Verordening 2024/1449 - Hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan - Hoofdinhoud
Publicatieblad van de Europese Unie |
NL L-serie |
2024/1449 |
24.5.2024 |
VERORDENING (EU) 2024/1449 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 14 mei 2024
tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212 en artikel 322, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien het advies van de Rekenkamer (1),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
(1) |
De Unie is gegrondvest op de in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) genoemde waarden, waaronder democratie, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten. Deze waarden maken deel uit van de toetredingscriteria die tijdens de Europese Raad van Kopenhagen in juni 1993 zijn vastgesteld (hierna: “criteria van Kopenhagen”), die de voorwaarden vormen om voor het lidmaatschap van de Unie in aanmerking te komen. |
(2) |
Het uitbreidingsproces is gebaseerd op vastgestelde criteria, eerlijke en consistente conditionaliteit en het beginsel van eigen verdiensten. Een vastberaden toepassing van het “eerst de basis”-beginsel, dat een sterke nadruk vereist op de rechtsstaat, de grondrechten, de werking van democratische instellingen en de hervorming van het openbaar bestuur, alsook op economische criteria, blijft van essentieel belang. De voortgang hangt af van de uitvoering door elke begunstigde van de hervormingen die nodig zijn om zich aan het acquis van de Unie aan te passen. Regionale samenwerking en goed nabuurschap blijven cruciale onderdelen van het uitbreidingsproces. |
(3) |
De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft nog eens laten zien dat uitbreiding vanuit geostrategisch oogpunt een investering in vrede, veiligheid en stabiliteit is. De Unie zet zich volledig en ondubbelzinnig in voor het vooruitzicht van het EU-lidmaatschap van de Westelijke Balkan. Het is daarom verheugend dat de partners van de Westelijke Balkan zich sterk oriënteren op en inzetten voor toenadering tot de Unie, als uitdrukking van hun strategische keuze en de plaats die zij willen innemen in onze gemeenschap van waarden. Niettemin moet het toetredingsproces van de partners van de Westelijke Balkan stevig verankerd zijn in tastbare en concrete stappen en hervormingen. |
(4) |
Het is in het gemeenschappelijk belang van de Unie en haar partners van de Westelijke Balkan, te weten Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo (*1), Montenegro, Noord-Macedonië en Servië (de “begunstigden”), om vooruitgang te boeken bij de inspanningen om hun politieke, juridische en economische systemen te hervormen met het oog op hun toekomstig lidmaatschap van de Unie, en om hun toetredingsproces te ondersteunen. Het vooruitzicht van het lidmaatschap van de Unie is een krachtige motor voor veranderingsprocessen en leidt tot positieve democratische, politieke, economische en maatschappelijke veranderingen. |
(5) |
Sommige voordelen van het lidmaatschap van de Unie moeten voorafgaand aan de toetreding tot stand komen. Economische convergentie staat centraal bij die voordelen. Momenteel ligt het niveau van convergentie van de Westelijke Balkan in termen van bbp per hoofd van de bevolking in koopkrachtstandaard laag met 30 % en 50 % van het EU-gemiddelde en vordert de convergentie niet snel genoeg. |
(6) |
Om die ongelijkheid te verkleinen, heeft de Commissie in haar mededeling van 8 november 2023, getiteld “Nieuw groeiplan voor de Westelijke Balkan”, een nieuw groeiplan voor de Westelijke Balkan opgesteld op basis van vier pijlers: a) meer integratie met de eengemaakte markt van de EU; b) bevordering van regionale economische integratie, op basis van EU-regels en -normen, door het bestaande actieplan voor de gemeenschappelijke regionale markt volledig uit te voeren; c) verdieping van hervormingen die gericht zijn op het versnellen van de groei in de regio, bevordering van economische convergentie en versterking de regionale stabiliteit, en d) vaststelling van een nieuw financieringsinstrument: de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan (“de faciliteit”). |
(7) |
De uitvoering van dat groeiplan vereist meer financiering in het kader van een specifiek nieuw financieringsinstrument, de hervormings- en groeifaciliteit, om de regio te helpen bij de uitvoering van hervormingen ter verwezenlijking van duurzame economische groei, regionale integratie en een gemeenschappelijke regionale markt. |
(8) |
Om de doelstellingen van het nieuwe groeiplan voor de Westelijke Balkan te bereiken, moet bijzondere nadruk worden gelegd op sectoren die kunnen fungeren als belangrijke multiplicatoren voor sociale en economische ontwikkeling: connectiviteit, met inbegrip van duurzaam vervoer, decarbonisatie, energie, groene en digitale transitie, alsmede onderwijs en ontwikkeling van vaardigheden, in het bijzonder van jongeren. |
(9) |
Duurzame vervoersinfrastructuur is essentieel om de connectiviteit tussen de partners van de Westelijke Balkan en met de Unie te verbeteren. Vervoersinfrastuctuur moet bijdragen tot de integratie van de regio van de Westelijke Balkan in de Unie. In haar voorstel tot herziening van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T) heeft de Commissie een nieuwe corridor opgenomen die de Westelijke Balkan doorkruist (corridor Westelijke Balkan — oostelijk Middellandse Zeegebied). Het TEN-T-netwerk moet de referentie zijn voor de financiering van duurzame vervoersinfrastructuur in die regio, ook voor milieuvriendelijke vervoermiddelen, zoals spoorwegen. |
(10) |
De faciliteit moet investeringen en hervormingen ondersteunen die het pad van de begunstigden naar de digitale transformatie van de economie en de samenleving bevorderen, in overeenstemming met de visie van de Unie voor 2030 die is gepresenteerd in de mededeling van de Commissie van 9 maart 2021, getiteld “Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium”, ter bevordering van een inclusieve digitale economie die ten goede komt aan alle burgers. De faciliteit moet ernaar streven de verwezenlijking door de begunstigden van de algemene doelstellingen en digitale streefcijfers met betrekking tot de Unie te vergemakkelijken. Zoals de Commissie in haar mededeling van 15 juni 2023 getiteld “Uitvoering van de toolbox voor 5G-cyberbeveiliging” heeft uiteengezet, moet de toolbox voor 5G-cyberbeveiliging de referentie zijn voor financiering van de Unie om de beveiliging, veerkracht en bescherming van de integriteit van digitale infrastructuurprojecten in de regio te waarborgen. |
(11) |
De steun in het kader van de faciliteit moet worden verleend om algemene en specifieke doelstellingen te bereiken, op basis van vastgestelde criteria en met duidelijke betalingsvoorwaarden. Deze algemene en specifieke doelstellingen moeten worden nagestreefd op een manier dat ze elkaar wederzijds versterken. De faciliteit moet het uitbreidingsproces ondersteunen door de afstemming op waarden, wetten, regels, normen, beleidsmaatregelen en praktijken van de Unie (“acquis”) met het oog op lidmaatschap van de Unie, het versnellen van de regionale economische integratie en de geleidelijke integratie van de begunstigden in de eengemaakte markt van de Unie en hun sociaal-economische convergentie met de Unie. De faciliteit moet ook regionale samenwerking, goede nabuurschapsbetrekkingen en verzoening en geschillenbeslechting bevorderen. |
(12) |
Naast het stimuleren van de sociaal-economische convergentie moet de faciliteit ook bijdragen tot snellere hervormingen in verband met de fundamentele aspecten van het uitbreidingsproces, waaronder de rechtsstaat, de grondrechten, onder meer de rechten van personen die tot minderheden behoren, met inbegrip van nationale minderheden en Roma, alsook de rechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LGBTI). Het moet ook de werking van democratische instellingen en overheidsdiensten verbeteren; overheidsopdrachten, toezicht op staatssteun en beheer van de overheidsfinanciën; de bestrijding van alle vormen van corruptie en georganiseerde criminaliteit; onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit en werkgelegenheidsbeleid; de groene transitie, klimaat- en milieudoelstellingen van de regio. |
(13) |
De steun van de Unie in het kader van de faciliteit moet een aanvulling vormen op de bilaterale en regionale steun uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad (3), dat het belangrijkste instrument is voor de voorbereiding van de begunstigden op het lidmaatschap van de Unie, waar mogelijk met gebruikmaking van reeds bestaande mechanismen en structuren en het optimaliseren van synergieën. De aanpak moet voortbouwen op de bestaande methodologie voor uitbreiding, met name de herziene methodologie van 2020 die de Commissie heeft gepresenteerd in haar mededeling van 5 februari 2020 getiteld “Bevordering van het toetredingsproces — Een geloofwaardig EU-perspectief voor de Westelijke Balkan”, en het economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan dat de Commissie op 6 oktober 2020 heeft aangenomen. |
(14) |
De faciliteit moet de bestaande economische en financiële dialoog aanvullen zonder het toepassingsgebied ervan aan te tasten, waardoor de economische integratie en de voorbereiding van het multilaterale toezicht van de Unie op het economisch beleid worden versterkt. |
(15) |
De faciliteit moet de ontwikkeling van beginselen inzake doeltreffendheid bevorderen, met inachtneming van de additionaliteit bij en de aanvullendheid op de steun die in het kader van andere programma’s en instrumenten van de Unie wordt verleend, de voorkoming van overlapping en de waarborging van synergieën tussen bijstand uit hoofde van deze verordening en andere bijstand, met inbegrip van geïntegreerde financiële pakketten bestaande uit zowel export- als ontwikkelingsfinanciering, van de Unie, de lidstaten, derde landen, multilaterale en regionale organisaties en entiteiten. |
(16) |
Conform het beginsel van inclusief partnerschap zorgt de Commissie ervoor dat relevante belanghebbenden in de begunstigde landen, met inbegrip van parlementen, lokale en regionale overheden, sociale partners en maatschappelijke organisaties, terdege worden geraadpleegd en op tijd toegang hebben tot relevante informatie, zodat zij een zinvolle rol kunnen spelen bij de opzet en uitvoering van programma’s en bij de daarmee verband houdende monitoring. |
(17) |
Op maat gesneden en gerichte technische bijstand en bijstand voor grensoverschrijdende samenwerking moeten verder worden verleend ter ondersteuning van de doelstellingen van deze faciliteit en ter versterking van de relevante capaciteiten van de begunstigden om de hervormingsagenda’s uit te voeren. |
(18) |
De faciliteit moet zorgen voor samenhang met en ondersteuning van de algemene doelstellingen van het externe optreden van de Unie zoals vastgelegd in artikel 21 VEU, met inbegrip van de eerbiediging van de grondrechten die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De faciliteit moet met name zorgen voor de bescherming en bevordering van de mensenrechten en de rechtsstaat. |
(19) |
De faciliteit moet innovatie, onderzoek en samenwerking tussen academische instellingen en de industrie stimuleren ter bevordering van de groene en de digitale transitie, en lokale industrieën ondersteunen waarbij de nadruk wordt gelegd op lokale micro- kleine en middelgrote ondernemingen en start-ups; |
(20) |
De begunstigden moeten blijk geven van een geloofwaardige inzet voor de Europese waarden, onder meer door zich aan te sluiten bij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, met inbegrip van beperkende maatregelen van de Unie. |
(21) |
Bij de uitvoering van de faciliteit moet rekening worden gehouden met de strategische autonomie van de Unie, de strategische belangen van de Unie en haar lidstaten en de waarden waarop de Unie is gegrondvest. |
(22) |
Activiteiten in het kader van de faciliteit moeten bijdragen tot de sociale, klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie, en tot de voortgang met de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, de Overeenkomst van Parijs aangenomen uit hoofde van het VN-raamverdrag inzake klimaatverandering, het VN-verdrag inzake biologische diversiteit en het VN-verdrag ter bestrijding van woestijnvorming, en mogen niet bijdragen tot aantasting van het milieu of schade toebrengen aan het milieu of het klimaat. De in het kader van de faciliteit gefinancierde maatregelen moeten in overeenstemming zijn met de nationale energie- en klimaatplannen van de begunstigden, hun nationaal bepaalde bijdrage en hun ambitie om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. De faciliteit moet bijdragen tot de beperking van klimaatverandering en tot het vermogen om zich aan te passen aan de negatieve gevolgen van de klimaatverandering, en klimaatbestendigheid bevorderen. Financiering in het kader van de faciliteit moet met name de transitie naar een koolstofvrije, klimaatneutrale, klimaatbestendige en circulaire economie bevorderen. |
(23) |
Bij de uitvoering van deze verordening moeten de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie, zoals uiteengezet in de strategieën voor een Unie van gelijkheid, richtinggevend zijn. Daarbij moeten gendergelijkheid en gendermainstreaming worden uitgedragen en bevorderd, en moet worden gezorgd voor een zinvolle deelname van vrouwen aan besluitvormingsprocessen en de empowerment van vrouwen en meisjes, en moet worden gestreefd naar de bescherming en bevordering van vrouwen- en meisjesrechten, en moet geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld worden voorkomen en bestreden, rekening houdend met de relevante genderactieplannen van de EU en de desbetreffende conclusies van de Raad en internationale verdragen. Bij de uitvoering van deze verordening moet bovendien de Europese pijler van sociale rechten volledig in acht worden genomen, onder meer met betrekking tot het systeem voor kinderbescherming en arbeidsrechten. De uitvoering van de faciliteit moet in overeenstemming zijn met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (4) en het bijbehorende protocol, en moet zorgen voor toegankelijkheid van haar investeringen en technische bijstand, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad (5). |
(24) |
Deze verordening moet de groene agenda voor de Westelijke Balkan opgenomen in de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020, getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” promoten door milieubescherming en milieuherstel te versterken, bij te dragen tot de mitigatie van klimaatverandering en meer klimaatbestendigheid, en vaart te zetten achter de overgang naar een koolstofarme economie. |
(25) |
