Verordening 2024/3242 - Wijziging van Verordening (EU) 2020/2220 wat betreft specifieke maatregelen in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling om aanvullende bijstand te verlenen aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen - Hoofdinhoud
NL
L-serie
H Publicatieblad
van de Europese Unie
23.12.2024
VERORDENING (EU) 2024/3242 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 2024 tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2220 wat betreft specifieke maatregelen in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling om aanvullende bijstand te verlenen aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comite (1),
Gezien het advies van het Comite van de Regio’s (2),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),
Overwegende hetgeen volgt:
-
(1)De recente natuurrampen in Midden- en Oost-Europa, alsook in Zuid-Europa, hebben verwoestende gevolgen gehad voor de plattelandsbevolking die in die regio’s woont en werkt. Een aanzienlijk deel van het landbouw- en bosbouwproductiepotentieel is vernield, waardoor landbouwers, bosbezitters en plattelandsbedrijven in de door natuurrampen getroffen regio’s met aanzienlijke inkomstenverliezen worden geconfronteerd. Om de kwetsbaar-heden van het voedselsysteem van de Unie en van plattelandsgemeenschappen als gevolg van die natuurrampen snel aan te pakken, is het passend snel uitzonderlijke doeltreffende steun te verlenen via het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), die wordt uitgevoerd in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma’s, en te voorzien in meer flexibiliteit voor de bestaande regels.
-
Om de gevolgen van op of na 1 januari 2024 opgetreden natuurrampen het hoofd te bieden, moet worden voorzien in een nieuwe, uitzonderlijke en tijdelijke maatregel (de “nieuwe maatregel”) voor het aanpakken van de liquiditeitsproblemen die een gevaar vormen voor de continui'teit van landbouw- en bosbouwactiviteiten en de continui'teit van bedrijfsactiviteiten van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) actief op het gebied van de verwerking, afzet of ontwikkeling van landbouw- en bosbouwproducten. Daarnaast moet de in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) beschikbare steun voor het herstel van landbouwproductiepotentieel worden versterkt door te voorzien in meer budgettaire flexibiliteit met betrekking tot de non-regressiedrempel als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2020/2220 van het Europees Parlement en de Raad (5) (de “non-regressiedrempel”).
-
Aangezien de financiering van de nieuwe maatregel via het Elfpo zal plaatsvinden, dient op de nieuwe maatregel het rechtskader van toepassing te zijn dat voor de programmeringsperiode 2014-2020 is vastgesteld, met name de specifieke bepalingen van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6), alsook van de op grond van die verordeningen vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.
-
Advies van 21 november 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
-
Standpunt van het Europees Parlement van 17 december 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 18 december 2024.
-
Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor
plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening
(EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1305/oj).
-
Verordening (EU) 2020/2220 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020 tot vaststelling van een aantal overgangsbepalingen voor steun uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in de jaren 2021 en 2022 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1307/2013 wat betreft de middelen en toepassing in de jaren 2021 en 2022 en van Verordening (EU)
nr. 1308/2013 wat betreft de middelen en verdeling van die steun voor de jaren 2021 en 2022 (PB L 437 van 28.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2220/oj).
-
Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1306/oj).
-
(4)De Elfpo-programmeringsperiode is bij Verordening (EU) 2020/2220 verlengd tot en met 31 december 2022, waarbij de uitvoering wordt voortgezet tot en met 31 december 2025. Verordening (EU) 2020/2220 voorziet ook in overgangsbepalingen die tijdens die periode van verlenging van toepassing zijn. Aangezien het Elfpo zich momenteel in die verlengde uitvoeringsperiode bevindt, is het passend de voorwaarden voor de nieuwe maatregel vast te stellen en te voorzien in verdere budgettaire flexibiliteit met betrekking tot de non-regressiedrempel door Verordening (EU) 2020/2220 te wijzigen.
-
(5)Om te zorgen voor meer budgettaire flexibiliteit om financiering voor de nieuwe maatregel en de bestaande submaatregel voor het herstel van landbouwproductiepotentieel te realloceren, en tegelijkertijd de geplande investeringen en acties op het gebied van rampenpreventie en -paraatheid, alsookadaptatie aan klimaatverandering voort te zetten teneinde de gevolgen van de steeds frequentere door het klimaat veroorzaakte rampen te beperken, moet het de lidstaten worden toegestaan de non-regressiedrempel te verlagen met maximaal 15 procentpunten, maar niet onder de minimumdrempel van 30 %.
