Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van VRO over de laatste voortgangsrapportage van de Crisis- en herstelwet (Chw) - Regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten (Crisis- en herstelwet) - Hoofdinhoud
Dit verslag van een schriftelijk overleg is onder nr. AU toegevoegd aan wetsvoorstel 32127 - Crisis- en herstelwet i.
Inhoudsopgave
Officiële titel | Regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten (Crisis- en herstelwet); Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van VRO over de laatste voortgangsrapportage van de Crisis- en herstelwet (Chw) |
---|---|
Documentdatum | 13-03-2025 |
Publicatiedatum | 13-03-2025 |
Nummer | KST32127AU |
Kenmerk | 32127, nr. AU |
Externe link | origineel bericht |
Originele document in PDF |
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2024-2025
32 127
AU
Regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten (Crisis- en herstelwet)
VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 12 maart 2025
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de laatste voortgangsrapportage van de Crisis- en herstelwet. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
-
•De uitgaande brief van 22 januari 2025.
-
•De antwoordbrief van 12 maart 2025.
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Dragstra
1 Samenstelling:
Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Griffioen (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kaljouw (VVD), Meijer (VVD), Van Toorenburg (CDA), Bakker-Klein (CDA), Dittrich (D66), Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Nanninga (JA21), Janssen (SP), Huizinga-Heringa (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
kst-32127-AU
ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2025
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR & WATERSTAAT / VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Den Haag, 22 januari 2025
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur & Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 4 december 2024 met daarin de antwoorden op de vragen over de laatste voortgangsrapportage van de Crisis- en herstelwet (Chw).1 De leden van de BBB-fractie hebben naar aanleiding van de reactie nog enkele nadere vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB
De leden van de fractie van de BBB memoreren dat de Chw op 31 maart 2010 in werking is getreden, aanvankelijk voor een periode van vier jaar. Deze einddatum werd in 2023 geschrapt en er werd bepaald dat de Chw gold tot het moment waarop de Omgevingswet in werking zou treden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Chw vervallen. Deze leden merken op dat voor op dat moment reeds gestarte experimenten die nog doorlopen na 1 januari 2024 er een overgangsregeling geldt. De leden van de fractie van de BBB zijn van mening dat de noodzaak voor een dergelijke wet groter is dan ooit, waarbij deze leden bijvoorbeeld denken aan trajecten zoals het versnellen van de woningbouw en het verzwaren van de netcapaciteit. Gelet hierop hebben de leden van de fractie van de BBB de volgende nadere vragen voor de regering.
-
1.Welke problemen ziet de regering momenteel, die binnen het huidige wettelijke kader niet opgelost kunnen worden of aanzienlijk meer tijd kosten? De leden van de BBB-fractie ontvangen hier graag een toelichting op. Deze vraag is deels beantwoord door de toelichting op de mogelijkheden van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting (Kamerstukken 36 512) en enkele algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) voor de bestuurlijke route voor de aanpak van netcongestie en de realisatie van projecten met meer dan 12 woningen. Wanneer verwacht de regering hier de eerste effecten van?
-
2.De experimenteerregeling van de Omgevingswet komt in de plaats van de Crisis- en herstelwet, waarvan regelmatig een evaluatie verscheen. Mede naar aanleiding van het volgende antwoord zien de leden van de BBB-fractie hierin een meerwaarde: «Zeer belangrijk is dat medewerkers van gemeenten vaak snel van functie wisselen. Hierdoor wordt informatie niet altijd goed doorgegeven, waardoor ervaringen verloren gaan.»2 Deelt de regering deze conclusie van de leden van de BBB-fractie? Zo ja, ziet de regering kans om de resultaten mee te nemen in de evaluatie van de Omgevingswet of in een aparte evaluatie? Waarom wel/niet?
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur & Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Kemperman
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 maart 2025
De leden van de BBB-fractie van de vaste commissie voor Infrastructuur & Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben naar aanleiding van de brief van 4 december 2024 met daarin de antwoorden op de vragen over de laatste Voortgangsrapportage van de Crisis- en herstelwet (Chw)3 nog enkele nadere vragen gesteld.
Vraag 1:
Welke problemen ziet de regering momenteel, die binnen het huidige wettelijke kader niet opgelost kunnen worden of aanzienlijk meer tijd kosten? De leden van de BBB-fractie ontvangen hier graag een toelichting op. Deze vraag is deels beantwoord door de toelichting op de mogelijkheden van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting (Kamerstukken 36 512) en enkele algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) voor de bestuurlijke route voor de aanpak van netcongestie en de realisatie van projecten met meer dan 12 woningen. Wanneer verwacht de regering hier de eerste effecten van?