Gezien de Europese Green Deal als de Europese strategie voor duurzame groei en gezien het belang om de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen aan te pakken in overeenstemming met de toezeggingen in het Interinstitutioneel Akkoord, moet de faciliteit bijdragen tot de verwezenlijking van een algemeen streefcijfer van 30 % van de begrotingsuitgaven van de Unie voor de ondersteuning van de klimaatdoelstellingen en 7,5 % in 2024 en 10 % in 2026 en 2027 voor de biodiversiteitsdoelstellingen. Ten minste 37 % van de niet-terugbetaalbare financiële steun die via het investeringskader voor de Westelijke Balkan (WBIF) wordt verstrekt, moet in overeenstemming zijn met de klimaatdoelstellingen. Dat bedrag moet worden berekend aan de hand van de Rio-indicatoren overeenkomstig de verplichting om de internationale klimaatfinanciering van de EU aan de OESO te rapporteren, alsook andere internationale overeenkomsten of kaders. Al in juni 2025 zullen de EU-klimaatcoëfficiënten, die van toepassing zijn op alle programma’s in het kader van het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 en uiteengezet zijn in het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Climate Mainstreaming Architecture in the 2021-2027 Multiannual Financial Framework” (SWD (2022) 225), ook worden toegepast op klimaatuitgaven in het kader van rubriek 6 van het MFK (“Nabuurschap en internationaal beleid”). De faciliteit zal worden afgestemd op de aanpak van andere instrumenten van rubriek 6, waaronder het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III), om te zorgen voor consistente klimaatrapportage in de regio. Met de faciliteit moeten activiteiten worden ondersteund die de normen en prioriteiten van de Unie op klimaat- en milieugebied volledig eerbiedigen en voldoen aan het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”, in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad (6). |
(26) |
De Commissie moet, in samenwerking met de lidstaten en de begunstigden, zorgen voor naleving, samenhang, verenigbaarheid en complementariteit, meer transparantie en verantwoordingsplicht bij het verlenen van bijstand, onder meer door passende internecontrolesystemen en fraudebestrijdingsbeleid in te voeren. De beschikbaarstelling van de steun uit hoofde van de faciliteit moet afhankelijk worden gesteld van de noodzakelijke basisvoorwaarden dat elk van de begunstigden doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair meerpartijenstelsel, vrije en eerlijke verkiezingen, pluralistische media, een onafhankelijke rechterlijke macht en de rechtsstaat eerbiedigt, en de inachtneming van alle mensenrechtenverplichtingen garandeert, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren. Een andere basisvoorwaarde moet zijn dat Servië en Kosovo zich aantoonbaar, met meetbare vorderingen en tastbare resultaten, constructief inzetten voor de normalisering van hun betrekkingen met het oog op de volledige uitvoering van al hun respectieve verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst over het pad naar normalisering en de uitvoeringsbijlage daarbij, alsook uit alle eerdere dialoogovereenkomsten, en onderhandelingen aangaan over de brede overeenkomst inzake normalisering van de betrekkingen. |
(27) |
Het totale maximumbedrag voor de steun van de Unie via de faciliteit moet 6 miljard EUR in lopende prijzen bedragen voor de periode 2024-2027, waarvan maximaal 2 miljard EUR in de vorm van niet-terugbetaalbare steun en 4 miljard EUR aan concessionele leningen voor financiële bijstand die door de Unie zijn verstrekt en gedekt worden uit de 2 miljard EUR. Ten minste de helft van het totale bedrag moet worden toegewezen via het WBIF, met inbegrip van het volledige bedrag van de niet-terugbetaalbare steun, verminderd met 1,5 % voor de technische en administratieve bijstand en de bedragen die nodig zijn voor de voorzieningen voor de leningen. |
(28) |
In deze verordening worden de financiële middelen voor de gehele looptijd van de faciliteit vastgesteld die in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure voor het Europees Parlement en de Raad het voornaamste referentiebedrag moeten vormen in de zin van punt 18 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer, alsmede de nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (7). |
(29) |
De financiële verplichtingen die voortvloeien uit de uit hoofde van de faciliteit verstrekte leningen mogen niet worden ondersteund door de garantie voor extern optreden, in afwijking van artikel 31, lid 3, tweede zin, van Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad (8). Steun in de vorm van leningen in het kader van deze faciliteit moet financiële bijstand vormen in de zin van artikel 220, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (9) (het “Financieel Reglement”). Een indicatief bedrag van de financiering voor elke begunstigde moet worden berekend op basis van de formule in de bijlage, waarbij het bevolkingsaandeel van een begunstigde partner in de totale bevolking van de Westelijke Balkan wordt gecombineerd met het gemiddelde bbp per hoofd van de bevolking van de Westelijke Balkan in vergelijking met het bbp per hoofd van de bevolking van de respectieve begunstigde partner, met een wegingsfactor van respectievelijk 60 % en 40 %. Indien niet aan de betalingsvoorwaarden voor de vrijgave van middelen is voldaan, kan de Commissie een deel van of het volledige bedrag onder andere begunstigden kunnen herverdelen. |
(30) |
Op deze verordening zijn de horizontale financiële regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) hebben vastgesteld, van toepassing. Die regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, aanbestedingen, indirect beheer, financiële bijstand blendingverrichtingen en de vergoeding van externe deskundigen, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. |
(31) |
Beperkingen met betrekking tot de subsidiabiliteit in gunningsprocedures in het kader van de faciliteit moeten worden voorzien wanneer dat passend is gezien de specifieke aard van de activiteit of wanneer de activiteit de veiligheid of de openbare orde schaadt. |
(32) |
Om de efficiënte uitvoering van de faciliteit te waarborgen, waaronder de vergemakkelijking van de integratie van de begunstigden in de Europese waardeketens, moeten alle in het kader van deze faciliteit gefinancierde en aangekochte leveringen en materialen die afkomstig zijn uit de lidstaten, de begunstigden, kandidaatlanden en partijen bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en landen die begunstigden een niveau van steun bieden dat vergelijkbaar is met dat wat geboden wordt door de Unie, gelet op de omvang van hun economie, en waarvoor wederzijdse toegang tot externe hulp in de begunstigden is vastgesteld door de Commissie, tenzij de leveringen en materialen in geen van die landen tegen redelijke voorwaarden kunnen worden ingekocht. |
(33) |
Met inachtneming van het beginsel dat de begroting van de Unie jaarlijks wordt vastgesteld, moet de mogelijkheid worden gewaarborgd om de flexibiliteit overeenkomstig het Financieel Reglement toe te passen op ander beleid, ook voor overdrachten en nieuwe vastleggingen van middelen, om de middelen van de Unie efficiënt te gebruiken en aldus optimaal gebruik te maken van de uit hoofde van de faciliteit beschikbare middelen van de Unie. |
(34) |
De uitvoering van de faciliteit moet worden geschraagd door een samenhangende en geprioriteerde reeks gerichte hervormingen en investeringsprioriteiten (de “hervormingsagenda”), die een kader biedt voor het stimuleren van inclusieve duurzame sociaal-economische groei, duidelijk geformuleerd en afgestemd op de toetredingsvereisten van de Unie en de basisvoorwaarden van het proces van uitbreiding. De hervormingsagenda zal dienen als een overkoepelend kader om de doelstellingen van de faciliteit te bereiken. De hervormingsagenda moet worden opgesteld in nauw overleg met de relevante belanghebbenden, waaronder de parlementen van de begunstigden, lokale en regionale vertegenwoordigende organen en autoriteiten, sociale partners en maatschappelijke organisaties, en hun input moet worden opgenomen in de hervormingsagenda’s. |
(35) |
De uitbetaling van de steun van de Unie moet afhankelijk worden gesteld van de naleving van de betalingsvoorwaarden en van meetbare vooruitgang bij de uitvoering van hervormingen die zijn vastgesteld in de hervormingsagenda’s die door de Commissie zijn beoordeeld en formeel zijn goedgekeurd. De vrijmaking van middelen moet dienovereenkomstig worden gestructureerd en de doelstellingen van de faciliteit weerspiegelen. |
(36) |
De hervormingsagenda’s moeten gerichte hervormingsmaatregelen en prioritaire investeringsgebieden bevatten, samen met betalingsvoorwaarden in de vorm van meetbare kwalitatieve en kwantitatieve stappen die een bevredigende vooruitgang bij de uitvoering van of voltooiing van die maatregelen garanderen, en een indicatief tijdschema voor de uitvoering van die maatregelen. De hervormingsagenda’s moeten ook een voorlopige lijst bevatten van geplande investeringsprojecten die bestemd zijn voor financiering in het kader van het WBIF. Deze stappen moeten uiterlijk op 31 augustus 2027 worden gepland, hoewel de algehele voltooiing van de maatregelen waarop dergelijke stappen betrekking hebben, zich tot na 2027 moet kunnen uitstrekken, maar niet later dan 31 december 2028. |
(37) |
De hervormingsagenda’s moeten tevens een toelichting bevatten op het systeem van de begunstigde om onregelmatigheden, corruptie, waaronder corruptie op hoog niveau, fraude en belangenconflicten bij het gebruik van de in het kader van de faciliteit verstrekte middelen doeltreffend te voorkomen, op te sporen en te corrigeren, en over de regelingen om dubbele financiering van dezelfde uitgaven uit de faciliteit en uit andere Unieprogramma’s en donoren te voorkomen. |
(38) |
De hervormingsagenda’s moeten een toelichting bevatten over de wijze waarop de maatregelen naar verwachting zullen bijdragen tot de klimaat- en milieudoelstellingen, het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en de digitale transformatie. |
(39) |
De maatregelen in het kader van de hervormingsagenda’s moeten bijdragen tot de verbetering van een efficiënt systeem voor het beheer en de controle van de overheidsfinanciën, de bestrijding van witwassen, belastingontduiking, belastingontwijking, corruptie, fraude en georganiseerde misdaad en tot een doeltreffend systeem voor toezicht op staatssteun, gericht op het waarborgen van eerlijke voorwaarden voor alle ondernemingen. Dergelijke maatregelen moeten door de begunstigde worden uitgevoerd vóór een indicatieve datum die, naargelang van de maatregel, in het begin van de uitvoeringsfase van de faciliteit kan worden vastgesteld. |
(40) |
De hervormingsagenda’s moeten resultaatgericht zijn en indicatoren bevatten voor het beoordelen van de vorderingen bij de verwezenlijking van de in deze verordening vastgestelde algemene en specifieke doelstellingen van de faciliteit. Deze indicatoren moeten gebaseerd zijn op internationaal overeengekomen indicatoren. De indicatoren moeten ook zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de belangrijkste prestatie-indicatoren die zijn opgenomen in het resultatenkader van het IPA III, in het kader voor de meting van de resultaten van het EFDO+ en in het WBIF. De indicatoren moeten relevant, aanvaard, geloofwaardig, eenvoudig en robuust zijn. |
(41) |
Fondsen in het kader van de faciliteit mogen geen activiteiten of maatregelen ondersteunen die vredesakkoorden in de regio ondermijnen. |
(42) |
De Commissie moet elke hervormingsagenda beoordelen op basis van de in deze verordening uiteengezette lijst van criteria. Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om die hervormingsagenda’s goed te keuren. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (10). De Commissie zal naar behoren rekening houden met Besluit 2010/427/EU van de Raad (11) en de rol van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) waar passend, en met name bij het toezicht op de vervulling van de basisvoorwaarden voor steun van de Unie. |
(43) |
Het in deze verordening bedoelde uitvoeringsbesluit van de Commissie moet tegelijkertijd een werkprogramma vormen in de zin van artikel 110, lid 2, van het Financieel Reglement met betrekking tot het bedrag van de niet-terugbetaalbare financiële steun uit hoofde van deze verordening. |
(44) |
Gezien de behoefte aan flexibiliteit bij de uitvoering van de faciliteit moet een begunstigde bij de Commissie een met redenen omkleed verzoek kunnen indienen voor een wijziging van het uitvoeringsbesluit, wanneer de hervormingsagenda, met inbegrip van de desbetreffende betalingsvoorwaarden, vanwege objectieve omstandigheden, geheel of gedeeltelijk niet meer haalbaar is. Een begunstigde moet een met redenen omkleed verzoek tot wijziging van de hervormingsagenda kunnen indienen, onder meer door in voorkomend geval addenda voor te stellen. |
(45) |
De Commissie moet het uitvoeringsbesluit kunnen wijzigen, met name om rekening te houden met een wijziging van de beschikbare bedragen. |
(46) |
In geval van herverdeling van steun in het kader van deze faciliteit die ertoe zou leiden dat een begunstigde aanvullende steun zou ontvangen, moet de betreffende begunstigde een herziene hervormingsagenda met extra maatregelen indienen. De Commissie licht het Europees Parlement en de Raad in alvorens een besluit over de herverdeling te nemen. |
(47) |
Met elke begunstigde moet een faciliteitsovereenkomst worden gesloten om de beginselen van de financiële samenwerking tussen de Unie en de begunstigde vast te leggen en de nodige mechanismen te specificeren met betrekking tot de controle, toezicht, monitoring, evaluatie, verslaglegging en audit van de financiering van de Unie in het kader van de faciliteit, regels inzake belastingen, rechten en heffingen en maatregelen om onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te corrigeren. Bijgevolg moet met elke begunstigde ook een leningsovereenkomst worden gesloten met specifieke bepalingen voor het beheer en de uitvoering van financiering in de vorm van leningen. Zowel de faciliteitsovereenkomst als de leningsovereenkomst moet op verzoek worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad. |
(48) |
De faciliteitsovereenkomst moet met inachtneming van de EU-beginselen inzake gegevensbescherming en de toepasselijke gegevensbeschermingsregels voorzien in de verplichting voor begunstigden om te zorgen voor de verzameling van en toegang tot voldoende gegevens over personen en entiteiten die financiering ontvangen voor de uitvoering van de hervormingsagenda’s, met inbegrip van informatie over uiteindelijke begunstigden. |
(49) |
Financiële steun voor de hervormingsagenda’s moet mogelijk zijn in de vorm van een lening. In het kader van de financieringsbehoeften van de begunstigden is het passend de financiële bijstand te organiseren uit hoofde van de gediversifieerde financieringsstrategie van artikel 220 bis van het Financieel Reglement, die daarin als één enkele financieringsmethode is vastgelegd en waarvan verwacht wordt dat zij zal zorgen voor een grotere liquiditeit van obligaties van de Unie en de uitgiften van de Unie aantrekkelijker en kostenefficiënter zal maken. |
(50) |
Het is passend de begunstigden leningen te verstrekken tegen zeer gunstige voorwaarden met een looptijd van ten hoogste veertig jaar en niet vóór 2034 met de aflossing van de hoofdsom te beginnen. Het is ook passend af te wijken van artikel 220, lid 4, van het Financieel Reglement. |
(51) |
Aangezien de financiële risico’s die verbonden zijn aan de steun aan de begunstigden in de vorm van leningen uit hoofde van de faciliteit vergelijkbaar zijn met de financiële risico’s die verbonden zijn aan leningsverrichtingen in het kader van Verordening (EU) 2021/947, moet de voorziening voor de financiële verplichting uit hoofde van leningen in het kader van deze verordening worden gevormd tegen een percentage van 9 %, in overeenstemming met artikel 211 van het Financieel Reglement, en moet de financiering van de voorziening worden gefinancierd uit het te besteden bedrag van 2 miljard EUR in het kader van de faciliteit. |
(52) |
