Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van LVVN over het wolvenbeleid in Nederland en de status van toezegging Nadere invulling art. 1.6 Besluit houders van dieren (T03843) - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024

Dit verslag van een schriftelijk overleg is onder nr. O toegevoegd aan dossier 28286 - Dierenwelzijn en wetsvoorstel 36410 XIV - Vaststelling begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2024 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024; Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van LVVN over het wolvenbeleid in Nederland en de status van toezegging Nadere invulling art. 1.6 Besluit houders van dieren (T03843)
Document­datum 21-03-2025
Publicatie­datum 24-03-2025
Nummer KST36410XIVO
Kenmerk 36410 XIV; 28286, nr. O
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2024-2025

 

36 410 XIV

Vaststelling van de begrotingsstaten van het

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024

28 286

Dierenwelzijn

O1

VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 20 maart 2025

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over (de status van) toezegging T03843. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 28 januari 2025.
  • De antwoordbrief van 18 maart 2025.

De griffier van de vaste Commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

De Boer

1 De letter) heeft alleen betrekking op 36.410 XIV

2 Samenstelling: Oplaat (BBB) (voorzitter), Kemperman (BBB), Jaspers (BBB), Van Knapen (BBB), Kluit (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Van Ballekom (VVD), Meijer (VVD), Van de Linden (VVD), Rietkerk (CDA), Prins (CDA), Aerdts (D66), Van Meenen (D66), Van Kesteren (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Aelst-Den Uijl (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

kst-36410-XIV-O

ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2025

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Den Haag, 28 januari 2025

De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 13 november 20241 met antwoorden op de vragen over de status van toezeggingen T03843 en T03811. De leden van de fracties van de BBB, de SP en de PvdD hebben naar aanleiding hiervan een aantal nadere vragen en opmerkingen met betrekking tot toezegging T03843. De leden van de fracties van de SP en de PvdD hebben hun vragen en opmerkingen gezamenlijk geformuleerd. De fractieleden van GroenLinks-PvdA sluiten zich aan bij de gestelde vragen door de fractieleden van de SP en de PvdD.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

De provincies hebben zich op 28 november 2024 gecommitteerd aan de Landelijke Aanpak Wolf (hierna: LAW). In de LAW schrijft u dat «de genoemde activiteiten in deze aanpak ondersteunend en aanvullend [zijn] aan provinciaal beleid en het Interprovinciaal Wolvenplan».2

De fractieleden van de BBB vragen of dit betekent dat de provincies verantwoordelijk blijven voor het faunabeheer in hun provincie en dat zij op basis van de huidige wet- en regelgeving provinciale ontheffingen, opdrachten en vrijstellingen kunnen verlenen. Wat bedoelt u met «de provincies zijn beleidsverantwoordelijk» en het ministerie is «systeemver-antwoordelijk»?3

In de LAW somt u de doelen van de wolvenaanpak op.4 Bent u het met de leden van de BBB-fractie eens dat een van de taken van de provincie ook het beheer, en hiermee de veiligheid van het provinciale wegennet is. Dat de provincies als wegenbeheerder(s) ook verantwoordelijk zijn voor het waarborgen en bevorderen van de verkeersveiligheid, waaronder het voorkomen van, en optreden bij verkeersincidenten met wilde dieren waaronder de wolf? Wordt dit in de tekst van de LAW ook bedoeld met «incidenten»?

Bij de voorgestelde maatregelen lezen de fractieleden van de BBB: «een manier om dit te doen, is het plaatsen van omheiningen waar wolven redelijkerwijs niet doorheen of overheen kunnen».5 U laat daar onderzoek naar doen.

