Verordening 2024/3018 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek

1.

Wettekst

NL

L-serie

Publicatieblad van de Europese Unie

2024/3018                                   6.12.2024

2.

VERORDENING (EU) 2024/3018 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 27 november 2024

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek

(Voor de EER en Zwitserland relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

  • (1) 
    Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (3) stelt het rechtskader op Unieniveau vast voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken.
  • (2) 
    Verordening (EG) nr. 223/2009 werd gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/759 van het Europees Parlement en de Raad (4) om de governance van het Europees statistisch systeem (ESS), en met name de professionele onafhankelijkheid ervan, verder te versterken. Die versterkte governance is doeltreffend gebleken.
  • (3) 
    Op 6 maart 2023 heeft de Europese Adviescommissie voor statistische governance haar jaarverslag voor 2022 gepubliceerd. Zoals daarin wordt uiteengezet, is het waarborgen van professionele onafhankelijkheid van fundamenteel belang voor het verstrekken van objectieve en onpartijdige Europese statistieken en voor het opbouwen van vertrouwen van het publiek in besluiten en beleid op basis daarvan. Daarom dienen de lidstaten en de Commissie internationale beste praktijken te volgen met betrekking tot de selectie, de benoeming en het ontslag van respectievelijk de hoofden van de nationale bureaus voor de statistiek (NSI’s) en de directeur-generaal van de Commissie (Eurostat), op basis van duidelijke professionele criteria zoals statistische reputatie en een hoog niveau van deskundigheid op het gebied van statistiek. De redenen voor een voortijdige beeindiging van het contract dienen de professionele onafhankelijkheid niet in het gedrang te brengen; zij dienen naar behoren gemotiveerd te worden, gespecificeerd te worden en op passende wijze meegedeeld te worden, met inachtneming van de rechten van de betrokkene. Voorts dient de Commissie (Eurostat) de Europese Adviescommissie voor statistische governance in kennis te stellen indien zij ernstige bezorgdheid heeft over de uitvoering van de Praktijkcode Europese statistieken, gezien de belangrijke rol van die Adviescommissie als orgaan van de Unie dat belast is met het verstrekken van een onafhankelijke beoordeling van de uitvoering door het ESS van de Praktijkcode Europese statistieken en van advies over het versterken van het vertrouwen van de gebruikers in Europese statistieken.
  • (4) 
    De digitale transformatie heeft tot radicaal verschillende realiteiten geleid en een nieuwe omgeving gecreeerd met nieuwe behoeften aan Europese statistieken. Bovendien hebben recente humanitaire en politieke gebeurtenissen, zoals de COVID-19-pandemie en de energie- en koopkrachtcrisis als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraine, de eisen en verwachtingen voor tijdiger, frequentere en gedetailleerdere Europese statistieken versterkt die nodig zijn om de besluitvorming van de Unie te ondersteunen en te zorgen voor de best mogelijke respons van de Unie op crises.
  • (2) 
    Standpunt van het Europees Parlement van 13 maart 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 5 november 2024.
  • (3) 
    Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comite statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).
  • (4) 
    Verordening (EU) 2015/759 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009 inzake de Europese statistiek (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 90).
  • (5) 
    Er kunnen crisissituaties zijn waarin tijdige en innovatieve Europese statistieken nodig zijn om te voorzien in urgente behoeften van beleidsmakers. Het gebrek aan tijdige gegevens over winsten per eenheid en bedrijfswinsten, bijvoorbeeld, belemmert beleidsmakers bij hun inspanningen om de kwestie van prijspieken grondig te beoordelen, nu onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van bedrijfsbeleid als een factor die mogelijk bijdraagt aan de inflatie. Het is dan ook van cruciaal belang procedures vast te stellen om te kunnen voorzien in urgente behoeften van beleidsmakers aan Europese statistieken.
  • (6) 
    Om tegemoet te komen aan de toenemende eisen en verwachtingen ten aanzien van tijdiger, frequentere en gedetailleerdere Europese statistieken en ten aanzien van een snellere en beter gecoordineerde ESS-respons op dringende statistische behoeften in tijden van crisis, moet Verordening (EG) nr. 223/2009 worden gewijzigd. Het doel van deze wijzigingsverordening is ervoor te zorgen dat Europese statistieken relevant blijven doordat rekening wordt gehouden met veranderende en veeleisender gebruikersbehoeften, met name door het volledige potentieel van digitale gegevensbronnen en technologies te benutten en het gebruik ervan voor Europese statistieken mogelijk te maken, door het ESS flexibeler te maken en in staat te stellen doeltreffend en snel op crises te reageren, door het delen van gegevens toe te staan en door de coordinatie tussen ESS-partners te versterken.
  • (7) 
    Om rekening te houden met de huidige realiteit en de digitale omgeving waarin het ESS functioneert, moeten in Verordening (EG) nr. 223/2009 nieuwe of geactualiseerde definities worden opgenomen om de begrippen “gegevens”, “metagegevens”, “gegevenshouder”, “gegevensbron”, “toegang tot gegevens” en “gebruik voor statistische doeleinden” te verduidelijken.
  • (8) 
    Recente gebeurtenissen zoals de COVID-19-pandemie en de crisis op het gebied van energie en kosten van levensonderhoud als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraine hebben aangetoond dat de beschikbaarheid van tijdige, betrouwbare en vergelijkbare Europese statistieken van vitaal belang is voor de doeltreffendheid van de reactie van overheidsinstanties op noodsituaties. Daarom moet het ESS snel gecoordineerde acties kunnen ondernemen indien zich dringende behoeften aan gegevens en statistieken voordoen buiten het reguliere planningskader, met name in tijden van crisis die worden erkend door rechtshandelingen van de Unie, zoals Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1993 van de Raad (5), Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad (6), Verordening (EU) 2016/369 van de Raad (7), Verordening (EU) 2022/2372 van de Raad (8) en een verordening tot vaststelling van een kader van maatregelen in verband met noodsituaties op de interne markt en met de veerkracht van de interne markt (verordening inzake noodsituaties op de interne markt en veerkracht van de interne markt). In een dergelijke situatie moet een gegevenshouder op verzoek gegevens ter beschikking stellen aan een NSI of de Commissie (Eurostat) indien dat NSI of de Commissie (Eurostat) aantoont dat er een uitzonderlijke noodzaak bestaat om de gevraagde gegevens te gebruiken, overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad (9). De Commissie (Eurostat) moet dringende statistische acties kunnen ondernemen in nauwe samenwerking met het Comite voor het Europees statistisch systeem (ESS-comite). NSI’s en andere nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken (“andere nationale instanties”) moeten op vrijwillige basis aan dergelijke acties kunnen deelnemen.