Om ervoor te zorgen dat het voorzieningspercentage toereikend blijft voor de financiële risico’s en om de voortgang van de uitvoering van de faciliteit weer te geven, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen teneinde het voorzieningspercentage te wijzigen en de gedetailleerde elementen van het scorebord vast te stellen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (12). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
(53) |
Om het hefboomeffect van de financiële steun van de Unie voor het aantrekken van aanvullende investeringen te maximaliseren en ervoor te zorgen dat de Unie zeggenschap behoudt over de uitgaven, moeten de infrastructuurinvesteringen ter ondersteuning van de hervormingsagenda’s via het WBIF worden uitgevoerd. Individuele projecten of programma’s mogen pas voor advies aan de operationele raad van het WBIF worden voorgelegd nadat de in de hervormingsagenda’s vastgestelde relevante betalingsvoorwaarden zijn vervuld. Indien niet binnen een jaar aan de relevante betalingsvoorwaarden voor investeringen wordt voldaan, moet de Commissie de investeringsfinanciering in het kader van het WBIF onder de andere begunstigden kunnen herverdelen. |
(54) |
Om ervoor te zorgen dat de begunstigden beschikken over startfinanciering voor de uitvoering van de eerste hervormingen, moet elke begunstigde toegang hebben tot 7 % van het totale bedrag dat in het kader van de financiële bijstand van deze faciliteit is voorzien in de vorm van voorfinanciering, mits er middelen beschikbaar zijn en de basisvoorwaarden voor de steun in het kader van de faciliteit in acht worden genomen. |
(55) |
Het is belangrijk om zowel flexibiliteit als programmeerbaarheid te waarborgen bij het verlenen van steun van de Unie aan de begunstigden. Daartoe moeten middelen in het kader van de faciliteit worden vrijgegeven volgens een vast halfjaarlijks tijdschema, afhankelijk van de beschikbaarheid van financiering, op basis van een door de begunstigden ingediend verzoek om vrijgave van middelen en nadat de Commissie heeft geverifieerd dat op bevredigende wijze is voldaan aan zowel de algemene voorwaarden inzake macrofinanciële stabiliteit, goed beheer van de overheidsfinanciën, transparantie van en toezicht op de begroting als de desbetreffende betalingsvoorwaarden. Indien aan een betalingsvoorwaarde niet is voldaan overeenkomstig het indicatieve tijdschema dat is vastgesteld in het besluit tot goedkeuring van de hervormingsagenda, kan de Commissie de uitbetaling van de middelen die verband houden met die voorwaarde, geheel of gedeeltelijk inhouden, volgens een methodiek voor gevallen van gedeeltelijke nakoming. De uitbetaling van de overeenkomstige ingehouden middelen zou kunnen plaatsvinden tijdens de volgende termijn voor de vrijgave van middelen en tot twaalf maanden na de oorspronkelijke uiterste termijn die in het indicatieve tijdschema is vastgelegd, mits aan de voorwaarden voor betaling is voldaan. In het eerste jaar van uitvoering moet die termijn worden verlengd tot 24 maanden na de eerste negatieve beoordeling. |
(56) |
In afwijking van artikel 116, leden 2 en 5, van het Financieel Reglement is het passend om de betalingstermijn voor bijdragen aan staatsbegrotingen vast te stellen vanaf de datum van de mededeling van het besluit waarmee de uitbetaling aan de begunstigde partner wordt goedgekeurd en om de betaling van vertragingsrente door de Commissie aan de begunstigde partner uit te sluiten. |
(57) |
De Commissie moet, op verzoek van het Europees Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure, gedetailleerde informatie verstrekken over de uitvoering van de begroting van de Unie in het kader van de faciliteit, met name over uitgevoerde controles, met inbegrip van vastgestelde tekortkomingen en genomen corrigerende maatregelen, en over de gunning van contracten voor investeringen in het kader van het WBIF, in voorkomend geval met inbegrip van het bedrag van de medefinanciering van de begunstigden en andere bronnen van bijdragen, onder meer uit andere financieringsinstrumenten van de Unie. |
(58) |
In het kader van de beperkende maatregelen van de EU, die krachtens artikel 29 VEU en artikel 215 VWEU, zijn vastgesteld, mogen direct noch indirect fondsen of economische middelen beschikbaar worden gesteld aan of ten behoeve van aangewezen rechtspersonen, entiteiten of organen. Dergelijke aangewezen entiteiten, en entiteiten die daarvan eigendom zijn of onder hun zeggenschap staan, mogen bijgevolg geen steun uit de faciliteit ontvangen. |
(59) |
Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (13) en de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 (14), (Euratom, EG) nr. 2185/96 (15) en (EU) 2017/1939 (16) van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, waaronder maatregelen die verband houden met preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden, fraude, corruptie, belangenconflicten, dubbele financiering en met de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede financiële middelen. |
(60) |
Met name moet het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig de Verordeningen (Euratom, EG) nr. 2185/96 en (EU, Euratom) nr. 883/2013 de bevoegdheid hebben om administratieve onderzoeken uit te voeren, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. |
(61) |
Overeenkomstig artikel 129 van het Financieel Reglement moeten de nodige rechten en toegang worden verleend aan de Commissie, OLAF, de Europese Rekenkamer en, indien van toepassing, het Europees Openbaar Ministerie (EOM), ook van derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie. |
(62) |
De Commissie moet ervoor zorgen dat de financiële belangen van de Unie in het kader van de faciliteit doeltreffend worden beschermd. De Commissie moet, gezien de jarenlange ervaring op het gebied van financiële bijstand die ook onder indirect beheer aan de begunstigden is verleend, en rekening houdend met hun geleidelijke afstemming op de internecontrolenormen en -praktijken van de Unie, grotendeels vertrouwen op de werking van de systemen voor interne controle en fraudepreventie van de begunstigden. Met name moeten de Commissie en OLAF en, indien van toepassing, het EOM, onverwijld in kennis worden gesteld van alle vermoedelijke gevallen van onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten die van invloed zijn op de uitvoering van middelen in het kader van de faciliteit. |
(63) |
Voorts dienen begunstigden onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, waarover een eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgesteld, onverwijld aan de Commissie te melden en haar op de hoogte te houden van het verloop van de administratieve en gerechtelijke procedures. Teneinde de werkwijze aan te passen aan de goede praktijken in de lidstaten dienen dergelijke meldingen te worden verricht met door de Commissie ingestelde elektronische middelen die gebruikmaken van het beheerssysteem voor onregelmatigheden (Irregularity Management System — “IMS”). |
(64) |
Elke begunstigde moet een monitoringsysteem opzetten dat als input dient voor een halfjaarlijks verslag over de naleving van de betalingsvoorwaarden van zijn hervormingsagenda dat bij het halfjaarlijkse verzoek om vrijgave van middelen wordt gevoegd. De begunstigden moeten gegevens en informatie verzamelen en verstrekken om onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten te voorkomen, op te sporen en te corrigeren, in verband met de door de faciliteit ondersteunde maatregelen. |
(65) |
De Commissie moet voorzien in duidelijke monitoringmechanismen en onafhankelijke evaluatiemechanismen om voor een effectieve verantwoordingsplicht en transparantie te zorgen bij de uitvoering van de begroting van de Unie, en om te zorgen voor een doeltreffende beoordeling van de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. |
(66) |
De Commissie moet aan het Europees Parlement en de Raad jaarlijks verslag uitbrengen over de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, waarin ook synergieën en complementariteit met andere programma’s van de Unie worden behandeld, met name de steun uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1529, teneinde overlappende bijstand en dubbele financiering te voorkomen. |
(67) |
Met het oog op transparantie en verantwoordingsplicht moeten de begunstigden gegevens publiceren over eindontvangers die tijdens de uitvoering van hervormingen en investeringen in het kader van deze faciliteit gecumuleerde financieringsbedragen van meer dan 50 000 EUR ontvangen. |
(68) |
De Commissie moet na voltooiing een evaluatie van de faciliteit uitvoeren. |
(69) |
Begunstigden moeten vrije pluralistische media steunen die het begrip voor de waarden van de Unie en de voordelen en verplichtingen van een mogelijk lidmaatschap van de Unie versterken en bevorderen, en tegelijkertijd doortastende maatregelen nemen om buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging aan te pakken. Zij moeten ook zorgen voor proactieve, duidelijke en consistente communicatie met het publiek, onder meer over de steun van de Unie. De ontvangers van Uniefinanciering moeten de oorsprong van de Uniefinanciering actief erkennen en voor zichtbaarheid ervan zorgen, in overeenstemming met de communicatie- en zichtbaarheidshandleiding betreffende externe maatregelen van de EU. |
(70) |
De uitvoering van de faciliteit moet ook gepaard gaan met versterkte strategische communicatie en publieke diplomatie om de waarden van de Unie te bevorderen en de toegevoegde waarde van de steun van de Unie te benadrukken. |
(71) |
Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter op EU-niveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de EU, overeenkomstig het in artikel 5, VEU, neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken. |
(72) |
Om de begunstigden tijdig en onverwijld financiering te kunnen verstrekken, dient deze verordening in werking te treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Voorwerp
-
1.Bij deze verordening wordt de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan (hierna “de faciliteit” genoemd) opgericht.
Zij stelt de doelstellingen van de faciliteit vast, de financiering ervan en de begroting voor de periode van 2024 tot en met 2027, de vormen van Uniefinanciering uit hoofde ervan en de regels voor het verlenen van dergelijke financiering.
-
2.De faciliteit vormt een aanvulling op Verordening (EU) 2021/1529 om bijstand te verlenen aan de partners van de Westelijke Balkan voor de uitvoering van EU-gerelateerde hervormingen, met name inclusieve en duurzame sociaal-economische hervormingen en hervormingen inzake fundamentele aspecten van het uitbreidingsproces, afgestemd op de waarden van de Unie, alsmede investeringen ter uitvoering van hun respectieve hervormingsagenda’s, zoals uiteengezet in hoofdstuk III.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1) |
“begunstigde”: Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië of Servië; |
2) |
“beleidskader voor de uitbreiding”: algemeen beleidskader voor de uitvoering van deze verordening, zoals gedefinieerd door de Europese Raad en de Raad, alsook de herziene uitbreidingsmethode, overeenkomsten waarmee juridisch bindende betrekkingen met de begunstigden worden aangegaan, de onderhandelingskaders die de grondslag vormen voor de onderhandelingen over toetreding met kandidaat-lidstaten, voor zover van toepassing, alsook resoluties van het Europees Parlement, de relevante mededelingen van de Commissie, waaronder, in voorkomend geval, over de rechtsstaat, en gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid; |
3) |
“faciliteitsovereenkomst”: overeenkomst tussen de Commissie en de begunstigde waarin de beginselen voor de financiële samenwerking tussen de begunstigde en de Commissie uit hoofde van deze verordening worden vastgelegd. Deze regeling vormt een financieringsovereenkomst in de zin van artikel 114, lid 2, van het Financieel Reglement met betrekking tot de financiële middelen uit hoofde van artikel 6, lid 2, punt a) van deze verordening; |
4) |
“leningsovereenkomst”: een tussen de Commissie en een begunstigde gesloten regeling waarin de voorwaarden zijn vastgelegd die van toepassing zijn op de steun van de faciliteit; |
5) |
“hervormingsagenda”: een uitgebreide, samenhangende en geprioriteerde reeks gerichte hervormingen en prioritaire investeringsgebieden in elke begunstigde, met inbegrip van betalingsvoorwaarden die wijzen op bevredigende vooruitgang bij de uitvoering of voltooiing van daarmee samenhangende maatregelen, en een indicatief tijdschema voor de uitvoering ervan; |
6) |
“maatregelen”: hervormingen en investeringen zoals uiteengezet in de hervormingsagenda’s in hoofdstuk III; |
7) |
“betalingsvoorwaarden”: voorwaarden voor de vrijgave van middelen in de vorm van waarneembare en meetbare kwalitatieve of kwantitatieve stappen die door de begunstigden moeten worden uitgevoerd, zoals uiteengezet in de hervormingsagenda in hoofdstuk III; |
8) |
“blendingverrichting”: een door de begroting van de Unie ondersteunde verrichting, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, met inbegrip van exportkredietinstellingen, of van commerciële financiële instellingen en investeerders; |
9) |
“eindontvanger”: een persoon of entiteit die financiering ontvangt uit hoofde van de faciliteit. Voor het deel van de faciliteit dat als financiële bijstand beschikbaar wordt gesteld, is de eindontvanger de beheerder van de financiën van de begunstigde. Voor het deel van de faciliteit dat beschikbaar wordt gesteld via het investeringskader voor de Westelijke Balkan (WBIF), is de eindontvanger de contractant of subcontractant die het investeringsproject uitvoert; |
10) |
“geen ernstige afbreuk doen”: het niet ondersteunen of uitvoeren van economische activiteiten die ernstig afbreuk doen aan een milieudoelstelling, in voorkomend geval, in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852. |
Artikel 3
Doelstellingen van de faciliteit
-
1.De algemene doelstellingen van de faciliteit bestaan erin:
a) |
het uitbreidingsproces te ondersteunen door vaart te zetten achter de afstemming op de waarden, wetten, regels, normen, beleidsmaatregelen en praktijken (“acquis”) van de Unie door middel van de vaststelling en uitvoering van hervormingen met het oog op het toekomstig lidmaatschap van de Unie; |
b) |
de regionale economische integratie en de geleidelijke integratie in de eengemaakte markt van de Unie te versnellen; |
c) |
de sociaal-economische convergentie van de economieën van de begunstigden met de Unie te versnellen; |
d) |
regionale samenwerking, goede nabuurschapsbetrekkingen, verzoening en de oplossing van geschillen in de Westelijke Balkan, alsmede interpersoonlijke contacten, te bevorderen. |
-
2.De specifieke doelstellingen van de faciliteit bestaan erin:
a) |
de fundamentele aspecten van het uitbreidingsproces verder te versterken, met inbegrip van de rechtsstaat en de grondrechten, de werking van democratische instellingen, waaronder op regionaal en lokaal niveau en met inbegrip van depolarisatie, openbaar bestuur en het voldoen aan de economische criteria; dit omvat het bevorderen van een onafhankelijke rechterlijke macht, het versterken van de veiligheid en stabiliteit in de regio, een betere bestrijding van fraude en iedere vorm van corruptie, waaronder corruptie en nepotisme op hoog niveau, georganiseerde misdaad, grensoverschrijdende criminaliteit en witwassen, alsmede terrorismefinanciering, belastingontduiking, belastingfraude en belastingontwijking; de naleving van het internationaal recht te verbeteren; vrijheid en onafhankelijkheid van de media en academische vrijheid te bevorderen; haatzaaiende uitlatingen te bestrijden; een gunstig klimaat voor het maatschappelijk middenveld te scheppen en sociale dialoog te bevorderen; gendergelijkheid, gendermainstreaming, de versterking van de positie van vrouwen en meisjes, non-discriminatie en verdraagzaamheid te bevorderen om de eerbiediging van de rechten van personen die tot minderheden behoren, waaronder nationale minderheden en Roma, en de rechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen, te garanderen en te versterken; |
