Verordening 2002/2286 - Regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) - Hoofdinhoud
Inhoudsopgave
|
Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten), en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98
Publicatieblad Nr. L 348 van 21/12/2002 blz. 0005 - 0041
Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad
van 10 december 2002
tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten), en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,
Gelet op het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
-
(1)In afwachting dat de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, ondertekend in Cotonou op 23 juni 2000, hierna de "overeenkomst van Cotonou"(1) te noemen, wordt geratificeerd door de lidstaten van de Europese Gemeenschap en de ACS-staten, wordt deze overeenkomst vervroegd toegepast op grond van Besluit nr. 1/2000 van de ACS-EG-Raad van ministers(2), dat van 2 augustus 2000 tot de inwerkingtreding van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst van toepassing is.
-
(2)Om de overgang naar de nieuwe handelsregelingen, en met name naar de economische partnerschapsovereenkomst, te vergemakkelijken, moeten de niet-wederzijdse handelspreferenties op grond van de vierde ACS-EG-overeenkomst van toepassing blijven tijdens de voorbereidingsperiode, die voor alle ACS-staten uiterlijk op 31 december 2007 afloopt, onder de voorwaarden van bijlage V bij de overeenkomst van Cotonou.
-
(3)Voor landbouwproducten van oorsprong uit de ACS-staten die zijn opgenomen in bijlage I bij het Verdrag of waarvoor bijzondere voorschriften gelden als gevolg van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wordt in artikel 1, onder a), van bijlage V bij de overeenkomst van Cotonou voorzien in een gunstiger behandeling dan die voor dezelfde producten uit derde landen die onder de meestbegunstigingsclausule vallen.
-
(4)In Verklaring XXII van de overeenkomst van Cotonou met betrekking tot de in artikel 1, onder a), van bijlage V bedoelde landbouwproducten heeft de Gemeenschap verklaard dat zij alle nodige maatregelen zal nemen om ervoor te zorgen dat de overeenkomstige landbouwverordeningen tijdig worden vastgesteld.
-
(5)Er dient te worden gespecificeerd dat de voordelen die voortvloeien uit bijlage V bij de overeenkomst van Cotonou, alleen worden toegekend voor producten van oorsprong in de zin van Protocol nr. 1 betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking.
-
(6)Met het oog op vereenvoudiging en ter wille van de transparantie moeten in een bijlage de volledige lijst van de betrokken producten en de daarvoor geldende specifieke invoerbepalingen worden opgenomen, met een verwijzing naar de tariefcontingenten, de tariefplafonds en de referentiehoeveelheden die in een afzonderlijke bijlage voorkomen.
-
(7)Van oudsher bestaan er handelsstromen van de ACS-staten naar de Franse overzeese departementen en bijgevolg moeten maatregelen worden toegepast ter bevordering van de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de ACS-staten in de Franse overzeese departementen om te voorzien in de behoeften van de plaatselijke consumptie van deze producten, ook na verwerking. Er moet een mogelijkheid worden gecreëerd om de regeling voor de toegang tot de markten van de in bijlage V bij de overeenkomst van Cotonou bedoelde producten van oorsprong uit de ACS-staten te wijzigen, met name naar gelang van de vereisten van de economische ontwikkeling van deze departementen.
-
(8)Hoewel de tariefvoordelen die voortvloeien uit de toepassing van bijlage V bij de overeenkomst van Cotonou, berekend worden aan de hand van het gemeenschappelijk douanetarief en overeenkomstig de daarvoor geldende regels, zouden ze moeten worden berekend op basis van het autonome recht wanneer dat recht voor de betrokken producten lager ligt dan het conventionele recht.
-
(9)De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(3).
-
(10)Er dient te worden bepaald dat de vrijwaringsbedingen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2285/2002 betreffende de vrijwaringsmaatregelen waarin de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst voorziet en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 3705/90(4), van toepassing zijn op procedures die onder deze verordening vallen.
-
(11)Aangezien deze verordening in de plaats komt van Verordening (EG) nr. 1706/98 van de Raad van 20 juli 1998 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 715/90(5), moet die verordening worden ingetrokken.