  • (9) 
    De toegang tot en het gebruik van nieuwe gegevensbronnen, met inbegrip van big data, die ontstaan uit digitale diensten en het internet der dingen (IoT), worden van vitaal belang om tijdig en met passende frequentie voldoende gedetailleerde Europese statistieken te produceren op een efficientere en goedkopere manier. Dergelijke nieuwe gegevensbronnen leveren ook een belangrijke bijdrage aan de opbouw van statistische steekproefkaders voor ESS-doeleinden. Daarom moet de toegang tot nieuwe gegevensbronnen in het algemeen, en in het bijzonder tot gegevens in particulier bezit, voor de ontwikkeling en productie van Europese officiele statistieken op duurzame basis en volgens eerlijke, duidelijke, voorspelbare en proportionele regels die in overeenstemming zijn met het grondrechtenkader van de Unie worden gewaarborgd. De toegang tot gegevens in particulier bezit moet worden gewaarborgd conform het beginsel van kosteneffectiviteit en mag niet resulteren in buitensporige lasten voor economische actoren, zoals vastgesteld in artikel 338, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
  • (5) 
    Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1993 van de Raad van 11 december 2018 inzake de geintegreerde EU-regeling politieke crisisrespons (PB L 320 van 17.12.2018, blz. 28).
  • (6) 
    Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).
  • (7) 
    Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie (PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1).
  • (8) 
    Verordening (EU) 2022/2372 van de Raad van 24 oktober 2022 betreffende een kader van maatregelen ter waarborging van de levering van in een crisissituatie relevante medische tegenmaatregelen in geval van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid op Unieniveau (PB L 314 van 6.12.2022, blz. 64).
  • (10) 
    Gegevens in particulier bezit slaat op de grote hoeveelheid gegevens die particuliere entiteiten als gevolg van hun activiteiten hebben verkregen en die door statistische instanties kunnen worden gebruikt om officiele statistieken op te stellen. Het kan onder meer gaan om gegevens die in het bezit zijn van maatschappelijke organisaties. Dergelijke gegevens kunnen van cruciaal belang zijn als aanvulling op officiele statistieken en voor het monitoren van de vooruitgang op economisch, sociaal en milieugebied, en met name de vooruitgang met betrekking tot de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Het gebruik van dergelijke gegevens moet daarom sterk worden aangemoedigd.
  • (11) 
    Toegang tot nieuwe gegevensbronnen, met name tot gegevens in particulier bezit, is al lang een verzoek van het ESS, zoals blijkt uit de ESS-standpuntnota over de toegang tot gegevens in particulier bezit die van openbaar belang zijn van november 2017 en de ESS-standpuntnota over het toekomstige voorstel voor een dataverordening van juni 2021.
  • (12) 
    Voor het gebruik van gegevens in particulier bezit en andere nieuwe gegevensbronnen moeten strikte wettelijke, technische en procedurele waarborgen en garanties gelden, waaronder de toepassing van een hoog niveau van veiligheid, vertrouwelijkheid en eerbiediging van de privacy, zoals reeds vastgelegd in Verordening (EG) nr. 223/2009. De toegang tot gegevens in particulier bezit moet worden beperkt tot de NSI’s, die namens zichzelf of namens andere nationale instanties van het ESS optreden, en de Commissie (Eurostat). De gevraagde gegevens moeten strikt noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken en van statistieken die in ontwikkeling zijn. Dergelijke gegevens in particulier bezit moeten worden gepseudonimiseerd overeenkomstig artikel 89 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (10) en artikel 13 van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (11).
  • (13) 
    Verzoeken om gegevens in particulier bezit vanwege de NSI’s of de Commissie (Eurostat) moeten transparant en evenredig zijn wat de reikwijdte en de mate van gedetailleerdheid ervan betreft. In dat verband moeten het doel van het verzoek, het beoogde gebruik van de gevraagde gegevens, de frequentie waarmee en de termijnen waarbinnen de gegevens ter beschikking moeten worden gesteld, alsook de operationele regelingen voor de terbeschikkingstelling ervan worden gespecificeerd en toegelicht. De verwerking van gegevens in verband met dergelijke verzoeken om gegevens mag geen afbreuk doen aan Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (12), Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1725, naargelang het geval. Aangezien officiele statistieken een publiek goed zijn, moet de toegang tot gegevens kosteloos zijn. Wanneer een NSI om gegevens verzoekt, mogen de lidstaten de particuliere gegevenshouder een vergoeding verstrekken die beperkt is tot de verwerkingsdienst overeenkomstig de gevraagde specificaties, tenzij het nationale recht de NSI’s of andere nationale instanties niet toestaat om gegevenshouders te vergoeden. Wanneer de Commissie (Eurostat) om gegevens verzoekt, moet zij de particuliere gegevenshouder een redelijke vergoeding voorstellen die beperkt is tot de specifieke verwerkingsdienst overeenkomstig de gevraagde specificaties.
  • (14) 
    Wanneer het NSI of de Commissie (Eurostat) om gegevens in particulier bezit verzoekt, moet het NSI respectievelijk de Commissie (Eurostat) de particuliere gegevenshouder uitnodigen voor een dialoog om de concrete parameters van verzoeken om gegevens en andere specifieke regelingen, met inbegrip van de wijze van beschikbaarstelling van gegevens, alsook eventuele organisatorische en technische maatregelen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van gegevens en bedrijfsgeheimen te specificeren, met het oog op het sluiten van een overeenkomst over die aspecten. Indien binnen drie maanden geen overeenkomst wordt gesloten of indien de particuliere gegevenshouder de overeenkomst niet nakomt, moet het NSI de mogelijkheid hebben de particuliere gegevenshouder een tweede verzoek te doen om gegevens beschikbaar te stellen. Indien de particuliere gegevenshouder opzettelijk of uit onachtzaamheid nalaat de gegevens binnen de termijn door te geven of onjuiste, onvolledige of misleidende gegevens doorgeeft, moet de lidstaat of de Commissie handhavingsmaatregelen vaststellen, met inbegrip van de mogelijkheid om sancties op te leggen, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, rekening houdend met de aard, de ernst, de herhaling en de duur van de inbreuk, met het oog op het nagestreefde algemeen belang. Er moeten maximumbedragen voor door de Commissie vastgestelde sancties worden vastgesteld. De Commissie kan richtsnoeren voor de berekening van de geldboeten uitvaardigen. Alle besluiten die de Commissie uit hoofde van deze wijzigingsverordening neemt, zijn overeenkomstig het VWEU onderworpen aan toetsing door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie van de Europese Unie moet volledige rechtsmacht hebben ten aanzien van geldboeten die de Commissie overeenkomstig artikel 261 VWEU heeft vastgesteld.
  • Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
  • Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
  • Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).
  • (15) 
    De verdere integratie van statistieken en geospatiale informatie moet worden aangemoedigd om een efficienter gebruik van hulpbronnen en een betere integratie van gegevens door verschillende openbare organisaties mogelijk te maken, nieuwe statistische output, zoals ruimtelijke analyse, te produceren en de visualisering en verspreiding van gegevens te verbeteren. Die verdere integratie zou de besluitvorming en de monitoring van beleidsdoelstellingen op zowel Unie- als nationaal niveau ondersteunen.
  • (16) 
    De Commissie (Eurostat), de NSI’s en andere nationale instanties moeten ernaar streven met behulp van moderne en gebruiksvriendelijke technologieen toegang te verlenen tot hun databanken en ondersteunende metagegevens en andere documentatie die relevant is voor kwaliteitsbeoordeling.
  • (17) 
    Europese statistieken worden ook ontwikkeld, geproduceerd en verspreid door het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), maar binnen een afzonderlijk rechtskader dat de bestuursstructuur van het ESCB weerspiegelt. Conform artikel 338, lid 1, VWEU en artikel 5 van Protocol nr. 4 betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank is nauwe samenwerking en passende coordinatie tussen het ESS en het ESCB nodig, met name om de uitwisseling van gegevens tussen beide systemen uitsluitend voor statistische doeleinden te stimuleren. Voorts moet Verordening (EG) nr. 223/2009 van toepassing zijn onverminderd de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad (13).
  • (18) 
    De uitwisseling van vertrouwelijke gegevens draagt bij tot een betere kwaliteit van Europese statistieken. Het ESS heeft actief gewerkt aan de verdere ontwikkeling van een dergelijke uitwisseling van gegevens, onder meer door in diverse sectorale wetgeving te voorzien in de doorgifte van vertrouwelijke gegevens. Die inspanningen moeten worden voortgezet. Wederzijdse uitwisseling van vertrouwelijke gegevens moet worden toegestaan, zowel binnen het ESS als tussen het ESS en het ESCB, indien dat nodig is voor de efficiente ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken of voor het verhogen van de kwaliteit van Europese statistieken. Indien vertrouwelijke gegevens aan de Commissie (Eurostat) zijn doorgegeven, moet toestemming vereist zijn van het NSI of de andere nationale instantie die de gegevens heeft verstrekt.
  • (19) 
    Er moet voor worden gezorgd dat de nationale overheids- en semi-overheidsinstanties die belast zijn met administratieve gegevensbronnen, databanken, interoperabiliteitssystemen of gegevens die relevant zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, de NSI’s en andere nationale instanties in staat stellen die gegevens kosteloos, tijdig en met voldoende frequentie te raadplegen, te gebruiken en te integreren met het oog op de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat op basis van relevante administratieve gegevens statistische steekproefkaders kunnen worden opgebouwd door de NSI’s en andere nationale instanties.
  • (20) 
    Het gebruik van statistieken uit meerdere bronnen moet verder worden aangemoedigd, aan de hand van statistieken die zijn ontwikkeld of geproduceerd op basis van verschillende gegevensbronnen, onder meer door middel van modelleringstechnieken en andere statistische methoden of innovatieve benaderingen.
  • (21) 
    Wanneer de krachtens Verordening (EG) nr. 223/2009 uit te voeren activiteiten gepaard gaan met de verwerking van persoonsgegevens voor officiele statistische doeleinden overeenkomstig het aan de statistische instanties verleende mandaat om persoonsgegevens op te vragen op grond van de specifieke methodologische beschrijving voor elk statistisch product, moet die verwerking in overeenstemming zijn met het desbetreffende Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens, namelijk de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725. Overeenkom-stig de in die verordeningen neergelegde beginselen moet een dergelijke verwerking onderworpen zijn aan passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene. Die waarborgen moeten ervoor zorgen dat er technische en organisatorische maatregelen zijn getroffen om met name de inachtneming van het beginsel van minimale gegevensverwerking te garanderen. Die maatregelen kunnen de vorm aannemen van pseudonimisering.
  • (22) 
    Voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van officiele statistieken door NSI’s en andere nationale instanties, die in het algemeen belang wordt geacht, moeten afwijkingen gelden en zij moet voorwerp zijn van passende waarborgen, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679. Zo mag de verdere verwerking van persoonsgegevens voor statistische doeleinden niet worden beschouwd als onverenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden waarvoor zij zijn verzameld. Persoonsgegevens die voor statistische doeleinden in het algemeen belang worden verwerkt, zijn vertrouwelijke gegevens en vallen dus onder het beginsel van statistische geheimhouding, wat betekent dat zij alleen voor statistische doeleinden mogen worden gebruikt en nooit mogen worden gebruikt voor ondersteunende maatregelen of besluiten ten aanzien van een bepaalde natuurlijke persoon. In dat verband omvatten de bijzondere waarborgen die moeten worden toegepast wanneer het delen van gegevens uit hoofde van Verordening (EG) nr. 223/2009 vereist dat persoonsgegevens worden verwerkt, technische en organisatorische maatregelen zoals privacybevorderende technologieen en de eerbiediging van de beginselen van doelbinding, minimale gegevensver-werking, opslagbeperking en integriteit en vertrouwelijkheid, zoals vastgelegd in de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 en verder uitgewerkt in de Praktijkcode Europese statistieken. In dat verband moeten
  • Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens

    door de Europese Centrale Bank (PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8).

privacybevorderende technologieen die specifiek zijn ontworpen om die beginselen toe te passen, worden gebruikt om gegevens te delen. Op grond van artikel 89, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 moeten bij nationaal recht afwijkingen worden toegestaan voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken door NSI’s en andere nationale instanties, met inachtneming van de daarin vastgestelde waarborgen.

  • (23) 
    Om een voortrekkersrol te spelen bij de geleidelijke integratie van nieuwe technologieen en nieuwe inzichten, en om ervoor te zorgen dat Europese statistieken voortdurend relevant blijven, moeten regels worden vastgesteld uit hoofde waarvan, als onderdeel van een collectieve inspanning van het ESS, overeenkomstig de behoeften van de gebruikers op specifieke gebieden statistieken kunnen worden ontwikkeld in de vorm van in ontwikkeling zijnde statistieken of experimentele statistieken met als doel die te integreren in de regelmatige productie van Europese statistieken. Hoewel die statistieken niet noodzakelijkerwijs aan alle kwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009 voldoen, moeten zij als Europese statistieken worden behandeld. De publicatie van die statistieken moet vergezeld gaan van transparante informatie over de kwaliteit van de in ontwikkeling zijnde statistieken of experimentele statistieken.
  • (24) 
    Bij hun streven om te innoveren en nieuwe statistische output te ontwikkelen, moeten de nationale statistische instanties zo veel mogelijk rekening houden met de behoeften van de gebruikers, zoals die met name door de nationale raden voor statistische gebruikers of andere geschikte organen zijn aangegeven. Op het niveau van de Unie moet het Europees Raadgevend Comite voor de statistiek (ESAC), dat bij Besluit nr. 234/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (14) is opgericht als belangrijkste orgaan van de Unie dat gebruikers, respondenten en producenten van Europese statistieken vertegenwoordigt, door de Commissie worden geinformeerd over de wijze waarop het rekening heeft gehouden met de adviezen van het ESAC, met name met betrekking tot de ontwikkeling van nieuwe Europese statistieken.
  • (25) 
    Om gelijke tred te houden met de recentste academische trends en om de kwaliteit van statistische gegevens en methoden te verbeteren, moeten de statistische instanties — zowel op nationaal als op Europees niveau — sterke, gestructureerde en duurzame interdisciplinaire samenwerking met academische en onderzoeksinstellingen bevorderen, met name bij de ontwikkeling van nieuwe statistieken, het testen van nieuwe methoden en technologieen en het bevorderen van innovatie en experimenten. Voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 223/2009 moeten wetenschappelijke doeleinden onderzoeksactiviteiten omvatten zoals technologische ontwikkeling en demonstratie, fundamenteel onderzoek of toegepast onderzoek.
  • (26) 
    Gezien het vertrouwen dat aan de NSI’s wordt geboden en hun grote technische deskundigheid op het gebied van gegevens- en metagegevensbeheer, gegevenskwaliteit en gegevensbescherming, moeten de lidstaten overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel worden aangemoedigd om aan de NSI’s een belangrijke rol toe te kennen in de nationale kaders voor gegevensbeheer, met inbegrip van de functies waarin Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad (15) voorziet, teneinde de uitwisseling van gegevens, de integratie en interoperabiliteit van gegevens, de beschrijving van metagegevens, kwaliteitsborging en de vaststelling van normen te bevorderen. In dat verband moeten de NSI’s en andere nationale instanties worden betrokken bij het oorspronkelijke ontwerp, de latere ontwikkeling en de stopzetting van administratieve gegevensbronnen, databanken of interoperabiliteitssystemen. Dergelijke betrokkenheid moet waar nodig worden versterkt, teneinde onder meer de consistentie en de kwaliteit van de gegevens te waarborgen en de rapportagelast tot een minimum te beperken.
  • (27) 
    Gegevens die rechtmatig voor het publiek beschikbaar zijn en die op grond van het nationale recht of het Unierecht voor het publiek beschikbaar blijven, mogen niet als vertrouwelijk worden beschouwd wanneer zij worden gebruikt voor statistische doeleinden of voor de verspreiding van statistieken die aan de hand van dergelijke gegevens zijn verkregen.
  • (28) 
    In het belang van een grotere tijdigheid op het niveau van de Unie moet de Commissie (Eurostat) worden toegestaan de Europese statistieken van de lidstaten te verspreiden zodra die op nationaal niveau zijn gepubliceerd, zelfs als zij werden gepubliceerd voor de termijnen voor het verstrekken van de statistieken die zijn vastgesteld in de desbetreffende sectorale wetgeving van de Unie.
  • (29) 
    Een gebrek aan coordinatie kan tot inefficientie en inconsistenties leiden en problemen veroorzaken in verband met de kwaliteit van de Europese statistieken. De instellingen en organen van de Unie moeten de Commissie (Eurostat) systematisch raadplegen over statistische methoden en gegevenskwaliteit bij de ontwikkeling van nieuwe statistieken op hun bevoegdheidsgebieden. De coordinatie moet ook andere statistieken omvatten die van cruciaal belang zijn om beleidsmakers en burgers te informeren, met name omdat de kwaliteit van dergelijke statistieken de reputatie van Europese statistieken kan aantasten.
  • Besluit nr. 234/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 tot oprichting van een Europees Raadgevend

    Comite voor de statistiek en tot intrekking van Besluit 91/116/EEG van de Raad (PB L 73 van 15.3.2008, blz. 13).

  • Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot

    wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (datagovernanceverordening) (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 1).

  • (30) 
    Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de wijziging van het rechtskader voor het ontwikkelen, het produceren en het verspreiden van Europese statistieken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar om redenen van consistentie en vergelijkbaarheid beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.
  • (31) 
    Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 223/2009 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot bepaling van de dringende statistische acties en tot vaststelling van de procedure voor de uitvoering daarvan, met inbegrip van de relevante termijnen, frequentie en kwaliteitseisen die moeten worden toegepast door de lidstaten die vrijwillig aan de dringende statistische actie deelnemen, en voor de verlenging van die dringende acties, alsook tot vaststelling van de technische aspecten van de uitwisseling van gegevens tussen de statistische instanties uit hoofde van die verordening. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (16).
  • (32) 
    Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 6 september 2023 heeft hij een advies uitgebracht.
  • (33) 
    Het ESS-comite is geraadpleegd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 223/2009

Verordening (EG) nr. 223/2009 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1) 
    Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    de volgende punten worden ingevoegd:

“4 bis. “gegevens”: elke digitale of niet-digitale weergave van handelingen, feiten of informatie en elke compilatie van dergelijke handelingen, feiten of informatie over de waargenomen eenheden;

4 ter. “metagegevens”: informatie die gegevens en processen definieert en beschrijft;

4 quater. “gegevenshouder”: een natuurlijke of rechtspersoon of een andere entiteit die het recht heeft,

overeenkomstig het toepasselijke Unierecht of nationale recht, en in staat is om de als gevolg van zijn of haar activiteit verkregen gegevens te beheren en beschikbaar te stellen;”;

  • b) 
    de volgende punten worden ingevoegd:

“5 bis. “gegevensbron”: een bron van gegevens die op zichzelf of in combinatie met gegevens uit andere bronnen relevant en nodig is voor de ontwikkeling en productie van statistieken, met inbegrip van enquetes, tellingen, administratieve gegevens of gegevens die op verzoek door gegevenshouders ter beschikking worden gesteld;

5 ter. “toegang tot gegevens”: de verwerking door een nationaal bureau voor de statistiek of andere nationale

instanties of door de Commissie (Eurostat) van gegevens die door een gegevenshouder zijn verstrekt of beschikbaar gesteld, overeenkomstig specifieke technische, juridische of organisatorische vereisten;”;

  • c) 
    punt 8 wordt vervangen door:

“8. “gebruik voor statistische doeleinden”: het exclusieve gebruik voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van statistische resultaten en analyses door statistische instanties, onder meer voor onderzoek en wetenschappelijke activiteiten, of de vaststelling van steekproefkaders;”.

  • Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene

voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

  • 2) 
    Het volgende artikel wordt ingevoegd:

Artikel 16 bis

Statistische respons op dringende beleidsbehoeften in crisissituaties

  • 1. 
    De Commissie (Eurostat) onderzoekt crisissituaties en kan indien nodig dringende statistische acties ondernemen, met inachtneming van de in dit artikel vervatte procedures, indien aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan:
  • a) 
    het is strikt noodzakelijk te reageren op dringende beleidsbehoeften die voortvloeien uit de betrokken crisissituatie, na de activering van noodmechanismen die zijn vastgesteld overeenkomstig rechtshandelingen van de Unie, zoals Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1993 van de Raad (*) of andere rechtshandelingen van de Unie voor noodsituaties;
  • b) 
    aan die dringende beleidsbehoeften kan niet worden voldaan in het kader van het Europees statistisch programma.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde dringende statistische acties worden door de Commissie (Eurostat) op het niveau van de Unie uitgevoerd, in nauwe samenwerking met de NSI’s en andere nationale instanties, en kunnen het volgende omvatten:
  • a) 
    het produceren van Europese statistieken op basis van nieuwe gegevensbronnen of gegevensverzamelingen, rekening houdend met de lasten voor de respondenten en de kosteneffectiviteit voor de lidstaten;
  • b) 
    het verstrekken van nieuwe statistische indicatoren en inzichten op basis van bestaande gegevens;
  • c) 
    het ontwikkelen van methodologische richtsnoeren om ervoor te zorgen dat de statistieken in de door de crisissituatie getroffen lidstaten vergelijkbaar en consistent zijn;
  • d) 
    andere gecoordineerde maatregelen op het niveau van de Unie die gericht zijn op een tijdige en relevante statistische respons op de specifieke situatie.
  • 3. 
    Bij de beoordeling van de noodzaak van dringende statistische acties als bedoeld in lid 1 informeert en raadpleegt de Commissie (Eurostat) het ESS-comite onverwijld en houdt zij naar behoren rekening met zijn professionele richtsnoeren. Dringende statistische acties die moeten worden ondernomen, worden vooraf door het ESS-comite onderzocht. Daartoe verstrekt de Commissie (Eurostat) het ESS-comite grondige informatie over de te ondernemen acties, de motivering ervan op basis van kosteneffectiviteit, de middelen en tijdschema’s om die te verwezenlijken, de beoordeling van de responslast voor de respondenten van de enquete en de financiele bijdrage van de Unie ter dekking van de meerkosten van de NSI’s en andere nationale instanties.
  • 4. 
    De lidstaten kunnen afzonderlijk en op vrijwillige basis besluiten deel te nemen aan de in lid 1 bedoelde dringende statistische acties. Die dringende statistische acties zijn relevant en bestrijken de dringende beleidsbehoeften die voortvloeien uit de crisissituatie in de Unie. Wanneer de lidstaten deelnemen aan dringende statistische acties, voldoen zij aan de overeengekomen gemeenschappelijke termijnen, frequentie en kwaliteitsvereisten voor de aan de Commissie (Eurostat) te verstrekken nationale gegevens.
  • 5. 
    De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de in lid 1 van dit artikel bedoelde dringende statistische acties specificeren en de procedure voor de uitvoering ervan vaststellen, met inbegrip van de relevante tijdspanne, frequentie en kwaliteitsvereisten die moeten worden toegepast door de lidstaten die vrijwillig deelnemen aan de dringende statistische actie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Onverminderd de prerogatieven van de begrotingsautoriteit wordt uit het bij Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad (**) vastgestelde programma voor de interne markt en overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (***) een financiele bijdrage beschikbaar gesteld aan de NSI’s en andere nationale instanties als bedoeld in de op grond van artikel 5, lid 2, van deze verordening opgestelde lijst, ter dekking van de meerkosten die voortvloeien uit de uitvoering van dergelijke dringende statistische acties. Daarnaast kunnen die NSI’s en andere nationale instanties steun uit andere toepasselijke financiele programma’s van de Unie aanvragen overeenkomstig de regels van die programma’s. De lidstaten kunnen ook steun aanvragen uit het bij Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad (****) vastgestelde instrument voor technische ondersteuning. Het bedrag van de financiele bijdrage uit hoofde van deze alinea wordt vastgesteld overeenkomstig de regels van het desbetreffende financieringsprogramma, afhankelijk van de beschikbaarheid van financiering, met name overeenkomstig de regels van het Europees statistisch programma.

  • 6. 
    Krachtens lid 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandelingen blijven niet langer van kracht dan de duur van de betrokken crisissituatie en in geen geval langer dan twaalf maanden. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan die termijn door middel van een uitvoeringshandeling met nog eens twaalf maanden worden verlengd. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

(*) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1993 van de Raad van 11 december 2018 inzake de geintegreerde EU-regeling politieke crisisrespons (PB L 320 van 17.12.2018, blz. 28).

(**) Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van een programma voor de interne markt, het concurrentievermogen van ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, het gebied van planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, en Europese statistieken (programma voor de interne markt), en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 99/2013, (EU) nr. 1287/2013, (EU) nr. 254/2014, en (EU) nr. 652/2014 (PB L 153 van 3.5.2021, blz. 1).

(***) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiele regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).

(****) Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1).”.

  • 3) 
    Artikel 17 bis wordt vervangen door:

Artikel 17 bis

Toegang tot en gebruik en integratie van administratieve gegevens voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken

  • 1. 
    De nationale overheids- en semi-overheidsinstanties die krachtens het nationale recht belast zijn met administratieve gegevensbronnen, databanken, interoperabiliteitssystemen of gegevens die relevant en nodig zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, stellen de NSI’s en andere nationale instanties in staat die gegevens en de relevante metagegevens kosteloos, tijdig en met voldoende frequentie en fijnmazigheid te raadplegen, te gebruiken en te integreren, om Europese statistieken te ontwikkelen, te produceren en te verspreiden.
  • 2. 
    De NSI’s en de Commissie (Eurostat) worden geraadpleegd over, en nemen deel aan, het oorspronkelijke ontwerp, de daaropvolgende ontwikkeling en de beeindiging van administratieve gegevensbronnen, databanken of interoperabiliteitssystemen die zijn opgezet en in stand worden gehouden door andere organen, waardoor het latere gebruik van die gegevensbronnen, databanken of interoperabiliteitssystemen voor de productie van Europese statistieken wordt vergemakkelijkt. Zij nemen ook deel aan de normalisatiewerkzaamheden betreffende voor de productie van Europese statistieken relevante administratieve gegevensbronnen, databanken of interoperabiliteits-systemen.

2 bis. Voor de toepassing van deze verordening wordt de Commissie (Eurostat) op verzoek toegestaan relevante gegevens en metagegevens uit databanken en interoperabiliteitssystemen die door organen en agentschappen van de Unie worden beheerd, te raadplegen, te gebruiken en tijdig te integreren, onverminderd de handelingen van de Unie tot instelling van die databanken en interoperabiliteitssystemen, met inbegrip van het centrale register voor rapportage en statistieken (CRRS) dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad (*). Daartoe werkt de Commissie (Eurostat) samen met de relevante organen en agentschappen van de Unie om de vereiste gegevens en metagegevens op maat, de operationele regelingen voor het gebruik van gegevens en de nodige fysieke en logische waarborgen te specificeren. Wanneer gegevens en metagegevens die nodig zijn voor Europese statistieken alleen beschikbaar zijn in databanken en interoperabiliteitssystemen die door organen en agentschappen van de Unie worden beheerd, kan de Commissie (Eurostat) die gegevens op verzoek delen met de relevante NSI’s of andere nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, onverminderd de handelingen van de Unie tot oprichting van die databanken en interoperabiliteitssystemen.