b) |
naar de volledige afstemming van het beleid van de begunstigden op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie (GBVB), met inbegrip van beperkende maatregelen van de Unie te streven; |
c) |
desinformatie en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging ten aanzien van de Unie en haar waarden tegen te gaan; |
d) |
naar harmonisatie van het visumbeleid met de Unie te streven; |
e) |
de doeltreffendheid van het openbaar bestuur te versterken, lokale capaciteiten op te bouwen en in administratief personeel in de begunstigden te investeren; de toegang tot informatie, publieke controle en de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij besluitvormingsprocessen te waarborgen; transparantie, verantwoordingsplicht, structurele hervormingen en goed bestuur op alle niveaus te ondersteunen, onder meer wat betreft hun controle- en onderzoeksbevoegdheden betreffende de verdeling van en de toegang tot overheidsmiddelen, alsook wat betreft het beheer van overheidsmiddelen, overheidsopdrachten en staatssteun; initiatieven en instanties te ondersteunen die betrokken zijn bij de ondersteuning en handhaving van internationale gerechtigheid in de begunstigden; |
f) |
de overgang van de begunstigden te versnellen naar duurzame, klimaatneutrale en inclusieve economieën die in staat zijn de concurrentiedruk van de eengemaakte markt van de Unie het hoofd te bieden, en naar een stabiel investeringsklimaat, alsook hun strategische afhankelijkheden te verminderen; |
g) |
de regionale economische integratie te stimuleren, met name door vooruitgang te boeken bij de totstandbrenging van de gemeenschappelijke regionale markt; |
h) |
de economische integratie van de begunstigden in de interne markt van de Unie te bevorderen, met name door meer handels- en investeringsstromen en veerkrachtige waardeketens; |
i) |
regionale economische integratie en betere integratie met de interne markt van de Unie te ondersteunen door middel van betere en duurzame connectiviteit in de regio in overeenstemming met trans-Europese netwerken om de regionale samenwerking, goede nabuurschapsbetrekkingen, verzoening en interpersoonlijke contacten te versterken; |
j) |
de inclusieve en duurzame groene transitie naar klimaatneutraliteit te versnellen om deze uiterlijk in 2050 te bereiken, overeenkomstig de Overeenkomst van Parijs en de Green Deal, in overeenstemming met de Groene Agenda 2020 voor de Westelijke Balkan waarbij alle economische sectoren worden betrokken, en in het bijzonder energie, met inbegrip van de transitie naar een koolstofvrije, klimaatneutrale, klimaatbestendige en circulaire economie, waarbij ervoor wordt gezorgd dat investeringen in overeenstemming zijn met het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”; |
k) |
de digitale transformatie en digitale vaardigheden te bevorderen als een stimulans voor duurzame ontwikkeling en inclusieve groei; |
l) |
innovatie, onderzoek en samenwerking tussen academische instellingen en de industrie te stimuleren ter ondersteuning van de groene en de digitale transitie, en lokale industrieën te bevorderen waarbij de nadruk wordt gelegd op lokale micro- kleine en middelgrote ondernemingen en start-ups; |
m) |
een kwaliteitsvol beleid te stimuleren op het gebied van onderwijs, opleiding, omscholing en bijscholing op alle niveaus, met bijzondere aandacht voor jongeren, met inbegrip van het aanpakken van jeugdwerkloosheid, het voorkomen van braindrain en het ondersteunen van kwetsbare gemeenschappen en het steunen van werkgelegenheidsbeleid, met inbegrip van arbeidsrechten, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten, en armoedebestrijding. |
Artikel 4
Algemene beginselen
-
1.De samenwerking in het kader van de faciliteit wordt gebaseerd op de behoeften en bevordert de beginselen inzake doeltreffende ontwikkeling, te weten eigen verantwoordelijkheid van de begunstigden voor de ontwikkelingsprioriteiten, focus op duidelijke voorwaarden en tastbare resultaten, inclusieve ontwikkelingspartnerschappen, transparantie en wederzijdse verantwoordingsplicht. Die samenwerking is gebaseerd op doeltreffende en efficiënte toewijzing en toepassing van middelen. De faciliteit streeft naar waarborging van een passend geografisch evenwicht van investeringsprojecten.
-
2.De verlening van macrofinanciële bijstand valt niet binnen het toepassingsgebied van deze faciliteit.
-
3.De steun in het kader van de faciliteit vormt een aanvulling op de in het kader van andere programma’s en instrumenten van de Unie verstrekte steun. Activiteiten die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening kunnen steun ontvangen uit andere programma’s en instrumenten van de Unie, mits die steun niet dezelfde kosten dekt en passend toezicht en passende begrotingscontroles worden gewaarborgd. De Commissie zorgt voor complementariteit en synergieën tussen de faciliteit en andere programma’s van de Unie, teneinde overlappende bijstand en dubbele financiering te voorkomen. Er is geen overlapping tussen bijstand uit hoofde van deze verordening en Verordening (EU) 2021/1529.
-
4.Om de complementariteit, de samenhang en de doeltreffendheid van hun acties te bevorderen, werken de Commissie en de lidstaten samen en streven zij ernaar overlapping te vermijden en synergieën te waarborgen tussen de steun uit hoofde van deze verordening en andere vormen van steun, met inbegrip van geïntegreerde financiële pakketten bestaande uit zowel export- als ontwikkelingsfinanciering, van de Unie, de lidstaten, derde landen, multilaterale en regionale organisaties en entiteiten, zoals internationale organisaties en betrokken internationale financiële instellingen, agentschappen en donoren buiten de Unie, overeenkomstig de beginselen voor de versterking van de operationele coördinatie op het gebied van externe steun, onder meer via verbeterde coördinatie met de lidstaten op lokaal niveau. Deze coördinatie op lokaal niveau omvat regelmatig en tijdig overleg en een frequente uitwisseling van informatie tijdens de uitvoering van de faciliteit.
-
5.Bij de activiteiten in het kader van de faciliteit worden democratie, mensenrechten en gendergelijkheid geïntegreerd en bevorderd, worden zij geleidelijk afgestemd op de sociale, klimaat- en milieunormen van de Unie, worden de klimaatmitigatie en klimaatadaptie, en, in voorkomend geval, beperking van het risico op rampen, milieubescherming en het behoud van de biodiversiteit geïntegreerd, onder meer door middel van, in voorkomend geval, milieueffectbeoordelingen, en wordt de vooruitgang in de richting van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen ondersteund, waarbij geïntegreerde acties worden bevorderd die nevenvoordelen kunnen opleveren en waarmee meerdere doelstellingen op coherente wijze kunnen worden verwezenlijkt. Met deze activiteiten worden gestrande activa vermeden en de activiteiten zijn gebaseerd op het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en het beginsel dat niemand aan zijn lot mag worden overgelaten, evenals op de mainstreaming van duurzaamheid die ten grondslag ligt aan de Europese Green Deal.
-
6.De begunstigden en de Commissie zien erop toe dat gendergelijkheid, gendermainstreaming en de integratie van een genderperspectief worden meegenomen en bevorderd tijdens de hele duur van de voorbereiding van de hervormingsagenda’s en de uitvoering van de faciliteit. Begunstigden en de Commissie nemen passende maatregelen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden. De Commissie brengt verslag uit over deze maatregelen in het kader van haar periodieke verslagen over genderactieplannen.
-
7.De faciliteit ondersteunt geen activiteiten of maatregelen die onverenigbaar zijn met de energie- en klimaatplannen van de begunstigden, hun nationaal bepaalde bijdrage in het kader van de Overeenkomst van Parijs, en de ambitie om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken of die investeringen in fossiele brandstoffen bevorderen, of die aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor het milieu, het klimaat of de biodiversiteit.
-
8.Conform het beginsel van inclusief partnerschap streeft de Commissie ernaar in voorkomend geval te zorgen voor democratische controle in de vorm van raadpleging door de regering van een begunstigde van haar respectieve parlement, alsook van belanghebbenden, met inbegrip van lokale en regionale overheden, sociale partners en het maatschappelijke middenveld, waaronder kwetsbare groepen, alle minderheden en gemeenschappen, zodat zij een rol kunnen spelen bij de vormgeving en de uitvoering van in het kader van de faciliteit voor financiering in aanmerking komende activiteiten en, indien van toepassing, bij de daarmee verband houdende monitoring en controle- en evaluatieprocessen. Die raadpleging moet een afspiegeling vormen van het pluralisme in de samenleving van de begunstigde.
-
9.De Commissie waarborgt in nauw overleg met de lidstaten en de begunstigden de uitvoering van de inspanningen van de Unie voor grotere transparantie en verantwoordingsplicht bij de verstrekking van steun, mede door de uitvoering en versterking van internecontrolesystemen en fraudebestrijdingsbeleid te bevorderen. De Commissie maakt informatie over de omvang en de toewijzing van de steun openbaar via het in artikel 26 bedoelde scorebord. De begunstigden publiceren actuele gegevens over eindontvangers die middelen van de Unie ontvangen voor de uitvoering van hervormingen en investeringen in het kader van deze faciliteit, zoals beschreven in artikel 22.
Artikel 5
Basisvoorwaarden voor steun van de Unie
-
1.Een basisvoorwaarde voor de steun uit hoofde van de faciliteit is dat:
a) |
de begunstigden doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair meerpartijenstelsel, vrije en eerlijke verkiezingen, pluralistische media, een onafhankelijke rechterlijke macht en de rechtsstaat, handhaven en eerbiedigen, en de inachtneming van alle mensenrechtenverplichtingen garanderen, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren; |
b) |
wat Servië en Kosovo betreft, zij zich constructief inzetten, met meetbare vooruitgang en concrete resultaten, voor de normalisering van hun betrekkingen met het oog op de volledige uitvoering van al hun respectieve verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst over het pad naar normalisering en de uitvoeringsbijlage daarbij, alsook uit alle eerdere dialoogovereenkomsten, en onderhandelingen aangaan over de brede overeenkomst inzake normalisering van de betrekkingen. |
-
2.De Commissie monitort de vervulling van de in lid 1 vermelde basisvoorwaarden voordat in het kader van de faciliteit betalingen, met inbegrip van voorfinanciering, aan de begunstigden worden verricht en gedurende de gehele duur van de steun die in het kader van de faciliteit wordt verleend, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met het beleidskader voor de uitbreiding. De Commissie houdt bij het monitoringproces ook rekening met de relevante aanbevelingen van internationale organen, zoals de Raad van Europa en zijn Commissie van Venetië, of het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
-
3.Wat de in lid 1, punt b), van dit artikel genoemde basisvoorwaarde betreft, houdt de Commissie, overeenkomstig Besluit 2010/427/EU, terdege rekening met de rol en bijdrage van de EDEO.
-
4.De Commissie kan een besluit vaststellen waarin wordt geconcludeerd dat niet is voldaan aan sommige van de in lid 1 van dit artikel vermelde basisvoorwaarden, en in het bijzonder de in artikel 21 bedoelde vrijgave van middelen opschorten, ongeacht of aan de in artikel 12 bedoelde betalingsvoorwaarden is voldaan.
HOOFDSTUK II
FINANCIERING EN UITVOERING
Artikel 6
Begroting
-
1.De middelen die op grond van de leden 2 en 3 via de faciliteit ter beschikking moeten worden gesteld, bedragen voor de periode van 2024 tot en met 2027 niet meer dan 6 000 000 000 EUR.
-
2.De financiële middelen voor de uitvoering van de faciliteit bedragen 2 000 000 000 EUR voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027, en worden als volgt verdeeld:
a) |
98,5 % in de vorm van niet-terugbetaalbare financiële steun aan de begunstigden voor de uitvoering van de hervormingsagenda’s; |
b) |
1,5 % voor uitgaven overeenkomstig lid 6. |
-
3.Financiële steun in de vorm van leningen is beschikbaar voor een bedrag van maximaal 4 000 000 000 EUR voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027. Dat bedrag maakt geen deel uit van het bedrag van de garantie voor extern optreden in de zin van artikel 31, lid 4, van Verordening (EU) 2021/947.
-
4.De Commissie stelt het initiële indicatieve bedrag van de voor elke begunstigde beschikbare financiering vast, overeenkomstig de in de bijlage beschreven methode, in het overeenkomstige uitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 15, berekend op basis van de meest recente beschikbare gegevens op de dag van inwerkingtreding van deze verordening overeenkomstig artikel 33. De indicatieve bedragen kunnen tijdens de uitvoering van de faciliteit veranderen overeenkomstig de beginselen van artikel 21.
-
5.Overeenkomstig artikel 19 van deze verordening bedraagt het bedrag van de middelen die beschikbaar worden gesteld in het kader van het investeringskader voor de Westelijke Balkan (WBIF) als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2021/1529, ten minste 50 % van het totale in lid 1 van dit artikel vermelde bedrag. Die bijdrage omvat het volledige bedrag van de niet-terugbetaalbare financiële steun als bedoeld in lid 2, punt a), van dit artikel, na aftrek van het bedrag van de voorziening.
-
6.De in lid 2, punt b), bedoelde middelen kunnen worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van de faciliteit, zoals voorbereidende activiteiten en activiteiten op het gebied van monitoring, controle, audit en evaluatie, die nodig zijn voor het beheer van de faciliteit en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name voor studies, vergaderingen van deskundigen, opleidingen, overleg met de autoriteiten van de begunstigden, conferenties, raadpleging van belanghebbenden, waaronder lokale en regionale overheden en maatschappelijke organisaties, informatie- en communicatieactiviteiten, waaronder inclusieve bewustmakingsacties, en institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT-netwerken voor informatieverwerking en -uitwisseling, institutionele informatietechnologie-instrumenten alsmede alle overige uitgaven bij de centrale diensten en in de delegaties van de Unie voor de administratieve en coördinerende ondersteuning van de faciliteit. De uitgaven kunnen ook de kosten van activiteiten die transparantie ondersteunen en andere ondersteunende activiteiten zoals kwaliteitscontrole en monitoring van projecten of programma’s ter plaatse, alsmede de kosten van collegiale advisering en van deskundigen voor de evaluatie en de uitvoering van hervormingen en investeringen omvatten.
