Besluit 2024/3218 - Standpunt EU in het Comité van de Partijen bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met justitiële samenwerking in strafzaken - Hoofdinhoud
Inhoudsopgave
NL
L-serie
Publicatieblad van de Europese Unie
2024/3218 23.12.2024
van 12 december 2024
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Comite van de Partijen bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met justitiele samenwerking in strafzaken
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 2, en artikel 84, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
-
Het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het “verdrag”) is door de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2023/1075 van de Raad (1) met betrekking tot de instellingen en het openbaar bestuur van de Unie, en bij Besluit (EU) 2023/1076 van de Raad (2) met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met justitiele samenwerking in strafzaken, asiel en non-refoulement, voor zover zij onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Het verdrag is voor de Unie op 1 oktober 2023 in werking getreden.
-
(2)Op grond van artikel 66, lid 1, van het verdrag moet de Groep van deskundigen inzake actie tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (“GREVIO”) toezien op de uitvoering van het verdrag door de partijen. Op grond van artikel 68, lid 3, van het verdrag worden de evaluatieprocedures die volgen na de initiele basisevaluatieprocedure van GREVIO betreffende de door de partijen ingediende verslagen over wetgevende en andere maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van dat verdrag onderverdeeld in rondes (“thematische evaluatierondes”). Op grond van artikel 68, lid 11, van het verdrag neemt GREVIO haar rapport en conclusies aan betreffende de door de desbetreffende partij genomen maatregelen. Op grond van artikel 68, lid 12, van het verdrag kan het bij artikel 67 van het verdrag ingestelde Comite van de Partijen op basis van het verslag en de conclusies van GREVIO aanbevelingen aannemen die gericht zijn tot de betrokken partij.
-
(3)De eerste van de thematische evaluatierondes, met als titel “Building Trust by Delivering Support, Protection and Justice”, ging van start in 2022 en loopt van 2023 tot 2031. Daarin worden 19 specifieke bepalingen van het verdrag behandeld, namelijk de artikelen 7, 8, 11, 12, 14, 15, 16, 18, 20, 22, 25, 31, 48, 49, 50, 51, 52, 53 en 56, behandeld betreffende de uitvoering door de partijen van bepalingen van het verdrag die verband houden met justitiele samenwerking in strafzaken, zoals aangelegenheden in verband met de bescherming van en ondersteuning aan slachtoffers van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.
-
(4)In september 2024 heeft het secretariaat van het Comite van de Partijen met de partijen ontwerpbesluit IC-CP(2024) 10 gedeeld betreffende aan te nemen aanbevelingen in het licht van de verslagen die GREVIO heeft aangenomen in het kader van de eerste thematische evaluatieronde (het “ontwerpbesluit”). Het ontwerpbesluit voorziet in een procedure voor het aannemen van en het toezicht op de uitvoering van aanbevelingen door het Comite van de Partijen, en bevat een modelaanbeveling. Het ontwerpbesluit zal op 17 december 2024 tijdens de 17e vergadering van het Comite van de Partijen worden besproken en, indien mogelijk, aangenomen.
-
(5)Het is raadzaam het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Comite van de Partijen, aangezien het ontwerpbesluit de procedure bepaalt voor de aanneming, en het toezicht op de uitvoering, van aanbevelingen aan de partijen met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met justitiele samenwerking in strafzaken, voor zover die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Die aanbevelingen zullen een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het recht van de Unie, aangezien zij in de toekomst gevolgen kunnen hebben voor de uitlegging van de relevante bepalingen van het verdrag.
-
Besluit (EU) 2023/1075 van de Raad van 1 juni 2023 over de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, met betrekking tot de instellingen en het openbaar bestuur van de Unie (PB L 143 I van 2.6.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/1075/oj).
-
Besluit (EU) 2023/1076 van de Raad van 1 juni 2023 over de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met justitiele samenwerking in strafzaken en met betrekking tot asiel en non-refoulement (PB L 143 I van 2.6.2023, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/1076/oj).
