Verordening 2002/1401 - Nadere bepalingen inzake de opening en de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor rijst uit de minst ontwikkelde landen voor de verkoopseizoenen 2002/2003 tot en met 2008/2009

Inhoudsopgave

  1. Wettekst
  2. 32002R1401

1.

Wettekst

Avis juridique important

|

2.

32002R1401

Verordening (EG) nr. 1401/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake de opening en de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor rijst van oorsprong uit de minst ontwikkelde landen voor de verkoopseizoenen 2002/2003 tot en met 2008/2009

Publicatieblad Nr. L 203 van 01/08/2002 blz. 0042 - 0045

Verordening (EG) nr. 1401/2002 van de Commissie

van 31 juli 2002

tot vaststelling van nadere bepalingen inzake de opening en de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor rijst van oorsprong uit de minst ontwikkelde landen voor de verkoopseizoenen 2002/2003 tot en met 2008/2009

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2501/2001 van de Raad van 10 december 2001 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004(1), inzonderheid op artikel 9, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

  • (1) 
    Artikel 9, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2501/2001 bepaalt dat tot 1 september 2009, wanneer de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volledig worden geschorst, voor producten van GN-code 1006 van oorsprong uit een land dat overeenkomstig bijlage I van de verordening in aanmerking komt voor de bijzondere regelingen ten behoeve van de minst ontwikkelde landen, voor elk verkoopseizoen een globaal tariefcontingent met nulrecht wordt geopend. Het tariefcontingent voor het verkoopseizoen 2002/2003 bedraagt 2895 ton gedopte rijst equivalent voor producten van GN-code 1006. Voor elk van de daarop volgende verkoopseizoenen worden de contingenten met 15 % verhoogd ten opzichte van de contingenten voor het voorafgaande verkoopseizoen.
  • (2) 
    Deze bepalingen dienen te worden uitgevoerd in het kader van de uniforme regeling voor het handelsverkeer die is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt(2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 van de Commissie(3).
  • (3) 
    De nadere bepalingen inzake de opening en het beheer van de contingenten moeten voor de zeven verkoopseizoenen geldig blijven.
  • (4) 
    De hoeveelheden rijst die in aanmerking komen voor het globale tariefcontingent moeten tegen de eerlijkst mogelijke concurrentievoorwaarden worden ingevoerd, om verstoringen op de communautaire markt te voorkomen.
  • (5) 
    Verordening (EG) nr. 2305/2001 van de Commissie van 27 november 2001 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van een tariefcontingent voor rijst van oorsprong uit de minst ontwikkelde landen voor het verkoopseizoen 2001/2002(4) was slechts geldig voor één verkoopseizoen. De vierde overweging bepaalt dat daarna, in het licht van de gedurende het eerste jaar opgedane ervaring, voorschriften voor een langere periode kunnen worden vastgesteld.
  • (6) 
    De bepalingen inzake het bewijs van de oorsprong, zoals vervat in de artikelen 67 tot en met 97 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 444/2002(6), definiëren het begrip product van oorsprong voor de toepassing van de algemene tariefpreferenties.
  • (7) 
    De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité algemene tariefpreferenties,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening stelt voorschriften vast voor de opening en het beheer van de tariefcontingenten voor rijst als bedoeld in artikel 9, lid 5 van Verordening (EG) nr. 2501/2001 voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005, 2005/2006, 2006/2007, 2007/2008 en 2008/2009.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder verkoopseizoen het in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 3072/95 gedefinieerde verkoopseizoen verstaan.

Artikel 3

  • 1. 
    Voor producten van GN-code 1006 worden voor zeven verkoopseizoenen met ingang van 2002/2003 globale tariefcontingenten met nulrecht geopend, uitgedrukt in gedopte rijst equivalent, overeenkomstig de in de bijlage vermelde tabel.

Deze contingenten zijn alleen van toepassing op de invoer van oorsprong uit de landen die overeenkomstig bijlage I van Verordening (EG) nr. 2501/2001 in aanmerking komen voor de bijzondere regelingen ten behoeve van de minst ontwikkelde landen.

  • 2. 
    De factor voor de omrekening van gedopte rijst en padierijst, halfgeslepen rijst en geslepen rijst is het getal als vastgesteld in artikel 1 van Verordening 467/67/EEG van de Commissie(7).