-
(12)Aangezien deze verordening voorziet in de tenuitvoerlegging van internationale verplichtingen die de Gemeenschap reeds is aangegaan, treedt de verordening in werking op de dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Werkingssfeer
-
1.Deze verordening is van toepassing op de invoer van producten van oorsprong uit de ACS-staten die partij zijn bij de overeenkomst van Cotonou.
-
2.Voor de in lid 1 bedoelde producten gelden de oorsprongsregels die zijn vastgesteld in Protocol nr. 1 van bijlage V bij de overeenkomst van Cotonou.
-
3.Landbouwproducten van oorsprong uit de ACS-staten worden ingevoerd overeenkomstig de regelingen van bijlage I bij deze verordening, tenzij de specifieke regelingen van bijlage II gelden.
Artikel 2
Specifieke bepalingen betreffende bepaalde producten van bijlage I
-
1.Voor de in bijlage II bedoelde tariefplafonds en referentiehoeveelheden geldt artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(6).
-
2.Als in de loop van het kalenderjaar het tariefplafond zoals bepaald in bijlage II, bereikt wordt, kan de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 7, lid 2, een verordening goedkeuren waarbij voor de periode tot het einde van het kalenderjaar de voor derde landen geldende douanerechten bij invoer van de betrokken producten opnieuw worden vastgesteld. De geldende rechten worden met 50 % verlaagd.
-
3.Als bij de invoer van een product de referentiehoeveelheid zoals bepaald in bijlage II, in de loop van het kalenderjaar wordt overschreden, kan de Commissie volgens de procedure van artikel 7, lid 2, bij besluit een tariefplafond vaststellen dat gelijk is aan de referentiehoeveelheid, waarbij rekening wordt gehouden met de jaarbalans van de handel in het betrokken product.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, wordt de in bijlage I bedoelde verlaging van het recht niet toegepast als de Gemeenschap overeenkomstig haar verplichtingen in het kader van de Uruguayronde aanvullende rechten toepast.
-
5.Als een ACS-staat zijn jaarlijkse toewijzing in het kader van contingent (Ctg) 18, zoals bepaald in bijlage II, niet kan leveren, dan wel in het lopende of het volgende jaar van de leveringsmogelijkheid geen gebruik wenst te maken omdat een teruggang in de uitvoer wordt verwacht of is geconstateerd als gevolg van rampen zoals droogte, wervelstormen of dierziekten, kan die staat uiterlijk op 1 september van elk kalenderjaar verzoeken om binnen de maximumhoeveelheid van 52100 t de relevante hoeveelheden over de overige betrokken staten te verdelen.
Over dit verzoek tot hertoewijzing wordt een besluit genomen volgens de procedure van artikel 6, lid 2.
-
6.De in de bijlagen I en II vermelde tariefcontingenten Ctg 9, Ctg 10, Ctg 13a, Ctg 13b, Ctg 14, Ctg 15, Ctg 16 en Ctg 17 worden beheerd overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93.
-
7.Als de invoer in de Gemeenschap van de producten van de GN-codes 0201, 0202, 0206 10 95, 0206 29 91, 1602 50 10 en 1602 90 61, van oorsprong uit een ACS-staat, in een bepaald jaar een hoeveelheid overschrijdt die overeenkomt met de omvang van de invoer in de Gemeenschap tijdens het jaar waarin vanaf 1969 tot en met 1974 de omvangrijkste communautaire invoer van de betrokken oorsprong heeft plaatsgevonden, verhoogd met een jaarlijks groeipercentage van 7, wordt de vrijstelling van douanerechten voor de betrokken producten van oorsprong volledig of gedeeltelijk geschorst.
Artikel 3
Franse overzeese departementen
-
1.Onverminderd de leden 3 en 4 worden de invoerrechten voor producten van de GN-codes 0102, 0102 90, 0102 90 05, 0102 90 21, 0102 90 29, 0102 90 41, 0102 90 49, 0102 90 51, 0102 90 59, 0102 90 61, 0102 90 69, 0102 90 71, 0102 90 79, 0201, 0202, 0206 10 95, 0206 29 91, 0709 90 60, 0712 90 19, 0714 10 91, 0714 90 11 en 1005 90 00 niet toegepast als het gaat om invoer in de Franse overzeese departementen van producten van oorsprong uit de ACS-staten of uit de landen en gebieden over zee die bestemd zijn voor gebruik in de overzeese departementen en daar op de markt worden gebracht.