Artikel 7
Uitvoering en vormen van Uniefinanciering
-
1.De faciliteit wordt uitgevoerd in overeenstemming met het Financieel Reglement, hetzij onder direct beheer, hetzij onder indirect beheer met een van de entiteiten bedoeld in artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt c), van die verordening.
-
2.Financiering door de Unie kan worden verstrekt in een van de vormen die zijn vastgelegd in het Financieel Reglement, met name financiële bijstand, subsidies, aanbestedingen en blendingverrichtingen.
-
3.Afhankelijk van de vereiste operationele en financiële capaciteit kan de entiteit waaraan de uitvoering van blendingverrichtingen is toevertrouwd, de Europese Investeringsbank Groep zijn, een multilaterale Europese financiële instelling, zoals de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, of bilaterale Europese financiële instellingen, zoals ontwikkelingsbanken of de Wereldbankgroep. Waar mogelijk kunnen niet-Europese multilaterale financiële instellingen aan de faciliteit deelnemen via gezamenlijke verrichtingen met Europese financiële instellingen. Waar mogelijk wordt de uitvoering van blendingverrichtingen in het kader van de faciliteit aangevuld met aanvullende vormen van financiële steun van de lidstaten of van derden.
Artikel 8
Regels inzake de subsidiabiliteit van personen en entiteiten, inzake de oorsprong van leveringen en inzake materialen en beperkingen in het kader van de faciliteit
-
1.Deelname aan aanbestedingen en de toekenning van subsidies voor in het kader van de faciliteit gefinancierde activiteiten staat open voor internationale en regionale organisaties en voor alle natuurlijke personen die onderdaan zijn van, of rechtspersonen die daadwerkelijk gevestigd zijn in:
a) |
de lidstaten, de begunstigden, kandidaat-lidstaten en partijen bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; |
b) |
landen die de begunstigden een niveau van steun verlenen dat vergelijkbaar is met dat van de Unie, rekening houdend met de omvang van hun economie en ten aanzien waarvan de Commissie wederzijdse toegang tot externe bijstand in de begunstigden heeft vastgesteld. |
-
2.De in lid 1, punt b), bedoelde wederzijdse toegang kan voor een beperkte periode van ten minste één jaar worden toegekend wanneer een land bevestigt dat entiteiten van de Unie en entiteiten uit landen die in het kader van de faciliteit in aanmerking komen, op gelijke voorwaarden in aanmerking komen.
De Commissie beslist over de wederzijdse toegang na raadpleging van de desbetreffende begunstigde.
-
3.Alle in het kader van deze faciliteit gefinancierde en aangekochte leveringen en materialen zijn afkomstig uit de in lid 1, punten a) en b), bedoelde landen, tenzij die leveringen en materialen niet onder redelijke voorwaarden in een van die landen kunnen worden verkregen. Daarnaast zijn de regels inzake beperkingen vastgesteld in lid 6 van toepassing.
-
4.De subsidiabiliteitsregels van dit artikel zijn niet van toepassing op en leiden niet tot nationaliteitsbeperkingen voor natuurlijke personen die bij een in aanmerking komende contractant of, in voorkomend geval, subcontractant in dienst zijn of anderszins door deze wettig zijn aangeworven, behalve wanneer de nationaliteitsbeperkingen gebaseerd zijn op de in lid 6 bedoelde regels.
-
5.Voor activiteiten die gezamenlijk worden medegefinancierd door een entiteit, of worden uitgevoerd in direct beheer of indirect beheer met entiteiten als bedoeld in artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt c), van het Financieel Reglement, zijn de regels die op deze entiteiten van toepassing zijn tevens van toepassing. Dit doet geen afbreuk aan de in lid 6 van dit artikel vastgestelde beperkingen, die naar behoren tot uiting moeten komen in de met die entiteiten gesloten overeenkomsten.
-
6.De in de leden 1 en 3 opgenomen regels inzake subsidiabiliteit en de regels inzake de oorsprong van leveringen en materialen, en de in lid 4 opgenomen nationaliteitsregels kunnen, wat betreft de nationaliteit, geografische ligging of aard van de aan de aanbestedingsprocedures deelnemende rechtspersonen, en tevens wat betreft de geografische oorsprong van leveringen en materialen, worden beperkt in de volgende gevallen:
a) |
indien dergelijke beperkingen vereist zijn vanwege de specifieke aard of doelstellingen van de activiteit of specifieke gunningsprocedure of wanneer die beperkingen noodzakelijk zijn voor de doeltreffende uitvoering van de activiteit; |
b) |
wanneer de actie of specifieke gunningsprocedure gevolgen heeft voor de veiligheid of de openbare orde, met name wat betreft strategische activa en belangen van de Unie, van de lidstaten, of van een van de begunstigden, met inbegrip van de veiligheid, veerkracht en bescherming van de integriteit van digitale infrastructuur (inclusief 5G-netwerkinfrastructuur), communicatie- en informatiesystemen en gerelateerde toeleveringsketens. |
-
7.Inschrijvers, aanvragers en gegadigden uit niet in aanmerking komende landen kunnen worden aanvaard in geval van urgentie of indien diensten niet beschikbaar zijn op de markten van de betrokken landen of gebieden, of in andere naar behoren gemotiveerde gevallen waarin de toepassing van de subsidiabiliteitsregels de uitvoering van een activiteit onmogelijk of uiterst moeilijk zou maken.
Artikel 9
Faciliteitsovereenkomst
-
1.De Commissie sluit met elke begunstigde een faciliteitsovereenkomst voor de uitvoering van de faciliteit waarin de verplichtingen en betalingsvoorwaarden van de begunstigden voor de uitbetaling van financiering uit de faciliteit zijn vastgelegd.
-
2.De faciliteitsovereenkomst wordt aangevuld met leningovereenkomsten overeenkomstig artikel 17, met specifieke bepalingen voor het beheer en de uitvoering van financiering die in de vorm van leningen is verstrekt. De kaderovereenkomst, met inbegrip van eventuele gerelateerde documentatie, wordt, op verzoek, gelijktijdig en onverwijld aan het Europees Parlement en de Raad beschikbaar gesteld.
-
3.Financiering wordt pas aan de begunstigden toegekend nadat de respectieve faciliteitsovereenkomsten en de toepasselijke leningsovereenkomsten in werking zijn getreden.
-
4.De faciliteitsovereenkomst en de leningsovereenkomsten die met elk van de begunstigden zijn gesloten, en de overeenkomsten die zijn ondertekend met personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, waarborgen dat de verplichtingen van artikel 129 van het Financieel Reglement zijn vervuld.
-
5.In de faciliteitsovereenkomst worden de noodzakelijke gedetailleerde bepalingen vastgesteld betreffende:
a) |
de toezegging van de begunstigde om doorslaggevende vooruitgang te boeken in de richting van een solide rechtskader voor de bestrijding van fraude, en om efficiëntere en doeltreffendere controlesystemen op te zetten, met inbegrip van passende mechanismen voor de bescherming van klokkenluiders en passende mechanismen en maatregelen om onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, op te sporen en te corrigeren, alsmede om de strijd tegen het witwassen van geld, georganiseerde misdaad, het misbruik van overheidsmiddelen, de financiering van terrorisme, belastingontwijking, belastingfraude of belastingontduiking, en andere illegale activiteiten die gevolgen hebben voor de in het kader van de faciliteit verstrekte middelen, op te voeren; |
b) |
de regels voor de vrijgave, inhouding, vermindering en herverdeling van middelen overeenkomstig artikel 21; |
c) |
de activiteiten in verband met beheer, controle, supervisie en toezicht op en evaluatie, verslaglegging en audit uit hoofde van de faciliteit, alsmede met systeemonderzoeken, fraudebestrijdingsmaatregelen en samenwerking; |
d) |
de regels inzake verslaglegging aan de Commissie over de vraag of en hoe aan de in artikel 12 bedoelde betalingsvoorwaarden is voldaan; |
e) |
de regels inzake belastingen, rechten en heffingen overeenkomstig artikel 27, leden 9 en 10, van Verordening (EU) 2021/947; |
f) |
de maatregelen om onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, op te sporen en te corrigeren en de verplichting voor personen of entiteiten die middelen van de Unie in het kader van de faciliteit uitvoeren om de Commissie, OLAF, en in voorkomend geval, het EOM, onverwijld in kennis te stellen van vermoedelijke of feitelijke gevallen van onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten en andere illegale activiteiten die negatieve gevolgen hebben voor de middelen die in het kader van de faciliteit worden verstrekt, en de follow-up ervan; |
g) |
de in de artikelen 23 en 24, bedoelde verplichtingen, met inbegrip van de nauwkeurige regels en een tijdschema voor het verzamelen van gegevens door de begunstigde en toegang daartoe voor de Commissie, OLAF, de Europese Rekenkamer en, indien van toepassing, het EOM; |
h) |
een procedure om ervoor te zorgen dat de uitbetalingsverzoeken voor leningsteun binnen het beschikbare leningbedrag vallen, overeenkomstig artikel 6, lid 3; |
i) |
het recht van de Commissie om de steun uit hoofde van de faciliteit evenredig te verminderen en elk bedrag dat is besteed aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de faciliteit, terug te vorderen of om een vervroegde terugbetaling van de lening te vragen in geval van onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden en die niet door de begunstigde zijn gecorrigeerd, of in geval van een ernstige schending van een verplichting als bedoeld in de faciliteitsovereenkomst; |
j) |
de regels en modaliteiten voor de begunstigden om verslag uit te brengen met het oog op de monitoring van de uitvoering van de faciliteit en de beoordeling van de verwezenlijking van de in artikel 3 opgenomen doelstellingen. |
k) |
de verplichting voor de begunstigden om de in artikel 22 bedoelde gegevens langs elektronische weg aan de Commissie te verstrekken; |
Artikel 10
Overdrachten, jaarlijkse tranches, vastleggingskredieten
-
1.In afwijking van artikel 12, lid 4, van het Financieel Reglement worden ongebruikte vastleggings- en betalingskredieten in het kader van de faciliteit automatisch overgedragen en kunnen zij worden vastgelegd respectievelijk gebruikt tot en met 31 december van het volgende begrotingsjaar. Het overgedragen bedrag wordt in het volgende begrotingsjaar als eerste gebruikt.
-
2.De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad informatie in over overgedragen vastleggingskredieten, met inbegrip van de bijbehorende bedragen, overeenkomstig artikel 12, lid 6, van het Financieel Reglement.
-
3.Naast de regels van artikel 15 van het Financieel Reglement over de wederopvoering van kredieten worden vastleggingskredieten die overeenkomen met het bedrag van vrijmakingen die zijn verricht wegens gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van een actie in het kader van de faciliteit, wederopgevoerd ten gunste van het oorspronkelijke begrotingsonderdeel.
-
4.Vastleggingen in de begroting voor acties waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, kunnen over verschillende jaren in jaarlijkse tranches worden opgedeeld, in overeenstemming met artikel 112, lid 2, van het Financieel Reglement.
HOOFDSTUK III
HERVORMINGSAGENDA’S
Artikel 11
Indiening van hervormingsagenda’s
-
1.Om steun in het kader van de faciliteit te ontvangen, dient elke begunstigde bij de Commissie een hervormingsagenda in voor de looptijd van de faciliteit, die gebaseerd is op het deel structurele hervormingen van het meest recente economische hervormingsprogramma en de bijbehorende gezamenlijke beleidsrichtsnoeren die tijdens de economische en financiële dialoog in mei 2023 zijn overeengekomen, in voorkomend geval zijn groeistrategie, het beleidskader voor uitbreiding en het economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan.
-
2.De hervormingsagenda’s bieden een overkoepelend kader voor de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde algemene en specifieke doelstellingen, waarin de door de begunstigde door te voeren hervormingen worden beschreven, alsook de investeringsgebieden. De hervormingsagenda’s omvatten maatregelen voor de uitvoering van hervormingen door middel van een alomvattend en samenhangend pakket. Op het gebied van de fundamentele beginselen van het uitbreidingsproces, waaronder de rechtsstaat, de bestrijding van corruptie, met inbegrip van corruptie op hoog niveau, de grondrechten en de vrijheid van meningsuiting, weerspiegelen de hervormingsagenda’s de beoordelingen in het beleidskader voor uitbreiding.
-
3.De hervormingsagenda’s zijn in overeenstemming met het meest recente macro-economische en budgettaire beleidskader dat in het kader van de economische en financiële dialoog met de Unie aan de Commissie is voorgelegd.
-
4.De hervormingsagenda’s zijn in overeenstemming met en ondersteunen de hervormingsprioriteiten die zijn vastgesteld in het kader van het toetredingstraject van de begunstigde en in andere relevante documenten, zoals de stabilisatie- en associatieovereenkomst, het nationale energie- en klimaatplan, de nationaal bepaalde bijdrage in het kader van de Overeenkomst van Parijs en de ambitie om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken.
-
5.In de hervormingsagenda’s worden de algemene beginselen van artikel 4 in acht genomen.
-
6.De hervormingsagenda’s worden op inclusieve en transparante wijze opgesteld, in overleg met de sociale partners en het maatschappelijk middenveld.
-
7.De Commissie verzoekt de begunstigden om binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening hun respectieve hervormingsagenda’s in te dienen. De Commissie stuurt het Europees Parlement en de Raad de hervormingsagenda’s van de begunstigden toe van zodra zij deze ontvangt.
-
8.Indien een herverdeling van de steun in het kader van de faciliteit ertoe leidt dat een begunstigde aanvullende steun ontvangt, verzoekt de Commissie deze begunstigde om binnen drie maanden een gewijzigde hervormingsagenda voor de resterende looptijd van de faciliteit in te dienen. De Commissie licht het Europees Parlement en de Raad in alvorens een besluit over de herverdeling te nemen.
Artikel 12
Beginselen voor financiering in het kader van de hervormingsagenda’s
-
1.De faciliteit biedt stimulansen voor de uitvoering van de hervormingsagenda van elke begunstigde door betalingsvoorwaarden te stellen bij de vrijgave van middelen. Deze betalingsvoorwaarden gelden voor middelen uit hoofde van artikel 6, lid 2, punt a), en artikel 6, lid 3, en nemen de vorm aan van meetbare kwalitatieve of kwantitatieve stappen. Deze stappen weerspiegelen de vooruitgang op het gebied van specifieke sociaal-economische hervormingen en van de fundamentele aspecten van het uitbreidingsproces die verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van de faciliteit, zoals uiteengezet in artikel 3, in overeenstemming met het beleidskader voor uitbreiding.