Bent u het met de leden van de fractie van de BBB eens dat «redelijkerwijs» impliceert dat de veehouder niet gehouden is tot het onmogelijke? Bent u het tevens met deze leden eens dat de open norm, die stelt dat iemand die dieren houdt daarvoor verantwoordelijk is, geen resultaatverplichting betreft? Deze leden stellen dat een redelijke inspanningsverplichting volstaat, waarbij de kosten en de arbeidsinspanning ((ver)plaatsen en onderhouden) tegen elkaar worden afgewogen.6

De wolf is een slim dier dat zich snel aanpast aan veranderende omstandigheden. Zo zal hij zijn manier van jagen snel aanpassen, zal hij leren wolfwerende hekken te omzeilen en elders of op een andere manier naar prooi op zoek te gaan. Neemt u in uw onderzoeken mee, dat het plaatsen van wolfwerende hekken mogelijk ander gedrag van de wolf stimuleert -hetgeen we nu in de praktijk al zien - waarmee wolfwerende hekken steeds minder een oplossing blijken, maar al wel (tegen hoge kosten en met nadelige neveneffecten) zijn geplaatst?

Omroep Gelderland stelt dat 95% van de aanvallen op gehouden dieren plaatsvindt in een situatie waar geen wolfwerend hek is geplaatst.7 De wolf jaagt efficiënt, effectief en met zo min mogelijk risico voor eigen veiligheid. De fractieleden van de BBB vragen of u meeneemt dat het onmogelijk is om alle gehouden dieren achter hekken met een hoog voltagestroom te plaatsen. Hierdoor zal de wolf beveiligde dieren vermijden, maar steeds op zoek blijven gaan naar niet omheinde dieren.

De fractieleden van de BBB verzoeken u in uw onderzoek rekening te houden met de afweging tussen de maatschappelijke kosten van het volledig beschermen van gehouden dieren met wolfwerende hekken en de proportionaliteit hiervan (kosten, inspanningen, landschappelijke versnippering, overige ecologische effecten) in vergelijking met andere vormen van beheer, zoals populatiebeheer door preventief afschot. Met andere woorden: wat zijn de kosten van alle maatregelen, en hebben provincies de vrijheid om hierin andere politieke afwegingen te maken?

Neemt u in uw afwegingen, en de voorgestelde maatregelen, ook de effecten mee die wolven in natuurgebieden hebben op de vermeende gevoelens van onrust en onveiligheid, bijvoorbeeld voor ondernemers in het buiten(wolven)gebied, zoals horeca-exploitanten, exploitanten van campings, kinderkampen, ruiterkampen? Of bij het wegblijven van toeristen of klanten?

Neemt u in uw afwegingen, en de voorgestelde maatregelen, ook de effecten mee die het massaal beschermen van gehouden dieren, door het plaatsen van wolfwerende hekken, hebben op de vrije doortocht van andere diersoorten, hetgeen nog niet (voldoende) is onderzocht?

Nederland heeft jarenlang ingezet op een vrije doortocht van wildsoorten, met name de grotere hoefdieren, om genetische uitwisseling tussen populaties te bevorderen en te werken aan een ecologische hoofdstructuur. Hoe verhoudt zich het plaatsen van wolfwerende hekken hiertoe?

De fractieleden van de BBB vragen of u, bij de inventarisatie van de Europese subsidiemogelijkheden en het verstrekken van subsidies aan veehouders of andere belanghebbenden, ook de praktische uitvoerbaarheid (plaatsen, onderhoud) meeneemt, zodat er geen onwerkbare situaties ontstaan tussen de noodzaak om met subsidies maatregelen te treffen en subsidievoorwaarden en regels. Ook hier gelden volgens de fractieleden van de BBB de beginselen van redelijkheid en billijkheid en proportionaliteit.

In de LAW lezen de fractieleden van de BBB: «Dierhouders moeten volgens het Besluit houders van dieren hun dieren indien nodig beschermen tegen roofdieren».8 Kunt u duiding geven aan de term

«indien nodig»? Is dit een absolute norm en een resultaatverplichting of een redelijke inspanningsverplichting?

Hoe ziet u de plaatsing van wolfwerende hekken met voltages tot 9000 Volt langs ruiterpaden, wandelpaden of mountainbike-routes waar veelvuldig andere gebruikers (wandelaars, kinderen, honden, paarden etc.) gebruik van maken?