-
2.Het douanerecht wordt niet toegepast bij rechtstreekse invoer in het Franse overzeese departement Réunion van rijst van GN-code 1006, met uitzondering van voor zaaidoeleinden bestemde rijst van GN-code 1006 10 10.
-
3.Als de invoer in de Franse overzeese departementen van maïs van oorsprong uit de ACS-staten of uit de landen en gebieden overzee in een bepaald kalenderjaar meer dan 25000 t bedraagt en als die invoer ernstige verstoringen op deze markten veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, neemt de Commissie op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief de nodige maatregelen.
Elke lidstaat kan de door de Commissie genomen maatregelen binnen drie werkdagen na de dag van kennisgeving hiervan bij de Raad aanhangig maken.
De Raad kan binnen een termijn van één maand met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een ander besluit nemen.
-
4.De vrijstelling van douanerechten voor producten van de Franse overzeese departementen van de GN-codes 0714 10 91 en 0714 90 11 geldt voorzover een jaarlijks contingent van 2000 t niet wordt overschreden.
-
5.Voor een maximumhoeveelheid van 8000 t per jaar wordt het overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen(7) vastgestelde douanerecht niet toegepast bij invoer in het overzeese gebiedsdeel Réunion van tarwezemelen van GN-code 2302 30, van oorsprong uit de ACS-staten.
Artikel 4
Tariefpreferenties
De bij deze verordening vastgestelde tariefpreferenties worden berekend op basis van de percentages van het autonome recht als dat recht voor de betrokken producten lager is dan het gewone recht dat is vastgesteld in het gemeenschappelijke douanetarief.
Artikel 5
Tenuitvoerlegging
De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 6, lid 2, of indien nodig overeenkomstig de procedure van artikel 7, lid 2.
Artikel 6
Comitéprocedure
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité van beheer voor granen, dat is ingesteld bij artikel 22 van Verordening (EEG) nr. 1766/92, of door een van de comités van beheer die zijn ingesteld bij de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke marktordening voor de betrokken producten.
Voor landbouwproducten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 827/68 van de Raad van 28 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor bepaalde in bijlage II van het Verdrag vermelde producten(8), en voor producten die onder geen enkele gemeenschappelijke marktordening vallen, wordt de Commissie bijgestaan door het Comité van beheer voor hop, dat is ingesteld bij artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop(9).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt één maand.
-
3.De comités stellen hun reglement van orde vast.
Artikel 7
Comité douanewetboek
-
1.Indien nodig wordt de Commissie bijgestaan door het Comité douanewetboek dat is ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek(10).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt drie maanden.
-
3.Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 8
Vrijwaringsmaatregelen
Verordening (EG) nr. 2285/2002 is van toepassing voor de producten die onder deze verordening vallen.
Artikel 9
Intrekking
Verordening (EG) nr. 1706/98 wordt ingetrokken.
Artikel 10
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2002.
Voor de Raad
De voorzitter
-
P.S. Møller
-
(1)PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.
-
(2)PB L 195 van 1.8.2000, blz. 46.
-
(3)PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
-
(4)Zie bladzijde 3 van dit Publicatieblad.
-
(5)PB L 215 van 1.8.1998, blz. 12.
-
(6)PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 444/2002 (PB L 68 van 12.3.2002, blz. 11).
-
(7)PB L 181 van 1.7.1992, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1666/2000 (PB L 193 van 29.7.2000, blz. 1).
-
(8)PB L 151 van 30.6.1968, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1272/2002 van de Commissie (PB L 184 van 13.7.2002, blz. 7).
-
(9)PB L 175 van 4.8.1971, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1514/2001 (PB L 201 van 26.7.2001, blz. 8).
-
(10)PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).
BIJLAGE I
Lijst van producten waarvoor de in artikel 1, lid 3, bedoelde regeling geldt
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
BIJLAGE II
Specifieke bepalingen ten aanzien van producten van bijlage I
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.