-
(6)Om de lidstaten in staat te stellen de gevolgen van natuurrampen die zich op of na 1 januari 2024 voordeden volledig aan te pakken, moet het hun worden toegestaan om ter ondersteuning concrete acties te selecteren die fysiek zijn voltooid of volledig zijn uitgevoerd voordat de financieringsaanvraag in het kader van het plattelandsontwikke-lingsprogramma bij de beheersautoriteit wordt ingediend, op voorwaarde dat die concrete acties een reactie op dergelijke natuurrampen zijn.
-
De steun uit hoofde van de nieuwe maatregel, die het concurrentievermogen van kmo’s en de levensvatbaarheid van landbouwers en bosbezitters beoogt veilig te stellen, moet de beschikbare middelen concentreren op begunstigden die het meest door natuurrampen worden getroffen en die middelen toekennen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. De steun mag alleen worden verleend aan begunstigden die zijn getroffen door een vernieling van ten minste 30 % van de desbetreffende productie of het desbetreffende potentieel als gevolg van een formeel erkende natuurramp, of maatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad (7) in verband met een dergelijke natuurramp.
-
(8)Gezien het dringende, tijdelijke en uitzonderlijke karakter van de nieuwe maatregel en de noodzaak van een snelle en eenvoudige uitbetaling van de corresponderende betalingen, moeten een eenmalige betaling en een einddatum voor de toepassing van de nieuwe maatregel worden vastgesteld.
-
(9)Om ervoor te zorgen dat de landbouwers, bosbezitters en kmo’s die het meest zijn getroffen door natuurrampenmeer steun krijgen, is het passend de lidstaten toe te staan om de hoogte van de forfaitaire bedragen voor bepaalde categorieen van in aanmerking komende begunstigden aan te passen, bijvoorbeeld door bepaalde marges of brede categorieen van in aanmerking komende begunstigden vast te stellen, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.
-
(10)Bij de verlening van steun voor de nieuwe maatregel moeten lidstaten rekening houden met de steun die uit hoofde van andere nationale of Uniesteuninstrumenten of private regelingen is verleend om op de impact van natuurrampen te reageren.
-
(11)De middelen voor de nieuwe maatregel moeten worden geprogrammeerd met een medefinancieringspercentage van maximaal 100 %.
-
(12)Om een adequate financiering te waarborgen van de nieuwe maatregel zonder dat andere doelstellingen van de plattelandsontwikkelingsprogramma’s in het gedrang komen, moet een maximumpercentage voor de bijdrage van de Unie aan de nieuwe maatregel worden vastgesteld.
-
(13)Bij steun voor het herstel van landbouw- en bosbouwproductiepotentieel in reactie op natuurrampen moet prioriteit worden gegeven aan concrete acties op basis van het “betere wederopbouw”-beginsel, dat wil zeggen het gebruik van de herstel-, rehabilitatie en wederopbouwfasen na een ramp om de veerkracht van de land- en bosbouwsector te vergroten door het integreren van maatregelen ter vermindering van het risico op rampen, zoals aangegeven in het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030 van het Bureau van de Verenigde Naties voor rampenrisicovermindering, terwijl ervoor wordt gezorgd dat de geselecteerde concrete acties de beste verhouding vertegenwoordigen tussen het bedrag van de steun en de doelstelling om rampenbestendigheid te waarborgen.
-
Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen
tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4, ELI: http://data.europa. eu/eli/reg/2016/2031/oj).
-
(14)Ter verlichting van de administratieve lasten voor de door natuurrampen getroffen begunstigden en de lidstaten bij de erkenning van “overmacht” moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om het hele gebied als ernstig door een natuurramp getroffen te beschouwen.
-
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de nieuwe maatregel via de plattelands-ontwikkelingsprogramma’s binnen het rechtskader van de programmeringsperiode 2014-2020, zoals verlengd bij Verordening (EU) 2020/2220, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie moeten betrekking hebben op de presentatie van de nieuwe maatregel in de plattelandsontwikkelingsprogramma’s, de monitoring en evaluatie van het plattelandsontwikkelingsbeleid, de presentatie van de jaarlijkse uitvoeringsverslagen en de uitvoering van controles en sancties. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (8).