De fractieleden van de BBB lezen «daarbij zijn we vanuit (inter)nationale regelgeving verplicht om ruimte te bieden aan de wolf in Nederland nu deze inheemse soort ons land weer heeft gevonden».9

De wolf kwam hier inderdaad zo'n 150 jaar geleden nog voor, dus in die zin zouden we kunnen zeggen dat de soort «inheems» is. Maar er zijn ook andere diersoorten die langer geleden in ons land voorkwamen. Kunt u aangeven wanneer een diersoort als «inheems» wordt beschouwd en niet als een zogenaamde invasieve exoot?

Tot wanneer gaat de duiding van inheemse diersoort terug in de geschiedenis? De fractieleden van de BBB stellen dat dit van belang is, omdat er bijvoorbeeld organisaties (ARK Rewilding) zijn, die de eland weer actief willen terugbrengen naar de Biesbosch omdat deze hier rond het jaar 1100 ook voorkwam.

De wolf is inmiddels zo'n 8 a 9 jaar terug in ons land. Sindsdien zijn het met name de «experts» van de Zoogdierenvereniging en Wolven in Nederland die de overheden hebben voorzien van informatie. Deze adviezen blijken echter steeds vaker onjuist, aldus de fractieleden van de BBB. Uitspraken zoals «de wolf is schuw en mijdt mensen», «er is ruimte voor maar 15 wolven en 2 roedels» en «hij valt geen vee aan» blijken achterhaald en niet waar, aldus deze fractieleden.

Hoe zorgt u voor een evenwichtige en objectieve bemensing van het Landelijk Informatiepunt Wolf en het Landelijk Deskundigenteam Wolf en hoe voorkomt u dat deskundigen met een eenzijdige (pro-wolf) ideologie/ agenda een plaats krijgen?10

In de LAW lezen de fractieleden van de BBB over kennis en expertise.11 Ook hier hebben deze leden zorgen over de objectiviteit van de tot op heden ingebrachte expertise. Tevens blijkt de informatie die vanuit de Terrein Beherende Organisaties openbaar wordt gemaakt vaak achterhaald, gestuurd of onvolledig. Dat blijkt uit WOO-verzoeken, aldus de fractieleden van de BBB. Hoe zorgt u ervoor dat juist waar kennis en expertise onafhankelijk dienen te zijn voor het ondersteunen van beleidsbeslissingen dit ook gebeurt door onafhankelijke deskundigen, bijvoorbeeld door deskundigen die niet afhankelijk zijn van de financiële middelen voor onderzoek naar de wolf (het voorkomen van belangenverstrengeling)?

De fractieleden van de BBB zijn verheugd te lezen dat ook de ruimte en de mogelijkheden worden onderzocht om bij calamiteiten en incidenten te kunnen ingrijpen: «LVVN en provincies onderzoeken in aanvulling op de interventierichtlijnen van het Interprovinciaal wolvenplan of er eenduidige definities voor een probleemwolf en een probleemsituatie met een wolf kunnen worden opgesteld en vastgelegd, die juridisch houvast biedt bij de onderbouwing van vergunningverlening».12

Deze leden zijn echter wel bezorgd over de duur van het onderzoek en de tijd die het deskundigen zal kosten om te komen tot een eenduidige definitie van de probleemwolf. In de opvatting van deze leden bestaat de probleemwolf niet: een wolf is een wolf en die vertoont gedrag waar een samenleving last van kan krijgen (door aanvallen op dieren, het benaderen van mensen, het veroorzaken van onrust en onveiligheid). Elke wolf die rond het tweede levensjaar uit de roedel en het territorium verdreven wordt door het alfapaar zal gaan zwerven op zoek naar een eigen territorium en een partner om zich te vestigen. Dat is het dier niet aan te rekenen. Onderweg zal hij - zwervend door het land - in de buurt van mens, dier en verkeer komen en voor problemen zorgen. Deze wolven moeten eten, zo'n 4 kilo vlees per dag. Iedere zwerfwolf is daarmee dus een probleemwolf, aldus de fractieleden van de BBB. Een definitie als «een wolf die twee keer over een hek springt» is daarmee een rare definitie. Het probleem met wolven bestaat uit het territoriale gedrag en de grootte van de leefgebieden; de natuurlijke aanwas die leidt tot veel zwerfwolven en; de infrastructuur van ons dichtbevolkte land. Bent u het met de bovenstaande analyse van de fractieleden van de BBB eens? Zo nee, kunt u aangeven waarom deze redenering onjuist is?