Voor gebroken rijst worden de gevraagde hoeveelheden als zodanig berekend.

  • 3. 
    Alle rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op de invoer in het kader van het in lid 1 vermelde contingent worden geschorst.

Artikel 4

  • 1. 
    De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie(8) met betrekking tot vergunningen, zijn van toepassing op de in lid 2 bedoelde vergunningen, tenzij anders bepaald in deze verordening.
  • 2. 
    Voor de invoer in het kader van de in artikel 3, lid 1, bedoelde contingenten moet een volgens de bepalingen van deze verordening afgegeven invoervergunning worden overgelegd.
  • 3. 
    Aanvragen voor invoervergunningen kunnen worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gedurende de eerste vijf werkdagen van het desbetreffende verkoopseizoen.

Aanvragen voor vergunningen dienen betrekking te hebben op een hoeveelheid die de voor het betrokken verkoopseizoen voor invoer in gedopte rijst equivalent beschikbare hoeveelheid niet overschrijdt.

  • 4. 
    In de aanvraag voor een vergunning en de invoervergunning dienen de volgende gegevens te worden vermeld:
  • a) 
    in vak 8: de naam van het land van oorsprong. De vermelding "ja" wordt aangekruist.
  • b) 
    in vak 20 de volgende tekst: "Rijst uit ... (naam van het in bijlage I van Verordening (EG) nr. 2501/2001 bedoelde land), ingevoerd overeenkomstig artikel 9, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2501/2001 van de Raad.".
  • 5. 
    Op invoervergunningen dient in vak 24 de volgende tekst te worden vermeld: "Vrijgesteld van douanerecht voor ten hoogste de in de vakken 17 en 18 van deze vergunning vermelde hoeveelheid (Verordening (EG) nr. 1401/2002).".
  • 6. 
    In afwijking van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1162/95 van de Commissie(9) bedraagt de zekerheid voor de invoervergunningen 46 EUR per ton rijst.
  • 7. 
    Aanvragen voor invoervergunningen voor de betrokken contingenten dienen vergezeld te gaan van:
  • a) 
    een bewijs dat de aanvrager een natuurlijke persoon of rechtspersoon is die gedurende ten minste twaalf maanden commerciële activiteiten heeft uitgevoerd in de rijstsector en geregistreerd staat in de lidstaat waarin de aanvraag is ingediend;
  • b) 
    een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat hij slechts één aanvraag heeft ingediend voor het contingent bedoeld in artikel 3, lid 1, of in voorkomend geval voor de resterende hoeveelheid die beschikbaar is voor de aanvullende tranche bedoeld in artikel 5, lid 4.

Wanneer een aanvrager meer dan één aanvraag indient voor een invoervergunning, worden al zijn aanvragen afgewezen.

Artikel 5

  • 1. 
    Binnen twee werkdagen na de laatste dag van de periode bedoeld in artikel 4, lid 3, delen de lidstaten de Commissie de hoeveelheden mee waarvoor invoervergunningen zijn aangevraagd, gespecificeerd per achtcijferige GN-code en per land van oorsprong.

Lidstaten dienen tevens de naam en het adres van de aanvragers en het nummer en de titel van deze verordening mee te delen.

Mededelingen dienen aan de Commissie te worden verzonden per e-mail of per fax, met gebruikmaking van de formulieren die de Commissie de lidstaten daartoe heeft verstrekt.

Mededeling dient ook te worden gedaan indien in een lidstaat geen aanvragen zijn ingediend: in dat geval dient te worden vermeld dat in de periode bedoeld in artikel 4, lid 3, geen aanvragen zijn ontvangen.

  • 2. 
    Uiterlijk tien dagen na de laatste dag van de periode bedoeld in lid 1 besluit de Commissie in welke mate de aanvragen kunnen worden gehonoreerd.

Indien de totale aangevraagde hoeveelheid de omvang van het desbetreffende contingent overschrijdt, stelt de Commissie een reductiepercentage vast dat op elke aanvraag wordt toegepast.

