Besluit 2022/12 - Standpunt EU tijdens de 22e vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu en de kustgebieden van de Middellandse Zee (Verdrag van Barcelona) en de bijbehorende protocollen, wat betreft de vaststelling van een besluit om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor SOx-emissies (Med SOx ECA) krachtens bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Marpol-Verdrag)

1.

Wettekst

7.1.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 4/10

 

BESLUIT (EU) 2022/12 VAN DE RAAD

van 2 december 2021

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de 22e vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu en de kustgebieden van de Middellandse Zee (Verdrag van Barcelona) en de bijbehorende protocollen, wat betreft de vaststelling van een besluit om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor SOx-emissies (Med SOx ECA) krachtens bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Marpol-Verdrag)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Het gewijzigde Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu en de kustgebieden van de Middellandse Zee (“het Verdrag van Barcelona”) is door de Unie gesloten bij Besluit 1999/802/EG van de Raad (1) en is op 9 juli 2004 in werking getreden.

 

(2)

Overeenkomstig artikel 18, lid 2, punt vi), van het Verdrag van Barcelona kan de vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen alle voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag van Barcelona en de protocollen benodigde maatregelen overwegen en nemen. Op grond van artikel 43 van het reglement van orde voor vergaderingen van de partijen worden, tenzij bij het Verdrag van Barcelona, de protocollen of het financieel statuut anders is bepaald, materiële besluiten aangenomen met een tweederdemeerderheid van de aanwezige en stemmende partijen.

 

(3)

De partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen zijn voornemens tijdens de 22e vergadering van 7 tot en met 10 december 2021 een besluit (“het besluit van de partijen”) vast te stellen om een voorstel ter behandeling door de 78e zitting van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu (“Marine Environment Protection Committee — MEPC 78”) van de Internationale Maritieme Organisatie in 2022 in te dienen dat ertoe strekt de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor SOx-emissies (Med SOx ECA), en de datum van inwerkingtreding vast te stellen.

 

(4)

Het besluit van de partijen betreft de bescherming van het milieu, wat een gedeelde bevoegdheid is van de Unie en haar lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 2, punt e), van het Verdrag. Het besluit van de partijen valt niet binnen een gebied dat grotendeels onder de Unieregels over die bescherming valt. De Unie is niet voornemens gebruik te maken van de mogelijkheid om haar externe bevoegdheid uit te oefenen op gebieden waarop het besluit van de partijen betrekking heeft en waarvoor zij haar bevoegdheid nog niet intern heeft uitgeoefend.

 

(5)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen, aangezien het besluit van de partijen betrekking heeft op de indiening van een voorstel ter behandeling door MEPC 78, namens een organisatie waarbij de Unie partij is, om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor SOx-emissies (Med SOx ECA), en daarom een handeling met rechtsgevolgen is.

 

(6)

Aangezien het besluit van de partijen tot doel heeft de eisen inzake de bescherming van de Middellandse Zee te moderniseren, in overeenstemming met de ambitie van de Unie om de verontreiniging van het mariene milieu terug te dringen en de menselijke gezondheid te beschermen, moet de Unie de vaststelling van het besluit van de partijen steunen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 22e vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen is dat de vaststelling van een besluit om een voorstel ter behandeling door de 78e zitting van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de Internationale Maritieme Organisatie in te dienen om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor SOx-emissies (Med SOx ECA) en de datum van inwerkingtreding vast te stellen, wordt gesteund.

Artikel 2

De vertegenwoordigers van de Unie kunnen, in het licht van de ontwikkelingen tijdens de 22e vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen, instemmen met een verfijning van het in artikel 1 bedoelde standpunt, in overleg met de lidstaten tijdens coördinatievergaderingen ter plaatse, zonder nader besluit van de Raad.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 2 december 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

  • J. 
    VRTOVEC
 

  • (1) 
    Besluit van de Raad 1999/802/EG van 22 oktober 1999 betreffende de aanvaarding van de wijzigingen in het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging en in het Protocol inzake de voorkoming van verontreiniging van de Middellandse Zee door storten vanuit schepen en luchtvaartuigen (Verdrag van Barcelona) (PB L 322 van 14.12.1999, blz. 32).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.