  • 3. 
    De toegang en de betrokkenheid van de NSI’s, andere nationale instanties en de Commissie (Eurostat) op grond van de leden 1, 2 en 2 bis zijn beperkt tot administratieve gegevensbronnen, databanken of interoperabiliteitssystemen binnen hun respectieve bestuursstelsels.
  • 4. 
    De door hun eigenaren aan de NSI’s, andere nationale instanties en de Commissie (Eurostat) beschikbaar gestelde administratieve gegevensbronnen, databanken of interoperabiliteitssystemen die dienen voor de productie van Europese statistieken, gaan vergezeld van de relevante metagegevens.
  • 5. 
    De NSI’s, andere nationale instanties en organen als bedoeld in lid 1 voorzien in de nodige samenwerkings-mechanismen in overeenstemming met de specifieke nationale kenmerken. Die mechanismen bieden de NSI’s ook de mogelijkheid om controles van de gegevenskwaliteit uit te voeren en statistische kaders op te stellen op basis van de geraadpleegde relevante administratieve gegevens.

(*) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27).”.

  • 4) 
    De volgende artikelen worden ingevoegd:

Artikel 17 ter

Verplichting voor particuliere gegevenshouders om gegevens beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken

  • 1. 
    Onverminderd de rapportageverplichtingen, gegevensverzamelingen of gegevenstoegang uit hoofde van de sectorale statistische wetgeving van de Unie of de verplichting voor gegevenshouders om gegevens beschikbaar te stellen op basis van een uitzonderlijke behoefte overeenkomstig Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad (*), kan een NSI of de Commissie (Eurostat) een particuliere datahouder verzoeken gegevens en relevante metagegevens kosteloos beschikbaar te stellen wanneer de gevraagde gegevens strikt noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken en niet op een andere wijze kunnen worden verkregen of het hergebruik ervan zal leiden tot een aanzienlijke vermindering van de responslast voor gegevenshouders en andere bedrijven. Dergelijke gegevensverzamelingen of gegevenstoegang kunnen door de Commissie in het jaarlijkse werkprogramma worden opgenomen.
  • 2. 
    Als coordinator van het nationale statistische systeem kan een NSI namens elke andere nationale instantie een verzoek om gegevens indienen bij een particuliere gegevenshouder, wanneer de gevraagde gegevens noodzakelijk zijn voor door die andere nationale instantie ontwikkelde, geproduceerde en verspreide Europese statistieken. Het NSI en de andere nationale instanties van een lidstaat werken samen om buitensporige lasten voor particuliere gegevenshouders te voorkomen.
  • 3. 
    De NSI’s en de Commissie (Eurostat) werken samen en verlenen elkaar bijstand om buitensporige lasten voor particuliere gegevenshouders te voorkomen en om te bepalen wie de verzoeken om gegevens moet indienen. Het verzoek om gegevens wordt met name door het NSI bij een particuliere gegevenshouder ingediend, tenzij de Commissie (Eurostat) en de betrokken NSI’s overeenkomen dat het verzoek door de Commissie (Eurostat) efficienter is, bijvoorbeeld in het geval van particuliere gegevenshouders die op Unieniveau actief zijn.
  • 4. 
    De Commissie (Eurostat) kan, in overleg met de NSI’s, een beveiligde infrastructuur opzetten die op vrijwillige basis kan worden gebruikt om de verdere uitwisseling met de NSI’s en de andere nationale instanties van gegevens waartoe overeenkomstig lid 3 toegang is verkregen, te vergemakkelijken.

De in de eerste alinea bedoelde beveiligde infrastructuur is gebaseerd op technologieen die specifiek zijn ontworpen om te voldoen aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (**) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (***).

  • 5. 
    Wanneer uit hoofde van lid 1 door een NSI gevraagde gegevens een specifieke verwerkingsdienst vereisen, kunnen de lidstaten de particuliere gegevenshouder voor die specifieke verwerkingsdienst vergoeden, behalve wanneer het nationale recht de NSI of andere nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de productie van statistieken verbiedt om gegevenshouders te vergoeden. Wanneer de Commissie (Eurostat) om redenen van efficientie op grond van lid 3 om gegevens verzoekt en een specifieke verwerkingsdienst nodig is, stelt de Commissie (Eurostat) de particuliere gegevenshouder voor die specifieke verwerkingsdienst een redelijke vergoeding voor.
  • 6. 
    Dit artikel is niet van toepassing op micro-ondernemingen of kleine ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/eG van de Commissie (****), behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen waarin de gegevens waarover die micro-ondernemingen of kleine ondernemingen beschikken vanwege de aard en de omvang van die gegevens op nationaal niveau van specifiek belang zijn voor officiele statistieken.

    Artikel 17 quater

Verzoeken om gegevens en regelingen voor het beschikbaar stellen van gegevens voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken

  • 1. 
    Wanneer de NSI’s of de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 17 ter om gegevens verzoeken:
  • a) 
    specificeren zij welke gegevens en metagegevens vereist zijn;
  • b) 
    specificeren zij de statistische noodzaak waarvoor om de gegevens wordt verzocht overeenkomstig artikel 17 ter, lid 1;
  • c) 
    specificeren zij de frequentie waarmee en de termijnen waarbinnen de gegevens ter beschikking moeten worden gesteld;
  • d) 
    specificeren zij de operationele regelingen voor het beschikbaar stellen van de gegevens.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde verzoeken om gegevens voldoen aan het beginsel van minimale gegevensverwerking en staan in verhouding tot de statistische behoefte wat betreft de mate van gedetailleerdheid en het volume van de gegevens en de frequentie waarmee de gegevens beschikbaar moeten worden gesteld. Dergelijke verzoeken hebben in beginsel betrekking op niet-persoonsgebonden gegevens en alleen in specifieke omstandigheden op persoonsgegevens van categorieen persoonsgegevens die in sectorale wetgeving worden gespecificeerd.
  • 3. 
    Naar aanleiding van een verzoek om gegevens als bedoeld in lid 1 vindt een dialoog plaats tussen het NSI, de andere nationale instantie of de Commissie (Eurostat) en de betrokken particuliere gegevenshouder om de maatregelen te bespreken en overeen te komen die nodig zijn om gegevens beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, met het oog op het sluiten van een overeenkomst.
  • 4. 
    Indien binnen drie maanden na de kennisgeving van het in lid 1 bedoelde verzoek om gegevens geen overeenkomst als bedoeld in lid 3 wordt gesloten of indien de particuliere gegevenshouder de overeenkomst niet nakomt:
  • a) 
    kan het NSI, wanneer het om de gegevens heeft verzocht, een tweede verzoek tot de particuliere gegevenshouder richten om de gegevens binnen een specifieke termijn beschikbaar te stellen, waarna de particuliere gegevenshouder de relevante gegevens binnen die termijn beschikbaar stelt;
  • b) 
    kan de Commissie (Eurostat), wanneer zij om de gegevens heeft verzocht, een besluit nemen om de particuliere gegevenshouder te verplichten de gegevens binnen een termijn van ten minste 15 kalenderdagen beschikbaar te stellen, waarna de particuliere gegevenshouder de relevante gegevens binnen de daarin vastgestelde termijn ter beschikking van de Commissie (Eurostat) stelt.