De naleving van deze betalingsvoorwaarden leidt tot volledige of gedeeltelijke vrijgave van de middelen, afhankelijk van de mate waarin de betalingsvoorwaarden zijn voltooid.
-
2.Met betrekking tot financiering die via het in artikel 19 bedoelde fonds wordt uitgevoerd, vormt de vervulling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde betalingsvoorwaarden een voorlopige validering. De middelen worden betaald na ontvangst van een betalingsverzoek van de fondsbeheerders van het in het kader van het WBIF opgerichte gemeenschappelijke fonds voor het ontvangen van donorbijdragen.
-
3.Macrofinanciële stabiliteit, goed beheer van de overheidsfinanciën, transparantie en toezicht op de begroting zijn algemene voorwaarden voor betalingen waaraan moet worden voldaan om middelen vrij te geven.
-
4.Fondsen in het kader van de faciliteit mogen geen activiteiten of maatregelen ondersteunen die vredesakkoorden in de regio ondermijnen.
Artikel 13
Inhoud van de hervormingsagenda’s
-
1.De hervormingsagenda’s bevatten met name de volgende elementen, die deugdelijk gemotiveerd en onderbouwd worden:
a) |
maatregelen die een coherente, alomvattende en voldoende evenwichtige respons op de in artikel 3 genoemde doelstellingen vormen, met inbegrip van structurele hervormingen, investeringen en maatregelen om ervoor te zorgen dat in voorkomend geval aan de in artikel 5 genoemde basisvoorwaarden wordt voldaan; |
b) |
een toelichting op de samenhang van de maatregelen met de in artikel 4 genoemde algemene beginselen, en met de vereisten, strategieën, plannen en programma’s zoals bedoeld in de artikelen 4 en 11; |
c) |
een toelichting over de wijze waarop de maatregelen naar verwachting de fundamentele aspecten van het uitbreidingsproces als bedoeld in artikel 3, lid 2, punt a), verder zullen versterken, met inbegrip van de rechtsstaat, de grondrechten en de bestrijding van corruptie; |
d) |
een indicatieve lijst van investeringsprojecten en -programma’s die bestemd zijn voor financiering in het kader van het WBIF, met vermelding van de respectieve totale investeringsvolumes en de geplande uitvoeringstermijnen; |
e) |
een toelichting op de mate waarin de maatregelen naar verwachting zullen bijdragen aan de klimaat- en milieudoelstellingen, en verenigbaar zijn met het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”; |
f) |
een toelichting op de mate waarin de maatregelen naar verwachting zullen bijdragen aan de digitale transformatie; |
g) |
een toelichting op de mate waarin de maatregelen naar verwachting zullen bijdragen aan onderwijs, opleiding, werkgelegenheid en sociale doelstellingen; |
h) |
een toelichting op de mate waarin de maatregelen naar verwachting zullen bijdragen aan gendergelijkheid, de empowerment van vrouwen en meisjes en de bevordering van de rechten van vrouwen en meisjes; |
i) |
voor de hervormingen en investeringen: een indicatief tijdschema en de beoogde betalingsvoorwaarden voor de vrijgave van middelen in de vorm van meetbare kwalitatieve en kwantitatieve stappen die volgens de planning uiterlijk op 31 augustus 2027 moeten worden uitgevoerd; |
j) |
een toelichting over de wijze waarop de maatregelen naar verwachting zullen bijdragen aan een geleidelijke en voortdurende afstemming op het GBVB, met inbegrip van beperkende maatregelen van de Unie; |
k) |
de regelingen voor de doeltreffende monitoring, verslaglegging en evaluatie van de hervormingsagenda door de begunstigde, met inbegrip van de voorgestelde meetbare kwalitatieve en kwantitatieve stappen en de in lid 2 bedoelde relevante indicatoren; |
l) |
een toelichting op het systeem van de begunstigde om onregelmatigheden, fraude, corruptie, met inbegrip van corruptie op hoog niveau, en belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, op te sporen en te corrigeren en de regels inzake toezicht op staatssteun te handhaven, alsook op de voorgestelde maatregelen om de bestaande tekortkomingen in de eerste jaren van uitvoering van de hervormingsagenda aan te pakken; |
m) |
voor de voorbereiding en, indien beschikbaar, voor de uitvoering van de hervormingsagenda’s: een samenvatting van het raadplegingsproces, dat is uitgevoerd in overeenstemming met het rechtskader van de begunstigden, van belanghebbenden, waaronder de parlementen, lokale en regionale vertegenwoordigende organen en autoriteiten, de sociale partners en maatschappelijke organisaties van de begunstigden, en van de wijze waarop de inbreng van die belanghebbenden tot uiting komt in de hervormingsagenda’s; |
n) |
een communicatie- en zichtbaarheidsplan over de hervormingsagenda’s voor het lokale publiek van de begunstigden; |
o) |
eventueel andere ter zake doende informatie. |
-
2.De hervormingsagenda’s zijn resultaatgericht en bevatten indicatoren voor het beoordelen van de vorderingen bij de verwezenlijking van de in artikel 3 bedoelde algemene en specifieke doelstellingen. Deze indicatoren worden, waar passend en relevant, gebaseerd op internationaal overeengekomen indicatoren en reeds beschikbare indicatoren die verband houden met het beleid van de begunstigden. De indicatoren zijn ook zoveel mogelijk in overeenstemming met de belangrijkste institutionele indicatoren die zijn opgenomen in het resultatenkader van het IPA III, in het kader voor de meting van de resultaten van het EFDO+ en in het WBIF.
Artikel 14
Beoordeling door de Commissie van de hervormingsagenda’s
-
1.De Commissie beoordeelt onverwijld de relevantie, volledigheid en geschiktheid van de hervormingsagenda van elke begunstigde of, indien van toepassing, van elke wijziging van die agenda. Bij het uitvoeren van die beoordeling werkt de Commissie nauw samen met de desbetreffende begunstigde en kan zij opmerkingen maken, aanvullende informatie inwinnen of de begunstigde verzoeken zijn hervormingsagenda te herzien of aan te passen.
-
2.Wat de in artikel 13, lid 1, punt j), van deze verordening genoemde doelstelling betreft, houdt de Commissie, overeenkomstig Besluit 2010/427/EU, terdege rekening met de rol en bijdrage van de EDEO.
-
3.Bij de beoordeling van de hervormingsagenda’s houdt de Commissie rekening met de relevante beschikbare analytische informatie over de begunstigde, met inbegrip van zijn macro-economische situatie en schuldhoudbaarheid, de in artikel 13 bedoelde motivering en door de begunstigde verstrekte elementen, alsmede met alle andere relevante informatie, zoals met name de in artikel 11 vermelde informatie.
-
4.Bij haar beoordeling houdt de Commissie in het bijzonder rekening met de volgende criteria:
a) |
of de hervormingsagenda een relevante, alomvattende, coherente en voldoende evenwichtige reactie vormt op de in artikel 3 genoemde doelstellingen en de in artikel 13 genoemde elementen; |
b) |
of de hervormingsagenda en de bijbehorende maatregelen overeenstemmen met de beginselen, strategieën, plannen en programma’s zoals bedoeld in de artikelen 4 en 11; |
c) |
of de hervormingsagenda naar verwachting sneller vooruitgang zal boeken bij het overbruggen van de sociaal-economische kloof tussen de begunstigden en de Unie, waardoor hun economische, sociale en ecologische ontwikkeling wordt bevorderd, de convergentie naar de normen van de Unie wordt ondersteund, ongelijkheden worden verminderd en de sociale cohesie wordt versterkt; |
d) |
of mag worden verwacht dat de hervormingsagenda de fundamentele aspecten van het uitbreidingsproces als bedoeld in artikel 3, lid 2, punt a), verder zal versterken; |
e) |
of mag worden verwacht dat de hervormingsagenda de transitie van de begunstigden naar duurzame, klimaatneutrale, klimaatbestendige en inclusieve economieën zal versnellen door de regionale connectiviteit te verbeteren, vooruitgang te boeken bij de gelijktijdige groene en digitale transitie, met inbegrip van biodiversiteit, strategische afhankelijkheid te verminderen, en onderzoeken innovatie, onderwijs, opleiding, werkgelegenheid en vaardigheden en de arbeidsmarkt in ruimere zin te stimuleren, met speciale nadruk op jongeren; |
f) |
of de maatregelen in de hervormingsagenda verenigbaar zijn met het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en het beginsel dat niemand aan zijn lot mag worden overgelaten; |
g) |
of de hervormingsagenda potentiële risico’s op het gebied van naleving van de basisvoorwaarden en betalingsvoorwaarden adequaat aanpakt; |
h) |
of de door de begunstigde voorgestelde betalingsvoorwaarden adequaat en ambitieus zijn, in overeenstemming zijn met het beleidskader voor uitbreiding, en voldoende betekenisvol en duidelijk zijn om de overeenkomstige vrijgave van middelen mogelijk te maken indien zij worden nageleefd, en of de voorgestelde verslagleggingsindicatoren adequaat en toereikend zijn om toezicht te houden op en verslag uit te brengen over de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de algemene doelstellingen; |
i) |
of mag worden verwacht dat de door de begunstigde voorgestelde regelingen doeltreffend onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten, georganiseerde misdaad en het witwassen van geld zullen voorkomen, opsporen en corrigeren en dat strafbare feiten met betrekking tot de in het kader van de faciliteit verstrekte middelen doeltreffend zullen worden onderzocht en vervolgd, en dubbele financiering uit de faciliteit en andere programma’s van de Unie, met name steun verleend uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1529, alsook door andere donoren zullen voorkomen; |
j) |
of in de hervormingsagenda de inbreng van relevante belanghebbenden, waaronder parlementen, lokale en regionale representatieve organen en autoriteiten, de sociale partners en maatschappelijke organisaties van de begunstigden, daadwerkelijk tot uiting komt. |
-
5.Voor de beoordeling van de door de begunstigden ingediende hervormingsagenda’s kan de Commissie worden bijgestaan door onafhankelijke deskundigen.
Artikel 15
Uitvoeringsbesluit van de Commissie
-
1.In geval van een positieve beoordeling keurt de Commissie overeenkomstig artikel 14 bij een uitvoeringsbesluit de door de begunstigde ingediende hervormingsagenda goed of, in voorkomend geval, de overeenkomstig artikel 16 ingediende wijziging ervan. Dit uitvoeringsbesluit wordt vastgesteld volgens de in artikel 31 bedoelde onderzoeksprocedure.
-
2.In het uitvoeringsbesluit van de Commissie worden de door de begunstigde uit te voeren hervormingen, de te ondersteunen investeringsgebieden en de uit de hervormingsagenda voortvloeiende betalingsvoorwaarden vastgesteld, met inbegrip van het indicatieve tijdschema.
-
3.In het uitvoeringsbesluit van de Commissie wordt ook het volgende vastgesteld:
a) |
het indicatieve bedrag van de totale middelen waarover de begunstigde beschikt, en de geplande tranches die zullen worden vrijgegeven, met inbegrip van voorfinanciering, gestructureerd overeenkomstig artikel 13, zodra de begunstigde op bevredigende wijze aan de desbetreffende betalingsvoorwaarden heeft voldaan in de vorm van kwalitatieve en kwantitatieve stappen die zijn vastgesteld met betrekking tot de uitvoering van de hervormingsagenda; |
b) |
de verdeling per tranche van de financiering tussen steun via leningen en niet-terugbetaalbare steun; |
c) |
de termijn waarbinnen de laatste betalingsvoorwaarden voor de hervormingen moeten zijn vervuld; |
d) |
de regelingen en het tijdschema voor de monitoring, verslaglegging en uitvoering van de hervormingsagenda, in voorkomend geval onder meer via democratische controle als bedoeld in artikel 4, lid 8, en met inbegrip van de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 25 te voldoen; |
e) |
de in artikel 13, lid 2, bedoelde indicatoren voor de beoordeling van de vooruitgang bij de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde algemene en specifieke doelstellingen. |
Artikel 16
Wijzigingen van de hervormingsagenda’s
-
1.Wanneer de hervormingsagenda, met inbegrip van de relevante betalingsvoorwaarden, door objectieve omstandigheden geheel of gedeeltelijk niet langer door de begunstigde kan worden verwezenlijkt, kan de begunstigde een gewijzigde hervormingsagenda voorstellen. In dat geval kan de begunstigde bij de Commissie een met redenen omkleed verzoek indienen om het in artikel 15, lid 1, bedoelde uitvoeringsbesluit te wijzigen.
-
2.De Commissie kan het uitvoeringsbesluit wijzigen, met name om rekening te houden met een wijziging van de beschikbare bedragen overeenkomstig de beginselen van artikel 21.
-
3.Indien de Commissie van mening is dat de door de begunstigde aangevoerde redenen een wijziging van de hervormingsagenda rechtvaardigen, beoordeelt de Commissie de gewijzigde agenda overeenkomstig artikel 14 en kan zij het in artikel 15, lid 1, bedoelde uitvoeringsbesluit onverwijld wijzigen.
-
4.In een wijziging kan de Commissie termijnen voor de betalingsvoorwaarden tot 2028 aanvaarden. Dit laat de in artikel 21, lid 9, vastgestelde uiterste termijn onverlet.
Artikel 17
Leningsovereenkomst, opgenomen en verstrekte leningen
-
1.Voor de financiering van de steun uit hoofde van de faciliteit in de vorm van leningen wordt de Commissie gemachtigd om, namens de Unie, de nodige financiële middelen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen te lenen overeenkomstig artikel 220 bis van het Financieel Reglement.
-
2.In afwijking van artikel 220, lid 4, van het Financieel Reglement kunnen de uitbetalingen van de lening namens de begunstigde via het WBIF worden uitgevoerd. Teruggevorderde bedragen worden overgemaakt aan de begunstigde.
-
3.De Commissie sluit een leningsovereenkomst met de begunstigde. In de leningsovereenkomst worden het maximale leningbedrag, de beschikbaarheidsperiode en de gedetailleerde voorwaarden van de steun in het kader van de faciliteit in de vorm van leningen vastgesteld. De leningen hebben een looptijd van ten hoogste veertig jaar vanaf de datum van ondertekening van de leningsovereenkomst.
Naast en in afwijking van artikel 220, lid 5, van het Financieel Reglement bevat de leningsovereenkomst het bedrag van de voorfinanciering en de regels voor de verrekening van de voorfinanciering.