Burgemeesters kunnen vanuit hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid optreden in geval van incidenten met de wolf.13 Door het gedrag van de wolf, het rondtrekken en het schrijden van grote territoria, blijven wolven vaak niet binnen de grenzen van één gemeente.

Bent u voornemens om ook de provincies een rol te geven om de openbare orde en veiligheid te garanderen waar het specifiek gaat om faunabeheer, de rol als wegbeheerder en gemeentegrensoveschrijdende wolven?

De fractieleden van de BBB lezen dat de Omgevingswet moet worden aangepast: «hierna kan worden overgegaan tot het aanpassen van de nationale bescherming van de wolf onder de Omgevingswet».14 De fractieleden van de BBB vragen of dat nodig is wanneer de Europese wet- en regelgeving, Conventie Bern en de Vogel- en Habitatrichtlijn, worden aangepast en de provincies op grond van de aan hen toegekende bevoegdheden voor het (provinciale) faunabeheer beleid met betrekking tot het beheer van wolven ontwikkelen. Welke juridische rol heeft het Rijk hierbij?

De fractieleden van de BBB lezen dat het Ministerie van LVVN betrokken is bij het bepalen van de Staat van Instandhouding (hierna: SvI) op landelijk niveau.15 Bepaling van een SvI op landelijk niveau is volgens deze leden niet juist. De aanwezigheid van de wolf in ons land is immers het gevolg van de uitbreiding van andere Europese wolf populaties, met name uit Duitsland en via Scandinavië. Uit onderzoek naar hybridisatie - uitgevoerd door een motie van de BBB in de provinciale staten van Gelderland - blijkt dat er geen sprake is van hybridisatie, dat deze wolven in Nederland raszuiver zijn en genetisch kunnen worden gerekend tot de populatie van de Centraal Europese wolf.16 Omdat ook de leefgebieden aaneengesloten zijn, is het niet nodig om een aparte SvI voor Nederland vast te stellen, aldus de fractieleden van de BBB. Ook de Europese Commissie heeft in haar advies om de beschermde staat van de wolf van strikt beschermd naar beschermd af te schalen uitgebreid betoogd en onderbouwd dat de

populatie van de Centraal Europese wolf in Europa inmiddels naar schatting meer dan 20.000 exemplaren omvat en een sterk groeiende trend laat zien.

Bent u het met de fractieleden van de BBB eens dat er sprake is van een populatie wolven uit Scandinavië en Duitsland en dat er niet gesproken kan worden van populaties op nationaal, of zelfs regionaal niveau? Een roedel ontstaat immers niet vanzelf, maar door aanwas elders en het vestigen in nieuwe territoria. Suggereren dat er op regionaal of landelijk niveau een SvI moet zijn is door ecologen bedacht en verhoudt zich niet tot de wijze van verspreiding van de wolven over Noordwest-Europa, aldus deze leden. Daarbij zouden deze populaties genetisch gezien van elkaar afwijken, zoals de Frans Italiaanse populaties genetisch gezien afwijken van de Noordwest-Europese populaties. De wolven in Nederland behoren tot de Centraal Europese populatie en er is dus geen noodzaak tot het vaststellen van een populatie op nationaal niveau.

Ben u het met bovenstaande redenering eens? Zo nee, kunt u aangeven welke juridische, ecologische argumenten en bewijzen er zijn om met een eigen invulling van de SvI te komen?

De fractieleden van de BBB vragen of u kunt aangeven hoe u komt tot de samenstelling van het Landelijk Overleg Wolf. Wie nemen deel aan dit LOW? Zijn de deelnemers verbonden aan een organisatie die zich in het verleden uitgesproken positief hebben uitgelaten, dan wel pro actief of niet objectief hebben uitgelaten over de komst en de aanwezigheid van de wolf in Nederland?

Zijn de deelnemers afkomstig van organisaties die voor hun financiering een belang hebben bij een positieve beeldvorming over de wolf, zijn vestiging in ons land of uitbreiding van de wolf?

