 23. 11. GESCHATTE WAARDE
Identificatiecriteria
-
12.AFMETINGEN 13.
TITEL OF THEMA 14. DATERING 15. OVERIGE KENMERKEN
-
16.AUTEUR, TIJDPERK OF ATELIER 17. MATERIAAL OF PROCÉDÉ
-
18.TER IDENTIFICATIE BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN/BIJZONDERHEDEN
Foto Lijst Verzegeling Bibliografie Catalogus
-
19.B. VISUM VAN HET BEVOEGDE DOUANEKANTOOR
Douanekantoor: ENIG DOCUMENT:
Lid-Staat: van
Handtekening en stempelafdruk: 20. Handtekening en stempelafdruk van de instantie van afgifte
Plaats en datum:
EXEMPLAAR VOOR DE HOUDER
-
21.FOTO VAN HET CULTUURGOED
minstens 8 cm × 12 cm
-
22.DOUANEKANTOOR VAN UITGANG
Stempelafdruk
-
23.Dit formulier wordt vergezeld van . . . extra bladen.
Noot:
Bij het invullen van vak 8 en van de eventuele overeenkomende extra bladen, dienen de bevoegde autoriteiten de niet gebruikte ruimte naar behoren onbruikbaar te maken.
3
3 1. HOUDER (naam en adres) 2. UITVOERVERGUNNING
Nr. Geldig tot en met
Definitieve Tijdelijke
Termijn voor de wederinvoer
-
3.VERTEGENWOORDIGER VAN DE HOUDER
(naam en adres) 4. INSTANTIE VAN AFGIFTE (naam en adres)
5.A. LAND VAN BESTEMMING OF VERBLIJF
5.B. GEADRESSEERDE 6. LID-STAAT VAN HERKOMST
-
7.OMSCHRIJVING OVEREENKOMSTIG DE BIJLAGE BIJ VERORDENING (EEG) Nr. 3911/92 CATEGORIE VAN HET (DE) CULTUURGOED(EREN)
-
8.OMSCHRIJVING VAN HET (DE) CULTUURGOED(EREN) 9. CODENUMMER VAN DE GOEDEREN
-
10.MASSA
Wanneer dit vak onvoldoende ruimte biedt, gelieve een of meerdere extra bladen in drievoud bij te voegen, waarin, in voorkomend geval, de gegevens van de vakken 8 tot en met 18 voorkomen. Zie de noot in vak 23. 11. GESCHATTE WAARDE
Identificatiecriteria
-
12.AFMETINGEN 13.
TITEL OF THEMA 14. DATERING 15. OVERIGE KENMERKEN
-
16.AUTEUR, TIJDPERK OF ATELIER 17. MATERIAAL OF PROCÉDÉ
-
18.TER IDENTIFICATIE BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN/BIJZONDERHEDEN
Foto Lijst Verzegeling Bibliografie Catalogus
-
19.B. VISUM VAN HET BEVOEGDE DOUANEKANTOOR
Douanekantoor: ENIG DOCUMENT:
Lid-Staat: van
Handtekening en stempelafdruk: 20. Handtekening en stempelafdruk van de instantie van afgifte
Plaats en datum:
EXEMPLAAR VOOR HET
UITKLARINGSKANTOOR
-
21.FOTO VAN HET CULTUURGOED
minstens 8 cm × 12 cm
-
22.DOUANEKANTOOR VAN UITGANG
Stempelafdruk
-
23.Dit formulier wordt vergezeld van . . . extra bladen.
Noot:
Bij het invullen van vak 8 en van de eventuele overeenkomende extra bladen, dienen de bevoegde autoriteiten de niet gebruikte ruimte naar behoren onbruikbaar te maken.
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.