  • 3. 
    Indien de toepassing van het in lid 2 bedoelde percentage ertoe leidt dat in een lidstaat per aanvraag minder dan 20 ton beschikbaar is, wijst de betrokken lidstaat de totale hoeveelheid toe door een of meer partijen van 20 ton, en in voorkomend geval een restpartij, onder de aanvragers te verloten.
  • 4. 
    Indien voor de contingenten bedoeld in artikel 3, lid 1, of voor delen daarvan, geen invoervergunningen zijn afgegeven, kan voor de resterende hoeveelheden in februari van het desbetreffende verkoopseizoen een aanvullende tranche worden toegewezen. De in de verordening vermelde procedure voor de afgifte van invoervergunningen is daarop van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

  • 1. 
    Uiterlijk twee werkdagen na de publicatie van het besluit van de Commissie worden invoervergunningen afgegeven voor de hoeveelheden die uit de toepassing van artikel 5 resulteren.
  • 2. 
    In afwijking van het bepaalde in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 zijn de rechten die voortvloeien uit invoervergunningen niet overdraagbaar.
  • 3. 
    Krachtens deze verordening afgegeven invoervergunningen zijn geldig met ingang van de dag van afgifte. In afwijking van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1162/95 zijn de invoervergunningen geldig tot zes maanden daarna.

De geldigheidsduur van de invoervergunningen mag zich echter niet uitstrekken tot na het einde van het verkoopseizoen.

Artikel 7

  • 1. 
    Het bewijs van de oorsprong van de invoer in het kader van de in artikel 3, lid 1, bedoelde contingenten wordt geleverd door een certificaat van oorsprong formulier A, afgegeven overeenkomstig de artikelen 67 tot en met 97 van Verordening (EEG) nr. 2454/93.
  • 2. 
    In vak 4 van het certificaat van oorsprong formulier A worden de volgende vermeldingen aangebracht:
  • a) 
    de tekst "Contingent - Verordening (EG) nr. 1401/2002";
  • b) 
    de datum waarop de rijst in het begunstigde land van uitvoer is geladen en het verkoopseizoen waarin de rijst wordt geleverd;
  • c) 
    GN-code 1006 (gespecificeerd per achtcijferige GN-code).

Artikel 8

De lidstaten verstrekken de Commissie per fax of elektronische post de volgende gegevens:

  • a) 
    uiterlijk twee werkdagen na afgifte van de invoervergunning bedoeld in artikel 6, lid 1: de hoeveelheden, gespecificeerd per achtcijferige GN-code, waarvoor vergunningen zijn afgegeven, met vermelding van de datum, het land van oorsprong en de naam en het adres van de houder;
  • b) 
    binnen twee werkdagen na annulering van een reeds afgegeven vergunning: de hoeveelheden, gespecificeerd per achtcijferige GN-code, waarvoor de vergunningen zijn geannuleerd, alsmede naam en adres van de houders van de geannuleerde vergunningen;
  • c) 
    op de laatste werkdag van de tweede daaropvolgende maand: de hoeveelheden, gespecificeerd per achtcijferige GN-code en per land van oorsprong, die elke maand daadwerkelijk in het vrije verkeer zijn gebracht.

Bovenstaande gegevens moeten op dezelfde wijze worden meegedeeld als de gegevens over andere invoervergunningen in de rijstsector, doch dienen afzonderlijk te worden verstrekt.

Indien in de betrokken periode geen vergunningen zijn afgegeven of geen invoer heeft plaatsgevonden, dient daarvan eveneens kennisgeving te worden gedaan. In de kennisgeving moet worden aangegeven dat geen certificaten zijn afgegeven en/of geen invoer heeft plaatsgevonden.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op 1 september 2002.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 2002.

Voor de Commissie

Pascal Lamy

Lid van de Commissie

  • (1) 
    PB L 346 van 31.12.2001, blz. 1.
  • (2) 
    PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18.
  • (3) 
    PB L 62 van 4.3.2002, blz. 27.
  • (4) 
    PB L 310 van 28.11.2001, blz. 10.
  • (5) 
    PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.
  • (6) 
    PB L 68 van 12.3.2002, blz. 11.
  • (7) 
    PB 204 van 24.8.1967, blz. 1.
  • (8) 
    PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1.
  • (9) 
    PB L 117 van 24.5.1995, blz. 2.

BIJLAGE

(de in artikel 3, lid 1, bedoelde tabel)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.