Zo ja, is er dan sprake van objectieve beeld- oordeelsvorming en advisering door deze deelnemers? Zij hebben immers belangen bij een positieve beeldvorming, waardoor zij mogelijk belangen anders wegen, aldus de fractieleden van de BBB.17

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de SP en de PvdD

De Minister voor Natuur en Stikstof heeft in maart 2024 toegezegd voor de zomer van 2024 met de Eerste Kamer te delen op welke wijze wordt beoogd nadere invulling te geven aan de open norm voor het houden van dieren, meer in het bijzonder over de bescherming van vee dat buiten wordt gehouden. Deze toezegging is tot op heden niet voldaan. Dit terwijl de situatie in toenemende mate urgent wordt door het op grote schaal niet naleven van de wettelijke verplichting om dieren die buiten worden gehouden te beschermen tegen roofdieren, aldus de fractieleden van de SP en de PvdD. Door niet te handhaven wordt veel onduidelijkheid gecreëerd en worden wolven gestimuleerd tot het eten van landbouwhuisdieren. Er wordt in het publieke debat vaak gesproken over aanvallen van wolven in gevallen waar wolfwerende maatregelen aanwezig zouden zijn, terwijl later blijkt dat er geen afdoende wolfwerende maatregelen waren. In de praktijk, zo blijkt uit gegevens van BIJ12, vindt het overgrote deel van de incidenten plaats bij dieren die door hun eigenaren niet, of onvoldoende, worden beschermd tegen roofdieren.18

Wanneer kan de Eerste Kamer deze informatie verwachten?

Bovendien is de norm naar het oordeel van deze leden niet open. De norm stelt dat «een dier bescherming wordt geboden».19 Als een eigenaar wordt gevraagd of, en zo ja hoe, hij/zij toereikende bescherming heeft geboden en het antwoord is dat hij/zij niets aanvullends heeft ondernomen, is het voorschrift overtreden. De fractieleden van de SP en de PvdD hebben in eerder schriftelijke overleg gevraagd of deze analyse gedeeld wordt, maar tot op heden hebben zij hier geen antwoord op gekregen.

Deze leden ontvangen hierop graag alsnog een reactie.

Volgens de fractieleden van de SP en de PvdD is de openheid van de norm dus niet het probleem, maar het gebrek aan toezicht en handhaving. De NVWA is eind 2024 begonnen met het waarschuwen van houders zonder wolfwerende maatregelen.20 Hieruit blijkt dat de norm inderdaad handhaafbaar is.

Wat zijn de plannen op het gebied van handhaving van de norm, in afwachting van eventuele verdere uitwerking van de norm?

De fractieleden van de SP en de PvdD zijn blij met uw antwoord dat direct aan de slag wordt gegaan met een landelijk Wolf Fencing Team om dierhouders te helpen bij het plaatsen van hekken die wolven tegenhouden. Zijn hier al eerste resultaten van te vermelden? Zo ja, kunt u die met deze leden delen? Zo nee, waarom niet?

De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 27 februari 2025.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G.J. Oplaat

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 maart 2025

Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), de antwoorden op de nadere vragen van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en alsook de richting van de invulling van toezegging T03843 (175600.02U, ingezonden op 28 januari 2025).21

Zoals ik u in mijn eerdere beantwoording (Kamerstuk 175600.01U) heb gemeld, is er sprake van een urgente situatie met betrekking tot wolven in Nederland en maak ik me ernstige zorgen over het groeiend aantal incidenten met wolven. Ik werk daarom samen met de provincies met de hoogste urgentie in de Landelijke Aanpak Wolf (LAW) aan activiteiten die deze incidenten kunnen voorkomen en beperken (Kamerstuk 33.576, nr. 405).22

