Parlementaire enquête: toestand van de Maas en Zuid-Willemsvaart (1860-1861)
België onttrok water van de Maas voor het voeden van haar kanalen en om gronden vruchtbaar te maken, waardoor de Maas in Nederland deels onbevaarbaar werd. Daarover werd onderhandeld met België. Daarnaast waren er in de Zuid-Willemsvaart belemmeringen (sluizen) voor de scheepvaart. Drie liberale Kamerleden, onder wie Thorbecke1, wilde weten welke de middelen tot herstel zouden zijn, en hoeveel dat zou kosten. Daartoe werd in 1860 een parlementaire enquête2 ingesteld.
De enquêtecommissie stond onder leiding van Gevers Deynoot3, die naast Thorbecke en het Limburgse Kamerlid Strens4, één van de initiatiefnemers was.
De commissie deed in haar verslag de aanbeveling krachtig verbetering van de vaarwateren op de Beneden Maas aan te pakken. België zou daaraan moeten bijdragen. Daarnaast moest er een verdrag met België komen over de wateraftappingen en dienden die aftappingen beperkt worden.
Leden
Delprat5 (conservatief)
Gevers Deynoot3 (liberaal)
Heemskerk6 (liberaal)
Meijlink7 (RK)
Van Wintershoven8 (liberaal)
Meer over
- 1.Liberale staatsman. Hoogleraar in Gent en Leiden, die als voorzitter van de Grondwetscommissie in 1848 grondlegger was van onze parlementaire democratie. Kwam als Tweede Kamerlid al in 1844 met acht medeleden met een voorstel tot herziening van de Grondwet in democratische zin. Werd in 1848 door koning Willem II gevraagd een liberale Grondwet te ontwerpen. Hierdoor kwamen er rechtstreekse verkiezingen en ministeriële verantwoordelijkheid en werden parlementaire rechten uitgebreid. Leidde daarna drie keer een kabinet, waarbij hij onder meer de Kieswet, Gemeentewet en Provincie Wet tot stand bracht. Legde daarmee ook de basis voor de bestuurlijke organisatie met drie bestuurslagen. Zijn tweede kabinet zorgde voor instelling van de HBS en aanleg van de Nieuwe Waterweg. Had niet de sympathie van koning Willem III. Hoewel hij veel medestanders later van zich vervreemdde en soms weerstanden opriep, was hij ongetwijfeld de grootste staatsman van de negentiende eeuw.
- 2.De Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben een grondwettelijk recht van enquête. Het recht houdt in dat Kamers een onderzoek kunnen instellen naar een specifiek onderwerp, om op die manier de regering te controleren. In de praktijk wordt het recht vooral door de Tweede Kamer gebruikt. De Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben het middel nog nooit gebruikt, hoewel er in de Eerste Kamer wel eens pogingen toe zijn gedaan.
- 3.Liberaal Tweede Kamerlid en advocaat uit een Rotterdamse adellijke familie. Was in zijn geboortestad leider van de liberalen en tevens wethouder. Werd als medestander van Thorbecke in 1852 tot Tweede Kamerlid gekozen, maar verloor zijn zetel na de Aprilbeweging van 1853. Later nog twee perioden (1856-1864 en 1871-1879) Kamerlid. Deskundige op koloniaal gebied. Leidde de parlementaire enquête naar de toestand van de Maas en Zuid-Willemsvaart.
- 4.Niet-praktizerende katholiek, medestander van Thorbecke. Tweede Kamerlid voor Limburg en na 1848 voor het district Roermond. Vervulde rechterlijke functies en werd in het eerste kabinet-Thorbecke minister van Justitie en van RK Eredienst. Die laatste functie bekleedde hij ook in het kabinet-Van Zuylen van Nijevelt/Van Heemstra. Speelde in 1853 een belangrijke rol bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland. Was als Kamerlid mede-initiatiefnemer van de parlementaire enquête naar de Maas en Zuid-Willemsvaart.
- 5.Genie-officier en conservatief Tweede Kamerlid voor het district 's-Gravenhage uit een Waals-hervormde familie. Leidde in 1861-1862 de parlementaire enquête naar de zeemacht en maakte ook deel uit van de enquêtecommissies Zwolsche Diep en Maas en Zuid-Willemsvaart. Kreeg in Utrecht in 1861 een eredoctoraat. Broer minister F.A.Th. Delprat, die kortstondig minister van Oorlog was.
- 6.Amsterdams liberaal rechtsgeleerde en politicus. Medestander van Thorbecke en afgevaardigde voor de districten Amsterdam en Haarlem. Sprak in de Tweede Kamer weinig, maar was wel een ijverig lid bij de schriftelijke voorbereiding van wetsvoorstellen en regelmatig rapporteur. Stond bekend om zijn nauwgezette plichtsbetrachting en onkreukbaarheid. Redacteur van literair tijdschrift De Gids. Werd in 1850 eredoctor en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In 1872 werd hij lid van de Raad van State, wat hij ruim acht jaar bleef.
- 7.Katholiek Tweede Kamerlid dat door tijdgenoten als bekwaam en nauwgezet werd beschouwd. Studeerde onder andere letteren en rechten en was in Gent en Leiden leerling van Thorbecke. Nadien in Den Haag werkzaam als advocaat. In de Kamer geen katholieke Thorbeckiaan, maar gematigd conservatief en onafhankelijk. Vooral onderwijs had zijn belangstelling en daarnaast voerde hij actie tegen de aftapping door België van water uit de Maas. Hij was lid van de parlementaire enquêtecommissie over dit onderwerp.
- 8.Liberaal uit Maastricht, die in die stad een beweging leidde voor een zelftstandig Limburg dat deel moest gaan uitmaken van de Duitse Bond. Als Tweede Kamerlid zette hij zich in voor betere bevaarbaarheid van de Maas en de Zuid-Willemsvaart. Hij nam daartoe onder meer het initiatief tot een parlementaire enquête naar de Belgische Maasaftappingen. Behalve advocaat was hij raadslid in Maastricht en Statenlid in Limburg.
- 9.Het parlement heeft onder meer de taak de regering te controleren. De Eerste en Tweede Kamer hebben daarom het recht om een onderzoek naar een bepaalde zaak in te stellen. Dit kan sinds juli 2023 de vorm van een parlementair onderzoek, beknopte parlementaire enquete of een reguliere parlementaire enquête hebben.