Lid 1 is van toepassing op een besluit als bedoeld in de eerste alinea, punt b), van dit lid. Een dergelijk besluit houdt rekening met kwesties waarover tijdens de dialoog met de particuliere gegevenshouder mogelijk overeenstemming is bereikt. Het vermeldt ook de termijn waarbinnen de particuliere gegevenshouder zijn antwoord moet indienen, de termijn waarbinnen de particuliere gegevenshouder de gegevens beschikbaar moet stellen, de geldboeten uit hoofde van lid 6 die kunnen worden opgelegd indien de gegevens niet tijdig worden verstrekt, en de rechtsmiddelen tegen het besluit.

  • 5. 
    De lidstaten nemen passende maatregelen om de doeltreffende uitvoering van de in lid 4, punt a), bedoelde verzoeken te waarborgen.
  • 6. 
    De Commissie neemt passende maatregelen om de doeltreffende uitvoering van de overeenkomstig lid 4, punt b), vastgestelde besluiten te waarborgen. Die maatregelen kunnen de vaststelling van geldboeten omvatten wanneer de particuliere gegevenshouder opzettelijk of uit onachtzaamheid nalaat de gegevens die bij een in lid 4, punt b), bedoeld besluit gevraagd werden, binnen de termijn te verstrekken of onjuiste, onvolledige of misleidende gegevens verstrekt. Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboeten houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst, de duur en de herhaling van de inbreuk.
  • 7. 
    De Commissie kan besluiten tot oplegging van geldboeten vaststellen binnen een jaar na de in haar besluit uit hoofde van lid 4, punt b), vastgestelde termijn voor de indiening van gegevens, indien de particuliere gegevenshouder geen gegevens indient, of binnen een jaar na de indiening van onjuiste, onvolledige of misleidende gegevens. De geldboeten kunnen oplopen tot 25 000 EUR en, in geval van herhaling binnen drie jaar, tot 50 000 EUR. De bevoegdheid van de Commissie om besluiten tot oplegging van een geldboete uit te voeren, verjaart vijf jaar na de datum waarop het besluit definitief wordt. Alvorens een besluit op grond van lid 6 vast te stellen, stelt de Commissie de particuliere gegevenshouder in de gelegenheid te worden gehoord over de voorlopige bevindingen van de Commissie en de maatregelen die de Commissie zou kunnen nemen op basis van die voorlopige bevindingen.

    Artikel 17 quinquies

    Toetsing van besluiten tot oplegging van geldboeten door het Hof van Justitie van de Europese Unie

Overeenkomstig artikel 261 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen besluiten waarbij de Commissie geldboeten heeft opgelegd. Het kan de opgelegde geldboete vernietigen, verlagen of verhogen.

Artikel 17 sexies

Verplichtingen van de NSI's, andere nationale instanties en de Commissie (Eurostat) inzake het gebruik van gegevens die door particuliere gegevenshouders beschikbaar zijn gesteld voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken

  • 1. 
    De NSI’s en de Commissie (Eurostat) gebruiken de overeenkomstig artikel 17 ter voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken beschikbaar gestelde gegevens:
  • a) 
    uitsluitend voor statistische doeleinden;
  • b) 
    in overeenstemming met de statistische beginselen van artikel 2, lid 1, en
  • c) 
    in overeenstemming met de verplichting de gegevens niet buiten het ESS te delen tenzij de particuliere gegevenshouder ermee heeft ingestemd die gegevens te delen.
  • 2. 
    De NSI’s en de Commissie (Eurostat) voorzien in passende waarborgen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens voor statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 13 van Verordening (EU) 2018/1725, met name om te zorgen voor de naleving van het beginsel dat gegevens moeten worden gepseudonimiseerd.
  • 3. 
    De NSI’s en de Commissie (Eurostat):
  • a) 
    nemen passende maatregelen om de statistische vertrouwelijkheid en bedrijfsgeheimen te beschermen;
  • b) 
    nemen, voor zover de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is, technische en organisatorische maatregelen die de rechten en vrijheden van de betrokkenen waarborgen.
  • 4. 
    De leden 1 en 3 van dit artikel zijn van toepassing op elke andere nationale instantie die gegevens heeft ontvangen naar aanleiding van een verzoek dat namens haar is ingediend door een NSI overeenkomstig artikel 17 ter, lid 2.

    Artikel 17 septies

    Uitwisseling van niet-vertrouwelijke gegevens in het ESS en tussen het ESS en het ESCB

  • 1. 
    Niet-vertrouwelijke gegevens worden, indien nodig en indien beschikbaar in geaggregeerde vorm, op verzoek gedeeld tussen de NSI’s, op eigen initiatief of namens een andere nationale instantie, en tussen de NSI’s en de Commissie (Eurostat), uitsluitend voor statistische doeleinden en ter verbetering van de kwaliteit van de Europese statistieken.
  • 2. 
    Het delen van niet-vertrouwelijke gegevens, met inbegrip van gegevens die door particuliere gegevenshouders beschikbaar zijn gesteld, vindt plaats tussen het ESS en een lid van het ESCB op verzoek, indien nodig en indien beschikbaar in geaggregeerde vorm, op gebieden van gedeelde verantwoordelijkheid of gemeenschappelijk belang en wanneer de gegevens uitsluitend worden gebruikt voor statistische doeleinden en om de kwaliteit van de door dat lid van het ESCB ontwikkelde en geproduceerde Europese statistieken te verbeteren.
  • 3. 
    De Commissie (Eurostat) zet een beveiligde infrastructuur op om het delen van gegevens uit hoofde van dit artikel te vergemakkelijken, en de NSI’s en, indien relevant, de andere nationale instanties, of leden van het ESCB, kunnen die beveiligde infrastructuur voor het delen van gegevens op vrijwillige basis gebruiken.
  • 4. 
    De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de technische aspecten van het delen van gegevens tussen de in dit artikel bedoelde statistische instanties vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

(*) Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van gegevens en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Dataverordening) (PB L, 2023/2854, 22.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2854/oj).

(**) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescher-ming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(***) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(****) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).”.