-
(16)Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het aanpakken en beperken van de impact van natuurrampen op de landbouw- en bosbouwsectoren van de Unie door het verlenen van uitzonderlijke tijdelijke steun via het Elfpo, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheids-beginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.
-
(17)Verordening (EU) 2020/2220 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
-
(18)Gezien de verwoestende gevolgen van de huidige natuurrampen en de urgentie om de impact ervan op de landbouw-en bosbouwsectoren van de Unie aan te pakken en te beperken, wordt het passend geacht gebruik te maken van de uitzondering op de periode van acht weken waarin is voorzien in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het VEU, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
-
(19)Met het oog op een soepele uitvoering van de nieuwe maatregel en gezien de dringende noodzaak om de impact van natuurrampen op de landbouw- en bosbouwsectoren van de Unie aan te pakken en te beperken, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2020/2220 wordt als volgt gewijzigd:
-
1)In artikel 1 wordt aan lid 2, de volgende alinea toegevoegd:
“In afwijking van de eerste alinea, tweede zin, van dit lid mogen de lidstaten, wanneer zij middelen realloceren naar en middelen besteden voor maatregelen als bedoeld in artikel 6 bis van deze verordening en in artikel 18, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1305/2013, het totale aandeel van de Elfpo-bijdrage dat wordt voorbehouden voor de in artikel 59, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde maatregelen, verlagen. Die verlaging mag niet verder gaan dan de Elfpo-bedragen die zijn gerealloceerd naar de in artikel 6 bis van deze verordening en in artikel 18, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde maatregelen en mag niet meer bedragen dan 15 procentpunten van het totale aandeel van de Elfpo-bijdrage dat in de plattelandsontwikkelingsprogramma’s is vastgesteld voor de in artikel 59, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde maatregelen. Daartoe wordt rekening gehouden met het totale aandeel van de Elfpo-bijdrage dat is vastgesteld in de plattelandsontwikkelingsprogramma’s zoals gepland ten tijde van de verlenging van de looptijd van de door het Elfpo gesteunde programma’s tot en met 31 december 2022, overeenkomstig lid 1 van dit artikel. Het totale aandeel dat wordt voorbehouden voor de in artikel 59, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde maatregelen, mag niet lager zijn dan de in dat artikel vastgestelde minimumdrempel. Dezelfde verlaging in procentpunten kan worden toegepast op de in artikel 58 bis, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde aanvullende middelen zonder reallocatie van middelen naar de in artikel 6 bis van deze verordening en in artikel 18, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde maatregelen.”.
-
Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene
voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
-
2)In artikel 2 wordt het volgende lid toegevoegd:
“5. In afwijking van artikel 65, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 kan de beheersautoriteit concrete acties voor steun selecteren die fysiek zijn voltooid of volledig zijn uitgevoerd voor de indiening van een financieringsaanvraag bij de beheersautoriteit, op voorwaarde dat die concrete acties worden uitgevoerd uit hoofde van de maatregelen bedoeld in artikel 6 bis van deze verordening en in artikel 18, lid 1, punt b), of artikel 24, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en op voorwaarde dat dergelijke concrete acties een reactie vormen op een op of na 1 januari 2024 opgetreden natuurramp.”.
-
3)De volgende artikelen worden ingevoegd:
“Artikel 6 bis
Uitzonderlijke tijdelijke steun aan landbouwers, bosbezitters en kmo’s die bijzonder zijn getroffen door natuurrampen
-
1.Uit hoofde van dit artikel wordt onder de in dit artikel uiteengezette voorwaarden aan bijzonder door natuurrampen getroffen landbouwers, bosbezitters en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) steun verleend in de vorm van noodbijstand die erop gericht is de continuiteit van hun bedrijfsactiviteiten te waarborgen.
-
Steun uit hoofde van dit artikel mag slechts worden verleend indien de bevoegde openbare autoriteiten van de lidstaten formeel erkennen dat een natuurramp zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt k), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 is opgetreden op of na 1 januari 2024 en dat die natuurramp of de overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad (*) vastgestelde maatregelen om een plantenziekte of plaag uit te roeien of in te dammen, hebben geleid tot de vernieling van ten minste 30 % van de desbetreffende productie of het desbetreffende potentieel.