Antwoord vraag 1:
Vorige week heeft de Tweede Kamer de aanbiedingsbrief4 behorend bij de tweede nota van wijziging van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ontvangen. Hierin worden de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om ruimtelijke procedures in het land goed te laten verlopen en te versnellen5 met behulp van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting geschetst. In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting wordt het mogelijk gemaakt om bij algemene maatregel van bestuur besluiten voor categorieën projecten aan te wijzen waarvan de versnelde uitvoering noodzakelijk is vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen waarop een aantal procedurele versnellingen van toepassing is. Zo geldt voor de besluiten voor die projecten beroep in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling bestuursrechtspraak), doet de bestuursrechter binnen zes maanden uitspraak, wordt het beroep versneld behandeld en moeten de redenen van het beroep binnen de beroepstermijn zijn ingediend. Zo is veel sneller duidelijk of een plan kan doorgaan. De tijdswinst kan oplopen tot een jaar. Met ingang van 1 juli 2024 behandelt de Afdeling bestuursrechtspraak zaken over woningbouwprojecten van twaalf of meer woningen al met voorrang. Deze werkwijze is door de Afdeling bestuursrechtspraak zelf ingesteld en aangekondigd in haar consultatiereactie op het ontwerpbesluit Versterking regie volkshuisvesting. Daarmee loopt de Afdeling bestuursrechtspraak vooruit op de in het voornoemde ontwerpbesluit aangekondigde aanwijzing van woningbouwprojecten van twaalf of meer woningen.
Verder wordt het gebruik van experimenten onder de Omgevingswet aantrekkelijker gemaakt doordat gebieden bij ministeriële regeling kunnen worden toegevoegd aan bestaande bij algemene maatregel van bestuur mogelijk gemaakte experimenten. Dit levert een versnelling van ten minste zeven maanden op ten opzichte van de oorspronkelijke procedure waarbij telkens de AMvB zou moeten worden aangepast om daarin het toepassingsbereik uit te breiden. Op deze manier kunnen experimenten sneller en flexibeler breder worden toegepast, waardoor er meer ervaring met het experiment kan worden opgedaan en dit kan worden meegenomen bij de monitoring en evaluatie van het bij AMvB mogelijk gemaakte experiment. Tot slot wordt er in het programma STOER breder gekeken naar mogelijkheden om versnelling in de woningbouwproductie te bereiken.
Vraag 2:
De experimenteerregeling van de Omgevingswet komt in de plaats van de Crisis- en herstelwet, waarvan regelmatig een evaluatie verscheen. Mede naar aanleiding van het volgende antwoord zien de leden van de BBB-fractie hierin een meerwaarde: «Zeer belangrijk is dat medewerkers van gemeenten vaak snel van functie wisselen. Hierdoor wordt informatie niet altijd goed doorgegeven, waardoor ervaringen verloren gaan.»6 Deelt de regering deze conclusie van de leden van de BBB-fractie? Zo ja, ziet de regering kans om de resultaten mee te nemen in de evaluatie van de Omgevingswet of in een aparte evaluatie? Waarom wel/niet?
Antwoord vraag 2:
In de laatste Voortgangsrapportage van de Crisis- en herstelwet is inderdaad geconstateerd dat medewerkers van gemeenten vaak van functie wisselen waardoor informatie verloren gaat. In artikel 23.3, het experimenteerartikel van de Omgevingswet, is expliciet geregeld dat in de algemene maatregel van bestuur waarmee het experiment mogelijk wordt gemaakt, moet worden bepaald hoe de evaluatie van het experiment wordt uitgevoerd en hoe vaak tussentijds wordt gemonitord met het oog op de doelen en de beoogde gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de evaluatie en monitoring onderdeel is van het experiment. Op deze manier worden per experiment direct concrete uitkomsten verzameld.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
M.C.G. Keijzer
Eerste Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 32 127, AU
5
Kamerstukken I 2024/2025, 32 127, AT.
Kamerstukken I 2024/2025, 32 127, AT, p. 8.
Kamerstukken I 2024/2025, 32 127, AT.
Kamerstukken II 2024/25, 36 512
Kamerstukken II 2024/25, 36 512
Kamerstukken I 2024/2025, 32 127, AT, p. 8.