Met betrekking tot leningbedragen die via het WBIF ten uitvoer worden gelegd, moet de leningsovereenkomst ook:
a) |
bepalen dat de begunstigde de Commissie onherroepelijk en onvoorwaardelijk machtigt om uitbetalingen te verrichten aan de entiteit die het fonds uitvoert op verzoek van die entiteit, en dat de Commissie wordt ontslagen van haar betalingsverplichtingen jegens de begunstigde door de betaling aan die entiteit te verrichten; |
b) |
voorzien in de verplichting van de begunstigde om de uitvoeringskosten en eventuele vergoedingen voor de uitvoering van het fonds te dragen overeenkomstig de voorwaarden die zijn overeengekomen tussen de Commissie en de entiteit die het fonds uitvoert. |
-
4.De leningsovereenkomst wordt op verzoek ter beschikking gesteld van het Europees Parlement en de Raad.
Artikel 18
Voorzieningen
-
1.Overeenkomstig artikel 211, lid 1, van het Financieel Reglement wordt een voorziening voor de leningen uit hoofde van deze verordening gevormd tegen een percentage van 9 % bij de beschikbaarstelling van middelen die onder artikel 6, lid 3, van dit Reglement vallen. De voorziening wordt gevormd uit de in artikel 6, lid 2, punt a), van dit Reglement bedoelde middelen.
De vastleggingen in de begroting voor de voorziening worden uiterlijk op 31 december 2027 gedaan. In afwijking van artikel 211, lid 2, laatste zin, van het Financieel Reglement wordt de voorziening geleidelijk betaald en volledig opgebouwd uiterlijk wanneer de leningen volledig zijn uitbetaald.
-
2.De voorziening wordt betaald aan het gemeenschappelijk voorzieningsfonds door middel van een specifieke begrotingslijn en wordt gebruikt als onderdeel van de voorzieningen ter dekking van soortgelijke risico’s. Het voorzieningspercentage wordt ten minste om de drie jaar na 24 mei 2024 herzien.
-
3.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 een gedelegeerde handeling vast te stellen om het voorzieningspercentage te wijzigen met inachtneming van de criteria van artikel 211, lid 2, van het Financieel Reglement.
Artikel 19
Uitvoering van investeringsprojecten en -programma’s in het kader van het investeringskader voor de Westelijke Balkan
-
1.Om te profiteren van het hefboomeffect van financiële steun van de Unie om aanvullende investeringen aan te trekken, worden infrastructuurinvesteringen ter ondersteuning van de hervormingsagenda’s uitgevoerd via het WBIF.
-
2.In het in artikel 15 bedoelde uitvoeringsbesluit van de Commissie wordt het bedrag aan middelen vastgesteld dat beschikbaar moet worden gesteld voor gebruik in het kader van het WBIF.
-
3.Na de vaststelling van het in artikel 21, lid 3, van deze verordening bedoelde besluit legt de Commissie de desbetreffende voorstellen voor investeringsprojecten of -programma’s ter advies voor aan de operationele raad van het WBIF als bedoeld in artikel 35, lid 8, van Verordening (EU) 2021/947.
-
4.Ten minste 37 % van de niet-terugbetaalbare financiële steun die via het WBIF wordt verstrekt, is in overeenstemming met de klimaatdoelstellingen.
-
5.Financiering in het kader van de faciliteit uit de in artikel 6, lid 2, punt a), bedoelde financiële middelen wordt, na aftrek van het bedrag van de voorziening, uitgevoerd in indirect beheer, rekening houdend met een reeks investeringen in voorbereiding, en wordt geleidelijk verstrekt door middel van bijdragen aan het gezamenlijke fonds dat in het kader van het WBIF is opgericht om de donorbijdragen te ontvangen.
-
6.Deze financiering wordt niet beschikbaar gesteld voor door het gemeenschappelijk fonds te ondersteunen investeringen voordat het in artikel 21, lid 3, bedoelde besluit is vastgesteld.
-
7.Financiering in het kader van de faciliteit uit de in artikel 6, lid 5, van deze verordening bedoelde leningen wordt beschikbaar gesteld via het WBIF in het kader van de leningsovereenkomst tussen de Commissie en de begunstigden overeenkomstig artikel 17, lid 2. Voor alle leningsovereenkomsten worden per jaar maximaal twaalf uitbetalingsverzoeken bij de Commissie ingediend door de fondsbeheerders van het gemeenschappelijke fonds als bedoeld in artikel 12, lid 2, van deze verordening. Investeringsprojecten en -programma’s kunnen steun ontvangen uit twee in artikel 6, leden 2 en 3 van deze verordening bedoelde financieringsbronnen en uit andere programma’s en instrumenten van de Unie, op voorwaarde dat die steun uit verschillende bronnen, programma’s en instrumenten in additionaliteit voorziet en niet dezelfde kosten dekt. Voor elk investeringsproject of -programma verstrekt de Commissie de operationele raad van het WBIF een beoordeling, onder meer van synergieën en complementariteit met andere programma’s van de Unie, met name de steun uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1529, teneinde dubbele bijstand en dubbele financiering te voorkomen.
Artikel 20
Voorfinanciering
-
1.Na de indiening van de hervormingsagenda bij de Commissie kan de begunstigde verzoeken om de vrijgave van een voorfinanciering van maximaal 7 % van het totale bedrag dat in het kader van deze faciliteit overeenkomstig artikel 6, lid 4, is voorzien.
-
2.De Commissie kan de gevraagde voorfinanciering vrijgeven na de vaststelling van haar in artikel 15 bedoelde uitvoeringsbesluit en de inwerkingtreding van de faciliteitsovereenkomst en van de leningsovereenkomst, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 9 en artikel 17. De middelen worden vrijgegeven overeenkomstig artikel 21, lid 3, eerste zin, en met inachtneming van de basisvoorwaarden van artikel 5.
-
3.De Commissie stelt het tijdschema vast voor de uitbetaling van de voorfinanciering, die in een of meer tranches kan worden uitbetaald.
Artikel 21
Beoordeling van de naleving van betalingsvoorwaarden, inhouding, verlaging en herverdeling van middelen, regels inzake betalingen
-
1.Tweemaal per jaar dient de begunstigde een naar behoren gemotiveerd verzoek tot vrijgave van middelen in met betrekking tot vervulde betalingsvoorwaarden die samenhangen met de kwantitatieve en kwalitatieve stappen, zoals uiteengezet in de hervormingsagenda’s.
-
2.De Commissie beoordeelt onverwijld of de begunstigde heeft voldaan aan de basisvoorwaarden van artikel 5 en aan de beginselen voor financiering van artikel 12, lid 3, en op bevredigende wijze heeft voldaan aan de betalingsvoorwaarden die zijn uiteengezet in het in artikel 15, lid 1, bedoelde uitvoeringsbesluit van de Commissie. De bevredigende uitvoering van die betalingsvoorwaarden veronderstelt dat maatregelen met betrekking tot deze hervormingen waarvoor de begunstigde bevredigende uitvoering had bereikt in voorgaande besluiten, niet door de begunstigde zijn teruggedraaid. De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen, ook door deskundigen uit de lidstaten.
-
3.Wanneer de Commissie een positieve beoordeling afgeeft over het feit dat aan alle toepasselijke voorwaarden is voldaan, stelt zij onverwijld een besluit vast waarbij toestemming wordt verleend voor de vrijgave van middelen die met die voorwaarden overeenstemmen. In dat besluit wordt, overeenkomstig artikel 6, lid 5, het bedrag vastgesteld van de middelen die beschikbaar moeten worden gesteld als financiële bijstand, die rechtstreeks aan de schatkisten van de begunstigden wordt uitgekeerd, en het bedrag dat via het WBIF ter beschikking moet worden gesteld. Wat deze bedragen betreft, vormt het besluit de in artikel 12 bedoelde voorwaarde voor het bedrag aan middelen dat ter beschikking moet worden gesteld als financiële bijstand die rechtstreeks naar de schatkisten van de begunstigden gaat, en de in artikel 12 bedoelde voorlopige validering voor het bedrag dat via het WBIF ter beschikking moet worden gesteld.
-
4.Wanneer de Commissie een negatieve beoordeling afgeeft van de naleving van de voorwaarden volgens het indicatieve tijdschema, wordt de vrijgave van de middelen die met deze voorwaarden overeenstemmen, opgeschort. De ingehouden bedragen worden pas vrijgegeven nadat de begunstigde, als onderdeel van een volgend verzoek voor vrijgave van middelen, naar behoren heeft gemotiveerd dat de nodige maatregelen zijn genomen om op bevredigende wijze aan de overeenkomstige voorwaarden te voldoen.
-
5.Indien de Commissie tot de conclusie komt dat de begunstigde de nodige maatregelen niet heeft genomen binnen een termijn van twaalf maanden na de in lid 4 bedoelde eerste negatieve beoordeling, verlaagt zij het bedrag van de niet-terugbetaalbare financiële steun en van de lening evenredig met het deel dat overeenkomt met de relevante betalingsvoorwaarden. Gedurende het eerste jaar van uitvoering geldt een termijn van 24 maanden, berekend vanaf de in lid 4 bedoelde eerste negatieve beoordeling. De begunstigde kan binnen twee maanden na de mededeling van de conclusies van de Commissie zijn opmerkingen indienen.
-
6.Elk bedrag dat samenhangt met betalingsvoorwaarden waaraan niet is voldaan tegen 31 december 2028, is niet verschuldigd aan de begunstigden en moet in voorkomend geval worden vrijgegeven of geannuleerd van het beschikbare bedrag aan leningsteun.
-
7.De Commissie kan het bedrag van de niet-terugbetaalbare financiële steun, onder meer door verrekening overeenkomstig artikel 102 van het Financieel Reglement, of van de lening verlagen, in geïdentificeerde gevallen van of bij ernstige zorgen met betrekking tot onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden en die niet door de begunstigde zijn gecorrigeerd, of bij een ernstige inbreuk op een verplichting die voortvloeit uit de faciliteitsovereenkomsten of de leningsovereenkomten, onder meer op basis van door OLAF verstrekte informatie of verslagen van de Europese Rekenkamer. De Commissie licht het Europees Parlement en de Raad in alvorens een besluit over deze verlagingen te nemen.
-
8.De Commissie kan besluiten een bedrag dat op grond van lid 6 of lid 7 van dit artikel is verlaagd, te herverdelen onder andere begunstigden van de faciliteit door de in artikel 15 bedoelde uitvoeringsbesluiten te wijzigen.
-
9.Voor het onderdeel van de financiering door de faciliteit die wordt uitbetaald als financiële bijstand die rechtstreeks naar de schatkisten van de begunstigden gaat, begint in afwijking van artikel 116, lid 2, van het Financieel Reglement de betalingstermijn als bedoeld in artikel 116, lid 1, punt a), van het Financieel Reglement overeenkomstig lid 3 van dit artikel vanaf de datum van de mededeling van het besluit tot goedkeuring van de uitbetaling aan de begunstigde.
-
10.Artikel 116, lid 5, van het Financieel Reglement is niet van toepassing op betalingen die zijn gedaan als financiële bijstand die rechtstreeks naar de schatkisten van de begunstigen gaat uit hoofde van dit artikel en artikel 23 van deze verordening.
-
11.Betalingen van de niet-terugbetaalbare financiële steun en van de leningen in het kader van dit artikel worden respectievelijk verricht overeenkomstig de begrotingskredieten, zoals vastgesteld in de jaarlijkse begrotingsprocedure en afhankelijk van de beschikbare middelen. De middelen worden uitbetaald in tranches. Een tranche kan in een of meer deeltranches worden uitbetaald.
-
12.Het als financiële bijstand beschikbaar gestelde bedrag dat rechtstreeks naar de schatkisten van de begunstigden gaat, wordt betaald na het in lid 3 bedoelde besluit in overeenstemming met de leningsovereenkomst.
-
13.Betalingen van steunbedragen in de vorm van leningen, ongeacht of deze rechtstreeks aan de schatkisten van de begunstigden of via het WBIF worden verstrekt, zijn afhankelijk van de indiening door de begunstigde van een betalingsverzoek in de in de leningsovereenkomst vastgestelde vorm.
-
14.Het via het WBIF ter beschikking gestelde bedrag wordt betaald na het in lid 3 bedoelde besluit, na het in lid 13 bedoelde betalingsverzoek en na ontvangst van een betalingsverzoek van de fondsbeheerders van het in het kader van het WBIF opgerichte gemeenschappelijke fonds voor het ontvangen van donorbijdragen.
Artikel 22
Transparantie met betrekking tot personen en entiteiten die financiering ontvangen voor de uitvoering van de hervormingsagenda’s
-
1.De begunstigden moeten actuele gegevens publiceren over eindontvangers die voor het uitvoeren van hervormingen en het realiseren van investeringen in het kader van deze faciliteit gedurende de periode van vier jaar gecumuleerde financieringsbedragen van meer dan 50 000 EUR ontvangen.
-
2.Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde eindontvangers wordt de volgende informatie in machineleesbaar formaat en in volgorde van de omvang van het totale ontvangen bedrag op een webpagina bekendgemaakt met inachtneming van de vereisten inzake geheimhouding en beveiliging, met name inzake de bescherming van persoonsgegevens:
a) |
in het geval van een rechtspersoon, de volledige officiële naam en het btw- of fiscaal identificatienummer van de ontvanger, indien beschikbaar, of een ander uniek identificatiemiddel dat is vastgesteld in de wetgeving die op de betrokken rechtspersoon van toepassing is; |
b) |
in het geval van een natuurlijke persoon, de voor- en achterna(a)m(en) van de ontvanger; |
c) |
het door de ontvanger ontvangen bedrag, en de hervormingen en investeringen in het kader van de hervormingsprogramma’s die mede met dit bedrag worden uitgevoerd. |
-
3.De in lid 2 bedoelde informatie wordt niet gepubliceerd indien bekendmaking afbreuk dreigt te doen aan de rechten en vrijheden van de betrokken eindontvangers of hun commerciële belangen ernstig dreigt te schaden. Dergelijke informatie wordt aan de Commissie beschikbaar gesteld.
-
4.De begunstigden verstrekken de Commissie ten minste eenmaal per jaar langs elektronische weg de gegevens over de in lid 1 van dit artikel bedoelde eindontvangers, in een in de faciliteitsovereenkomst vast te leggen machineleesbaar formaat, zoals bedoeld in artikel 9, lid 5, punt k).