-
3.De steun uit hoofde van dit artikel wordt verleend aan:
-
a)landbouwers;
-
b)private en publieke bosbezitters en andere privaatrechtelijke en openbare lichamen en verenigingen daarvan, met uitzondering van bossen in staatseigendom die door de staat worden beheerd;
-
c)kmo’s actief op het gebied van de verwerking, afzet of ontwikkeling van in bijlage I bij het VWEU vermelde landbouwproducten of katoen, met uitzondering van visserijproducten; of
-
d)kmo’s actief op het gebied van de verwerking, mobilisering en afzet van bosbouwproducten.
Wat de verwerking van landbouwproducten betreft, kan de output van het productieproces een product zijn dat niet onder bijlage I bij het VWEU valt.
-
4.De lidstaten richten de steun uit hoofde van dit artikel op de meest door natuurrampen getroffen begunstigden door subsidiabiliteitsvoorwaarden vast te stellen op basis van beschikbaar bewijsmateriaal.
-
5.De steun uit hoofde van dit artikel neemt de vorm aan van de betaling van een forfaitair bedrag die uiterlijk op 31 december 2025 wordt gedaan, op basis van de uiterlijk op 30 juni 2025 door de bevoegde autoriteit goedgekeurde steunaanvragen. Het niveau van de betaling mag worden gedifferentieerd per categorie begunstigden, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.
-
6.Het maximumbedrag van de steun uit hoofde van dit artikel bedraagt 42 000 EUR per begunstigde.
-
Bij het verlenen van steun uit hoofde van dit artikel houden de lidstaten rekening met de steun die wordt verleend in het kader van andere nationale of Uniesteuninstrumenten of private regelingen om te reageren op de impact van natuurrampen, teneinde een goed financieel beheer te waarborgen overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (**), terwijl de steun wordt gericht op begunstigden die het meest zijn getroffen door natuurrampen.
Artikel 6 ter
Bepalingen van toepassing op de uitzonderlijke tijdelijke steun aan landbouwers, bosbezitters en kmo's die bijzonder zijn getroffen door natuurrampen
-
1.De in artikel 6 bis van deze verordening bedoelde uitzonderlijke tijdelijke steun wordt uit het Elfpo gefinancierd als een maatregel in de zin van artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1305/2013.
-
2.De maximale Elfpo-bijdrage voor de in artikel 6 bis bedoelde maatregel bedraagt 100 %.
-
3.De Elfpo-steun voor de in artikel 6 bis bedoelde maatregel bedraagt niet meer dan 10 % van de totale Elfpo-bijdrage aan het plattelandsontwikkelingsprogramma voor de jaren 2021-2022.
Artikel 6 quater
Overmacht
Wat betreft de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1306/2013 met het oog op de financiering, het beheer en de monitoring van het GLB in het kader van de in artikel 2, lid 2, van die verordening bedoelde erkenning van gevallen van “overmacht”, kan de betrokken lidstaat, wanneer een ernstige natuurramp een welbepaald gebied zwaar treft, dat hele gebied beschouwen als ernstig door die ramp getroffen.
Artikel 6 quinquies
Uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie
-
1.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met regels die nodig zijn voor de uitvoering van de in artikel 6 bis bedoelde maatregel via plattelandsontwikkelingsprogramma’s binnen het rechtskader dat van toepassing is in de programmeringsperiode 2014-2020, verlengd overeenkomstig artikel 1, met betrekking tot:
-
a)de monitoring en evaluatie van het plattelandsontwikkelingsbeleid;
-
b)de presentatie van plattelandsontwikkelingsprogramma’s;
-
c)de prestentatie van de jaarlijkse uitvoeringsverslagen;
-
d)de uitvoering van controles en sancties.
Artikel 6 sexies
Comiteprocedure
-
1.Bij de uitoefening van de in artikel 6 quinquies, lid 1, punten a), b) en c), van deze verordening bedoelde uitvoeringsbevoegdheden wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 84 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 ingestelde Comite voor plattelandsontwikkeling. Dat comite is een comite in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
-
Bij de uitoefening van de in artikel 6 quinquies, lid 1, punt d), van deze verordening bedoelde uitvoeringsbe-voegdheden wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 103, lid 1, van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad (4) ingestelde Comite voor de landbouwfondsen. Dat comite is een comite in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de datumvan de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 december 2024.
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
-
R.METSOLA BOKA J.
6/6
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3242/oj
Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/2031/oj).
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiele regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: https://data. europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: https://data.europa.eu/eli/re-g/2021/2116/oj).”.
Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.