  • 5) 
    Het volgende hoofdstuk wordt ingevoegd:

“Hoofdstuk III bis

Ontwikkeling van Europese statistieken

Artikel 17 octies

Statistieken in ontwikkeling

  • 1. 
    De NSI’s, de andere nationale instanties en de Commissie (Eurostat) streven ernaar voortdurend te innoveren en nieuwe statistische outputs en inzichten te ontwikkelen op basis van alle beschikbare gegevensbronnen en gebruik te maken van geavanceerde technologies, met als doel die te integreren in de regelmatige productie van Europese statistieken. Daartoe kan de Commissie (Eurostat), in nauwe samenwerking met het ESS-comite, een begin maken met de ontwikkeling van nieuwe statistische outputs en inzichten in het ESS. Die statistische outputs en inzichten kunnen worden opgenomen in het jaarlijkse werkprogramma en uitgevoerd door middel van afzonderlijke statistische acties als bedoeld in artikel 14, lid 1.
  • 2. 
    Statistieken die in ontwikkeling zijn, hoeven niet te voldoen aan alle kwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1.
  • 3. 
    De Commissie (Eurostat) kan de in ontwikkeling zijnde Europese statistieken met instemming van de NSI’s of andere nationale instanties verspreiden en geeft uitdrukkelijk aan dat die statistieken in ontwikkeling zijn. Ook de NSI’s en andere nationale instanties kunnen door hen geproduceerde in ontwikkeling zijnde Europese statistieken verspreiden.”.
  • 6) 
    Aan artikel 18 wordt het volgende lid toegevoegd:

“4. De Commissie (Eurostat) kan Europese statistieken die reeds op nationaal niveau door de lidstaten zijn gepubliceerd, voor de in de desbetreffende sectorale wetgeving vastgestelde termijnen verspreiden, op voorwaarde dat die statistieken in overeenstemming zijn met de desbetreffende definities en classificatie.”.

  • 7) 
    In artikel 21 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

“1. Vertrouwelijke gegevens mogen door een ESS-instantie als bedoeld in artikel 4 die de gegevens heeft verzameld aan een andere ESS-instantie worden doorgegeven, mits de doorgifte noodzakelijk is voor de efficiente ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken of voor de verbetering van de kwaliteit ervan. Indien de gegevens aan de Commissie (Eurostat) zijn doorgegeven, moet het NSI of de andere nationale instantie die de gegevens heeft verstrekt haar toestemming verlenen.

  • 2. 
    Vertrouwelijke gegevens mogen tussen de ESS-instantie die de gegevens heeft verzameld en een lid van het ESCB worden doorgegeven, mits de doorgifte noodzakelijk is voor de efficiente ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken of voor de verbetering van de kwaliteit van Europese statistieken, binnen de grenzen van de respectieve bevoegdheden van het ESS en het ESCB, en mits die noodzaak is aangetoond. Indien de gegevens aan de Commissie (Eurostat) zijn doorgegeven, is toestemming vereist van het NSI of de andere nationale instantie die de gegevens heeft verstrekt.”.
  • 8) 
    Artikel 23 wordt vervangen door:

Artikel 23

Toegang tot vertrouwelijke gegevens voor onderzoeksdoeleinden

Toegang tot vertrouwelijke gegevens, met inbegrip van door particuliere gegevenshouders beschikbaar gestelde gegevens, die alleen de indirecte identificatie van de statistische eenheden mogelijk maken, kan door de Commissie (Eurostat) of door de NSI’s of andere nationale instanties, binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden, worden verleend aan onderzoekers die statistische analyses voor wetenschappelijke doeleinden uitvoeren. Indien de gegevens aan de Commissie (Eurostat) zijn doorgegeven, is toestemming vereist van het NSI of de andere nationale instantie die de gegevens heeft verstrekt.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de regelingen, voorschriften en voorwaarden voor toegang op het niveau van de Unie vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Voor de toepassing van deze verordening omvatten onderzoeksdoeleinden onderzoeksactiviteiten zoals technologische ontwikkeling en demonstratie, fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek.”.

  • 9) 
    Artikel 25 wordt vervangen door:

Artikel 25

Openbaar beschikbare gegevens

Gegevens die rechtmatig voor het publiek beschikbaar zijn en die op grond van het nationale recht of Unierecht voor het publiek beschikbaar blijven, worden niet als vertrouwelijk beschouwd wanneer zij worden gebruikt voor statistische doeleinden of voor de verspreiding van statistieken die aan de hand van die gegevens zijn verkregen. Die gegevens omvatten met name gegevens over sleutelkenmerken van individuele ondernemingen zoals vermeld in Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 van de Commissie (*).

(*) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 van de Commissie van 21 december 2022 tot vaststelling van een lijst met specifieke hoogwaardige datasets en de regelingen voor publicatie en hergebruik van die gegevens (PB L 19 van 20.1.2023, blz. 43).”.

  • 10) 
    Het volgende artikel wordt ingevoegd in hoofdstuk VI:

Artikel 26 bis

Bijdrage aan nationale kaders voor gegevensbeheer

  • 1. 
    In overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel kunnen de NSI’s op nationaal niveau taken op zich nemen zoals vastgelegd in de nationale kaders voor gegevensbeheer, met als doel de integratie en interoperabiliteit van gegevens, de beschrijving van metagegevens, kwaliteitsborging, de vaststelling van normen, het delen van gegevens en het hergebruik van gegevens te bevorderen, alsook andere taken en functies die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad (*).
  • 2. 
    De uitvoering van de in lid 1 van dit artikel bedoelde functies door de NSI’s is verenigbaar met de uitoefening van de statistische functies die worden uitgevoerd overeenkomstig de statistische beginselen als uiteengezet in artikel 2, lid 1.

(*) Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (Datagovernanceverordening) (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 1).”.

  • 11) 
    Het volgende artikel wordt ingevoegd:

Artikel 27 bis

Evaluatie en herziening

Uiterlijk op 27 december 2029 voert de Commissie een evaluatie van deze verordening uit en brengt zij over haar voornaamste bevindingen verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. In het kader van die evaluatie wordt met name het volgende beoordeeld:

  • a) 
    de statistische respons op een crisissituatie uit hoofde van artikel 16 bis;
  • b) 
    de verplichting voor particuliere gegevenshouders om toe te staan dat hun gegevens worden gebruikt voor Europese statistieken overeenkomstig de artikelen 17 ter, 17 quater, 17 quinquies en 17 sexies;
  • c) 
    het delen van gegevens in het ESS uit hoofde van artikel 17 septies;
  • d) 
    de ontwikkeling van Europese statistieken uit hoofde van hoofdstuk III bis.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 27 november 2024.

Voor het Europees Parlement                                        Voor de Raad

De voorzitter                                                   De voorzitter

  • R. 
    METSOLA                                     BOKA J.

14/14

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3018/oj

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.