HOOFDSTUK IV
BESCHERMING VAN DE FINANCIËLE BELANGEN VAN DE UNIE
Artikel 23
Bescherming van de financiële belangen van de Unie
-
1.Bij de uitvoering van de faciliteit nemen de Commissie en de begunstigden alle passende maatregelen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel en de specifieke voorwaarden waaronder de faciliteit zal functioneren, en met de in artikel 5, lid 1, vastgestelde basisvoorwaarden en de in de specifieke faciliteitsovereenkomsten uiteengezette voorwaarden, in het bijzonder met betrekking tot het voorkomen, opsporen en corrigeren van fraude, corruptie, belangenconflicten en onregelmatigheden, en het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten met betrekking tot de in het kader van de faciliteit verstrekte middelen. Elke begunstigde verbindt zich ertoe vorderingen te maken met doeltreffende en efficiënte beheers- en controlesystemen en ervoor te zorgen dat ten onrechte betaalde of ten onrechte bestede bedragen kunnen worden teruggevorderd.
-
2.De faciliteitsovereenkomst voorziet in de volgende verplichtingen van de begunstigde:
a) |
om regelmatig te controleren of de verstrekte financiering naar behoren is gebruikt overeenkomstig alle toepasselijke voorschriften, met name wat betreft het voorkomen, opsporen en corrigeren van fraude, corruptie, belangenconflicten en onregelmatigheden; |
b) |
om klokkenluiders te beschermen; |
c) |
om passende maatregelen te nemen om fraude, corruptie, belangenconflicten en onregelmatigheden te voorkomen, op te sporen en te corrigeren en strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden te onderzoeken en te vervolgen, om dubbele financiering op te sporen en te voorkomen en juridische stappen te ondernemen om middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven terug te vorderen, onder meer in verband met maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en investeringsprojecten en -programma’s in het kader van de hervormingsagenda’s, en passende maatregelen te nemen om verzoeken om wederzijdse rechtshulp van het EOM en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten betreffende strafbare feiten met betrekking tot de in het kader van de faciliteit verstrekte middelen in voorkomend geval onverwijld te behandelen; |
d) |
voor de toepassing van lid 1, met name voor controles op het gebruik van middelen met betrekking tot de uitvoering van hervormingen in de hervormingsagenda’s, om in overeenstemming met de beginselen van de Unie inzake gegevensbescherming en de toepasselijke voorschriften inzake gegevensbescherming te zorgen voor de verzameling van en toegang tot voldoende gegevens over personen en entiteiten die uit hoofde van hoofdstuk III financiering ontvangen voor de uitvoering van maatregelen van de hervormingsagenda, waaronder informatie over uiteindelijk belang; |
e) |
om de Commissie, OLAF, de Rekenkamer en in voorkomend geval het EOM expliciet toe te staan hun in artikel 129 van het Financieel Reglement vastgelegde rechten uit te oefenen. |
-
3.In de faciliteitsovereenkomst wordt tevens bepaald dat de Commissie het recht heeft om de steun uit hoofde van de faciliteit evenredig te verminderen en elk bedrag dat is besteed aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de faciliteit, terug te vorderen of om een vervroegde terugbetaling van de lening te vragen, in geval van onregelmatigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden, en die niet door de begunstigde zijn gecorrigeerd, of in geval van een ernstige schending van een verplichting die voortvloeit uit dergelijke overeenkomsten. Bij het nemen van een besluit over het bedrag van de terugvordering en de vermindering of het vervroegd terug te betalen bedrag neemt de Commissie het evenredigheidsbeginsel in acht en houdt zij rekening met de ernst van de onregelmatigheid, fraude, corruptie of belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden, of van een schending van een verplichting. De begunstigde krijgt de gelegenheid opmerkingen te maken voordat tot de vermindering wordt besloten of voordat om vroegtijdige terugbetaling wordt verzocht.
-
4.Personen en entiteiten die middelen uit hoofde van de faciliteit uitvoeren, melden alle vermoedelijke gevallen van fraude, corruptie, belangenconflicten en onregelmatigheden die de financiële belangen van de Unie schaden, onverwijld aan de Commissie en OLAF.
Artikel 24
Rol van de interne systemen en auditautoriteiten van de begunstigden
-
1.Voor het onderdeel van de financiering door de faciliteit die beschikbaar wordt gesteld als financiële bijstand, doet de Commissie een beroep op de in elke begunstigde gevestigde auditautoriteiten teneinde de overheidsuitgaven te controleren. Indien van toepassing worden de coördinatiediensten fraudebestrijding van elke begunstigde die zijn opgericht in het kader van IPA III hierbij betrokken. In voorkomend geval maakt de Commissie ook gebruik van aanvullende democratische controle als bedoeld in artikel 4, lid 8.
In de hervormingsagenda’s wordt in de eerste jaren van de tenuitvoerlegging prioriteit gegeven aan hervormingen met betrekking tot onderhandelingshoofdstuk 32, met name wat betreft het beheer van de overheidsfinanciën en interne controle, en fraudebestrijding, samen met de hoofdstukken 23 en 24, met name op het gebied van justitie, corruptie en georganiseerde misdaad, en hoofdstuk 8, met name inzake het staatssteuntoezicht.
-
2.De begunstigden melden onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, waarover een eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgesteld, onverwijld aan de Commissie en houden de Commissie op de hoogte van het verloop van de administratieve en gerechtelijke procedures met betrekking tot deze onregelmatigheden. Dergelijke rapportering wordt verricht met door de Commissie ingestelde elektronische middelen die gebruikmaken van het beheerssysteem voor onregelmatigheden.
-
3.De in lid 1 bedoelde entiteiten onderhouden een regelmatige dialoog met de Rekenkamer, OLAF en, in voorkomend geval, het EOM.
-
4.De Commissie kan gedetailleerde systeemevaluaties van de uitvoering van de begroting van de begunstigden verrichten op basis van een risicobeoordeling en een dialoog met de auditautoriteiten, en aanbevelingen doen voor verbeteringen in de systemen.
-
5.De Commissie kan aanbevelingen doen aan de begunstigde over alle gevallen waarin de bevoegde autoriteiten naar haar mening niet de nodige maatregelen hebben genomen ter voorkoming, opsporing en correctie van fraude, corruptie, belangenconflicten en onregelmatigheden die het goed financieel beheer van de uit hoofde van de faciliteit gefinancierde uitgaven hebben geschaad of ernstig in het gedrang dreigen te brengen, en in alle gevallen waarin tekortkomingen worden vastgesteld die het ontwerp en de werking van het door die autoriteiten ingevoerde controlesysteem schaden. De desbetreffende begunstigden voeren dergelijke aanbevelingen uit of motiveren waarom zij dat niet hebben gedaan.
HOOFDSTUK V
MONITORING, VERSLAGLEGGING EN EVALUATIE
Artikel 25
Monitoring en verslaglegging
-
1.De Commissie monitort de uitvoering van de faciliteit en beoordeelt de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen. De monitoring van de uitvoering is gericht op en evenredig met de activiteiten die in het kader van de faciliteit worden uitgevoerd. Van de in artikel 13, lid 2, bedoelde indicatoren wordt verwacht dat zij zullen bijdragen tot de monitoring van de faciliteit door de Commissie.
-
2.In de in artikel 9 bedoelde faciliteitsovereenkomst worden de regels en voorwaarden voor de begunstigden uiteengezet om aan de Commissie verslag uit te brengen voor de toepassing van lid 1 van dit artikel.
-
3.De Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de voortgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. In dat jaarverslag worden ook synergieën en complementariteit van de faciliteit met andere programma’s van de Unie behandeld, met name de steun uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1529, met als doel dubbele bijstand en dubbele financiering te voorkomen. Het jaarverslag wordt tweemaal per jaar aangevuld met presentaties over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de faciliteit.
-
4.De Commissie legt het in lid 3 van dit artikel bedoelde jaarverslag voor aan het in artikel 31 bedoelde comité.
Artikel 26
Faciliteitsscorebord
-
1.De Commissie stelt een faciliteitsscorebord (het “scorebord”) in, waarin wordt weergegeven hoever de uitvoering van de hervormingsagenda’s van de begunstigden is gevorderd.
-
2.De Commissie is overeenkomstig artikel 30 bevoegd een gedelegeerde handeling vast te stellen ter aanvulling van deze verordening door de elementen van het scorebord tot in detail te definiëren, zodat de in lid 1 van dit artikel bedoelde vorderingen met betrekking tot de uitvoering van de faciliteit inzichtelijk worden gemaakt.
-
3.Het scorebord wordt uiterlijk op 1 januari 2025 in werking gesteld en wordt tweemaal per jaar door de Commissie bijgewerkt. Het wordt online openbaar gemaakt.
Artikel 27
Evaluatie van de faciliteit
-
1.Na 31 december 2027, en uiterlijk op 31 december 2031, voert de Commissie een onafhankelijke ex-postevaluatie uit van de verordening. Bij die ex-postevaluatie wordt de bijdrage van de Unie aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening beoordeeld.
-
2.Voor de ex-postevaluatie wordt gebruikgemaakt van de beginselen voor goede werkwijzen van de commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO, om na te gaan of de doelstellingen zijn verwezenlijkt en om aanbevelingen te kunnen opstellen teneinde toekomstige acties te verbeteren.
-
3.De Commissie zendt de bevindingen en conclusies van de ex-postevaluatie, vergezeld van haar opmerkingen en follow-up, aan het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten. Die ex-postevaluatie kan op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de lidstaten worden besproken. De resultaten ervan worden gebruikt bij het voorbereiden van programma’s en acties, en bij de toewijzing van middelen. Die ex-postevaluatie en de follow-up worden openbaar gemaakt.
-
4.De Commissie betrekt alle belanghebbenden, met inbegrip van begunstigden, sociale partners, maatschappelijke organisaties en regionale en lokale overheden, op passende wijze bij het evaluatieproces inzake de financiering door de Unie waarin deze verordening voorziet, en kan er waar passend naar streven om gezamenlijke evaluaties met de lidstaten en andere partners te verrichten, met nauwe betrokkenheid van de begunstigden.
Artikel 28
Verslaglegging door de begunstigden in het kader van de economische en financiële dialoog
De begunstigden brengen in het kader van de economische en financiële dialoog eenmaal per jaar verslag uit over de vooruitgang die zij hebben geboekt bij de verwezenlijking van het hervormingsgerelateerde onderdeel van hun hervormingsagenda.
Artikel 29
Dialoog over de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan
-
1.De Commissie houdt minstens tweemaal per jaar, indien nodig, een dialoog met de bevoegde commissies van het Europees Parlement. Voorafgaand aan elke dialoog verstrekt de Commissie aan het Europees Parlement schriftelijke informatie over:
a) |
de stand van de bij de uitvoering van de faciliteit geboekte vooruitgang; |
b) |
de beoordeling van de hervormingsagenda’s; |
c) |
de belangrijkste bevindingen van het in artikel 25, lid 3, bedoelde verslag; |
d) |
de betalings-, inhoudings- en verminderingsprocedures, indien van toepassing, met inbegrip van eventuele opmerkingen die worden ingediend om te waarborgen dat naar tevredenheid aan de voorwaarden wordt voldaan, en |
e) |
alle andere relevante elementen in verband met de uitvoering van de faciliteit. |
-
2.De in lid 1 bedoelde dialoog kan samenvallen met de geopolitieke dialoog op hoog niveau over IPA III, zodat het mogelijk is passend na te denken over synergieën en complementariteit.
-
3.De Commissie houdt rekening met alle elementen die naar voren komen in de door middel van de dialoog over de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan kenbaar gemaakte standpunten, waaronder, indien relevant, de resoluties van het Europees Parlement.
HOOFDSTUK VI
SLOTBEPALINGEN
Artikel 30
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
-
1.De bevoegdheid om de in de artikelen 18 en 26 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
-
2.De in de artikelen 18 en 26 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
-
3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 18 en 26 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
-
4.Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
-
5.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
-
6.Een overeenkomstig artikel 18 of 26 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met één maand verlengd.
Artikel 31
Comitéprocedure
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EU) 2021/1529 ingestelde comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
-
3.Indien het comité geen advies uitbrengt met betrekking tot de uitvoeringshandelingen als bedoeld in artikel 15, lid 1, en artikel 16, lid 2, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 32
Informatie, communicatie en publiciteit
-
1.De Commissie ontplooit communicatieactiviteiten om zichtbaarheid te geven aan de Uniefinanciering voor de in de hervormingsagenda’s beoogde financiële steun, onder meer door middel van gezamenlijke communicatieactiviteiten met de begunstigden. In voorkomend geval zorgt de Commissie voor een financieringsverklaring waarin wordt meegedeeld en erkend dat sprake is van steun in het kader van de faciliteit. Acties die uit hoofde van de faciliteit worden gefinancierd, worden uitgevoerd overeenkomstig de communicatie- en zichtbaarheidsvereisten voor door de Unie gefinancierd extern optreden en andere toepasselijke richtsnoeren.
-
2.De ontvangers van Uniefinanciering erkennen actief de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de Uniefinanciering, onder meer door waar nodig het embleem van Unie af te beelden en een passende financieringsverklaring weer te geven die luidt “gefinancierd door de Europese Unie”, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.
-
3.Informatie, communicatie en publiciteit worden verstrekt in een toegankelijk formaat.
Artikel 33
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 mei 2024.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
-
R.METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
-
H.LAHBIB
-
Advies van 30 januari 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
-
Standpunt van het Europees Parlement van 24 april 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 7 mei 2024.
(*1) Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
-
Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad van 15 september 2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) (PB L 330 van 20.9.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1529/oj).
-
Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/882/oj).
-
Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/852/oj).
-
PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.
-
Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad (PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/947/oj).
-
Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj).
-
Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
-
Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/427/oj).
-
PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.
-
Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/883/oj).
-
Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1995/2988/oj).
-
Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2185/oj).
-
Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj).
BIJLAGE
Methode voor de toewijzing van totale middelen per begunstigde
De toewijzing van elke begunstigde wordt berekend overeenkomstig de volgende stappen op basis van gegevens over het referentiejaar:
stap 1: vaststelling van een verdeelsleutel voor de bevolking op basis van de verhouding tussen de bevolking van de begunstigde en de totale bevolking van de Westelijke Balkan;
stap 2: vaststelling van een verdeelsleutel voor het bbp op basis van de verhouding tussen het gemiddelde bbp per hoofd van de bevolking voor de Westelijke Balkan en het bbp per hoofd van de bevolking van de respectieve begunstigde, gedeeld door de som van de zes verhoudingen;
stap 3: combinatie van de procentuele gewichten van elke begunstigde voor de bevolking in stap 1 en het bbp per hoofd van de bevolking in stap 2 met een wegingsfactor van 60 % bevolking en 40 % bbp per hoofd van de bevolking.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.