De leden van de fractie van de BBB vragen of de provincies verantwoordelijk blijven voor het faunabeheer in hun provincie. De rol van provincies als bevoegd gezag bij het uitvoeren van het faunabeleid en het waar nodig verlenen van vergunningen wordt in deze aanpak niet gewijzigd. Wel onderzoeken we gezamenlijk de mogelijkheden voor het versnellen van vergunningverlening voor het ingrijpen bij wolvenincidenten. Ook vragen de leden van de fractie van de BBB naar een toelichting op de rol van provincies bij een systeemverantwoordelijkheid van het Rijk. Ik ga bij de invulling van de systeemverantwoordelijkheid uit van de omschrijving die is gegeven door de Raad voor het openbaar bestuur.23 Systeemverantwoordelijkheid behelst per definitie een gedeelde verantwoordelijkheid. In dit systeem dragen Rijk en provincies verschillende verantwoordelijkheden en hebben ze verschillende rollen. Zij leggen daarover aan verschillende instanties formeel verantwoording af (het parlement, provinciale staten). Maar beide maken deel uit van het systeem, geen van de twee staat erbuiten of erboven. Dat betekent niet dat zij elk verantwoordelijk zijn voor het geheel; ze hebben wel beide belang bij het geheel. Alleen door samenwerking en gedeeld eigenaarschap kunnen resultaten worden geboekt. Die samenwerking en dat eigenaarschap streef ik dan ook na.

Tevens vragen de leden van de BBB-fractie naar incidenten rond verkeersveiligheid en de rol van provincies hierbij. Wanneer in de tekst van de LAW gesproken wordt over «incidenten» worden hiermee niet verkeersin-cidenten bedoeld, maar incidenten waarbij wolven vee, mensen of hun huisdieren aanvallen of bedreigen. Met de LAW wil ik samen met provincies deze incidenten zoveel mogelijk voorkomen en ook effectief kunnen optreden als deze aanvallen toch plaatsvinden. Provincies zijn inderdaad verantwoordelijk voor het beheer van de provinciale wegen. Onder deze verantwoordelijkheid valt ook de verkeersveiligheid. Een essentieel onderdeel van deze verantwoordelijkheid is het beperken van risico's op aanrijdingen met wilde dieren. Provincies laten mij desgevraagd weten dat zij diverse maatregelen implementeren om de kans op ongelukken met dieren zoals wolven te minimaliseren.

De leden van de fracties van de BBB, SP en de PvdD vragen naar het traject rondom de beleidsregel voor bescherming van gehouden dieren tegen aanvallen door wolven. Momenteel wordt door de Minister van LVVN gewerkt aan de invulling van deze open norm. Ik kan nog niet op deze uitwerking vooruitlopen. De Minister van LVVN zal uw Kamer op de hoogte houden van de vervolgstappen.

De door de leden van de fractie van de BBB aangegeven punten, waaronder het risico voor voorbijgangers, zullen bij de invulling van de open norm worden afgewogen. Zo ook het effect van wolfwerende rasters op de vrije doortocht van andere diersoorten.

De praktische uitvoerbaarheid, waar de leden van de fractie van de BBB op wijzen, vind ik ook van groot belang. Ik zal in mijn onderzoek nagaan hoe hier rekening mee gehouden kan worden binnen de Europese kaders.

De fractieleden van de SP en PvdD vragen of hier wel sprake is van een open norm en wat de plannen op gebied van handhaving zijn. Er is sprake van een open norm en de NVWA richt zich, in afwachting van de invulling hiervan, op gevallen waarbij duidelijk sprake is van een exces.

De fractieleden van de BBB vragen naar het verschil tussen een (teruggekeerde) inheemse diersoort en een invasieve exoot. De Habitatrichtlijn spreekt van bescherming van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Omdat de term «inheems» geen eigen definitie kent, wordt meestal de omschrijving uit de Habitatrichtlijn gehanteerd om te bepalen of een soort inheems is. Er bestaat geen vastgestelde termijn van vestiging van soorten die bepalend is voor het inheems zijn van soorten. In de Omgevingswet is een uitheemse soort wel gedefinieerd, zijnde een soort, ondersoort of lager taxum van dieren die zijn geïntroduceerd buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied. Wanneer is vastgesteld dat de introductie of verspreiding ervan een bedreiging is of nadelige gevolgen heeft voor de biodiversiteit en aanverwante ecosysteemdiensten, is er bovendien sprake van een invasieve uitheemse soort.

