Verordening 1996/2497 - Bepalingen voor de uitvoering, in de sector slachtpluimvee, van de regeling waarin is voorzien in de Associatieovereenkomst en de Interimovereenkomst met Israël

Inhoudsopgave

  1. Wettekst
  2. 31996R2497

1.

Wettekst

Avis juridique important

|

2.

31996R2497

Verordening (EG) nr. 2497/96 van de Commissie van 18 december 1996 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering, in de sector slachtpluimvee, van de regeling waarin is voorzien in de Associatieovereenkomst en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Israël

Publicatieblad Nr. L 338 van 28/12/1996 blz. 0048 - 0052

VERORDENING (EG) Nr. 2497/96 VAN DE COMMISSIE van 18 december 1996 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering, in de sector slachtpluimvee, van de regeling waarin is voorzien in de Associatieovereenkomst en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Israël

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2398/96 van de Raad van 12 december 1996 houdende opening van een tariefcontingent voor kalkoenvlees van oorsprong en herkomst uit Israël, dat is vastgesteld in de Associatieovereenkomst en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël (1), en met name op artikel 2,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2615/95 (3), en met name op artikel 15,

Overwegende dat, in afwachting van de inwerkingtreding van de Associatieovereenkomst, de hierin vastgestelde bepalingen betreffende de handel van toepassing zijn geworden krachtens Besluit 96/206/EGKS, EG van de Raad en de Commissie van 22 december 1995 houdende sluiting door de Europese Gemeenschap van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds (4), die op 18 december 1995 is ondertekend en op 1 januari 1996 in werking is getreden;

Overwegende dat de regeling dient te worden beheerd door middel van invoercertificaten; dat daartoe met name voorschriften inzake de indiening van de aanvragen en de in de certificaten te vermelden gegevens dienen te worden vastgesteld in afwijking van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2350/96 (6); dat het voorts dienstig is de certificaten eerst na een bezinningsperiode af te geven en eventueel een uniform toewijzingspercentage toe te passen;

Overwegende dat de in bijlage I vermelde hoeveelheden over verschillende perioden van het jaar dienen te worden gespreid met het oog op een regelmatige invoer;

Overwegende dat, aangezien de regeling pas op 1 januari 1997 kan ingaan, het contingent voor 1996 aan dat voor 1997 moet worden toegevoegd;

Overwegende dat, met het oog op een doeltreffend beheer van de regeling, de zekerheid betreffende de invoercertificaten dient te worden vastgesteld op 20 ecu per 100 kg; dat, aangezien de regeling tot speculatie in de sector slachtpluimvee kan leiden, precieze voorwaarden dienen te worden vastgesteld waaraan de marktdeelnemers moeten voldoen om van de regeling gebruik te kunnen maken;

Overwegende dat het wenselijk is de aandacht van de marktdeelnemers te vestigen op het feit dat de certificaten slechts mogen worden gebruikt voor produkten die aan alle in de Gemeenschap geldende veterinaire bepalingen voldoen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor elke invoer in de Gemeenschap in het kader van Protocol nr. 1 bij de Associatieovereenkomst en bij de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël van produkten van groep I 1, zoals omschreven in bijlage I van deze verordening, moet een invoercertificaat worden overgelegd.

De voor deze regeling in aanmerking komende hoeveelheden produkten en het douanerecht zijn vastgesteld in bijlage I.

Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 2 is het percentage waarmee het douanerecht wordt verlaagd, het percentage dat geldt tijdens de in artikel 2 vastgestelde periode waarvoor het certificaat wordt aangevraagd.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde hoeveelheden worden als volgt verdeeld:

  • 25 % in de periode van 1 januari tot en met 31 maart,
  • 25 % in de periode van 1 april tot en met 30 juni,
  • 25 % in de periode van 1 juli tot en met 30 september,
  • 25 % in het periode van 1 oktober tot en met 31 december.

Artikel 3

Voor de in artikel 1 bedoelde invoercertificaten gelden de volgende bepalingen:

  • a) 
    de aanvrager van een invoercertificaat moet een natuurlijke of rechtspersoon zijn die bij de indiening van de aanvraag ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten kan aantonen dat hij in elk van de twee kalenderjaren vóór het jaar van de certificaataanvraag ten minste 50 ton (produktgewicht) van de in Verordening (EEG) nr. 2777/75 bedoelde produkten heeft ingevoerd of uitgevoerd. Detailhandelszaken of restaurants die deze produkten rechtstreeks aan de eindverbruiker verkopen, kunnen evenwel geen gebruik maken van de in artikel 1 bedoelde regeling;
  • b) 
    de aanvraag mag betrekking hebben op verscheidene produkten van verschillende GN-codes; in dit geval moeten alle GN-codes en de bijbehorende produktomschrijvingen worden vermeld in vak 15, respectievelijk 16.