-
(6)Het ontwerpbesluit bepaalt dat de aanbevelingen beperkt blijven tot de meest dringende punten van zorg die GREVIO in haar verslagen heeft aangewezen. Die punten van zorg behelzen onder meer tekortkomingen die volgens GREVIO onmiddellijke actie vereisen, aangegeven door het gebruik van het werkwoord “urges” (“verzoekt dringend”), alsook de problemen die naar het oordeel van GREVIO in de nabije toekomst moeten worden verholpen, aangeduid met de woorden “strongly encourages” (“moedigt met klem aan”), en die betrekking hebben op alle hoofdstukken van het verdrag.
-
(7)Het ontwerpbesluit bepaalt dat het Comite van de Partijen toezicht houdt op de uitvoering van de aanbevelingen, door de betrokken partij te verzoeken binnen drie jaar na het aannemen van de aanbevelingen een schriftelijk verslag over de genomen maatregelen in te dienen. Op grond van het ontwerpbesluit kan het Comite van de Partijen er vervolgens voor kiezen in zijn toezicht geen verdere stappen te ondernemen om overlapping met toekomstige thematische evaluatierondes te voorkomen.
-
(8)Het ontwerpbesluit bepaalt dat in de aanbevelingen de betrokken partij moet worden aanbevolen de resterende, minder dringende voorstellen van GREVIO uit te voeren, als een manier om de conclusies van GREVIO integraal te onderschrijven en die partij uit te nodigen tot een permanente dialoog met GREVIO.
-
(9)De Unie moet instemmen met het ontwerpbesluit, aangezien de daarin beschreven procedure in overeenstemming is met de basisevaluatieprocedure uit hoofde van artikel 68 van het verdrag, die doeltreffend is geweest en zorgt voor een doeltreffende uitvoering van alle voor de thematische evaluatie geselecteerde bepalingen, waarbij overlappende monitoringprocessen worden vermeden.
-
(10)Het standpunt van de Unie in het Comite van de Partijen moet er derhalve in bestaan de vaststelling van het ontwerpbesluit, met inbegrip van de voorgestelde modelaanbeveling, zoals opgenomen in aanhangsel I ervan, te ondersteunen.
-
(11)Om tijdens de vergadering van het Comite van de Partijen de nodige flexibiliteit mogelijk te maken, moet worden bepaald dat specifieke wijzigingen van het ontwerpbesluit namens de Unie zonder nader besluit van de Raad kunnen worden goedgekeurd.
-
(12)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland.
-
(13)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie op de 17e vergadering in te nemen standpunt in het Comite van de Partijen, dat is opgericht bij artikel 67 van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het “verdrag”), bestaat erin dat steun wordt gegeven aan de vaststelling van het ontwerpbesluit IC-CP(2024) 10 betreffende de door het Comite van de Partijen aan te nemen aanbevelingen (het “ontwerpbesluit”), met inbegrip van de voorgestelde modelaanbeveling, zoals opgenomen in aanhangsel I ervan.
Artikel 2
Indien er geen overeenstemming wordt bereikt over de volgende punten van aanhangsel I zoals ze zijn geformuleerd in de ontwerptekst, kunnen de vertegenwoordigers van de Unie in het Comite van de Partijen, zonder nader besluit van de Raad, instemmen met de volgende wijzigingen:
— punt B: de termijn van drie jaar waarbinnen de betrokken partij een schriftelijk verslag bij het Comite van de Partijen moet indienen over de genomen maatregelen ter uitvoering van het verdrag te verlengen;
— punt C: de aanbeveling dat de betrokken partij maatregelen neemt om uitvoering te geven aan de verdere conclusies van de eerste thematische evaluatieverslagen van GREVIO, te schrappen;
— punt D: de uitnodiging aan de betrokken partij om de dialoog met GREVIO over de voortgang voort te zetten, te schrappen.
De vertegenwoordigers van de Unie in de Comite van de Partijen kunnen ook, zonder nader besluit van de Raad, kleine wijzigingen die het in artikel 1 van dit besluit ingenomen standpunt niet wezenlijk wijzigen, aanbrengen in het ontwerpbesluit, met inbegrip van aanhangsel I.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 12 december 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
PINTER S.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3218/oj
3/3
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.