Binnen de LAW werk ik aan het Landelijk Informatiepunt Wolf (LIW). Ik ben het met de leden van de fractie van de BBB eens dat de informatie die het LIW beschikbaar maakt objectief en correct moet zijn. Dit is een van de uitgangspunten bij het tot stand komen van het LIW. Uiteraard zal kennis continu aangevuld en geactualiseerd moeten worden. Ik vind het belangrijk dat hierbij een zo breed mogelijk scala aan onafhankelijke deskundigen vanuit de wetenschap en praktijk wordt betrokken, waaronder ook vertegenwoordigers van de agrarische sector, en dat de informatie zorgvuldig wordt getoetst voordat deze door het LIW verspreid wordt.

De leden van de fractie van de BBB zijn bezorgd over de tijd die het zal kosten om te komen tot een eenduidige definitie van de probleemwolf. Ik deel deze zorg. Zoals ik heb aangegeven, is de situatie voor mij urgent. Ik werk daarom met de grootste spoed aan het vastleggen van de definities van probleemwolf en probleemsituatie. Dit traject kent verschillende formele stappen die moeten worden gevolgd. Hiermee zal op de kortst mogelijke termijn tot eenduidige definities worden gekomen die in het hele land zullen gelden. In het traject van totstandkoming zal gekeken worden of de in mijn brief van 17 december jl. (Kamerstuk 33.576, nr. 405) voorgestelde definities aanscherping behoeven in lijn met de redenering van de fractieleden van de BBB.

Ook stellen de leden van de fractie van de BBB vragen over de mogelijke rol van provincies bij het garanderen van de openbare orde en veiligheid. Voor het bewaken van de openbare orde en veiligheid zijn provincies momenteel niet het bevoegd gezag. Ik werk aan het ontwikkelen van extra handvatten voor de provincies, waarmee zij adequaat kunnen optreden tegen probleemwolven en in probleemsituaties, en bereid hiertoe een aanpassing van het Besluit kwaliteit leefomgeving voor. Hiermee moet het voor de provincies mogelijk worden om in situaties die betrekking hebben op de openbare orde en veiligheid, binnen het kader van de Habitat-richtlijn, sneller dan nu het geval is te kunnen optreden. Ik beoog ervoor te zorgen dat we daardoor niet meer in situaties komen waar er niet kan worden opgetreden tegen een probleemwolf.

De fractieleden van de BBB vragen of aanpassing van nationale regelgeving nodig is wanneer de beschermde status van wolven in het Verdrag van Bern en de Habitatrichtlijn wordt aangepast en welke juridische rol het Rijk hierbij heeft. Op 7 maart jl. heeft de Europese Commissie het voorstel gepresenteerd om de beschermde status van wolven te verlagen, waarbij wolven in de Habitatrichtlijn van Bijlage IV (strikt beschermd) naar Bijlage V (beschermd) zullen worden verplaatst. Ik zet mij in Europeees verband in om dit voorstel snel aangenomen te krijgen. De Omgevingswet moet hieraan worden aangepast, dit bereiden wij momenteel voor. De Habitatrichtlijn bepaalt dat het streven naar een gunstige Staat van Instandhouding (SvI), ook bij plaatsing van wolven op bijlage V, het uitgangspunt moet zijn. Ik onderzoek welk nationaal beschermingsregime, binnen de nieuwe Europese kaders, het meest passend is voor een dichtbevolkt klein land als Nederland. Om onduidelijkheid voor provincies en andere betrokkenen te voorkomen, wil ik het nieuwe nationale beschermingsregime tegelijk met de aanpassing van de Habitatrichtlijn in werking laten treden.

