Besluit 1994/728 - Stelsel van eigen middelen van de EG - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
Inhoudsopgave
officiële titel
94/728/EG, Euratom: Besluit van de Raad van 31 oktober 1994 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappenofficiële Engelstalige titel
94/728/EC, Euratom: Council Decision of 31 October 1994 on the system of the European Communities' own resourcesRechtsinstrument | Besluit |
---|---|
Wetgevingsnummer | Besluit 1994/728 |
Origineel voorstel | COM(1993)438 ![]() ![]() |
Celex-nummer i | 31994D0728 |
Document | 31-10-1994 |
---|---|
Bekendmaking in Publicatieblad | 12-11-1994; OJ L 293, 12.11.1994,Special edition in Finnish: Chapter 01 Volume 003,Special edition in Swedish: Chapter 01 Volume 003 |
Inwerkingtreding | 01-11-1994; in werking zie art 11 01-01-1995; van kracht zie art 11 |
Einde geldigheid | 31-12-2001; opgeheven door 300D0597 |
Kennisgeving | 04-11-1994 |
|
94/728/EG, Euratom: Besluit van de Raad van 31 oktober 1994 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen
Publicatieblad Nr. L 293 van 12/11/1994 blz. 0009 - 0013
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 1 Deel 3 blz. 0192
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 1 Deel 3 blz. 0192
BESLUIT VAN DE RAAD van 31 oktober 1994 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (94/728/EG, Euratom)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 201,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op artikel 173,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europees Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat Besluit 88/376/EEG, Euratom van de Raad van 24 juni 1988 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen (4) de samenstelling van de eigen middelen heeft uitgebreid en gewijzigd door de grondslag van de BTW-middelen af te toppen op 55 % van het bruto nationaal produkt van het jaar tegen marktprijzen (BNP) met behoud van het maximale afroepingspercentage van 1,4 %, en door de instelling van een aanvullende bron van eigen middelen welke gebaseerd is op de som van de BNP's van de Lid-Staten;
Overwegende de conclusies van de Europese Raad van 11 en 12 december 1992 te Edinburgh;
Overwegende dat de Gemeenschappen over adequate middelen moeten beschikken om haar beleid te financieren;
Overwegende dat de Gemeenschappen luidens bovengenoemde conclusies tussen nu en 1999 kunnen beschikken over een maximumbedrag aan eigen middelen ten belope van 1,27 % van het totaal van de BNP's van de Lid-Staten;
Overwegende dat, om de hand te houden aan dit maximum, het totale bedrag van de aan de Gemeenschappen ter beschikking gestelde eigen middelen voor elk jaar van de periode 1995 tot en met 1999 niet meer mag belopen dan een bepaald percentage van de som van de BNP's van de Gemeenschap voor dat jaar;
Overwegende dat voor de vastleggingskredieten een algemeen maximum van 1,335 % van de BNP's van de Lid-Staten is vastgesteld en dat ervoor moet worden gezorgd dat de ontwikkeling van de kredieten voor vastleggingen en de kredieten voor betalingen geordend verloopt;
Overwegende dat deze maxima van toepassing moeten blijven totdat dit besluit wordt gewijzigd;
Overwegende dat om, overeenkomstig het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie gehechte Protocol betreffende economische en sociale samenhang, rekening te houden met het vermogen van de individuele Lid-Staten om aan het stelsel van eigen middelen bij te dragen en voor de minder welvarende Lid-Staten de regressieve elementen bij te stellen die in het huidige stelsel van eigen middelen bestaan, de regels voor de financiering van de Gemeenschappen nogmaals gewijzigd moeten worden:
-
-door het maximale uniforme percentage dat op de uniforme grondslag van de BTW van iedere Lid-Staat moet worden toegepast, in de periode 1995 tot en met 1999 in gelijke stappen te verlagen van 1,4 tot 1,0;
-
-door vanaf 1995 de BTW-grondslag voor de Lid-Staten die in 1991 een BNP per inwoner hadden van minder dan 90 % van het gemiddelde van de Gemeenschap, namelijk Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal, tot 50 % van hun BNP te beperken en voor de overige Lid-Staten de grondslag in de periode 1995 tot en met 1999 in gelijke stappen te verminderen van 55 naar 50 %;
Overwegende dat de Europese Raad zich herhaaldelijk heeft gebogen over de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden en met name tijdens zijn zitting van 25 en 26 juni 1984;
Overwegende dat de Europese Raad op 11 en 12 december 1992 de formule voor de berekening van de correctie voor begrotingsonevenwichtigheden die in Besluit 88/376/EEG, Euratom is bepaald, heeft bevestigd;
Overwegende...
Lees meer
Deze wettekst is overgenomen van EUR-Lex.
Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de juridische context, de Europese rechtsgrond, een overzicht van verwante dossiers en de betrokken zaken van het Europees Hof van Justitie.
De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van PDC Informatie Architectuur.
Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.
De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.