De certificaataanvraag moet betrekking hebben op ten minste 1 ton en ten hoogste 10 % van de hoeveelheid die tijdens de in artikel 2 bepaalde periode voor de betrokken groep beschikbaar is;

  • c) 
    op de certificaataanvraag en op het certificaat wordt in vak 8 het land van oorsprong vermeld; het certificaat brengt de verplichting met zich om uit het aangegeven land in te voeren;
  • d) 
    op de certificaataanvraag en op het certificaat wordt in vak 20 ten minste een van de volgende vermeldingen aangebracht:

Reglamento (CE) n° 2497/96

Forordning (EF) nr. 2497/96

Verordnung (EG) Nr. 2497/96

Êáíïíéóìüò (ÅÊ) áñéè. 2497/96

Regulation (EC) No 2497/96

Règlement (CE) n° 2497/96

Regolamento (CE) n. 2497/96

Verordening (EG) nr. 2497/96

Regulamento (CE) nº 2497/96

Asetus (EY) N:o 2497/96

Förordning (EG) nr 2497/96;

  • e) 
    op het certificaat wordt in vak 24 ten minste één van de volgende vermeldingen aangebracht:

Douanerecht verlaagd overeenkomstig:

Reglamento (CE) n° 2497/96

Forordning (EF) nr. 2497/96

Verordnung (EG) Nr. 2497/96

Êáíïíéóìüò (ÅÊ) áñéè. 2497/96

Regulation (EC) No 2497/96

Règlement (CE) n° 2497/96

Regolamento (CE) n. 2497/96

Verordening (EG) nr. 2497/96

Regulamento (CE) nº 2497/96

Asetus (EY) N:o 2497/96

Förordning (EG) nr 2497/96.

Artikel 4

  • 1. 
    Certificaataanvragen kunnen alleen gedurende de eerste tien dagen van elke in artikel 2 bepaalde periode worden ingediend.

Voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 1997 mogen certificaataanvragen echter alleen gedurende de eerste tien dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend.

  • 2. 
    De certificaataanvraag is slechts ontvankelijk indien de aanvrager schriftelijk verklaart dat hij voor het lopende kwartaal geen andere aanvraag voor produkten van dezelfde groep heeft ingediend en evenmin zal indienen in de Lid-Staat waar de aanvraag wordt ingediend of in een andere Lid-Staat.

Dient een aanvrager meer dan één aanvraag voor produkten van dezelfde groep in, dan is geen van zijn aanvragen ontvankelijk.

  • 3. 
    Voor alle in artikel 1 bedoelde produkten moet bij het aanvragen van invoercertificaten een zekerheid van 20 ecu per 100 kg worden gesteld.
  • 4. 
    De Lid-Staten delen de Commissie op de vijfde werkdag na afloop van de termijn voor de indiening van de aanvragen voor elk produkt van de betrokken groep gegevens over de ingediende aanvragen mede. Deze mededeling omvat de lijst van de aanvragers en een overzicht van de voor de groep aangevraagde hoeveelheden.

Alle mededelingen, met inbegrip van die waarmee wordt gemeld dat geen aanvragen zijn ingediend, moeten op de voorgeschreven werkdag per telex of telefax worden bezorgd, met gebruikmaking van het in bijlage II opgenomen model indien geen aanvragen zijn ingediend, of van de in de bijlagen II en III opgenomen modellen indien wel aanvragen zijn ingediend.

  • 5. 
    De Commissie beslist zo spoedig mogelijk in welke mate aan de in artikel 3 bedoelde aanvragen gevolg kan worden gegeven.

Indien de hoeveelheden waarvoor certificaten zijn aangevraagd, groter zijn dan de beschikbare hoeveelheden, stelt de Commissie een uniform toe te wijzen percentage van de aangevraagde hoeveelheden vast.

  • 6. 
    De certificaten worden afgegeven zo spoedig mogelijk nadat de Commissie een beslissing heeft genomen.
  • 7. 
    De certificaten mogen slechts worden gebruikt voor produkten die aan alle in de Gemeenschap geldende veterinaire bepalingen voldoen.

Artikel 5

Voor de toepassing van artikel 21, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 bedraagt de geldigheidsduur van de invoercertificaten 150 dagen vanaf de datum van de feitelijke afgifte ervan.

De op grond van deze verordening afgegeven invoercertificaten kunnen niet worden overgedragen.

Artikel 6

De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3719/88 zijn van toepassing onverminderd de bepalingen van de onderhavige verordening.

In afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 mag de in het kader van de onderhavige verordening ingevoerde hoeveelheid evenwel niet groter zijn dan die welke in de vakken 17 en 18 van het invoercertificaat is vermeld. Daartoe wordt in vak 19 van dat certificaat het cijfer "0" ingevuld.

Artikel 7

Slechts tegen overlegging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 dat door Israël is afgegeven overeenkomstig Protocol nr. 3 bij de betrokken Associatieovereenkomst, resp. Interimovereenkomst, mogen de ingevoerde produkten in het vrije verkeer worden gebracht.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 18 december 1996.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

  • (1) 
    PB nr. L 327 van 18. 12. 1996, blz. 7.
  • (2) 
    PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 88.
  • (3) 
    PB nr. L 305 van 19. 12. 1995, blz. 49.
  • (4) 
    PB nr. L 71 van 20. 3. 1996, blz. 1.
  • (5) 
    PB nr. L 331 van 2. 12. 1988, blz. 1.
  • (6) 
    PB nr. L 320 van 11. 12. 1996, blz. 4.

BIJLAGE I

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

Toepassing van Verordening (EG) nr. 2497/96

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - DG VI/D-3 SECTOR SLACHTPLUIMVEE >EIND VAN DE GRAFIEK>

BIJLAGE III

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

Toepassing van Verordening (EG) nr. 2497/96

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - DG VI/D-3 SECTOR SLACHTPLUIMVEE

>EIND VAN DE GRAFIEK>

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.