Ik ben het met de fractieleden van de BBB eens dat de Nederlandse wolven onderdeel uitmaken van een grotere, grensoverschrijdende populatie waarvan, zoals deze leden aangeven, een groot aantal dieren zich in Duitsland bevindt. De Scandinavische wolven behoren tot een andere populatie. Het liefst ga ik bij het bepalen van de SvI uit van de totale Centraal-Europese wolvenpopulatie. Het Europese Hof heeft echter bepaald dat de SvI moet worden beoordeeld op het niveau van het grondgebied van de lidstaat.24 Ik werk samen met België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg in het kader van de Noordwest-Europese Wolvensamenwerking. Deze samenwerking heeft onder andere als doel om gezamenlijk de SvI van de gedeelde wolvenpopulatie te beoordelen en te bevorderen. Met deze gezamenlijke SvI wil ik bij de Europese Commissie ruimte creëren voor beheer van de wolven in Nederland. Binnen de Noordwest-Europese Wolvensamenwerking zet ik mij bovendien in voor een gezamenlijk populatiebeheerplan voor de Centraal-Europese wolvenpopulatie. Tot op heden zijn er binnen Europa nog geen voorbeelden van formele en bindende grensoverschrijdende populatiebeheerplannen.

De fractieleden van de BBB stellen vragen over de achtergrond van de deelnemers aan het Landelijk Overleg Wolf (LOW). Het LOW is een onafhankelijke overlegvorm die niet onder verantwoordelijkheid van mijn ministerie of van de provincies valt. Op verzoek van een aantal organisaties is het LOW in 2020 opgericht. Onder leiding van een onafhankelijk voorzitter houden de deelnemers zich bezig met gezamenlijk vraagstukken op het gebied van wolvenschade. Organisaties die deelnemen aan het LOW zijn: de 12 Landschappen, Dierenbescherming, Federatie Particulier

Grondbezit, Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, LTO Nederland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Stichting Beheer Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders, Vereniging Gescheperde Schaapskudden, Vereniging Nederlandse Gemeenten, Wageningen Environmental Research, Wolf Fencing Nederland en de Zoogdierver-eniging.

De fractieleden van de SP en de PvdD vragen naar de resultaten van het landelijk initiatief veebescherming. Voor de zomer wordt een plan van aanpak opgeleverd met noodzakelijke stappen om te komen tot een initiatief op het gebied van veebescherming en de doorlooptijd van dit voornemen. Pilots zoals die zijn voorbereid in Gelderland neem ik daarin mee.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie

Eerste Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 410 XIV, O

11

1

Kamerstukken I 2024/25, 36 410 XIV/28 286, N.

2

Landelijke Aanpak Wolf, p. 3.

3

Ibidem.

4

Ibidem.

5

Landelijke Aanpak Wolf, p. 3.

6

Artikel 1.7 Besluit houders van dieren.

7

Van Bommel, «Schade door de wolf in 2024: 95 procent van de aanvallen géén wolfwerend raster», geraadpleegd op www.gld.nl.

8

Landelijke Aanpak Wolf, p. 6.

9

Landelijke Aanpak Wolf, p. 6.

10

Landelijke Aanpak Wolf, p. 6-7.

11

Landelijke Aanpak Wolf, p. 7.

12

Landelijke Aanpak Wolf, p. 8.

13

Landelijke Aanpak Wolf, p. 8.

14

Landelijke Aanpak Wolf, p. 9.

15

Ibidem.

16

WENR 2021, «De wolf terug in Nederland», p. 57.

17

Landelijke Aanpak Wolf, p. 10.

18

Van Bommel, «Schade door de wolf in 2024: 95 procent van de aanvallen géén wolfwerend raster», geraad-pleegd op www.gld.nl.

19

Artikel 1.6 Besluit houders van dieren.

20

NVWA, «NVWA waarschuwt veehouder om zijn dieren voldoende te beschermen tegen wolven», geraadpleegd op www.nvwa.nl.

21

T03843: De Minister voor Natuur en Stikstof zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Visseren-Hamakers (PvdD), toe voor de zomer dit jaar met de Kamer te delen op welke wijze wordt beoogd nadere invulling te geven aan de open norm voor het houden van dieren (artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren), meer in het bijzonder over de bescherming van vee dat buiten worden gehouden.

22

Kamerbrief over vaststelling Landelijke Aanpak Wolven | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.

23

Adviesrapport De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor systemen | Publicatie | Raad voor het Openbaar Bestuur.

24

CURIA - Documents.


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.